24. Plan van aanpak Opgaveteam Wmo
Tekst van het document
Plan van aanpak Opgaveteam Wmo
datum 25 november 2024 versie 1 Auteur(s)
Dorine Vijfvinkel en Indra Caerteling
Postadres Postbus 25, 3200 AA Spijkenisse Bezoekadres Raadhuislaan 106, 3201 EL Spijkenisse Telefoon 14 0181 E-mail gemeente@nissewaard.nl www nissewaard.nl
Inhoudsopgave Plan van aanpak Opgaveteam Wmo ....................................................................................................... 1 Inhoudsopgave........................................................................................................................................ 2 1. Opgaveteam Wmo ......................................................................................................................... 3 1.1 De opgave binnen de Wmo............................................................................................................... 3 1.2 Visie en uitgangspunten voor de aanpak .......................................................................................... 4 1.3 Afbakening van de opdracht ............................................................................................................. 5 1.4 Maatschappelijke opgaven als vliegwiel ........................................................................................... 7 1.5 Financiële verwerking ....................................................................................................................... 7 1.6 Communicatie ...................................................................................................................................
8 1.7 Inrichting van het Opgaveteam ........................................................................................................ 8 2. Maatregelen Maatwerk voorzieningen........................................................................................ 10 Maatregel 1: Hervormen huishoudelijke hulp ...................................................................................... 10 Maatregel 2: Hervormen individuele begeleiding ................................................................................ 11 Maatregel 3: Dagbesteding voor ouderen als algemene voorziening .................................................. 12 Maatregel 4: Beleidswijzigingen collectief vraagafhankelijk vervoer ................................................... 13 Maatregel 5: Passende woonplek ......................................................................................................... 14 Maatregel 6: Data en monitoring ......................................................................................................... 15 3. Maatregelen Beschermd Thuis .................................................................................................... 17 Maatregel 7: Preventie en voorzorg .....................................................................................................
17 Maatregel 8: Regievoering bij dreigende dak- en thuisloosheid .......................................................... 18 Maatregel 9: Kadering Wmo maatwerk / complex .............................................................................. 19 Maatregel 10: Zinvolle daginvulling voor kwetsbare volwassenen ...................................................... 19 Maatregel 11: Nieuwe woon- en opvangvormen ................................................................................. 21 Maatregel 12: Monitoring en evaluatie ................................................................................................ 22
2
1. Opgaveteam Wmo De opgaven binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zijn groot. Dit vraagt om een gecoördineerde, samenhangende aanpak. In dit plan van aanpak worden de maatregelen benoemd die nodig zijn om de taken naar de toekomst toe te kunnen blijven uitvoeren. 1.1 De opgave binnen de Wmo Vanuit onze visie op het sociaal domein willen we dat zoveel mogelijk kwetsbare inwoners voor zichzelf kunnen zorgen en of slechts een beperkt beroep hoeven doen op persoonsgebonden voorzieningen. Zo willen we: • de eigen regie en eigen mogelijkheden van inwoners en hun netwerk beter benutten, zodat inwoners zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen en hun leven kunnen inrichten, • de samenleving versterken, waarbij we ook kijken welke persoonsgebonden voorzieningen (deels) in het vrij toegankelijke basisaanbod kunnen worden vormgegeven, en • met het plan ‘Beschermd Thuis’ meer inzetten op het voorkomen en vroegtijdig herstellen van een instabiele thuissituatie, zodat we maatschappelijk afglijden kunnen voorkomen. Hierbij hebben we de onderstaande ambitie: Behouden en stimuleren van zelfredzaamheid, zodat schaarse middelen beschikbaar blijven voor ondersteuning en participatie ten behoeve van de meest kwetsbare volwassenen. Dit bij groeiende doelgroep (m.n. ouderen), minder arbeidskrachten en minder financiële middelen.
Deze ambitie vertalen we concreet naar een besparing van € 2,5 miljoen op Wmo maatwerk (persoonsgebonden voorzieningen) zoals opgenomen in de begroting 2025-2028 en beperking van de instroom in persoonsgebonden voorzieningen. Het gewenste resultaat hiervan is dat de instroom lager zal zijn dan de autonome groei waardoor de toename van het aantal Wmo-cliënten lager is dan de landelijke toename. Om deze opgave te kunnen aanpakken, wordt een opgaveteam Wmo ingesteld. Hiermee kan overzicht worden gecreëerd in wat we met elkaar te doen hebben en kunnen de aan elkaar gelieerde opdrachten in samenhang worden aangepakt. Ook is het op deze wijze mogelijk te sturen vanuit eenzelfde visie/doel, kan focus en prioritering worden aangebracht en wordt helderheid geboden in wat door wie wordt gedaan. Zo werken we doelgericht vanuit verschillende opdrachten aan dezelfde opgave en zijn we flexibeler om bij te sturen waar nodig. En niet onbelangrijk: zo kunnen we gezamenlijk de schouders eronder zetten en kan ieder vanuit zijn eigen rol, talent en taak optimaal bijdragen aan het realiseren van de ambitie. De opgave binnen de Wmo is de komende jaren extra groot. De arbeidsmarkt is op dit moment al krap, zeker ook in de zorg. Deze krapte wordt de komende jaren alleen maar groter doordat de beroepsbevolking kleiner wordt, terwijl de doelgroep in de zorg van met name ouderen sterk stijgt.
Dit betekent dat we naar de toekomst niet meer op dezelfde wijze de taken kunnen uitvoeren dan we nu doen. Er zijn gewoonweg niet voldoende professionals. Ook intern hebben we al te maken met personeelskrapte. Dit zal de komende jaren niet beter worden. Daarom is het ook belangrijk de ketenprocessen goed in te richten en waar mogelijk te borgen in systemen, zodat we flexibeler zijn en minder afhankelijk van vast personeel als dat minder voorhanden is. Financieel is de uitdaging minstens net zo groot en is de urgentie zo mogelijk nog groter. Met ingang van 2026 haalt de rijksoverheid drie miljard euro weg bij gemeenten. Tevens is per 2023 de wijze van financieren van gemeenten aangepast, waardoor sommige gemeenten meer krijgen en andere minder. Nissewaard is een nadeelgemeente en krijgt in de nieuwe situatie stapsgewijs minder 3
middelen. Ondanks dat een deel van de bezuinigingen door het Rijk recent is teruggedraaid, blijft de financiële situatie voor Nissewaard zeer zorgelijk. Dit speelt ook al in 2025, zodat er al in 2025 gemeentebreed moet worden bezuinigd. Dit vergt grote inspanning om te kijken hoe dit verwezenlijkt kan worden. De financiële bezuinigingsopgave binnen de Wmo bedraagt op grond van de perspectiefnota 2025:
Omschrijving bezuiniging Huishoudelijke hulp Begeleiding Wmo Subsidie diverse SD Subsidies Wmo (maatschappelijke dienstverl. & mantelzorg) Cliëntondersteuning Eenzaamheid Verhuiskosten Wmo Collectief vervoer Wmo Complexe trajecten/Wmo maatwerk Totaal bezuiniging Wmo Openstaande taakstellingen Dagbesteding als alg. voorziening Beleidsplan Beschermd Thuis Eigen bijdrage Wmo Totaal openstaande taakstellingen
2025 500
2026 1.700 400 50
2027 1.700 400 50
2028 1.700 400 50
570
928 100 39 30 300 25 3.572
928 100 39 30 300 25 3.572
928 100 39 30 300 25 3.572
PM
PM
PM 181 956 1.137
PM 396 956 1.352
50
20
962 962
Dit alles maakt het een grote uitdaging om onze opgave te realiseren. 1.2 Visie en uitgangspunten voor de aanpak We hanteren de uitgangspunten van het beleidskader en spitsen deze toe op de uitdagingen en kansen die we zien als het gaat om de maatschappelijke ondersteuning van (kwetsbare) volwassenen en ouderen in Nissewaard: Slim investeren - Waar we de keuze hebben, doen we met de beschikbare middelen gericht extra inspanningen die zichzelf aantoonbaar (bijv. op grond van MKBA’s) terugverdienen en leiden tot besparingen in het sociaal domein. Op onderdelen waar dat niet geldt, doen we niet meer dan minimaal wettelijk noodzakelijk is tenzij de raad anders bepaalt. Duurzaam oplossen - Doel is problematiek waar mogelijk duurzaam aan te pakken en op te lossen, zodat niet in een later stadium alsnog (hoge) kosten te verwachten zijn omdat een situatie niet voldoende, of op een verkeerde manier, is aangepakt. Dat betekent ook dat problematiek in samenhang wordt opgepakt en in de juiste volgordelijkheid. Dat geldt zowel op individueel niveau als op maatschappelijk niveau en zowel binnen het sociaal domein en tussen sociaal domein en aanpalende domeinen. Versterken van veerkracht – onze inzet is erop gericht om de veerkracht van inwoners te versterken.
Bij kwetsbare (jong)volwassen inwoners is dat een tijdelijke steun in de rug zodat zij zelfstandig verder kunnen en bij ouder wordende inwoners is dat gedrag en vaardigheden om hun zelfredzaamheid en regie zo lang mogelijk te behouden. Ook hier geldt dat gekeken wordt naar de inzet van het netwerk en informele ondersteuning. Sterke sociale basis - We behouden de basale infrastructuur in het sociaal domein die noodzakelijk is voor het voldoende realiseren van gerichte preventie, signalering, basisondersteuning en 4
basishulpverlening waarbij we uitgaan van normaliseren en het stimuleren van samen oplossend vermogen van de samenleving1. Outreachend als het nodig is – als een kwetsbare inwoner hulp nodig heeft maar niet bereid of in staat is om die te vragen, grijpen we in en gaan outreachend aan de slag, waar nodig middels doorbraakregie, om erger te voorkomen. Dit doen we als er sprake is van: o (dreigende) ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang van de cliënt of anderen; o gevaar voor de volksgezondheid, o gevaar voor de gezondheid of veiligheid van in het gezin/huishouden aanwezige minderjarige kinderen of indien de ontwikkeling van deze kinderen ernstig dreigt te worden verstoord, o ernstige overlast voor de omgeving als gevolg van het gedrag van de inwoner; o ontbreken van een stabiele woonsituatie of de stabiliteit van de woonsituatie in gevaar komt en dit (mogelijk) leidt tot een domino-effect aan problematiek. 1.3 Afbakening van de opdracht Niet alle werkzaamheden binnen de Wmo vallen onder het Opgaveteam. Alle reguliere werkzaamheden, zoals vraagverheldering, indicatiestelling en behandeling van casuïstiek, accountmanagement en jaarlijks terugkerende beleidsmatige werkzaamheden vallen niet onder het Opgaveteam Wmo.
Het Opgaveteam houdt zich slechts bezig met de veranderopdrachten die nodig zijn om de financiële houdbaarheid te versterken, binnen de eerder genoemde visie en uitgangspunten. Expliciet vallen buiten het Opgaveteam: - Centrumtaken: alle werkzaamheden die in Nissewaard worden verricht vanuit de rol als Centrumgemeente vallen buiten dit plan. Er is enkele jaren geleden een start gemaakt met het afbakenen van de lokale verantwoordelijkheid (Beschermd Thuis) en de regionale verantwoordelijkheid (Centrumgemeente). De lokale verantwoordelijkheid inzake Beschermd Thuis is wel onderdeel van dit Opgaveteam. - Basisaanbod: Alle onderdelen binnen de Wmo die vallen onder het basisaanbod en preventie vallen buiten dit Opgaveteam. Dit is onderdeel van een andere opgave, namelijk ‘sterke samenleving’ en van een apart plan van aanpak. Daarom valt ook de bezuinigingsopdracht inzake subsidies buiten dit plan van aanpak Wmo. Onderdelen van het Wmo maatwerk die algemeen toegankelijk gaan worden, zijn onderdeel van dit plan van aanpak Opgaveteam Wmo. Zo valt dagbesteding als algemene voorziening onder dit plan van aanpak omdat dagbesteding nu een persoonsgebonden voorziening is. Optimaliseren van het basisaanbod, en preventie voor ouderen ‘goede nieuwe tijd' valt niet onder het Opgaveteam Wmo, omdat dit nu geen persoonsgebonden voorzieningen zijn.
- Taskforce Jeugd: Onderdelen die reeds in het plan van aanpak Taskforce Jeugd staan en die betrekking hebben op de Wmo, vallen eveneens buiten dit plan. Zo vallen de inspanningen 18/18+ en ‘ouderproblematiek’ buiten het Opgaveteam Wmo. Reden is dat we geen inspanningen op twee plekken willen benoemen, om de verantwoordelijkheid goed te borgen. Uiteraard is er wel sprake van samenwerking in dergelijke opgaven en kan ook binnen een Wmo-opgave een specifiek onderdeel worden uitgewerkt dat effect heeft binnen de Taskforce jeugd. - Inkomensafhankelijke eigen bijdrage: Het implementeren van de wijzigingen in wet- en regelgeving omtrent de inkomensafhankelijke eigen bijdrage is een reguliere taak. Alle implementatie van wetswijziging is regulier werk. Dit valt daarom buiten dit plan van aanpak. Uiteraard worden wel alle werkzaamheden verricht die hiervoor nodig zijn. Ook wordt gemonitord in hoeverre de rijkstaakstelling kan worden ingevuld door hogere eigen bijdragen. De capaciteit die nodig is voor dit implementatietraject heeft prioriteit, omdat er geen keuze te
1
De sociale basis valt buiten de reikwijdte van dit plan van aanpak maar dit plan is hier wel van afhankelijk.
5
maken is dit wel of niet te doen. Dit kan van invloed zijn op de capaciteit die ingezet kan worden op maatregelen binnen dit plan van aanpak. In gezamenlijkheid met het ruimtelijk domein en externe partners, wordt gewerkt aan de uitwerking van de woonzorgvisie, door de raad vastgesteld in december 2023, naar een uitvoeringsprogramma. Dit vindt plaats in nauwe samenspraak en samenwerking met interne partners (ruimtelijk domein is opdrachtgever) en externe partners zoals woningcorporaties en zorgaanbieders. Dit traject blijft onverminderd doorgaan. Het Uitvoeringsprogramma wordt als platform gebruikt om maatregelen/inspanningen uit deze opgave waar onze partners op zorg en wonen een belangrijke rol in spelen, te kunnen realiseren. In dit plan van aanpak wordt daarom het verband gelegd met het woonzorgvisie-traject waar dat aan de orde is. Zo leggen we intern de verbinding tussen de opdrachten en kan het woonzorgvisie-traject naar het gemeentebestuur, interne partners en externe partners toe zijn eigen profilering blijven houden. Het traject woonzorgvisie is veelal randvoorwaardelijk voor het realiseren van maatregelen en resultaten binnen dit plan van aanpak Opgaveteam Wmo. Vanuit het Opgaveteam Wmo kan input in het woonzorgvisie-traject worden gebracht en andersom kan informatie uit het woonzorgvisie-traject worden ingebed in de opdrachten binnen het Opgaveteam Wmo.
Zo blijft het zich in samenhang ontwikkelen. Het onderdeel ‘basisaanbod’, zoals hierboven uitgesloten, vergt nog een nadere toelichting. Het recente onderzoeksrapport ‘De sociale basis en de houdbaarheid van de Wmo’ van het Verwey Jonger Instituut, toont aan dat een sterke sociale basis een belangrijk goed is. Echter kan niet éénop-één de relatie worden gelegd tussen aanwezigheid van een stevige sociale basis en beperking van de kosten van Wmo maatwerk (persoonsgebonden voorzieningen). Daarom is gekozen om zowel te werken aan een sterke sociale basis (zie apart op te stellen plan van aanpak) en tegelijk te werken aan bezuinigingen binnen de Wmo-persoonsgebonden voorzieningen. Dit om te voorkomen dat alle aandacht uitgaat naar preventie en inzet van netwerk en (informele) algemene voorzieningen en de bezuiniging op Wmo maatwerk alsnog niet wordt gerealiseerd. Alleen daar waar specifieke actie ter versterking van de sociale basis kan leiden tot specifieke besparing in het persoonsgebonden aanbod, is dat opgenomen in dit plan. Dat laat onverlet dat de beoordeling van een individuele aanvraag voor persoonsgebonden voorzieningen gekeken moet worden naar het vraagstuk dat aangepakt moet worden en de wijze waarop dat het beste kan. Inzet van persoonsgebonden voorzieningen hoeft dan niet de eerste keus te zijn.
Sterker, liefst heb je dat hulpvragen alleen bij de gemeente komen wanneer een geïndiceerde voorziening noodzakelijk lijkt. Alle vragen die in de sterke samenleving opgelost kunnen worden, wil je buiten de wettelijke kaders houden, met alle randvoorwaarden die daaraan hangen. Zowel de vraag om hulp, als de oplossing kan dan namelijk vormgegeven worden naar behoeften en mogelijkheden in plaats van naar wettelijke kaders, ingekochte voorzieningen en andere randvoorwaarden vanuit de systeemwereld. Dit vergt echt luisteren naar de behoeften van de inwoner en mantelzorger, creativiteit in oplossingen en het flexibeler omgaan met onze oordelen over vereiste kwaliteit van voorzieningen. Het vergt ook zodanige inrichting van de ‘klantreis’ dat oplossingen in de sterke samenleving beter mogelijk worden. Ongewenst laten we nu met woorden als ‘voorveld’ en ‘toegang’ blijken dat de echte oplossingen pas komen als er een persoonsgebonden voorziening wordt geboden. Dit zouden we moeten willen omdraaien. Is het voor het bereiken van het doel echt noodzakelijk dat professionals worden ingezet, of is inzet van het netwerk of vrijwilligers eigenlijk een betere oplossing? Omgekeerd hoort hier ook bij dat we op het juiste moment wel opschalen naar geïndiceerde hulp als een oplossing in het basisaanbod onvoldoende (snel) resultaat kan bieden.
Deze cultuurverandering, die grotendeels is opgenomen in het handelingskader, is misschien wel de grootste noodzakelijke verandering binnen de gemeente en in samenwerking met onze partners. Daarom zal binnen de reguliere werkzaamheden onverminderd 6
ingezet moeten worden op het inbedden van het handelingskader in de dagelijkse manier van werken. 1.4 Maatschappelijke opgaven als vliegwiel Het beleidskader sociaal domein spreekt van een drietal maatschappelijke opgaven die sociaal domein breed spelen. Deze maatschappelijke opgaven geven de verbinding aan tussen de verschillende opdrachten die er zijn, zoals in de Woonzorgvisie, Taskforce jeugd, Opgaveteam Wmo en de aanpak sterke samenleving. Aanpak vanuit die maatschappelijke opgaven, kan als vliegwiel dienen voor verbeteringen binnen het gehele sociaal domein en daarmee ook bijdragen aan vermindering van gemeentelijke uitgaven. Deze maatschappelijke opgaven moeten dus altijd in ogenschouw worden genomen bij de aanpak van specifieke opdrachten. In onderstaande beschrijving brengen we binnen de opgaven een focus aan, zodat de prioritering binnen de opgaven, ook in relatie tot de bezuinigingsopgaven, duidelijker wordt. 1. De eerste opgave is bestaanszekerheid. Als er stress is door financiële zorgen (schulden, armoede, etc.) en/of stabiliteit in de woonsituatie ontbreekt, leidt dit tot allerlei problematiek die zichtbaar wordt in bijvoorbeeld Wmo-ondersteuning, jeugdhulp en bijstandsuitkeringen. De focus qua doelgroep die we hier aanbrengen is enerzijds ‘kwetsbare gezinnen’ en anderzijds jong-volwassenen met een instabiele leefsituatie.
Voor beide groepen geldt dat het een duurzaam lange termijn-effect heeft doordat op jonge leeftijd wordt ingezet op stabiliteit. 2. De tweede opgave is het bevorderen van kansengelijkheid. Kansengelijkheid speelt in alle levensfasen en domeinen en heeft te maken met een inclusieve samenleving. Focus die we hier aanbrengen is kansengelijkheid voor onze jeugd. Door in te zetten op versterking van de kansengelijkheid bij gezinnen en kinderen, wordt een steviger nieuwe generatie volwassen. Het bevorderen van kansengelijkheid kan alleen als de sociale basis waarin kinderen opgroeien, sterk is. De sociale basis is niet alleen het gezin zelf, maar ook de netwerken en verbanden er omheen en de institutionele opvoedkundige basis, zoals kinderopvang, scholen en professionele algemene ondersteuning. 3. De derde opgave is faciliteren van zelfstandig thuis wonen. Hier leggen we de focus op ouderen, omdat door de vergrijzing het vraagstuk van zelfstandig thuis wonen voor deze doelgroep groot is. Het gaat hier vooral om ‘gezond ouder worden’ en daarmee het uitstellen van zorgafhankelijkheid, zowel in sociaal aspect (actief blijven, meedoen, mantelzorg in balans), als in fysiek aspect (vitaal zijn, zo lang mogelijk dingen zelf kunnen). Voor dit plan van aanpak zijn met name de eerste en de laatste opgave van belang.
Delen van de aanpak op de eerste opgave zijn te vinden in hoofdstuk 3, waarin ‘beschermd thuis’ centraal staat. De derde opgave wordt vooral aangepakt in hoofdstuk 2. 1.5 Financiële verwerking In dit plan staan vele financiële taakstellingen/bezuinigingsopdrachten opgenomen. Naast de vastgestelde bezuinigingsbedragen, zijn er autonome ontwikkelingen die effect hebben op de uitgaven aan de verschillende voorzieningen. Zo kan de stijging van het aantal cliënten, dat aannemelijk is door vergrijzing, leiden tot hogere uitgaven, waardoor feitelijk de gerealiseerde besparingen teniet worden gedaan. Daarom worden sociaal domein breed afspraken gemaakt op welke wijze bezuinigingen financieel inzichtelijk kunnen worden gemaakt en autonome ontwikkelingen in aantallen en financiën apart kunnen worden begroot. Omdat dit sociaal domein breed plaatsvindt, is het niet opgenomen als maatregel binnen dit plan van aanpak.
7
1.6 Communicatie Vanuit de ambtelijk opdrachtgevers zal de volgende boodschap binnen de gemeentelijke organisatie worden uitgedragen: Binnen de Wmo is het van groot belang om op korte termijn de uitgaven te beperken. De raad heeft concrete bezuinigingsopdrachten hiertoe vastgesteld. De bezuinigingen zijn groot, de (juridische) speelruimte is beperkt. Wil onze opdracht slagen, vergt dit een aanpak met grote focus. Hiertoe richten we een Opgaveteam Wmo in, enigszins vergelijkbaar met de taskforce jeugd. Esmeralda Sterrenburg (Maatwerk voorzieningen) en Dorine Vijfvinkel (Beschermd Thuis) hebben van ons de opdracht gekregen om een Opgaveteam Wmo, en alle maatregelen die daaronder vallen, aan te sturen. Wij vinden het belangrijk dat het opgaveteam snel resultaten kan halen. Dit is voor ons allemaal belangrijk om kwetsbare inwoners van Nissewaard de juiste ondersteuning te kunnen blijven bieden. Wij vragen dan ook jullie medewerking als die nodig is. Verder is het van belang de urgentie van de opdracht breder bekend te maken, alsmede de zaken die worden opgepakt. Hierin is een belangrijke rol weggelegd voor de twee opdrachtgevers samen. Zij zullen de noodzaak en de urgentie kenbaar moeten maken en daarmee de weg vrij moeten maken voor de opdrachtnemers en de uitvoerenden van de verschillende opdrachten.
Ook het periodiek kenbaar maken van de voortgang aan een bredere groep betrokkenen en belangstellenden is wenselijk. Binnen het Opgaveteam en de stuurgroep zal worden bepaald welke communicatievormen wenselijk zijn. 1.7 Inrichting van het Opgaveteam Er zijn twee onderdelen binnen het Opgaveteam. Maatwerk voorzieningen en Beschermd Thuis. Beide onderdelen hebben een eigen opdrachtnemer. Voor Maatwerk voorzieningen is dit Esmeralda Sterrenburg (in haar afwezigheid vervangen door Leila Bonnouh). Voor Beschermd Thuis is dit Dorine Vijfvinkel. Beide onderdelen met daarbinnen de maatregelen, worden in de volgende twee hoofdstukken toegelicht. De verdere structuur is als volgt: - Beide opdrachtnemers hebben onderling afstemming over de voortgang van de maatregelen en de samenhang ertussen. In de periode dat Leila de rol van opdrachtnemer vervult, zal de programmamanager eveneens aansluiten. Wanneer Esmeralda de rol van opdrachtnemer vervult, sluit de programmamanager alleen aan op verzoek de opdrachtnemers; - Beide opdrachtnemers formeren een eigen projectgroep voor hun onderdelen van dit plan van aanpak, waartoe de teamleiders voldoende geschikte capaciteit leveren. Waar mogelijk worden hiervoor reeds lopende structuren en overlegvormen gebruikt of aangepast. o De opdrachtnemer maakt passende afspraken met de projectleider over onderlinge verwachtingen, inzet, communicatie etc.
o De projectgroep-leden en andere medewerkers die voor de realisatie van een opdracht noodzakelijk zijn, verlenen prioriteit aan deze opdrachten. Als dit conflicten veroorzaakt met andere prioriteits-opdrachten (bijvoorbeeld uit de Taskforce Jeugd) en de teamleider hiervoor onvoldoende oplossing kan bieden, wordt dit prioriteitsvraagstuk door de opdrachtgevers (Vera Arends en Iris Sips) beslecht. - Er is een gezamenlijke stuurgroep waarin de voortgang van de maatregelen en de bezuinigingen worden besproken en de samenhang, ook met andere onderdelen van buiten dit plan van aanpak, wordt geborgd. De samenstelling van de stuurgroep is als volgt: o Iris Sips: verantwoordelijk directeur en opdrachtgever van het Opgaveteam Wmo. o Vera Arends: verantwoordelijk manager en opdrachtgever van het Opgaveteam Wmo. 8
o
o
o
Addy Quak en Joyce van Dienst: verantwoordelijk teamleiders voor uitvoering Wmo / beschermd thuis en verantwoordelijk voor de borging van de (uitkomsten van de) maatregelen in de uitvoerende teams. Indra Caerteling: programmamanager sociaal domein en verantwoordelijk voor de samenhang binnen het sociaal domein (sterke samenleving, bestaanszekerheid, opvoeden en opgroeien -waaronder de taskforce jeugd) inhoudelijk en financieel. Esmeralda Sterrenburg (in afwezigheid vervangen door Leila Bonnouh) en Dorine Vijfvinkel: opdrachtnemers en trekkers van een onderdeel binnen het Opgaveteam Wmo.
Dit plan van aanpak is een dynamisch document. Naarmate de verschillende opdrachten worden uitgewerkt, kan het zijn dat de onderzoeksvragen of onderdelen van de maatregel veranderen. Ook kan het zijn dat uitkomsten op de ene maatregel, van invloed zijn op een andere maatregel. Dan is het wenselijk aanpassingen te doen in dit plan van aanpak, zodat het actueel blijft en het inzicht en overzicht blijvend bestaat. De verantwoordelijkheid ligt hiervoor bij de twee opdrachtnemers.
9
2. Maatregelen Maatwerk voorzieningen Zoals bij de ‘afbakening’ van dit plan al is aangegeven, richten we ons alleen op persoonsgebonden voorzieningen en niet op preventie en basisaanbod. Dit valt binnen het plan van aanpak over het versterken van de samenleving, de sociale basis. In dit hoofdstuk richten we ons op de opgave binnen Wmo maatwerk-voorzieningen, die moeten leiden tot ondersteuning van de (meest) kwetsbare inwoners met minder middelen en minder beschikbare arbeidskrachten. De grootste doelgroep van deze maatwerk-voorzieningen zijn ouderen, waardoor de opgave gezond ouder worden om zo langer zelfstandig te kunnen leven, met name relevant is voor deze maatregelen. Maatregel 1: Hervormen huishoudelijke hulp Een groot deel van het Wmo-budget wordt besteed aan Huishoudelijke Hulp (ongeveer 10 miljoen per jaar vanaf 2024). Bij ongewijzigde regels hiervoor lijkt een verdere stijging van deze uitgaven door de vergrijzing onvermijdelijk. Mede gelet op het ‘financiële ravijn’ vanaf 2026 is het noodzakelijk om te onderzoeken op mogelijkheden om te besparen. Hiertoe is medio 2024 een projectgroep gestart. Uitgegaan wordt van een besparing in 2026 van € 1,7 miljoen; in 2025 moet reeds € 500.000 worden bespaard. Er is veel jurisprudentie op het gebied van Wmo huishoudelijke hulp. Dit maakt het breed aanpakken van de voorziening huishoudelijke hulp ingewikkeld.
De gewenste beleidsvrijheid om keuzes te kunnen maken wat redelijk is voor deze voorziening, ontbreekt hier immers. Dit betekent bijvoorbeeld, dat niet als basisregel eenmaal per twee weken hulp kan worden ingezet, of een laag standaard aantal uren. Ook is het niet mogelijk om een hogere eigen bijdrage te vragen dan landelijk is vastgesteld, of een inkomenstoets te doen en vanaf een bepaald inkomen huishoudelijke hulp als algemeen gebruikelijk aan te merken. Ondanks de wens de randen van de wet op te zoeken, zijn de mogelijkheden dus beperkt. Het volgende wordt wel verder onderzocht: 1. Hebben vergelijkbare gemeenten lagere kosten op de Wmo (waaronder huishoudelijke hulp) en zijn er ideeën waar we als Nissewaard van kunnen profiteren? Dit onderzoek (mede op grond van een aangenomen motie vanuit de raad) is inmiddels uitgevoerd en blijkt niet tot kansen te hebben geleid. We zullen periodiek blijven nagaan of er gemeenten zijn met kansrijke ideeën. 2. Hoe kan het recht op huishoudelijke hulp worden beperkt? Bijvoorbeeld: a. Taakgericht indiceren, waarbij alleen hulp wordt toegekend voor die werkzaamheden die iemand niet zelf kan uitvoeren of niet anders kan opvangen. b. Via communicatie (bewustwording) stimuleren dat mensen hun eigen verantwoordelijkheid nemen en waar mogelijk geen beroep doen op de gemeente voor huishoudelijke hulp; c.
Zelf leren uitvoeren van handelingen/werkzaamheden om de eigen kracht te versterken en te voorkomen dat het overnemen van werkzaamheden juist verdere achteruitgang in de hand werkt; d. Inzet van slimme hulpmiddelen/domotica die een deel van de huishoudelijke taken kunnen opvangen (bijv. robotstofzuiger); e. Onderdelen van huishoudelijke hulp als specifieke voorziening aanbieden als dit goedkoper is. 3. Hoe kunnen de kosten van huishoudelijke hulp worden beperkt? Bijvoorbeeld: a. Levert inzet van schoonmaakbedrijven in plaats van zorgaanbieders waar dat kan een kostenbesparing op? b. In hoeverre kunnen we een deel van de taken inbesteden bij Voorne Putten Werkt? 10
c. Kunnen we door inzet van meer pgb komen tot lagere kosten, omdat vanuit een pgb andere uitvoeringsmogelijkheden ontstaan (bijv. witte werkster) waarbij we de uitvoerbaarheid voor ons en de inwoner goed in verhouding brengen met recht- en doelmatigheid en verantwoording vanuit de inwoner? 4. Op welke wijze moeten de aanpassingen worden geborgd? a. In verordening, nadere regels en beleidsregels? b. In inkoopcontracten (contractstandaarden meenemen) c. In werkprocessen en werkinstructies? d. In monitoring en data? e. In communicatie? De ideeën die bijdragen aan voorkoming van beroep op huishoudelijke hulp, of zorgen dat ouderen langer zelf de werkzaamheden kunnen uitvoeren zodat het beroep op huishoudelijke hulp wordt uitgesteld, zijn onderdeel van het plan van aanpak voor versterken van de samenleving. Hier valt te denken aan het stimuleren van de fysieke capaciteiten van ouderen voordat een beroep op ondersteuning wordt gedaan. Inzet op te leren vaardigheden in de fase na de eerste hulpvraag, dus bijvoorbeeld na de melding, is wel onderdeel van deze opdracht (zie punt 2c). Maatregel 2: Hervormen individuele begeleiding Binnen de individuele begeleiding gaat ongeveer € 4,7 miljoen om in 2024. De bezuinigingsopdracht bedraagt € 400.000 per jaar, vanaf 2026. De individuele begeleiding is landelijk minder ingekaderd dan de huishoudelijke hulp.
Wel is op grond van vaste jurisprudentie noodzakelijk om voor begeleiding aan te geven hoeveel op uren begeleiding recht is. Het is niet meer mogelijk om resultaatgericht te beschikken, oftewel aan te geven wat het te behalen resultaat is, en daarvoor een gemiddeld aantal uren beschikbaar te stellen. Daarom zal de indicatie duidelijk moeten maken op hoeveel uren begeleiding recht is. De kosten van begeleiding moeten conform het rijksbeleid ‘reële tarieven’ worden bepaald. Daarbij wordt er momenteel binnen Nissewaard onderscheid gemaakt tussen begeleiding basis (reguliere ondersteuning gericht op ontwikkeling of stabiliteit van de situatie - MBO-niveau ondersteuning) en begeleiding intensief (complexe problematiek -HBO-niveau ondersteuning). Het merendeel van de begeleiding in de Wmo is niveau basis. Vraagstuk hier is op welke onderdelen de inzet van individuele begeleiding basis kan worden beperkt, terwijl de doelstelling van zelfstandig thuis wonen overeind blijft. Het volgende wordt onderzocht om te komen tot de noodzakelijke bezuiniging (dit alles in samenhang met de vraagstukken in het hoofdstuk ‘beschermd thuis’ waar begeleiding ook een belangrijke rol speelt): 1.
Voor welke ondersteuningsvraagstukken binnen de begeleiding kan het ‘individuele’ worden omgezet naar een collectieve vorm van ondersteuning, bijvoorbeeld met gebruikmaking van (bestaande) collectieve voorzieningen? Onderzoek toont namelijk aan dat deelnemers van groepssessies sneller vooruitgang boeken op het gebied van zelfredzaamheid dan bij individuele begeleiding, omdat zij elkaar motiveren en ervaringen delen. Ook is de tevredenheid onder deelnemers vaak hoger door het sociale aspect en het gevoel van gemeenschap. Daarnaast kost collectieve hulpverlening minder dan individuele hulp. Het is belangrijk om deze aanpak te combineren met een zorgvuldige selectie van deelnemers, zodat de groep voldoende homogeen is qua behoeften en doelen. 2. In welke gevallen is de individuele begeleiding primair gericht op het vergroten van bestaanszekerheid en kan door snelle, gerichte inzet van inkomensvoorzieningen de ondersteuningsbehoefte worden afgebouwd?
11
3. Welke ondersteuningsvraagstukken lenen zich voor inzet vanuit de informele voorzieningen, zoals hulp bij administratie? En in hoeverre speelt de mantelzorgondersteuning al in op deze beweging en is er aanpassing van beleid of subsidieafspraken nodig? 4. Op welke wijze kan het sociale netwerk een rol vervullen in de begeleiding, zoals bijvoorbeeld de JIM methodiek (Jouw Ingebrachte Mentor) bij jeugdhulp? 5. Op welke wijze kan het lerende effect binnen begeleiding worden versterkt voor de doelgroep met potentieel, zodat sneller van bovengenoemde opties gebruik kan worden gemaakt? 6. Op welke wijze kan nadrukkelijker gestuurd worden op het doel van begeleiding in een casus, waarbij gewerkt wordt aan een duurzaam goedkoper alternatief? Hierbij ook kijken naar taakgericht indiceren. 7. Zijn er aanpassingen binnen begeleiding wenselijk vanuit de aanpak Beschermd Thuis (zie volgende hoofdstuk) of is er gedeeltelijke financiering mogelijk vanuit centrummiddelen voor overbruggingszorg vanaf 2026 (zie CA zaak nummer 4304438)? 8. In hoeverre is inzet van begeleiding Wmo wenselijk om problematiek van ouders aan te pakken en daarmee jeugdhulp te voorkomen of te verminderen (zie inspanning 5 Taskforce jeugd)? 9.
Is het wenselijk het verschil tussen begeleiding basis en begeleiding intensief beter te omschrijven (bijvoorbeeld duidelijker doelgroepen en activiteiten), anders in te richten, of aan te scherpen? Hierbij expliciet ook kijken naar de behoeften voor de doelgroep met complexe problematiek waarvoor casusregie of doorbraakregie wordt ingezet. 10. Op welke wijze moeten de aanpassingen worden geborgd? a. In verordening, nadere regels en beleidsregels? b. In inkoopcontracten (contractstandaarden meenemen) c. In werkprocessen en werkinstructies? d. In monitoring en data? e. In communicatie? Maatregel 3: Dagbesteding voor ouderen als algemene voorziening In de Ontwikkelagenda is de inspanning opgenomen om dagbesteding zoveel mogelijk als algemene voorziening te realiseren. Dit om daginvulling te normaliseren en de werkzaamheden voor indicatiestelling, die bij dagbesteding voor ouderen vaak vooral administratieve handelingen zijn, te beperken. Vanaf voorjaar 2023 is gewerkt om deze inspanning te realiseren. Begin 2025 zal deze inspanning zijn afgerond. Het volgende is binnen deze inspanning gedaan (zie ook collegebesluit 4231370): 1. Gekozen is de focus te leggen op dagbesteding voor ouderen. Dit is de grootste doelgroep en tevens is hiervoor minder maatwerk noodzakelijk dan bij de doelgroep in de leeftijd tussen grofweg 18 en 60 jaar.
Voor ouderen is per 1 januari 2025 een passende voorliggende voorziening, waardoor geen maatwerk Wmo dagbesteding meer noodzakelijk is. 2. Er is gekozen een drietal soorten voorzieningen te realiseren waar men zonder aanvraag bij de gemeente gebruik van kan maken. Deze zijn opgenomen in de subsidieregeling ondersteuning en participatie Nissewaard 2024: a. Ontmoeting: dit zijn activiteiten mede door en voorkwetsbare, maar nog redelijk zelfredzame inwoners, die over voldoende eigen regie beschikken om zelfstandig in een groep en binnen de activiteiten te functioneren. Deze voorzieningen bestonden al en werden reeds gesubsidieerd; b. Daginvulling: dit zijn activiteiten in een gemengde groep van deelnemers waaronder inwoners met lichte tot matige cognitieve of lichamelijke beperkingen; c. Daginvulling met zorg: dit zijn activiteiten voor inwonersmet matige tot ernstige cognitieve of lichamelijke beperkingen, die eventueel hulp nodig hebben bij persoonlijke verzorging. 12
3. Er is subsidie verleend aan een viertal organisaties, waarvan er drie op dit moment financiering krijgen vanuit Wmo maatwerk dagbesteding. De verleende subsidie aan de vier organisaties is structureel vergelijkbaar met het bedrag dat door deze organisaties nu wordt verkregen voor de dagbesteding, in combinatie met het reeds beschikbare subsidiebedrag. Naar de toekomst toe zullen meer inwoners gebruik kunnen maken van deze voorzieningen tegen dezelfde kosten. Dit onder andere doordat de norm voor inzet van professionals is versoepeld en er door een betere vorm van samenwerking tussen organisaties effectiever en efficiëntere inzet mogelijk is. 4. Ook het vervoer naar daginvulling is binnen de subsidie gerealiseerd, zoveel mogelijk door inzet van vrijwilligers. 5. Reeds eerder is de bezuiniging gerealiseerd op het budget voor Wmo dagbesteding. In ieder geval zullen de huidige cliënten van de per 2025 gesubsidieerde aanbieders overgaan naar de nieuwe situatie (hun indicatie wordt beëindigd). Omdat de verwachting is dat in 2025 alle ouderen, die geen lopende indicatie hadden op 31 december 2024 bij een andere aanbieder, gebruik zullen maken van de algemene voorziening is er mogelijk nog een aanvullende bezuiniging realiseerbaar op het budget Wmo dagbesteding. Dit wordt bij de tweede tussenrapportage 2025 bepaald. 6.
Momenteel wordt nog gewerkt aan het administratief beëindigen van de indicaties van cliënten bij de zorgaanbieders die per 2025 subsidie ontvangen. Ook wordt gewerkt aan communicatie richting cliënten en verwijzers voor het einde van het jaar. Begin 2025 start de bredere informatievoorziening. De samenwerkende organisaties werken momenteel aan hun werkprocessen om te zorgen dat inwoners op een passende plek activiteiten kunnen doen. 7. Bekeken moet nog worden of er aanpassingen in de verordening of nadere regels/beleidsregels noodzakelijk zijn. 8. Doorontwikkeling is gewenst om de samenwerking tussen deze gesubsidieerde organisaties en andere (vrijwilligers)organisaties die activiteiten organiseren te bevorderen (onderdeel van plan sterke samenleving). Ook kan bezien worden in hoeverre samenhang in bekostiging met Wlz-doelgroep mogelijk is, zoals bijvoorbeeld Hilversum nu aan het organiseren is. Hiertoe is het zorgkantoor als partner nodig. Maatregel 4: Beleidswijzigingen collectief vraagafhankelijk vervoer Het collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV) heeft de meeste cliënten van alle Wmo-voorzieningen. Op 31 december 2023 hadden 4.590 inwoners een indicatie voor CVV. Het CVV is per client een relatief goedkope voorziening en kost in totaal circa € 2,2 miljoen op jaarbasis. Hierop moet vanaf 2026 € 300.000 per jaar worden bespaard.
Overigens zijn er alleen kosten voor de gemeente wanneer een inwoner gebruik maakt van het CVV. Een indicatie die niet wordt verzilverd kost de gemeente geen geld. Ook betaalt de gebruiker een eigen bijdrage ter hoogte van de kosten van het openbaar vervoer (OV), welke los staat van de eigen bijdrage op basis van het abonnementstarief. Bezuiniging op het CVV vraagt aanpassing van beleid. Onderzoek wordt bijvoorbeeld verricht naar: 1. Onderzoek naar ‘oneigenlijk’ gebruik van CVV bijvoorbeeld door Wlz-cliënten of voor dagbesteding/daginvulling en mogelijkheden inzetten dit oneigenlijk gebruik te beperken; 2. Strikter indiceren: een strakkere toets op noodzaak voor indicatie CVV, waaronder afweging van alternatieven zoals het OV. 3. De mogelijkheden voor het verhogen van de eigen bijdrage (voor de cliënt en/of de meereizende persoon); 4. Informatievoorziening over beschikbare alternatieven voor het CVV, zoals vervoer naar daginvulling en ziekenvervoer (zorgverzekeringswet) en eventueel strengere controle daarop; 13
5. Het beperken van het maximaal aantal kilometers en andere mogelijke beleidsmatige ingrepen; 6. Op welke wijze moeten de aanpassingen worden geborgd? a. In verordening, nadere regels en beleidsregels? b. In werkprocessen en werkinstructies? c. In monitoring en data? d. In communicatie? 7. Juridisch moet worden onderzocht in hoeverre eventuele (beleids)wijzigingen binnen de looptijd van het huidige contract kunnen worden doorgevoerd of moeten wachten tot de ingangsdatum van het nieuwe contract. Indien deze binnen het huidige contract kunnen worden doorgevoerd is het noodzakelijk te kijken of dit in samenhang met moet Voorne aan Zee als contractpartner of dat dit als Nissewaard zelfstandig kan. Maatregel 5: Passende woonplek Deze maatregel gaat over het realiseren van woonsituaties die passen bij de fysieke behoeften/mogelijkheden van onze inwoners. Kan men bijvoorbeeld de slaapkamer bereiken en is de badkamer voldoende ingericht om met de fysieke beperkingen toch aan basale vereisten voor hygiëne te voldoen? Het betreft niet de ondersteuning bij het voeren van de eigen regie; dat is onderdeel van beschermd thuis en individuele begeleiding. Met de komende vergrijzing, wordt de groep thuiswonende kwetsbare ouderen steeds groter. Daarom zal de vraag naar zorggeschikte woningen en aanpassingen in woningen stijgen.
Daarnaast blijven ook andere doelgroepen behoefte houden aan een passende woonplek, bijvoorbeeld ouders die een kind met een fysieke beperking opvoeden. De woningmarkt is echter op dit moment zeer krap, waardoor verhuizen naar een andere woning niet makkelijk realiseerbaar is. Dit zal de komende jaren nog zo blijven, is de verwachting. Daar zullen we op moeten inspelen. In december 2023 is de woonzorgvisie vastgesteld en er wordt momenteel gewerkt aan een uitvoeringsagenda. Hiermee wordt in samenwerking met het ruimtelijk domein, woningcorporaties en zorgaanbieders bezien op welke wijze in de behoefte van wonen in passende woonruimte, met indien nodig een vorm van welzijn en zorg kan worden voorzien. Dit voor verschillende doelgroepen. In samenhang met of in aanvulling op deze samenwerking, zijn er specifieke Wmo-vraagstukken die geadresseerd moeten worden. Deze zijn opgenomen in deze maatregel. In deze maatregel worden diverse opdrachten rondom een passende woonplek voor (kwetsbare) ouderen gebundeld. Het betreft: 1. Vergroten aantal zorggeschikte woningen in woningaanbod Nissewaard: In verband met de groeiende doelgroep zijn meer zorggeschikte woningen nodig. Zo zijn Argos, Woonbron en SWO met elkaar in gesprek voor het realiseren van zorggeschikte woningen (in Rotterdam heet dit Thuisplusflats) waar wonen, welzijn en zorg op één plek wordt gefaciliteerd.
Deze ontwikkeling valt onder de paraplu Uitvoeringsagenda woonzorgvisie Nissewaard 2023 – 2040 en behoort tot de kwalitatieve opgave van de Regionale visie wonen en zorg ouderen van het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (SvWrR). 2. Bezuiniging verhuiskostenvergoeding: In de perspectiefnota 2025 is een bezuiniging opgenomen van € 30.000 per 2026 op verhuiskosten. Dit is een vergoeding die wordt betaald aan inwoners wiens huis vanwege de beperkingen niet meer passend is en verhuizen goedkoper is dan het aanbrengen van (een combinatie van) woonvoorzieningen, zoals een traplift en aanpassingen in de badkamer. Dit zou deels een onderbesteding betreffen. Cijfers van de afgelopen jaren laten zien dat deze onderbesteding niet in alle jaren aanwezig is. Op grond van cijfers 2024 lijkt het echter haalbaar om de volledige bezuiniging uit onderbesteding te realiseren. Onderzocht moet daarom worden in hoeverre de bezuiniging 14
daadwerkelijk uit onderbesteding kan worden gerealiseerd en in hoeverre de lagere uitgaven in 2024 eenmalig zijn. Het gaat om een budget van ruim € 100.000; tot en met oktober 2024 is hierop ongeveer € 62.000 uitgegeven. 3. Aanbesteding trapliften: In 2025 vindt de aanbesteding plaats voor trapliften (onderdeel woningaanpassingen). Mogelijk dat door deze aanbesteding de kosten voor het plaatsen van een traplift lager worden en dat dit effect heeft op het ‘primaat verhuizen’, oftewel wanneer de plicht wordt opgelegd om te verhuizen naar een passende woning in plaats van de huidige woning aan te passen. Dit kan een dempend effect hebben op de uitgaven verhuiskosten. 4. Eventueel aanvullende punten voortkomend uit het uitvoeringsprogramma Woonzorgvisie: Mogelijk dat uit het uitvoeringsprogramma woonzorgvisie aanvullende punten tot prioriteit worden bepaald die een effect zullen hebben op deze maatregel. De aanbesteding woningaanpassingen is geen onderdeel van deze maatregel, omdat deze reeds in uitvoering is. De effecten daarvan, zullen we worden gemonitord om te bezien of dat van invloed is op deze maatregel. Te onderzoeken vraagstukken: 1. Op welke wijze kunnen wij als gemeente stimuleren dat er meer zorggeschikte woningen / complexen komen (onderdeel uitvoeringsagenda Woonzorgvisie en werkagenda sluitende keten ouderen in kader van Integraal Zorg Akkoord)? 2.
In hoeverre is het wenselijk zelf een aantal zorggeschikte woningen in portfolio te hebben, bijvoorbeeld overeenkomstige de huidige MIVA-woningen (woningen voor minder validen)? 3. In hoeverre heeft het inzetten van collectieve (woon)voorzieningen in woonclusters/appartement complexen financieel meerwaarde (denk aan aanpassingen in een gebouw als geheel of pools met (vervoers)voorzieningen)? 4. In hoeverre kan communicatie over wat inwoners zelf kunnen doen in of om hun woning (bijv. hulpmiddelen, inrichting van de woning, keuzes bij geplande verbouwing) bijdragen aan vermindering van uitgaven? 5. Welke rol kan de woningcorporatie in een vroegtijdig stadium vervullen om mensen te bewegen naar een passender, eventueel zorggeschikte, woning te verhuizen (onderdeel uitvoeringsagenda Woonzorgvisie)? Bijvoorbeeld: a. in informatievoorziening, stimuleren van inwoners b. in tegemoetkoming in de kosten van de nieuwe huur (die veelal hoger is) c. indien de inwoner vanuit een koopwoning verhuist? d. is er vanuit de woningcorporatie een vergoeding mogelijk wanneer een gezinswoning in de sociale huursector hierdoor vrijkomt? 6. Welke andere opties zijn er ter beperking van de verhuiskosten (niet zijnde het alsnog realiseren van een woonvoorziening)? Bijvoorbeeld: a. Kan de vergoeding (in 2024 € 3.770) naar beneden worden bijgesteld? b.
Kan er gewerkt worden met een gedeeltelijke vergoeding en een resterende vergoeding als daadwerkelijk de Wmo-kosten zijn gedaald? c. Heeft een bijdrage in natura een kostendempend effect? 7. Op welke wijze moeten de aanpassingen worden geborgd? a. In verordening, nadere regels en beleidsregels? b. In werkprocessen en werkinstructies? c. In monitoring en data? d. In communicatie? Maatregel 6: Data en monitoring Data en monitoring is randvoorwaardelijk om de maatregelen succesvol door te voeren en om voldoende grip te hebben op de ontwikkelingen in de Wmo. Data en monitoring vindt plaats op 15
verschillende niveaus. Het betreft ten eerste monitoring op casusniveau, dat onderdeel is van de Toegang en geen plek heeft in deze inspanning. Ten tweede gaat het om monitoring van de effecten van de verschillende maatregelen. Per maatregel zal een manier moeten worden ingeregeld om de effecten te meten; dit is expliciet opgenomen als onderdeel van de desbetreffende maatregel. Ten derde gaat het om monitoring van (feiten en cijfers in) de Wmo zelf. Voor dit laatste is een goed dashboard nodig. Daar wordt reeds aan gewerkt, in samenhang met de inspanning ‘Data en Monitoring’ binnen de taskforce jeugd. Op het gebied van data en monitoring is het volgende van belang: 1. Per maatregel opstellen van een manier van meten en monitoren (inclusief kpi’s), zodat de financiële en inhoudelijke/kwalitatieve effecten van iedere maatregel te volgen zijn. Dit is de verantwoordelijkheid van de opdrachtnemer van iedere maatregel, maar zal in brede zin (in totaliteit) ook voldoende inzicht moeten opleveren en waar mogelijk enige uniformiteit kennen. Ook is het wenselijk signalen (vanuit de praktijk) te zien wanneer maatregelen elders een neveneffect hebben. Vanuit deze maatregel wordt wel zicht gehouden op het totaal aan effecten. 2.
Inzetten op versterken van preventieve controles bij aanbieders, zodat er sneller en effectiever signalen aangepakt kunnen worden wanneer aanbieders afwijken van afspraken. Wens is dit te automatiseren (Basisbeeld). 3. Ontwikkelen van een dashboard in PowerBI, zodat: a. De basisinformatie overzichtelijk en up tot date beschikbaar en raadpleegbaar is; b. Uitvraag wordt gedaan bij verschillende disciplines welke aanvullende informatie noodzakelijk en wenselijk is voor het goed kunnen uitvoeren van de taken en het snel kunnen bijsturen wanneer nodig; c. Afspreken van een werkwijze wie wanneer welke informatie raadpleegt, met welk doel en vervolgacties. Deze maatregel geldt in brede zin, voor alle onderdelen van dit plan van aanpak, dus ook voor de onderdelen binnen ‘Beschermd thuis’.
16
3. Maatregelen Beschermd Thuis Het beleidsplan ‘Beschermd Thuis in Nissewaard’ is oktober 2023 door de gemeenteraad vastgesteld. Het plan is gericht op volwassen inwoners die door een (tijdelijke) kwetsbaarheid problemen ervaren bij het vinden of behouden van een thuis. Het gaat om alle vormen van kwetsbaarheid met uitzondering van fysieke beperkingen (somatiek). We hanteren daarbij als uitgangspunt de definitie zoals die in de Wet maatschappelijke ondersteuning is gehanteerd en daarmee voor gemeenten wettelijk leidend is: • personen met een psychische of psychosociale kwetsbaarheid en/of licht verstandelijke beperking die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving; • personen die de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Vanuit het oogpunt van effectieve preventie en de menselijke maat kiezen we er daarbij bewust voor om onder de tweede groep óók (dreigend) dak- en thuisloze inwoners zonder enige zorgvraag als doelgroep van dit beleid te zien, op het moment dat het hen niet zelfstandig lukt om hun huisvestingsproblematiek op te lossen. Niet iedereen die kwetsbaar is, heeft problemen met zijn woonsituatie. En niet iedereen die problemen heeft met zijn woonsituatie, is kwetsbaar. Wel zijn beide een risicofactor voor het ontstaan van problemen op het andere vlak.
Daarom is preventie van een dergelijk ‘domino-effect’ een belangrijk onderdeel van de beleidsnotitie. Het beleid bestaat uit drie pijlers die in dit plan van aanpak verder worden uitgewerkt: • Versterken preventie en voorzorg • Betere regievoering • Realiseren van nieuwe woon- en opvangvormen • Monitoring en evaluatie Maatregel 7: Preventie en voorzorg De huidige preventie en voorzorg op het gebied van beschermd thuis is nog grotendeels gebaseerd op de situatie van voor de decentralisaties in 2015. De gemeente had toen relatief beperkte bevoegdheden en verantwoordelijkheden waar het inwoners betreft met een psychische, verstandelijke of psychosociale kwetsbaarheid en met name richting inwoners die niet zelf hulp zoeken (bemoeizorg). Ook verschuiving in de focus van opvang van mensen die geen thuis meer hebben, naar preventie en voorzorg, is een redelijke recente ontwikkeling. Dit mede naar aanleiding van de landelijke ontwikkelingen dat iedere gemeente zelf verantwoordelijk wordt voor de huidige centrumtaken Wmo op gebied van opvang en begeleid wonen. De huidige situatie is versnipperd en dit bemoeilijkt een gedegen aanpak. Dit vraagt erom dat het palet aan ondersteuning dat er nu is, tegen het licht wordt gehouden en omgevormd wordt naar passende interventies die passen binnen de huidige situatie en wensen.
Zo kunnen met vroegere en goedkopere interventies, dure ondersteuningsvormen zoals opvang worden vermeden. De onderstaande te ondernemen acties worden zoveel als nodig in samenhang bekeken met inspanning 6 van de Taskforce jeugd, te weten 18-/18+. Dit omdat de grootste problematiek met betrekking tot een instabiele leefsituatie wordt gezien in de leeftijdscategorie 18-27 jaar. Hierbij heeft een (groot) deel van de jongvolwassenen ook op minderjarige leeftijd een vorm van ondersteuning ontvangen, met name vanuit de jeugdhulp. Onderstaande onderzoekspunten worden grotendeels uitbesteed. De Uitvoeringsbrigade heeft de opdracht gekregen om hiermee aan de slag te gaan. Zij starten eind 2024. 1. Evaluatie van het huidige palet aan interventies (type inzet, aantal, kosten en effectiviteit) leidend tot een advies wat te behouden voor de toekomst; 17
2. Advies en besluitvorming omtrent aanpassing van het bestaande palet (waaronder bezien of er interventies niet meer noodzakelijk zijn en in hoeverre ervaringsdeskundigheid ingezet moet worden), en welke uitbreiding noodzakelijk is om te komen tot een effectieve zorgketen (er is een budget beschermd thuis beschikbaar, alsmede bestaande subsidiemiddelen); 3. Realiseren van de interventies zodat deze in de praktijk beschikbaar zijn, via inkoop op subsidie of door deze zelf uit te voeren (in dat laatste geval zijn er werkinstructies nodig); 4. Creëren van een productenboek en afwegingskader (werkinstructies en werkproces) voor het inzetten van de interventies (waaronder het toegangsproces) en medewerkers ondersteunen bij het gaan toepassen hiervan (deskundigheidsbevordering). Daarin ook aandacht voor de wijze waarop regievoering kwetsbare volwassenen en het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming aan elkaar worden verbonden, indien veiligheidsproblematiek aan de orde is. 5. Op welke wijze moeten de aanpassingen worden geborgd? a. In verordening, nadere regels en beleidsregels? b. In werkprocessen en werkinstructies? c. In monitoring en data? d. In communicatie? Maatregel 8: Regievoering bij dreigende dak- en thuisloosheid Op dit moment wordt door gemeente Nissewaard al op kleine schaal regie gevoerd in situaties van dreigende dak- en thuisloosheid van inwoners.
De resultaten hiervan zijn positief. Gezien de omvang van de problematiek in Nissewaard is het voorstel om deze regie stevig(er) in de organisatie te verankeren om meer inwoners te kunnen ondersteunen. Het gaat daarbij met name om kwetsbare (éénouder)gezinnen met minderjarige kinderen, om jongvolwassenen waar risicofactoren op dak- en thuisloosheid aanwezig zijn, om inwoners die ontruimd dreigen te worden uit hun woning en om inwoners die uitstromen uit een zorginstelling of uit detentie. De te ondernemen acties zijn: 1. Uitwerken van de functie, taken en werkprocessen van de ‘regisseur beschermd thuis’ ter preventie van (dreigende) dak- en thuisloosheid. 2. Bepalen welke partners (intern en extern) daarbij nodig zijn, hoe we deze partners willen betrekken (meldroute, overlegvormen, etc.) en dit vervolgens praktisch vormgeven. 3. Werken met woonzorgcontracten om hiermee huisuitzettingen te voorkomen en inwoners die bijvoorbeeld vanuit een instelling komen te kunnen huisvesten. Een woonzorgcontract is een aanvulling op een (tijdelijk) huurcontract voor inwoners die (nog) begeleiding nodig hebben bij het wonen na uitstroom uit beschermd wonen, opvang of residentiële of forensische jeugdhulp, die een laatste kans krijgen van een woningcorporatie of die hun huis zijn kwijtgeraakt door een bestuurlijke sluiting.
Betrokken partijen willen een samenwerkingsovereenkomst afsluiten die alle partijen helderheid verschaft over de verdeling van taken, rollen en verantwoordelijkheden bij het werken met woonzorgcontracten. Dit punt is onderdeel van de uitvoeringsagenda woonzorgvisie. 4. Samen met woningcorporaties verder ontwikkelen van de toewijzing van escalatiewoningen (o.a. overlegvorm, functionarissen die deelnemen, afwegingscriteria, gemeentelijke regievoering). 5. Welke acties moeten worden ondernomen om regievoering op de verschillende onderdelen in overeenstemming te brengen/houden met regelgeving AVG? 6. Op welke wijze moeten de aanpassingen worden geborgd? a. In verordening, nadere regels en beleidsregels? b. In werkprocessen en werkinstructies? c. In monitoring en data? 18
d. In communicatie? Maatregel 9: Kadering Wmo maatwerk / complex Het budget voor Wmo maatwerk / complex is bedoeld voor oplossingen vanuit de Wmo waarvoor de reguliere (persoonsgebonden) voorzieningen niet voldoende oplossingen bieden. Het budget bedraagt ruim € 50.000 en hierop is een bezuiniging van €25.000 opgenomen. Reden is dat dit budget nauwelijks werd gebruikt. Recent, met de inzet van casusregie en doorbraakregie, wordt dit budget meer aangesproken. Er worden namelijk andersoortige oplossingen ingezet om een complexe problematische situatie te doorbreken, waarna duurzame verbetering mogelijk is. Dit zal op andere onderdelen kosten besparen. Bij jeugdhulp is maatwerk een veel hogere kostenpost en is hierop reeds vanuit de Taskforce jeugd veel inzet geweest. Onder andere worden kaders en een werkwijze ontwikkeld voor de inzet van maatwerk en formats voor contracten met aanbieders van maatwerk. Een deel van de resultaten kunnen ook voor Wmo complex maatwerk worden ingezet. Te onderzoeken punten zijn: 1. Waar wordt het budget maatwerk / complex nu voor ingezet en door welke functies/teams? 2. Waar willen we het budget Wmo maatwerk complex in de toekomst voor inzetten? Dit in relatie tot maatregel preventie en voorzorg binnen ‘beschermd thuis’. 3. Wat wordt het afwegingskader voor inzet van dit budget en wie krijgt welk mandaat? 4.
Welke resultaten vanuit de Taskforce jeugd kunnen we gebruiken voor Wmo maatwerk, waaronder gebruik van de werkwijze voor aangaan van contracten en de ontwikkelde (contract)formats? 5. Op welke wijze is de bezuiniging van € 25.000 te realiseren? 6. Op welke wijze moeten de aanpassingen worden geborgd? a. In verordening, nadere regels en beleidsregels? b. In werkprocessen en werkinstructies? c. In het mandaatbesluit? d. In monitoring en data? e. In communicatie? Maatregel 10: Zinvolle daginvulling voor kwetsbare volwassenen Een zinvolle daginvulling is het verrichten van zinvolle activiteiten ter vervanging van of op weg naar (als tijdelijke overbrugging van) school en/of werk door mensen die vanwege een aandoening of beperking problemen ervaren op het gebied school, werk en andere vormen van sociale participatie. Een goede daginvulling voor mensen met een psychiatrische achtergrond is belangrijk, omdat die zin geeft aan hun leven, ontplooiingskansen biedt en een bijdrage levert aan herstel.
Randvoorwaarden voor goede inzet van daginvulling zijn informatie over de keuzemogelijkheden, een positieve en stimulerende insteek, sociale veiligheid (zorg voor een aanspreekpunt, maak tijd en ruimte vrij om met mensen in gesprek te gaan), samenwerking tussen behandelaren en begeleiders, duidelijkheid over de financiën, het vervoer van en naar de daginvulling en mate van fysieke en sociale toegankelijkheid van de daginvullingslocatie. Voor volwassen inwoners die door hun problematiek niet in staat om in een reguliere baan te werken, zijn er verschillende mogelijkheden: Inloop, ontmoeting en belevingsgerichte daginvulling Arbeidsmatige dagbesteding (Wmo) Beschut werk (P-wet) Via arbeidsreïntegratie naar een reguliere baan (P-wet) 19
Binnen Nissewaard is er nog geen samenhangende inzet op deze vormen van daginvulling voor doelgroep kwetsbare volwassenen, waardoor we hier maatschappelijke baten laten liggen. Recent is een onderzoek verricht naar de mogelijkheden van Voorne Putten Werkt (VPW) om arbeidsmatige dagbesteding te bieden, in plaats van de huidige Wmo dagbesteding (niet voor de doelgroep ouderen). Dit ook omdat de overgang naar andere vormen van (beschut) werk dan makkelijker mogelijk wordt. Dit kan de ontwikkeling van inwoners stimuleren. Uit dit onderzoek blijkt dat het in theorie mogelijk is om arbeidsmatige dagbesteding als pilot uit te voeren bij VPW. Onderzoek toont aan dat, gebaseerd op berekeningen per uur, arbeidsmatige dagbesteding bij VPW financieel rendabel zou zijn voor de gemeente (uitgaande van de structurele situatie). Gezien de hoeveelheid cliënten dagbesteding kan het in de praktijk lastig zijn om een pilot uit te gaan voeren. De grootste uitdaging is het zorgen voor minimaal zes cliënten, zodat de groep groot genoeg om de pilot rendabel te maken. VPW heeft aangegeven ook met minder dan zes cliënten arbeidsmatige dagbesteding te kunnen aanbieden. Dit betekent echter wel voor de cliënten dat zij niet in een eigen groep kunnen starten, maar bij bestaande groepen van VPW worden geplaatst.