23.Zienswijze op de Nota Reikwijdte en Detailniveau Windturbinebepalingen Leefomgeving mevrouw M.
Tekst van het document
Pagina 41 van 42
Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving
figuur 14 Situaties met bepaling of windturbinebepalingen op rijksniveau zinvol zijn (in het donkere vak die thema’s waarvoor dat nu positief beantwoord wordt).
Zienswijze Deze tabel is niet volledig of onderwerpen staan in de verkeerde kolom: - Gezondheid ontbreekt in al de kolommen - Externe veiligheid kan naar de eerste kolom > preventieve aanpak zonder restgevolgen - Tonaal geluid kan onderdeel zijn van de referentiewindturbine en bijbehorende gebruiksaanwijzing, maar heeft ook locatie specifieke gevolgen en hoort dus ook thuis in kolom 3 en 4. - Geluidsniveau> er wordt uitgegaan van Lden. Eerder is in de zienswijze aangegeven dat juist de Lden voor problemen zorgt bij de exploitatie van windparken en bij de handhaving bij geluidsoverlast. Het principe van Lden moet onderdeel zijn van onderzoek van deze NRD voordat het principe van Lden überhaupt terug kan keren in een wettelijke regelingen toetsing van de wettelijke regeling aan de SMB-richtlijn inzake effect op de gezondheid. Het is oppertune om uit te gaan van de Lden norm, die duidelijk niet voldoet voor het meten van het specifiek windturbinegeluid. Een zelfde verhaal is eerder beschreven aangaande de (A) in dB(A). Ook deze filter dient onderzocht te worden voordat deze überhaupt kan terug keren als norm in de wettelijke regeling. Het RIVM rapport met kenmerk 680300007 zegt hierover ‘In het onderhavige onderzoek wordt het laagfrequente deel van het spectrum nader onderzocht en vergeleken met de NSGrichtlijn en de Vercammencurve voor laagfrequent geluid.
Deze controle is nodig omdat de Lden (die uitgaat van A-gewogen geluid) bij eventuele sterke laagfrequente componenten geen bruikbare indicatie voor de hinder is’. - Gemist wordt het effect van erosie in kolom 2,3 en 4. Immers door erosie van de windturbine komen schadelijke stoffen in de omgeving en dient onderzocht te worden. Een motivatie om dit niet te doen ontbreekt. Anderzijds is dit een belangrijkpunt in verband met vervuiling van het grondwater en dient derhalve gewoon onderzocht te worden als milieueffect. Generieke bepalingen De stikstofbeperkende maatregelen zijn al geregeld in andere generieke bepalingen en blijven daarmee buiten beschouwing van het planMer ten aanzien van mogelijke Pagina 42 van 42
Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving
eisen en variatie (komt wel als effect terug). Hetzelfde geldt voor de aanleg van windparken in rijkswateren. Leemten in kennis Voor enkele onderwerpen zijn er leemten in kennis, waardoor er onvoldoende informatie is over de effecten. Het gaat dan bijvoorbeeld om andere gezondheidseffecten zoals turbulentie in relatie tot verspreiding van fijn stof en radon, erosie van windturbines, elektromagnetische velden. Deze worden niet in het planMer onderzocht. Als hier in de toekomst nieuwe inzichten zijn, gaan we bekijken welke van de vier situaties aan de orde is en of een nationale regeling nodig is. Aspecten die mogelijk aan de orde komen in windturbinebepalingen De uitkomst is dat de volgende aspecten aan de orde kunnen komen in de windturbinebepalingen: • GEZONDHEID met de volgende aspecten: • gezondheidseffecten zoals turbulentie in relatie tot verspreiding van fijn stof en radon, erosie van windturbines, elektromagnetische velden. • Geluid • Lden als norm passend? • dB(A) of dB als bepalende factor • Tonaal laagfrequent geluid • Externe veiligheid • Slagschaduw (hiervoor loopt ook nog onderzoek dat tot nieuwe normstelling aanleiding kan geven) • Lichtschittering • Obstakelverlichting • Archeologie • Geluidscontouren referentiewindturbine versus praktijk versus gezondheid
Zienswijze (5.1) Het kan niet zo zijn dat het thema gezondheid slechts alleen wordt onderzocht op basis van geluid. Gezondheidseffecten als gevolg van turbulentie in relatie tot verspreiding van fijnstof en radon, erosie van windturbines, elektromagnetische velden en slagschaduw zijn eveneens situaties die effect hebben op de gezondheid. Dat dit nog niet is onderzocht mag geen reden zijn om dit niet te onderzoeken in de planMer! De SMB-richtlijn en het Verdrag van Aarhus zijn hier heel duidelijk over. Het betreft milieu-informatie en dient onderzocht te worden in de planMer. De in de opsomming rode tekst dient te worden opgenomen in de NRD als onderzoeksgebied. De reden waarom is eerder naar voren gekomen in de zienswijze bij afzonderlijke punten 5.2
Relevante alternatieven en varianten voor windturbinebepalingen
In november 2021 zijn enkele expertsessies georganiseerd op rijksniveau met betrokkenen van verschillende departementen en enkele externe experts. Hieruit komt een voorlopig beeld naar voren van voor het planMer relevante en irrelevante bepalingen22, alsook van de alternatieven en varianten voor deze bepalingen die onderzocht zouden kunnen worden. Voor het planMer zijn alleen die bepalingen relevant die een leefomgevingseffect met zich brengen (zie paragraaf 3.2 van deze NRD). Relevante bepalingen en in hoeverre er gevarieerd zal worden in het planMer zijn verbeeld in onderstaand schema. In de leeswijzer onder 1.3 is een definitie van ‘variant’ en ‘alternatief’ opgenomen.
Pagina 43 van 42
Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving
22
Denk bij irrelevante bepalingen aan administratieve en procedurele voorschriften. In eerdere planMER’en voor beleid op
rijksniveau (zoals het planMer voor het Nationaal Water Programma 2022-2027) zijn administratieve en procedurele voornemens ook niet verder meegenomen, maar er in een vroeg stadium uit ‘gezeefd’.
figuur 15 Overzicht van de voor het planMer relevante onderdelen van de windturbinebepalingen ten opzichte van de referentiesituatie De windturbinebepalingen regelden primair vier aspecten: geluid, externe veiligheid, slagschaduw en lichtschittering. De overwegingen om hiervoor wel of niet alternatieven of varianten voor te stellen worden in de volgende paragrafen uiteen gezet.
Zienswijze Het staat er goed: regelden. Door de uitspraak van de RvS van 30 juni 2021 is het accent verschoven naar gezondheid. De opsomming van vier aspecten als te onderzoeken alternatief is daarom niet meer volledig en dient aangevuld te worden met het aspect gezondheid. Dit aspect betreft een zelfstandig element dat onderzocht en beoordeeld dient te worden in alle aspecten en niet alleen gekoppeld te worden aan het aspect geluid. Geluid is een onderdeel van het aspect gezondheid en niet andersom. Extra windturbinebepalingen? Voor overige milieuaspecten als natuur, landschap en cultuurhistorie ligt het niet voor de hand om algemene regels te stellen. Dit omdat locatie specifieke aspecten een dusdanig belangrijke rol spelen dat een regeling gebaseerd op individuele verhouding nauwelijks zin heeft (zie hiervoor paragraaf 5.1). 5.3
Alternatief ongewijzigde regels
Het Alternatief ongewijzigde regels in het planMer wordt gevormd door het uitgangspunt dat de windturbinebepalingen ongewijzigd terugkomen, dus zoals deze waren vóór de Delfzijl-uitspraak van de Afdeling.23 De belangrijkste windturbinebepalingen die voorheen voor windparken van toepassing waren bevatten de volgende normstellingen: Pagina 44 van 42
Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving
1. 2.
een maximale geluidbelasting van 47 dB Lden en 41 dB Lnight; voor externe veiligheid een plaatsgebonden risico toestaan van ten hoogste 10-5 voor beperkt kwetsbare objecten en 10-6 voor kwetsbare objecten;
Dit betreft de windturbinebepalingen van paragraaf 3.2.3 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en paragraaf 3.2.3 van de Activiteitenregeling milieubeheer. 23
3.
slagschaduw voor maximaal 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten.
Zienswijze Alternatief ongewijzigde regels De huidige normen zijn buitenwerking gesteld en in de praktijk blijken deze voor windturbinegeluid en hinder niet te voldoen. Zie eerdere opmerkingen in de gegeven zienswijze maar ook onderbouwd door het RIVM rapport met kenmerk 680300007 dat zegt: ‘In het onderhavige onderzoek wordt het laagfrequente deel van het spectrum nader onderzocht en vergeleken met de NSG-richtlijn en de Vercammencurve voor laagfrequent geluid. Deze controle is nodig omdat de Lden (die uitgaat van A-gewogen geluid) bij eventuele sterke laagfrequente componenten geen bruikbare indicatie voor de hinder is’. Juist de hinder heeft effect op gezondheid en gezondheid dient centraal te staan, simpel omdat het Unierecht dit vereist. Deze component ontbreekt in zijn geheel als relevant onderdeel in deze NRD terwijl het een essentieel vereiste is conform de SMB-richtlijn en Unierecht. Afwijkingsbevoegdheid : Onder Trechtering van type windturbinebepalingen is in de zienswijze hierop ingegaan, hoe lagere overheden kunnen afwijken van de wettelijke regeling die eerder getoetst is aan de SMB-richtlijn en conform het Unierecht is opgesteld. Hierop waren nog afwijkingsbevoegdheden mogelijk in het Activiteitenbesluit milieubeheer. 5.4
Varianten geluid
Ontwikkelingen en inzichten In het maatschappelijk debat over windenergie is over het aspect geluid de meeste discussie. Er zijn pleidooien voor een strengere norm. Tegelijkertijd zijn er ook pleidooien voor het behouden van voldoende ontwikkelruimte voor windenergie op land om de klimaatdoelen te halen met een evenwichtige energiebronnen mix. Ook is het onderliggende dosis-effectrelatie-onderzoek24 bijna 15 jaar oud en gebaseerd op toenmalige onderzoeken en windturbines. Conform de (voorwaardelijke) aanbeveling van de WHO is gekozen om in ieder geval een strengere geluidnorm van 45 dB Lden als variant te onderzoeken.
Zienswijze - De visie in deze NRD gaat steeds uit van het blijven hanteren van de Lden norm. Wanneer gesproken wordt over een strengere norm maar in Lden is nog steeds niet de vraag beantwoord of de Lden en de (A) factor in de dB(A) wel de juiste methodiek is. En of deze de gezondheid kan beschermen. Zie ook de eerder overgenomen opmerking daarover uit het RIVM rapport. Kortom voldoet de oude normen systematiek of dient deze in het kader van gezondheid en in het kader van de SMB-richtlijn en Unierecht verlaten te worden en een nieuwe meet – en rekenmethode speciaal geschikt voor windturbines te worden opgesteld. - Het planMer is strategisch van aard en wordt opgesteld voor structuurvisies en ruimtelijke plannen. Centraal staat de vraag ‘waarom deze ontwikkeling op deze locatie’ en worden verschillende alternatieve locaties tegen elkaar afgezet. In het kader van deze NRD betreft het een planMer voor een wettelijke regeling. Een andere invalshoek, die uit moet gaan van de toepasbaarheid van de wettelijke regeling die wordt beoordeeld of deze voldoet aan vereisten gesteld in de SMB richtlijn. Hier is geen sprake van het rekening moeten houden met het behouden van voldoende ontwikkelruimte voor windenergie op land om de klimaatdoelen te halen met een evenwichtige energiebronnen mix. Pagina 45 van 42
Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving
Daarnaast is er maatschappelijke discussie over laagfrequent geluid (LFG). Laagfrequent geluid betreft geluidemissie in het spectrum beneden de circa 100 Hz (laagfrequent). Beneden de 20 Hz wordt gesproken van infrasoon geluid. Regelmatig wordt daarbij verwezen naar de aanvullende LFG-norm die in Denemarken wordt gehanteerd en betrekking heeft op het binnenshuis optredende geluid. Deze norm biedt echter alleen een aanvullende bescherming ten opzichte van een norm op de buitengevel indien het aandeel LFG in het aanwezige geluidspectrum relatief erg groot is, gevelwering zeer slecht, of de totale geluidbelasting relatief hoog. Uit onderzoek25 blijkt echter dat het aandeel laagfrequent geluid in de totale geluidemissie van windturbines niet anders is dan bij andere alledaagse geluidbronnen. In de praktijk wordt ook vrijwel altijd voldaan aan de Deense norm, bij een maximale geluidbelasting van Lden 47 dB. Om het aspect LFG mee te nemen in het planMer zullen we hiervoor in een gevoeligheidsanalyse26 onderzoeken wat de meerwaarde kan zijn van een aanvullend criterium ‘binnen geluidwaarde’, uitgaande van een bandbreedte in gevelwering (voor nadere toelichting zie de eerste bullet van ‘mogelijke subvarianten’ in onderstaande tekst).
Zienswijze Zoals in het rapport Moller en in onderzoeken van de DCMR naar voren komt, verschilt de praktijk van geluidscontouren duidelijk met wat door rekenmodellen wordt berekend achter de tekentafel. Om zeker te weten waar je het over (gaat) hebben is veldonderzoek noodzakelijk. Alleen op deze wijze wordt de praktijk het dichts benaderd en kan er gefundeerd beleidsadviezen uit voortkomen voor het nemen van bestuurlijke besluiten. Door zich alleen te verlaten op rekenmodellen wordt de plank maar al te vaak misgeslagen als het gaat om de effecten van windturbines op de omgeving en gezondheid wanneer een windpark daadwerkelijk is gerealiseerd. In bijzondere gevallen kan sprake zijn van tonaal LFG, wat kan zorgen voor een hinderlijke bromtoon. In de bekende gevallen wordt het veroorzaakt door een defect aan de windturbine. Het is echter geen algemeen kenmerk van windturbinegeluid. Op dit moment is hiervoor echter nog geen goede meet- en rekenmethodiek beschikbaar.
Zienswijze De hinderlijke bromtoon is geen algemeen kenmerk van windturbine geluid wordt in deze NRD gesteld. Opvallend is dat bij de meeste windparken die nu gerealiseerd worden met de allerhoogste windturbines er nagenoeg standaard sprake is van een hinderlijke bromtoon. De bijzonderheid uit het verleden wordt nu standaard. Omdat een goede meet- en rekenmethodiek ontbreekt, om deze hinder te voorkomen, is er geen oplossing. Het kan niet zo zijn dat het plaatsen van windturbines voor gaat op het kennelijk opzettelijk toebrengen van extra hinder in de vorm van een hinderlijke bromtoon zonder deze af te wegen tegen de vereisten gesteld in de SMB richtlijn en het aspect gezondheid. Conclusie Dit leidt tot de conclusie dat zolang er sprake kan zijn van een hinderlijke bromtoon, waarbij geen oplossing voor handen is om deze te meten en te berekenen, deze belasting voor omwonenden en het effect op hun gezondheid dient te worden beoordeeld en afgewogen in de NRD/ planMer met de vraag of deze activiteit dan wel door kan gaan.
Mede gelet op het vereiste voorzorgsprincipe dat voorschrijft dat wanneer er enige twijfel is over het effect van de beoogde activiteit op de gezondheid, deze niet uitgevoerd kan worden Voor het aspect tonaal LFG wordt daarom eveneens in een gevoeligheidsanalyse in het planMer beschouwd of ter voorkoming hiervan een regel kan worden gesteld in het kader van beste beschikbare technieken (BBT) (voor nadere toelichting zie de tweede bullet van ‘mogelijke subvarianten’ in onderstaande tekst). Pagina 46 van 42
Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving
Relatie tussen de waarde van geluidsbelasting en een schadelijk effect. M. Reedijk, I. van Kamp, J. Hin, juli 2021: Factsheet gezondheidseffecten van windturbinegeluid, RIVM. 26 Een gevoeligheidsanalyse houdt in dit verband in dat voor een specifiek thema bekeken wordt wat een aanpassing/aanvulling van het alternatief of van de variant betekent voor enkele met dat thema samenhangende relevante beoordelingscriteria. 24 25
Voorstel voor één geluidvariant Voor geluidsnormering wordt voorgesteld één variant te onderzoeken ten opzichte van de referentiesituatie namelijk: Strengere normen voor geluid (stel 45 dB L den). Deze norm is gebaseerd op de WHO-norm. Hierbij is geen afzonderlijke Lnight norm van toepassing aangezien de WHO deze niet adviseert. Als gevolg van de strafcorrecties die worden toegepast in de berekeningen (5 dB in de avond en 10 dB in de nacht) levert een aanvullende Lnight norm alleen een betere bescherming op indien deze meer dan 6 dB strenger is dan de Lden norm. Oftewel, om aan een norm van 45 dB Lden te kunnen voldoen, zal het geluidniveau in de nacht automatisch 39 dB Lnight of lager moeten zijn
Zienswijze Het voorstel is om eerst onderzoek te doen en dan pas te kiezen voor een passende norm. Nu wordt op voorhand al gekozen voor een norm, waarna de effecten van deze norm worden onderzocht qua geluidhinder. a. Hierdoor vallen alternatieven per definitie al af b. Wordt zoals gebruikelijk naar deze gekozen norm toe geredeneerd. Simpel omdat deze norm onderzocht wordt en daardoor centraal staat. Hierdoor is de NRD niet objectief en staan niet alle mogelijkheden open. In feite dient er eerst veldonderzoek gedaan te worden naar gezondheid en geluidshinder (zoals bij de flora en fauna beoordeling) en dient daarna nagedacht te worden hoe hier mee om te gaan en welke norm passend is om het effect op de gezondheid zo klein mogelijk te houden al dan niet te reduceren naar nul. Dat deze voorgestelde geluidvariant wederom in het ongewenste Lden is, is eerder in de zienswijze voldoende aan de orde gesteld en staat daarbij ter discussie of deze Lden als norm systematiek gehanteerd kan worden bij het zeer specifieke geluid dat windturbines voorbrengen. Door er nu direct voor te kiezen wordt een bekende weg ingeslagen, die in de praktijk tot veel negatieve effecten op de leefomgeving en vooral gezondheid leidt. Er dient op dit punt innovatiever opgetreden te worden in deze NRD, om te kunnen voldoen aan het gestelde in de SMB-richtlijn.
Mogelijke subvarianten Voor de volgende aspecten wordt voorgesteld om hierop in te gaan in een gevoeligheidsanalyse voor subvarianten. Voorgesteld wordt hiervoor geen varianten te onderzoeken, aangezien dit sub-aspecten zijn binnen de context van een bepaalde variant op de totale geluidnorm: Binnennormen en LFG: Veelal wordt een binnennorm van 25dB Lnight en 33 dB • Lden als aanvaardbaar woon- en leefklimaat gehanteerd.27 Of aan de binnennorm voldaan wordt is onder andere afhankelijk van de gevelisolatie. In de gevoeligheidsanalyse onderzoeken we welke gevolgen een bepaalde geluidbelasting buitenshuis voor het binnen geluidniveau betekent en of aanvullende regels of maatregelen nodig zijn om een aanvaardbaar niveau te behouden. Hierbij wordt specifiek aandacht besteed aan laagfrequent geluid.
Zienswijze Rapport Moller kan op dit punt een aanvulling leveren wanneer het gaat om gevoeligheidsanalyses. Zelfs binnen een woning kan het LFg zich nog manifesteren opeen bepaalde plek in het huis. LFg gedraagt zich zeer specifiek en is bij windturbines ook afhankelijk van de wind en de stand van de wieken en rotor. De vraag is of aan de hand van een gevoeligheidsanalyse, een berekening volgens een model, de praktijk kan worden benaderd. Ook hier wordt veldonderzoek en analyse nagenoeg een vereiste. •
(Tonaal) laagfrequent geluid: Het is belangrijk onderscheid te maken tussen laagfrequent geluid en tonaal laagfrequent geluid. Het vertalen van tonaal LFG naar normen kan door middel van spectraal meten (in FFT). Tonaal geluid is Pagina 47 van 42
Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving
(in bepaalde mate) aanwezig óf is niet aanwezig. Hierbij is wel speling in de norm (kritische bandbreedte methode). Bij windturbines kunnen aanvullend op het planMer de ISO-normen gehanteerd worden. In de gevoeligheidsanalyse onderzoeken we of het mogelijk is om in de algemene regels technische randvoorwaarden te formuleren die ervoor zorgen dat er geen tonaal LFG wordt geproduceerd. Het monitoren van het geproduceerde geluid kan eventueel tonaal LFG vroegtijdig signaleren. Hierop kan vervolgens gehandhaafd worden.
Zienswijze Handhaving vraagt om duidelijke regels. Reden dat er thans bij regelmaat niet gehandhaafd kan worden is de gehanteerde Lden norm, doordat geluidspieken binnen een bandbreedte vallen van een jaargemiddelde. Overlast is daardoor gelegitimeerd. De vraag is of aan de hand van een gevoeligheidsanalyse, een berekening volgens een model, de praktijk met het stellen van algemene regels kan worden benaderd. Ook hier wordt veldonderzoek- en analyse nagenoeg een vereiste. Bovendien vindt handhaving in de regel plaats op basis van klachten. Handhaving is repressie en vindt dus altijd achteraf plaats. Wanneer geluidshinder en gezondheid elkaar raken is er dus al mogelijk schade veroorzaakt. Op dit punt komt wederom het voorzorgprincipe om de hoek kijken en de vereisten vanuit de SMB-richtlijn dat e.a. wetenschappelijk aangetoond dient te zijn dat er geen verslechtering van de leefomstandigheden en in het bijzonder van de gezondheid mogen optreden. Kortom er wordt geen rekening gehouden met het effect op de gezondheid en het voorzorgsprincipe. Bij twijfel kan de activiteit niet worden uitgevoerd. •
Tot slot zal in de gevoeligheidsanalyse worden ingegaan op de mogelijkheden en gevolgen van het differentiëren van normen tussen stedelijke en landelijke gebieden. Hierbij wordt specifiek ingegaan op de vraag of die differentiatie aan de orde zou moeten zijn en wat dit betekent voor een mogelijke normstelling.
Geen varianten Voorgesteld wordt om op onderstaande geluid gerelateerde onderwerp geen varianten te onderzoeken in het planMer: Er komt geen soepelere geluidnorm (van meer dan 47 dB Lden), aangezien er • geen gemotiveerde aanwijzingen zijn dat de normstelling uit het Activiteitenbesluit te streng zou zijn. LAmax wordt vooral toegepast bij industrielawaai (bijvoorbeeld een heistelling), • waarbij kortstondige hoge piekbelastingen kunnen optreden. Bij windturbines treedt de ‘piek’ als die al van toepassing is, op bij het passeren van het blad langs de mast. Deze pieken zijn echter niet vergelijkbaar (kortstondig, veel minder hoog, etc.). Uit eerdere studies komt vooral naar voren dat het karakter van windturbinegeluid (whoesj) als hinderlijk wordt ervaren, niet de
Zienswijze: 47 dB Lden is een norm waarbij windturbines op 300 meter van een woning gezet kunnen worden. Een versoepeling van deze norm zou een ernstige aantasting zijn van de leefomgeving. Dat er geen gemotiveerde aanwijzingen zijn dat de normstelling uit het Activiteitenbesluit te streng zouden zijn duidt eerder op een gekozen perspectief vanuit het mogelijk maken van plaatsen van windturbines. Een verkeerd perspectief. Het uitgangspunt moet en blijft de vereisten uit de SMB-richtlijn en het aspect gezondheid! 27
GGD-richtlijn medische milieukunde: omgevingsgeluid en gezondheid, RIVM, 2019; Rapport 2019-0177
pieken/luidheid ervan. Daarom lijkt LAmax geen logische normsystematiek voor windturbines. 5.5
Varianten externe veiligheid
Ontwikkelingen en inzichten Voor externe veiligheid (EV) waren normen voor windturbines voor het plaatsgebonden risico (PR) voor kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten vastgelegd in het voorheen van toepassing zijnde Activiteitenbesluit milieubeheer: een PR 10-6 contour waarbinnen geen kwetsbare objecten mogen liggen en een PR Pagina 48 van 42
Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving
10-5 contour waarbinnen geen beperkt kwetsbare objecten mogen liggen. Voor risicovolle activiteiten met gevaarlijke stoffen werd vóór het stellen van normen al gewerkt met een systematiek op basis van het plaatsgebonden risico. Voor het stellen van normen voor windturbines is deze systematiek ook toepasbaar gebleken. Wel is voor externe veiligheid behoefte om twee varianten op de normen te onderzoeken binnen de PR-benadering. Het opnemen van varianten heeft als doel om voor te sorteren op integratie van toekomstig beleid en om beter aan te sluiten bij de risicobeoordeling van andere risicovolle installaties. Het gaat hierbij enerzijds om het hanteren van een standaardwaarde voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties en anderzijds om de beoordeling van domino-effecten van windturbines nabij andere risicovolle activiteiten. Twee varianten voor externe veiligheid Voor externe veiligheid worden twee varianten onderzocht in het MER. Variant 1: Grenswaarde PR 10-5 voor beperkt kwetsbare objecten wijzigen in richtwaarde/ standaardwaarde 10-6. Deze variant sluit aan bij het overige externe veiligheidsbeleid. Variant 2: Windturbines nabij risicovolle bedrijven mogen er niet toe leiden dat de PR 10-6 contour van het risicovolle bedrijven over kwetsbare objecten komt te liggen.
Zienswijze (herhaling 4.2) Hoewel externe veiligheid uitgaat van groepsrisico en dodelijke slachtoffers bij plaatsgebonden risico’s dient ook rekening gehouden te worden met andere calamiteiten, die meer thuis horen in de crisisbeheersing maar toch ook aandacht verdienen als te onderzoeken alternatief in deze NRD. Het betreft het fenomeen ZOG-werking: Als eerste betreft het een voorbeeld van een incident met gevaarlijke stoffen. Hier zijn in inmiddels een aantal voorbeelden van. - In Limburg ontstaat een brand waar asbest bij vrijkomt. De wind staat richting de in werking zijnde windturbines en het effect gebied verspreiding asbest wordt daardoor ernstig vergroot en oncontroleerbaar voor de hulpdiensten en de gemeente. Een dergelijk incident heeft zich ook voor gedaan bij een scheepsbrand in de buurt van windturbines. Andere voorbeelden: - Tata Steel staat momenteel vanwege de uitstoot volop in de belangstelling, maar ook het gebied de Botlek kenmerkt zich door een bepaalde uitstoot die ver reikt tot in het Ruhrgebied. Ook daar is sprake van geplaatste of te plaatsen windturbines. - Een dergelijk iets doet zich ook voor wanneer het fijnstof en waterdamp betreft.
Omdat een planMer gaat over het afwegen van alternatieven en milieueffecten dient de omgeving met (extra) verspreiding van (gevaarlijke) stoffen en het effect daarvan op de volksgezondheid in overleg met de Veiligheidsregio(s) meegenomen te worden. De afweging kan daardoor zeer locatie specifiek zijn, maar een planMer moet hier wel de kaders voor bieden. Door de verspreiding van fijnstof etc. mee te nemen in de referentiesituatie en daarna mee te nemen in de alternatieve en planMer, wordt de NRD meer toekomstbestendig en kunnen zaken ook in de toekomst beter tegen elkaar worden afgewogen. Geen varianten In het planMer wordt geen variant onderzocht met een strengere (hogere) grenswaarde voor (beperkt) kwetsbare objecten. Dit wordt niet als realistische variant beschouwd, omdat dit te sterk zou afwijken van het basisbeschermingsniveau in de overige EV-regelgeving.
Pagina 49 van 42
Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving
5.6
Methodiek slagschaduw
Ontwikkelingen en inzichten Voor slagschaduw geldt dat er onduidelijkheid is over de toepassing van de windturbinebepalingen. Deze zijn niet eenduidig, een technisch heldere meet- en rekenopzet ontbreekt (voor geluid is dat wél beschikbaar). Voor slagschaduw leidt dat tot verschillende interpretaties en aanpakken. Ook is geen motivering (bijvoorbeeld via dosis-effectrelatie) van de huidige normen opgenomen. De motivering van de normen kan gevonden worden in onderzoek dat in 1999 in Duitsland is verricht. Hieruit blijkt dat omwonenden van windturbines die een netto slagschaduwduur van meer dan 15 uur per jaar ervaren een hogere mate van dagelijkse hinder ervaren in hun leefomgeving. Herhaaldelijke of langdurige blootstelling hieraan kan bovendien leiden tot stress en concentratieverlies. Onderzoekers van de Universiteit van Kiel vonden in dezelfde laboratoriumstudie een duidelijke relatie tussen blootstellingsduur aan slagschaduw en de ervaren hinder voor de testpersonen. Uit het laboratoriumonderzoek komt specifiek naar voren dat in de eerste 20 minuten dat contrastrijke slagschaduw optreedt een fysieke reactie optreedt, die bij langere blootstelling daarna door het lichaam wordt gecompenseerd. De onderzoekers hebben aanbevolen de slagschaduwduur te beperken om effecten op langere termijn te voorkomen vanwege de energie die deze compensatie kost.
Zienswijze Een technisch heldere meet- en rekenopzet ontbreekt, geen motivering (bijvoorbeeld via dosiseffectrelatie) van de huidige normen opgenomen, een hogere mate van dagelijkse hinder ervaren in hun leefomgeving > een opsomming van delen uit de voorgaande tekst. Wanneer deze slagschaduw getoetst wordt aan de vereiste gesteld in de SMB richtlijn en het aspect gezondheid daarbij centraal wordt gesteld, is slechts één conclusie mogelijk. In het planMer dient op basis van deze gegevens gesteld te worden dat er geen blootstelling aan slagschaduw mag zijn. Verduidelijking methodiek, geen varianten De voormalige windturbinebepalingen waren voor slagschaduw: het toestaan tot maximaal 17 dagen per jaar meer dan 20 minuten per dag. Dit werd in de praktijk meestal vertaald naar maximaal 6 uur per jaar voor slagschaduwgevoelige objecten. In de praktijk zijn mitigerende maatregelen toepasbaar om slagschaduw te beperken. Voor nu zijn er in deze NRD geen varianten toegevoegd op het gebied van slagschaduw omdat hier mitigerende maatregelen worden gehanteerd. Wel zal het planMer een duidelijke instructie geven hoe om te gaan met deze norm. 5.7
Technisch voorkomen van lichtschittering
Ontwikkelingen en inzichten Lichtschittering wil zeggen dat gladde en glimmende oppervlakken (bijvoorbeeld glas, maar ook geschilderde oppervlakken) invallend zonlicht kunnen reflecteren. Wanneer dit licht bij de ontvanger aankomt, kan dit een hinderlijk (verblindend) effect hebben of tot gevaarlijke situaties leiden, bijvoorbeeld voor wegverkeer. Dit effect kan eenvoudig worden voorkomen door de betreffende objecten en oppervlakken te voorzien van een anti-reflecterende coating of gebruik te maken van niet reflecterende materialen. Voor windturbines is dit standaardpraktijk en wordt dit geborgd door reflectiewaarden te controleren via de certificering en de NEN-EN-ISO 2813 of een daaraan ten minste gelijkwaardige meetmethode. Geen varianten Er is daarmee geen noodzaak tot het opnemen van nadere voorschriften of normen, anders dan hierboven beschreven om gevolgen van lichtschittering te beperken. In dit planMer worden daarom geen varianten opgenomen op het gebied van lichtschittering.
Pagina 50 van 42
Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving
5.8
Onderzoek afstandsnormen
Op dit moment wordt een onderzoek uitgevoerd naar de effecten van verschillende afstandsnormen op de gezondheid en leefkwaliteit. 28 Het doel van het onderzoek is om de effecten – alsmede de voor- en nadelen met het oog op milieubescherming – van verschillende normen voor een minimale afstand van windturbines tot omliggende woningen in beeld te brengen. Dat onderzoek raakt meerdere onderwerpen, zoals geluid, externe veiligheid, slagschaduw en ruimtelijke ordening. Op dit moment is nog niet bekend wat de uitkomsten zijn van dit onderzoek. Indien relevant kan dit worden opgenomen in de vorm van varianten in het planMer.
Zienswijze Ook hier geldt dat de kern van het onderzoek zich moet richten op het voldoen aan de vereiste gesteld in de SMB richtlijn en voornamelijk op het aspect gezondheid. Immers als deze onderzoeken zich daar niet of onvoldoende op richten en de NRD wel conclusies gaat verbinden aan deze onderzoeken, is het risico aanwezig dat deze conclusies niet SMB richtlijn proof zijn. Vooralsnog kan geconstateerd worden dat in de opsomming wederom het aspect van gezondheid niet wordt meegenomen. Voor uitvoering onderzoek motie Erkens/Leijten, ziehttps://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/11/22/antwoorden -kamervragen-over-uitvoering-motie-onderzoek-afstandsnormen-windmolens-op-lan 28
5.9
Voorkeursalternatief
Zoals eerder beschreven is het opstellen van de windturbinebepalingen een parallel verlopend, iteratief en interactief proces met het opstellen van het planMer. Het planMer levert de milieu-informatie bij de ontwerp windturbinebepalingen. Zo mogelijk bevat het planMer een voorkeursalternatief (VKA) met zijn effecten.
Zienswijze Procedures naast elkaar niet toegestaan Deze NRD maakt één en andermaal duidelijk dat er bij het uitvoeren van deze planMer geen sprake zal zijn van enige afstand tussen onderzoekers en opdrachtgever. Op meerdere plaatsen – zie met name p. 11 – wordt aangegeven dat het uitvoeren van de planMer gelijk op zal gaan met het ontwikkelen van de nieuwe windturbinebepalingen. Er zal voortdurend overleg zijn tussen het team dat de m.e.r. uitvoert en het team dat de nieuwe wettelijke regeling gaat opstellen. Die gang van zaken lijkt manifest in strijd met de essentie van de hele m.e.r.-procedure die immers gebaseerd is op één cruciaal uitgangspunt: eerst informeren en dan pas beslissen. Dat is ook wat artikel 3:2 AWB eist, wat de Wet Milieubeheer eist en wat – last but not least – de SMB richtlijn eist. Een m.e.r. uitvoeren in directe interactie met de beleidsmakers is een contradictio in terminis.
Pagina 51 van 42
Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving
6 Te onderzoeken leefomgevingseffecten
6.1
Aanpak en methodiek
Schaalniveau, plan- en studiegebied Windturbinebepalingen zijn bedoeld om op rijksniveau leefomgevingsregels te stellen voor de plaatsing en exploitatie van windparken in Nederland. De effecten zijn nationaal en worden dan ook op nationaal schaalniveau bepaald. Nederland als geheel is het plangebied én studiegebied in het op te stellen planMer.
Zienswijze Ruimtelijk beleid is het afgelopen decennium benaderd als incident gestuurd managementprobleem in plaats van veelomvattende en permanente opdracht in nationaal belang. Besluiten op rijksniveau worden als projecten neergelegd bij provincies, regio’s en gemeenten (Lelystad, A27), het zoeken naar oplossingen wordt uitbesteed (klimaattafels, locatiekeuze windmolenparken). Maar een alomvattend nationaal ruimtelijk beleid ontbreekt. (Bron: Trouw - socioloog Christine Sijbesma en planoloog Herman Weelink ) Hierdoor kan in deze NRD niet gesteld worden dat het grootste effect nationaal ligt. Immers ook de nog in te voeren Omgevingswet tracht problemen decentraal neer te leggen bij provincies en gemeenten. Het effect van windparken ligt veel meer bij de provincies en gemeenten en niet te vergeten bij hun inwoners. Bovendien is de trend zichtbaar dat na de uitspraak van de RvS ruimte wordt geboden om via het bestemmingsplan eigen normen op te stellen voor de bouw van windturbines. Provincies zijn in samenwerking met gemeenten hier al druk mee bezig. Zij lopen daarmee vooruit op het resultaat van de toetsing van de wettelijke regeling. De vraag is of het schaalniveau bij het ontbreken van een nationaal ruimtelijk beleid daarom klopt en of landelijke normen passend kunnen zijn voor alle lokaal te plaatsen windturbines.
Immers de leefomgeving in omgeving Rotterdam is wezenlijk anders in vergelijking met die op de Veluwe of de Noordzee. Anderzijds is doordat windturbines steeds hoger worden en daardoor op zeer grote afstand zichtbaar zijn een nationaal ruimtelijk beleid naast deze NRD/planMER zeer wenselijk. Windturbines staan minimaal 20 jaar of worden na die termijn vervangen door andere meestal hogere exemplaren. Een goede nationale beleidsafweging over waar ruimte is voor windenergie zou zeer wenselijk zijn. Leefomgevingseffecten: detailniveau PlanMER’en voor windenergie zijn vooral gericht op het in beeld brengen van de leefomgevingseffecten van locaties waar windenergieprojecten toegestaan kunnen worden (in de toekomst). In het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving zal dat niet in detail beschikbaar komen, omdat de windturbinebepalingen immers geen locatiekeuzes bevatten. Wel zal passend bij het schaalniveau gepoogd worden om een effecteninschatting te geven.
Zienswijze Ook hier geldt dat alle bestuursorganen en rechtscolleges het voorzorgsprincipe voor de gezondheid van de mens dienen te plaatsen in het hart van de besluitvorming. Dit geldt niet alleen met betrekking tot windturbineparken maar ook bij alle andere beslissingen in de energietransitie waarbij volgens de normstelling van de EU sprake is van aanzienlijke milieugevolgen. Op grond van de normstelling van de EU dient vooraf aan de besluitvorming door onderzoek met wetenschappelijke zekerheid vast komen te staan, dat het bestaande beschermingsniveau voor een gebied niet zal worden aangetast door de voorgenomen plannen. Het nalaten van dit onderzoek zet de deur open voor alle regio’s en gemeenten om de blootstelling van bewoners aan gezondheidsrisico’s verder te vergroten. Het doen van Pagina 52 van 42
Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving
onderzoek dat voldoet aan de EU-normen is noodzakelijk om de gezondheidsrisico’s uit te sluiten en het voorzorgsprincipe in te vullen. De noodzaak hiertoe is ook actueel in de besluitvorming in het kader van het vervolg op deze NRD. Er is onvoldoende getracht gezondheidsrisico’s op voorhand uit te sluiten. Met de opmerking dat passend bij het schaalniveau gepoogd zal worden om een effecteninschatting te geven is onvoldoende getracht gezondheidsrisico’s op voorhand uit te sluiten.
Beschikbare informatie, beoordeling Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van kwantitatieve gegevens. De beoordeling zal kwalitatief, op basis van expert judgement worden uitgevoerd. De beoordeling wordt per thema (zie tabel 1) gedaan met behulp van kaarten en een korte kwalitatieve beschrijving. Dit kaartmateriaal is gebaseerd op thema-informatie op nationaal niveau (bijvoorbeeld de ligging van werelderfgoed). Waar nodig wordt dit aangevuld met informatie uit afgeronde provinciale omgevingsvisies, RESstudies, bijbehorende MER-studies en afgeronde MER-studies voor afzonderlijke windparken. Voorwaarde hierbij is dat het materiaal bruikbaar is (lees de informatie vergelijkbaar is) voor de beoordeling in het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving.
Zienswijze (herhaling) Ook hier geldt dat alle bestuursorganen en rechtscolleges het voorzorgsprincipe voor de gezondheid van de mens dienen te plaatsen in het hart van de besluitvorming. Dit geldt niet alleen met betrekking tot windturbineparken maar ook bij alle andere beslissingen in de energietransitie waarbij volgens de normstelling van de EU sprake is van aanzienlijke milieugevolgen. Op grond van de normstelling van de EU dient vooraf aan de besluitvorming door onderzoek met wetenschappelijke zekerheid vast komen te staan, dat het bestaande beschermingsniveau voor een gebied niet zal worden aangetast door de voorgenomen plannen. Het nalaten van dit onderzoek zet de deur open voor alle regio’s en gemeenten om de blootstelling van bewoners aan gezondheidsrisico’s verder te vergroten. Het doen van onderzoek dat voldoet aan de EU-normen is noodzakelijk om de gezondheidsrisico’s uit te sluiten en het voorzorgsprincipe in te vullen. De noodzaak hiertoe is ook actueel in de besluitvorming in het kader van het vervolg op deze NRD. De basis extra judgement betreft een juridische invalshoek. De SMB-richtlijn gaat daar niet vanuit. De informatie dient door onderzoek met wetenschappelijke zekerheid verkregen te zijn.
Als het accent daarop ligt bij de basis van extra judgement dan is dat goed, maar helaas legt deze NRD kennelijk het accent op het extra judgement in plaats van de wetenschappelijke zekerheid van de informatie waarop besluiten ten aanzien van gezondheidsrisico’s genomen dienen te worden. Op deze manier wordt onvoldoende getracht gezondheidsrisico’s op voorhand uit te sluiten. Leemten in kennis en monitoring Mogelijke leemten in kennis en aanbevelingen voor monitoring zullen nader worden uitgewerkt in het planMer.
Zienswijze Bovenstaande kan opnieuw herhaald worden, omdat dit ook geldt voor gezondheid als zelfstandig aspect wanneer het mogelijke leemtes in kennis en aanbevelingen betreft. 5-puntschaal De toekenning van scores wordt kwalitatief uitgedrukt ten opzichte van de referentiesituatie met een 5-puntschaal. In het planMer wordt per thema uitgewerkt wat de punten op de schaal betekenen. ++ + 0 --
Positief effect Beperkt positief effect Nagenoeg geen effect Beperkt negatief effect Negatief effect
Pagina 53 van 42
Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving
Zienswijze Ten overvloede: De buitenwerking gestelde normen dienen planMer getoetst te worden. Zonder deze normen is het verlenen van omgevingsvergunningen voor de bouw van windturbines niet mogelijk. Zijn er wel planMer getoetste normen die daarbij volledig voldoen aan de SMB-richtlijn en waar dus het effect van windturbines op de gezondheid voldoende wetenschappelijk is onderzocht, dan is de basis gelegd voor toetsing om een gedegen bestuurlijk besluit te nemen of een omgevingsvergunning wel of niet verleend kan worden. De beschrijving van de referentiesituatie dient dan ook overeenkomstig de vereisten gesteld in de SMB richtlijn plaats te vinden. Zo wordt de situatie (uw planning 2030-2050) na de toetsing vergelijkbaar met die van er voor. Op dit moment is dit met de NRD niet het geval. De vereisten van de SMB richtlijn zijn niet expliciet vermeld en ook is de NRD niet rondom deze vereiste beschreven. Hierdoor zal in de toekomst geen vergelijking mogelijk zijn tussen de in deze NRD beschreven referentiesituatie en de situatie na toetsing van de wettelijke regeling. 6.2
Thema’s en beoordelingscriteria29
Relevante thema’s en beoordelingscriteria voor het planMer 29
De thema’s en criteria zijn geïnspireerd op die van het planMer Structuurvisie Wind op land
Zienswijze Eerder is het belang aangegeven om de NRD niet te beperken tot wind op land, maar ook de Noordzee te betrekken. Wanneer hier gehoor aan wordt gegeven is de vraag of de thema’s en criteria van het planMer Structuurvisie Wind op land voldoende zijn. https://www.commissiemer.nl/docs/mer/p26/p2636/2636-131planmer_aanv.pdf.
In tabel 1 is een selectie weergegeven van de relevante thema’s en beoordelingscriteria. Dit zijn die criteria waarbij de invulling van de windturbinebepalingen van invloed kan zijn op mogelijke effecten. In de in hoofdstuk 5 genoemde gevoeligheidsanalyses wordt per subvariant een gemotiveerde selectie van criteria behandeld. tabel 1 Effectbeoordelingskader: thema's, beoordelingscriteria en indicatie van het bronmateriaal. Thema’s
Beoordelingscriteria
Indicatie bronnen beoordeling
Gezondheid (zie ook paragraaf 6.3)
Geluidhinder: invloed op het aantal geluidgehinderden op basis van het aantal geluidgevoelige gevoelige objecten. (Tonaal) laagfrequent geluid: dit nemen we niet voor alle varianten mee, maar passen we enkel toe op de technische subvarianten. Dit draagt bij om eventueel tot aanvullende (binnen)normen te komen Invloed op gevoelige gebouwen door slagschaduw. Risico voor (beperkt) kwetsbare objecten.
Gezondheidseffecten van windturbinegeluid (RIVM, 2020) Hinder door geluid van windturbines (TNO, 2008) Onderzoeksprogramma Laagfrequent geluid (LFG): Stand van zaken en aanbevelingen voor vervolgonderzoek (RIVM, 2021)
Slagschaduw Externe veiligheid
Landschap en cultuurhistorie
Domino-effecten: situaties waarbij een ongeval met een windturbine een domino-effect bij een andere risicovolle activiteit kan veroorzaken Effect op Nationale Landschappen. Effect op cultuurhistorie en Unesco Werelderfgoed.
BAG-bestand https://Risicokaart.nl https://Atlasleefomgeving.nl - veiligheid https://Risicokaart.nl
https://nationalelandschappen.nl/gebieden https://Atlasleefomgeving.nl werelderfgoed https://www.werelderfgoed.nl/
Pagina 54 van 42
Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving
Natuur
Effect op Natura 2000 (zie ook paragraaf 6.4).
Effect op NNN en nationale parken (met waarde voor vogels). Effect op trekvogels; verstoring van trekvogelroutes. Invloed op vleermuizen: verstoring van migratieroutes. Ruimtegebruik
Energietransitie
Kansen voor meervoudig ruimtegebruik langs infrastructuur, waterkeringen, op bedrijventerreinen, land- en tuinbouw. Ligging t.o.v. infrastructuur voor windenergie. Effect op recreatie en toerisme, glastuinbouw en visserij. De bijdrage aan de doelstelling van tenminste 35 terawattuur (TWh) hernieuwbare energie op land per jaar in 2030 (Klimaatakkoord) door het in kaart brengen van het potentieel aan windenergie.
https://www.natura2000.nl/gebieden WUR, 2018: Kwetsbare soorten voor energieinfrastructuur in Nederland https://Atlasleefomgeving.nl – Natuurnetwerk Nederland Sovon gevoeligheidskaart vogeltrek Bekende vaste migratieroutes (in ieder geval ruige dwergvleermuis) vooral in het najaar: Afsluitdijk, Houtribdijk, kuststrook. Dataset nationaal wegenbestand – (vaar)wegen https://Atlasleefomgeving.nl – spoorwegen, primaire waterkeringen LGN-kaart van Nederland Arcgis TenneT Webkaart hoogspanningsnet https://Ruimtelijkeplannen.nl Plaatsingspotentieel windturbines o.b.v. een standaard windturbine en onderlinge afstand. Vloeit voort uit de restruimte per variant en het verplicht mijden van beschermde functies en gebieden (denk aan woongebieden, hoogspanningsmasten, defensieradar).
Zienswijze gezondheid Het kan niet zo zijn dat het thema gezondheid slechts alleen wordt onderzocht op basis van geluid. Gezondheid dient een eigen zelfstandige categorie te zijn conform de vereisten in de SMB-richtlijn. Het kan niet zo zijn dat gezondheid wordt gereduceerd tot een effect van geluid dat onderzocht moet worden in de planMer. Daarmee maakt de planMer dat geluid als een zelfstandig thema wordt beschouwd, terwijl het zelfstandig aspect gezondheid zou moeten zijn. Gezondheidseffecten als gevolg van turbulentie in relatie tot verspreiding van fijnstof en radon, erosie van windturbines, elektromagnetische velden en slagschaduw zijn eveneens situaties die effect hebben op de gezondheid. Dat dit nog niet is onderzocht mag geen reden zijn om dit niet te onderzoeken in de planMer! De SMB-richtlijn en het Verdrag van Aarhus zijn hier heel duidelijk over. Het betreft milieu-informatie en dient onderzocht te worden in de planMer. De in de opsomming rode tekst dient minimaal te worden opgenomen in de NRD als onderzoeksgebied. De reden waarom is eerder naar voren gekomen in de zienswijze bij afzonderlijke punten.
Zienswijze externe veiligheid Hoewel externe veiligheid uitgaat van groepsrisico en dodelijke slachtoffers bij plaatsgebonden risico’s dient ook rekening gehouden te worden met andere calamiteiten, die meer thuis horen in de crisisbeheersing maar toch ook aandacht verdienen als te onderzoeken alternatief in deze NRD. Het betreft het fenomeen ZOG-werking: Als eerste betreft het een voorbeeld van een incident met gevaarlijke stoffen. Hier zijn in inmiddels een aantal voorbeelden van. - In Limburg ontstaat een brand waar asbest bij vrijkomt. De wind staat richting de in werking zijnde windturbines en het effect gebied verspreiding asbest wordt daardoor ernstig vergroot en oncontroleerbaar voor de hulpdiensten en de gemeente. Een dergelijk incident heeft zich ook voor gedaan bij een scheepsbrand in de buurt van windturbines. Andere voorbeelden: - Tata Steel staat momenteel vanwege de uitstoot volop in de belangstelling, maar ook het gebied de Botlek kenmerkt zich door een bepaalde uitstoot die ver reikt tot in het Ruhrgebied. Ook daar is sprake van geplaatste of te plaatsen windturbines. - Een dergelijk iets doet zich ook voor wanneer het fijnstof en waterdamp betreft.
Omdat een planMer gaat over het afwegen van alternatieven en milieueffecten dient de omgeving met (extra) verspreiding van (gevaarlijke) stoffen en het effect daarvan op de volksgezondheid in overleg met de Veiligheidsregio(s) meegenomen te worden. De afweging kan daardoor zeer locatie specifiek zijn, maar een planMer moet hier wel de kaders voor bieden. Door de verspreiding van fijnstof etc. mee te nemen in de referentiesituatie en daarna mee te nemen in de alternatieve en planMer, wordt de NRD meer toekomstbestendig en kunnen zaken ook Pagina 55 van 42
Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving
in de toekomst beter tegen elkaar worden afgewogen. Zienswijze Ruimtegebruik Ruimtelijk beleid is het afgelopen decennium benaderd als incident gestuurd managementprobleem in plaats van veelomvattende en permanente opdracht in nationaal belang. Besluiten op rijksniveau worden als projecten neergelegd bij provincies, regio’s en gemeenten (Lelystad, A27), het zoeken naar oplossingen wordt uitbesteed (klimaattafels, locatiekeuze windmolenparken). Maar een alomvattend nationaal ruimtelijk beleid ontbreekt. (Bron: Trouw - socioloog Christine Sijbesma en planoloog Herman Weelink ) Dat nu in deze tabel wordt verwezen naar kansen voor meervoudig gebruik, wat in veel visies inmiddels wordt gebruikt, vraagt eveneens om een integrale afweging. Door het gemis aan een Nationaal ruimtelijk beleid is de vraag of op dit punt in deze NRD/planMer de juiste afwegingen daarvoor gemaakt kunnen worden of dat niet eerst een nog op te stellen integrale visie windenergie op nationaal niveau als uitgangspunt genomen moet worden. Het is dan raadzaam om ook wind op zee daarin te betrekken. Niet relevant geachte beoordelingscriteria Een aantal criteria wordt niet meegenomen in het planMer. Dit vanwege onderstaande redenen in tabel 2: a. Effecten die lokaal optreden of die een gedetailleerd karakter hebben. b. Het criterium is wettelijk niet relevant. c.
Het criterium is niet onderscheidend en levert dus geen toegevoegde waarde. d. Er is geen sprake van een effect of het is niet aangetoond. tabel 2 Motivering voor het niet behandelen van beoordelingscriteria Beoordelingscriterium
Motivering om deze niet mee te nemen in planMer
Rode lijst-soorten Flora en Fauna Archeologie
a: Dit vraagt lokale detailinformatie. b: Rode lijst-soorten zijn niet beschermd. a: Mogelijke archeologische vondsten spelen lokaal. c: Archeologische vondsten zijn zo nodig ex situ veilig te stellen of in situ te behouden. d: In de praktijk is lichtschittering geen leefomgevingseffect meer omdat dit met coating oplosbaar is. Uitgangspunt is dat de algemene regel, via een best beschikbare techniek (BBT) voor lichtschittering van toepassing blijft. Als zodanig wordt dit criterium wel meegenomen in de scope van het project, maar heeft beoordeling op lichtschittering geen toegevoegde waarde. c: Radarbeperkingen vanuit defensie, laagvlieggebieden, straalpaden e.d. zijn onderdeel van de referentiesituatie (dus daar beschreven), maar ze leiden niet tot onderscheidende mogelijkheden voor windturbines.
Lichtschittering
Veiligheidsaspecten van andere activiteiten
6.3
Gezondheid
In de samenleving bestaan zorgen omtrent de gezondheidseffecten van windturbines. In deze paragraaf wordt uitgelegd wat de stand van kennis is over windturbines en gezondheid en op welke manier gezondheid wordt meegenomen in het planMer. Stand van kennis Er is door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en GGD’s informatie bijeengebracht over dit issue in het Expertisepunt Windenergie en Gezondheid. Het RIVM heeft alle wetenschappelijke literatuur tussen 2017 en 2020 over de gezondheidseffecten van het geluid van windturbines te geanalyseerd en geëvalueerd. Ook is door het RIVM een factsheet opgesteld met toegankelijke informatie.30
Pagina 56 van 42
Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving
Zienswijze Uit onderzoek van een journalist is gebleken dat de door het RIVM verzamelde materiaal op dit dossier, hoofdzakelijk bestaat uit onderzoeken die gefinancierd zijn vanuit de windindustrie. Daarbij is de vraag gerezen hoe onafhankelijk deze onderzoeken zijn. Kern is dat deze onderzoeken voornamelijk geschreven lijken te zijn om positief om te gaan met het plaatsen van windturbines en de plaatsing daarvan mogelijk te maken. Zo blijkt er ook ten gunste van de plaatsing van windenergie in een document opgesteld door Arcadis een berekening met 5 dB(A) verlaagd te zijn. Een zelfde onderzoek door een Duits bureau laat een hogere belastende waarde zien. (2021702 A WP N33 meting DW v1.0.pdf Akoestisch onderzoek Windpark Eekerpolder - D100425). Op grond van de normstelling van de EU dient vooraf aan de besluitvorming door onderzoek met wetenschappelijke zekerheid vast komen te staan, dat het bestaande beschermingsniveau voor een gebied niet zal worden aangetast door de voorgenomen plannen. Het nalaten van dit onderzoek zet de deur open voor alle regio’s en gemeenten om de blootstelling van bewoners aan gezondheidsrisico’s verder te vergroten. Het doen van onderzoek dat voldoet aan de EU-normen is noodzakelijk om de gezondheidsrisico’s uit te sluiten en het voorzorgsprincipe in te vullen.
De noodzaak hiertoe is ook actueel in de besluitvorming in het kader van het vervolg op deze NRD. Er is onvoldoende getracht gezondheidsrisico’s op voorhand uit te sluiten in de NRD en de onderzoeken van het RIVM dragen daar niet of onvoldoende aan bij. Er dient nieuw onderzoek en vooral veldonderzoek te worden gedaan naar gezondheidsrisico’s door windturbine. Zolang er geen wetenschappelijk onderzoek ligt is de leemte in kennis te groot om enig nadelig effect op de gezondheid te kunnen uitsluiten. De NRD dient daarop te worden aangepast en kan daardoor (nog) niet worden vastgesteld. De onderzoeken gaan met name in op de geluidseffecten op gezondheid. Daarvoor is het belangrijk om eerst in te gaan op hoe het geluid ontstaat en zich gedraagt.
Zienswijze gezondheid Het kan niet zo zijn dat het aspect gezondheid slechts alleen wordt onderzocht op basis van geluid. Gezondheid dient een eigen zelfstandige categorie te zijn conform de vereisten in de SMB-richtlijn. Het kan niet zo zijn dat gezondheid wordt gereduceerd tot een effect van geluid dat onderzocht moet worden in de planMer. Daarmee maakt de planMer dat geluid als zelfstandig thema wordt beschouwd, terwijl dit conform de SMB-richtlijn gezondheid als zelfstandig aspect zou moeten zijn. Gezondheidseffecten als gevolg van turbulentie in relatie tot verspreiding van fijnstof en radon, erosie van windturbines, elektromagnetische velden en slagschaduw zijn eveneens situaties die effect hebben op de gezondheid. Dat dit nog niet is onderzocht mag geen reden zijn om dit niet te onderzoeken in de planMer! De SMB-richtlijn en het Verdrag van Aarhus zijn hier heel duidelijk over. Het betreft milieu-informatie en dient onderzocht te worden in de planMer. Windturbines geven een combinatie van verschillende soorten geluid: • Achterrandgeluid van ongeveer 400 tot 2000 Hertz dat ontstaat door turbulentie bij de wieken. Het is vergelijkbaar met bandengeruis van autoverkeer.
Zienswijze Ten onrechte wordt het geluid van windturbines vergeleken met verkeerslawaai of spoorweg lawaai en dat is in het kader van SMB-richtlijn niet houdbaar en is niet aangetoond, buiten vooraf conveniërende veronderstellingen. Van het RIVM zijn drie recente publicaties beschikbaar, waarover nader contact geweest is voor uitleg over onderdelen van deze publicaties: - M. Reedijk, I. van Kamp, J. Hin, juli 2021: Factsheet gezondheidseffecten van windturbinegeluid, RIVM. - I. van Kamp | G.P. van den Berg, 2021: Gezondheidseffecten van windturbinegeluid, RIVMrapport 2020-0214. - Irene van Kamp & Frits van den Berg, 30 August 2021: Health Effects Related to Wind Turbine Sound: An Update; In: International Journal of Environmental Research and Public Health. 30
•
Instroomgeluid met frequenties tot ongeveer 200 Hertz doordat de wind het bladoppervlak treft. Dit geluid is ook ruisachtig, maar is meer laagfrequent en vergelijkbaar met motorgeluid van wegverkeer. Pagina 57 van 42
Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving
•
Verdringingsgeluid van ongeveer 1 tot 20 Hz (infrageluid) dat ontstaat door een plotselinge zijwaartse beweging van de wiek. Het gehoor is echter erg ongevoelig bij deze zeer lage frequenties.
figuur 16 Geluidfrequenties door windturbines. (bron: RIVM, juli 2021: Factsheet gezondheidseffecten van windturbinegeluid (Overgenomen van Pilot Kennisplatform Windenergie, 2015)).
Zienswijze zeer lage frequenties Zeer lage frequenties duidt op de aanwezigheid van LFg en trillingen. Door zich te beperken in de NRD tot de stelling dat het gehoor hier ongevoelig voor is, doet dat te kort aan het feit dat LFg wel degelijk effect heeft op het gehele lichaam. Immers LFg bestaat uit langere golven en heeft daardoor zwaardere trillingen die in staat zijn om elementen daardoor in trilling te brengen. Het is juist het geluid dat gevoeld wordt in plaats van gehoord. En juist dit geluid is zo schadelijk voor de gezondheid. Een bredere omschrijving en bijbehorend onderzoek in de NRD is hier op zijn plaats. Het niveau van het geluid neemt af met de afstand, hetgeen duidelijk blijkt uit figuur 17.
figuur 17 Schematische, indicatieve weergave windturbinegeluid in vergelijking met andere bronnen (bron: RIVM, juli 2021: Factsheet gezondheidseffecten van windturbinegeluid (Op basis van RVO, 2016 met toestemming)). Pagina 58 van 42
Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving
Uit de literatuurstudie van het RIVM blijkt een duidelijk verband tussen geluidhinder van windturbines en gezondheidseffecten. Geluidhinder kan via stressprocessen in het lichaam een negatieve invloed hebben op de gezondheid. Mensen ondervinden meer hinder naarmate het geluid harder is. Dit geldt voor het totale windturbinegeluid, dus het hele geluidspectrum. Opvallend is dat windturbinegeluid als hinderlijker wordt ervaren dan geluid van industrie, weg- of railverkeer en bovendien al bij lagere geluidniveaus. Dit komt mogelijk vooral door het ritmische karakter ervan (zwevend/zwiepend/zoevend). Er is aangetoond dat persoonlijke, situationele en contextuele factoren, die op zichzelf geen directe invloed hebben op de gezondheid, wel de beleving van geluidhinder kunnen versterken. Persoonlijke factoren betreffen houding ten opzichte van winturbines, persoonlijke verwachtingen en de geluidgevoeligheid van elk individu. Situationele factoren die van invloed zijn op de geluidbeleving en daaruit voortvloeiende geluidhinder is de zichtbaarheid van de windturbines, slagschaduw en de lichthinder. Contextuele factoren die meespelen zijn de (financiële) belangen van omwonenden, hoe het besluitvormingsproces is vormgegeven, hieraan gelinkt is het omgevingsproces en de participatie. Er is ook onderzoek gedaan naar slaapverstoring door windturbines.
Er kunnen geen conclusies worden getrokken over de samenhang van het geluidniveau van windturbinegeluid en slaapverstoring, omdat de resultaten van onderzoek niet eenduidig zijn. Zoals blijkt uit figuur 16 geven windturbines geluid over een spectrum van lage en hoge tonen. Er zijn geen aanwijzingen dat laagfrequent geluid (LFG) en infrageluid (onder de hoorbaarheidsgrens) andere effecten hebben op omwonenden dan gewoon geluid. Wel moet gemeld dat LFG minder uitdempt dan geluid met hogere frequenties, dus kan het laagfrequente deel van geluidsbronnen over grotere afstand vooral hoorbaar zijn.
Pagina 59 van 42
Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving
Zienswijze Gezondheid breder dan geluid alleen Zoals eerder aangegeven is geluid slechts maar een onderdeel van het te onderzoeken en te toetsen gebied als het gaat om het effect van plaatsing van windturbines op gezondheid. Erosie, fijnstof, slagschaduw etc. zoals eerder vermeld vormen ook een wezenlijk onderdeel van het effect at windturbines kunnen hebben op de gezondheid. Dit komt niet aan de orden in deze paragraaf. Daarmee is de NRD op het gebied van het onderzoeken, beschrijven van alternatieven ten aanzien van gezondheid onvolledig. Geluid Geluid van windturbines is complexer en in zijn hoedanigheid als industriële inrichting op een locatie uniek in de verschillende vormen van geluid die worden voortgebracht. Eerder is aangegeven dat daarom de Lden en dB(A) geen goede meet- en rekenmethoden zijn om het geluid van windturbines te vangen en te beoordelen met een methode. Bovendien heeft iedere windturbine op locatie zijn eigen dynamiek en voldoen de test resultaten van de referentieturbine niet. Meten op locatie is daarom noodzakelijk zonder de corrigerende Afactor en zonder Lden methodiek. Kijken wat er ter plekke gebeurd. Dat geluidhinder effect heeft op stressprocessen is bekend. Stress heeft in breder vlak ernstige negatieve effecten op de gezondheid. Echter het geluid van windturbines bestaat ook uit LFg en trillingen.