CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

23.Zienswijze op de Nota Reikwijdte en Detailniveau Windturbinebepalingen Leefomgeving mevrouw M.

Gemeenteraad 23 februari 2022, gemeente NissewaardBij agendapunt: Aanvullende lijst ingekomen stukken28.374 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Directie Participatie o.v.v. Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMER Windturbinebepalingen Leefomgeving Postbus 20901 2500 EX Den Haag Uw kenmerk: BBK17012022 Kenmerk: Versie1.0 -14-02-2022

Hellevoetsluis, 14 februari 2022

Geachte heer / mevrouw, Hierbij doe ik u de zienswijze van de Stichting ‘Windmolens N57 Nee! ‘ toekomen inzake de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMER Windturbinebepalingen Leefomgeving, verder te noemen NRD. Ik teken hierbij aan dat ik mij het recht voorbehoud om aanvullingen te doen tot er geen sprake meer is van een redelijke termijn tot het uitkomen van de nota van beantwoording / zienswijzen nota. Immers zoals u zult zien in mijn zienswijze ontbreken er zoveel zaken in de NRD, dat het onmogelijk is om al mijn grieven en zienswijzen in detail kenbaar te maken. Ik heb hier meer tijd voor nodig. Ik vind een redelijke termijn van 4 weken, tot het uitkomen van de zienswijzen nota voldoende. Ik verzoek u mij kenbaar te maken of u hiermee akkoord gaat. Indien u niet akkoord bent verzoek ik u gemotiveerd een andere termijn voor te stellen. Om een eerste reactie te geven is de zienswijze vanwege het grote aantal opmerkingen, grieven en gebrek aan voldoende tijd verdeeld weergegeven in de ter inzage gelegde NRD. Hierbij teken ik aan dat elke zienswijze en waar mogelijk gedaan voorstel niet alleen op de betreffende passage uit uw NRD betrekking heeft, maar daar waar van toepassing meteen geldt voor alle daarmee in verband te brengen zaken in de NRD.

U dient derhalve mijn zienswijzen in een bredere context te beschouwen, gezien over de volledige NRD en verdere procedures. Indien u dit niet doet verzoek ik u per opgenomen zienswijze en voorstel te motiveren en (academisch) onderbouwd te beargumenteren waarom u mijn zienswijze en voorstel niet heeft over genomen. Ik heb naar aanleiding van de zienswijze en bijbehorende opmerkingen, grieven en voorstellen de volgende conclusie met betrekking tot de NRD kunnen trekken:

Conclusie Deze NRD heeft een verkeerde invalshoek om recht te doen aan hetgeen beoogd wordt te bereiken met de uitspraak van de Raad van State van 30 juni 2021. Er wordt niet getoetst aan de SMB-richtlijn, nog ontstaat er een toetsingskader wat daar aan voldoet als het gaat om een planMER Windturbinebepalingen Leefomgeving. Plannen gebaseerd op deze NRD zullen daardoor hoogstwaarschijnlijk de juridische toets daarop niet kunnen doorstaan of ontaarden wederom in lange juridische procedures om te toetsen of deze dan wel aan het Unierecht voldoen. Met het vaststellen van deze NRD wordt wederom een onwenselijk situatie voor alle partijen gecreëerd en vindt er geen effectieve rechtsbescherming van de burger, diens lijf, goed en omgeving plaats. De overheid heeft als verplichting stukken zorgvuldig voor te bereiden, gezien de hoeveelheid zienswijzen en voorstellen die ik heb, stel ik mij op het standpunt dat de benodigde zorgvuldigheid niet is toegepast. Deze NRD dient opnieuw te worden opgesteld. Dit geconcludeerd hebbende, lijkt het mij derhalve dat u voor de vervolgprocedure eerst alle zienswijzen verwerkt en vervolgens een nieuwe, uitgaande van het juiste perspectief een verbeterde versie van de notitie reikwijdte en detailniveau (hierna NRD) ter consultatie aanbied. Dat u daarbij rekening heeft gehouden met onze zienswijze en deze heeft betrokken bij de nota van beantwoording.

Ik verzoek u om al mijn zienswijzen en elk voorstellen volledig en in de volle breedte over te nemen en daar waar nodig nog verder aan te vullen en te vervolmaken in de volgende versie van de NRD en opvolgende procedures. Tevens verzoek ik u, volgens de geldende (EU) wet- en regelgeving (o.a. Aarhus) de mogelijkheid tot bezwaar en beroep open te stellen indien ik mij niet kan vinden in uw beantwoording. Dit mede om te voorkomen dat ik te laat in het proces nog mijn grieven en bezwaren kenbaar kan maken. Derhalve verzoek ik u hierbij, indien u mij die mogelijkheid niet biedt, om een Besluit te nemen op basis van de AWB (welke automatisch open staan voor bezwaar en beroep) waarom u mijn voorstel afwijst. Ik ontvang dit besluit of uw toezegging dat de mogelijkheid tot bezwaar en beroep op de zienswijzenota wordt opengesteld graag uiterlijk binnen 6 weken na verzenden van mijn zienswijze. Ik wijs u erop dat de werking van het verdrag van Aarhus, vrij vertaalt inhoud dat inspraak mogelijk moet zijn op het moment dat alle opties nog open liggen en in het verlengde dat de gang naar de rechter eenvoudig open gesteld dient te worden. Zodra u mij niet in de gelegenheid stelt in beroep te gaan, liggen niet alle opties meer open, immers de NRD bepaalt het volledige vervolgtraject en de uitkomst van het proces.

Indien mijn zienswijze vragen of onduidelijkheden bevatten, verzoek ik u die kenbaar te maken en mij een redelijke termijn te bieden om deze te verduidelijken of aan te vullen. Indien ik binnen 6 weken voor het publiceren van de zienswijze nota geen vragen of opmerkingen heb ontvangen ga ik er van uit dat ik volledig ben geweest. Indien wenselijk ligt ik mijn zienswijzen en voorstellen graag mondeling toe, waarbij u een gespreksverslag opstelt die na goedkeuring van mijn kant onderdeel uitmaakt van mijn zienswijze. Indien gewenst kan ik u de word versie van mijn zienswijze doen toekomen, het originele PDF document blijft het formeel ingediende document.

In afwachting van uw reacties verwijs ik voor mijn zienswijze naar de rest van dit document. Met vriendelijke groet, Voorzitter Stichting ‘’Windmolens N57 Nee!’

Adres Woonplaats Email

: : :

*. De ondertekende brief wordt apart ingeleverd, evenals het Onderzoeksrapport Moller waar in de zienswijze naar verwezen wordt.

Samenvatting zienswijze Arcadis is de partij die de NRD opgesteld heeft. Opgemerkt is dat deze partij zelf belanghebbende, indirect en direct betrokken is bij windturbineparken, hierdoor “keurt de slager zijn eigen vlees” en nog belangrijker kan een marktpartij oneindig veel meer invloed uitoefenen op de windturbinebepalingen als een gemiddelde belanghebbende. Deze opmerking dient uiterst serieus genomen te worden om een aantal redenen: De visie van Arcadis is niet juridisch, maar technisch en praktisch gericht op het kunnen plaatsen van windturbineparken. Dit vind je in alle aspecten van deze NRD terug. Daarmee gaat deze gehele NRD voorbij aan de uitspraak van de Raad van State van 30 juni 2021 en de vereiste toetsing van de wettelijke regeling aan de SMB-richtlijn. Kortom de verkeerde invalshoek is gekozen om aan deze uitspraak en toetsing te kunnen voldoen. Het enige herkenbare is, dat de reguliere procedures die gevolgd worden voor het op stellen van een NRD en planMer netjes zijn gevolgd. Logisch, dit bekende kader biedt enige houvast in een ontdekkingstocht naar het opstellen van een planMer voor wettelijke regelingen wat nog niet eerder is gedaan. Maar daarbij is deze NRD dus weinig innovatief en voldoet niet aan hetgeen –als gevolg van de uitspraak van de RvS- wordt gevraagd.

Wat wel wordt gevraagd is toetsing en het doen van onderzoek waardoor een materieel toetsingskader in de vorm van windturbinebepalingen leefomgeving kan worden opgesteld om te kunnen beoordelen dat in een concreet geval van plaatsing van windturbine(s), wordt voldaan aan de bescherming of verbetering van de mens en diens leefomgeving. Op grond van de Strategische Milieu Beoordelingsrichtlijn moet vooraf met wetenschappelijke zekerheid worden vastgesteld dat geen verslechtering optreedt. Die bepalingen zijn voldoende nauwkeurig en onvoorwaardelijk. Daarbij dient het aspect gezondheid een zelfstandig onderdeel te zijn dat in de breedste zin getoetst moet zijn, voordat de windturbinebepalingen Leefomgeving worden vastgesteld en inwerking zijn. Deze NRD biedt geen deugdelijk materieel toetsingskader, terwijl er wel degelijk verbanden bestaan tussen windturbines en mogelijke veroorzaking van gezondheidsschade. Het bestaan van dit verband wordt eveneens bevestigd in de NRD onder 6.3. Met deze NRD is daarom geen effectieve rechtsbescherming van de burger, diens lijf, goed en omgeving geregeld dan wel gewaarborgd, zoals bedoeld vanuit het Unierecht en de SMB richtlijn. . Conclusie Deze NRD heeft een verkeerde invalshoek om recht te doen aan hetgeen beoogd wordt te bereiken met de uitspraak van de Raad van State van 30 juni 2021.

Er wordt niet getoetst aan de SMB-richtlijn, nog ontstaat er een materieel toetsingskader wat daar aan voldoet als het gaat om een planMER Windturbinebepalingen Leefomgeving. Plannen gebaseerd op deze NRD zullen daardoor hoogstwaarschijnlijk de juridische toets daarop niet kunnen doorstaan of ontaarden wederom in lange juridische procedures om te toetsen of deze dan wel aan het Unierecht en de SMB-richtlijn voldoen. Met het vaststellen van deze NRD wordt wederom een onwenselijk situatie voor alle partijen en met name burgers gecreëerd en vindt er geen effectieve rechtsbescherming van de burger, diens lijf, goed en omgeving plaats. De overheid heeft als verplichting stukken zorgvuldig voor te bereiden, gezien de hoeveelheid zienswijzen en voorstellen die er zijn, stel ik mij op het standpunt dat de benodigde zorgvuldigheid niet is toegepast. Deze NRD dient opnieuw te worden opgesteld. De motivering van deze conclusie treft u aan per onderdeel met gele tekstvlakken in de NRD tekst.

Noodzakelijke scope NRD/planMER Voorafgaand aan opmerkingen in detail in de NRD breng ik allereerst het volgende van advocaat Peter de Lange onder de aandacht. De tekst staat op zijn website vanwege de inmiddels bekende uitspraak van 30 juni 2021 van de Raad van Staten en het effect daarvan op de uitspraak van Battenoord. De reden van het citeren van de tekst van de website van VdL advocaten is, dat in het perspectief van hetgeen in deze tekst staat de NRD bekeken en beoordeeld dient te worden. Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan over het bestemmingsplan ‘Windpark Delfzijl Uitbreiding 2020’ (202003882/1/R3). Het gaat ook in deze rechtszaak over de vraag of het arrest van het Europese Hof van Justitie te Luxemburg in de Belgische zaak Nevele meebrengt dat voor onderdelen van het Nederlandse Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling die gaan over windturbines een uitgebreid milieueffectrapport had moeten worden gemaakt of niet. Eerder publiceerden wij al over die rechtsvragen, onder andere in Regels windturbines in strijd met Europees Recht (III) en Uitspraak Nevele-arrest en de gevolgen voor vergunningen van windturbines in Nederland. De Raad van State heeft met de uitspraak de vaste jurisprudentie van Battenoord verlaten. Europees recht dwong en dwingt tot een voorafgaande milieubeoordeling voor windturbinenormen.

Voor de algemene normen voor geluid, slagschaduw en veiligheid die in Nederland gelden voor de bouw en het gebruik van windturbines moet op grond van het Europese recht dus zo’n milieubeoordeling gemaakt worden. Tot die tijd mogen deze algemene normen in het Activiteitenbesluit en Activiteitenregeling niet worden gebruikt voor windturbineparken. Deze uitspraak heeft ook gevolgen voor vergelijkbare ruimtelijke besluiten voor windturbineparken in Nederland. De regering is nu aan zet om zo’n milieubeoordeling te maken. De uitspraak betekent in beginsel niet dat er in de tussentijd geen nieuwe besluiten meer kunnen worden genomen over windturbineparken. Het bevoegd gezag kan in een bestemmingsplan eigen normen stellen, als deze normen maar goed worden gemotiveerd voor het concrete bestemmingsplan. Hoe zonder een materieel toetsingskader dan te beoordelen is dat in dat concrete geval wordt voldaan aan de bescherming of verbetering van de mens en diens leefomgeving is echter volstrekt onduidelijk. Er zal immers met name op grond van de Strategische Milieu Beoordelingsrichtlijn vooraf met wetenschappelijke zekerheid moet worden vastgesteld dat geen verslechtering optreedt. Die bepalingen zijn voldoende nauwkeurig en onvoorwaardelijk.

Zonder een deugdelijk toetsingskader is dat praktisch vrijwel niet mogelijk, met name niet nu in de praktijk de turbines steeds meer hinder en overlast bezorgen, ook omdat deze steeds hoger worden en langere wieken hebben en dichter in de buurt van de bebouwing en woningen komen te staan. Ook blijken er wel degelijk verbanden te bestaan tussen windturbines en mogelijke gezondheidsschade. Daar wordt steeds meer over bekend en gepubliceerd. Het is intussen de planwetgever dus niet toegestaan om bestemmingsplannen vast te stellen waarvan realisatie zich niet verdraagt met de windturbinebepalingen. De uitvoerbaarheid van het plan is dan niet verzekerd. De stelling dat windturbines per definitie duurzaam zijn en goed voor mens en milieu is met deze uitspraak volledig op losse schroeven komen te staan. Nederland blijkt welbeschouwd belangrijke en duidelijke Europese afspraken, verdragen, wetten, richtlijnen en regels gedurende zeer lange tijd niet en niet juist te hebben nageleefd. De effectieve rechtsbescherming van de burger, diens lijf, goed en omgeving is daarmee lange tijd eigenlijk een wassen neus geweest. Deze uitspraak is een opmaat om aan die praktijk een einde te maken. Het stellen van prejudiciële vragen op dit onderdeel acht de Afdeling niet noodzakelijk, nu het Nevele-arrest ter zake duidelijk is.

Die duidelijkheid moet er nu ook komen voor bestaande en overlast gevende parken. Omwonenden van bestaande parken kunnen met deze uitspraak in de hand om intrekking vragen van eerder verleende vergunningen. Een op het Europees recht gebaseerde modelbrief staat op onze website. Het is nu de hoogste tijd om serieus werk te maken van echte innovatie, serieuze duurzaamheid en werkelijke burgerparticipatie, zoals ook onder andere het Verdrag van Aarhus dat van meet af aan heeft bedoeld. Dus effectieve inspraak op het moment dat alle opties nog open staan, niet berekenen, geen jaargemiddelden, maar concreet meten, tijdig het volledige dossier krijgen, om mee te praten en mee te beslissen. In het belang van ons land en van ons allemaal. Voor meer informatie: Mr Peter A. de Lange

Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving Versie NRD voor zienswijzen en advies Commissie voor de m.e.r. Datum Status

22 december 2021 Definitief

Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving

Colofon

Versie

NRD voor zienswijzen en advies Commissie voor de m.e.r.

Opdrachtgever

Ministerie voor Infrastructuur en Waterstaat

Auteur Projectnummer

Arcadis

Zienswijze Arcadis is zelf belanghebbende, indirect en direct betrokken bij windturbineparken, hierdoor “keurt de slager zijn eigen vlees” en nog belangrijker kan een marktpartij oneindig veel meer invloed uitoefenen op de windturbinebepalingen als een gemiddelde belanghebbende. Marktpartijen die adviseren bij voorbereidingen en zelfs actief betrokken zijn bij de realisatie, hebben er alle belang bij om zo min mogelijk belemmeringen te verkrijgen door deze windturbinebepalingen. In het kader van transparantie en ABBB (algemene beginselen van behoorlijk bestuur) dient een onafhankelijke partij betrokken te worden bij het opstellen van de windturbinebepalingen. Voorstel: Selecteer een andere, onafhankelijke partij.

Pagina 2 van 42

Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3

Inleiding Over deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau Consequenties uitspraak Delfzijl Zuid Uitbreiding 2020 Leeswijzer

4 4 5 6

2 2.1 2.2

Probleem- en doelstelling Probleemstelling Doelstelling

7 7 7

3 3.1 3.2

PlanMer-procedure, relatie met windturbinebepalingen De planMer-procedure Waar staan nu en straks windturbinebepalingen?

9 9 10

4 4.1 4.2 4.3 4.4

Referentiesituatie Definitie referentiesituatie Beschrijving huidige situatie leefomgeving Autonome ontwikkelingen tot 2030 en doorkijk naar 2050 Referentieturbine

13 13 13 23 24

5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

Voorgestelde alternatieven en varianten Over de windturbinebepalingen Relevante alternatieven en varianten voor windturbinebepalingen Alternatief ongewijzigde regels Varianten geluid Varianten externe veiligheid Methodiek slagschaduw Technisch voorkomen van lichtschittering Onderzoek afstandsnormen Voorkeursalternatief

25 25 29 30 31 33 33 34 34 35

6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

Te onderzoeken leefomgevingseffecten Aanpak en methodiek Thema’s en beoordelingscriteria Gezondheid Effecten op Natura 2000 Grensoverschrijdende milieugevolgen

36 36 36 38 41 41

Pagina 3 van 42

Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving

1

Inleiding

1.1

Over deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau

Dit is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor het plan-milieueffectrapport Windturbinebepalingen Leefomgeving (hierna planMer). De NRD voorziet in de kennisgeving op grond van de Wet milieubeheer en vormt de eerste stap in de procedure voor milieueffectrapportage. Voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving doorloopt het Rijk de procedure voor de milieueffectrapportage voor plannen en programma’s, afgekort planMer-procedure. Doel van de planMer-procedure is om het milieubelang een volwaardige plek te geven in de bestuurlijke besluitvorming met betrekking tot toekomstige windturbinebepalingen. Het milieueffectrapport, het planMer, maakt de gevolgen van deze algemeen geldende voorschriften inzichtelijk. De nadruk ligt op die windturbinebepalingen die invloed kunnen hebben op het milieu, zoals geluidsnormen, alsook op de mogelijkheden die geboden worden om bij concrete projecten af te wijken van die normen. Deze NRD is bedoeld om de reikwijdte en het detailniveau van het planMer te bepalen. Daarvoor worden bestuursorganen en wettelijke adviseurs geraadpleegd en geeft de Commissie voor de m.e.r. een advies. Daarnaast kan een ieder reageren op de NRD door een zienswijze naar voren te brengen.

De NRD gaat in op: • Reikwijdte: welke onderdelen worden in het planMer onderzocht? • Detailniveau: hoe worden de effecten in beeld gebracht en met welke diepgang? Verder geeft de NRD aan wat de referentiesituatie is en welke alternatieven en varianten in het planMer zullen worden beschouwd. In paragraaf 1.2 wordt de aanleiding voor dit planMer geschetst, namelijk het Nevele-arrest van het Europese Hof van Justitie en de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspaak van de Raad van State, Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding 2020 (hierna: uitspraak Delfzijl). U vindt in paragraaf 1.3 de leeswijzer voor de rest van de NRD. Terminologie: MER en mer Bij milieueffectrapportage worden verschillende termen gehanteerd: - Milieueffectrapportage = mer = de procedure. - Milieueffectrapport = MER = het rapport dat wordt opgesteld. Er wordt in de praktijk onderscheid gemaakt in milieueffectrapportage voor plannen en voor projecten: - Een planMer is een MER voor een plan. - Een projectMER is een MER voor een project.

Pagina 4 van 42

Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving

1.2

Consequenties uitspraak Delfzijl Zuid Uitbreiding 2020

Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) uitspraak gedaan in een zaak over de uitbreiding van Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding 2020. In die uitspraak van 30 juni 20211 heeft de Afdeling geoordeeld dat voor de windturbinebepalingen in paragraaf 3.2.3 Activiteitenbesluit milieubeheer en paragraaf 3.2.3 Activiteitenregeling milieubeheer (hierna: de windturbinebepalingen) een strategische milieubeoordeling op grond van de richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s (hierna: SMB-richtlijn) had moeten worden uitgevoerd. De uitspraak van de Afdeling is gebaseerd op het door het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU) op 25 juni 20202 gewezen arrest in zaak C-24/19 over Vlaamse milieunormen en een ruimtelijk afwegingskader voor windturbines (afdeling 5.20.6 van het Vlarem II en de Omzendbrief). Het HvJ EU heeft geconcludeerd dat voor die Vlaamse milieunormen een planMer moet worden gemaakt op grond van de SMB- richtlijn. De Raad van State heeft geoordeeld dat de windturbinebepalingen van het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling grote gelijkenissen vertonen met de Vlaamse milieunormen en dat er om die reden ook voor de Nederlandse windturbinebepalingen een planMerplicht geldt.

Dit heeft de volgende gevolgen voor windparken op land: • Omdat voor de windturbinebepalingen op dit moment geen planMer is gemaakt, moeten die bepalingen buiten toepassing blijven voor windparken op land (parken met 3 of meer windturbines). Voor nieuwe windparken op land moeten overheden een eigen afweging maken over welk milieubeschermingsniveau zij aanvaardbaar achten. • Inrichtingen met 1 of 2 windturbines zijn geen windparken in de zin van de mer-regelgeving.3 Voor deze inrichtingen heeft de uitspraak van de Afdeling geen consequenties en blijven de windturbinebepalingen gelden.4 5 Voor bevoegde gezagen heeft het Rijk een actieprogramma Verankering milieubescherming windturbines gestart, dat ondersteunt via informatie op een website, een helpdesk et cetera.6

Zienswijze De kern van de uitspraak van de Raad van State (RvS) betreft het niet voldoen aan de SMBrichtlijn en Unierecht, waardoor de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit- en regeling buiten werking zijn gesteld. Al verschillende keren heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie uitgesproken dat wanneer men beoogt een windturbine te plaatsen of daar zelfs premature planvorming voor heeft, maakt of vaststelt of voornemend is vast te stellen, de SMB-richtlijn gevolgd moet worden. Dit betekent dat er eerst een planMer moet plaatsvinden. Doel van de planMer is om plannenmakers te dwingen om al in een vroegtijdig stadium van de planvorming na te denken over de milieugevolgen en deze mee te nemen bij het maken van strategische keuzen. Onder de strategische milieu beoordeling behoort ook het aspect van het in kaart brengen van de milieukenmerken van gebieden waarvoor de gevolgen aanzienlijk kunnen zijn. Deze

Pagina 5 van 42

Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving

moeten worden toegelicht. Hoewel de uitspraak van de RvS de strekking heeft dat 1 of 2 windturbines geen windparken zijn in de zin van de mer-regelgeving, wordt in deze NRD gemakshalve deze strekking overgenomen en wordt louter en alleen technisch gekeken hoe het lopen van de gemiste strategische milieu beoordeling hersteld kan worden. Het is de vraag of deze uitsluiting, evenals die van windturbines op zee in de NRD kan.

Pagina 6 van 42

Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving

In de uitspraak van ECLI:EU:C:2020:143-Zaak C-24/19 regel 58 tweede streepje staat: De sleutel tot het probleem ligt in de soort uitlegging van de SMB-richtlijn die wordt gekozen: – Indien daarentegen de voorkeur wordt gegeven aan een systematische en teleologische uitlegging van die bepaling, vallen ook plannen en programma’s die op vrijwillige basis worden vastgesteld, maar waarin door wet- of regelgeving is voorzien, binnen de werkingssfeer van de SMBrichtlijn en vereisen zij een SMB wanneer zij een aanzienlijk milieueffect hebben.

Zo moeten volgens Bijlage I van de SMB-richtlijn onder c, de milieukenmerken van gebieden waarvoor de gevolgen aanzienlijk kunnen zijn worden toegelicht. Het Verdrag van Aarhus geeft in Artikel 3 een duidelijke omschrijving om welke „milieu-informatie" het dan gaat: Onder „milieu-informatie" wordt verstaan alle informatie in geschreven, visuele, auditieve, elektronische of enige andere materiële vorm over: a.de toestand van elementen van het milieu, zoals lucht en atmosfeer, water, bodem, land, landschappen en natuurgebieden, biologische diversiteit en componenten daarvan, met inbegrip van genetisch gemodificeerde organismen, en de interactie tussen deze elementen; b.

factoren, zoals stoffen, energie, geluid en straling, en activiteiten of maatregelen, met inbegrip van bestuurlijke maatregelen, milieuakkoorden, beleid, wetgeving, plannen en programma's die de elementen van het milieu aantasten of waarschijnlijk aantasten binnen het toepassingsgebied van het voorgaande onderdeel a, en kosten-baten- en andere economische analyses en veronderstellingen gebruikt in milieubesluitvorming; c.de toestand van de menselijke gezondheid en veiligheid, de menselijke levensomstandigheden, cultureel waardevolle gebieden en bouwwerken, voor zover deze worden of kunnen worden aangetast door de toestand van de elementen van het milieu of, via deze elementen, door de factoren, activiteiten of maatregelen bedoeld in het voorgaande onderdeel b.;

De uitzondering in de uitspraak van de RvS dat 1-2 windturbines geen windpark zijn in de zin van de MER-regelgeving wil niet zeggen dat artikel 3, lid c van dit Verdrag daardoor niet van toepassing is. Immers is het wetenschappelijk uitgesloten dat 1-2 windturbines geen aanzienlijk milieueffect hebben op de toestand van de menselijke gezondheid en veiligheid? Nu steeds meer geluiden van specialisten op het gebied van geluid en die van omwonenden die op minimaal 500 meter van een windturbine wonen duiden op een ernstige verstoring van hun leefomgeving. ”. Uit de SMB richtlijn vloeit tevens de verplichting voort om de mogelijke aanzienlijke milieueffecten voor de bevolking en de gezondheid van de mens in kaart te brengen. (Bijlage I onder c en f).De milieueffecten betreffen bij windturbines niet alleen geluid. Door erosie komen (bewezen) giftige deeltjes vrij. Dit geldt ook voor 1-2 windturbines. Bovendien blijkt uit de praktijk dat bijvoorbeeld drie gemeenten op hun gemeentegrens een windpark realiseren. Echter in elke gemeente staan maar 2 windturbines. Op deze wijze zou aan alle verplichtingen tot een mer procedure kunnen worden ontkomen, terwijl het effect dat van een windpark is en wel mer onderhevig is. Reden te meer om in deze NRD geen onderscheid te maken tussen 1,2 windturbines of een windpark. Windturbines op zee Windturbines op zee worden in deze NRD uitgesloten.( 7.

Windparken op zee vallen buiten de reikwijdte van het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving) Dit is op zich vreemd, omdat ook windturbines op zee aanzienlijke milieueffecten hebben op alles wat leeft in en op de zee. Daarbij komt dat geluid en trillingen ver dragen in/ op water en via de grond. Op deze manier zijn deze ook van invloed op het land en visa versa. Het is daarom onacceptabel te noemen dat windturbines op zee in deze NRD worden uitgesloten. Daarbij komt dat

Pagina 7 van 42

Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving

windturbines op zee versnelde erosie kennen door het zoute water en lucht. Daarmee komen versneld giftige stoffen in het water. Sinds lange tijd is bekend dat voor het basismateriaal waar de wieken van zijn gemaakt, ook de giftige stoffen carcinogeen en mutageen worden gebruikt. Niet voor niets zijn deze materialen op de lijst van zeer zorgwekkende stoffen. Van fytoplankton is aangetoond, dat de opnamecapaciteit van CO2, ten gevolge van vergiftiging en afsterven, voor omzetting naar onder meer onze zuurstof voorziening in de ademlucht, sterk wordt gereduceerd. En vergiftiging van fytoplankton heeft ook zeer grote nadelige gevolgen voor de gehele voedselketen en ecosystemen. Dit raakt niet alleen de Noordzee, maar ons gehele ecosysteem. Dit pleit er voor om de NRD/planMer eveneens te laten gelden voor de Noordzee.

1

ABRvS 30 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1395. Deze uitspraak is te vinden op https://www.raadvanstate.nl/@125875/202003882-1-r3/. 2 HvJ EU 25 juni 2020, ECLI:EU:C:2020:503 (arrest Nevele). 3 Zie r.o. 18.1 van de uitspraak en de definitie ‘windturbinepark’ in bijlage A, artikel 1, bij het Besluit milieueffectrapportage. 4 ABRvS 30 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1395, r.o. 18.1. Windparken die vallen onder bijlage II van Richtlijn 85/337/EEG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2011/92/EU en Richtlijn. 2014/52/EU (de MER-richtlijn) zijn mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig. 5 Ministerie EZK, 6 juli 2021, Kamerbrief: Gevolgen van de uitspraak van de Raad van State over de milieubeoordeling voor windturbinenormen. 6 Zie: Verslag vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat van 9 september 2021 (nummer 32 861).

1.3

Leeswijzer

In Hoofdstuk 2 hieronder worden de probleem- en doelstellingen van het planMer beschreven, waarbij de uitspraak van de Afdeling in de zaak Delfzijl ertoe heeft geleid dat de windturbinebepalingen herzien worden. Hoofdstuk 3 beschrijft de wijze waarop de planMer-procedure wordt doorlopen en geeft de relatie aan tussen het planMer en de AMvBprocedure (Algemene Maatregel van Bestuur) voor windturbinebepalingen. Hoofdstuk 4 presenteert de referentiesituatie en uitgangspunten voor het planMer. Hierbij komen de huidige situatie en autonome ontwikkelingen die relevant zijn in relatie tot de windturbinebepalingen naar voren. Tenslotte geven hoofdstukken 5 en 6 de voorgestelde alternatieven en varianten, respectievelijk de te onderzoeken leefomgevingseffecten. Alternatieven of varianten? Bij mer is het gebruikelijk om te spreken van alternatieven en varianten. In deze NRD is een bewuste keuze gemaakt voor het gebruik van deze termen: • In deze NRD wordt voorgesteld om op sectorale onderdelen van de windturbinebepalingen te variëren (zie hoofdstuk 5). Omdat dit geen integrale alternatieven betreft, is gekozen voor de term ‘variant’. • Daar waar een samengestelde variatie over meerdere (sectorale) onderdelen op de referentiesituatie wordt gevormd, wordt gesproken van een ‘alternatief’.

Dit geldt in deze NRD voor het Alternatief ongewijzigde regels (zie paragraaf 5.3) en voor het voorkeursalternatief (zie paragraaf 5.9).

Pagina 8 van 42

Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving

Zienswijze: Een alternatief is totaal iets anders dan een variant. De wetgever bedoelt met alternatief veel meer dan kijken naar de laatste 1.000 mtr schuiven met een windturbine. Een alternatief moet breed worden beschouwd. Allereerst dient aangetoond te worden waarom windturbines op land (nabij kwetsbare) objecten het minst slechtste alternatief is. Daarbij moet niet alleen gekeken worden naar de exploitatiefase, maar ook naar de aanleg en sloop, de totale levensfase van in dit geval een opwekker. Zoals eerder aangegeven is er tijdens de levensfase van een windturbine sprake van effect op de leefomgeving door erosie. Doordat dit in het grondwater komt is het effect gebied rondom een windturbine vele malen groter dan het zetten van een cirkel met een straal van 1000 meter. Dat de wet op dit moment aangeeft dat bij een omgevingsvergunning de uitstoot van de aanlegfase niet betrokken hoeft te worden doet hier niets aan af (los van hoe juridisch houdbaar deze wet is). Deze regelgeving inzake stikstof mag niet “verward” worden met de zeer duidelijke voorwaarden die gesteld worden aan een MER /mer. De NRD moet er in voorzien dat er een onderbouwing komt waarom er windturbines op land moeten komen en er dient aangetoond te worden dat windturbines op land (nabij kwetsbare objecten) de minste impact heeft op het milieu en de leefomgeving.

De NRD gaat met een te smalle scope van het gegeven uit, dat het plaatsen van windturbines op land de oplossing is, de minst vervuilende en minst het milieu verstorende oplossing om (duurzaam) energie op te wekken. Daarbij is de scope van deze NRD geheel gericht op het kunnen plaatsen van windturbines en zijn alle genoemde alternatieven en milieuaspecten op deze wijze gemotiveerd en beschreven. Daarbij wordt voorbij gegaan aan het feit dat het kenmerk van een milieueffectrapportage is, dat initiatiefnemer en bevoegd gezag zich niet kunnen blindstaren op één specifieke oplossing. Er moeten alternatieven uitgewerkt en onderzocht worden. (bron: Infomil- welke alternatieven). De thans beschreven alternatieven zijn gezocht bij het doel: plaatsing van windturbines mogelijk maken. Hierdoor is de scope verengd en is er sprake van blindstaren: op zoek naar een oplossing om waar mogelijk op dezelfde voet verder te gaan om voortgang te houden in plaatsing van windturbines. Conclusie: Deze NRD staart zich blind op één specifieke oplossing, het plaatsen van windturbines mogelijk maken en doet daarbij de aanname dat dit ook daadwerkelijk de beste oplossing is door daarvoor de meest geschikte alternatieven te benoemen in deze NRD.

Er ontbreekt een strategische afweging vooraf of windturbines in vergelijking met andere vormen van (duurzame) energieopwekkers de oplossing zijn voor duurzame energie versus de effecten op de leefomgeving. Het is niet voor niets dat in de handreiking Reikwijdte en detailniveau: Wat houdt dat in? (bron: Infomil) opgenomen is, dat hierin aan bod moet komen: - Onderzoek van alternatieven vanuit het milieuperspectief; - Aandacht voor locatiekeuze vanuit het milieuperspectief; - Buiten de grenzen van het (wettelijk) plangebied kijken. Nergens in het energieakkoord is opgenomen dat er per definitie windturbines op land moeten worden geplaatst, dat is slechts een niet onderbouwde aanname die gedaan is, zonder gedegen onderzoek naar de effecten. Het is slechts een invulling van Nederland dat windturbines op land nodig zijn voor de energietransitie. Er is nimmer onderzocht welke effecten er lokaal en mondiaal zijn bij de winning van grondstoffen, de productie en bouw, exploitatie en uiteindelijk sloop of vervanging. Dat de huidige (onhoudbare) stikstofwet de uitstoot van de bouw uitsluit bij omgevingsvergunningen doet niks af aan het feit dat het in het kader van de milieuwetgeving verplicht is dit te onderzoeken en te kijken of dit wel het beste alternatief is.

Zeker windturbines op wind luwe landsdelen geven een enorme extra uitstoot, immers door de veel lagere vollasturen zijn er simpelweg meer nodig om het zelfde vermogen op te wekken. Alleen hierom al kan nimmer uit onderzoek blijken dat windturbines op land in de wind luwe gebieden het beste alternatief zijn. Voorstel: Maak binnen de NRD duidelijk dat voorgaande moet worden opgenomen en meegenomen in de onderzoeksopdracht.

Pagina 9 van 42

Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving Zienswijze EN Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving Pagina 11 van 42

2

Probleem- en doelstelling

2.1

Probleemstelling

De probleemstelling voor de herziening van windturbinebepalingen en dit planMer laat zich schetsen op twee niveaus. 1. Procedurele tekortkoming De kern van de uitspraak van de Afdeling betreffende de uitbreiding van Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding 2020 is dat de windturbinebepalingen buiten toepassing moeten worden gelaten bij besluitvorming over windparken op land 7 omdat voor deze windturbinebepalingen niet de juiste procedure is gevolgd. Deze uitspraak is toepasselijk voor alle huidige en toekomstige windturbineprojecten op land en is van kracht totdat er een planMer is uitgevoerd voor de windturbinebepalingen. Zoals gezegd in paragraaf 1.2 kunnen bevoegde gezagen nog steeds een eigen afweging maken, zonder zich op de windturbinebepalingen te baseren. 2. Mogelijke herziening nodig van windturbinebepalingen Er leven zorgen onder omwonenden van windparken op land over de effecten van windturbines op de gezondheid, met name vanwege geluidsoverlast**. Deze zorgen leiden ertoe dat het rijk er belang in stelt om snel op een zorgvuldige manier een planMer te maken.

Op basis van dit planMer zullen afgewogen voorstellen worden gedaan voor de (nieuwe) landelijk geldende milieunormen voor windturbines op land.8 Dit betekent voor het planMer enerzijds dat de meest actuele bestaande kennis over gezondheidseffecten en andere effecten zal worden bijeengebracht***, en anderzijds dat er zinvolle, relevante varianten/alternatieven voor de oorspronkelijke windturbinebepalingen zullen worden opgesteld en beoordeeld.

Zienswijze ** De effecten van windturbines op de gezondheid liggen breder dan met name geluidsoverlast. Geluid is slechts een onderdeel van het effect dat windturbines op gezondheid hebben. Te denken valt aan slagschaduw en trillingen (niet zijnde LFg) die windturbines veroorzaken, deeltjes in het milieu door erosie die schadelijk zijn voor de gezondheid. Het is daarom onjuist om het accent op met name geluidsoverlast te leggen in deze NRD wanneer dit het gezondheidsaspect betreft. De passage is daarom onvolledig, hier moet tevens opgenomen worden dat slagschaduw, trillingen en schadelijke deeltjes als gevolg van erosie in een brede context opgenomen en onderzocht moeten worden. Immers trillingen valt niet onder de categorie geluidsoverlast en kan daarmee eenvoudig verward worden met laag frequent geluid, daarnaast zijn er ook zorgen over trillingen in de omgeving en in de ondergrond en is onduidelijk welke gevolgen dit heeft op het milieu. Erosie Erosie van de rotorbladen (of wieken) van windmolens is een onderschat probleem. Aangezien de rotorbladen van windmolens opgebouwd zijn uit Epoxyharsen en polyurethaanharsen komen bij erosie (door bv. contact met regendruppels en hagel) schadelijke stoffen vrij. Epoxyharsen en polyurethaanharsen ontgassen vrijwel permanent en zijn gevoelig voor vocht.

De harders (de tweede component bij de constructie van rotorbladen) bevatten meestal zeer exotische, toxische stoffen, waaronder titaniumdioxide, kobalt enz. Deze stoffen zijn vrijwel nooit opgenomen in de risicoanalyses en de gevarenklassen. Dit vormt een gevaar voor het leefmilieu. Pagina 10 van 42

Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving

Wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat erosie leidt tot het vrijkomen van microplastics die isocyanaten en andere stoffen bevatten welke kankerverwekkend en allergeen zijn. Epoxy bevat, in tegenstelling tot polyester, 33% Bisfenol A (BPA) wat als zeer schadelijk voor de gezondheid wordt beschouwd zeker wanneer dit in het grondwater of de voedselketens terecht komt. Windturbines hebben de typische eigenschap dat ze hoog boven akkers, weilanden met vee en waterbronnen staan. Er is dus een groot gebied dat beïnvloed wordt door het vrijkomen van schadelijke stoffen. Er is reeds wetenschappelijk bewijs dat grondwater rondom windmolens verontreinigd is. Doordat slijtage sneller optreedt wanneer erosie optreedt door contact met zout water treedt bij windturbines op zee extremere slijtage op. Er zijn indicaties dat wieken op zee elke ca. 5-10 jaar compleet vervangen dienen te worden. De huidige wetenschappelijke studies rondom erosie van rotorbladen zijn gebaseerd op windturbines met een rotordiameter van 120 meter. Het is belangrijk te beseffen dat erosiesnelheid exponentieel is aan de impactsnelheid of impactenergie. Bij nieuwere en grotere turbines zullen veel grotere massa verliezen optreden en dus meer schadelijke stoffen vrij komen.

Aan dit aspect besteedt deze NRD ook als het om windparken gaat, onvoldoende dan wel in zijn geheel geen aandacht en is ook niet genoemd als zelfstandig beschreven alternatief of milieueffect dat dient te worden onderzocht. Door gezondheid en geluid aan elkaar te koppelen en het slechts op deze manier in de NRD te benoemen zorgt voor een verenging van de scope tot minimalistisch niveau. Hetgeen niet de bedoeling is van de SMB richtlijn en ook niet van een NRD. Er zijn andere typen onderzoek nodig, dan waar deze NRD vanuit gaat. Onderzoeken die de feiten over de risico’s en feiten m.b.t. gezondheidsschade van windturbines daadwerkelijk in beeld brengen. Alles gericht op het voorzorgbeginsel. *** Dit betekent voor het planMer enerzijds dat de meest actuele bestaande kennis over gezondheidseffecten en andere effecten zal worden bijeengebracht Voorzorgplicht De overheid in Nederland verzaakt stelselmatig haar voorzorgplicht (zie artikel 21 en 22 van de Grondwet) heeft verzaakt bij de planvorming en bouw van windturbineparken en aanverwante industriële installaties. Bewust worden de EU- beschermingsrichtlijnen door de Nederlandse bestuursorganen en rechterlijke macht ontkend. Wie (in dit geval geïnformeerd en dus willens en wetens) het risico neemt gezondheidsschade te veroorzaken bij zijn medemens, of u als overheid bij uw burgers, maakt zich schadeplichtig.

Dit is de stelling van vele juristen. Alle bestuursorganen en rechtscolleges dienen het voorzorgsprincipe voor de gezondheid van de mens te plaatsen in het hart van de besluitvorming. Dit geldt niet alleen met betrekking tot windturbineparken maar ook bij alle andere beslissingen in de energietransitie waarbij volgens de normstelling van de EU sprake is van aanzienlijke milieugevolgen. Op grond van de normstelling van de EU dient vooraf aan de besluitvorming door onderzoek met wetenschappelijke zekerheid vast komen te staan, dat het bestaande beschermingsniveau voor een gebied niet zal worden aangetast door de voorgenomen plannen. Het nalaten van dit onderzoek zet de deur open voor alle regio’s en gemeenten om de blootstelling van bewoners aan gezondheidsrisico’s verder te vergroten. Het doen van onderzoek dat voldoet aan de EUnormen is noodzakelijk om de gezondheidsrisico’s uit te sluiten en het voorzorgsprincipe in te vullen. De noodzaak hiertoe is ook actueel in de besluitvorming in het kader van het vervolg op deze NRD. Er is onvoldoende getracht gezondheidsrisico’s op voorhand uit te sluiten. Met het serieus toepassen van het voorzorgsprincipe staan we in Nederland aan het begin van een traject. Op dit nieuw ingezette spoor om de gezondheidsschade ten gevolge van windturbines erkend te krijgen bij de overheid zijn meerdere wetenschappelijke publicaties beschikbaar.

Het is de plicht van alle bestuursorganen om de invulling van het voorzorgsprincipe en toepassing van de EU richtlijnen te realiseren. Het is de taak vooral van hen die een rol vervullen in besluitvormingsprocessen en de leden van de rechterlijke macht hierin verantwoordelijkheid te nemen. Van deze NRD wordt verlangd, dat zij serieus aandacht geeft aan kader waarin de zorg voor de gezondheid en de handhaving of verbetering van het huidige beschermingsniveau van de leefomgeving voorop staat. Het normen kader van de SMB richtlijn gebiedt dat. Maar ook onze Pagina 11 van 42

Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving

eigen Grondwet. Dat betekent dat de overheid, ic het gemeentebestuur, zolang twijfel bestaat over het veroorzaken van gezondheidsschade en milieuschade door windturbines en er geen wetenschappelijke garanties kunnen worden gegeven dat het bestaande beschermingsniveau voor de leefomgeving zal worden gehandhaafd dan wel verbeterd, niet een plan vast kan en mag stellen. De NRD moet hiervoor kaders scheppen en doet dit op dit moment niet. Conclusie Het onderdeel milieueffect voor de bevolking en de gezondheid van de mens in de breedste zin ontbreekt. De wijze waarop deze NRD is opgesteld gaat in zijn geheel voorbij aan de voorwaarden die gesteld worden vanuit de SMB richtlijn. Kort gezegd: - Deze NRD is niet SMB-proef en in strijd met het Unierecht. Juist het niet volgen van de SMB richtlijn is de kern van de uitspraak van de RvS geweest waarom deze NRD moet worden opgesteld. - De NRD houdt bovendien geen rekening met het feit dat de overheid een voorzorgplicht voor de gezondheid van de mens heeft. - De NRD dient geen onderscheidt te maken tussen 1,2 windturbines of een windpark en dient windturbines op zee niet uit te sluiten. - De NRD dient u aan te vullen en te vervolmaken met alle zaken die opgenomen zijn in de voorgenoemde richtlijnen en verdragen, alsmede alle geldende wet- en regelgeving welke van toepassing is of kan zijn op de NRD. Referenties 1) Pugh, K., Stack, M.M.

Rain Erosion Maps for Wind Turbines Based on Geographical Locations: A Case Study in Ireland and Britain. J Bio Tribo Corros 7, 34 (2021). https://doi.org/10.1007/s40735-021-00472-0 2) Leading Edge erosion and pollution from wind turbine blades - 5 th. Edition, Asbjørn Solberg, Bård-Einar Rimereit and Jan Erik Weinbach, July 2021 3) Cortés E, Sánchez F, O'Carroll A, Madramany B, Hardiman M, Young TM. On the Material Characterisation of Wind Turbine Blade Coatings: The Effect of Interphase Coating-Laminate Adhesion on Rain Erosion Performance. Materials (Basel). 2017;10(10):1146. Published 2017 Sep 28. doi:10.3390/ma10101146 4) https://norwea.no/norwea-mener/2021/3/26/faktaarkvindkraft-plast-og-bisfenol-a

2.2

Doelstelling

De doelstelling laat zich, net als de probleemstelling, ook op twee niveaus toelichten. 1. Procedurele tekortkoming oplossen Doel van het planMer is om het milieubelang een volwaardige plek te geven in de bestuurlijke besluitvorming met betrekking tot toekomstige windturbinebepalingen. 9 Het planMer maakt de leefomgevingseffecten van deze algemeen geldende voorschriften inzichtelijk. De planMer-procedure wordt conform de wettelijke vereisten doorlopen. 2. Moderne AMvB windturbinebepalingen onderbouwen Het planMer draagt bij aan het ontwikkelen van moderne windturbinebepalingen voor de leefomgeving die: a. Gebaseerd zijn op de nieuwste inzichten in de veiligheids- en gezondheidseffecten van windturbines (zie ook onderstaand tekstblok).

Zienswijze op a. Met het serieus toepassen van het voorzorgsprincipe staan we in Nederland aan het begin van een traject. Op dit nieuw ingezette spoor om de gezondheidsschade ten gevolge van windturbines erkend te krijgen bij de overheid zijn meerdere wetenschappelijke publicaties beschikbaar. Het is de plicht van alle bestuursorganen om de invulling van het voorzorgsprincipe en toepassing van de EU richtlijnen te realiseren. Het is de taak vooral van hen die een rol vervullen in besluitvormingsprocessen en de leden van de rechterlijke macht hierin verantwoordelijkheid te nemen. Pagina 12 van 42

Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving

Van deze NRD wordt verlangd, dat zij serieus aandacht geeft aan een kader waarin de zorg voor de gezondheid en de handhaving of verbetering van het huidige beschermingsniveau van de leefomgeving voorop staat. Het normen kader van de SMB richtlijn gebiedt dat. Maar ook onze eigen Grondwet. Dat betekent dat de overheid, ic het gemeentebestuur, zolang twijfel bestaat over het veroorzaken van gezondheidsschade en milieuschade door windturbines en er geen wetenschappelijke garanties kunnen worden gegeven dat het bestaande beschermingsniveau voor de leefomgeving zal worden gehandhaafd dan wel verbeterd, niet een plan vast kan en mag stellen. Kern moet zijn: de gezondheid en leefomgeving van omwonenden beschermen. Het geen geëist wordt vanuit de Grondwet, EVRM, Unierecht en bijbehorende Richtlijnen en Verdragen. De NRD moet hiervoor kaders scheppen en doet dit op dit moment niet. Windparken op zee vallen buiten de reikwijdte van het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving. 8 Zie hiervoor de kamerbrief van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat Klimaat en Energie, dd. 30 augustus 2021: Beantwoording vragen over ontwikkelingen met betrekking tot de Regionale Energie Strategie (RES), kenmerk DGKE-WO / 21170175, vragen 17 en 18.

9 Hierbij is het nadrukkelijk niet de bedoeling om het planMer Structuurvisie Wind op Land over te doen (zie voor meer informatie: https://www.commissiemer.nl/adviezen/2636). 7

Pagina 13 van 42

Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving

b. c.

Onderbouwd zijn met een afweging van de milieubelangen.10 Toepasbaar en naleefbaar zijn in de praktijk voor ontwikkelaars en exploitanten van windparken en in het geval van overtreding handhaafbaar zijn door het bevoegd gezag.

Zienswijze op c. De huidige normen die buitenwerking zijn gesteld, zijn bij geluidsoverlast en trillingen nagenoeg niet handhaafbaar voor het bevoegd gezag. Vasthouden aan dezelfde meet- en rekenmethodiek van Lden en dB(A) zorgt dat het probleem het plaatsen van windturbines binnen een bevolkt gebied versus het volgen van de SMB richtlijn nooit opgelost zal worden. Simpel omdat de meet- en rekenmethodiek voor (standaard geluid) niet past bij de complexe industriële inrichting die een windturbine is. Lden>> voor windturbines een jaargemiddelde. Een gemiddelde veroorzaakt een soort bandbreedte van pieken en dalen in hoorbaar geluid. Van de pieken word je wakker en heb je last door een verstoorde nachtrust. Omdat er sprake is van een jaargemiddelde worden de pieken wel gemeten maar afgevlakt. Tijdens meetrondes door de milieudienst DCMR, georganiseerd naar aanleiding van geluidsoverlast klachten door het Windpark Hartel-kanaal nabij Geervliet-Heenvliet, leert dat de overschrijdende pieken waar burgers wakker van worden inderdaad gemeten worden, maar niet handhaafbaar kunnen worden door het hanteren van de Lden. Daarbij komt tevens dat in de planfase uitgegaan wordt van referentie windturbines en daar met de computer de berekeningen op worden gedaan voor de geluidscontouren.

De normen die bij vergunde parken worden gehanteerd behoren zoals bekend, bij een veel lagere as-hoogte en corresponderen niet met de thans veel hogere windturbines. In de praktijk blijkt tevens dat de geluidscontouren verder dragen dan berekend zijn en elke windturbine zijn eigen geluidsdynamiek kent. Ik verwijs daarvoor naar onderzoek Moller – windturbines Maastricht. In de handhaving wordt uitgegaan van de in de vergunning gestelde waarden. Deze zijn o.a. gebaseerd op de referentie windturbine van het geplaatste type windturbine. Praktijk en papier komen aantoonbaar niet met elkaar overeen, waardoor handhaving op juridische gronden niet of nauwelijks mogelijk is. De gehele systematiek van Lden en dB(A) is niet geschikt voor handhaving van windturbine geluidsoverlast. Lden past wel bij wegverkeer etc. omdat dit een voorbijgaand geluid is van een eenzijdige bron en anders van samenstelling is dan het geluid van een windturbine. E.a. wordt veroorzaakt door de wieken die draaien, een aanwezige generator, wind, de omgeving waarin een windturbine is geplaatst en het feit dat het geluid niet voorbij gaat maar ter plaatse wordt geproduceerd. Ofwel complex. Daarom past de Lden niet bij specifiek windturbine geluid. Lden is niet toereikend/ niet passend.

En vasthouden aan deze Lden betekent een groot effect van windturbines op de gezondheid, doordat omwonenden bij regelmaat wakker worden van de geluidspieken. In het kader van handhaafbaarheid en gezondheid dient daarom de Lden niet van toepassing verklaard te worden voor de beoordeling van geluid van windturbines op de leefomgeving. De (A) in dB(A) is een corrigerende factor die toegepast wordt. Hierdoor wordt het LFg in zijn geheel eruit gefilterd. Reden: dB(A) gaat uit van hoorbaar geluid. De trillingen van het LFg bestaan daardoor niet als norm voor windturbines. Handhaving is ook daardoor niet mogelijk. De (A) factor dient daarom niet van toepassing verklaard te worden voor de beoordeling van het geluid en trillingen van windturbines. Het RIVM rapport met kenmerk 680300007 zegt hier zelfs over ‘In het onderhavige onderzoek wordt het laagfrequente deel van het spectrum nader onderzocht en vergeleken met de NSG-richtlijn en de Vercammencurve voor laagfrequent geluid. Deze controle is nodig omdat de Lden (die uitgaat van Agewogen geluid) bij eventuele sterke laagfrequente componenten geen bruikbare indicatie voor de hinder is’. Pagina 14 van 42

Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving

d.

Het planMer draagt bij aan het ontwikkelen van moderne windturbinebepalingen voor de leefomgeving die rekening houden met de (milieu)gevolgen voor de leefomgeving, toekomstige ontwikkelingen en met overige nationale belangen zoals de energietransitie.

Zienswijze op d. Het planMer is strategisch van aard en wordt opgesteld voor structuurvisies en ruimtelijke plannen. Centraal staat de vraag ‘waarom deze ontwikkeling op deze locatie’ en worden verschillende alternatieve locaties tegen elkaar afgezet. In het kader van deze NRD betreft het een planMer voor een wettelijke regeling. Een andere invalshoek, die uit moet gaan van de toepasbaarheid van de wettelijke regeling die wordt beoordeeld of deze voldoet aan vereisten gesteld in de SMB richtlijn. Hier is geen sprake van het rekening moeten houden met toekomstige ontwikkelingen en met een gesteld beleidsdoel zoals de energietransitie is. Door dit te betrekken bij de NRD wordt het te doorlopen proces nodeloos ingewikkeld. Immers de normen in het Activiteitenbesluit- en regeling staan ter discussie en dienen beoordeeld te worden. De toekomstige ontwikkelingen moeten simpel aan de windturbine normen Leefomgeving voldoen. Indien deze strenger uitvallen dan de thans buitenwerking gestelde normen, is dat all-in the game. Zij kunnen daardoor mogelijk beperkend zijn voor de geschetste ontwikkelingen. Echter een zaak nadat de windturbinebepalingen Leefomgeving in overeenstemming zijn gebracht met het Unierecht, de SMB richtlijn. U hebt vast de handen vol om alleen daar al een oordeel over te kunnen vellen gelet op de regelgeving en gestelde de eisen conform de SMB-richtlijn.

En daarnaast de onmogelijkheid van de thans buitenwerking gestelde normen, die zich in de praktijk voordoet in de vorm van ernstige overlast die omwonenden ervaren bij verleende windturbineparken. Ondanks beloften dat er geen hinder zal zijn als het windpark gerealiseerd is. Parallelle (onderzoeks-)trajecten Er is al veel onderzoek verricht, waarvan een aantal ook in deze NRD worden genoemd. Naast het planMer windturbinebepalingen lopen parallel twee andere (onderzoeks-)trajecten vanuit het Rijk (zie hieronder). Indien resultaten tijdig beschikbaar komen, dan zullen deze onderzoeken worden meegenomen in het planMer. Daarnaast is het mogelijk om middels zienswijzen meer onderzoeken voor te dragen om te verwerken in het planMer. Afstandsnormen Naar aanleiding van de motie Erkens/Leijten11 wordt op dit moment een onderzoek uitgevoerd naar de effecten van verschillende afstandsnormen op de gezondheid en leefkwaliteit. Het doel van het onderzoek is om de effecten – alsmede de voor- en nadelen met het oog op milieubescherming – van verschillende normen voor een minimale afstand van windturbines tot omliggende woningen in beeld te brengen. Resultaten van dit onderzoek worden verwacht in februari 2022.12 Zo mogelijk en relevant zullen nieuwe inzichten ook behandeld worden in het planMer (zie hiervoor ook paragraaf 5.8).

Verkenning RIVM Op dit moment wordt een verkenning uitgevoerd door het RIVM naar de mogelijkheden voor praktijkonderzoek dat de wetenschappelijke inzichten over de gezondheidseffecten van windturbines in Nederland met nieuwe empirische gegevens kan aanvullen. De resultaten van de verkenning - met daarin een aantal opties voor onderzoek – worden in maart 2022 verwacht. Vervolgens trekken de ministeries van EZK en IenW – na overleg met overige betrokkenen zoals Democratisch Energie Initiatief (DEI) – een conclusie over het uit te voeren onderzoek en informeren zij de Tweede Kamer hierover. Zo mogelijk en relevant zullen nieuwe inzichten ook behandeld worden in het planMer.

Pagina 15 van 42

Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving

Zienswijze Verkenning RIVM Vanuit de provincie Zuid Holland is in een werksessie aangegeven dat de onderzoeken te laat komen voor de planMer. Het onderzoek van het RIVM naar effecten van LFg van windturbines op de gezondheid neemt naar schatting 4-8 jaar in beslag. Juist dit fenomeen heeft, gelet op bestaande studies in het buitenland, mogelijk veel impact op de gezondheid en valt door de term:’ zo mogelijk en relevant‘ buiten de beoordeling van de planMer. In dit geval dient het voorzorgsprincipe te worden gehanteerd. Wanneer een effect niet onderzocht is, dan wel niet zeker is welk effect dit heeft op de gezondheid, dient pas op de plaats gemaakt te worden en kan een ontwikkeling pas plaatsvinden wanneer dit wel duidelijk is. In plaats van haast te maken met de NRD en de planMer aangaande de toetsing van de normen gesteld in het Activiteitenbesluit- regeling dient eerder haast gemaakt te worden met deze onderzoeken, zodat ten aanzien van het effect op de gezondheid wetenschappelijk gefundeerd de vraag in de planMer beantwoord kan worden: waarom deze activiteit op deze locatie en wordt voldaan aan de bescherming of verbetering van de mens en diens leefomgeving. .

Voor dit planMer is dat niet alleen gebaseerd op de mer-gerelateerde bepalingen daaromtrent vanuit de Wet milieubeheer die in hoofdstuk 7 staan, maar ook de bepalingen voor het stellen van regels via een AMvB die staan in artikel 8.40 van de Wet milieubeheer. 11 Voor motie Erkens/Leijten, zie: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2021Z10842&did=2021D23600 12 Voor aanvullende informatie en beantwoording vragen over uitvoering onderzoek motie Erkens/Leijten, zie: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/11/22/antwoordenkamervragen-over-uitvoering-motie-onderzoek-afstandsnormen-windmolens-op-land 10

Pagina 16 van 42

Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMer Windturbinebepalingen Leefomgeving

3

PlanMer-procedure, relatie met windturbinebepalingen

3.1

De planMer-procedure

Het planMer maakt integraal deel uit van het proces om te komen tot het opnieuw vaststellen van windturbinebepalingen. Deze planMer-procedure wordt uitgevoerd op grond van de Wet milieubeheer.13 Na het opstellen van deze NRD (Stap 1), worden voor deze planMer-procedure onderstaande stappen met meerdere inspraakmomenten doorlopen: Stap 2. Openbare kennisgeving en raadpleging over reikwijdte en detailniveau Door een kennisgeving in de Staatscourant wordt eenieder geïnformeerd over het voornemen om een planMer voor de Windturbinebepalingen Leefomgeving op te stellen. De openbare kennisgeving vormt de formele start van de planMerprocedure. Naast de kennisgeving wordt deze NRD gedurende acht weken ter inzage gelegd. De inzagetermijn van deze NRD wordt benut om enerzijds een ieder de gelegenheid te geven om zienswijzen in te dienen. Daarnaast worden informatiebijeenkomsten georganiseerd over de benodigde reikwijdte en detailniveau van het planMer met: • bevoegde overheden voor planologie en vergunningverlening; • het maatschappelijke belangenveld; • de windenergiesector. Indien u hiervoor belangstelling heeft, dan kunt u zich aanmelden, zie hiervoor de kennisgeving van deze NRD.

De staatssecretaris van IenW raadpleegt als bevoegd gezag wettelijke adviseurs (Inspectie Leefomgeving en Transport; de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed namens het ministerie OCW en het ministerie LNV) en betrokken bestuursorganen (relevante ministeries, provincies, gemeenten en waterschappen en de relevante overheden in Duitsland en België) over de reikwijdte en het detailniveau voor het planMer. Ook de Commissie voor de m.e.r. zal gevraagd worden om advies over de benodigde reikwijdte en detailniveau voor het planMer. Op deze NRD kunnen zienswijzen door een ieder worden ingediend. Hoe dit kan staat vermeld in de kennisgeving van deze NRD. Stap 3. Verwerking zienswijzen en adviezen Nadat een ieder en de geraadpleegde partijen de mogelijkheid hebben gekregen om hun zienswijze en advies te geven geeft het ministerie van IenW in een reactie aan op welke wijze deze zienswijzen en adviezen worden meegenomen in het planMer. Dit vormt samen met de Notitie Reikwijdte en Detailniveau het kader voor het op te stellen planMer. Stap 4. Opstellen planMer Na de raadpleging over reikwijdte en detailniveau wordt het planMer opgesteld. In het planMer worden de alternatieven en varianten uit de NRD verder uitgewerkt (zie Hoofdstuk 5).

Ook wordt per beoordelingscriterium (zie hoofdstuk 6) een Weliswaar komen de windturbinebepalingen naar verwachting te staan in een AMvB die valt onder de Omgevingswet, maar deze wet geldt nu nog niet. Overigens voldoet de merprocedure zoals die nu wordt gevolgd ook aan de vereisten onder de Omgevingswet. 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11225625/1