2022.11.03 Rekenkamerrapport SROI Nissewaard
Tekst van het document
Regionale en lokale kaders voor SROI De gemeenten Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis en Nissewaard maken alle drie deel uit van de arbeidsmarktregio Rijnmond en vormen samen met Brielle en Westvoorne een samenwerkingscluster binnen deze arbeidsmarktregio. In de arbeidsmarktregio zijn afspraken gemaakt om het SROI-beleid van de deelnemende gemeenten zo veel mogelijk op elkaar af te stemmen. De belangrijkste afspraken op regionaal niveau zijn het hanteren van de drempelwaarde van € 50.000 voor het toepassen van SROI bij opdrachten, het hanteren van de 5%-norm voor SROI als onderdeel van de opdrachtwaarde bij deze opdrachten, de samenwerking met het Werkgeversservicepunt Rijnmond en het registreren van resultaten van de SROI-opdrachten in het systeem WIZZR. De drie gemeenten geven elk op verschillende wijze invulling aan de regionale kaders op lokaal niveau. De gemeente Goeree-Overflakkee is het verst gegaan in het opstellen van eigen beleidskaders; deze zijn vastgesteld in 2018. Hierin zijn de regionale uitgangspunten en richtlijnen met betrekking tot SROI aangevuld met praktische richtlijnen en stappenplannen over onder meer de relatie met het werkgeversservicepunt en opdrachtnemers. Een overeenkomst tussen de drie gemeenten is dat er bij
31 Nissewaard kent volgens het CBS per 1 januari 2022 86.332 inwoners; voor Goeree-Overflakkee en Hellevoetsluis zijn dit respectievelijk
51.051 inwoners en 40.574 inwoners 32 Naar één gemeente op Voorne: https://www.naar1gemeenteopvoorne.nl/
32
aanvang van een traject gebruik wordt gemaakt van sjablonen, waarbij het invullen van de SROIverplichting door opdrachtnemers een verplicht onderdeel is. De gemeenten Hellevoetsluis en Nissewaard hebben geen aparte lokale kaders voor SROI vastgesteld. De regionale afspraken en richtlijnen met betrekking tot SROI zijn in deze gemeenten beknopt opgenomen in de beleidskaders voor inkoop en aanbesteding. De gemeente Hellevoetsluis kent (nog) geen uitgeschreven handvatten voor de werkwijze omtrent het maken van afspraken met opdrachtnemers over SROI, waardoor veel afhankelijk is van de persoonlijke invulling van de betrokken medewerkers. In de gemeente Nissewaard wordt medewerkers middels protocollen en werkwijzen handvatten geboden om invulling te geven aan de praktijk. De gemeente maakt hierbij gebruik van een uitgebreid stroomschema/stappenplan dat medewerkers inkoop kunnen gebruiken bij het opstellen van contracten met opdrachtnemers. De lokale kaders voor SROI in de gemeente Nissewaard wijken op enkele punten af van de in de arbeidsmarktregio gemaakte afspraken. Zo wordt in plaats van het drempelbedrag van € 50.000 voor het toepassen van SROI bij opdrachten, een drempelbedrag van € 214.000 gehanteerd. Uit gesprekken komt naar voren dat dit drempelbedrag is gekozen in lijn met het drempelbedrag voor Europees aanbesteden ten tijde van het opstellen van de lokale kaders.
Momenteel is het verlagen van het drempelbedrag onderwerp van gesprek binnen de gemeente. Verder heeft de gemeente Nissewaard een differentiatie gemaakt in de SROI-richtlijnen, afhankelijk van de opdrachtwaarde. Coördinatie van SROI Veel gemeenten in Nederland maken gebruik van een SROI-coördinator die de eindverantwoordelijkheid voor het SROI-beleid in de betreffende gemeente draagt. Zo’n coördinator heeft vaak geen andere taken naast zijn of haar SROI-taken. Als voordeel hiervan wordt onder meer genoemd dat de eindverantwoordelijkheid voor het SROI-beleid bij één medewerker ligt, die hier de volle aandacht voor heeft, en dat zowel portefeuillehouders als medewerkers met één persoon contact kunnen opnemen bij vragen of opmerkingen. De precieze invulling van de functie SROI-coördinator wisselt per gemeente, maar over het algemeen stelt deze functionaris de lokale SROI-kaders op, fungeert deze als vaste overlegpartner van de wethouder en als aanspreekpunt voor medewerkers en opdrachtnemers. Daarnaast neemt de SROI-coördinator veelal deel aan regionale SROI-overleggen, monitort en controleert deze het behalen van gestelde doelstellingen en rapporteert hierover aan het college. In geen van de drie onderzochte gemeenten is een SROI-coördinator aangesteld. Wel zijn de bovengenoemde taken in alle drie gemeenten min of meer belegd bij één functionaris.
In de gemeente Goeree-Overflakkee zijn de taken belegd bij een kwaliteitsmedewerker ontwikkelen en arbeidsmarkt, in de gemeente Hellevoetsluis bij een adviseur werkgeversdiensten en bij de gemeente Nissewaard bij een senior beleidsmedewerker Participatiewet. Voor de gemeenten Hellevoetsluis en Nissewaard geldt dat de genoemde functionarissen naast hun SROI-taken ook nog taken hebben gericht op andere aandachtspunten binnen het sociaal domein of binnen het aandachtsveld werk en inkomen. Uit gesprekken komt naar voren dat in deze gemeenten de wens bestaat om een functionaris te hebben die onverdeelde aandacht kan hebben voor de SROI-taken. De functionaris bij de gemeente GoereeOverflakkee is de facto de SROI-coördinator, en voert enkel taken uit binnen dit aandachtsveld.
33
Rol- en taakverdeling in de organisatie In de drie gemeenten zijn de rollen en taken in de praktijkinvulling van SROI-beleid op een vergelijkbare manier verdeeld. Er is in alle drie de gemeenten één centrale SROI-functionaris die toeziet op het algehele proces. De inkoopafdeling heeft met name aan de voorkant van SROI-trajecten een rol bij het bepalen of de SROI-eis voor een bepaald aanbestedingstraject van toepassing is, en bij het afstemmen met opdrachtnemers over de invulling van de SROI-eis in de praktijk. Per gemeente is het wisselend of de inkoopadviseur(s) zelf in het vervolgproces contact hebben met de opdrachtnemers over de voortgang, of dat dit wordt overgelaten aan zogeheten contracteigenaren en/of accountbeheerders die afkomstig zijn van de bij de opdracht betrokken beleidsafdeling. In alle drie de gemeenten geldt dat in de praktijk veel afhankelijk is van de eigen rolinvulling door betrokken medewerkers. Waar er scherpere kaders zijn voor rol- en taakinvulling wil dat niet zeggen dat deze altijd één op één worden nagevolgd. In alle drie gemeenten wordt veel waarde gehecht aan maatwerk, in zowel de onderlinge samenwerking tussen medewerkers als in het contact met opdrachtnemers. Wel wordt er door medewerkers waarde gehecht aan een eenduidige werkwijze met een helder omschreven rolverdeling.
Dit voorkomt onderlinge communicatieproblemen of het uitvoeren van dubbel werk door medewerkers. Samenwerking met het werkgeversservicepunt De drie gemeenten werken intensief samen met het werkgeversservicepunt Rijnmond (WSPR) bij de invulling van SROI-trajecten. In alle drie de gemeenten is de taakverdeling globaal als volgt verdeeld: de gemeente draagt verantwoordelijkheid voor de totstandkoming van de contracten met opdrachtnemers en de overkoepelende monitoring van de voortgang van opdrachten; het WSPR draagt verantwoordelijkheid voor de matching van SROI-kandidaten met opdrachtnemers en biedt algehele ondersteuning in de totstandkoming van contracten en het monitoren van resultaten. Een knelpunt in de samenwerking met het WSPR is dat de ‘backoffice’, gevestigd in Rotterdam, voornamelijk gericht is op de SROI-invulling in de gemeente Rotterdam. Samenwerking in de regio De drie gemeenten maken zoals benoemd, deel uit van de arbeidsmarktregio Rijnmond en vormen samen met Brielle en Westvoorne een samenwerkingscluster binnen deze regio. Binnen de arbeidsmarktregio vinden reguliere overleggen plaats op regieniveau (tussen gemeentelijk portefeuillehouders) en uitvoeringsniveau (tussen betrokken medewerkers, veelal SROI-coördinatoren of hun equivalenten).
Alle drie gemeenten nemen deel aan deze overleggen, hoewel dit om tijd-technische redenen niet altijd mogelijk is, en erkennen de meerwaarde van de overleggen om onderling te kunnen afstemmen en lessen uit te wisselen. Tegelijkertijd wordt in alle drie gemeenten aangegeven dat de concrete invulling van regionale afspraken per gemeente kan verschillen, en dat er risico’s bestaan op het gebied van mogelijke onderlinge concurrentie en sterk wisselende kaders voor opdrachtnemers. Samenwerking met opdrachtnemers Zoals eerder beschreven doorlopen de opdrachtnemers bij alle gemeenten in de regio min of meer hetzelfde proces bij het opstellen van het contract en het maken van afspraken over de SROI-invulling. De ervaringen over de samenwerking tussen opdrachtnemers en de gemeente zijn in alle drie gemeenten eveneens vergelijkbaar. In alle drie gemeenten staat het bieden van maatwerk en het vinden van een passende SROI-invulling centraal. Opdrachtnemers krijgen veel mogelijkheden om een eigen
34
invulling te geven of een beroep te doen op regelingen als rekrutering van SROI-kandidaten via gemeentelijke werk- en ontwikkelbedrijven als Webego (Goeree-Overflakkee) of Voorne-Putten Werkt (Nissewaard en Hellevoetsluis). In alle drie de gemeenten is het draagvlak voor SROI onder opdrachtnemers groot. Wel is het met name bij opdrachten in het fysieke domein of bij kortdurende opdrachten lastiger om invulling te geven aan SROI, respectievelijk omdat opdrachtgevers moeilijk geschikte taken voor kandidaten uit de doelgroep kunnen vinden en omdat het vinden van een match met een SROI-kandidaat vaak wat tijd in beslag kan nemen. Opdrachtnemers hebben volgens de gemaakte afspraken in de arbeidsmarktregio de verplichting om zelf invulling te geven aan de SROI-eis en verantwoording af te leggen aan de gemeente over behaalde resultaten. Met name in de gemeente Goeree-Overflakkee zijn er goede ervaringen met het laten opstellen van een SROI-invullingsplan door de opdrachtnemer zelf. Hierin kan de opdrachtnemer zelf aangeven welke mogelijkheden hij ziet voor invulling. Dit vergroot volgens betrokkenen het draagvlak bij opdrachtnemers en biedt ruimte voor een creatieve en mensgerichte aanpak. In alle drie gemeenten zijn er echter knelpunten in de verantwoording van opdrachtnemers aan gemeenten.
Opdrachtnemers wordt gevraagd om in registratiesysteem WIZZR periodiek in te vullen wat de behaalde resultaten zijn. Omtrent dit systeem zijn er echter verschillende problemen die voor de hele regio gelden. Zo blijkt vaak achteraf dat de SROI-eis niet bij het opstellen van het contract is vertaald in een concrete waarde (uitgedrukt in euro’s) die moet worden behaald. Ook geven opdrachtnemers aan dat de inzet van SROI-kandidaten niet altijd uit te drukken is in een bepaald bedrag, of dat gegevens over de inzet beperkt beschikbaar zijn. Dit maakt de SROI-administratie tijdrovend en maakt het voor gemeenten op hun beurt lastig om inzicht te krijgen in de concrete resultaten van SROI. De ervaringen met WIZZR zijn in de gemeente Goeree-Overflakkee het meest positief. Hoewel niet iedere opdrachtnemer WIZZR daadwerkelijk gebruikt, wordt het gezien als een goede manier om inzicht te krijgen in de voortgang van contracten wanneer opdrachtnemers gegevens wél invullen. Monitoren en behalen van resultaten In de drie gemeenten zijn er beperkt concrete (cijfermatige) doelstellingen opgenomen over de te behalen resultaten van de SROI-regeling. Op Goeree-Overflakkee is er in het coalitieakkoord voor 20182022 een doelstelling opgenomen om 50 arbeidsplaatsen te kunnen realiseren voor mensen uit de SROIdoelgroep. In de andere twee gemeenten ontbreekt een dergelijke doelstelling.
Overkoepelende doelstellingen als het stimuleren van sociaal ondernemerschap of het helpen ontwikkelen van mensen uit de SROI-doelgroep worden wel nagestreefd, maar zijn lastig te vatten in te monitoren cijfers. Van de drie onderzochte gemeenten is Goeree-Overflakkee het verst in het realiseren van een monitoringcyclus van de SROI-regeling. In deze gemeente worden jaarlijks eindejaarrapportages opgesteld en wordt eens per twee maanden een stoplichtrapportage opgesteld met de meest recente resultaten en de voortgang van alle contracten met een SROI-verplichting. De organisatie is voornemens om in 2022 voor het eerst een collegevoorstel te schrijven waarin de cijfers worden voorzien van een kwalitatieve duiding en uitgebreidere verantwoording. In de gemeenten Hellevoetsluis en Nissewaard wordt wel bijgehouden wat de resultaten van de SROI-regeling zijn, op basis van de cijfers die door het WSPR uit WIZZR worden aangeleverd. Het gaat hierbij met name over het aantal werkzoekenden dat is geplaatst bij een opdrachtnemer in een SROI-traject. Zoals hierboven benoemd bieden deze cijfers
35
echter beperkt inzicht in de daadwerkelijk behaalde resultaten, omdat veel opdrachtnemers de gevraagde gegevens niet (kunnen) invullen. In alle drie gemeenten geldt dat er in de informatievoorziening aan de gemeenteraad (met name de P&C-documenten) beperkt wordt gerapporteerd over SROI. Verantwoording hierover beperkt zich veelal tot enkele cijfers over het aantal opdrachten met een SROI-eis, of enkel een toelichting op de lokale SROI-regeling. De aandacht van gemeenteraden voor het onderwerp is overigens ook beperkt. Slechts in één gemeente, namelijk Goeree-Overflakkee, zijn vragen gesteld door de gemeenteraad over de resultaten van de SROI-regeling. Bereik van de doelgroep Opdrachtnemers vinden het blijkens de gevoerde gesprekken spannend om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan te nemen. Hierin bestaat er geen verschil tussen de drie gemeenten. Daarnaast wordt in alle drie gemeenten de mogelijkheid geboden om op alternatieve manieren invulling te geven aan de SROI-verplichting, zoals het inkopen van arbeidskrachten via het lokale werk- of ontwikkelbedrijf of sociale inkoop bij zogeheten sociale ondernemers. Er is in alle drie gemeenten beperkt zicht op het aantal SROI-kandidaten dat via een SROI-traject daadwerkelijk een vast contract krijgt aangeboden.
Het opstellen van lokale SROI-spelregels De gemeente Goeree-Overflakkee heeft na het maken van afspraken binnen de arbeidsmarktregio een vertaling gemaakt naar een eigen lokaal beleidskader voor SROI. Het opstellen van een lokaal beleidskader biedt volgens betrokkenen verschillende voordelen. Zo is er sprake van eenduidigheid in de verschillende werkprocessen en wordt er op papier duidelijkheid verschaft over de onderlinge rol- en taakverdeling. Bovendien kan er in lokaal beleid nadere invulling worden gegeven aan ondersteuning van opdrachtnemers. De gemeente Goeree-Overflakkee heeft dit gedaan door voor opdrachtnemers lokale SROI-spelregels op te stellen, waarin duidelijkheid wordt verschaft over de verschillende mogelijkheden om invulling te geven aan de SROI-eis. Dit biedt helderheid en vergroot het draagvlak onder opdrachtnemers. In Hellevoetsluis of Nissewaard kan overwogen worden om naar het model van Goeree-Overflakkee ook dergelijke spelregels voor opdrachtnemers op te stellen. Hiermee wordt ook eenduidigheid gecreëerd in de regio. Dit kan meegenomen worden in het traject waarin regionaal verder gewerkt wordt aan een plan van aanpak en nieuwe beleidskaders voor SROI door de regionale projectleider SROI.
Het opstellen van een stroomschema voor medewerkers De gemeente Nissewaard heeft zoals benoemd, een stroomschema opgesteld voor medewerkers die contractafspraken maken met opdrachtnemers. Middels dit stroomschema wordt een overzichtelijk stappenplan geboden dat duidelijk maakt wanneer de SROI-regeling van toepassing is, welke percentages en bedragen worden gehanteerd en welke mogelijkheden er zijn om afspraken te vatten in contracten of overeenkomsten. In Goeree-Overflakkee zou een dergelijk stroomschema een mooie aanvulling vormen op de reeds bestaande werkwijzen en de lokale SROI-spelregels. Ook in Hellevoetsluis zou een dergelijk stroomschema medewerkers kunnen helpen om meer grip te krijgen op het
36
contractproces. In alle drie gemeenten kan overwogen worden om ook een werkwijze of stroomschema op te stellen voor de monitoring van de voortgang van contracten. Het hanteren van gedifferentieerde richtlijnen De gemeente Nissewaard hanteert verschillende richtlijnen voor de SROI-eisen bij verschillende typen opdrachten. Afhankelijk van het type en de omvang van de opdracht is dit percentage lager, hoger of gelijk aan 5 procent van de opdrachtwaarde. De gemeente kiest voor deze inrichting van SROI met het oog op het creëren van draagvlak onder opdrachtnemers. Door maatwerk te bieden, kunnen ook opdrachtnemers voor wie het relatief lastiger is om SROI-kandidaten in dienst te nemen, meedoen. Door gedifferentieerde richtlijnen te hanteren is er meer ruimte voor maatwerk en kan er bij opdrachten waarbij er gemakkelijker invulling kan worden gegeven aan de SROI-eis, een hoger percentage worden gehanteerd. De gemeenten Goeree-Overflakkee en Hellevoetsluis zouden ook kunnen overwegen om een differentiatie toe te passen. Opdrachtnemers en ambtenaren zien hier ook de meerwaarde van in. Intensief contact tussen opdrachtnemers en werkzoekenden Uit gesprekken kwam naar voren dat er in Hellevoetsluis enkele succesvolle plaatsingen zijn geweest naar aanleiding van maatwerk en intensief contact met de opdrachtgever en werkzoekenden.
Opdrachtnemers geven aan dat zij ook contact hebben met ander bedrijven en zodoende soms ook zelf actief op zoek gaan naar een mogelijk geschikte plek voor een werkzoekende. Hier zijn blijkens de gesprekken enkele succesvolle SROI-trajecten uit voortgekomen. Deze SROI-uitvoering wordt echter niet overal geregistreerd en de successen worden momenteel ook beperkt tot niet uitgedragen. Binnen de gemeente Goeree-Overflakkee wordt daarnaast momenteel een pilot gehouden onder de noemer HalloWerk, met als doel om matching tussen opdrachtnemers en werkzoekenden te verbeteren. Gemeenten zouden binnen de arbeidsmarktregio meer afstemming kunnen zoeken over de onderlinge matching om best practices op dit vlak uit te wisselen. Opleiding van kandidaten bij het leer-werkbedrijf Binnen het werkbedrijf Voorne-Putten Werkt waar ook de gemeente Hellevoetsluis aan deelneemt, worden kandidaten opgeleid op basis van de behoeften op de arbeidsmarkt. Dit geeft mogelijkheden om bij de invulling van SROI en in de matching tussen opdrachtnemers en kandidaten af te stemmen op de behoefte van zowel opdrachtnemers als kandidaten. Ook biedt dit mogelijkheden om bij de invullingen van SROI breder te kijken dan enkel het creëren van arbeidsplaatsen.
Het organiseren van een reflectiesessie met betrokken medewerkers Lopende dit onderzoek heeft in de gemeente Goeree-Overflakkee een reflectiebijeenkomst plaatsgevonden over de SROI-regeling. Hierbij zijn de verschillende functionarissen met een directe betrokkenheid bij SROI betrokken geweest. Tijdens de bijeenkomst is blijkens de interviews onder meer gesproken over de maatschappelijke doelstellingen van SROI, de onderlinge rol- en taakverdeling binnen de organisatie en met het WSPR, en wensen omtrent het mogelijk verder uitbreiden van maatwerk in de contracten met opdrachtnemers. Gesprekspartners geven aan dat het organiseren van een dergelijke bijeenkomst medewerkers helpt om onderling af te stemmen over rollen en taken, gemaakte afspraken te bespreken en eventueel te heroverwegen, en om ervaringen en lessen uit te wisselen. In Hellevoetsluis en Nissewaard zou overwogen kunnen worden om ook een dergelijke reflectiesessie met
37
betrokken medewerkers te organiseren. In alle drie gemeenten kan worden overwogen om zo een sessie periodiek, bijvoorbeeld ieder (half)jaar, te organiseren.
De samenwerking en afstemming van beleidskaders binnen de regio Uit het onderzoek komt naar voren dat de gemeente Goeree-Overflakkee over het algemeen de kaders binnen de arbeidsmarktregio hanteert, zij het dat deze lokaal een nadere invulling krijgen. In de andere twee gemeenten, met name in Nissewaard, wordt er bewust (op onderdelen) afgeweken van de regionale kaders. Dit met het oog op het bieden van maatwerk aan opdrachtnemers. Ook in GoereeOverflakkee wordt er gekeken naar mogelijkheden om meer maatwerk te bieden, omdat opdrachtnemers hier expliciet behoefte aan hebben. Hoewel in dit onderzoek niet is gekeken naar andere gemeenten binnen de arbeidsmarktregio, komt uit de gesprekken wel naar voren dat er binnen de arbeidsmarktregio Rijnmond verschillen bestaan in de lokale invulling van de regionale kaders. Uit landelijk onderzoek blijkt dat ook in andere arbeidsmarktregio’s gedifferentieerde richtlijnen worden gehanteerd. Denk daarbij aan gedifferentieerde drempelbedragen of SROI-eispercentages.33 Er is bij gemeenten duidelijk behoefte om binnen de arbeidsmarktregio nader het gesprek te voeren over de invulling en wellicht herijking van de huidige regionale kaders. De betrokken medewerkers zouden dit kenbaar kunnen maken binnen de arbeidsmarktregio en de regionaal projectleider die door het WSPR is aangesteld.
Het formeel aanstellen van een SROI-coördinator In geen van de drie gemeenten is er in formele zin een SROI-coördinator aangesteld, hoewel er in elke gemeente wel een medewerker is die invulling geeft aan taken die bij een dergelijke functionaris horen. Om de structurele aandacht voor SROI (verder) te vergroten, kunnen de gemeenten overwegen om een vaste SROI-coördinator aan te wijzen die formeel ook als zodanig wordt benoemd en enkel SROI-taken oppakt. Op die manier is er één functionaris die alle aandacht heeft voor het onderwerp en verantwoordelijkheid draagt voor de kaders, de afstemming met medewerkers en gemeentebestuur en de monitoring van resultaten. Het aanwijzen van zo’n functionaris voorkomt ook dat het overzicht binnen de organisatie op de SROI-regeling verdwijnt. Zo’n functionaris kan het meest effectief optreden wanneer er ook een plan van aanpak wordt opgesteld met langere termijndoelstellingen. Hieronder wordt hier verder op ingegaan. Met het aanstellen van een SROI-coördinator is mogelijk formatie-uitbreiding gemoeid. Niet iedere gemeente heeft hier de budgettaire ruimte voor. Een alternatief voor formatie-uitbreiding is het herverdelen van taken en het vergroten van de verantwoordelijkheid van accountmanagers en/of contracteigenaren.
Voorwaarde hiervoor is wel dat duidelijk is vastgelegd hoe de verschillende taken zijn verdeeld en dat er goed wordt toegezien op het uitvoeren van die taken. Een ander alternatief is het aanwijzen van een regionale SROI-coördinator of het aangaan van een dienstverleningsovereenkomst tussen gemeenten, waarbij de grootste gemeente de SROI-coördinator formeel in dienst heeft. Het is daarbij wel belangrijk dat er naast het coördinatiepunt ook een aanspreekpunt voor SROI binnen de
33 Platform31 (2018). Lokaal en regionaal Social Return beleid; VNG (2018) Handreiking Social Return, p. 22
38
deelnemende gemeentes is. In verschillende Nederlandse regio's wordt gewerkt met zo'n regionale SROI-coördinator of een regionaal coördinatiepunt.34 Het opstellen van een plan van aanpak met doelstellingen In alle drie gemeenten wordt er blijkens de gevoerde gesprekken gezocht naar manieren om gerichter invulling te geven aan de SROI-regeling. Wat hierbij kan helpen, is het opstellen van een plan van aanpak voor een langere periode. In zo een plan van aanpak kunnen eventuele politiek-bestuurlijke doelstellingen worden vertaald in tussentijdse en/of cijfermatige doelstellingen, bijvoorbeeld over het aantal SROI-plaatsingen per jaar. Ook kunnen er doelstellingen in worden opgenomen over de inrichting van de SROI-regeling zelf, zoals het verbeteren van de monitoring, het verscherpen van de onderlinge taak- en rolverdeling of het herijken van de lokale SROI-regels. Het is van belang dat er bij het plan van aanpak ook een ambtelijk 'eigenaar' is die de voortgang van het plan van aanpak monitort. Het ligt voor de hand dat dit de SROI-coördinator of equivalente functionaris is, die wanneer nodig actie kan ondernemen zoals het initiëren van overleggen of evaluaties.
De registratie en monitoring van resultaten Hoewel het contact tussen opdrachtnemers en de onderzochte gemeenten over het algemeen goed is, kan de monitoring van de voortgang van contracten in alle drie gemeenten worden versterkt. Momenteel is het situatie- en persoonsafhankelijk of er gedurende het verloop van een opdracht sprake is van periodieke tussentijdse afstemming over de SROI-invulling met de opdrachtnemer. Door een vast periodiek moment van afstemming in te bouwen, bijvoorbeeld aan het begin, halverwege en aan het einde van het contractverloop, krijgt de gemeente meer grip op de daadwerkelijke invulling van SROIeisen en kan de gemeente wanneer nodig opdrachtnemers ondersteunen of bijsturen. Hierbij moet wel benoemd worden dat de gemeenten sterk afhankelijk zijn van het werkgeversservicepunt als het gaat om cijfers. Alle drie gemeenten hebben momenteel een tekort aan de informatie die nodig is om te kunnen nagaan of alles verloopt zoals afgesproken. De gemeenten zouden dit (mogelijk gezamenlijk) kunnen aankaarten bij de arbeidsmarktregio en het werkgeversservicepunt. Dit knelpunt is bij de laatste instantie ook al in beeld, blijkens de regionale evaluatie die in 2021 heeft plaatsgevonden. Een andere kans op het gebied van registratie en monitoring is het organiseren van een periodiek SROIvoortgangsoverleg tussen de SROI-coördinator en betrokken medewerkers.
Bij een dergelijk overleg, bijvoorbeeld eens in het kwartaal, kan worden teruggekoppeld over behaalde resultaten en wordt er een vast moment geboden waarbij kan worden afgestemd wanneer er knelpunten zijn. Meer inwoners of meer mensen uit de regio aan het werk? Uit de gesprekken en de SROI-rapportages komt naar voren dat de wens bestaat om meer SROIkandidaten uit de eigen gemeente aan het werk te krijgen. Gegeven het percentage SROI-kandidaten dat via contracten tussen de gemeente en opdrachtnemers aan het werk komt, is deze wens begrijpelijk. Ook in gemeenten elders in het land komt het vraagstuk terug welke mogelijkheden er zijn om
34 Platform31 (2018). Lokaal en regionaal Social Return beleid; VNG (2018) Handreiking Social Return
39
daadwerkelijk meer inwoners aan het werk te krijgen, bijvoorbeeld middels een bonussensysteem voor opdrachtnemers, door verder te investeren in de ontwikkeling van het regionaal inkoopplatform of door het optimaliseren van de functionering van het werkgeversservicepunt. Tegelijkertijd kan worden gevraagd in hoeverre het streven naar een hoger percentage SROI-kandidaten uit de eigen gemeente een doel op zich moet zijn. De SROI-regels in de meeste regio's in Nederland zijn ondanks kleine verschillen over het algemeen vergelijkbaar en eenduidig. De huidige samenwerking in de arbeidsmarktregio gaat al uit van een zogeheten olievlekwerking: er wordt in de praktijk niet zo zeer naar gestreefd om specifiek meer doelgroepen uit een bepaalde gemeente aan het werk te krijgen, maar om meer mensen uit de gehele regio die in de doelgroep vallen aan het werk te krijgen. Bij bepaalde opdrachten een vaste lagere SROI-eis hanteren In alle onderzochte gemeenten wordt op dit moment gezocht naar maatwerk bij opdrachtnemers die vanwege de aard of omvang van de opdracht meer moeite hebben met het invullen van de SROI-eis. Deze opdrachtnemers zouden sociaal kunnen inkopen of er kan een lagere SROI-eis worden gehanteerd. Het gaat hierbij om een minderheid van het totale aantal SROI-trajecten.
Overwogen zou kunnen worden om voor deze categorie opdrachtnemers een eenduidiger SROI-kader mee te geven in de vorm van een lagere SROI-eis dan de standaard eis van vijf procent. Het invullen van SROI wordt hierdoor vereenvoudigd, waardoor er meer resultaat mogelijk is. Belangrijk in deze overweging is in hoeverre de SROI-waarde substantieel stijgt wanneer voor een bepaald type trajecten een lagere eis wordt gehanteerd. Hier kan een inventarisatie van het huidige totaal aantal uitzonderingen op de vijfprocentregel aan voorafgaan. Opdrachtnemers met elkaar in contact brengen Uit gesprekken komt naar voren dat opdrachtnemers veelal contact hebben met de gemeente en het werkgeversservicepunt, maar minder tot zelden met andere opdrachtnemers. Gesprekspartners geven aan dat hierdoor mogelijke kansen om samen te werken bij het invullen van SROI blijven liggen. In de toekomst is er onder opdrachtnemers behoefte aan onderlinge afstemming over de invulling van SROI. Hierdoor kunnen bedrijven onderling ervaringen uitwisselen, wat onder meer kan bijdragen aan de zorgvuldigheid van toekomstige plaatsingen. De gemeenten zouden een rol kunnen spelen in het faciliteren van (verdere) samenwerking tussen opdrachtnemers.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) adviseert bijvoorbeeld een jaarlijkse 'roadshow' te organiseren voor zowel betrokken ambtenaren en bestuurders als opdrachtnemers.35
35 VNG (2018) Handreiking Social Return, p. 22
40
Gesprekspartners In het onderstaande overzicht is een lijst opgenomen met de interviews die voor dit onderzoek hebben plaatsgevonden. Van alle gesprekken is een vertrouwelijk gespreksverslag gemaakt dat is geaccordeerd door de geïnterviewden.
Datum
Organisatie
Deelnemende functionarissen
3 juni 2022
Gemeente Nissewaard
Senior beleidsmedewerker Participatiewet
21 juni 2022
Gemeente Nissewaard
Senior beleidsmedewerker Participatiewet en Senior beleidsmedewerker armoede en schulden, integratie, emancipatie en Participatiewet
21 juni 2022
Gemeente Nissewaard
Senior inkoopadviseur (2x)
21 juni 2022
Gemeente Nissewaard/ Werkgeversservicepunt Rijnmond
Accountmanager WSP, Accountmanager werkgeversdienstverlening SROI, Contractmanager sociaal domein en accountmanager sociaal domein
21 juni 2022
Zelfstandig SROI-coördinator Eigenaar (ZZP'er)
8 juli 2022
Gemeente Nissewaard
Portefeuillehouder werk en inkomen, senior beleidsmedewerker Participatiewet
Bronnen Voor de bronvermelding verwijzen we naar voetnoten in de lopende tekst.
41
42
43