2021.05.20 Eindrapportage Proces- en Impactevaluatie de Taalsnelweg naar Werk (ZINZIZ 2020) (002)
Tekst van het document
Geïnterviewden over het succes van de Taalsnelweg naar Werk De deelnemers worden volgens de meeste geïnterviewden goed voorbereid op de Nederlandse arbeidsmarkt en er wordt een realistisch beeld van hun (toekomst)mogelijkheden neergezet. De meesten beschouwen de Taalsnelweg dan ook als een succesvolle methode om deelnemers sneller naar werk toe te leiden.
“Ik zie een groot verschil met het onderdompelen in de Nederlandse taal, de methode, het wegwijs maken in het arbeidsproces, actieve begeleiding en dat je na 4/5 maanden resultaten hebt. Dat mensen een plek krijgen, dat dat daadwerkelijk zo is. Dat kun je doen met intensiteit, doorlooptijd.” Zij noemen daarbij de volgende punten: Het intensieve programma stoomt de deelnemers sneller klaar dan regulier traject De eerste succesfactor die nagenoeg alle geïnterviewden benoemen, is de intensiteit van het programma. In de Taalsnelweg is hier bewust voor gekozen: vijf volle lesdagen verspreid over 18 weken (lichting 1) of 24 weken (lichting 2). Ter vergelijking: in een reguliere inburgeringstraject volgen deelnemers slechts drie dagdelen per week, verspreid over drie jaar, taalonderwijs. Dit grote verschil in intensiteit pakt dus volgens de geïnterviewden goed uit:
“Er wordt keihard gewerkt.” “De Taalsnelweg is 5 dagen in de week, je bent altijd met de taal bezig. Je gaat veel leren en krijgt veel huiswerk. Dat is veel beter dan 3 jaar 3 dagen per week een paar uur.” “Het is beter want wij praten 5 dagen per week Nederlands. 5 uur per dag. Als je er veel mee bezig bent blijft het beter hangen.”
Continue aandacht voor werk werkt door op de deelnemers Volgens de docenten is de continue aandacht voor werk tijdens het programma een succesfactor om de ‘mindset’ van de deelnemers richting werk te krijgen en houden.
“Ik denk dat de Taalsnelweg daardoor mensen veel sneller richting werk helpt.” Een kanttekening van een van de docenten daarbij is wel dat de combinatie van taal en werk nog meer en nog eerder mag plaatsvinden.
Commitment en een sterke drive om te leren zijn een voorwaarde, maar ook een succesfactor
43
Volgens meerdere betrokkenen is voldoende commitment nodig om de Taalsnelweg naar Werk te kunnen voltooien. Een docent zegt hierover dat de deelnemers “gedreven van aard” moeten zijn om mee te komen in het programma. Er wordt veel van de deelnemers gevraagd en het tempo ligt hoog. Het helpt volgens een van de professionals van Avres als de deelnemers die gedrevenheid al bij binnenkomst hebben:
“Ik denk dus zeker dat het succesvol is. Vooral op het moment dat je kandidaten hebt die al een duidelijk doel hebben welke richting ze op willen.” Maar het betekent volgens een docent ook dat de Taalsnelweg moeilijker kan zijn voor deelnemers die bijvoorbeeld last hebben van trauma’s, die zwanger zijn of kinderen hebben. Het is volgens een VIP-coach verstandig om de situatie van kandidaat-deelnemers vooraf goed in ogenschouw te nemen voordat begonnen wordt aan de Taalsnelweg, zodat belemmerende factoren ondervangen kunnen worden en een deelnemer met volle aandacht mee kan doen. Een deelnemer benoemde ook dat het traject zwaar is en niet voor iedereen is weggelegd, omdat zij elke dag veel nieuwe lesstof verwerken en veel nieuwe woorden leren:
“Voor slimme mensen is het heel goed. Als je minder slim bent, ga je dit niet leren. Dan gaat het té snel.” Tegelijkertijd was ook de huidige deelnemersgroep divers en speelden bovengenoemde belemmeringen ook bij deze groep: toch zijn zij vrijwel allemaal het hele traject aangehaakt gebleven en kwamen naar vrijwel elke les. Er werd door de meeste geïnterviewden dan ook gezegd dat het commitment binnen de groepen vooral heel hoog lag.
“Het is wel heel veel, maar ze zijn ook heel gemotiveerd”
Nauwe betrokkenheid van de sociale dienst bij het proces van de deelnemer Volgens professionals van Avres levert de Taalsnelweg een manier van werken met de deelnemers op die leidt tot veel meer succes dan het reguliere traject. Juist doordat zij veel nauwer betrokken zijn bij de deelnemers:
“Dit traject is duidelijker en transparanter dan het regulier traject. Het wordt naar mijn idee serieuzer genomen. Hier wordt maatwerk geleverd!” “Ik merk het ook aan de cijfers, normaal worden ze losgelaten. We krijgen dan niet veel informatie van de school. […] Nu met de Taalsnelweg heb je korte lijntjes, dat is snel schakelen. Ik merk ook dat al mijn klanten… veel zijn uitgestroomd naar een opleiding, richting betaald werk. Dat is dankzij de Taalsnelweg. We hebben ze heel goed in beeld. Dat betekent sneller stappen maken.” Ook als werk nog een stap te ver is levert de Taalsnelweg veel meerwaarde
“Het gaat niet alleen over werk. Ze zijn niet allemaal meteen klaar voor werk. Maar er worden dan wel allerlei tussenstappen genomen! De Taalsnelweg is een soort activeringsinstrument om door te pakken,
44
samen met participatiecoaches, andere betrokkenen en de deelnemers. De focus komt echt te liggen op naar werk toeleiden en daardoor wordt ook duidelijk welke tussenstappen genomen moeten worden.”
De doorlooptijd van fase 1 mag langer, voor nog meer impact Meerdere betrokkenen van beide lichtingen zeggen dat fase 1 (het onderwijs) nog langer mag duren. Verschillende deelnemers en professionals denken dan aan een traject van bijvoorbeeld vijf of zes maanden. Volgens hen levert dat nog meer op en zullen dan meer deelnemers echt klaar om de arbeidsmarkt te betreden.
“De Taalsnelweg naar Werk is een soort rollercoaster. Wellicht is een tussenweg een betere optie: tussen het huidige inburgeringstraject van drie jaar en de duur van de Taalsnelweg in.”
Uiteraard wordt ook de taalbeheersing genoemd als voorwaarde én succesfactor De insteek van de Taalsnelweg is dat een voldoende beheersing van de Nederlandse taal de grootste stap is richting werk. Dit wordt door veel geïnterviewden ook zo gezien.
“Ja, het is zeker een effectief middel. Taal is het belangrijkste punt waarop statushouders niet geplaatst kunnen worden. De Nederlandse taal is heel belangrijk. Door een instrument als de Taalsnelweg kun je hierop inspelen.” “Ik denk wel dat dat de sleutel is. Dat het voor een werkgever een enorme drempel wegneemt om iemand mee te laten lopen. Als je iemand mee laat lopen wil je wel bepaald rendement. Het begint bij taal.”
45
Conclusie: de Taalsnelweg naar Werk geeft een sterke impuls richting werk De Taalsnelweg naar Werk heeft een breed en gevarieerd bereik in deelnemers gehad. De deelnemers kwamen uit een veelheid aan landen, hadden allerlei achtergronden en grote verschillen in vooropleiding en arbeidsverleden. Er deden bijna net zo veel vrouwen als mannen mee en de leeftijden liepen uiteen van 20 tot 56. De Taalsnelweg trekt als concept de ‘enthousiastelingen’, die sowieso al veel motivatie hebben en het op den duur naar alle waarschijnlijkheid zelf ook goed gered zouden hebben. Maar het bereikt ook statushouders die minder snel als ‘de meest enthousiasten’ bestempeld zouden worden en voorheen nog niet over een dergelijk intensief traject hadden nagedacht. Mond-tot-mondreclame speelt hierbij inmiddels een belangrijke rol. Dit geeft ook direct weer hoe enthousiast de deelnemers van de Taalsnelweg zijn over het programma dat zei volgen. Nagenoeg alle deelnemers voltooien het volledige onderwijstraject en er is zeer weinig sprake van verzuim.
“Ik vind de Taalsnelweg duizend procent goed. Ik hoop ook voor andere vluchtelingen dat zij hieraan mee kunnen doen.” Binnen het onderwijsprogramma worden door de deelnemers duidelijke en belangrijke stappen gezet: veel vorderingen op taalgebied, meer kennis over financiën, de Nederlandse arbeidsmarkt en over hoe men goed voorbereid kan zijn op werken in Nederland. De deelnemers hebben veel enthousiasme over het programma, meer contacten, positieve groepsdynamiek en vooral een duidelijke blik gericht op de loopbaan en (uiteindelijk) aan het werk gaan. Wel verloopt de ontwikkeling bij de een voorspoediger dan bij de ander. De meerderheid doet ook werkervaring op en daarin zijn duidelijke successen zichtbaar: een deel van de deelnemers is doorgestroomd naar betaald werk en veel deelnemers hebben werkervaring opgedaan, doen dat nu of gaan dat doen. Daarbij focust ook een deel van de deelnemers zich nadrukkelijk op het gaan volgen van een opleiding om zo hun arbeidskansen in de toekomst te vergroten. Voor een deel van de deelnemers kan bovendien duidelijk gesteld worden dat zij na de Taalsnelweg ook daadwerkelijk startklaar waren voor werk. Voor een ander deel geldt dat zij hier sterk aan bouwen en plannen maken en activiteiten ondernemen om dit te bereiken.
Het algemene beeld is dat het overgrote deel van de deelnemers in deze periode nadrukkelijk bezig is met het opbouwen van een loopbaanperspectief, al zijn dat voor sommigen nog de eerste of kleine stapjes. Een belangrijk onderdeel daarvan is dat zij een steeds beter beeld krijgen van hun mogelijkheden en wat zij kunnen ondernemen om hun verwachtingen te behalen of juist bij te stellen. Het beeld is dan ook dat de Taalsnelweg naar Werk hier een impuls in heeft gegeven. Daarmee is de kans groot dat hun traject naar werk versneld wordt door deelname aan de Taalsnelweg. Dat lijkt ook te gelden voor deelnemers die met een grotere (Nederlandse) taalachterstand aan de Taalsnelweg zijn begonnen. Toch wordt ook duidelijk dat de verwachtingen rondom reguliere arbeid niet al te hooggespannen moeten zijn: direct een betaalde baan vinden na de Taalsnelweg zit er voor lang niet alle deelnemers in. De taalvorderingen zijn soms nog onvoldoende geweest om al volledig te kunnen functioneren binnen een Nederlands(talig) bedrijf en binnen de doelgroep is vaker sprake van fysieke of psychische problemen die hen belemmeren in het werk. Voor hen geldt dat het traject naar werk vaak meer tijd en ontwikkeling nodig heeft dan de gestelde periode van de Taalsnelweg.
Een intensievere begeleiding tijdens de werkervaring en ook daarna kan hen, maar ook de andere deelnemers, helpen om dit proces goed vorm te geven en de ontwikkeling voort te zetten. Want ook over de meeste van de deelnemers die na afloop van de Taalsnelweg nog een grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben is het beeld dat zij, mede door deelname aan de Taalsnelweg, stappen zetten in participatie en daarbij gericht zijn op het uiteindelijke doel om ook te kunnen gaan werken.
46
Daarmee roept het ook de vraag op hoezeer de doelgroep voor de Taalsnelweg beperkt moet worden tot statushouders die al een bepaald taalniveau hebben of waarvan verwacht wordt dat zij op korte termijn op zijn minst A2 niveau kunnen halen. Nu wordt hier nog sterk op gericht. Maar ook de deelnemers die met (soms zeer) lage taalniveaus aan de Taalsnelweg zijn begonnen, maken meestal duidelijke taalvorderingen en zijn gemotiveerd om werkervaring op te doen. Door een bredere doelgroep aan te spreken zal in sommige individuele gevallen wellicht minder snel ‘winst’ geboekt worden, maar bestaat ook de kans dat meer statushouders een impuls richting sneller werk vinden of in ieder geval meer participatie opdoen. De Taalsnelweg levert dan ook een bredere meerwaarde dan alleen op het gebied van regulier werk: veel deelnemers groeien in hun participatie en werken hier actief aan. Voor sommigen geldt wel dat dit een momentum is dat zij ook weer kunnen verliezen: ook daarom is het belangrijk dat er goede opvolging en nazorg plaatsvindt. Het is aan de samenwerkende partijen om te bepalen of dit binnen de huidige structuren voldoende geborgd is, of dat dit nog beter vormgegeven moet worden. Ook verdient het aanbeveling om te overwegen of er, in ieder geval voor een deel van de statushouders, een langere variant aangeboden kan worden.
Verschillende deelnemers spreken deze wens uit en ook professionals zien daar de meerwaarde van. Zeker voor de deelnemers die een duidelijke ontwikkeling doormaken, maar er ‘nog net niet zijn’ na de eerste of tweede fase zou een verlengde variant een uitkomst kunnen zijn, in hun ontwikkeling richting werk. De samenwerking tussen de betrokken organisaties en personen is binnen dit geheel van groot belang. Met de Taalsnelweg naar Werk is een structuur opgebouwd waarbinnen statushouders van vele kanten geholpen worden, op het gebied van taal, financiële zelfredzaamheid, gezondheid, arbeidstoeleiding en persoonlijke begeleiding. Dit samenspel lijkt ervoor te zorgen dat de focus van de deelnemer vanaf het begin gericht is op het beter leren van de Nederlandse taal én op hun loopbaan. Die focus verslapt niet als de begeleiding goed georganiseerd is. Maar als een deel van de (verwachte) ondersteuning niet, niet goed of te laat wordt uitgevoerd dan heeft dat directe gevolgen voor de deelnemer. Met als risico dat de ontwikkeling van de deelnemer stokt en de focus plaatsmaakt voor frustratie. De praktijk heeft daarbij uitgewezen dat de samenwerking een goed functionerende projectgroep en een sterke aanjager in de functie van projectleider nodig heeft, om te voorkomen dat dit soort haperingen zich voordoen of blijven doen.
Voor toekomstige uitvoering van de Taalsnelweg naar Werk is het van belang dat geborgd wordt dat deze samenwerking goed en soepel blijft functioneren.
“We moeten echt het belang van dit initiatief onderstrepen. Het is echt een must!”
47