16. Warmteprocesplan Heenvliet, Geervliet en Abbenbroek - bijlage
Tekst van het document
Warmteprocesplan Heenvliet, Geervliet en Abbenbroek Versie: definitief Datum: 23 juni 2025
Inhoud 1.
Samenvatting ............................................................................................................................. 3
2.
Inleiding ..................................................................................................................................... 3 2.1 Doel warmteprocesplan ............................................................................................................ 3
3.
Achtergrond ............................................................................................................................... 4 3.1 Regionaal kader ........................................................................................................................ 4 3.2 Lokaal kader ............................................................................................................................. 4 3.2 Netcongestie ............................................................................................................................ 5 3.3 Wet- en regelgeving ................................................................................................................... 6
4.
Processtappen ........................................................................................................................... 6 4.1 Fasering om te komen tot het warmteprocesplan ........................................................................ 7 4.1.1 Fase 1: Richten ................................................................................................................... 7 4.1.2 Fase 2: Inrichten ................................................................................................................. 7 4.1.3 Fase 3: Analyse .................................................................................................................. 9 4.1.4 Fase 4: Vaststellen ........................................................................................................... 14 4.2 Participatie en communicatie .................................................................................................. 14
5.
Het warmteprocesplan ............................................................................................................. 15 5.1 Samenvatting .......................................................................................................................... 15 5.1 Kansrijke alternatieven voor aardgas ........................................................................................ 16 5.2 Stappenplan (het handelingsperspectief) ................................................................................. 17 5.2.1 De basis: geen spijt maatregelen ........................................................................................... 17 5.2.2 Overstap naar een individuele warmtepomp .......................................................................... 19 5.2.3 Ondersteuning woningeigenaren ........................................................................................... 20 Praktische ondersteuning ............................................................................................................. 20 Financiële ondersteuning .............................................................................................................. 21 Landelijke subsidies .................................................................................................................
22 Lokale regelingen en subsidies .................................................................................................. 22 Algemene communicatie warmtetransitie ...................................................................................... 23 5.3 Overige doelgroepen ............................................................................................................... 23 5.3.1 Beschermd dorpsgezicht en monumentale panden ................................................................ 23 5.3.2 Vereniging van Eigenaren ...................................................................................................... 26 5.3.3 Gemeentelijk Vastgoed ......................................................................................................... 27 5.3.4 Huurders van woningcorporatie De Zes Kernen ...................................................................... 28
6. Warmteprogramma ...................................................................................................................... 30 7.Benodigde middelen warmteprocesplan ......................................................................................... 31 7.1. Communicatiemiddelen ......................................................................................................... 31 7.2. Personele capaciteit .............................................................................................................. 31
1. Samenvatting Voor de dorpskernen Heenvliet, Geervliet en Abbenbroek is een warmteprocesplan opgesteld. In dit warmteprocesplan staat beschreven welke stappen er de komende jaren worden gezet voor het verduurzamen van de warmtevoorziening van de gebouwde omgeving in deze drie dorpskernen. Daarnaast is er een handelingsperspectief voor bewoners opgenomen waarin staat welke stappen bewoners de komende tijd kunnen nemen om te verduurzamen. De belangrijkste uitkomsten van het warmteprocesplan zijn: -
-
Er is nog geen keuze gemaakt wat het alternatief voor aardgas zal zijn, wel is duidelijker welke richting het op gaat; De focus zal de komende tijd liggen op geen spijt maatregelen: het inzetten van verduurzamingsmaatregelen die altijd nuttig zijn, ongeacht de uiteindelijke keuze voor een specifieke aardgasvrije oplossing. Er wordt een warmteprogramma opgesteld waarin breder gekeken gaat worden welke alternatieven voor aardgas er gaan komen voor de gehele gemeente Nissewaard.
2. Inleiding De gemeente Nissewaard heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal, aardgasvrij, klimaatbestendig, waterrobuust en circulair te zijn. Alle energie die dan wordt gebruikt, is lokaal en op duurzame wijze opgewekt. Om dat doel te bereiken staan we voor een aantal belangrijke opgaven. Eén daarvan is het aardgasvrij maken van alle woningen in de gemeente. Dit vraagt om een overstap van aardgas naar duurzame manieren om huizen, gebouwen en andere plekken te verwarmen, wat we de warmtetransitie noemen. De warmtetransitie speelt zich af in verschillende sectoren, zoals de industrie, landbouw en de gebouwde omgeving. In dit warmteprocesplan richten we ons specifiek op de gebouwde omgeving, en dan met name op het verduurzamen van bestaande woningen. Nieuwbouwwoningen worden inmiddels wettelijk al energiezuinig en aardgasvrij gebouwd, waardoor de focus in dit plan ligt op de bestaande bouw. Omdat iedere wijk, dorpskern of gebied zijn eigen kenmerken heeft, vraagt de warmtetransitie om een aanpak op lokaal niveau. Bovendien zal een groot deel van de verduurzaming van woningen gerealiseerd moeten worden door de eigenaren zelf. Daarom is het essentieel om plannen te maken op het niveau van wijken, buurten of dorpskernen, en daarbij in gesprek te gaan met de mensen die er wonen.
Het document dat nu voor u ligt, is het warmteprocesplan voor de dorpskernen Abbenbroek, Geervliet en Heenvliet. Met dit plan wordt richting gegeven aan het verduurzamen van bestaande gebouwen in deze drie dorpskernen van Nissewaard. Tegelijkertijd vormt het een belangrijke onderbouwing voor de aanpassing van het omgevingsplan.
2.1 Doel warmteprocesplan Het warmteprocesplan heeft als doel om meer inzicht te geven in de toekomst richting een aardgasvrije gemeente en in dit geval specifiek richting drie aardgasvrije dorpskernen. Het warmteprocesplan bevat de resultaten van het onderzoek dat is uitgevoerd om te kijken welke alternatieven voor aardgas er kansrijk zijn in de drie dorpskernen. Daarnaast beschrijft het
warmteprocesplan op hoofdlijnen gezamenlijke uitgangspunten, energiebehoefte en energiedekking, mogelijke uitvoeringsopties, vervolgstappen en een globale planning. Tot slot is er een handelingsperspectief voor bewoners en wordt er vastgelegd welke ondersteuning er is voor bewoners.
3. Achtergrond In het nationale Klimaatakkoord van 2019 is afgesproken dat er in 2050 geen fossiele brandstof meer wordt gebruikt. Overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties hebben daarom afgesproken om in 2050 zeven miljoen woningen en één miljoen utiliteiten met duurzame energie te verwarmen. Het Klimaatakkoord is onderdeel van het mondiale ‘Parijs-akkoord’ van 2015. De gemeente Nissewaard heeft zich achter het nationale Klimaatakkoord geschaard. De verandering van fossiele brandstof naar hernieuwbare energie is nodig door onder andere het snel veranderende klimaat en de wens om de aarde leefbaar te houden voor toekomstige generaties. Daarnaast werd sinds de jaren zestig aardgas uit Groningen gewonnen, maar door de aardbevingen in Groningen en de gevolgen van deze aardbevingen heeft de Nederlandse overheid besloten de gaskraan te sluiten. Tegelijkertijd wil Nederland niet afhankelijk zijn van gas uit bijvoorbeeld Rusland. Daarom gaat Nederland nu van het aardgas af. Hoe het eindbeeld er in 2050 precies uit gaat zien, weet niemand. Wel is duidelijk dat er nu stappen gezet moeten worden. Door op tijd te beginnen, ontstaat er ruimte om bewoners goed te betrekken, betaalbare en haalbare oplossingen te ontwikkelen en de overstap naar aardgasvrij op een geleidelijke manier vorm te geven.
Dit voorkomt dat er later onder hoge tijdsdruk ingrijpende of dure keuzes gemaakt moeten worden. Bovendien kunnen gemeenten en bewoners nu profiteren van beschikbare subsidies, technologische innovaties en lessen uit andere gemeenten die al verder zijn in de warmtetransitie. De wens is dat huizen goed verwarmd blijven, dat mensen weten waar ze aan toe zijn en dat warmte voor iedereen betaalbaar blijft. De warmtetransitie raakt immers direct aan het dagelijks leven van veel bewoners, hun financiële situatie en in sommige gevallen zelfs hun bestaanszekerheid.
3.1 Regionaal kader Nissewaard maakt onderdeel uit van de Regionale Energie Strategie (hierna: ‘RES’) regio Rotterdam - Den Haag. De RES-regio Rotterdam - Den Haag vertaalt de afspraken uit het Klimaatakkoord in regionale ambities en oplossingsrichtingen. De RES is een strategie voor de regio en brengt de plannen van decentrale overheden bij elkaar. De RES wordt gebruikt om lokaal beleid en plannen verder uit te werken en in verbinding te brengen met de (inter-) nationale opgave. In de RES zijn op het thema warmte zeven warmteclusters van gemeenten gedefinieerd. Een warmtecluster is een gebied waarbinnen er een hogere afhankelijkheid bestaat op het gebied van warmte, zoals het verbinden van vraag en aanbod. De gemeente Nissewaard vormt samen met de gemeente Voorne aan Zee het warmtecluster Voorne-Putten. De gemeente Nissewaard is afhankelijk van de afstemming in het warmtecluster en op regionaal niveau. De uitvoeringsplannen worden immers binnen dit regionale perspectief ontwikkeld.
3.2 Lokaal kader Samen met de andere gemeenten op Voorne-Putten heeft de gemeente Nissewaard de Warmtetransitievisie Voorne-Putten (hierna: ‘WTV VP’) opgesteld om een route uit te stippelen
richting de gestelde klimaatdoelen. Deze zal uiterlijk in 2026 overgaan in het nieuwe op te stellen Warmteprogramma. Het warmteprogramma is een plan voor de gehele gemeente. Elke gemeente heeft de verplichting een warmteprogramma op te stellen. Hierin wordt de visie vastgelegd voor de toekomstige duurzame warmtevoorziening in de gemeente. Daarmee is er de ambitie om bewoners duidelijkheid te geven over welke kant het opgaat. De warmteprocesplannen die worden opgesteld dienen als input voor het warmteprogramma. Zo zal ook het warmteprocesplan Heenvliet, Geervliet en Abbenbroek de nodige inzichten bieden voor het opstellen van het warmteprogramma. In de WTV VP hebben de gemeenten op Voorne-Putten gezamenlijk met bewoners van het eiland vier dorpskernprincipes opgesteld die leidend zijn bij de warmtetransitie. Deze zijn: 1. Solidariteit is belangrijk: niemand staat in de kou 2. Betrouwbaarheid door transparantie in de keuzes én de keuze voor een robuust warmtesysteem 3. Betaalbaarheid door inzet op besparing en ondernemerschap 4. Zelf organiseren creëert draagvlak Deze principes staan centraal bij het opstellen van de warmteprocesplannen. De omvang van de opgave vraagt om een gestructureerde en efficiënte manier van werken.
Daarom is er in het Programmaplan Duurzaamheid 2023-2024 vastgesteld dat in 2026 voor zes wijken, gebieden of dorpskernen een uitvoeringsplan is opgesteld en in uitvoering is en voor nog eens twee wijken, gebieden of dorpskernen een uitvoeringsplan wordt gemaakt. Dit is niet het eerste warmteprocesplan. Van 2020 tot 2023 is er gewerkt aan het warmteprocesplan voor drie gebieden: De Hoek, Akkers-Centrum en Vogelenzang-Zuid. De gebieden Heenvliet, Geervliet en Abbenbroek zijn anders, maar de structuur en werkwijze van het opstellen van het eerste warmteprocesplan is zo veel mogelijk aangehouden voor de consistentie. Het eerste warmteprocesplan en de weg ernaartoe heeft veel inzichten gegeven die bij het maken van dit warmteprocesplan zijn meegenomen.
3.2 Netcongestie Tijdens het realiseren van de warmtetransitie zijn er een aantal uitdagingen. Eén daarvan is netcongestie. Dit betekent overbelasting van het elektriciteitsnet. In Nissewaard is er momenteel sprake van netcongestie aan de afnamekant. Dit betekent dat het elektriciteitsnet overbelast is doordat de vraag naar elektriciteit groter is dan de capaciteit van het elektriciteitsnet. Ook kan er netcongestie ontstaan wanneer het aanbod van elektriciteit (bijv. door de opwek van elektriciteit met zonnepanelen) groter is dan het stroomnet aankan. Dit wordt netcongestie genoemd aan de invoeringskant. Dit is voor Nissewaard momenteel niet aan de orde. Omdat de overstap naar duurzame warmte kan betekenen dat er nog meer vraag komt naar elektriciteit (bijvoorbeeld door warmtepompen) kan het zijn dat de druk op het elektriciteitsnet groter wordt. Om te voorkomen dat stroom uitvalt of niet meer kan worden geleverd, heeft de gemeente nauw overleg met netbeheerder Stedin en worden de plannen vanuit de gemeente afgestemd met Stedin.
3.3 Wet- en regelgeving Er wordt wet- en regelgeving ontwikkeld om betere kaders voor de warmtetransitie te maken. Er worden drie uiteengezet die van invloed kunnen zijn op het warmteprocesplan. Omgevingswet De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingswet stimuleert een integrale aanpak van ruimtelijke vraagstukken. Dit betekent dat het warmteprocesplan niet alleen gericht is op het verwijderen van aardgas, maar ook op andere aspecten zoals ruimtelijke ordening, leefbaarheid, energie-efficiëntie en de sociale en economische impact van de transitie. Verder verplicht de wet participatie van bewoners, bedrijven en andere belanghebbenden bij het opstellen van plannen. Het warmteprocesplan is daarom opgesteld met inbreng van belanghebbenden zoals belangrijke partners, bedrijven en bewoners. Ook de bevoegdheden om de regierol van gemeenten zorgvuldig in te vullen, worden versterkt. Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (hierna: ‘Wgiw’) is aangeboden aan de Tweede Kamer en is op 23 april 2024 aangenomen en op 10 december 2024 door de Eerste Kamer. Het is de bedoeling dat deze wet per 1 januari 2026 van kracht is. Via deze wet kunnen gemeenten, na een zorgvuldige procedure, gebieden aanwijzen waarin op een door hen uitgestippeld tijdspad het gasnet wordt vervangen door een duurzaam alternatief.
Wet collectieve warmte Gemeenten hebben daarnaast met de voorgenomen Wet collectieve warmte (hierna: ‘Wcw’) de regie in de ontwikkeling van warmtenetten. De geplande inwerkingtreding is 1 januari 2026, afhankelijk van de behandeling door de Tweede en Eerste Kamer. In de Wcw wordt opgenomen dat warmtebedrijven voor de levering van warmte een publiek meerderheidsbelang krijgen of in handen komen van een warmtegemeenschap. De prijs van warmte wordt door deze wet niet langer gekoppeld aan de gasprijs en de warmtebronnen voor een warmtenet moeten duurzaam zijn.
4. Processtappen Het proces om te komen tot het warmteprocesplan in de dorpskernen is uitgevoerd door een projectgroep waarin zowel de gemeente Nissewaard, als adviesbureau Royal HaskoningDHV (hierna: ‘RHDHV’) vertegenwoordigd waren. RHDHV heeft het warmteprocesplan voorzien van technisch-economische kennis. De gemeente heeft de regie gehad over het opstellen van het warmteprocesplan, bewaakte de integraliteit met andere lokale en regionale opgaven en coördineerde de participatie en communicatie. Dit laatste gebeurde onder de campagne ‘Wij.Doen.Groen.’ van het gemeentelijke Programma Duurzaamheid. In dit warmteprocesplan zijn de technisch-economische analyses en de resultaten van de diverse participatieactiviteiten bij elkaar gebracht. Om te zorgen dat het bestuur (college en gemeenteraad) uiteindelijk kan beslissen over dit plan, zijn deze in diverse stadia aangehaakt. Het warmteprocesplan wordt vastgesteld door het college van B&W. De gemeenteraad van Nissewaard wordt over het warmteprocesplan geïnformeerd middels een raadsmemo. Een samenvatting van het warmteprocesplan voor bewoners (inclusief handelingsperspectief) wordt huis-aan-huis verspreid.
4.1 Fasering om te komen tot het warmteprocesplan Om te komen tot het warmteprocesplan is er gewerkt in vier fasen: richten, inrichten, analyse en vaststellen. Hieronder is per fase toegelicht welke stappen er zijn gezet op technischeconomisch vlak. Er is een apart participatieverslag opgesteld waarin de stappen op participatie zijn vastgelegd.
4.1.1 Fase 1: Richten Periode september 2023 – januari 2024 Doel: Visie ontwikkelen op de opgave, uitgangspunten en aandachtspunten formuleren voor het proces en eerste integrale contacten aanboren. Technisch-economisch Vanaf december 2023 is er per dorpskern een beeld gevormd op technisch-economisch gebied over waar de behoeftes liggen vanuit de betrokken partijen en bewoners en aan welke criteria een toekomstige warmteoplossing moet voldoen. Dit gebeurde op basis van de uitkomsten van afgenomen enquêtes en bewonersavonden. Het beeld dat daaruit ontstaan is, is als volgt: Bewoners geven aan dat ze het liefst kiezen voor een warmteoplossing die de minste aanpassingen aan de woning/het pand vereist. Gevolgd door de oplossing met de minste gevolgen voor de openbare- en ondergrondse ruimte. Gevolgd door de meest duurzame oplossing voor de buurt, of de meest goedkope oplossing. Bewoners vinden betaalbaarheid, betrouwbaarheid van de techniek en keuzevrijheid belangrijke aspecten aan de warmteoplossing.
4.1.2 Fase 2: Inrichten Periode januari 2024 - mei 2024 Doel: Koppelen van de technische concepten aan de randvoorwaarden van de dorpskernen. Technisch-economisch Om te bepalen welke warmteoplossingen toepasbaar zijn in een gebied, moeten de randvoorwaarden van dat gebied bekend zijn. Die randvoorwaarden bestaan uit de warmte- en
koudevraag van de gebouwen in het gebied en de geografische ligging ten opzichte van potentiële warmtebronnen. De warmte- en koudevraag wordt bepaald aan de hand van het bouwjaar van de gebouwen, de huidige warmte- en koudevraag en de energielabels. In onderstaande figuur zijn de gegevens verwerkt over de warmtevraag per dorpskern:
Figuur 1: warmtevraag dorpskernen
Door het uitvoeren van het warmteprocesplan verwachten we dat de totale warmtevraag met 20.000 gigajoule (GJ) zal dalen. Een gigajoule is een eenheid voor energie. Eén GJ staat ongeveer gelijk aan het energieverbruik van een gemiddeld huishouden in drie dagen. Bij deze lagere warmtevraag past een warmteoplossing met een middentemperatuur (MT). Een MT-warmtenet levert warmte met een temperatuur van ongeveer 70 tot 75 graden Celsius. Het is belangrijk dat de temperatuur bij de aansluiting in de woning minimaal 70 graden is. De precieze temperatuur die nodig is vanaf de warmtebron wordt later bepaald. Dit gebeurt in de ontwerpfase. In de onderstaande figuur zijn de huidige energielabels van de woningen in de dorpskernen weergegeven. De energiebesparing heeft vooral invloed op de slecht geïsoleerde woningen. De woningen met energielabel C, die bijna 40% van de woningen uitmaken hebben het meeste profijt van een MT. Voor deze woningen zijn namelijk weinig tot geen investeringen nodig. Woningen met energielabels D tot en met G zullen echter wel moeten investeren in isolatiemaatregelen om optimaal te kunnen profiteren van een warmteoplossing op MT.
Figuur 2: huidige energielabels dorpskernen
Op hoofdlijnen zijn de mogelijke duurzame warmteoplossingen hernieuwbaar gas (waterstof of groen gas), een warmtenet (met geothermie, aquathermie of restwarmte als bron) en individuele oplossingen (zoals een hybride of volledig elektrische warmtepomp). Elke oplossing
heeft voor- en nadelen. Bij het overwegen van hernieuwbaar gas sluiten we aan bij de inzichten van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), dat klimaatneutraal gas ziet als een mogelijke aanvulling in situaties waar andere oplossingen minder geschikt zijn. Daarnaast is de netbeheerder op de hoogte gesteld over welke scenario’s onderzocht zouden worden. De varianten van scenario’s die onderzocht zijn: 1. Individuele oplossing: Alle woningen stappen individueel over op volledig elektrische warmteoplossingen. Dit kan een volledig elektrische warmtepomp zijn, al dan niet in combinatie met PV(T)-panelen. Voor deze oplossing is een hoog energielabel noodzakelijk. 2. Dorpsoplossing: Er wordt per dorp een collectieve warmteoplossing aangelegd, zoals een warmtenet met geothermie, aquathermie, en/of PVT-panelen als warmtebron, eventueel met een WKO-systeem. 3. Gemeenschappelijke oplossing: De drie dorpskernen worden aan elkaar verbonden met een warmtenet, waaraan één of meerdere warmtebronnen worden aangesloten met voldoende potentie. Wat technisch mogelijk is, moet maatschappelijk wenselijk, betaalbaar en organisatorisch haalbaar zijn. In fase 2 is op basis van de resultaten uit fase 1 gekozen welke vier scenario’s verder onderzocht zouden worden op haalbaarheid. Dit zijn aquathermie; restwarmte; individuele warmtepomp; ondiepe geothermie.
Hierbij is ook rekening gehouden met de ligging van de verschillende dorpskernen ten opzichte van elkaar, het aandeel monumentale panden en beschermd dorpsgezicht.
4.1.3 Fase 3: Analyse Periode mei 2024 – mei 2025 Doel: Analyseren van de mogelijke alternatieven voor aardgas in de dorpskernen. Technisch-economisch In totaal zijn er vier scenario's van een duurzame warmteoplossing doorgerekend op technische en economische haalbaarheid. Dit zijn aquathermie; restwarmte; individuele warmtepomp; ondiepe geothermie. Hieronder worden de verschillende onderzoeken van de scenario's toegelicht. 1. Aquathermie (TEO) & WKO per dorpskern In dit scenario heeft elke dorpskern een eigen warmtesysteem. Er wordt warmte uit oppervlaktewater gewonnen (aquathermie) en door middel van een warmtenet naar elke woning getransporteerd. Het gebruik van aquathermie als bron dient gecombineerd te worden met een WKO (Warmte-Koude Opslag). Op die manier kan de warmte efficiënt opgeslagen worden en gebruikt worden gedurende verschillende seizoenen. In de zomer wordt warmte uit waterbronnen gewonnen en opgeslagen in de WKO, in de winter kan deze warmte gebruikt worden voor verwarming. Dit zorgt voor een constante
beschikbaarheid van warmte en helpt de efficiëntie van het systeem te behouden. De warmte wordt opgewaardeerd door een collectieve warmtepomp, waarna de warmte op middentemperatuur (75 °C) aan de woningen geleverd kan worden.
2. Restwarmte In dit scenario wordt er restwarmte vanuit een fictieve warmtebron uit de richting van Spijkenisse benut. De warmte wordt opgewaardeerd door een collectieve warmtepomp. Vervolgens wordt de warmte via een warmtewisselaar aan de woning geleverd. De warmte wordt op middentemperatuur geleverd (75 °C), waardoor het warmteafgiftesysteem in de woning niet vervangen hoeft te worden. NB: De opzet van het restwarmtenet kan veranderen op basis van de benodigde lengte aan warmteleidingen, waardoor de resultaten zullen veranderen. 3. Individuele Lucht/Water-water warmtepomp In dit scenario wordt elk gebouw met een individuele lucht/water-water warmtepomp uitgerust. De gebouwen dienen hiervoor goed geïsoleerd te worden. De warmtepomp levert warmte op 50 °C. Er is geen ruimtelijke uitwerking voor dit scenario gemaakt.
4. Ondiepe geothermie Ondiepe geothermie is een alternatief voor aardgas dat warmte uit de bodem haalt. Bij deze techniek wordt warmte opgepompt uit aardlagen op een diepte van ongeveer 500 tot 1.500 meter. Deze warmte kan worden gebruikt om gebouwen te verwarmen. Omdat de temperatuur nog niet heel hoog is, wordt vaak een warmtepomp gebruikt om de warmte geschikt te maken voor woningen. A. In dit scenario worden alle dorpskernen met elkaar verbonden door een warmtenet dat gevoed wordt met ondiepe geothermie als basislast. De temperatuur uit de aardwarmtebron is 37 °C en wordt opgewaardeerd met een centrale warmtepomp, waarna het naar 18 decentrale warmtepompen in de dorpskernen gedistribueerd wordt. In de dorpskernen wordt de temperatuur verder opgewaardeerd naar 75 °C. De warmtepompen in de dorpskernen dienen als middenlast bron. Daarnaast is er een centrale piekbron, een gasketel die 10% van het vermogen dekt in de wintermaanden.
Alle gebouwen in de dorpskernen (2639) worden hiermee voorzien van warmte uit ondiepe geothermie + warmtepompen als basis- en middenlast.
B. Ter vergelijking is er bij dit scenario ook een variant gemaakt waarbij enkel de ondiepe geothermie gebruikt wordt en de 18 onderstations met warmtepompen voor middenlast wegvallen. De warmte wordt door de centrale warmtepomp opgewaardeerd tot 75 °C, waarna het via een warmtenet naar 1.400 woningen gedistribueerd wordt. Voor dit scenario geldt tevens dat er een gasgestookte centrale piekbron is. De resterende woningen 1239 (het aantal woningen van alle drie dorpskernen samen) worden verwarmd met een individuele warmtepomp. In beide varianten wordt dezelfde ondiepe geothermie bron gebruikt. Het onderscheid zit in de warmtevraag en capaciteit van de bron. Financiële uitkomsten De financiële uitkomsten zijn berekend over een periode van 30 jaar. Er is gekeken naar de investeringen die gedaan moeten worden en naar de maandelijkse kosten voor de bewoners. Op dit moment is er nog geen scenario dat financieel goed uitkomt. Het restwarmtenet kan financieel goed uitkomen als er gerekend wordt met een hoger warmtetarief, dat is toegestaan volgens de regels van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). De individuele warmtepomp biedt de laagste eindgebruikerskosten, hoewel hierbij geen rekening is gehouden met de kosten voor eventuele uitbreidingen en verzwaringen van het elektriciteitsnet.
De collectieve scenario's zijn minder gunstig dan het individuele warmtepompscenario, voornamelijk vanwege de hogere investeringskosten. Voor deze collectieve scenario's moet er een warmtenetwerk worden aangelegd en een systeem om de warmtebron te exploiteren. Onder de collectieve scenario's is het restwarmtenet financieel het meest voordelig, gebaseerd op de BAK en de gebruikerskosten per GJ. Dit geeft echter een vertekend beeld, omdat in de exploitatiekosten alleen het warmtenet en de onderstations zijn meegenomen, zonder de investering in een warmtebron zoals bij de andere collectieve scenario's. De business case voor dorpskerngebonden scenario's, zoals aquathermie en WKO, verschilt per dorpskern. Dit komt doordat de kosten grotendeels afhankelijk zijn van het aantal huishoudens dat van de warmte gebruik kan maken. De toevoeging van een WKO maakt een warmtesysteem duurder, omdat er een extra investering nodig is.
Daarnaast is er geen rekening gehouden met wet- en regelgeving voor beschermd dorpsgezicht. Dit kan ervoor zorgen dat aanpassingen aan woningen in deze gebieden moeilijk te realiseren zijn. Conclusie uitkomsten onderzoek Hieronder zijn de resultaten van het onderzoek in één overzicht te zien. Bron
Kosten
Scenario Impact
Duurzaamheid
Complexiteit
Scenario
Totaal score Afdoende capaciteit
N P V
BA K
L C O H
Benodigde openbare ruimte
Omgevingsoverlast bij gebruik
Mate van CO2 reductie
Belasting Elektriciteit-net
Ontwikkeling/ plaatsing
1.
Individuele warmtepomp
3
4
2
5
4
2
5
1
5
31
2.
Restwarmte
4
2
3
4
4
4
3
4
4
32
3a.
Aquathermie + WKO Heenvliet
5
1
1
1
3
5
3
3
3
25
3b.
Aquathermie + WKO Geervliet
5
1
1
1
3
5
3
4
3
26
3c.
Aquathermie + WKO Abbenbroek
5
1
1
1
3
5
3
4
3
26
4a.
Ondiepe geothermie compleet net
4
1
1
1
4
4
3
2
3
23
4b.
Ondiepe geothermie klein net + individuele warmtepomp en
4
1
1
1
3
3
3
1
3
20
Op basis van de technisch-economische analyse is de volgorde van de kansrijkheid van de scenario’s als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Restwarmte Individuele warmtepomp Aquathermie + WKO Geervliet Aquathermie + WKO Abbenbroek Aquathermie + WKO Heenvliet Geothermie compleet net Geothermie deel net + individuele warmtepomp
De scenario’s met ondiepe geothermie zijn het minst kansrijk. Ze zijn namelijk duur en vragen veel organisatie. Ook is er in dit scenario een extra warmtebron nodig voor koude periodes, zoals tijdens een korte, strenge winter. Deze extra warmtebron heet een piekvoorziening. Die
zorgt voor extra warmte als de gewone bron niet genoeg levert. Nu werkt die piekvoorziening vaak nog op gas. In de toekomst moet ook deze voorziening duurzaam worden. Voor de aquathermie geldt dat alle drie samen genomen worden voor een compleet scenario. Een mogelijk alternatief is om een gedeelte van de woningen aan te sluiten op een aquathermie warmtenet en de overige woningen op individuele warmtepompen. Het restwarmtescenario is het gunstigste scenario, wegens de lage gebruikerskosten en broninvestering. Het individuelewarmtepompen scenario is minder complex. Echter is dit de minst duurzame oplossing van de onderzochte scenario’s omdat: ●
●
De elektriciteitsvraag van het systeem erg hoog is, zeker in vergelijking met de elektriciteitsvraag van de andere systemen. Met het oog op (landelijke) netcongestie is een warmteoplossing met een lage elektriciteitsvraag voordeliger; Andere duurzame warmtebronnen een significant betere impact op de CO2-reductie kunnen hebben (mits de back-up gasketel vervangen wordt voor een elektrische backup.)
Aanbevelingen vervolgonderzoek Vervolgonderzoek scenario’s De resultaten van het onderzoek vormen een belangrijke basis voor het vervolgonderzoek. Het is wel belangrijk om de resultaten te actualiseren voordat er een definitieve keuze wordt gemaakt voor het alternatief voor aardgas. Er is steeds meer bekend over de verschillende scenario’s en deze informatie wordt meegenomen in de resultaten. Kosten veranderen bijvoorbeeld op basis van inflatie. Daardoor kunnen de materiaalkosten en daarmee de investeringskosten veranderen. Daarnaast is er gekeken naar nieuwe technieken waar nog niet zoveel over bekend is. Dit geldt bijvoorbeeld voor het scenario van ondiepe geothermie. Op termijn zal hier steeds meer over bekend raken waardoor ook hier de kosten kunnen veranderen en dit mogelijk een gunstig scenario kan worden. Restwarmtebronnen Er loopt momenteel een onderzoek naar de mogelijkheid om restwarmte te leveren naar het eiland Voorne-Putten vanuit toekomstige waterstofelektrolyse op de Tweede Maasvlakte. Dit zal mogelijk als restwarmtebron kunnen dienen. Op en rondom het eiland Voorne-Putten zijn meerdere potentiële restwarmtebronnen aanwezig. Het is aan te bevelen om de kansrijkheid van deze bronnen verder te onderzoeken, in samenwerking met de betreffende partijen.
Wanneer er zicht is op een concrete restwarmtebron, dan zal het restwarmtescenario moeten worden geactualiseerd, aangezien in de huidige studie van een fictief scenario is uitgegaan. Warmtebedrijf Collectieve oplossingen zijn met betrekking tot realisatie complex. Het vraagt om een hoge mate van samenwerking tussen de gemeente en de ontwikkelende partijen. Zowel de ontwikkelaars van de gebouwen als de gemeente moeten in de ontwikkeling van het gebied rekening houden en ruimte beschikbaar stellen voor de realisatie van de warmtebronnen. Daarnaast moet een goede samenwerkingsvorm in een warmtebedrijf voor de exploitatie van het warmtenet gevonden worden. Ruimtelijke inpassing
Elke warmteoplossing geeft ruimtelijke implicaties. Om de kansrijkheid van een warmtesysteem verder te onderzoeken is het wenselijk om zicht te hebben op de ruimtelijke mogelijkheden in de gemeente. Netcongestie In de onderzoeken die zijn uitgevoerd naar de mogelijke alternatieven voor aardgas heeft netbeheerder Stedin gekeken naar de risico’s op het gebied van netcongestie van het alternatief voor aardgas dat de meeste elektriciteitsbelasting zou geven. Stedin heeft daarmee gekeken naar de all-electric variant. Dit alternatief is mogelijk mits de nodige plannen voor de uitbreiding van het elektriciteitsnet worden doorgevoerd. Daaruit kan worden geconcludeerd dat op dit moment alle alternatieven voor aardgas die door het technisch adviesbureau zijn onderzocht, technisch mogelijk zijn. Wel is het belangrijk te realiseren dat alternatieven die een lagere belasting veroorzaken op het stroomnet gunstiger zijn voor het stroomnet en dat het onderzoek een momentopname is. Het kan zo zijn dat ontwikkelingen ervoor zorgen dat sommige alternatieven niet meer mogelijk zijn.
4.1.4 Fase 4: Vaststellen Periode mei 2025 – juli 2025 Doel: Vaststellen en borgen van het warmteprocesplan. Na het analyseren van de mogelijke alternatieven voor aardgas en de aanbevelingen die zijn gedaan is er een warmteprocesplan opgesteld. Deze staat onder het volgende hoofdstuk 5. Dit warmteprocesplan zal worden vastgesteld in het college van B&W en de raad wordt middels een memo geïnformeerd. Na deze bestuurlijke procedure zal worden gestart met het uitvoeren van het warmteprocesplan.
4.2 Participatie en communicatie De doelstellingen worden enkel behaald als er samen aan de slag wordt gegaan met diverse stakeholders. Gedurende het proces is continu afstemming geweest met diverse stakeholders. De stakeholders zijn op verschillende manieren betrokken en geïnformeerd over de voortgang. Het gaat daarbij om onder andere de volgende stakeholders: • • • •
Woningeigenaren en huurders Professionele stakeholders (zoals woningcorporaties, netbeheerder, regiopartners) Ambtelijke organisatie Nissewaard (zoals andere afdelingen die raken aan deze opgave) Bestuurders gemeente (gemeenteraad, college)
Om te komen tot een gedragen doelstelling en procesplan is er aan het begin van het proces een Plan van Aanpak opgesteld, waarin ook is beschreven hoe de participatie met de woningeigenaren en huurders zou verlopen. Dit Plan van Aanpak is opgesteld met inbreng van de diverse doelgroepen. De uitvoering van het Plan van Aanpak en eventuele aanpassingen daarop zijn terug te vinden in het participatieverslag.
5. Het warmteprocesplan 5.1 Samenvatting Er wordt nog geen keuze gemaakt voor het alternatief voor aardgas De gemeente maakt op dit moment nog geen keuze voor het alternatief voor aardgas en gaat eerst verder onderzoek doen. Uit de onderzoeken die gedaan zijn voor de drie dorpskernen, komen wel enkele kansrijke opties naar voren. Ook zijn er enkele opties afgevallen. Maar voor er definitief en keuze wordt gemaakt, is er meer onderzoek nodig naar de haalbaarheid en vooral ook betaalbaarheid van de verschillende opties. De focus voor bewoners zal de komende tijd daarom liggen op geen spijt maatregelen. Dit betekent het inzetten van verduurzamingsmaatregelen die altijd nuttig zijn, ongeacht de uiteindelijke keuze voor een specifieke aardgasvrije oplossing. Er wordt daarnaast gewerkt aan een gemeentebreed warmteprogramma waarin breder gekeken gaat worden wat het alternatief voor aardgas zal zijn. Kansrijke alternatieven voor aardgas Er zijn op het eerste oog vier kansrijke scenario’s onderzocht, namelijk: restwarmte; individuele warmtepomp; aquathermie en; ondiepe geothermie. Na onderzoek bleek dat ondiepe geothermie en aquathermie niet kansrijk zijn. Dit is voornamelijk door de hoge kosten en het leidende principe betaalbaarheid waar niet aan voldaan kan worden.
Op dit moment lijken kansrijke alternatieven voor aardgas in Heenvliet, Geervliet en Abbenbroek restwarmte of een individuele oplossing, zoals een warmtepomp. Huiseigenaren hebben keuzevrijheid. Dat betekent dat zij zelf beslissen wat ze wanneer doen. Pas wanneer er een definitief alternatief voor aardgas wordt gekozen, kan de gemeente hier verplichtingen aan stellen. Geen spijt maatregelen Geen spijt maatregelen zijn belangrijk, omdat ze direct bijdragen aan het verlagen van energiekosten, het verhogen van het wooncomfort en het verminderen van de CO2-uitstoot. Ze zijn altijd nuttig, ongeacht de uiteindelijke keuze voor een aardgasvrije oplossing, en helpen bewoners om hun woningen toekomstbestendig te maken. Omdat er nu nog geen keuze gemaakt wordt voor het alternatief voor aardgas is het belangrijk om in te zetten op geen spijt maatregelen zodat bewoners niet onnodige kosten hoeven te maken. De gemeente gaat specifiek woningeigenaren ondersteunen en stimuleren om de onderstaande vier acties uit te voeren. Voor huurders wordt er in overleg met de woningcorporatie De Zes Kernen vooral ingezet op energiebesparing. De woningcorporatie wordt op de hoogte gehouden van alle acties en kan op elk moment aanhaken en meedoen. Besparen: door zowel gedrag aan te passen als kleine besparende maatregelen te nemen. 2. Gasverbruik beperken door gebruik te maken van elektriciteit.
Denk aan elektrisch koken of het plaatsen van zonnepanelen. 3. Isoleren: het isoleren van onder andere spouwmuren, daken en vloeren om warmteverlies te verminderen. 4. Ventileren: ventilatie is noodzakelijk na isolatie om vocht en verontreinigingen te verwijderen en een gezond binnenklimaat te behouden. 1.
Onder het kopje handelingsperspectief zal er verder ingegaan worden op de bovenstaande geen spijt maatregelen en de ondersteuning van de gemeente. Planning Er lijken nu twee alternatieven voor aardgas kansrijk voor de drie dorpskernen. Deze opties zullen de komende jaren verder worden onderzocht. Daarnaast wordt er gemeentebreed gewerkt aan het warmteprogramma. Hierin wordt gekeken wat de verschillende opties zijn voor heel Nissewaard, en hoe slimme koppelkansen benut kunnen worden. Er zal ook gekeken worden naar een logische volgorde om in de verschillende wijken en dorpskernen aan de slag te gaan. Het warmteprogramma helpt om de puzzel voor de dorpskernen nog concreter te maken. Het warmteprogramma is eind 2026 af. Daarin wordt duidelijker welke alternatieven er mogelijk zijn en welke kansen er zijn voor de dorpskernen. De verwachting is dat voor de dorpskernen daarna snel beslist kan worden welke alternatieven er in de dorpskernen worden uitgevoerd. Zodra die keuze is gemaakt, betekent dat niet dat de schop al de grond in gaat. Wanneer er één of meerdere alternatieven zijn benoemd voor de dorpskernen, hebben huiseigenaren nog 8 jaar de tijd om hun woningen hierop voor te bereiden. Dit betekent dat er tot zeker 2034 voor bewoners de tijd is om aan de slag te gaan en keuzes te maken.
5.1 Kansrijke alternatieven voor aardgas Op dit moment lijken kansrijke alternatieven voor aardgas in Heenvliet, Geervliet en Abbenbroek een warmtenet op basis van restwarmte of de all-electric optie: de individuele warmtepomp. Voor beide alternatieven is het nuttig dat bewoners verduurzamingsstappen zetten. In eerste instantie kan er toegewerkt worden naar een basis-verduurzaming, dus inzetten op de geen spijt maatregelen. Wat het alternatief ook wordt, zijn deze maatregelen goed om te nemen. Ondiepe geothermie is een nieuwe techniek waar nog niet veel gevallen in Nederland bekend zijn. Dit zorgt ervoor dat de kosten op basis van aannames zijn ingeschat. Het zou kunnen dat de kosten op termijn toch lager of hoger uitvallen daarom wordt deze techniek goed in de gaten gehouden. Van aquathermie zijn wel al verschillende casussen bekend in Nederland. De schatting van deze kosten is daarom betrouwbaarder. De verwachting is daardoor dat de hoge kosten niet meer zoveel zullen veranderen in de tijd. Het aquathermiescenario valt door de kosten dus definitief af. Restwarmte Bij restwarmte is de aanvoertemperatuur rond de 70 graden, dit is een middelhoge temperatuur.
Het is dan nog steeds goed om de woning voldoende te isoleren voor het wooncomfort en energiebesparing maar voor woningen zoals in specifiek voor erfgoed zou dit wel gunstiger zijn omdat specifiek die woningen niet alle verduurzamingsstappen kunnen zetten. Individuele warmtepomp Bij het plaatsen van een individuele warmtepomp zijn de woningeigenaren zelf verantwoordelijk voor het plaatsen van de warmtepomp en het onderhoud. Daarnaast is de aanvoertemperatuur van warmte bij een warmtepomp rond de 50 graden. Dat betekent dat de woning beter
geïsoleerd moet worden dan bij restwarmte om de woning nog voldoende warm te krijgen voor het wooncomfort.
5.2 Stappenplan (het handelingsperspectief) Om bewoners zo goed mogelijk te informeren en te helpen met de juiste stappen, is er behoefte aan een handelingsperspectief. Dit is opgesteld in de vorm van een stappenplan. Dit stappenplan is opgesteld voor huiseigenaren in de dorpskernen. In het handelingsperspectief is inzichtelijk gemaakt wat bewoners kunnen doen en wat logische momenten zijn om hiermee aan de slag te gaan. Daarbij is gefocust op de voordelen die voor bewoners te behalen zijn, maar is er ook eerlijkheid over de investeringen (tijd, geld) die hiervoor nodig zijn. Er wordt gestreefd naar een zo eerlijk mogelijk verhaal waar bewoners de komende jaren mee aan de slag kunnen. Omdat er op dit moment nog géén beslissing wordt genomen over het uiteindelijke alternatief voor aardgas, is er de tijd om huiseigenaren te helpen om zich zo goed mogelijk voor te bereiden. Daarom is het einddoel van dit stappenplan een woning die aardgasvrij-ready is: klaar om van het aardgas af te gaan. Het streven is om de komende tijd goed te benutten en daarom de huiseigenaren te activeren, motiveren en faciliteren om stappen te zetten. Inzet op aardgasvrij-ready Er zijn voor nu twee opties voor duurzame warmte in de dorpskernen: via een warmtenet of via een individuele oplossing (warmtepomp).
De stappen die bewoners moeten zetten om hun woningen klaar te maken voor de overstap naar één van deze alternatieven, zijn op sommige elementen verschillend. Het is niet gewenst dat bewoners desinvesteringen doen en daarnaast de optie op een warmtenet open blijft, wordt er in dit stappenplan gefocust op geen spijt maatregelen, oftewel: aardgasvrij-ready. Geen spijtmaatregelen zijn in dit geval alle maatregelen die een huiseigenaar kan nemen om de woning klaar te maken voor een aanvoertemperatuur van 70 graden. Dit is het aantal graden dat nodig is voor een warmtenet. Voor huiseigenaren die al zeker weten dat ze willen overstappen op een individuele oplossing (vaak op 50 graden) is er ook inzichtelijk gemaakt wat daarvoor nodig is. Communicatie stappenplan Het handelingsperspectief zal de aankomende periode op verschillende manieren onder de aandacht worden gebracht bij bewoners. Zo wordt een samenvatting van dit warmteprocesplan inclusief het stappenplan opgemaakt in een publieksvriendelijke versie verstuurd naar alle bewoners van de dorpskernen. Het handelingsperspectief is opgesteld met de huidige kennis en stand van zaken. Er wordt verwacht dat de warmtetransitie de aankomende jaren nog een grote vlucht zal nemen. Dat betekent dat op het gebied van investeringen, subsidiemogelijkheden en andere ondersteuning er de komende jaren mogelijk nog zaken gaan veranderen.
De bewoners worden daar zo goed mogelijk van op de hoogte gebracht.
5.2.1 De basis: geen spijt maatregelen 1. Klein beginnen / kleine maatregelen (nu mee beginnen!)
Zowel voor woningeigenaren als voor huurders geldt dat wat niet wordt gebruikt, niet hoeft te worden opgewekt. Dat scheelt in het gasgebruik, en vaak ook in de portemonnee. Duurzaam gedrag • • •
Korter douchen met een douchetimer De verwarming op 15 graden zetten wanneer bewoners niet thuis zijn of ’s nachts Alleen verwarmen van ruimtes waar bewoners verblijven en extra letten op het sluiten van deuren
Kleine maatregelen in huis • • • • • •
Plaatsen van een waterbesparende douchekop Plaatsen van tochtstrips bij deuren en ramen Dichten van de kieren tussen muren en het dak Plaatsen van radiatorfolie achter radiatoren Vervangen van lampen door ledlampen Vervang oude apparaten voor meer duurzame varianten met een hoger energielabel
2. Gas besparen door gebruik elektriciteit Elektrisch koken (kan nu, of bij vernieuwing van de keuken, verhuizen) Overstappen op elektrisch koken biedt verschillende voordelen: het is veiliger (geen open vuur), het is sneller, het is makkelijker schoon te maken én het gebruikt geen gas en is daarom duurzamer. Om over te stappen is vaak een 3-fase aansluiting nodig. Daarnaast kan het zijn er een extra stopcontact moet worden aangelegd. Daarom is het belangrijk om een erkende installateur te vragen de kookplaat en toebehoren te installeren. Ook is het belangrijk om te kijken of de pannen geschikt zijn. Soms is het nodig om nieuwe pannen aan te schaffen. Elektrisch koken wordt extra voordelig wanneer er ook zonnepanelen geplaatst worden. Energie opwekken: zonnepanelen (kan nu) Op veel daken kunnen zonnepanelen geplaatst worden. Hierdoor betaal je minder aan de energierekening. Voor de meeste woningen zijn 6 zonnepanelen voldoende om volledig zelfvoorzienend te zijn. Let op, want vanaf 2027 zal waarschijnlijk betaald moeten worden voor het overschot. Meer is dus niet altijd beter. Er is een hulpmiddel vanuit de gemeente beschikbaar om te berekenen hoeveel zonnepanelen er maximaal nodig zijn voor een woning. Deze kan de energiecoach meenemen naar een huisbezoek. 3.Isoleren Door de woning te isoleren zorg je ervoor dat warmte minder goed de woning kan verlaten.
Isoleren is nodig omdat een alternatief voor aardgas een lagere temperatuur heeft (70 graden voor een warmtenet en 50 graden voor een warmtepomp). Het is daarom belangrijk dat de warmte goed wordt vastgehouden. Voordeel hiervan is ook dat er minder gestookt hoeft te worden, wat kosten bespaart. Voor de meeste woningen in de drie dorpskernen geldt dat goede isolatiemaatregelen zijn: •
Ramen vervangen voor HR++ of triple glas. Hierbij is het belangrijk dat er ook geventileerd wordt. Een goed afzuigsysteem dat CO2-gestuurd is of voldoende ventilatieroosters in nieuwe ramen kunnen hierbij helpen. Het glas is goed geïsoleerd als het een U-waarde heeft van 1,2 of lager.
•
•
Bodem- of vloerisolatie: dit kan met bodemfolie of thermokussens onder de vloer of door de kruipruimte te isoleren. Hierbij is het belangrijk dat de kruipruimte schoon en droog is en is voorzien van voldoende ventilatie. De Rd-waarde (weerstandsdiktewaarde) moet minimaal 3,5 zijn om subsidie te ontvangen. Muurisolatie: Muren isoleren is een grote maatregel die niet in alle gevallen nodig is. Mocht de woning met bovenstaande maatregelen nog niet voldoende warmte vasthouden, kan het zinvol zijn om de muren te isoleren. Dat kan door spouwisolatie of isolatie aan de binnenkant. Bij deze isolatiemaatregel is minimaal een Rd-waarde van 3,5 nodig.
4. Ventileren Als je gaat isoleren, is het aan te raden ook te ventileren. Zo voorkom je vocht en schimmel in huis. En het zorgt ervoor dat alle warmte goed wordt benut. Om te ventileren, kun je zelfregelende roosters installeren die automatisch de luchttoevoer regelen op basis van de binnenluchtkwaliteit, een mechanische ventilatie gebruiken of een CO2-gestuurde ventilatie installeren die de ventilatie aanpast op basis van het CO2-niveau in de lucht. Hoe weet ik of mijn woning na deze maatregelen ‘aardgasvrij-ready’ is? Aardgasvrij-ready betekent: klaar om van het aardgas af te gaan. Dit kan getest worden door de cv-ketel in te stellen op 70 graden. Blijft het dan in alle seizoenen van het jaar comfortabel warm in huis? Dan is de woning in principe klaar voor een alternatief van 70 graden. Dat is bijvoorbeeld een warmtenet. Wanneer de wens is om over te stappen op een warmtepomp, moet de woning comfortabel warm blijven op 50 graden. Als woningeigenaren niet weten hoe ze de cv-ketel kunnen verlagen, is het goed dit te vragen aan de onderhoudsmonteur.
5.2.2 Overstap naar een individuele warmtepomp Als huiseigenaren zeker weten dat ze nu al willen overstappen op een warmtepomp, kan dat. Hiervoor zijn de volgende stappen wenselijk of noodzakelijk: • •
•
•
Vloerverwarming plaatsen. Ook ventilatoren op bestaande radiatoren of grotere radiatoren kunnen worden gebruikt, maar zijn niet altijd voldoende. Dakisolatie. Dit kan van binnenuit, maar soms is dat niet voldoende en zal een nieuw dak nodig zijn. Dit is een grote investering dus huiseigenaren moeten zich hier goed over laten informeren. Elektrische aansluiting. Voor kleinere warmtepompen (tot 5 kW) is meestal een 1-fase aansluiting van 230V voldoende. Voor grotere systemen (meer dan 5 kW) is een 3-fase aansluiting van 400V noodzakelijk. Vaak is er een 3-faseaansluiting nodig die niet standaard in de woning beschikbaar is. Het is belangrijk om een erkende installateur te raadplegen voor de juiste aansluiting en installatie. Plaatsen van de warmtepomp. Een warmtepomp kan door de woningeigenaar zelf worden geplaatst. Dat doet de woningeigenaar samen met een erkende installateur. De binnenunit van de warmtepomp wordt geplaatst op de plek van de huidige cv-ketel. De buitenunit aan de buitengevel. Daarnaast is in veel gevallen een buffervat nodig om het verwarmingssysteem te ondersteunen.
5.2.3 Ondersteuning woningeigenaren Praktische ondersteuning Energiecoaches De afgelopen jaren is er flink geïnvesteerd in energiecoaches van de gemeente. We geloven erin dat bewoners veel van elkaar kunnen en willen leren. Op dit moment heeft de gemeente één energiecoach in dienst. Daarnaast is er een groep vrijwilligers die zich heeft aangesloten. Zij worden ondersteund door een externe partij die hen voorziet van opleiding, intervisie en administratietooling. De komende jaren is het streven nog meer energiecoaches aan te trekken en te investeren in opleiding en training. Zo wordt er in iedere wijk, dorpskern of buurt een eigen community gecreëerd. De energiecoach kan ook individueel huisbezoeken afleggen waarbij ook wordt gekeken naar grotere maatregelen, zoals isolatie. De energiecoach zal volledig opgeleid worden om te kunnen adviseren in de benodigde maatregelen per woningtype, passend bij het handelingsperspectief. De energiecoaches zijn er voor: • •
• • •
Adviesgesprekken aan huis over isoleren, ventileren en zon op dak. Warmtescans (in de winter): Warmtescans worden aangeboden zodat particulieren inzicht krijgen in de warmtelekken van hun woning. Dit zorgt voor een gerichte aanpak van kierdichting en het plaatsen van isolatie. De gemeente verzorgt deze acties en koopt gezamenlijk de warmtescans in. Zo kunnen meerdere woningen per keer bekeken worden. Uitdelen kleine energiebesparende maatregelen. Verschillende concrete acties om met mensen in gesprek te komen. Denk aan een Energiequiz in het buurthuis en aanwezigheid op evenementen. Advies over zonnepanelen.
Bespaarwaaier In de Bespaarwaaier staan allerlei acties die bewoners kunnen uitvoeren om gas (en energie) te besparen. Dit zijn allemaal gedragsmaatregelen die in principe geen geld kosten. Er wordt voor gezorgd dat de gemeente voldoende Bespaarwaaiers beschikbaar heeft om uit te delen op verschillende evenementen. Daarnaast wordt een afspraak gemaakt met de woningcorporatie, zodat ook zij deze kunnen uitdelen aan huurders. Er wordt onderzocht welke investering vanuit de gemeente nodig is. Inspelen op natuurlijke momenten Verhuizen is vaak het moment waarop bewoners iets aan hun woning willen veranderen. Dit biedt een kans om duurzame tips mee te geven via het Welkomstpakket voor nieuwe bewoners of het Verhuispakket dat veel makelaars aanbieden. In deze pakketten kan de Bespaarwaaier worden toegevoegd, kunnen de energiecoach en warmtescans onder de aandacht worden gebracht, en kan aandacht worden gevraagd voor bijvoorbeeld elektrisch koken. Tool zonnepanelen Vanuit de gemeente wordt een tool gefaciliteerd die berekent hoeveel zonnepanelen nodig zijn om een gebouw van elektriciteit te voorzien. De energiecoach van de gemeente krijgt toegang tot deze tool, zodat bewoners deze dienst kunnen aanvragen.
Actie: lager zetten van de cv-ketel Eind 2025 start de actie Hoe laag ga jij? Met deze actie worden bewoners uit de dorpskernen en startwijken stapsgewijs begeleid bij het lager inregelen van de cv-ketel. De actie heeft twee doelen: • Het gasverbruik verlagen in woningen die al comfortabel verwarmd kunnen worden op een lagere temperatuur. • Inzicht verkrijgen in woningen waar dit nog niet lukt, zodat gerichter ondersteuning geboden kan worden. Deelnemende bewoners besparen gas (en vaak ook geld) en ontvangen na afloop een gratis warmtescan, waarmee zij inzicht krijgen in mogelijke vervolgstappen. In gesprek met de jonge generatie Om alle generaties bewust te maken van het nut van energiebesparing, wordt ook de jeugd actief betrokken. De komende jaren is het streven om kinderen uit groep 6 van basisscholen in de dorpskernen les te geven over verduurzaming. Hiervoor is momenteel een opdracht verstrekt aan Code Groen, een organisatie die gespecialiseerd is in duurzame educatie voor jongeren. Informatie en activatie voor de verschillende stappen Naast de natuurlijke momenten en de inzet van de energiecoach wordt in de dorpskernen extra aandacht besteed aan informatie en activatie rondom de verschillende stappen uit het handelingsperspectief.
Hiervoor worden tijd en middelen gereserveerd om samen met de participatieadviseur in kaart te brengen wat de wensen en behoeften van bewoners zijn, zodat hierop gericht kan worden ingespeeld. Denk aan informatie over isolatie, netwerkevenementen, vragenuurtjes met de energiecoach, huis-aan-huis-acties of het aansluiten bij bestaande evenementen van lokale verenigingen. In de dorpskernen is sprake van een sterke gemeenschapszin. Door actief aanwezig te blijven, kunnen samen met bewoners de juiste stappen worden gezet. Dit vraagt om een continue monitoring van wensen en behoeften, bijvoorbeeld via persoonlijke gesprekken of korte vragenlijsten. Meedenkgroepen Tijdens het opstellen van dit procesplan is een grote groep bewoners opgestaan die actief heeft deelgenomen aan de meedenkgroepen. Aan deze bewoners is gevraagd of zij betrokken willen blijven bij de uitvoering en voortgang van de warmtetransitie in de dorpskernen. De intentie is om deze groep blijvend te betrekken, zodat duidelijk wordt wat er leeft en speelt, ideeën kunnen worden getoetst en initiatieven ondersteund.
Financiële ondersteuning Er zijn zowel landelijke als lokale regelingen beschikbaar die financieel kunnen ondersteunen bij het verduurzamen van de woning. Hieronder zijn de grootste subsidies uiteengezet. Subsidies en regelingen kunnen echter veranderen. Voor de meest actuele informatie over de subsidies kunnen bewoners terecht op: •
www.duurzaambouwloket.nl
•
www.milieucentraal.nl
Landelijke subsidies De Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE-regeling) De ISDE is beschikbaar voor woningeigenaren die investeren in: •
Isolatiemaatregelen (dak, vloer, gevel, glas)
•
Warmtepompen
•
Zonneboilers
•
Aansluiting op een warmtenet
•
Elektrisch koken
Voert u binnen 24 maanden twee of meer maatregelen uit? Dan ontvangt u een hoger subsidiebedrag per maatregel. Energiebespaarlening via het Nationaal Warmtefonds Deze lening is bedoeld voor het financieren van energiebesparende maatregelen zoals isolatie, zonnepanelen, warmtepompen en HR++ glas. Kenmerken van deze lening zijn: •
Lenen vanaf € 1.000 tot € 25.000 (of meer bij meerdere maatregelen)
•
Lage rente, soms zelfs 0% voor huishoudens met een verzamelinkomen tot € 60.000
•
Looptijd van 7 tot 20 jaar
•
Ook beschikbaar voor VvE’s en particuliere verhuurders
Lokale regelingen en subsidies Duurzaamheidslening tot € 25.000 voor energiebesparende maatregelen De gemeente biedt een lening tot € 25.000 voor energiebesparende maatregelen zoals: • • • •
Isolatie Zonnepanelen Warmtepompen HR++ of triple glas
Deze lening heeft een lage rente en is bedoeld om verduurzaming voor meer huishoudens haalbaar te maken. De lening kan worden aangevraagd via het Duurzaam Bouwloket. Energiebijdrage van € 250 voor bewoners met een laag inkomen Bewoners met een AOW-leeftijd en een langdurig laag inkomen kunnen jaarlijks een bijdrage van € 250 aanvragen. Deze bijdrage is bedoeld als ondersteuning bij de stijgende energiekosten. U kunt deze aanvragen via de website van de gemeente. Nationaal Isolatie Programma (NIP)
De gemeente werkt aan een subsidieregeling voor particuliere woningeigenaren met een woning met energielabel C t/m G, twee slecht geïsoleerde bouwdelen en een WOZ-waarde onder de € 477.000. Deze regeling is bedoeld om isolatiemaatregelen financieel haalbaarder te maken voor huishoudens. Meer informatie volgt via de gemeentelijke kanalen.
Algemene communicatie warmtetransitie Er wordt gestreefd naar consistente en betrouwbare informatie voor bewoners. Hiervoor worden diverse gemeentelijke kanalen ingezet om informatie, acties en actualiteiten over de warmtetransitie in Nissewaard te delen, zoals: •
Social media van gemeente Nissewaard
•
De webpagina nissewaard.nl/aardgasvrij
•
Social mediakanalen van Wij.Doen.Groen, het duurzaamheidsmerk van de gemeente
Om betrouwbaarheid en actualiteit te waarborgen, wordt zoveel mogelijk verwezen naar onafhankelijke en betrouwbare websites en platforms, zoals het Duurzaam Bouwloket. Hier is onder andere informatie te vinden over subsidieregelingen. Dit voorkomt dubbele communicatie en vergroot de volledigheid. Waar mogelijk wordt gebruikgemaakt van het lokale netwerk. In de dorpskernen betekent dit dat informatie ook wordt gedeeld via dorpshuizen en dorpsverenigingen, met het verzoek om gemeentelijke acties en informatie actief te verspreiden. In samenwerking met woningcorporatie De Zes Kernen vindt voortdurend afstemming plaats over lopende duurzame acties. Daarbij wordt bekeken welke informatie relevant is voor huurders en op welke manier deze het beste kan worden gedeeld.
5.3 Overige doelgroepen 5.3.1 Beschermd dorpsgezicht en monumentale panden In heel Nissewaard maar zeker ook in de dorpskernen is veel beschermd dorpsgezicht. Ook zijn er diverse monumentale panden (zowel rijksmonumenten als gemeentelijke monumenten). Hieronder worden de contouren van het beschermd dorps- en stadsgezichten weergegeven.
Afbeelding 1: begrenzingskaart Beschermd stadsgezicht Heenvliet
Afbeelding 2: begrenzingskaart Beschermd stadsgezicht Geervliet
Afbeelding 3: begrenzingskaart Beschermd dorpsgezicht Abbenbroek Bij het verduurzamen van de dorpskernen spelen de monumentale panden en het beschermd dorpsgezicht een belangrijke rol. Niet alles kan en niet alles mag. Uit gesprekken met woningeigenaren blijkt dat veel woningeigenaren hierdoor niet goed weten waar te beginnen. Zij lopen soms tegen moeilijke drempels aan. De regels met betrekking tot verduurzaming van beschermd dorpsgezicht en monumentale panden worden de laatste jaren aangepast en waar mogelijk versoepeld. Het is belangrijk om bewoners daarvan op de hoogte te stellen en hen zo goed mogelijk te informeren. De gemeente zet hierop in door: •
Mogelijkheden te bieden voor het indienen van een gratis conceptverzoek vóór het aanvragen van een vergunning. Het aanvragen van een vergunning kost geld. Door het indienen van een conceptverzoek kan de erfgoedcommissie gratis een vooradvies geven.
•
Beleidsmedewerker monumenten en erfgoed. Binnen de gemeente is een beleidsmedewerker actief met als opdracht eigenaren van deze panden zo goed mogelijk te wijzen op de mogelijkheden en onmogelijkheden bij het verduurzamen van dit type woningen.