16. Technisch-economisch haalbaarheidsonderzoek Heenvliet, Geervliet & Abbenbroek
Tekst van het document
Relatief hoog t.o.v. andere dorpskernen
Meerdere partijen nodig voor de realisatie
3b.
Aquathermie + WKO Geervliet
Genoeg water en elektriciteit beschikbaar
Wettelijk te hoog
Ruimte nodig in de ondergrond + warmteoverdrachthuisjes
Geen geluidsoverlast, wel visuele beperkingen (warmteoverdrachthuisjes)
Gasketel back-up zorgt voor latere reductie
Warmtepomp heeft redelijk wat elektriciteit nodig
Meerdere partijen nodig voor de realisatie
3c.
Aquathermie + WKO Abbenbroek
Genoeg water en elektriciteit beschikbaar
Wettelijk te hoog
Ruimte nodig in de ondergrond + warmteoverdrachthuisjes
Geen geluidsoverlast, wel visuele beperkingen (warmteoverdrachthuisjes)
Gasketel back-up zorgt voor latere reductie
Warmtepomp heeft redelijk wat elektriciteit nodig
Meerdere partijen nodig voor de realisatie
4a.
Ondiepe geothermie compleet net
Genoeg warmtepotentieel mits warmtepompen stations
Wettelijk te hoog
Ruimte nodig in de ondergrond + warmteoverdrachthuisjes
Geen geluidsoverlast, wel visuele beperkingen (warmteoverdrachthuisjes)
Gasketel back-up zorgt voor latere reductie
Piekbelasting is te hoog voor het elektriciteitsnet
Meerdere partijen nodig voor de realisatie
4b.
Ondiepe geothermie klein net + individuele warmtepompen
Genoeg warmtepotentieel voor 1400 woningen
Ruimte nodig in de ondergrond + warmteoverdrachthuisjes
Geen geluidsoverlast, wel visuele beperkingen (warmteoverdrachthuisjes)
Piekbelasting is te hoog voor het elektriciteitsnet
Meerdere partijen nodig voor de realisatie
1.
Legenda: Groen = gunstig Oranje = neutraal
Niet realistisch
Niet realistisch
Niet realistisch
Niet realistisch
Niet realistisch
Rood = ongunstig Rode tekst = onzekerheid
Te hoog
Te hoog voor begrip
Te hoog voor begrip
Te hoog
Te hoog
Wettelijk te hoog
Afhankelijk van hoe de elektriciteit is opgewekt
53
De resultaten in één oogopslag Bron Scenario
Kosten
Scenario Impact
Duurzaamheid
Complexiteit
Afdoende capaciteit
NPV
BAK
LCOH
Benodigde openbare ruimte
Omgevings-overlast bij gebruik
Mate van CO2 reductie
Belasting Elektriciteit-net
Ontwikkeling/ plaatsing
Totaal score
1.
Individuele warmtepomp
3
4
2
5
4
2
5
1
5
31
2.
Restwarmte
4
2
3
4
4
4
3
4
4
32
3a.
Aquathermie + WKO Heenvliet
5
1
1
1
3
5
3
3
3
25
3b.
Aquathermie + WKO Geervliet
5
1
1
1
3
5
3
4
3
26
3c.
Aquathermie + WKO Abbenbroek
5
1
1
1
3
5
3
4
3
26
4a.
Ondiepe geothermie compleet net
4
1
1
1
4
4
3
2
3
23
4b.
Ondiepe geothermie klein net + individuele warmtepompen
4
1
1
1
3
3
3
1
3
20
Legenda: 1 = zeer slecht 2 = slecht 3 = gemiddeld
4 = goed 5 = uitstekend
54
Conclusie Op basis van de technisch-economische analyse is de volgorde van de kansrijkheid van de scenario’s als volgt: 1.
Restwarmte
2.
Individuele warmtepomp
3.
Aquathermie + WKO Geervliet
4.
Aquathermie + WKO Abbenbroek
5.
Aquathermie + WKO Heenvliet
6.
Geothermie compleet net
7.
Geothermie deel net + individuele warmtepomp
De scenario’s met ondiepe geothermie zijn het minst kansrijk omdat ze financieel het meest ongunstig zijn. Ook brengt organisatorische last met zich mee. Daarnaast zal voor dit scenario op den duur de piekvoorziening verduurzaamd moeten worden. Voor de aquathermie geld dat alle drie samen genomen worden voor een compleet scenario. Een mogelijk alternatief is om een gedeelte van de woningen aan te sluiten op een aquathermie warmtenet en de overige woningen op individuele warmtepompen. Het restwarmte scenario is het gunstigste scenario, wegens de lagegebruikerskosten en bron investering. Het individuele warmtepompen scenario is minder complex. Echter is dit de minst duurzame oplossing van de onderzochte scenario’s omdat:
55
1. De elektriciteitsvraag van het systeem erg hoog is, zeker in vergelijking met de elektriciteitsvraag van de andere systemen. Met het oog op (landelijke) netcongestie is een warmteoplossing met een lage elektriciteitsvraag voordeliger; 2. Andere duurzame warmtebronnen een significant betere impact op de CO2-reductie kunnen hebben (mits de back-up gasketel vervangen wordt voor een elektrische back-up.)
Aanbevelingen - vervolgonderzoek Netbeheerder Voor het individuele warmtepompen scenario is het wenselijk om concreter inzicht te krijgen in de mogelijkheden van deze warmteoplossing m.b.t. de beschikbaarheid op het elektriciteitsnet. De netbeheerder zal hier met vervolgonderzoek inzicht in moeten geven. Wellicht dat dit scenario momenteel niet mogelijk is op grote schaal, maar dat er met de nodige netuitbreidingen wel ruimte voor ontstaat. Restwarmtebronnen Er loopt momenteel onderzoek vanuit het Havenbedrijf Rotterdam naar de mogelijkheid om restwarmte te leveren naar het eiland Voorne-Putten vanuit toekomstige elektrolyse op de Maasvlakte. Dit zal mogelijk als restwarmtebron kunnen dienen. Op en rondom het eiland Voorne-Putten zijn meerdere potentiële restwarmtebronnen aanwezig. Het is aan te bevelen om de kansrijkheid van deze bronnen verder te onderzoeken, in samenwerking met de betreffende partijen. Wanneer er zicht is op een concrete restwarmtebron, dan zal het restwarmte scenario moeten worden geactualiseerd, aangezien in de huidige studie van een fictief scenario is uitgegaan. Warmtebedrijf Collectieve oplossingen zijn met betrekking tot realisatie complex. Het vraagt om een hoge mate samenwerking tussen de gemeente en de ontwikkelende partijen.
56
Zowel de ontwikkelaars van de gebouwen als de gemeente moeten in de ontwikkeling van het gebied rekening houden en ruimte beschikbaar stellen voor de realisatie van de warmtebronnen. Daarnaast moet een goede samenwerkingsvorm in een warmtebedrijf voor de exploitatie van het warmtenet gevonden worden. Ruimtelijke inpassing Elke warmteoplossing geeft ruimtelijke implicaties. Om de kansrijkheid van een warmtesysteem verder te onderzoeken is het wenselijk om zicht te hebben op de ruimtelijke mogelijkheden in de gemeente. Bodemenergieplan Tot slot, wanneer door de gemeente wordt gekozen voor het individuele warmtepompen scenario, is het mogelijk om de elektriciteitsvraag te verminderen door het warmtesysteem te realiseren met een bodemlus of WKO. Indien er onvoldoende ruimte in de bodem is voor een warmte koude opslagsysteem per gebouw, is het aan te bevelen dat de gemeente in een vroeg stadium een bodemenergieplan opstelt. Een bodemenergieplan bestaat in de basis uit een kaart van het plangebied, een beschrijving van de gebruiksregels voor gesloten (en mogelijk open) bodemenergiesystemen en per systeem geoptimaliseerde toegestane energiewinning. Dit laatste is van belang omdat bouwprojecten vaak gefaseerd plaatsvinden en woningeigenaren niet tegelijktijdig van het gas af gaan.
Bijlagen
57
Bijlage 1: Verkenning warmtebronnen Hoofdbron
Subbron
Geothermie
Ondiepe geothermie
Bodemenergie
Open bodemenergie
Bodemenergie
Gesloten bodemenergie
Biomassa Biomassa Biomassa Waterstof
Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) Thermische energie uit afvalwater Leidingen (TEA) Thermische energie uit afvalwater RWZI (TEA) Thermische energie uit drinkwater (TED) Biogas Verbranden van houtige biomassa Vergisting/vergassing afval Waterstof
Restwarmte
Warmte uit industriële processen
Beschikbaarheid afhankelijk van bedrijven
Midden-hoog
Zonthermie
Zonthermische panelen, mogelijk i.c.m. zon-PV
Ruimtebeslag panelen benodigd veel (dak)oppervlak
Laag
Buitenlucht
Lucht/water Warmtepomp
Altijd mogelijk
Laag
Mogelijk, zowel collectief als individueel
Ja
Asfalt thermie
Thermische panelen in de weg
Ruimtebeslag benodigd veel asfaltoppervlak
Laag
Mogelijk, maar bewoners willen niet
Nee
Aquathermie Aquathermie Aquathermie Aquathermie
58
Warmtebronverkenning - Heenvliet, Geervliet & Abbenbroek Randvoorwaarden Temperatuurniveau Globale analyse toepasbaarheid Verder onderzoeken? Totale warmtedekking i.c.m. Geschiktheid temperatuur ondergrond en Midden-hoog Ja warmtepomp 1000 tot 2000 huizen. vermogen Geen verbods,- restrictie of Geschiktheid ondergrond, aandachtsgebieden. WKO i.c.m. grondwaterbeschermingsgebied, Laag Ja wamtepomp per dorp. Nog geen open schaalgrootte systeem (afhankelijk van systemen debiet) Geen verbods,- restrictie of Geschiktheid ondergrond, aandachtsgebieden. WKO i.c.m. grondwaterbeschermingsgebied, Laag Nee wamtepomp per dorp. Geervliet en schaalgrootte systeem (afhankelijk van Abbenbroek al een installatie. Te klein debiet) voor dorpsoplossingen Vaak i.c.m. WKO genoeg waterdebiet Laag Collectief mogelijk. Rivier stroomt langs Ja beschikbaar Genoeg debiet uit RWZI, locatie RWZI, Laag Geen RWZI locatie Nee meestal i.c.m. RWZI Grote transportleiding benodigd
Laag
Niet van toepassing
Nee
Grote transportleiding benodigd
Laag
Niet van toepassing
Nee
Beschikbaarheid in de regio Beschikbaarheid in de regio Beschikbaarheid in de regio Beschikbaarheid in de regio
Hoog Hoog Hoog Hoog
Geen beschikbaarheid Geen beschikbaarheid Geen beschikbaarheid Geen beschikbaarheid Vanuit Spijkenisse genoeg warmte voor het hele jaar Zonthermische panelen mogelijk, maar bewoners willen niet
Nee Nee Nee Nee Ja Nee
Bijlage 2: Analyse aquathermie potentie Om de globale aquathermie potentie te bepalen is gebruik gemaakt van de Aquathermieviewer van Stowa, Syntraal, Deltares & KWP. De Aquathermieviewer maakt gebruik van een set aan uitgangspunten (WarmingUP, 2021):
Statische informatie van het hoofdwatersysteem en regionale waterlopen Dynamisch temperatuurverloop over de seizoenen
Ontrekkingsregime Standaard
Omschrijving Warmtewinning als de watertemperatuur boven de 15 °C is. De watertemperatuur mag tot minimaal 12 °C worden afgekoeld. De warmteonttrekking mag (bij hogere watertemperaturen) maximaal tot een daling van 6 °C van de watertemperatuur leiden.
2.
Kortere periode
Warmtewinning als de watertemperatuur boven de 18 °C is. De watertemperatuur mag tot minimaal 15 °C worden afgekoeld. De warmteonttrekking mag (bij hogere watertemperaturen) maximaal tot een daling van 6 °C van de watertemperatuur leiden. Door de hogere start- en eindtemperatuur wordt later in seizoen gestart en eerder gestopt.
3.
Hoogzomer
Warmtewinning als de watertemperatuur boven de 21 °C is. De watertemperatuur mag tot minimaal 18 °C worden afgekoeld. De warmteonttrekking mag (bij hogere watertemperaturen) maximaal tot een daling van 6 °C van de watertemperatuur leiden. Door de hogere eindtemperatuur blijft de koud lozing op het oppervlaktewater beperkt.
4.
Langere periode
Warmtewinning als de watertemperatuur boven de 12 °C is. De watertemperatuur mag tot minimaal 9 °C worden afgekoeld. De warmteonttrekking mag (bij hogere watertemperaturen) maximaal tot een daling van 6 °C van de watertemperatuur leiden. Door de lagere start- en eindtemperatuur wordt eerder in seizoen gestart en later gestopt.
5.
Kleinere impact
Warmtewinning als de watertemperatuur boven de 15 °C is. De watertemperatuur mag tot minimaal 12 °C worden afgekoeld. De warmteonttrekking mag (bij hogere watertemperaturen) maximaal tot een daling van 3 °C van de watertemperatuur leiden. Hierdoor is de eventuele impact op de ecologie kleiner.
6.
Jaarrond (zonder WKO)
Warmtewinning als de watertemperatuur boven de 7 °C is. De watertemperatuur mag tot minimaal 4 °C worden afgekoeld. De warmteonttrekking mag (bij hogere watertemperaturen) maximaal tot een daling van 6 °C van de watertemperatuur leiden. Er wordt het gehele jaar warmte uit het water onttrokken.
7.
Jaarrond (zonder WKO), kleinere impact
Warmtewinning als de watertemperatuur boven de 7 °C is. De watertemperatuur mag tot minimaal 4 °C worden afgekoeld. De warmteonttrekking mag (bij hogere watertemperaturen) maximaal tot een daling van 3 °C van de watertemperatuur leiden. Hierdoor is de eventuele impact op de ecologie kleiner. Er wordt het gehele jaar warmte uit het water onttrokken.
De inkomende en uitgaande debieten per segment
De Aquathermieviewer kan de potentie van de waterlopen geven voor een aantal verschillende onttrekkingsregimes, zie de tabel hiernaast. Een warmteontrekkingsregime heeft betrekking op de watertemperatuur gedurende het jaar en de maximale afkoeling die wordt toegestaan. Zodoende kan er per ontrekkingsregime eerder of later in het jaar gestart en gestopt worden met het onttrekken en lozen van warmte. Daarnaast kan er wel of niet een WKO gebruikt worden als seizoensopslag. Hierdoor kan het bronsysteem het gehele jaar door warmte leveren. Deze factoren hebben invloed op de potentie van TEO. Voor de bepaling van de potentie in de buurt van de dorpskernen is uitgegaan van het standaard ontrekkingsregime. De gemiddelde potentie is bepaald op ca. 1.000.000 GJ/jaar, zoals te zien is in onderstaande figuur. 59
Nr. 1.