CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

16. Technisch-economisch haalbaarheidsonderzoek Heenvliet, Geervliet & Abbenbroek

Gemeenteraad 9 juli 2025, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken (1 -21)10.921 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Technisch-economisch haalbaarheidsonderzoek Heenvliet, Geervliet & Abbenbroek November 2024

Technisch-economisch haalbaarheidsonderzoek Heenvliet, Geervliet & Abbenbroek In opdracht van de gemeente Nissewaard Projectnummer: BJ5461 Datum: 24-03-2024 Status: Definitief Versie: 3 Opgesteld door: BB, LR & ES Gecontroleerd door: ES

Royal HaskoningDHV Laan 1914 no 35 3818 EX, Amersfoort Nederland KVK nummer: 56515154 T: +31 88 348 7000 E: info@rhdhv.com W: www.royalhaskoningdhv.com Disclaimer No part of these specifications/printed matter may be reproduced and/or published by print, photocopy, microfilm or by any other means, without the prior written permission of HaskoningDHV Nederland B.V.; nor may they be used, without such permission, for any purposes other than that for which they were produced. HaskoningDHV Nederland B.V. accepts no responsibility or liability for these specifications/printed matter to any party other than the persons by whom it was commissioned and as concluded under that Appointment. The integrated QHSE management system of HaskoningDHV Nederland B.V. has been certified in accordance with ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 and OHSAS 18001:2007.

2

Inhoudsopgave Inleiding

Pag. 4

Fase 1. Richten

Pag. 6

Fase 2. Inrichten

Pag. 8

Fase 3. Analyseren

Pag. 14

3.1 Resultaten economische analyse warmtesystemen

Pag. 23

3.2 Duurzaamheid

Pag. 44

3.3 Ontwikkeling en exploitatie

Pag. 48

3.4 Conclusies en aanbevelingen

Pag. 51

Bijlage 1: Verkenning warmtebronnen

Pag. 58

Bijlage 2: Analyse aquathermie potentie

Pag. 59

3

Aanleiding haalbaarheidsonderzoek De gemeente Nissewaard wil in 2050 energieneutraal en aardgasvrij zijn. In 2021 is hiertoe in drie wijken gestart met het opstellen van een warmteprocesplan: de Hoek, Vogelenzang-Zuid en Akkers-Centrum (hierna te noemen: startwijken). Het technisch-economische haalbaarheidsonderzoek en de verslaglegging ervan in het huidige rapport geeft input voor het uitvoeringsplan voor de dorpskernen Heenvliet, Geervliet, Abbenbroek. De bewoners van de dorpskernen zijn, net zoals in de startwijken, meegenomen in het totstandkomingstraject. Hiertoe is er voor elke kern een bewonersavond georganiseerd, is er een enquête uitgezet onder bewoners en zijn er meedenkgroep avonden georganiseerd voor geïnteresseerde bewoners. Om bewoners goed te kunnen informeren en tot gedragen uitvoeringsplannen te komen heeft Royal HaskoningDHV technische ondersteuning geboden, door middel van een technisch-economisch haalbaarheidsonderzoek. Dit haalbaarheidsonderzoek geeft inzicht in de kosten van een bepaalde aardgasvrije warmteoplossing voor investeerders en bewoners. Hierdoor wordt inzichtelijk wat de impact van een bepaalde warmteoplossing is voor bewoners en kan gericht worden nagedacht over vervolgstappen. Voor de drie dorpskernen is, op basis van de bewonersenquête en de bewonersavond, richting gegeven aan mogelijke aardgasvrije warmteoplossingen.

4

Stappen technische analyse Om te komen tot de verschillende energieconcepten voor de dorpskernen is een plan van aanpak gevolgd bestaande uit 4 fasen. De uitkomsten van fasen die in het kader zijn geplaatst worden in dit rapport beschreven. 

Fase 1: Richten

Per dorpskern wordt een beeld gevormd over waar de behoefte ligt en aan welke criteria een toekomstige warmteoplossing moet voldoen. In fase 1 wordt de visie op, en de belangrijke afwegingen voor een aardgasvrije dorpskern vastgesteld. 

Fase 2: Inrichten

In deze fase worden technische-concepten gekoppeld aan de randvoorwaarden van de dorpskernen. Wat technisch mogelijk is moet maatschappelijk wenselijk zijn, maar ook betaalbaar en organisatorisch haalbaar zijn. In fase 2 worden de definitieve voorkeursoplossingen gekozen voor de dorpskernen. 

Fase 3: Analyseren

Per dorpskern worden de voorkeursoplossingen op technische en economische haalbaarheid doorgerekend. Dit gebeurt stapsgewijs middels de quickscan methode. Op basis van de uitkomsten is het mogelijk om keuzes te maken over vervolgstappen. Het is niet mogelijk om definitieve investeringsbeslissingen voor een warmte-concept te maken op basis van de quickscan. Een aanvullende verdiepende analyse is altijd nodig. De uitkomsten van de analyse zijn onder meer: •

De omvang van de investering;

•

Gebruikerskosten;

•

Operationele kosten.

In het berekenen van verschillende scenario’s wordt een gevoeligheidsanalyse gehanteerd wat tot een bandbreedte leidt in de uitkomsten.

5

Fase 4: Vergelijken

In fase 4 worden de uitkomsten van de analyse samengevat in een afwegingsmatrix. Aan de hand van eerder opgehaalde randvoorwaarden worden verschillende scenario’s per dorpskern beoordeeld. Hierbij kan gedacht worden aan betaalbaarheid, overlast van nodige werkzaamheden, doorlooptijd en “duurzaamheid”.

Fase 1. Richten

6

Visie en belangrijke afwegingen Om een visie op en de belangrijke afwegingen voor een aardgasvrije dorpskern vast te stellen is er gebruik gemaakt van de uitkomsten van de bewonersenquête en van de bewonersavonden. De bewonersenquête heeft de gemeente Nissewaard afgenomen onder bewoners in de dorpskernen Heenvliet, Geervliet en Abbenbroek. De bewonersavonden hebben plaatsgevonden op 10, 15 en 16 januari. Tijdens de bewonersavonden is het plan van aanpak voor het uitvoeringsplan en het technisch-economische haalbaarheidsonderzoek gedeeld met bewoners. De dorpskernen Heenvliet, Geervliet en Abbenbroek zijn in het figuur rechts weergegeven. De bewoners van de drie dorpskernen hebben aangegeven het liefst te kiezen voor een warmteoplossing met de minste gevolgen voor de openbare- en ondergrondse ruimte. Ook willen ze een oplossing die het minste aanpassingen aan de woning/ het pand vereisen. Gevolgd door de meest duurzame oplossing voor de buurt, of de meest goedkope oplossing. Bewoners vinden betaalbaarheid, betrouwbaarheid van de techniek en keuzevrijheid belangrijke aspecten aan de warmteoplossing. Daarnaast speelt of de warmteoplossing een milieuvriendelijke oplossing met een zo laag mogelijk energieverbruik en of de warmteoplossing uiteindelijk iets oplevert (financieel, ruimte, warmte) een belangrijke rol.

7

Fase 2. Inrichten

8

Randvoorwaarden dorpskernen Om te bepalen welke warmteoplossingen toepasbaar zijn in een gebied, moeten de randvoorwaarden van dat gebied bekend zijn. Die randvoorwaarden bestaan uit de warmte- en koudevraag van de gebouwen in het gebied en de geografische ligging ten opzichte van potentiële warmtebronnen.

De warmte- en koudevraag wordt bepaald aan de hand van het bouwjaar van de gebouwen, de huidige warmte- en koudevraag en de energielabels.

9

Warmte- & koudevraag per dorpskern De warmte- en koudevraag wordt bepaald aan de hand van openbare data. In SETuP 2.0, een tool van Royal HaskoningDHV, kan de warmtevraag op gebiedsniveau geïnventariseerd worden. In SETuP wordt openbare data verzameld, gebouwclusters geanalyseerd en worden de resultaten op een inzichtelijke wijze gevisualiseerd. Dit geeft o.a. inzicht in: gebouwtypes (inclusief utiliteit), bouwjaren, type energielabels, warmtedichtheid en potentiële warmtenet-infrastructuur.

Aantal woningen

Gemiddelde warmtevraag per woning*

Dorpskern

Warmtevraag per jaar (GJ)

De warmtevraag van de dorpskernen Heenvliet, Geervliet en Abbenbroek is weergegeven in de tabel rechts.

Heenvliet

49.900

1.289

38,7 GJ

Geervliet

35.000

878

40,4 GJ

De koudevraag van de dorpskernen is niet bekend. In het haalbaarheidsonderzoek zal de mogelijkheid van opslag van warmte en koude in een WKO (warmte koude opslag) als scenario worden meegenomen. In een dergelijk systeem moet de warmte- en koudevraag van het afzetgebied in balans zijn. Om deze reden is een inschatting van de koudevraag meegenomen in de haalbaarheidsstudie. De koudevraag is hiertoe gebaseerd op de warmtevraag. De meeste bestaande woningen hebben geen mogelijkheid voor koudelevering via het warmteafgiftesysteem. Wanneer koudelevering gewenst is, dan zal de woning daarop aangepast moeten worden.

Abbenbroek

22.300

466

47,9 GJ

10

*37,84 GJ is de gemiddelde warmtevraag in Nederland ter referentie.

Totale warmtevraag Parallel aan de uitvoeringsplannen wordt er vanuit de gemeente ingezet op isolatie van woningen en gebouwen. In de analyse met SETuP is er rekening gehouden met een te verwachten isolatiegraad van woningen. Op basis hiervan is de te verwachte daling van de totale warmtevraag 20.000 GJ. Bij deze totale warmtevraag past een warmteoplossing op middentemperatuur (MT), zie bovenste figuur over energiebesparing. Een MT-warmtenet heeft standaard een aanvoertemperatuur van 70-75 ˚C. Uiteindelijk is een minimale aanvoertemperatuur van 70 ˚C op de afleverset leidend. De exacte aanvoertemperatuur vanaf de warmtebron wordt bepaald in de engineeringsfase op basis van het warmteverlies in het distributienet. In het middelste figuur zijn de huidige energielabels van de woningen in de dorpskernen weergegeven. De energiebesparing heeft vooral invloed op de slecht geïsoleerde woningen. De woningen met energielabel C, die bijna 40% van de woningen uitmaken hebben het meeste profijt van een middentemperatuur, want voor deze woningen zijn weinig tot geen investeringen nodig. Woningen met energielabels D tot en met G zullen echter wel moeten investeren in isolatiemaatregelen om optimaal te kunnen profiteren van een warmteoplossing op middentemperatuur. De warmtevraag is verdeeld over verschillende gebouwtypes, zoals weergegeven in het onderste figuur over gebouwtypen.

In totaal zijn er 2593 gebouwen, waarvan 2221 met een woonfunctie.

De totale warmtevraag van de drie dorpskernen ligt op 107.200 GJ per jaar, o.b.v. aardgas. Om een beeld te geven van de opgave: 107.200 GJ staat gelijk aan 29.778 MWh elektriciteit, dat zou in theorie nodig zijn om de drie dorpskernen gasloos te kunnen verwarmen. Ter vergelijking, een gemiddeld zonnepaneel produceert 0,38 kWh als de zon 1 uur schijnt. Uitgaande dat alle gebouwen (2593) gemiddeld 6 zonnepanelen hebben, moet de zon 5016 uur schijnen in een jaar om genoeg elektriciteit op wekken om aan de warmtevraag te voldoen. Dit gaat echter niet uit, want in een jaar zitten 8760 uur, waarvan ongeveer de helft geen zonnestroom zal opleveren. 11

Analyse warmtebronnen Er zijn veel mogelijke warmtebronnen om woningen van warmte te voorzien. Echter niet alle warmtebronnen zijn geschikt, beschikbaar of gelegen nabij de dorpskernen. In het rechter kader staan mogelijk toepasbare duurzame warmtebronnen weergegeven. Wanneer de warmte- & koudevraag van een onderzoeksgebied bekend is kan er worden gekeken welke (lokale) duurzame warmtebronnen hierin kunnen voorzien. Dit gebeurt door middel van een trechtermodel: 1.

2.

Op basis van de randvoorwaarden per warmtebron wordt bepaald of de bron van toepassing is op het onderzoeksgebied (zie hiervoor bijlage 2, p. 57). Als de warmtebron aan de randvoorwaarden voldoet ,vindt een globale analyse van de toepasbaarheid plaats. In deze verdiepingsslag wordt niet alleen gekeken naar de aanwezigheid en nabijheid van de bron, maar ook of de potentie van deze bron groot genoeg is om in de energievraag te voorzien.

Uit deze analyse zijn vijf potentieel kansrijke bronnen naar voren gekomen.

12

Duurzame warmtebronnen: 

Geothermie

Open bodemenergie (WKO)

Gesloten bodemenergie (WKO)

Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO)

Thermische energie uit afvalwater RWZI (TEA)

Thermische energie uit afvalwaterleidingen (TEA)

Thermische energie uit drinkwater (TED)

Lokale biogas producent

Verbranden van houtige biomassa

Lokale vergisting/vergassing afval

Waterstof

Restwarmte

Zonthermie

Lucht/water warmtepomp collectief

Asfaltthermie

Kansrijke warmte- en koudebronnen Er is voor de vijf potentieel kansrijke bronnen een globale analyse uitgevoerd. Kansrijk binnen het gebied: 

Open bodemenergie (WKO) – als onderdeel van een warmtesysteem Er is in de bodem voldoende capaciteit voor het opslaan van warmte.

Aquathermie (TEO) – als onderdeel van een warmtesysteem Er is in de nabijheid van de dorpskernen oppervlaktewater beschikbaar met voldoende warmte.

Individuele lucht-water & water-water warmtepomp In principe zijn er geen technisch beperkende factoren voor individuele of collectieve warmtepompen. Echter bij grootschalige aanleg van warmtepompen zal het elektriciteitsnet overbelast kunnen raken.

Collectieve lucht-water & water-water warmtepomp Idem

Restwarmte In deze analyse is er uitgegaan van een theoretisch reeds gerealiseerde warmtebron en warmtenet en is de mogelijkheid van het uitbreiden van een warmtenet naar de dorpskernen geanalyseerd. Er is uitgegaan van een warmtebron met voldoende hoge temperatuur.

Ondiepe geothermie Er is een potentieel van 2 MW (Brussels Zand – o.b.v. Onderzoek van Shell/ Aardyn) waarmee een geothermie als basislast gebruikt kan worden. Ook kan het voor een gedeelte van de totale huishoudens als complete bron ingezet kan worden. De bovenstaande bronnen worden in het volgende hoofdstuk verder uitgewerkt.

13

Niet kansrijk:  Gesloten bodemenergie (WKO) Er zijn gesloten bodeminstallaties in de omgeving, maar deze zijn te klein om een gehele dorpskern te voorzien van warmte.  Zonthermie Voor woningen waar al zonnepanelen op het dak liggen is het niet de verwachting dat deze vanwege de hoge investeringen binnen de levensduur vervangen zullen worden door zonthermiepanelen.  Aquathermie TEA & TED Kleine potentie RWZI en TED van de RWZI in Heenvliet.  Biomassa Geen beschikbaarheid van lokale biogas, verbranding van houtige biomassa of vergisting.  Waterstof Er is onvoldoende waterstof in de omgeving beschikbaar. In de toekomst zou vanuit de Rotterdamse haven mogelijk voldoende beschikbaar zijn, maar onduidelijk wie hier aanspraak op maakt.  Asfaltthermie Het is technisch mogelijk, maar vereist veel ruimte in de ondergrond. Vraagt om hoge investeringen, onder andere omdat voor iedere woning een warmtepomp benodigd is.

Fase 3. Analyseren

14

De scenario’s Op basis van de vijf potentieel kansrijke bronnen zijn vier scenario’s opgesteld. Deze vier scenario’s worden hieronder toegelicht. Op de volgende pagina’s worden de scenario’s technisch verder uitgelicht waarna ze economisch gescoord worden. 1.

Aquathermie (TEO) & WKO per dorpskern In dit scenario heeft elke dorpskern haar eigen warmtesysteem. Er wordt warmte uit oppervlakte water gewonnen (aquathermie) en d.m.v. een warmtenet naar elke woning getransporteerd. Het gebruik van aquathermie als bron dient gecombineerd te worden met WKO. Op die manier kan de warmte efficiënt opgeslagen worden en gebruikt worden gedurende verschillende seizoenen. In de zomer wordt warmte uit waterbronnen gewonnen en opgeslagen in de WKO, in de winter kan deze warmte gebruikt worden voor verwarming. Dit zorgt voor een constante beschikbaarheid van warmte en helpt de efficiëntie van het systeem te behouden. De warmte wordt opgewaardeerd d.m.v. een collectieve warmtepomp, waarna de warmte op middentemperatuur (75 °C) aan de woningen geleverd kan worden.

2.

Restwarmte In dit scenario wordt er restwarmte vanuit een fictieve warmtebron in Spijkenisse benut. De warmte wordt opgewaardeerd d.m.v. een collectieve warmtepomp. Vervolgens wordt de warmte via een warmtewisselaar aan de woning geleverd. De warmte wordt op middentemperatuur geleverd (75 °C), waardoor het warmteafgifte systeem in de woning niet vervangen hoeft te worden. NB: De opzet van het restwarmtenet kan veranderen op basis van de benodigde lengte aan warmteleidingen, waardoor de resultaten zullen veranderen.

15

1.

2.

De scenario’s 3.

Individuele Lucht/Water-water warmtepomp In dit scenario wordt elk gebouw met een individuele lucht/water-water warmtepomp uitgerust. De gebouwen dienen hiervoor goed geïsoleerd te worden. De warmtepomp levert warmte op 50 °C. Er is geen ruimtelijke uitwerking voor dit scenario gemaakt.

4.

Ondiepe geothermie A. In dit scenario worden alle dorpskernen met elkaar verbonden door een warmtenet wat gevoed wordt met ondiepe geothermie als basislast. De temperatuur uit de aardwarmtebron is 37 °C en wordt opgewaardeerd met een centrale warmtepomp, waarna het naar 18 decentrale warmtepompen in de dorpskernen gedistribueerd wordt. In de dorpskernen wordt de temperatuur verder opgewaardeerd naar 75 °C. De warmtepompen in de dorpskernen dienen als middenlast bron. Daarnaast is er een centrale piekbron, een gasketel die 10% van het vermogen dekt in de wintermaanden. Alle gebouwen in de dorpskernen (2639) worden hiermee voorzien van warmte uit ondiepe geothermie + warmtepompen als basis- en middenlast. B. Ter vergelijking is er bij dit scenario ook een variant gemaakt waarbij enkel de ondiepe geothermie gebruikt wordt en de 18 onderstations met warmtepompen voor middenlast wegvallen. De warmte wordt door de centrale warmtepomp opgewaardeerd tot 75 °C, waarna het via een warmtenet naar 1.400 woningen gedistribueerd wordt. Voor dit scenario geldt tevens dat er een gasgestookte centrale piekbron is. De resterende woningen (1239 – het aantal van alle drie dorpskernen samen) worden verwarmd met een individuele warmtepomp. In beide varianten wordt dezelfde ondiepe geothermie bron gebruikt. Het onderscheid zit in de warmtevraag en capaciteit van de bron.

16

3.

4A.

4B.

Technische uitwerking van de collectieve scenario’s Uit de eerste beoordeling volgen vier potentieel interessante kansrijke collectieve warmtebronnen voor een warmtesysteem voor Heenvliet, Geervliet & Abbenbroek. Uit elke warmtebron volgt een beoogd warmtesysteem. Er is gekozen om in de analyse van de warmtesystemen uit te gaan van Midden Temperatuur (MT) warmteoplossing, dit omdat er relatief veel monumentale panden in de dorpskernen zijn. Monumentale panden kunnen over het algemeen niet, of slechts in beperkte maten, gerenoveerd of geïsoleerd worden waardoor de warmtevraag van deze gebouwen relatief hoog is. Echter het WKO systeem kan slechts lage temperatuur (LT) warmte leveren, waardoor in de analyse rekening is gehouden met een extra warmtepomp om dit op midden temperatuur te krijgen. Elk van deze warmtesystemen dient te worden ingepast in de ruimtelijke omgeving. Het beoogde systeem bestaat in de basis uit: 1. 2. 3. 4. 5.

een warmtebron een opwekkingssysteem een leidingnetwerk een warmte opslagsysteem afnemers

Om leveringszekerheid te garanderen bestaat een opwekkingssysteem uit zowel een installatie voor de basislast als voor de pieklast. De bron voor de basislast verzorgt 90% van het jaar de warmte. De piekvoorziening springt bij op de koudste dagen, of wanneer de warmtevraag zeer hoog is, om de laatste 10% aan te vullen. Deze twee installaties kunnen uit verschillende 17

warmtebronnen gerealiseerd worden. Bij bestaande bouw wordt voor de piekvoorziening momenteel vaak nog gekozen voor een gasgestookte ketel. In de analyse wordt een gasketel gebruikt als piekvoorziening. Op den duur kan de gasketel uitgefaseerd worden waarna het door een elektrische warmtepomp vervangen kan worden. Bij het aquathermiesysteem is er voor het warmteopslag systeem uitgegaan van een WKO (warmte/koudeopslag). Dit is de meest gangbare vorm van duurzame warmteopslag. Het leidingnetwerk van een warmtenet, zoals beoogd in scenario’s 1 en 2, bestaat in de basis uit: 1. 2. 3. 4.

een transportnetwerk, een distributienetwerk, aansluitleidingen en verdeelstations.

Voor deze studie is een eerste schets gemaakt van de mogelijke warmtesystemen op basis van de meest kansrijke warmtebronnen. De systeemschets is een technische schets waarin alle nodige componenten voor het warmtesysteem staan afgebeeld. Op de volgende pagina’s worden deze schetsen per systeem toegelicht.

Systeemschets individuele warmtepomp De individuele warmtepomp werkt met een buiten unit en een binnen unit door warmte uit de buitenlucht te onttrekken en deze via een koelmiddel naar de binnen unit te transporteren. De binnen unit verhoogt de temperatuur van het koelmiddel, zodat het geschikt is voor vloerverwarming op 50 °C en voor het verwarmen van tapwater tot 65 °C. De warmte wordt via een warmtewisselaar overgedragen aan het water in het verwarmingssysteem en het tapwater, waarbij een opslagvat zorgt voor een constante beschikbaarheid van warm tapwater.

18

Systeemschets Aquathermie & WKO Het aquathermie systeem (met blauw links in de figuur aangegeven) is aangesloten via leidingen op de warmtepomp (in groen). Bij de leidingen staan de aanen afvoertemperatuur en hoeveelheid warmte die wordt onttrokken door de warmtewisselaar (TSA). In het midden staat de warmtepomp afgebeeld met gebruikte efficiëntie (coefficient of performance, hierna COP). Onder in de afbeelding wordt de WKO weergegeven (ook in blauw). De gebruikte temperaturen voor warmte en koude staan aangegeven. Boven in het systeem staan ook de toegevoegde elektrische energie die de warmtepomp nodig heeft (in geel) en een gas piekbron (in rood) afgebeeld die op den duur vervangen kan worden voor een elektrische variant. Rechts in de afbeelding staat de collectieve warmtepomp die via een leidingnet verbonden is met de afnemers. In dit scenario heeft elke dorpskern haar eigen warmtesysteem.

19

Systeemschets Collectief warmtenet restwarmte

Links staat de verbinding met warmte vanuit Spijkenisse (in roze) met de gegeven temperatuur. De warmtepomp zorgt voor de opwaardering van de warmte. In het midden van het figuur staat de warmtepomp (in groen) als warmtebron met gebruikte efficiëntie (COP) afgebeeld. Boven in het systeem zijn de elektrische energie die de warmtepomp nodig heeft weergegeven (in geel). Daarnaast is een piekvoorziening afgebeeld (in rood), wat een gasgestookte piekbron is die op den duur vervangen kan worden voor een elektrische variant. Rechts is de warmtepomp verbonden via het leidingnet met de afnemers.

20

Systeemschets Collectief ondiepe geothermie – compleet warmtenet In het midden van het figuur staat de warmtepomp als warmtebron met gebruikte efficiëntie (COP) afgebeeld. Boven in het systeem zijn de elektrische energie (geel) die de warmtepomp nodig heeft en een gas piekbron (rood) afgebeeld die op den duur vervangen kan worden voor een elektrische variant wanneer de netcongestie is opgelost. Links staat de verbinding met ondiepe geothermie ten westen van de dorpskernen. De warmtepomp zorgt voor de opwaardering van de warmte. Rechts is de warmtepomp verbonden via het leidingnet met de afnemers, waarvoor het eerst nog doormiddel van warmtepomp stations in verbinding staat om de middenlast toe te voegen.

21

Systeemschets Collectief ondiepe geothermie – klein warmtenet + individuele warmtepompen In het midden van het figuur staat de warmtepomp als warmtebron met gebruikte efficiëntie (COP) afgebeeld. Boven in het systeem zijn de elektrische energie (geel) die de warmtepomp nodig heeft en een gas piekbron (rood) afgebeeld die op den duur vervangen kan worden voor een elektrische variant wanneer de netcongestie is opgelost. Links staat de verbinding met ondiepe geothermie ten westen van de dorpskernen. De warmtepomp zorgt voor de opwaardering van de warmte. Rechts is de warmtepomp verbonden via het leidingnet met de afnemers. Echter niet alle woningen kunnen verbonden worden, daardoor zullen de resterende woningen (1239) met een eigen warmtepomp verwarmt worden.

22

3.1 Resultaten economische analyse warmtesystemen

23

Financiële uitwerking van de scenario’s Naast de technische haalbaarheid is ook de financiële haalbaarheid van de scenario’s onderzocht. De technische parameters zijn verwerkt in de financiële analyse. Voor het toetsen van de financiële haalbaarheid is een business case analyse uitgevoerd, hierin zijn de investeringen (CAPEX), operationele kosten (OPEX) en opbrengsten (Revenu) uitgezet over de tijd in een kasstroom-analyse. De uitgangspunten voor de business case-analyse zijn beschreven op de volgende pagina. De financiële resultaten tussen de warmtenetten en individuele warmtepompen zullen anders weergegeven worden. Dit heeft te maken dat een individuele warmtepomp voor 1 gemiddeld huishouden over de drie dorpskernen wordt weergegeven. Daarentegen laten de warmtenetten de totale omvang van huishoudens en andere partijen zien. Een warmtenet wordt gekenmerkt door een forse investering ‘aan de voorkant’, aangezien er eerst een infrastructuur met leidingen moet worden aangelegd. Dit betekent een flinke kostenpost voordat er ook maar een GJ aan warmte verkocht is, gevolgd door een langjarige betrekkelijk stabiele kasstroom. Dit maakt het systeem verliesmakend in de eerste jaren van exploitatie. Alle kosten zijn berekend voor een looptijd van 30 jaar.

24

Toelichting op de kosten De kosten voor de warmtesysteem bestaan uit: 

Kapitaalsinvestering;

Afschrijvingskosten;

Financieringskosten;

Operationele kosten;

Opbrengsten.

Op deze en de volgende pagina worden bovenstaande kosten verder toegelicht.

Financiële uitwerking van de scenario’s 

Kapitaalinvesteringen

De kapitaalinvestering bestaat met name uit de investering in transportleidingen, pompen, warmtewisselaar(s) en warmtepompen, maar ook uit kosten voor bouwkundige werken zoals opslag en gebouwen. Hierin kan de tweedeling gemaakt worden tussen kosten voor de exploitatie van de bron en investeringen in het warmtenetwerk (waar mogelijk ook andere bronnen op aangesloten kunnen worden). Hierbij moet rekening worden gehouden met technische en ruimtelijke risico’s. De Rijksoverheid kan een bijdrage leveren aan de investering, middels een investeringssubsidie. Hierdoor heeft de eigenaar van het warmtenet lagere afschrijvingen en lagere financieringskosten. In deze studie is er geen rekening gehouden met investerings- of exploitatiesubsidies, aangezien het onzeker is of deze ook daadwerkelijk verkregen kunnen worden. 

Afschrijvingskosten

Afschrijvingskosten van een installatie kunnen het nettoresultaat negatief beïnvloeden, zeker als het verdienpotentieel van het systeem beperkt is. Dit heeft geen invloed op de kasstroom, maar wel op het financiële resultaat (de winstgevendheid). 

Financieringskosten

Financieringskosten spelen bij dit systeem een belangrijke rol. De financieringskosten kunnen lager uitpakken dan is aangenomen voor deze studie als de overheid garant staat voor verschillende onzekerheden bij het warmtesysteem, zoals het vollooprisico, en daarmee het risico minimaliseert. Wanneer de gemeente garant staat, kunnen er verschillende extra kosten ontstaan. Ten eerste moet de gemeente mogelijk financiële reserveringen aanmaken om eventuele risico’s af te dekken. Daarnaast kan het bieden van garanties de prikkel voor ontwikkelaars om efficiënt te werken verminderen, wat kan leiden tot hogere kosten. Ook kunnen er rentelasten ontstaan als gevolg van de garanties. Met betrekking tot de financiële uitwerkingen onder de Wet Collectieve Warmtevoorziening (WCW), kunnen deze veranderen afhankelijk van hoe de rol van de

25

gemeente wordt ingezet. Als de gemeente een andere rol krijgt dan in de oorspronkelijke onderzoeken is bedacht, moeten de financiële modellen mogelijk worden aangepast om rekening te houden met nieuwe verantwoordelijkheden en risico’s. Dit kan invloed hebben op de haalbaarheid en de kosten van de projecten. 

Operationele kosten

De operationele kosten bestaan met name uit beheer en onderhoudskosten (preventief en correctief onderhoud, monitoring, administratie, verzekeringen, communicatie) en de energiekosten (elektriciteitskosten voor het gebruik van de warmtepomp en gaskosten voor reguliere pompen). 

Opbrengsten

De opbrengsten uit de afname van de warmte door de gebruikers is afhankelijk van het aantal aansluitingen (binnen het onderzoeksgebied), de energieprijzen(/belastingen) en het energieverbruik per aansluiting. De mate waarin voldoende warmte wordt verkocht is een belangrijke succesfactor. Hoe hoger de warmtevraag, hoe meer inkomsten. Hier worden vooraf aannames over gedaan die in de praktijk anders kunnen uitpakken. Zo is het van tevoren niet geheel zeker hoeveel gebouweigenaren een aansluiting willen hebben (ook wel het vollooprisico genoemd) en hoeveel energie ze in de toekomst zullen afnemen (ook wel het afnamerisico genoemd). Toelichting op de uitgangspunten Deze studie is op de schaal van het hele gebied uitgevoerd. Voor de financiële berekeningen zijn er kentallen gebruikt gebaseerd op cijfers uit de markt en ervaringen van experts. Er is in de kosten per aansluiting geen onderscheid gemaakt tussen woningen en utiliteiten. De totale warmtevraag is verdeeld over het aantal aansluitingen. In een verdere technische uitwerking van een warmtenet zal in meer detail gekeken moeten worden hoe deze kosten eerlijker verdeeld kunnen worden over de woningen en de utiliteiten in de dorpskernen zoals een buurtcentrum en een sporthal.

Financiële analyse - Uitgangspunten Onderdeel

Beschrijving

Investering (excl. BTW)

Eenheid

Bronnen HT

Water/Water Warmtepomp (collectief)

€500.000

EUR/MW

Lucht/Water Warmtepomp (individueel)

€ 1.500.000

EUR/MW

Thermische opslag

WKO-bron

€ 500.000

EUR/#

Aquathermie

Aquathermie Ontrekkingsinstallatie

€ 1.744.000

EUR/MW

Geothermie

Geothermie Ontrekkingsinstallatie

€ 2.000.000

EUR/MW

Warmtenet

Warmteoverdrachtstation (WOS)

€ 180.000

Euro/#

Transportnet

€ 2.000

EUR/M

Distributienet

€ 1.250

EUR/M

Aansluitleidingen

€ 500

EUR/M

OPEX vaste kosten

2%

% van CAPEX

Verzekeringen

0,2%

% van CAPEX

Beheerkosten

7%

% van Revenu

Communicatie

2%

% van Revenu

Energie Inkoop

Inkoopprijs elektra

€ 0,11*

EUR/kWh

Warmteverkoop

Warmteprijs (80% maximum ACM 2024)

€ 37,35

Euro/GJ

Vastrecht Warmte, tapwater en koude (80% ACM 2024 Maximum)

€ 573,56

Euro/per jaar

Meettarief

€ 26,18

Euro/per jaar

Huur afleverset

€ 120,15

Euro/per jaar

Onderhoud & Beheer

26

*Elektraprijs zonder energiebelasting (EB) en opslag duurzame energie (ODE)

Financiële analyse - Investering CAPEX

Individueel per gebouw - L/W warmtepomp

Restwarmte

Heenvliet TEO + WKO

Geervliet TEO + WKO

Abbenbroek TEO + WKO

Ondiepe geothermie compleet net

Ondiepe geothermie deelnet + warmtepomp

Warmtenet Totaal Transportleidingen

€ 8.700.000

€ 2.400.000

€ 2.800.000

€ 1.570.000

€ 8.700.000

€ 4.600.000

Totaal Distributienet

€ 13.500.000

€ 6.250.000

€ 4.370.000

€ 2.770.000

€ 13.500.000

€ 7.200.000

Totaal Overdrachtsstations

€ 3.900.000

€ 1.800.000

€ 1.620.000

€ 900.000

€ 3.250.000

Totaal Aansluitleidingen

€ 7.390.000

€ 3.400.000

€ 2.100.000

€ 1.500.000

€ 7.380.000

€ 1.050.000

€ 740.000

€ 475.000

€ 1.000.000

Investeringen Open WKO

€ 1.000.000

€ 1.000.000

€ 500.000

Investeringen bron

€ 3.155.000

€ 3.155.000

€ 1.744.000

€ 4.900.000

€ 4.900.000

€ 444.000

€ 308.000

€ 204.000

€ 970.000

€ 500.000

€ 6.465.000

€ 3.158.000

€ 2.151.000

€ 1.142.000

€ 6.465.000

€ 3.430.000

€ 10.220.000

€ 4.626.000

€ 2.323.000

€ 1.429.000

€ 10.220.000

€ 10.220.000

€ 1.050.000

€ 740.000

€ 475.000

€ 1.000.000

€ 6.045.000

€ 3.410.000

€ 2.750.000

€ 1.620.000

€ 5.600.000

€ 3.690.000

€ 3.900.000

Warmtebron Investeringen Warmtepompcentrale

€ 30.000.000

Ivestering back-up bron

€ 962.000 Eindaansluiting

Kosten Aansluiting Warmtenet Kosten isolatie

€ 24.980.000

Overig Totaal Herinvestering

€ 30.000.000

Ontwikkelkosten

27

Aantal Aansluitingen

2.639

2.639

1.289

882

466

2.639

1400

CAPEX Totaal

€ 85.080.000

€ 56.563.000

€ 31.923.000

€ 24.242.000

€ 14.395.000

€ 64.350.000

€ 38.509.000

CAPEX Per Aansluiting

€ 32.240

€ 21.434

€ 24.766

€ 27.485

€ 30.892

€ 24.386

€ 27.507

Financiële analyse – Operationele Kosten Individueel per gebouw - L/W warmtepomp

Ondiepe geothermie deelnet + warmtepomp € 157.000

Heenvliet TEO + WKO

Geervliet TEO + WKO

Abbenbroek TEO + WKO

Ondiepe geothermie compleet net

€ 139.000

€ 110.000

€ 67.000

€ 328.000

Onderhoudskosten Warmtepomp (centraal)

€ 63.000

€ 44.400

€ 29.000

€ 60.000

Onderhoudskosten Open WKO bronnen

€ 41.500

€ 41.500

€ 41.500

€ 41.500

€ 41.500

€ 41.500

€ 98.000

€ 98.000

OPEX

Restwarmte

Onderhoud Onderhoud warmtenet

Onderhoudskosten bron

€ 328.000

€ 600.500

Onderhoudskosten afleverset woningen

€ 65.000

€ 31.500

€ 21.500

€ 11.000

€ 64.000

€ 34.000

Onderhoudskosten back-up

€ 19.000

€ 9.000

€ 6.000

€ 4.000

€ 19.000

€ 10.000

OPEX vaste kosten

€ 1.000

€ 500

€ 500

€ 1.000

€ 500

€ 1.000

Energie Elektra inkoopkosten

€ 746.300

€ 295.000

€ 384.000

€ 267.000

€ 175.000

€ 780.000

€ 466.000

Totaal EB en ODE elektra

€ 738.200

€ 109.000

€ 141.000

€ 100.000

€ 66.000

€ 283.000

€ 171.000

Gas inkoopkosten

€ 87.000

€ 40.000

€ 28.000

€ 18.000

€ 86.000

€ 42.000

Totaal EB en ODE gas

€ 121.000

€ 72.000

€ 50.000

€ 33.000

€ 120.000

€ 74.000

Netbeheerkosten

€ 23.000

€ 40.000

€ 28.000

€ 18.000

€ 69.500

€ 38.000

Verzekeringen

€ 101.000

€ 56.800

€ 45.800

€ 27.000

€ 115.500

€ 61.000

Beheerkosten

€ 148.000

€ 72.500

€ 49.000

€ 26.000

€ 148.000

€ 79.000

Overig

28

Aansluitingen

2.639

2.639

1.289

882

466

2.639

1.400

OPEX Totaal

€ 2.085.000

€ 1.887.000

€ 1.133.000

€ 833.500

€ 520.800

€ 2.174.000

€ 1.230.500

OPEX Per Aansluiting

€ 790

€ 715

€ 879

€ 945

€ 1.118

€ 824

€ 879

Totale kosten over een looptijd van 30 jaar.

Financiële analyse – toelichting op uitkomsten Kasstroom

Bijdrage Aansluitkosten

Voor alle scenario’s is op basis van de opbrengsten, ontwikkel-, investeringen operationele kosten een kasstroom opgesteld die zichtbaar is op de volgende pagina’s. Voor de eerste jaren is de kasstroom negatief door de hoge investeringen vooraf. Doordat in de business case rekening is gehouden met de fasering zijn in de eerste drie jaar investeringen nodig voor het warmtenet om het gereed te maken, zodat het in het eind van het 3e jaar in gebruik kan worden genomen. In jaar 17 is voor de individuele warmtepomp een herinvestering nodig voor het vervangen van de warmtepomp. Aangezien de levensduur van een warmtepomp gemiddeld 17 jaar is*.

De BAK zijn de kosten die per aansluiting worden betaald om aangesloten te worden op het warmtesysteem. Dergelijke kosten worden ook gerekend voor een nieuwe aansluiting op het elektriciteits- of gasnet. Er wordt niet met een BAK gerekend. De BAK komt enkel naar voren voor de vergelijking om te laten zien wat het theoretische bedrag zou moeten zijn, mocht de business case negatief zijn.

Twee jaar na de start van het project begint de verkoop van warmte en beginnen de warmtenetten opbrengsten te genereren. Voor de eerste 15 jaar is er een prognose gemaakt van de ontwikkeling van de warmteprijs, daarna is de warmteprijs constant gehouden. Dit is gedaan omdat warmteprijs gekoppeld is aan de gasprijs. De gasprijs is elk jaar erg fluctuerend, daarom is voor de eerste 15 jaar dit meegenomen en daarna een constante van het laatste jaar genomen. Ook de operationele kosten worden na 15 jaar constant gehouden. Alle inkomsten en uitgaven worden gedurende de looptijd gecorrigeerd voor inflatie. Dit wordt weergegeven in de Index categorieën. Als resultaat van de kasstroom is de ‘Net Present Value’ (afgekort NPV, netto contante waarde) bepaald. De NPV is een berekening van de winstgevendheid van het project. Wanneer de NPV positief is zullen de verwachte inkomsten hoger zijn dan de verwachte kosten. In alle scenario’s is de NPV negatief door de hoge investeringskosten, behalve voor restwarmte en ondiepe geothermie plus individuele warmtepompen.

Gebruikerskosten Als alternatief op de BAK is er berekend hoe hoog de gebruikerskosten per geleverde GJ aan warmte moet zijn om op een NPV 0 uit te komen. Dit wordt ook wel de ‘levelized cost of heating’ (LCOH) genoemd. Dit laat zien wat het effect op het warmtetarief is wanneer de kosten voor het warmtesysteem over de looptijd worden verdeeld. Hoe hoog de gebruikerskosten in de praktijk mogen zijn wordt gereguleerd door de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Winst Een warmtebedrijf kan winst maken op een warmtenet door warmte efficiënt in te kopen en te distribueren, waardoor operationele kosten laag blijven. Door langdurige contracten met klanten af te sluiten, wordt een stabiele en voorspelbare inkomstenstroom gegarandeerd. Daarnaast kunnen ze tarieven strategisch aanpassen om de winstgevendheid te maximaliseren. * Levensduur warmtepomp – Warmtepomp-weetjes.nl

29

Netto Contante Waarde – Scenario 1a Aquathermie + WKO Heenvliet 5.000.000

0 Index CAPEX CAPEX (real)

-5.000.000

Index Devex -10.000.000

-€ 8.354.176

Index OPEX OPEX (real)

-15.000.000

Devex (real) Subsidies

-20.000.000 Index Revenues -25.000.000

-30.000.000

30

Inkomsten zonder subsidie (real) Net Present Value

Netto Contante Waarde – Scenario 1b Aquathermie + WKO Geervliet 5.000.000

0 Index CAPEX CAPEX (real) -5.000.000

Index Devex Index OPEX

-10.000.000

-€ 9.740.358

OPEX (real) Devex (real)

-15.000.000

Subsidies Index Revenues

-20.000.000

-25.000.000

31

Inkomsten zonder subsidie (real) Net Present Value

Netto Contante Waarde – Scenario 1c Aquathermie + WKO Abbenbroek 4.000.000

2.000.000 Index CAPEX

0

CAPEX (real) -2.000.000

Index Devex Index OPEX

-4.000.000

OPEX (real) -6.000.000

-€ 5.635.168 Devex (real)

-8.000.000

Subsidies

-10.000.000

Index Revenues

-12.000.000

-14.000.000

32

Inkomsten zonder subsidie (real) Net Present Value

Netto Contante Waarde – Scenario 2 Restwarmte 10.000.000

0 Index CAPEX -€ 2.946.271 CAPEX (real) -10.000.000

Index Devex Index OPEX

-20.000.000

OPEX (real) Devex (real)

-30.000.000

Subsidies Index Revenues

-40.000.000

-50.000.000

33

Inkomsten zonder subsidie (real) Net Present Value

Netto Contante Waarde – Scenario 3 Individuele warmtepomp 10.000

0 Index CAPEX CAPEX (real)

-10.000

Index Devex -20.000

Index OPEX OPEX (real)

-30.000

Devex (real) Subsidies

-40.000 Index Revenues Inkomsten zonder subsidie (real) Net Present Value

-50.000

-€ 56.936

-60.000

34

*Bovenstaande grafiek laat enkel de NCW van 1 huishouden zien, niet die van alle (2639) huishouden.

Netto Contante Waarde – Scenario 4a Ondiepe geothermie compleet net 10.000.000

0 Index CAPEX CAPEX (real)

-10.000.000

Index Devex -20.000.000

-€ 16.869.423

Index OPEX OPEX (real)

-30.000.000

Devex (real) Subsidies

-40.000.000 Index Revenues -50.000.000

-60.000.000

35

Inkomsten zonder subsidie (real) Net Present Value

Netto Contante Waarde – Scenario 4b Ondiepe geothermie klein net + individuele warmtepomp 10.000.000

5.000.000 Index CAPEX 0

CAPEX (real) Index Devex

-5.000.000

Index OPEX -10.000.000

-€ 9.004.485

OPEX (real) Devex (real)

-15.000.000 Subsidies -20.000.000

Index Revenues Inkomsten zonder subsidie (real) Net Present Value

-25.000.000

-30.000.000

36

*Bovenstaande grafiek laat enkel de NCW van het ondiepe geothermiesysteem zien, niet die van de individuele warmtepompen die voor een gedeelte van de woningen aanvullend nodig zijn. Zie hiervoor de NCW van de individuele warmtepompen.

Financiële analyse – Bijdrage Aansluitkosten Extra aansluitkosten (NPV=0) €20.000

€18.865

€18.000

€17.307

Aansluitkosten (euro / aansluiting)

€16.000 €14.000

Let op! Voor individuele warmtepompen is wel een investering nodig, maar dit is geen onderdeel van een warmtenet, daarom laat het zich hier niet zien. De investeringskosten van een individuele warmtepomp bedraagt hier circa 11.300 euro.

€12.000 €9.972

€10.000

€10.111

€10.034

€8.000 €6.000 €4.000 €1.742

€2.000 €-

37

€-

Individueel all electric

Ondiepe geothermie Ondiepe geothermie compleet net klein net + individuele WP

Restwarmte-net (midden temp)

Aquathermie met WKO Heenvliet

De Bijdrage Aansluitkosten (BAK). Dit zijn de berekende extra kosten die per aansluiting (huis/individu) betaald moeten worden om het warmtesysteem na 30 jaar quitte te laten draaien (NPV = 0).

Aquathermie met WKO Geervliet

Aquathermie met WKO Abbenbroek

Financiële analyse – Gebruikerskosten Benodigde warmtetarief (LCOH) (euro/GJ) NPV = 0 €70 €63 €60

€60 €52

€53

€52

Warmtetarief euro/GJ

€50 €44

De ACM besluit jaarlijks een wettelijk maximum voor het warmtetarief. Tot en met 2021 lag dit rond de 25 €/GJ. In 2022 was dit rond de 50 €/GJ en begin 2023 was dit 91 €/GJ (zonder prijsplafond).

€40

€40

€30

Sinds 2024 is het maximaal tarief inclusief BTW gedaald naar € 46,69 door het uittreden van het prijsplafond.

€20

€10

€-

In deze businesscase is gerekend met 37,35 €/GJ. Individueel all electric Ondiepe geothermie Ondiepe geothermie compleet net klein net + individuele WP

Restwarmte-net (midden temp)

Aquathermie met WKO Heenvliet

Aquathermie met WKO Geervliet

*Bovenstaande grafiek van het ondiepe geothermiesysteem + individuele warmtepompen laat enkel de gebruikerskosten zien voor het gedeelte ondiepe geothermie en niet die van de individuele warmtepompen van de woningen aanvullend nodig zijn. Zie hiervoor de gebruikerskosten van de individuele warmtepompen.

38

De gebruikerskosten, ook wel Levelised Cost of Heating (LCOH), zijn de kosten die per gebruiker per GJ aan warmte betaald moeten worden zodat het warmtesysteem na 30 jaar quitte draait. Dit is een alternatieve manier om de kosten van een systeem door te rekenen ten opzichte van de BAK.

Aquathermie met WKO Abbenbroek

Financiële analyse – Gebruikerskosten per jaar €6.000,00

De gebruikerskosten zijn de kosten die jaarlijks per aansluiting betaald moet worden om het warmtesysteem na 30 jaar quitte te kunnen laten spelen.

€5.000,00

Deze kosten zijn bepaald op basis van:

Gebruikerskosten per jaar (incl. EB Sub en BTW)

€1.622

€4.000,00

€1.426 €1.201

€1.146 €1.027

€592 €2.694

€1.000,00

€-

€2.728

€2.666

€2.214

€3.471

€3.076

€1.651

Individueel all electric

Ondiepe geothermie Ondiepe geothermie compleet net klein net + individuele WP

Restwarmte-net (midden temp)

Minimaal scenario

Aquathermie met WKO Heenvliet

Aquathermie met WKO Geervliet

Aquathermie met WKO Abbenbroek

Maximaal scenario

*Bovenstaande grafiek van het ondiepe geothermiesysteem + individuele warmtepompen laat enkel de gebruikerskosten zien voor het gedeelte ondiepe geothermie en niet die van de individuele warmtepompen van de woningen aanvullend nodig zijn. Zie hiervoor de gebruikerskosten van de individuele warmtepompen.

39

Een gemiddeld warmteverbruik van 35 GJ/jaar;

-

Gebruikerskosten (zoals weergegeven de vorige pagina);

-

Jaarlijkse vaste kosten (zie operationele kosten – Financiële resultaten)

€1.194

€3.000,00

€2.000,00

-

In de tabel zijn de minimale kosten (in paars) en maximale gebruikerskosten (in blauw) op basis van verschillende gevoeligheden weergegeven. De gevoeligheden in de gebruikerskosten zijn weergegeven over 2 pagina’s. De volgende pagina laat eerst het verloop van de eindgebruikerskosten over de looptijd van het project zien per huishouden. In dat figuur is de beginwaarde gebaseerd op de isolatiekosten die voor het gemiddelde huishouden valt.

Eindgebruikerskosten per huishouden Eindgebruikerskosten (total cost of ownership) € 140.000

€ 100.000 € 80.000 € 60.000

NB: Het scenario ondiepe geothermie + individuele warmtepomp staat er 2x in (ondiepe geothermie klein net met 1400 huishoudens) en als totaal systeem (plus 1239 huishoudens die de individuele warmtepomp hebben) 40

2055

2054

2053

2052

2047

2046

2045

2044

2043

2042

2041

2040

2039

2038

2037

2036

2035

2034

2033

2032

2031

2030

2029

2028

2027

2026

2025

2024

2023

2022

2021

€0

2051

€ 20.000

2050

€ 40.000

2049

Individueel all electric Ondiepe geothermie compleet net Ondiepe geothermie klein net (1400 hh) Restwarmte-net (midden temp) Aquathermie met WKO Heenvliet Aquathermie met WKO Geervliet Aquathermie met WKO Abbenbroek Ondiepe geothermie klein net + individuele WP

2048

Cumulatieve eindgebruikerskosten

€ 120.000

Financiële analyse – Gevoeligheid Gebruikerskosten (1/2) De minimale en maximale gebruikerskosten zijn bepaald aan de hand van verschillende gevoeligheden, o.b.v:

Gevoeligheid Gebruikskosten €4.500

€4.000

-

Base case 100%. Dit is met alle benoemde uitgangspunten.

-

Synergie net aanleg - Zo kan er bespaard worden door het net aan te leggen in samenwerking met andere werkzaamheden (riolering). Er wordt 20% kosten bespaard tijdens het aanleggen van het warmtenet.

-

Energiekosten - De elektriciteits- en gasprijzen dalen met 30% waardoor de jaarlijkse energierekening goedkoper wordt.

-

Minder warmte afzet – Het is mogelijk dat er minder huishoudens aansluiten (30%) dan verwacht, waardoor kosten oplopen.

-

Warmtepomp prijzen – De prijs voor een warmtepomp daalt met 30% wat ervoor zorgt dat de installaties goedkoper worden.

-

Alle investeringen jaar 1 – Als door goede samenwerking alle investeringen in het eerste jaar plaatsvinden wordt er minder geld uitgegeven door snellere besluitvorming wat ervoor zorgt dat de kosten circa 8% dalen.

€3.500

€3.000

€2.500

€2.000

€1.500

€1.000

€500

€-

Individueel all electric Base Case 100%

41

Ondiepe geothermie compleet net

Synergie net aanleg (-20%)

Energie kosten (-30%)

Ondiepe geothermie klein net + individuele WP

Minder warmte afzet (-30%)

Restwarmte-net (midden temp)

Warmtepomp prijzen (-30%)

Alle investeringen jaar 1

*Bovenstaande grafiek van het ondiepe geothermiesysteem + individuele warmtepompen laat enkel de gebruikerskosten zien voor het gedeelte ondiepe geothermie en niet die van de individuele warmtepompen van de woningen aanvullend nodig zijn. Zie hiervoor de gebruikerskosten van de individuele warmtepompen.

Financiële analyse – Gevoeligheid Gebruikerskosten (2/2) De minimale en maximale gebruikerskosten zijn bepaald aan de hand van verschillende gevoeligheden, o.b.v:

Gevoeligheid Gebruikskosten €6.000

€5.000

-

Base case 100%. Dit is met alle benoemde uitgangspunten.

-

Synergie net aanleg - Zo kan er bespaard worden door het net aan te leggen in samenwerking met andere werkzaamheden (riolering). Er wordt 20% kosten bespaard tijdens het aanleggen van het warmtenet.

-

Energiekosten - De elektriciteits- en gasprijzen dalen met 30% waardoor de jaarlijkse energierekening goedkoper wordt.

-

Minder warmte afzet – Het is mogelijk dat er minder huishoudens aansluiten (30%) dan verwacht, waardoor kosten oplopen.

-

Warmtepomp prijzen – De prijs voor een warmtepomp daalt met 30% wat ervoor zorgt dat de installaties goedkoper worden.

-

Alle investeringen jaar 1 – Als door goede samenwerking alle investeringen in het eerste jaar plaatsvinden wordt er minder geld uitgegeven door snellere besluitvorming wat ervoor zorgt dat de kosten circa 8% dalen.

€4.000

€3.000

€2.000

€1.000

€-

42

Aquathermie met WKO Heenvliet

Aquathermie met WKO Geervliet

Aquathermie met WKO Abbenbroek

Base Case 100%

Synergie net aanleg (-20%)

Energie kosten (-30%)

Minder warmte afzet (-30%)

Warmtepomp prijzen (-30%)

Alle investeringen jaar 1

Conclusies o.b.v. financiële resultaten 

Geen enkel scenario heeft een rendabele top. Wanneer er met een hoger (legaal ACM tarief) gerekend wordt, is het restwarmtenet financieel mogelijk.

De individuele warmtepomp heeft de laagste eindgebruikerskosten. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de kosten voor eventueel nodige elektriciteitsnetuitbreidingen en –verzwaringen.

De collectieve scenario’s komen ongunstiger uit dan het individuele warmtepomp scenario, doordat de investeringskosten veel hoger zijn. Voor de collectieve scenario’s moet er een warmtenetwerk worden aangelegd en een systeem om de warmtebron te kunnen exploiteren.

Het collectieve restwarmtenet is financieel het gunstigst van de collectieve scenario’s op basis van de BAK en de gebruikerskosten per GJ. Dit geeft echter een vertekend beeld, omdat in de exploitatiekosten alleen het warmtenet en onderstations zijn meegenomen, maar er geen investering van een warmtebron t.o.v. de andere collectieve scenario’s.

De business case van de dorpsgebonden scenario’s (aquathermie en WKO) verschilt per dorp, aangezien de kosten voor een groot gedeelte afhankelijk zijn van het aantal huishoudens waar de warmte aan geleverd kan worden.

De toevoeging van een WKO maakt een warmtesysteem in gebruik duurder omdat er een extra investering nodig is.

Er is geen rekening gehouden met wet- en regelgeving voor beschermd dorps- en stadsgezicht. Dit kan er mogelijk voor zorgen dat aanpassingen aan de woningen in het gebied moeilijk te realiseren zijn.

43

3.2 Duurzaamheid

44

Ingeschatte toekomstige elektriciteitsvraag Met oog op netcongestie en de transitie naar duurzame opwek is het elektriciteitsgebruik per scenario onderzocht. In alle scenario’s gebruiken de warmtesystemen elektriciteit. Voor het individuele warmtepompen scenario is elektriciteit, naast omgevingswarmte, zelfs de enige actieve energiebron van het systeem. Dit scenario heeft het hoogste elektriciteitsverbruik. Daarbij is de elektriciteitsvraag het hoogst in de koude maanden, wanneer het systeem gebruikt wordt voor verwarming.

Elektriciteitsvraag in MWh/Jaar 9000 8000 7000 6000 5000

Bij de systemen met WKO is de elektriciteitsvraag beter over het jaar verdeeld doordat een groot deel van de benodigde warmte gedurende de zomer in de bodem wordt opgeslagen. In de winter wanneer de warmtevraag het hoogste is hoeft er daardoor minder elektriciteit gebruikt te worden.

4000

Tot slot wordt er bij het restwarmte scenario weinig elektriciteit gebruikt, doordat het de warmte al op redelijk hoge temperatuur aangeleverd krijgt. De collectieve warmtepomp hoeft het water slechts beperkt te verwarmen om de juiste temperatuur aan de woningen te kunnen leveren.

0

3000 2000 1000

Elektriciteitsvraag

45

Elektriciteitsvraag individuele warmtepomp

CO2 impact Reductie Voor alle scenario’s is berekend wat de CO2-reductie van het warmtesysteem is, ten opzichte van de huidige situatie (verwarming d.m.v. aardgas). In de grafiek is voor alle scenario’s de CO2-reductie weergegeven. De CO2-reductie voor het individuele warmtepompen scenario en het restwarmte scenario is het hoogst bij de realisatie (start). De aquathermie scenario’s hebben een lagere initiële CO2-reductie, aangezien er in eerste instantie een gasketel gebruikt wordt als piekvoorziening. De CO2-reductie van alle scenario’s kan 100% in 2050, in lijn met de landelijke doelstellingen, wanneer de gasketel vervangen wordt door een duurzaam alternatief. Dit beïnvloed ook de business case van de scenario's waarbij een gasketel als piekvoorziening wordt gebruikt. Belang Elektriciteitsmix Een warmtesysteem met een hoge elektriciteitsvraag heeft gemiddeld gezien een lagere CO2-reductie. Dit komt doordat een groot gedeelte van de elektriciteit die in Nederland gebruikt wordt opgewekt is met kolen- en gascentrales. In 2021 was 2/3 van de totaal opgewekte elektriciteit in Nederland afkomstig uit fossiele bronnen en slechts 1/3 uit duurzame bronnen. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat in 2050 nagenoeg 100% van de energie uit duurzame bronnen afkomstig zal zijn*. Daarmee zal de CO2-reductie verder toenemen.

Als consument (zowel bewoners, ondernemers, als overheden) heb je de keuze om je elektriciteit af te nemen bij partijen die duurzame energie aanbieden. Hiermee kan je zelf de CO2-reductie van het warmtesysteem beïnvloeden. *Rijksoverheid stimuleert duurzame energie | Duurzame energie | 46

(1/2) Rijksoverheid.nl 100%

CO2 reductie

100%

95%

95%

92%

91% 90%

91%

89%

88%

85%

84%

85%

86%

80% 77% 75%

Individueel all electric

77%

Ondiepe geothermie compleet net

Start CO2 reductie

Ondiepe geothermie klein net + individuele WP

CO2 reductie 2030

Restwarmte-net (midden temp)

CO2 reductie 2050

Om de verschillen tussen de scenario’s duidelijker te makken begint de y-as bij 75%.

CO2 impact Reductie Voor alle scenario’s is berekend wat de CO2-reductie van het warmtesysteem is, ten opzichte van de huidige situatie (verwarming d.m.v. aardgas). In de grafiek is voor alle scenario’s de CO2-reductie weergegeven. De CO2-reductie voor het individuele warmtepompen scenario en het restwarmte scenario is het hoogst bij de realisatie (start). De aquathermie scenario’s hebben een lagere initiële CO2-reductie, aangezien er in eerste instantie een gasketel gebruikt wordt als piekvoorziening. De CO2-reductie van alle scenario’s kan 100% in 2050, in lijn met de landelijke doelstellingen, wanneer de gasketel vervangen wordt door een duurzaam alternatief. Dit beïnvloed ook de business case van de scenario's waarbij een gasketel als piekvoorziening wordt gebruikt. Belang Elektriciteitsmix Een warmtesysteem met een hoge elektriciteitsvraag heeft gemiddeld gezien een lagere CO2-reductie. Dit komt doordat een groot gedeelte van de elektriciteit die in Nederland gebruikt wordt opgewekt is met kolen- en gascentrales. In 2021 was 2/3 van de totaal opgewekte elektriciteit in Nederland afkomstig uit fossiele bronnen en slechts 1/3 uit duurzame bronnen. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat in 2050 nagenoeg 100% van de energie uit duurzame bronnen afkomstig zal zijn*. Daarmee zal de CO2-reductie verder toenemen.

Als consument (zowel bewoners, ondernemers, als overheden) heb je de keuze om je elektriciteit af te nemen bij partijen die duurzame energie aanbieden. Hiermee kan je zelf de CO2-reductie van het warmtesysteem beïnvloeden. *Rijksoverheid stimuleert duurzame energie | Duurzame energie | 47

(2/2) CO2 reductie

Rijksoverheid.nl 100%

95%

91%

91%

91%

90%

85%

84%

84%

84%

80% 76% 75%

76%

76%

Aquathermie met WKO Heenvliet Aquathermie met WKO Geervliet Start CO2 reductie

CO2 reductie 2030

Aquathermie met WKO Abbenbroek

CO2 reductie 2050

Om de verschillen tussen de scenario’s duidelijker te makken begint de y-as bij 75%.

3.3 Ontwikkeling en Exploitatie

48

Exploitatie warmtenet In het wetsvoorstel Wet collectieve warmte (Wcw) staat dat het merendeel van de aandelen van het warmtenet in eigendom van een publieke partij dient te zijn. Hierdoor is het huidige model waarbij veelal de warmtebron en het -net volledig in eigendom zijn dezelfde private partij niet meer mogelijk. Voor een collectief systeem blijven dan de volgende 4 vormen van exploitatie mogelijk: 1.

Een warmtebedrijf dat 100% in publieke handen is;

2.

Een warmtebedrijf dat minimaal 50% + 1 aandeel in publieke handen is;

3.

Een warmte joint venture bestaande uit een 100% publiek warmtenetbedrijf en een (publiek) privaat warmteleveringsbedrijf;

4.

Een warmte joint venture bestaande uit een warmtenetbedrijf dat voor minimaal 50% + 1 aandeel in handen is van een publieke partij en een (publiek) privaat warmteleveringsbedrijf.

Bovendien ligt de bevoegdheid van het open stellen van een gebied voor een warmtebedrijf, het uitschrijven van een warmtekavel, bij de gemeente. Hierdoor zal de gemeente altijd een rol spelen in het realiseren van een collectieve warmtevoorziening.

49

De gedeeltelijke private eigenaar van een warmtebedrijf kan bijvoorbeeld een commerciële partij zijn, of een collectief van woningeigenaren. In het geval van nieuwbouw woningen kan de ontwikkelaar optreden als warmtebedrijf. Een warmtebedrijf met collectief eigenaarschap van woningeigenaren kan worden georganiseerd in een Vereniging van Eigenaren (VvE). Bij deelname aan een warmtebedrijf zullen de woningeigenaren in de VvE een investering in het warmtenet bovenop de BAK moeten doen. Deze woningeigenaren zullen dan meeprofiteren in de opbrengsten van het warmtenet, waardoor onder de streep de jaarlijkse lasten voor warmte lager zullen uitvallen.

Meekoppelkansen en aandachtspunten warmtenet Restwarmte De integratie van (momenteel slechts theoretisch) beschikbare restwarmte in warmtenetten in Heenvliet, Geervliet en Abbenbroek is bevorderlijk voor de energie-efficiëntie van de warmtebron. Restwarmte, die anders verloren zou gaan, kan worden getransporteerd naar deze dorpskernen en gebruikt worden voor verwarming van woningen en bedrijven. Dit vermindert de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen in de dorpskernen en draagt bij aan de CO2-reductie, wat in lijn is met de klimaatdoelstellingen. Het mogelijk benutten van restwarmte uit Spijkenisse voor de warmtenetten in Heenvliet, Geervliet en Abbenbroek biedt daarnaast economische voordelen. Door geen nieuwe warmtebronnen te hoeven ontwikkelen, worden aanzienlijke kosten bespaard. Deze besparingen kunnen worden geïnvesteerd in de verdere optimalisatie en uitbreiding van het warmtenetwerk, evenals in andere duurzame initiatieven binnen de gemeente. Ontwikkeling collectieve netten Het ontwikkelen van een nieuw kleinschalig warmtenet vraagt veel organisatorische kracht, waarin zowel de gemeente, infrabedrijven als de woningeigenaren en ondernemers in het gebied een rol spelen. Het is belangrijk dat er een partij is die de leiding neemt in dit proces.

Dit kan een van de bovenstaande partijen zijn, maar ook een externe marktpartij die de realisatie en exploitatie van het warmtenet voor zijn rekening neemt.

50

Ontwikkeling openbare ruimte Bij een collectieve warmteoplossing moeten er technische ruimtes gerealiseerd worden. Deze dienen meegenomen te worden in de ontwerpen van de gebiedsontwikkeling. Dit kan inpandig maar ook als apart gebouw. Het is aan te bevelen om in een vroeg stadium met de ontwikkelaars hierover in overleg te gaan. Betreft de ruimte in de ondergrond voor warmtenetten; er is beperkte ruimte voor de inpassing. Kleine netten en collectieve netten treffen hetzelfde probleem. Het zal een uitdaging worden, waar integraal samengewerkt moet worden om een warmtenet te realiseren. Omgevingsoverlast Als er geen collectieve warmteoplossing wordt gekozen, zullen bij elk gebouw buitenunits op het dak of op de kavel moeten worden geplaatst. Indien dit grootschalig gebeurt, kan er geluidsoverlast ontstaan. Dit geldt vooral bij laagbouw en/of als de buitenunit niet op de daken worden geplaatst. Bij de collectieve scenario’s, met uitzondering van TEO, zal er ook een warmtepomp per cluster moeten worden toegepast. Door de locatie hiervan mee te nemen in het ontwerp van de gebouwen in het cluster kan mogelijke geluidsoverlast worden beperkt. Ook is het bij grootschalige plaatsing individuele warmtepompen een grote kans op netcongestie, zie 3.2 Duurzaamheid - ingeschatte toekomstige elektriciteitsvraag.

3.4 Conclusies en aanbevelingen

51

De resultaten aan de hand van 5 categorieën Het doel van deze studie is het bepalen van de meest kansrijke alternatieve warmteoplossing voor warmte- en koudelevering in de dorpskernen Heenvliet, Geervliet en Abbenbroek. De kansrijkheid van de onderzochte scenario’s is bepaald aan de hand van 5 criteria, hieronder toegelicht: 1.

Bron: De capaciteit van de warmtebron geeft aan of er aan de warmtevraag van het afzetgebied kan worden voldaan.

2.

Kosten: In de financiële analyse is gekeken naar de NPV, BAK en LCOH. Wanneer de uitkomst voor bewoners, investeerders en ontwikkelaars gunstige uitpakt, scoort deze hoog. Wanneer deze ongunstige of negatief is scoort deze laag.

3.

Impact op de openbare ruimte: Bij de realisatie van de collectieve warmteoplossing is openbare ruimte nodig. Naar mate de realisatie extra beslag legt op de openbare ruimte, bijvoorbeeld voor pomp en overdrachtsstations van het warmtenet, geeft dat een negatieve score. Hoe lager de impact op de openbare ruimte hoe gunstiger. Tevens is gekeken naar de verwachte omgevingsoverlast in ieder scenario.

4.

Duurzaamheid: Om de duurzaamheid van een warmtesysteem te bepalen wordt er een inschatting gemaakt van de CO2-reductie en van de belasting op het elektriciteitsnet. Voor de CO2-reductie wordt een inschatting gemaakt van de verwachte mate van uitstoot van het systeem in 2030. Voor de belasting op het elektriciteitsnet wordt gekeken naar de spreiding van de elektriciteitsvraag van het warmtesysteem over het jaar heen. Waarbij een hoge elektriciteitsvraag een lagere CO2-reductie realiseert.

52

5.

Complexiteit: Met de complexiteit wordt een inschatting gemaakt van de ontwikkeling van het gehele warmtesysteem. Zo is de individuele warmteoplossing het minst complex, omdat dit per gebouw toegepast kan worden. Bij de ontwikkeling en realisatie van een collectieve warmteoplossing zijn meerdere partijen betrokken, wat het een complexer systeem maakt. De toevoeging van een WKO maakt het de ontwikkeling en realisatie nog complexer.

Op de volgende pagina zijn de resultaten van de scenario’s in relatie tot de 5 criteria weergegeven.

De resultaten in één oogopslag Bron Scenario

Afdoende capaciteit

Kosten

NPV

BAK

Scenario Impact

LCOH

Duurzaamheid

Complexiteit

Belasting Elektriciteit-net

Ontwikkeling/ plaatsing

Afhankelijk van hoe de elektriciteit is opgewekt

Piekbelasting is te hoog voor het elektriciteitsnet

Huishoudens relatief makkelijke aansluiting. Monumentale panden gebonden aan regels en kosten

Benodigde openbare ruimte

Omgevings-overlast bij gebruik

Mate van CO2 reductie

Individuele warmtepomp

Mogelijk uitbreiding elektriciteitsnet nodig

Hoge investering per huishouden

Geen BAK, maar wel hoge investering

Niet vergelijkbaar

Elk gebouw heeft een buitenunit

Er kan geluidsoverlast ontstaan door ongunstige plaatsing van buitenunits

2.

Restwarmte

Is een fictief scenario. Wellicht geen mogelijkheid

Niet realistisch, maar haalbaar met hogere LCOH

Relatief hoge investering nodig

Legaal bedrag; hoge kosten eindgebruikers

Ruimte nodig in de ondergrond + warmteoverdrachthuisjes

Geen geluidsoverlast, wel visuele beperkingen (warmteoverdrachthuisjes)

Restwarmte kan van aardgas komen. Bron van belang

Weinig elektriciteit nodig voor warmtepomp i.v.m. hoge temperatuur bron

Meerdere partijen nodig voor de realisatie, echter geen bron partij

3a.

Aquathermie + WKO Heenvliet

Genoeg water en elektriciteit beschikbaar

Wettelijk te hoog

Ruimte nodig in de ondergrond + warmteoverdrachthuisjes

Geen geluidsoverlast, wel visuele beperkingen (warmteoverdrachthuisjes)

Gasketel back-up zorgt voor latere reductie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15773277/2