CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

02.Schrijven CvM; Bijlage brief Verslag van een commissiedebat gehouden op 9 maart 2023 over Elektriciteitsnet energie-infrastructuur RES (2)

Gemeenteraad 10 juli 2024, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken29.746 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Daar moet ik binnenkort nog formeel over besluiten, maar het is wel mijn inzet dat ecologie en systeemintegratie het zwaarst meewegen. Ik wil participatie daar nu dus niet aan gaan toevoegen, want dan ben ik de kerstboom gewoon te veel aan het optuigen. Maar het staat natuurlijk elke partij die de komende tijd aan tenders meedoet vrij om ook concepten te bedenken waarbij burgers of coöperaties ook mee kunnen doen aan die projecten. Dat zou volgens mij een hele mooie invulling zijn van de afspraken uit het Klimaatakkoord. Ik denk dat we dan bij die voortgangsmonitor in het derde kwartaal, waarnaar ik net ook verwees richting de heer Boucke, met elkaar kunnen vaststellen of we vinden dat we op zee nog andere dingen moeten gaan organiseren, faciliteren of verplichten, als we daar ook meer participatie van burgers en coöperaties zouden willen. Tot slot in dit blok, de heer Erkens. Partijen maken zich zorgen over of we de uitrol van die wind op zee en met name ook de aanlanding van die wind op zee halen, gekoppeld aan de behoefte die er in die industriële clusters leeft. Dat Nationaal Programma Verduurzaming Industrie wordt eigenlijk gewoon een soort van overlegtafel, waarbij we die matchmaking veel beter moeten gaan doen.

TenneT heeft dus ook de opdracht gekregen om veel meer vooruit te plannen en vooruit in te kopen, om in ieder geval qua uitrol van het netwerk op zee geen vertraging op te lopen. We zijn zelf echt op koers om de vergunningverlening aan onze kant, EZK, op tijd af te hebben. Maar u krijgt van mij natuurlijk gewoon regelmatig de updates van onze wind-op-zeeaanpak. Dan zullen we hier ook in nader detail op ingaan. Dat ten aanzien van wind op zee, voorzitter. De heer Erkens (VVD): Ik heb twee vragen, maar ik zal ze even opknippen. Dat is wel zo netjes, denk ik. Over die go-to areas zei de Minister dat dat mogelijk ook op de energieinfrastructuur toegepast kan worden. Dat zou fijn zijn, dus ik ben wel benieuwd naar de tijdlijn daarbij. Wat ziet hij voor zich? Maar hij zei dat het specifiek voor wind op zee en energie-infrastructuur was, terwijl we op het land natuurlijk ook veel knelpunten zien. Minister Jetten: Dan heb ik het niet goed gezegd. Het is niet specifiek voor wind op zee, maar daarbij verwacht ik voor de Noordzeelanden voordelen te behalen met deze Europese aanpak. Ik merk zelf in de Energieraad dat deze discussie gewoon heel erg verschilt per lidstaat. Als je als heel groot land verantwoordelijk bent voor de energietransitie, dan denk je bij go-to

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372

36

areas: hartstikke fijn, ik hoek gewoon een gebied uit – in Nederland is dat dan de provincie Utrecht – en dat is een go-to area. Dat zijn bij ons natuurlijk veel kleinschaligere gebieden, waar we dus vaak via die RES’en al heel ver zijn. Maar ik ga dus wel met de medeoverheden kijken of we die go-to-area-aanpak kunnen benutten om in die RES’en-aanpak nog meer tempo te maken. De voorzitter: Dan de tweede vraag. De heer Erkens (VVD): De tweede vraag gaat over de rol van financiële garanties. Ik ben blij dat ik hoor dat het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie aan matchmaking doet, maar dat doen we natuurlijk al in een aantal programma’s. We hebben MIEK, provinciale MIEK’s, CES’en, PIDI’s en nu komen er weer andere overlegtafels bij. Ik probeer het niet cynisch te vertellen, maar volgens mij blijft het probleem gewoon het maken van keuzes, zoals welk cluster op welk moment wordt aangesloten op een waterstofbackbone. Ik ben benieuwd naar hoe de Minister kijkt naar de rol van financiële garanties daarin. Als je namelijk het risico wegneemt dat er een vertraging van één jaar opgelopen wordt, dan zijn bedrijven ook eerder bereid daarin te investeren. Dat heeft de Minister nu ook met Porthos gedaan, om vertraging te voorkomen. Ik ben dus wel benieuwd naar zijn kijk daarop.

Minister Jetten: De heer Erkens heeft volgens mij nog niet eens alle afkortingen genoemd waarin we de afgelopen jaren al van alles hebben bedacht. Afgelopen zomer heb ik met de Minister van EZK gezegd: we zien door de bomen het bos niet meer, dus dat moet samenkomen op één plek. Dat is het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie geworden. Daarin moet alles straks samenkomen. We hebben daarbij per cluster overlegtafels. Ook de netbeheerders en de medeoverheden gaan daaraan deelnemen. Daar zullen dus ook dit soort vraagstukken, zoals financiële garanties of andere manieren, aan de orde komen. Je moet het namelijk ergens borgen: hoe breng je vraag en aanbod bij elkaar? En wat als een van de twee partijen niet levert? Wat zijn daar dan de consequenties van? Dat is dus een gesprek dat we de komende tijd hebben. We hebben binnenkort volgens mij ook een apart commissiedebat over dat NPVI. De heer Boucke (D66): Ik wilde nog heel even terugkomen op mijn vraag over landelijke regels voor financiële participatie. In mijn betoog benadrukte ik het belang van participatie, ook om weerstand weg te nemen. Ik merkte aan het antwoord van de Minister dat hij heel terughoudend is om een toezegging te doen over het maken van zo’n landelijke regel. Ik zou de Minister willen vragen om hier bij de kabinetsvisie op burgerparticipatie aandacht aan te besteden.

Daarbij wil ik aangeven dat ik het belangrijk vind dat er zo’n landelijke regel komt. Ik weet dat het argument is dat het de energietransitie in de weg kan zitten, maar daar is geen onderzoek naar gedaan. Je kunt het dus ook omdraaien en zeggen: we gaan met een landelijke regel werken, tenzij het leidt tot vertraging in de energietransitie. Kan de Minister daar nu al op reflecteren? Minister Jetten: Ik hoor de heer Boucke, maar ik vind hem dan toch iets te snel gaan door voor te stellen dat ik nu al zeg: het wordt de regel, tenzij. Maar ik ben wel blij met zijn suggestie om hier niet pas bij de voortgangsmonitor in het derde kwartaal nader op in te gaan. Dat kan ook bij de brief over burger-

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372

37

participatie en klimaatbeleid. Dat gaan we daar dus in ieder geval in de eerste stappen al in verwerken. Mevrouw Kröger (GroenLinks): Goed om te horen dat ecologie leidend wordt in die tender voor wind op zee. Dat is wel frappant in het licht van de hele discussie die we hebben over het kwaliteitsbudget, want juist op land wil je natuurlijk ook dat ecologie een veel sterkere rol speelt. Dat is precies waar je dat kwaliteitsbudget voor wil hebben. Mijn vraag gaat over de energiecoöperaties, want ik hoor nu toch best wel een afwachtende Minister. Eigenlijk zegt hij: ik wil de kerstboom niet verder optuigen. Maar andere landen om ons heen geven energiecoöperaties wel actief een rol in wind op zee, bijvoorbeeld België. Ik zou de Minister willen vragen of hij daar goed naar wil kijken om te kijken hoe je burgers ook voor wind op zee een rol kan geven. De voorzitter: Het is ook weleens leuk om iets te leren van de Belgen. Minister Jetten: We hebben gelukkig binnenkort weer allerlei samenwerkingsevents met de Belgen, dus dan neem ik dit ook gewoon mee. Maar mijn boodschap net was vooral: juist omdat ik in die komende tenders stuur op ecologie en systeemintegratie, wil ik daar niet in de verplichtende vorm nog meer aan toevoegen, want ik denk dat het voor de bedrijven dan te ingewikkeld wordt om nu goede tenders te maken.

Maar we kunnen natuurlijk nog veel meer activeren en leren van de Belgen. Laten we ook kijken hoe dat dan bij hun volgende tender uitpakt. Dat is, denk ik, gewoon goed om te doen. In die tenders voor wind op zee wordt ecologie dus een heel zwaarwegend criterium waar je punten op kan scoren. Ik wil dat bij hernieuwbaar op land ook in de vergunnings- en subsidievoorwaarden gaan opnemen. Dus een kwaliteitsbudget kan daar een goede aanvulling op zijn, maar hoe meer we qua ecologie kunnen voorschrijven, hoe beter dat is, denk ik. Ik kreeg via de app nog één aanvulling van mijn wind-opzeeteam in het kader van die go-to areas. We gaan in 2025 al besluiten over de ruimtelijke reservering voor de infrastructuur voor aanlanding van wind op zee in de periode 2031–2040. Dat zijn dus feitelijk go-to areas die we dan al aanwijzen daarvoor. We gaan dat dan in principe echt grootschalig benutten. De voorzitter: Ik denk dat we aankomen bij het blokje overig. Of had collega Thijssen nog een vraag? Ja. Ik doe hem tekort. De heer Thijssen (PvdA): We gaan netjes het rijtje af, toch? Dan komen we uiteindelijk bij u, voorzitter. Misschien heeft u ook nog wel vragen. Ik had nog een vraag over die samenwerking, dus die participatie van coöperaties met wind op zee. Dat is misschien dan niet voor de komende tenders, maar voor de tenders daarna.

Ik denk namelijk dat het heel belangrijk is dat burgers mee kunnen doen, maar ook dat zij gewoon kunnen meeprofiteren van de hele interessante business die dat natuurlijk is. Ik had nog een vraag over de ecologie en de punten die daarmee verdiend kunnen worden in de tender. Gaat dat er nou over dat die parken bijdragen aan de natuurdoelen op de Noordzee? Want die ecologie op de Noordzee moet natuurlijk verbeteren. Als er meer windmolens komen, kan dat er natuurlijk ook toe leiden dat de ecologie niet verbetert. Dus kunnen de punten er nou mee verdiend worden dat parken bijdragen aan de natuurdoelen? In hoeverre krijgt natuurversterkend en beschermd bouwen een plek in die tender? Kan de Minister daar nog wat over zeggen?

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372

38

Minister Jetten: Het zit er allebei in. Daar hecht ik ook aan, want we kunnen het houden op «u moet de huidige staat van de ecologie in stand houden en daar kun je punten mee scoren», maar die staat is niet zo lekker. Die projecten moeten de ecologie dus beter maken. Het mooie van de laatste tender die gewonnen is, is dat je daarbij ziet dat er al heel veel verschillende projecten in zitten en dat er afspraken worden gemaakt met kennisinstellingen en wetenschappers, die heel uitvoerig gaan monitoren wat de toegevoegde waarde ervan is voor zowel de bovenwater- als de onderwaternatuur. In de volgende tender, waarbij ecologie dus zwaarder gaat wegen, willen dat nog veel nadrukkelijker opnemen. Op basis van de evaluaties van deze tenders willen we dan op een gegeven moment kijken: is dat iets waar je punten mee kan scoren in de tender of hebben we nu zo veel kennis en expertise opgedaan dat we het gewoon verplichtend gaan voorschrijven? Zo willen we steeds beter worden in ecologie. Het volgende heb ik ook eerder gezegd. Ik ben nu voorzitter van het Noordzeeoverleg NSEC. Daar is ecologie ook een van de thema’s dit jaar, zodat we dat niet alleen als Nederland doen, maar ook met de andere landen rondom de Noordzee. De heer Thijssen (PvdA): Heel goed. Ik denk dat het natuurversterkend en beschermd bouwen wel alvast een norm kan zijn voor alle tenders.

Er moeten geen punten mee verdiend kunnen worden, maar het moet gewoon een soort drempelwaarde zijn waaraan alle tenders moeten voldoen. Maar dat we steeds meer parken kunnen bouwen die bijdragen aan de natuurdoelen, klinkt heel erg goed. Mijn laatste vraag gaat over het actieplan over waterstof op zee. Of zit die bij overig? Ja? Oké, dan wacht ik tot het blokje overig. De voorzitter: Dan gaan we meteen – een goed bruggetje – naar het blokje overig. Minister Jetten: Laat ik daar dan ook maar mee beginnen. Er lopen nu al verschillende acties om waterstof op zee te realiseren. We zijn volop bezig met waterstofproductie op land op basis van groene elektronen die van zee komen, maar er is ook een enorme potentie om op zee meer te gaan doen. Er zijn meerdere moties aangenomen waar u allemaal, denk ik, al wel een keer onder heeft gestaan. Op de korte termijn zijn de acties gericht op de ontwikkeling van demonstratieprojecten. Daarbij is nu de inschatting dat we in 2027 tot zo’n 100 megawatt aan offshore waterstofproductie gerealiseerd kunnen hebben in de demonstratieprojecten en in 2030 rond de 500 megawatt. Daarnaast zijn we volop bezig met de ontwikkeling van het waterstoftransportnet op zee. Ik ben van plan om binnenkort de netbeheerder daarvoor aan te wijzen.

Daarbij gaan we zo veel mogelijk gebruikmaken van bestaande infrastructuur die we kunnen ombouwen tot de waterstofbackbone op de Noordzee. Ik denk dat ik u in de loop van het jaar – ik denk dat dit net na het zomerreces zal zijn – een tijdpad kan schetsen van wanneer we de demonstratieprojecten voor offshore waterstofproductie kunnen gaan tenderen. Dat komt later dit jaar uw kant op. Ik zie, samen met de heer Thijssen, echt heel veel potentie op dit vlak. Dit is het blok overig, voorzitter. Ik ga nu dus wel een beetje van de hak op de tak. We hebben het net al even gehad over het meerjarige investeringsprogramma. De heer Erkens vroeg nog specifiek hoe we de Crisis- en herstelwet daarop loslaten. Dat is een belangrijke afspraak uit het coalitieakkoord. Veel van de versnellingsmogelijkheden uit de Crisis- en herstelwet zijn overgenomen in de Omgevingswet. De Eerste Kamer gaat daar, als het goed is, aankomende dinsdag hoofdelijk over stemmen. Als

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372

39

de Omgevingswet is aangenomen, is een groot deel van de Crisis- en herstelwet ook verankerd voor versnelling van de MIEK-projecten. Op basis van het coalitieakkoord heb ik nog een aanvullende analyse laten uitvoeren waarna we toch nog extra kansen zien om op basis van de Crisis- en herstelwet nog meer juridische versnelling uit te voeren. Binnen enkele weken krijgt u van mij daar de Kamerbrief over. Daarin staat de opsomming van welke mogelijkheden we nog zien. Zoals mevrouw Kröger dat laatst met een heel slim amendement heeft gedaan, ga ik zelf ook proberen om bij lopende wetstrajecten dit soort versnellingen aan te brengen. De voorzitter: Dan is het wel belangrijk dat het wetsvoorstel door de Eerste Kamer komt. Minister Jetten: Iets met saldering, voorzitter! De voorzitter: Sorry, mevrouw Kröger! Minister Jetten: Kijk, voorzitter. Ik moet nu even bijlezen, want bij elk blaadje denk ik: welk onderwerp hebben we nu te pakken? De heer Bontenbal heeft gevraagd naar regelbare elektriciteitsproductie. Dat wordt straks echt een heel belangrijk onderdeel van het nieuwe energiesysteem. Laten we even halverwege het volgende decennium pakken. Dan hebben we als het goed is uitgebreide nucleaire capaciteit. Die is dan zo’n 10% tot 15% van onze elektriciteitsproductie.

We hebben een gigantische capaciteit aan wind op zee, die tot 80% kan bedienen, en we hebben nog veel meer hernieuwbaar op land. Maar ook dan zullen er momenten zijn dat we door weersomstandigheden of door vraag vanuit het buitenland nog meer piekcapaciteit nodig hebben. Er moet dus een goed flexibiliteitsmechanisme in dat systeem worden ingebouwd. Dat kun je deels gewoon gaan verplichten. Je kunt gewoon voorschrijven dat de sector een bepaalde flexibele capaciteit levert. We kunnen dat financieel prikkelen. Andere landen om ons heen hebben daarvoor al elementen in hun elektriciteitssysteem ingebouwd, al veel meer dan Nederland die heeft. Ik ben in ieder geval van plan om de afspraken over de subsidieregelingen voor CO2-vrij regelbaar vermogen die in het coalitieakkoord zitten, het komende halfjaar ook vast te stellen. Ik hoop dus dat ik u daarover voor de zomer kan informeren. Maar zeker als we het jaartal van CO2-vrij naar voren gaan halen – daarover hadden we het aan het begin van dit debat – zullen we nog andere dingen dan alleen de subsidieregeling moeten doen. Dus daarop kom ik dan ook rondom dat NPE bij u terug. Ik heb hier nog een blaadje met vragen over de maatwerkafspraken, maar daarop heb ik net al deels geantwoord richting mevrouw Kröger en de heer Thijssen, denk ik.

Maar misschien is het goed om nog even te benoemen dat nu niet alleen TenneT, maar ook de relevante regionale netbeheerder betrokken zijn bij de verdere aanscherping van de Cluster Energiestrategie en bij het ontwikkelen van de afspraken in de maatwerkaanpak. Daarvan zijn dus niet alleen vraag en aanbod bij elkaar brengen, maar ook gesprekken over flexibiliteit gewoon een belangrijk onderdeel. Ik zou ook die grote afnemers vanaf deze plek willen uitdagen: hoe meer oplossingen u zelf biedt op het gebied van flexibiliteit, hoe sneller we u waarschijnlijk kunnen bedienen met de benodigde uitbreiding van die capaciteit. Dan kom ik bij de heer Thijssen en de vraag over de arbeidsmarkt. Ik moet even kijken, want ik heb daar net al het een en ander over gezegd. Wij hebben dus met werkgevers, werknemers, onderwijsinstellingen en

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372

40

verschillende overheden nu het Actieplan Groene en Digitale banen vastgesteld. Daarbij proberen we ook geld vanuit de rijksoverheid te matchen met geld dat de werkgevers bereid zijn de komende jaren te investeren in betere opleidingen en het aantrekken van mensen. De heer Thijssen heeft ook een van de mogelijke oplossingsrichtingen genoemd en dat is verlaging van het collegegeld voor specifieke opleidingen. Daarover is nog geen definitief besluit genomen, maar dat is wel onderdeel van de gesprekken waarbij ook de beide Ministers van Onderwijs betrokken zijn. Een werkgarantiefonds, waar de heer Thijssen naar verwijst, compenseert eigenlijk vooral mogelijk inkomensverlies. Maar wij zien dat eigenlijk niet, want er zijn gewoon heel veel banen. Een paar jaar geleden hadden wij bijvoorbeeld nog de vrees dat mensen die nu in de fossiele industrie werken, niet meer aan de bak zouden komen wanneer een kolencentrale dichtgaat. Voor iedereen die nu bij een kolencentrale of bij een hele grote fabrikant ergens in Noord-Holland werkt en van wie de fossiele baan op een gegeven moment verdwijnt, geldt dat – het verschilt wel een beetje per regio – er nu zomaar tussen de vijf en de tien banen in de energietransitie beschikbaar zijn. Zo’n garantie is dus eigenlijk niet nodig.

Sterker nog, we moeten vooral bekijken hoe we mensen veel eerder kunnen opleiden, zodat ze ook matchen met de banen die er zijn. We kijken dus vooral naar die omscholingsprogramma’s en de aantrekkelijkheid van die sector via dat Actieplan Groene en Digitale banen. Voorzitter. Tot slot in het blok overig, vroeg mevrouw Kröger naar de onderhandelingen in Europa over de EED. Dat is dan weer de EnergieEfficiency Richtlijn, of de energiebesparingsrichtlijn. Nederland heeft de afgelopen tijd en in de onderhandelingen die we vorig jaar hadden in de Raad van Energieministers, echt ingezet op hoge ambities, ook aangemoedigd door uw Kamer. Nu zijn we onder Zweeds voorzitterschap bezig om daarvoor tot een eindakkoord te komen. Het Europees Parlement heeft wel echt nog fors hogere ambities dan wat we als EU-lidstaten met elkaar hebben afgesproken. TNO heeft voor Nederland aangegeven, en eigenlijk hebben adviseurs in alle landen wel aangegeven, dat de ambities die het Europees Parlement nu heeft, praktisch eigenlijk onuitvoerbaar zijn in de jaren tot 2030. Dit is dus wel onderdeel van de onderhandelingen die nu plaatsvinden: je kunt heel veel doelen opschrijven, maar die moeten ook wel waar te maken zijn de komende jaren. Tegelijkertijd wil iedereen van die afhankelijkheid van Russische fossiele brandstoffen af.

Iedereen zit de komende jaren nog met een tekort aan gas, zeker in de koude winters. Dat er dus meer moet gebeuren aan energiebesparing, daarover is iedereen het wel eens. Voor Nederland zijn in die onderhandelingen een paar dingen relevant. Sturen we op verplichtende doelen op Europees of nationaal niveau? Op dat punt hebben we steeds gehamerd op verplichtend op Europees niveau, zodat ook alle landen aan de bak moeten. Sturen we op primaire of op finale energiebesparing? Daarbij is de Nederlandse inzet finale energiebesparing, juist vanwege de elektrolysecapaciteit en CCS-ontwikkelingen die we in Nederland zien. Die onderhandelingen van de EED vormen nu dus eigenlijk best een veelkoppig monster, maar de Zweden zijn echt voornemens om die onder hun voorzitterschap af te ronden. Ik denk dus dat we u in een van de komende voortgangsbrieven over Fit for 55 over de uitkomst kunnen informeren. De voorzitter: In mei is er overigens een apart commissiedebat over het Actieplan Groene en Digitale banen. Dat zeg ik ook even tegen collega Thijssen. Volgens mij stak hij ook zijn vinger op. Heeft u een interruptie? Dan krijgt u die. De heer Thijssen (PvdA):

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372

41

Ja, ik heb een interruptie over groene banen. Uiteraard dank voor de beantwoording. Kijk, het idee van dat werkgarantiefonds is natuurlijk om bij heel veel werknemers gewoon rust te creëren. Ook al is het nu inderdaad zo dat er heel veel banen lijken te zijn voor al die mensen, het signaal vanuit mijn partij en de vakbonden is toch wel dat het gewoon zou kunnen helpen. Ik snap dat de Minister kijkt naar omscholingsprogramma’s en de verlaging van het collegegeld. In het eerste blok hadden we het natuurlijk over wat nou de uitdaging is om dit allemaal voor elkaar te krijgen en of dit dan afdoende is om in ieder geval het stukje op het punt van arbeid op te lossen. Ik heb er toch nog wat weinig gevoel voor of dat nou zo is. Ik weet dus niet of de Minister daar nog iets over kan zeggen. Moeten we tot het tweede kwartaal wachten op het antwoord op de vraag of dit actieplan genoeg is en of er toch nog stappen gezet moeten worden, omdat er dan meer inzicht is in wat er allemaal moet gebeuren? Ik krijg nu namelijk dit gevoel en deze signalen: ja, er worden nu stappen gezet, maar het is niet genoeg en we hebben echt nog meer handen nodig om die enorme klus met elkaar te klaren. Minister Jetten: Ik ben het gewoon met de heer Thijssen eens. Het groenebanenactieplan is nu niet de silver bullet waarmee de komende jaren alle vacatures ingevuld gaan worden.

Dat zou ook echt te makkelijk zijn. Er zijn namelijk ook nog vijf andere tekortsectoren die concurreren om dezelfde jonge mensen en die ze bijvoorbeeld vooral naar zorgopleidingen willen lokken. Zeker als ik zelf met met name de uitvoering en de aannemerij praat, hoor ik dat de langjarige investeringszekerheid – daar hadden we het net over – eigenlijk net zo belangrijk is. Dan ga je je namelijk als werkgever ook anders gedragen richting potentiële werknemers. Dan ga je ze namelijk andersoortige contracten bieden. Dan weten mensen waar ze de komende jaren aan toe zijn. Dit effect zie je nu bijvoorbeeld rondom die stikstofonzekerheid gewoon ontstaan. Als projecten vertragen en wegvallen, gaan mensen op een gegeven moment wat anders doen en is het heel moeilijk om ze weer terug te halen naar die sector. Het is dus volgens mij en-en-en. De heer Thijssen (PvdA): Dank u wel dat ik nu weet dat er in mei nog een debat aankomt. Maar is het dan misschien mogelijk dat de Minister voor dat debat in een brief nog wat meer terugkomt op precies het punt van die langjarige zekerheid en op wat er nou kan gebeuren om hierop nog wat meer voortgang te krijgen? Ik weet namelijk dat daar vanuit Techniek Nederland en Bouwend Nederland ook over nagedacht wordt.

Het zou dus fijn zijn als het risico dat in de sector toch nog wel ervaren wordt, wat meer geminimaliseerd kan worden en dat we hier meters op maken. Minister Jetten: Voor wanneer is dat debat gepland, voorzitter? De voorzitter: Hier staat in mei, maar het moet nog gepland worden. Minister Jetten: Wat mij namelijk als aanvulling op die brief die er al ligt het nuttigst lijkt, is eigenlijk de discussie van het begin van dit debat over de meerjarige investeringsplannen en de voorspelbaarheid op dit punt, omdat dit, volgens mij, de aanleiding is om dan met de netbeheerders en de aannemerij het gesprek te voeren over hoe je nou die betere investeringsplannen, met meer dan de 4 miljard zoals in de afgelopen jaren is gebeurd, naar langjarige programmering, opdrachtverlening en dat soort zaken brengt. Ik wil eigenlijk niet nog een aparte brief gaan maken, want

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372

42

dan ben ik een beetje aan het overvragen. Ik ga dus gewoon even kijken of die brief voor dat commissiedebat af kan zijn. Dat is een inspanningsverplichting van mijn kant, zeg ik er maar even bij. De voorzitter: Ik heb nog een interruptie van mevrouw Kröger, maar er ligt ook nog een vraag over de Delta Corridor, meen ik, van collega Erkens. Eerst de interruptie van mevrouw Kröger. Wilt u daarna iets zeggen over de Delta Corridor? Mevrouw Kröger (GroenLinks): Toch even over die energiebesparing. We begonnen het debat namelijk met hoe ongelooflijk belangrijk energiebesparing is om die Green Energy Day überhaupt ooit op 31 december te krijgen. Ik hoor de Minister hier toch niet heel duidelijk over. Hij geeft in zijn antwoord iets aan over de inzet van het Europees Parlement. Mijn vraag was: zijn die 13% en die 45% hernieuwbare energie binnen de RED die hij in een Kamerbrief aan ons heeft gecommuniceerd als zijn inzet, ook de inzet waarvoor Nederland zich nu heel erg hard maakt in die onderhandelingen? Minister Jetten: Het is dus inmiddels wel iets complexer dan alleen dat. Het gaat namelijk uiteindelijk om de volgende vragen en dus om verschillende dingen.

Welk percentage spreek je met elkaar af? Stuur je dan op een Europees bindend doel of op nationaal bindende doelen? Stuur je dan op primaire of op finale energiebesparing? Welke ruimte krijgen lidstaten dan om dat de komende jaren op een goede manier in te vullen? Daar heb ik het TNO-rapport voor laten uitvoeren. Het heeft daarin ook een aantal risico’s voor Nederland in kaart gebracht. Als Zweden als voorzitter nu aan de lidstaten vraagt «kunt u leven met percentage x dat nu mogelijk uit de onderhandelingen komt?», is de wedervraag van elke lidstaat: is dat een Europees of een nationaal percentage en op welk punt in de Trias Energetica stuurt dat? Nederland behoort tot de meer ambitieuze groep, maar daar zit wel een komma bij, want ik weet nog niet precies waar ik ja tegen moet zeggen bij de Zweden. Sorry voor dit wat ingewikkelde antwoord. Maar dit is de fase van die trilogen. Het is altijd maar net de vraag wat eruit komt. We hebben vorige week gezien dat trilogen soms een hele rare wending kunnen nemen als bijvoorbeeld een buurland opeens een heel ander standpunt inneemt. In dit geval was dat op het punt van de CO2-eisen voor auto’s. Ik zit eerlijk gezegd zelf ook te wachten op wat de Zweden ons nu daadwerkelijk gaan voorstellen. De voorzitter: Heeft mevrouw Kröger nog een interruptie? Mevrouw Kröger (GroenLinks): Ja. Ik vind het een beetje ingewikkeld.

Is de inzet nu gewoon die 13%? Er kan in de triloog met het Europees Parlement misschien worden afgesproken dat het hoger of minder hoog is, maar staat die 13% in ieder geval? Want als dat ineens niet meer het geval is, wijkt de Minister af van iets wat hij eerder aan de Kamer heeft gecommuniceerd. Dan hadden we dat graag eerder gehoord, en niet nu, in antwoord op deze vraag. Zijn die 13% en die 45% voor de RED dus wel gewoon de inzet van Nederland? Minister Jetten: Sowieso die 45%. Bij die 13% heb ik zelf toen ook randvoorwaarden geformuleerd over Europees of nationaal en primair of finaal. Ik moet daarin wel een totaalafweging kunnen maken. De voorzitter:

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372

43

Collega Boucke had nog een interruptie? O, sorry, de Delta Corridor nog. Minister Jetten: Dat klopt. Daar had de heer Erkens naar gevraagd. Er zijn op dit moment intensieve gesprekken tussen het consortium dat in eerste instantie het initiatief had genomen voor de Delta Corridor en een aantal andere partijen die er de laatste tijd bij zijn gekomen, zoals de Gasunie, die intensiever deelneemt aan die gesprekken. Er is de laatste tijd echt voortgang geboekt op helderheid vanuit Duitsland en het cluster Chemelot over wat hun potentiële afname gaat zijn. Dat is belangrijk voor de businesscase van de Delta Corridor. We hebben recentelijk de rijkscoördinatieregeling voorgehangen. Dat is een hele belangrijke stap om de ruimtelijke inpassing en de ruimtelijke realisatie van projecten voor elkaar te krijgen. Momenteel zijn we aan het bouwen aan een gezamenlijke projectorganisatie. Mocht er een positieve investeringsbeslissing worden genomen, dan staat die projectorganisatie al klaar om meteen met de uitvoering te beginnen. We verwachten dat de definitieve «go/no go»-beslissing begin volgend jaar zal worden genomen. De voorzitter: We hebben nu alle vijf de blokjes gehad. Mocht u voor de eerste termijn nog klachten, suggesties of vragen hebben, dan moet u er snel bij zijn, want anders gaan we direct door naar de tweede termijn.

Ik stel voor dat we daar anderhalve minuut à twee minuten per woordvoerder voor nemen. Wat mij betreft gaan we gelijk door, tenzij iemand van jullie daar bezwaar tegen heeft. Nee? Dan geef ik het woord aan collega Erkens voor zijn tweede termijn. De heer Erkens (VVD): Dank, voorzitter. Ook dank aan de Minister en zijn ondersteuning voor de goede beantwoording van de vragen. Volgens mij zijn we het er allemaal wel over eens dat het stroomnet de grootste prioriteit van deze Minister moet zijn. Het behalen van de doelen van de klimaat- en energietransitie staat of valt met de oplossing van deze problemen en het tijdig anticiperen op de knelpunten die zich voordoen. Er lijken ook niet echt makkelijke oplossingen voor te liggen. Volgens mij moet de Minister op alle mogelijke knoppen gaan duwen en blijven duwen de komende maanden en jaren. Investeren, meer technici vrijmaken om de aanleg mogelijk te maken, versoepelen van de regels, de Energiewet en ga zo maar door: de Minister moet op alle mogelijke fronten zwaar inzetten. Het enige wat ik nog een beetje mis, is de integrale afweging of we in bepaalde gebieden met netcongestie soms niet beter kunnen kiezen voor de moleculenroute of de warmteroute. Ik ben benieuwd of de Minister daar in zijn tweede termijn wat meer over kan zeggen.

Kan hij in zijn volgende brief hierover ook wat specifieker ingaan op de vraag hoe we die afwegingen beter kunnen maken en hoe we de netcongestie verder kunnen verlichten? Voorzitter. Dan heb ik nog één vraag over de waterstofbackbone. Ik ben benieuwd naar een update daarover. We hebben daar een tijd niets over gehoord. Volgens mij zit het wel in het MIEK, maar ik hoor van veel partijen dat er angst voor desinvesteringen bestaat en dat partijen elkaar een beetje aankijken om te zien wie als eerste over de streep springt en haar commitment uitspreekt. Ik ben benieuwd hoe de Minister verwacht dat knelpunt op te lossen. De voorzitter: Dank. We gaan naar collega Boucke. De heer Boucke (D66):

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372

44

Dank je wel, voorzitter. Dit is toch wel een mooi debat. Het zijn hele technische, hele taaie onderwerpen. Er komt misschien wat minder politiek vuurwerk van af, maar we zitten hier toch wel met de constructieve klimaatpartijen aan tafel en die laten zien hoe het ook kan. Ik zeg bewust niet «constructieve middenpartijen», want dan wordt de heer Thijssen weer boos. Voorzitter. Ik ben blij met de toezegging van de Minister over het betrekken van het IMVO-convenant bij de SDE++ en dat hij naar de maatwerkafspraken kijkt met dit IMVO-convenant in de hand. Ik ben ook blij met de toezegging die de Minister, een beetje op aandringen van mij, deed om zeer binnenkort in ieder geval terug te komen op de landelijke regels voor financiële participatie. Wat het kwaliteitsbudget betreft moet ik zeggen dat ik de frustratie van mevrouw Kröger wel een klein beetje deel over het feit dat wij pas na aandringen in dit debat de toezegging van de Minister krijgen dat hij hier bij de Voorjaarsnota op terug zal komen. Ik wil de Minister dus op het hart drukken om er alles aan te doen om dat ook bij de Voorjaarsnota te doen. Dat waren mijn punten. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kröger. Mevrouw Kröger (GroenLinks): Dank, voorzitter. Ook voor mij nog een paar punten, allereerst inderdaad het kwaliteitsbudget. De Minister gaf een toezegging in een als-danconstructie.

Er ligt een aangenomen motie. Het is gewoon ongelofelijk belangrijk dat we echt zorgen dat het kwaliteitsbudget er komt, gericht op natuur en biodiversiteit. Daar kijken wij dus naar uit, zou ik willen zeggen. Dan energiebesparing. Ik vind het teleurstellend dat we niet meer helderheid krijgen over een nationaal doel, maar we gaan het debat kennelijk nog hebben. Ik denk dat dit ongelofelijk belangrijk is, ook als onderdeel van de huidige energiecrisis. In die context heb ik een vraag aan de Minister over het vandaag uitgekomen TNO-rapport, dat «Anders consumeren om de klimaatdoelen te halen» heet. Ik wil de Minister heel graag vragen om daar een specifieke kabinetsreactie op te geven; dat hoeft niet in deze tweede termijn. Dan het investeringsgat van de netbeheerders. Ik hoop dat de Minister straks de cijfers paraat heeft: wat is nou de vraag waar ze rekening mee houden, wat is wat ze echt denken te kunnen leveren en hoe groot is dan dat investeringsgat? Als daar schriftelijk op teruggekomen moet worden, lijkt me dat ook prettig. Ten slotte de rol van energiecoöperaties. Ik had eigenlijk gevraagd om die obstakels in kaart te brengen. Het gaat mij zowel om op land als op zee: hoe kunnen we energiecoöperaties het hart van onze energietransitie maken? Ik hoop dat de Minister daar nog op wil handelen. Dank u wel, voorzitter.

O ja, is er al een tweeminutendebat aangevraagd? De voorzitter: Er is geen tweeminutendebat aangevraagd, maar dat hoeft ook niet. Mevrouw Kröger (GroenLinks): Ja, maar ik doe het met liefde, bij dezen. De voorzitter: Ja. Waarom? Want volgens mij hebben we afgesproken dat er iets van een noodzaak moet zijn, iets wat niet afdoende beantwoord is. Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372

45

Nou, of iets waar ik de Minister heel graag verder op wil laten bewegen. Volgens mij zou de voorzitter moeten weten dat wij als GroenLinks wel wat noodzaak zien om deze Minister op het punt van klimaat verder te laten bewegen. De voorzitter: Ik ga geen grapjes maken. Meneer Thijssen, het is uw beurt. De heer Thijssen (PvdA): Dank, voorzitter. Dank aan de Minister voor alle antwoorden en natuurlijk ook aan de ondersteuning. Over netcongestie is natuurlijk een hele hoop gezegd en er komt in het tweede kwartaal ook nog meer aan. Ik blijf het lastig vinden om er echt grip op te hebben, behalve op de financiën, want daarmee lijkt het goed te komen. Het blijft echter lastig om grip te hebben op de arbeid en de stikstofruimte: gaat dit nou goed of moeten hier nog heel veel stappen bij? Ik hoop dus dat we daar in het tweede kwartaal, met de informatie die we gaan krijgen en ook met het gat dat mevrouw Kröger aangaf, echt meer grip op hebben en dat we daar dan echt zicht op hebben: gaat het nou lukken of waar loopt het spaak en waar is nog iets extra’s nodig? Ik ben blij dat de Minister zegt dat hij wil kijken naar hoe hij de participatieve vormen om mee te doen aan de energietransitie, een plek wil geven in de SDE. Het is jammer dat dat dit jaar niet meer gaat.

Het zou misschien goed zijn als de Minister daar eerder een signaal over geeft dan volgend jaar bij de SDE-brief, zodat al die initiatieven ook zien dat daar ruimte voor gaat komen. Heel specifiek: er is natuurlijk een organisatie voor de RES’en. Die is meerjarig gefinancierd, maar er is bijvoorbeeld ook de Participatiecoalitie die ieder jaar weer moet kijken of zij financiering kan krijgen. Ik wil vragen of de Minister er in de tweede termijn iets over kan zeggen of die coalitie ook meerjarige financiering kan krijgen, want ik denk dat dat het hart moet zijn van de energietransitie, zoals mijn collega van GroenLinks al zei. Dan inderdaad «first come, first serve». Gaat de Minister, als de ACM aangeeft hoe dat vervangen moet worden, echt de grenzen van de mogelijkheden opzoeken? Want ik zou het inderdaad van de zotte vinden als we daar als dit democratisch gekozen orgaan helemaal niets over te zeggen zouden hebben. Ik roep de Minister dus op tot dapperheid en het opzoeken van de randen. Dank, voorzitter. De voorzitter: Ik draag het voorzitterschap even over aan collega Erkens. Voorzitter: Erkens De voorzitter: En ik geef het woord weer aan de heer Bontenbal van het CDA. De heer Bontenbal (CDA): Dank u. Ik heb nog vier punten, korte puntjes.

Mijn eerste vraag gaat over dat potje voor gemeenten om lokaal op bedrijventerreinen gewoon wat smeergeld te hebben om een aantal van die pilotprojecten te doen. Dat is volgens mij nodig. Als je tien projecten doet keer een ton, gaat het over een miljoen. Volgens mij zijn gemeenten daar enorm mee geholpen en kunnen dat ook voorbeeldprojecten zijn voor de rest van Nederland. Dan het tweede. U had het over de Groeifondsaanvraag SolarNL. Ik ben pas bij AMOLF in Amsterdam geweest, allemaal natuurkundigen die zonnecellen verzinnen. Dat is prachtig. Ik hoop dus echt dat het lukt om dat initiatief een succes te maken in Nederland, dat we echt ook weer

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372

46

gewoon groene maakindustrie in Nederland krijgen. Ik vind dat een mooi streven. Het derde punt gaat over de RES. Ik heb niet helemaal duidelijk gehoord of inderdaad dingen als bio-wkk’s, die groene stroom produceren uit biogas, nou ook mee kunnen doen in de terawatturen die ze moeten opleveren. Tot slot toch nog iets over EED. Ik zit daar iets anders in dan GroenLinks. Ik zou namelijk niet willen dat een subdoel de realisatie van het hoofddoel, namelijk CO2-reductie, moeilijker maakt. U had het over het verschil tussen primair en finaal. Ik zou zeggen: doe dat vooral finaal. Laten we ook kijken naar dat die doelen niet zodanig zijn dat ze het CO2-reductiedoel in de wielen gaan rijden, want dat zou namelijk wel kunnen. Dat zou mijn oproep aan de Minister zijn. De voorzitter: Dank, meneer Bontenbal. Bij dezen draag ik het voorzitterschap weer aan u over. Voorzitter: Bontenbal De voorzitter: We gaan even een paar minuutjes schorsen. Ik zou zeggen vijf, zes of zeven minuten. Dat geeft u ook de kans om even naar het toilet te gaan. Althans, daar heb ik behoefte aan. Dus over vijf minuutjes zijn wij terug en gaan wij door met de beantwoording van de Minister. De vergadering wordt van 16.27 uur tot 16.37 uur geschorst. De voorzitter: We vervolgen het debat met de beantwoording in tweede termijn door de Minister. Minister Jetten: Dank, voorzitter.

Ik zal proberen alleen nog antwoord te geven op de aanvullende vragen die in tweede termijn zijn gesteld. Mevrouw Kröger had in eerste termijn gevraagd wat er nodig is aan elektriciteitsinfra om de klimaatdoelstelling te halen en wat het gat is. Ik kan niet heel veel aanvullen op wat ik al eerder heb gezegd, maar nog een aantal zaken daarover. Je hebt twee dingen nodig: goede scenario’s die steeds nauwkeuriger inzicht geven in wat er nodig is, en vervolgens goede uitwerking via de investeringsplannen van die netwerkbedrijven. De netbeheerders hebben vorige week scenario’s gepresenteerd voor hun aankomende investeringsplannen. Daarbij zijn ook marktpartijen en overheden betrokken. Die scenario’s voldoen in ieder geval aan minimaal 55% reductie in 2030 en klimaatneutraal in 2050. Daarbij komt de elektriciteitsvraag in 2030 dus uit tussen 170 en 233 terawattuur, zoals mevrouw Kröger net ook aangaf. De komende tijd zullen we daar waarschijnlijk een verdere aanscherping op krijgen, als we dat doel van 100% vrije elektriciteitsproductie naar voren halen in de tijd, dus dan zullen de scenario’s daarop moeten worden aangepast. Op basis van de scenario’s werken de netbeheerders nu gedetailleerde investeringsplannen uit. 2024 is de volgende ronde waarin de tienjarige investeringsplannen moeten worden vastgesteld. Dan gaat het om de periode 2024–2034. Die worden dan vastgeklikt.

In die investeringsplannen blijkt dan ook of je aan die 170 tot 233 terawattuur of meer kan voldoen en waar de knelpunten zitten, maar ook welke mogelijke oplossingen je daaraan kan toevoegen in de komende jaren. Het is niet zo dat zo’n investeringsplan dan voor tien jaar vaststaat en dat er niks meer aan kan veranderen. Dat gaan we gaandeweg daarop aanpassen.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372

47

Ik zal in de volgende brief over netcongestie, die voor de zomer komt, proberen op basis van de scenario’s die recentelijk zijn gepubliceerd, verder inzicht te geven in wat dat gat dan nog is en hoe je dat beter kan oplossen. Volgend jaar zal dat bij de investeringsplannen van de netbeheerders definitief moeten worden vastgeklikt. Daarbij gaat het niet alleen om wat wij in Nederland voor elkaar kunnen krijgen aan aanbod van elektriciteitsproductie, want dat weten we: 70 terawattuur wind op zee op een gegeven moment en 35 terawattuur of meer met hernieuwbaar op land. Je krijgt hierbij ook de discussie over de moleculen en de import die dat gat voor een deel kan opvullen. Het antwoord is dus niet in beton gegoten, maar bij de brief over netcongestie en volgend jaar bij de investeringsplannen van de netbeheerders gaan we proberen het zo nauwkeurig mogelijk op te schrijven. Ik geef er als waarschuwing bij dat we de komende jaren steeds betere informatie zullen krijgen en dus ook aanvullende plannen moeten maken om het gat nog verder te vullen. Mevrouw Kröger (GroenLinks): Goed dat dat beter in kaart wordt gebracht, maar eerst ging men uit van een vraag van 140 terawattuur, en dat is nu in deze scenario’s opgeplust naar 170 tot 233 terawattuur en dat wordt misschien nog meer. Van die 140 wisten we al dat die investeringsagenda niet matchte met die vraag.

Dat betekent dat dat gat nog veel groter is geworden. Dat vind ik toch een heel zorgelijk beeld. Dan wil ik toch wel snel duidelijk hebben hoe groot dat gat is tussen de prognose in de investeringsagenda’s, terwijl je weet dat dat onvoldoende zal zijn. Bij 170 en 233 wordt dat nog meer. Minister Jetten: Ja, precies. We willen eigenlijk met elkaar weten wat de no-regretinvestering is. Die wordt steeds groter. Die was ooit 140 en is nu 233. Dat zit ik hier nu ter plekke te bedenken, maar ik kan me zomaar voorstellen dat uit die scenario’s blijkt dat er nog meer gaat volgen. Daaruit volgt ook het belang om de komende tijd kapitaalstortingen te doen om de investeringsruimte te laten toenemen. Ik kan mevrouw Kröger hierop geen bevredigend antwoord geven, dus ik kan beter stoppen in plaats van enorm te gaan freewheelen. De boodschap is volgens mij helder. We hebben er allemaal een ongemakkelijk gevoel bij. We weten dat er nog heel veel moet gebeuren, maar we hebben nu nog niet een kant-en-klaar antwoord. Er is veel werk te doen voor EZK, Financiën en de netbeheerders om dit de komende tijd zo scherp mogelijk in kaart te brengen. Ik zal ook eerlijk zijn over wat wij bij de brief voor de zomer nog niet weten, want dan is ook duidelijk wat het huiswerk is richting de nieuwe investeringsplannen, in het voorjaar van volgend jaar. Ik kan het niet leuker maken op dit moment, helaas.

De voorzitter: Niet leuker, misschien wel makkelijker. Mevrouw Kröger. Mevrouw Kröger (GroenLinks): Om het heel specifiek te zeggen: ik wil gewoon weten, op basis van het huidige investeringsplan, wat een reële energievraag is die gefaciliteerd kan worden. En dat is dus een gat. Wat is dus het gat tussen de prognose, namelijk 170 tot 233, en wat op basis van het huidige investeringsplan geleverd kan worden? Dan weten we hoe groot het probleem is. Ik vind eigenlijk dat deze informatie er al zou moeten liggen, want dit is het gat waar wij op afkoersen. Dat lijkt mij iets wat je zo snel mogelijk wil weten. Minister Jetten: Deze aanvulling van mevrouw Kröger helpt ons bij het schrijven van de brief van voor de zomer en wat we daarin aan informatie kunnen geven.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372

48

Het is alleen zo: het gat bestaat niet, zoals ik net ook al zei. Als die vraag zit in de clusters aan zee en we daar alle wind op zee aanlanden en kunnen faciliteren, dan is het gat in de maakbaarheid veel kleiner dan wanneer het zich op andere plekken in het land voordoet. Die geografische component is een hele belangrijke factor bij wat je als gat omschrijft. Dank aan mevrouw Kröger voor deze aanvulling. We nemen het mee in de brief die voor de zomer komt. De voorzitter: Mag ik zelf nog een vraag stellen? Collega Erkens, wilt u dat faciliteren? Voorzitter: Erkens De voorzitter: Ja, prima. Meneer Bontenbal, het woord is aan u, voor uw vraag aan de Minister. De heer Bontenbal (CDA): Ja, we willen het wel netjes doen. Als u die brief schrijft ... Ik meen dat TenneT in de scenario’s voor leveringszekerheid uitgaat van 180 terawattuur in 2030. Als dat inderdaad een stuk meer is, dan zou ik ook wel een nieuw sommetje willen over de leveringszekerheid en over plannen voor het wel of niet sluiten van bestaande capaciteit. Minister Jetten: De netbeheerders houden al rekening met meer dan dat. Ik heb aan het begin gezegd dat ik u binnenkort samen met TenneT zal informeren over hoe TenneT zelf op die maximale scenario’s gaat sturen. Dan wordt u voor een groot deel misschien niet op uw wenken bediend, maar dan krijgt u al veel meer inzicht van TenneT dan tot nu toe het geval was.

Voorzitter: Bontenbal De voorzitter: Er zijn geen interrupties meer op dit punt. Dan gaan we over naar de Minister. Minister Jetten: Dan kom ik op de aanvullende vragen die u in tweede termijn heeft gesteld. Ik ga even van achter naar voor. De heer Bontenbal vroeg nog specifieker of de bio-wkk’s mee kunnen doen in de RES. Ja, die kunnen meedoen in de RES, maar ook in de warmtetransitieplannen, dus ze kunnen op twee momenten van nut zijn. Ze kunnen meedoen met het doel, maar dan moeten regio’s dat aanbod ook doen. Dat zullen we de komende tijd steeds vaker gaan zien, als in zo’n regio bijvoorbeeld de businesscase van vergisting is gemaakt. De heer Bontenbal noemde nog dat geweldige initiatief van de Nederlandse maakindustrie voor zonnepanelen. Dat landt wellicht in een Groeifondsaanvraag. Ik ben er zelf ook enthousiast over, maar ik moet ook benadrukken dat een Groeifondsaanvraag uiteindelijk onafhankelijk wordt beoordeeld door de commissie. Wij kunnen vanuit de departementen bijstand verlenen, maar het is uiteindelijk aan de Nationale Groeifondscommissie om wel of geen geld toe te kennen. Ik was in mijn beantwoording in eerste termijn helemaal vergeten om in te gaan op de prachtige gemeente Bergeijk. Ik heb daar zelf ook familie wonen, dus ik kom daar weleens. Het is echt een prachtig gebied, tegen de Kempen aan. Ik ga volgende week maandag op werkbezoek in Brabant.

De CDA-wethouder van Bergeijk is bij dat werkbezoek ook aanwezig, dus ik ga goed naar hem luisteren, meneer Bontenbal. Bij de besluitvorming

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372

49

over de Voorjaarsnota hoop ik ook financiering los te kunnen trekken voor dit soort pilotprojecten, dus bij de Voorjaarsnota hoort u of dat gelukt is of niet. De heer Thijssen vroeg ook naar een stukje financiering, namelijk voor de Participatiecoalitie. Ook daarvoor geldt dat ik samen met de Ministers van BZK voor de Voorjaarsnota hoop de Participatiecoalitie meer financiële zekerheid te kunnen geven, zodat zij hun goede werk kunnen voortzetten. In de brief over burgerparticipatie bij klimaatbeleid zal ik nader ingaan op de rol die de Participatiecoalitie daarbij speelt. Ik heb een tijdje geleden nog met hen om de tafel gezeten. Er gebeuren gewoon supermooie dingen. Dat moeten we benutten en op zo veel mogelijk plekken in het land uitrollen. Ik had de heer Thijssen al gezegd dat ik bij de volgende SDE-brief zal ingaan op hoe we coöperaties nog meer kunnen faciliteren, maar ik zal dat ook doen in het eerste NPE, dat voor de zomer komt. Dan krijgt u al eerder dan bij die SDE-brief meer inzage in hoe coöperaties daarin een rol kunnen spelen. Mevrouw Kröger haalde het TNO-rapport over besparing aan, dat vandaag is gepubliceerd. Ik ken dat zelf nog niet, maar dat maakt ook niet uit. We gaan daarop reageren, maar dat is denk ik na de zomer. Dan krijgt u een kabinetsreactie op dat TNO-rapport.

Dat is simpelweg omdat ik niet weet wat er in dat rapport staat, maar als dat eerder kan komt het eerder. Mevrouw Kröger en de heer Boucke hebben mij nogmaals aangespoord voor het kwaliteitsbudget. Uw boodschap is helder. De heer Erkens had nog gevraagd naar de rol van moleculen in die netcongestie. In de volgende brief over netcongestie, die voor de zomer komt, zal ik ook nader ingaan op hoe we juist met moleculen, warmte en opslag een deel van het elektronenprobleem kunnen oplossen. De heer Erkens vroeg ook naar de waterstofbackbone. In april of mei krijgt u de volgende voortgangsbrief over de waterstofbackbone. Er gebeurt heel veel op dit moment. Ik ben zelf ook tot het inzicht gekomen dat het heel erg zal helpen om meer in detail inzicht te geven in wat wanneer klaar is van die waterstofbackbone, zodat bedrijven ook beter weten wanneer zij hun investering kunnen gaan doen en hoe zij de aanpak rond die waterstofbackbone doen. Voorzitter, dan ben ik er volgens mij doorheen. De heer Boucke had een aantal toezeggingen al genoemd, maar dat gaat u vast ook nog zelf doen. De voorzitter: Dan komen we aan het eind van het debat. Ik heb een hele lijst met toezeggingen, dus riemen vast. − De Minister zal de Kamer over een aantal weken samen met TenneT informeren over hun plan om meer vooruit te investeren in het hoogspanningsnet.

− Kunt u daar iets van een termijn aan hangen? Minister Jetten: TenneT is hier nu niet, maar ik denk dat het april wordt. De voorzitter: April. − De Minister zegt toe de Kamer te informeren over welke opvolging er wordt gegeven aan de ruimte die de ACM biedt inzake het «first come, first served»-principe. Minister Jetten: Dat zal ik dan ook doen in de brief over netcongestie die voor de zomer komt. De voorzitter:

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372

50

− De Minister zegt toe om aan het Actieplan Netcongestie het laagspanningsnet toe te voegen. Hetzelfde. − De Minister zegt toe om in zijn volgende brief over het elektriciteitsnet, die hij voor de zomer aan de Kamer stuurt, in te gaan op de investeringsplannen van de regionale netbeheerders, het gat tussen de doelen en de investeringsagenda, de geografische details en hoe dit gat te dichten is. Mevrouw Kröger (GroenLinks): Volgens mij ging het niet alleen maar om de regionale netbeheerders, maar ook gewoon om de netbeheerders. De voorzitter: Dan maken we er «de netbeheerders» van. − De Minister zegt toe om de Kamer in Q2, dus voor de zomer, het Nationaal plan energiesysteem toe te sturen, waarin hij de Kamer zal informeren over het nieuwe jaartal voor een volledig CO2-neutraal energiesysteem. Minister Jetten: Elektriciteit. De voorzitter: Elektriciteit. Dat had ik moeten weten. En energie, hoor ik hier zeggen. − De Minister zegt toe om de Kamer samen met de Minister voor VRO voor het zomerreces een brief over de RES te sturen en daarin in te gaan op de norm voor zonne-energie. Minister Jetten: Dat is niet een RES-brief die ik met de Minister voor VRO maak, maar de tweede zonnebrief. De voorzitter: De tweede zonnebrief. − De Minister zegt toe om de Kamer voor de zomer te informeren over de bijmengingsverplichting groen gas. Ik denk dat u dat ook al eerder toegezegd heeft.

− De Minister zegt toe met de tweede zonnebrief in te gaan op de kansen die het IMVO-convenant biedt. − De Minister zegt toe in de brief openstelling ronde SDE 2024 in te gaan op de imvo-eisen en het plan van de heer Thijssen inzake het introduceren van meer vormen van burgerparticipatie in de SDE. − De Minister zegt toe om indien mogelijk dit voorjaar, maar uiterlijk voor de zomer, terug te komen op het kwaliteitsbudget en de natuuren biodiversiteitseisen, naar aanleiding van de motie-Boucke. − De Minister zegt toe om in de tweede helft van 2023 de Kamer te informeren over de aanwijzing van go-to areas, en daar misschien ook een nieuw woord voor te verzinnen. − De Minister zegt toe om in Q3 2023 een voortgangsrapportage wind op zee aan de Kamer te doen toekomen. − De Minister zegt toe om net na het zomerreces het tijdpad voor tendering offshore waterstof aan de Kamer te sturen. − De Minister zegt toe om binnen een aantal weken een brief met een opsomming van de versnelling van de juridische procedures energieinfrastructuur aan de Kamer te sturen. − De Minister zegt ook toe om voor de zomer een brief over het CO2-vrij regelbaar vermogen aan de Kamer te doen toekomen. Ik zit te kijken. Heeft u nu spijt van al die toezeggingen?

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372

51

Minister Jetten: Nee, dit is een les voor mijzelf, want ik ben nog slechts een jaar Minister. Veel van deze dingen staan al in de planning, dus dat zijn niet per se nieuwe toezeggingen. Maar goed, dat maakt niet uit. Het is een fijne samenvatting van het debat en we gaan dit gewoon faciliteren. De voorzitter: Ja. Ik heb er nog een paar. − De Minister zegt toe om in de brief over burgerparticipatie en klimaatbeleid in te gaan op de landelijke regels voor financiële participatie en de mogelijkheid van het introduceren van meer burgerparticipatieve vormen in de SDE. Dat is de suggestie van collega Thijssen. Beter dubbel dan niet. − De Minister reageert na de zomer, maar indien mogelijk eerder op het TNO-rapport dat vandaag is gepubliceerd. − De Minister zegt ook toe voor de zomer een voortgangsbrief over de waterstofbackbone aan de Kamer te doen toekomen. Minister Jetten: En als u mij feedback kan geven hoe ik een andere term dan «ik zeg toe» te gebruiken in de volgende debatten, dan gaat deze lijst overzichtelijker worden. De voorzitter: Ik vind dit wel een lekker lijstje. Minister Jetten: Volgens mij is het een prima samenvatting van dit goede inhoudelijke debat, voorzitter. De voorzitter: En er is een tweeminutendebat aangevraagd door mevrouw Kröger. Mevrouw Kröger (GroenLinks): Ik wil een vraag stellen over hoe de toezegging over het kwaliteitsbudget precies is geformuleerd.

De voorzitter: Er staat nu: de Minister zegt toe om indien mogelijk dit voorjaar, maar uiterlijk voor de zomer, terug te komen op het kwaliteitsbudget en de natuur- en biodiversiteitseisen, naar aanleiding van de motie-Boucke. Mevrouw Kröger (GroenLinks): Volgens mij was de toezegging om het mee te nemen in de voorjaarsbesluitvorming, indien mogelijk. Dat is iets anders dan erop terugkomen. De voorzitter: Ja. Daar heeft u gelijk in, dus die passen wij aan. Dat was het. De griffier en ik hadden afgesproken om het aantal interrupties niet te clausuleren, maar we dachten wel dat u voor elke interruptie een euro in de pot voor Artsen zonder Grenzen zou moeten doen. Ik kom uit op: collega Erkens € 8, collega Boucke € 4, mevrouw Kröger € 10, collega Thijssen € 5 en ik kom er met € 1 vanaf. Ik dank de Minister. Ik dank alle ambtenaren die hier hard aan hebben meegeholpen, uiteraard ook de Kamerleden en iedereen die dit debat heeft gevolgd, op de publieke tribune of thuis. Ik wens u allen een fijne avond. Sluiting 16.54 uur.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14378787/1