02.Schrijven CvM; Bijlage brief Verslag van een commissiedebat gehouden op 9 maart 2023 over Elektriciteitsnet energie-infrastructuur RES (2)
Tekst van het document
Tweede Kamer der Staten-Generaal
2
Vergaderjaar 2022–2023
31 239
Stimulering duurzame energieproductie
30 196
Duurzame ontwikkeling en beleid
Nr. 372
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT Vastgesteld 3 april 2023 De vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat heeft op 9 maart 2023 overleg gevoerd met de heer Jetten, Minister voor Klimaat en Energie, over: − de brief van de Minister voor Klimaat en Energie d.d. 17 november 2022 inzake transportschaarste op het elektriciteitsnet (Kamerstuk 29 023, nr. 358); − de brief van de Minister voor Klimaat en Energie d.d. 4 november 2022 inzake vergunningverlening windenergie op zee IJmuiden Ver (4 GW) (Kamerstuk 35 092, nr. 33); − de brief van de Minister voor Klimaat en Energie d.d. 10 november 2022 inzake uitslag: vergunningverlening windenergie op zee Hollandse Kust (west) kavel VII (Kamerstuk 33 561, nr. 55); − de brief van de Minister voor Klimaat en Energie d.d. 16 november 2022 inzake voorzorgbeleid voor magneetvelden bij elektriciteitsvoorzieningen (Kamerstuk 29 023, nr. 356); − de brief van de Minister voor Klimaat en Energie d.d. 15 december 2022 inzake uitslag van de vergunningverlening voor het bouwen en exploiteren van een windpark op zee in kavel VI van het windenergiegebied Hollandse Kust (west) (Kamerstuk 33 561, nr. 56); − de brief van de Minister voor Klimaat en Energie d.d. 20 december 2022 inzake Landelijk Actieprogramma Netcongestie (Kamerstuk 29 023, nr. 385); − de brief van de Minister voor Klimaat en Energie d.d.
23 december 2022 inzake voortgang RES-proces (Kamerstuk 32 813, nr. 1166); − de brief van de Minister voor Klimaat en Energie d.d. 23 december 2022 inzake hoofdlijnen Programma Energiehoofdstructuur (Kamerstukken 31 239 en 30 196, nr. 369).
kst-31239-372 ISSN 0921 - 7371 ’s-Gravenhage 2023
Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372
1
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit. De voorzitter van de commissie, Agnes Mulder De griffier van de commissie, Nava
Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372
2
Voorzitter: Bontenbal Griffier: Van Dijke Aanwezig zijn vijf leden der Kamer, te weten: Bontenbal, Boucke, Erkens, Kröger en Thijssen, en de heer Jetten, Minister voor Klimaat en Energie. Aanvang 13.30 uur. De voorzitter: Goedemiddag. Ik open deze vergadering van de vaste Kamercommissie voor Economische Zaken en Klimaat. Aan de orde is het commissiedebat Elektriciteitsnet, energie-infrastructuur & RES. Ik heet allereerst de Minister voor Klimaat en Energie van harte welkom. Ik heet de aanwezige Kamerleden welkom. U bent met z’n tweeën, maar er zullen er vast nog meer volgen, mijn andere collega’s kennende. Ik wil natuurlijk alle mensen op de publieke tribune en iedereen die het debat digitaal volgt van harte welkom heten. We hebben vijf uur voor dit commissiedebat, van 13.30 uur tot 18.30 uur. Dit betekent dat we een spreektijd hebben vastgesteld van vijf minuten per fractie. Ik stel voor om het aantal interrupties op vier te houden, maar mocht dit aantal van aanwezigen zo blijven, dan is er misschien iets meer ruimte, tenzij u heel snel iets anders wilt gaan doen. Mijn voorstel is ook om ernaar te streven om uiterlijk om 17.30 uur de tweede termijn te starten. Dat geeft meteen een soort inkadering aan dit debat. Dus tot 17.30 uur hebben we de eerste termijn. Dat is handig volgens mij. Daarna hebben we eventueel nog een uur voor de tweede termijn.
Dan geef ik allereerst het woord aan collega Erkens, van de VVD. De heer Erkens (VVD): Dank u, voorzitter. Voor ons is het van belang dat we meer aandacht hebben voor de uitvoering van de energietransitie. We stellen vaak met elkaar hoge ambities die we dan in de praktijk niet waarmaken. Goed uitgevoerde plannen kunnen immers ook leiden tot meer CO2-uitstoot dan misschien op dit moment verwacht wordt. Ondernemers, huishoudens en de industrie willen verduurzamen, zoals we met name sinds de energiecrisis zien, maar lopen nu vaak vast op complexe regels, op ontbrekende infrastructuur of op het vollopende stroomnet. De focus moet dus echt gaan liggen op hoe we verduurzaming mogelijk maken voor al die ambities en plannen die nu in de samenleving bestaan. Voorzitter. Het vollopende stroomnet is volgens mij hét knelpunt van de energietransitie. Dit moet met grote urgentie worden opgepakt. We zagen vandaag in het nieuws dat ook het laagspanningsnet problemen ondervindt, dat mensen thuis er niet van uit kunnen gaan dat ze een betrouwbare stroomvoorziening hebben. Zonder een oplossing voor die netproblematiek zal een groot deel van de klimaatplannen onhaalbaar blijken te zijn. We zijn positief over het Landelijk Actieprogramma Netcongestie. Echter, het programma richt zich met name op het hoogspanningsnet.
Het lijkt ons, ook gezien het nieuws van vandaag en de opgave in de gebouwde omgeving, logisch dat we ook voor het laagen middenspanningsnet een actieprogramma opstellen. Is de Minister bereid om dit toe te voegen aan het Landelijk Actieprogramma Netcongestie? Daarnaast hebben de netbeheerders onlangs aangegeven dat veel geplande uitbreidingen van het stroomnet worden vertraagd als er geen stikstofruimte is. Hoe staat het met de zogeheten Europese go-to areas voor projecten die cruciaal zijn voor de verduurzaming van onze energievoorziening? En hoe staat het met de inzet van de Minister om uitbreidingen van het stroomnet onder die go-to areas te laten vallen? Hoe lopen
Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372
3
de gesprekken in Brussel? Wanneer verwacht hij hier duidelijkheid over te kunnen geven? Voorzitter. We willen dat er binnen de RES meer ruimte komt voor andere technieken, zoals groen gas, aardwarmte en kernenergie. Met groen gas en aardwarmte wordt het stroomnet minder belast, maar bereiken we nog steeds CO2-reductie. Wellicht is er dan wel meer mogelijk dan we tot nu toe als doel hebben gesteld. Hoe gaat de Minister ruimte bieden aan groen gas en aardwarmte in de toekomst van de RES-regio’s? Hoe ziet hij dit? Hoe geeft de Minister daarnaast uitvoering aan een motie van mij en collega Bontenbal om ook verkenningen op het gebied van kernenergie onderdeel te maken van de RES voor de energiesystemen na 2030? Deze motie zagen wij namelijk niet terugkomen in de stukken over de RES. Voorzitter. Er zijn ook nog geen regels omtrent normen voor wind op land, zoals afstandsnormen, ondanks meerdere moties vanuit de Kamer en ook heldere uitspraken in het coalitieakkoord. We lezen nu dat er begin 2024 helderheid komt in plaats van in de zomer van 2023. Ik heb daar geen heldere uitleg over gekregen of gezien.
Is de Minister het ermee eens dat snel duidelijkheid geven over de normen het juist mogelijk maakt om de energietransitie te versnellen, maar ook om het maatschappelijk draagvlak voor wind op land te verstevigen? Wanneer komt hij met duidelijkheid? Kan hij toezeggen dat hij toch alles op alles gaat zetten om die duidelijkheid rond de zomer van 2023 te geven, zoals oorspronkelijk was gepland? Voorzitter. Ook bedrijven willen vaak aan de slag met verduurzaming, maar voordat zij investeren, willen zij zekerheid over de vraag of de benodigde infrastructuur er wel op tijd gaat zijn en of zij een aansluiting kunnen krijgen op het stroomnet. Het gaat vaak over honderden miljoenen aan investeringen. Het is logisch dat je dat niet uitgeeft zolang je erover twijfelt of er de komende jaren überhaupt ruimte is op het stroomnet. We horen ook signalen dat bedrijven zich zorgen maken over de infrastructuur bij wind op zee. Graag een reactie van de Minister op deze zorgen. De businesscase moet dus in verhouding staan met het gelopen risico. We hebben eerder een motie ingediend bij de begrotingsbehandeling van EZK omtrent de inzet van mogelijke financiële garanties, zoals de Minister dat nu ook bij Porthos gedaan heeft, om ervoor te zorgen dat deze projecten geen vertraging oplopen.
Garanties kunnen ook een kosteneffectief instrument zijn dat onzekerheid kan wegnemen, zodat bedrijven sneller een investeringsbesluit kunnen nemen dat leidt tot verduurzaming. Hoe staat het met de uitvoering van deze motie, vraag ik aan de Minister. Voorzitter. Daarbovenop wil de VVD dat voor cruciale energieinfrastructuurprojecten die binnen het MIEK vallen standaard de Crisis- en herstelwet kan worden toegepast, zodat we ook op dat vlak gaan versnellen. We hebben daar eerder moties over ingediend, onder anderen samen met collega Boucke. Hoe kijkt de Minister hiernaar? Er liggen immers ondertussen wel een flink aantal moties en oproepen om dit te gaan doen. Ik merk bij mezelf in ieder geval een forse behoefte om daar snel duidelijkheid over te krijgen. Voorzitter. Tot slot hoor ik graag van de Minister hoe het staat met de uitvoering van de Delta Corridor. De uitvoering hiervan lijkt te haperen en moet wat ons betreft sneller. Juist voor de verduurzaming van zowel de Rotterdamse haven als Chemelot is de Delta Corridor van cruciaal belang. Graag een reactie van de Minister hierop. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank, collega Erkens. Gelukkig hebben we er een collega bij. Je verwacht toch iets van oppositie! Maar de harde kern is er nu, dus we kunnen verder. Ik geef het woord aan collega Boucke van D66.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372
4
De heer Boucke (D66): Dank u wel, voorzitter. Ik ben een klein beetje verkouden. Voorzitter. We hebben het vandaag over de RES en over het elektriciteitsnet. Dat zijn allemaal heel inhoudelijke onderwerpen, maar we moeten niet vergeten waar we het voor doen, namelijk voor een leefbare planeet voor ons en de generaties na ons. Daar wordt al hard aan gewerkt. Vorig jaar zaten we op 30%, konden we gisteren lezen. De eerste stap is dus gezet, maar de grote sprong moeten we nog wel maken. Daarvoor moet nog veel gebeuren. Voorzitter. Ik heb drie punten. Allereerst het elektriciteitsnet. Dat blijft toch wel een van de taaiste dossiers voor deze Minister. Het Landelijk Actieprogramma Netcongestie kwam geen dag te vroeg. De netbeheerders deden er vorige week nog een schep bovenop door op te roepen om geen zonnepanelen meer aan te sluiten op locaties met weinig vraag naar energie. Ik vind dat de wereld op zijn kop. Ja, de netcongestie moeten we oplossen, en dat is niet van vandaag op morgen geregeld, maar dat kan en mag geen reden zijn om nu maar op de rem te trappen bij de energietransitie. Bovendien zijn er veel oplossingen, zoals opslag, elektrisch laden en congestiemanagement. Ik ben benieuwd naar de reactie van de Minister op de oproep van de netbeheerders.
Is de Minister het met mij eens dat we niet de luxe te hebben om nu op de rem te trappen? Uit meerdere rapporten blijkt dat de netbeheerders ook lang niet alle mogelijke oplossingen toepassen. Ze bestempelen een gebied net iets te makkelijk als rood, maar heel vaak is dat slechts een papieren werkelijkheid. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat de netbeheerders amper gebruikmaken van de mogelijkheid om bij acuut dreigende congestie een verzoek tot terugschakelen in te dienen. Dat zij dat niet doen, betekent dus dat er geen sprake is van een feitelijke congestie. Ik ben benieuwd of de Minister dit beeld herkent en of de Minister hierop kan ingrijpen, zodat gebieden van het slot kunnen gaan en er weer nieuwe aansluitingen kunnen komen. Voorzitter. Ik ga nog even door op het elektriciteitsnet en de uitbreiding daarvan. Bedrijven hebben ook hier een grote rol te spelen. Ze moeten zo snel als mogelijk hun verduurzamingsplannen definitief gaan maken, zodat het net op de juiste plekken kan worden uitgebreid. Hoe zorgt de Minister ervoor dat de bedrijven hun verduurzamingsplannen op tijd af hebben, zodat de netbeheerders ook aan de slag kunnen? Bedrijven moeten ook flexibeler worden in het afnemen van elektriciteit – dat is al vaker genoemd – zodat er capaciteit vrijkomt. We hebben niet jaren de tijd om dit te regelen. Er zit haast achter.
Hoe wil de Minister dit aanpakken? Welke instrumenten en welke prikkels kan de Minister inzetten als te weinig bedrijven zich melden? Voorzitter. Dan de opwek van duurzame energie. Als we het hebben over de Regionale Energiestrategieën, moeten we het wat mij betreft vooral ook hebben over participatie. We moeten ervoor zorgen dat omwonenden kunnen meebeslissen, maar ook kunnen meeverdienen in de energietransitie, juist de mensen die het financieel moeilijk hebben. Daarom wil D66 dat er landelijke regels komen voor financiële participatie. Nu wordt het lokaal en per project bekeken en is het de omwonenden versus de commerciële ontwikkelaar, David versus Goliath. Dat moet echt beter. Is de Minister het daarmee eens? Kan hij toezeggen dat hij landelijke regels voor financiële participatie gaat opstellen, zodat dit een duidelijke randvoorwaarde wordt voor elk energieproject? Mijn tweede vraag over de opwek van duurzame energie gaat over het op maandag getekende IMVO-convenant. Dat is een nodige impuls richting een verantwoorde energietransitie, met oog voor circulariteit en mensenrechten. Kan de Minister toezeggen dat hij de ondertekening van het convenant als voorwaarde opneemt bij alle subsidies voor energietransitie, waaronder de SDE++ en de maatwerkafspraken?
Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372
5
Voorzitter. Tot slot wil ik het hebben over wind op zee. We staan aan de vooravond van grote tenders. De Minister schreef eerder dat we moeten oppassen voor de ecologische grenzen van wind op zee. Zoals we allemaal weten, moeten we ook oppassen voor de grenzen van het systeem, met name van het elektriciteitsnet. Beide punten zouden wat ons betreft prioriteit moeten hebben in de tenders. Ik heb een vraag aan de Minister. Kan hij toezeggen dat hij zowel maximale natuurversterking als optimale systeemintegratie als selectiecriteria opneemt in de tenders, nog voor het financiële criterium? Tot slot, voorzitter. Ik had het ook over het kwaliteitsbudget willen hebben, maar daar heb ik geen tijd meer voor. Misschien stelt mijn collega Kröger daar nog een vraag over. Ik heb wel schriftelijke vragen in de maak. Dank u wel. De voorzitter: Dat was heel netjes binnen de tijd, collega Boucke. U had nog vijf à zes seconden door kunnen praten, maar er is een interruptie, dus u krijgt extra spreektijd. Mevrouw Kröger (GroenLinks): Ik wil het inderdaad hebben over het kwaliteitsbudget. Er ligt een mooie aangenomen motie waarin staat dat er een kwaliteitsbudget moet komen om ervoor te zorgen dat – ik citeer – de kwetsbare natuur en biodiversiteit integraal onderdeel worden van projecten op land. Ik ben persoonlijk heel teleurgesteld over hoe die motie nu wordt uitgevoerd.
Ik vind dat er heel snel zo’n budget moet komen. Dit heeft haast. Hoe kijkt de heer Boucke daarnaar? De heer Boucke (D66): Ik deel de frustratie van mevrouw Kröger. Om die reden zal ik hier schriftelijke vragen over stellen aan de Minister. Het paste daarnet niet meer in mijn betoog. De Minister schrijft hier het een en ander over in zijn brief. Hij zegt dat het kwaliteitsbudget niet de grootste bottleneck is en dat er al mogelijkheden zijn. Ik heb hierover de volgende vragen. Het gaat mij niet om de vraag wat de grootste bottleneck is. Volgens mij is het een heel goed instrument om ervoor te zorgen dat deze projecten vlotter van de grond komen. Ik deel de frustratie van mevrouw Kröger en ik wil hier schriftelijk op terugkomen bij de Minister. Mevrouw Kröger (GroenLinks): We hebben nu een debat met de Minister. Het staat ook op de agenda, dus laten we de Minister nu tot spoed manen. Er komt een heel groot pakket met nieuwe klimaatmaatregelen aan. Een kwaliteitsbudget dat er echt voor zorgt dat projecten op land veel beter zijn voor de biodiversiteit en de natuur kan voor meer draagvlak zorgen en is daardoor een cruciaal onderdeel. Ik heb nog een specifieke vraag. In de brief van de Minister gaat het opeens over gebiedsversterkende maatregelen, terwijl het in de motie van de heer Boucke gaat over kwetsbare natuur en biodiversiteit.
Is hij het met mij eens dat dit echt gaat over kwetsbare natuur en biodiversiteit, en dat we dat budget zo snel mogelijk willen hebben? De heer Boucke (D66): Het korte antwoord is ja. Dat zie ik ook. Dat is ook waar de motie het kabinet toe opriep. Ik ben het daar dus mee eens. De voorzitter: Inmiddels is ook collega Thijssen van de Partij van de Arbeid aangeschoven. Welkom. We gaan nu luisteren naar de spreektekst van mevrouw Kröger.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372
6
Mevrouw Kröger (GroenLinks): Dank u wel, voorzitter. We hebben wat mij betreft – ik denk ook wat de collega’s betreft – vandaag een belangrijk debat. Hoe zorgen we ervoor dat we onze elektriciteitsproductie zo snel mogelijk verduurzamen en dat het net het ook aankan? Om met het eerste punt te beginnen: wat GroenLinks betreft zijn energiecoöperaties en eigen opwek het hart van de energietransitie. Daar hebben we het ook vaker over gehad in debatten. Toch blijkt in de praktijk dat energiecoöperaties tegen allerlei obstakels aanlopen. Dat kan zowel financieel zijn als organisatorisch of meer bestuurlijk. Als we een schaalsprong willen maken en juist veel meer mensen erbij willen betrekken, dan moeten we kiezen voor projecten met veel maatschappelijk rendement. Ik wil de Minister vragen om hier echt werk van te maken. Hij is eerder het gesprek aangegaan, maar ik denk dat daar toch een stap meer nodig is, door een soort actieplan te maken om te zorgen dat energiecoöperaties het hart van de transitie op land zijn. Maar ook op zee kan dat. Is het mogelijk dat energiecoöperaties gaan participeren in wind op zee, net als in België? Wat is daarvoor nodig in de tendervoorwaarden? Het PBL schat dat er een potentieel is van 46 terawattuur opwek op land, maar constateert ook dat die ontwikkeling niet automatisch tot stand komt en dat het aantal projecten dat in de pijplijn zit afneemt.
Wat gaat de Minister doen om hier vaart in te houden? Wat ons betreft speelt het kwaliteitsbudget daarin een belangrijke rol; dat noemde ik net al in het interruptiedebat. Kan de Minister zorgen dat dit voor projecten op land ook de norm wordt? We willen de Minister met klem vragen om geld vrij te maken voor dat kwaliteitsbudget, in lijn met de eerdergenoemde motie van collega Boucke, waarin de bescherming van kwetsbare natuur en biodiversiteit centraal staat. Dat is echt iets anders dan gebiedsversterkende maatregelen. Hebben we het over hetzelfde? Kan de Minister dat bevestigen? Een groot punt van maatschappelijke zorg is netcongestie. Dat is een punt waar wij al heel lang voor waarschuwen. Gegeven de energie- en klimaatcrisis is het eigenlijk onacceptabel als er geen zonneparken meer aangesloten kunnen worden. Er is nu een Landelijk Actieprogramma Netcongestie, en daar zijn wij natuurlijk blij mee, maar er hangen drie grote bottlenecks boven, namelijk geld, personeel en grondstoffen. Kan de Minister een perspectief schetsen op wat de grote stappen daarbij zijn? De marktconsultatie flexibiliteit verloopt moeizaam, begrijpen we, en levert nog weinig op.
Naar welke meer dwingende prikkels is de Minister bereid te kijken om die flexibiliteit op het net te regelen, zoals verplichtingen of de mogelijkheid van verschillende tarieven? Wat is de tijdlijn om dat voor elkaar te krijgen? Hoe zou je kunnen zorgen dat er veel beter wordt samengewerkt tussen bedrijven of industrieterreinen die op dezelfde aansluiting en vergunning zitten, waardoor de ruimte op het net veel efficiënter wordt gebruikt? Is dit ook onderdeel van de maatwerkafspraken voor de industrie? Zou dat kunnen? En wat betekent dat? Voorzitter. Als er bij een SDE++-subsidieaanvraag een verklaring moet worden gegeven of er plek is op het net, vinden wij het ook belangrijk om het niet zomaar op rood te zetten maar echt aantoonbaar te toetsen of er netcongestiemaatregelen zijn genomen. Of dat echt gepoogd is voordat een project wordt afgewezen, is wat ons betreft erg belangrijk. We zijn blij met de stap van ACM dat nu kan worden afgestapt van het «first come, first served»-principe, maar we zien die afweging vervolgens wel als een maatschappelijke taak. Kunnen regionale of lokale overheden betrokken worden bij het kader dat geschetst wordt, zodat dat niet louter iets is van de netbeheerders? Dan kan worden voorkomen dat een woonwijk niet kan worden gebouwd, terwijl een datacenter wel wordt aangesloten op het elektriciteitsnet. De voorzitter:
Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372
7
Ik heb een interruptie van collega Erkens. De heer Erkens (VVD): Een vraag aan mevrouw Kröger of het loslaten van het «first come, first served»-principe. Dat principe hebben we om een goede reden: omdat je wil voorkomen dat er willekeur plaatsvindt. Tegelijkertijd snap ik de discussie over dat je gegeven de schaarste op het net zou willen sturen bij wat het eerst aangesloten wordt of niet. In een bepaalde mate kan ik dat volgen. Als je projecten hebt die congestie misschien juist verminderen – denk aan opslag – dan is het wel logisch om die naar voren te kunnen halen, als de netcongestie daarmee snel wordt verminderd. Maar als je gaat naar maatschappelijke afwegingen, bijvoorbeeld over een bedrijf in de ene sector wel en een bedrijf in een andere sector niet, dan vind ik het wel moeilijker worden. Dan wordt het eigenlijk een hellend vlak of een politieke keuze, die misschien ook afhangt van de politieke kleur van degene die het besluit neemt. Hoe ziet mevrouw Kröger dat? Mevrouw Kröger (GroenLinks): Ik denk dat dat eigenlijk een heel belangrijk vraagstuk is. We hebben nu een situatie van schaarste. Hopelijk is dat een tijdelijke situatie, omdat we er gewoon in een heel rap tempo voor gaan zorgen dat ons net het aankan. Maar binnen deze situatie van schaarste vind ik het een maatschappelijke weging hoe je die schaarste verdeelt. De heer Erkens noemt het een politieke keuze.
Ik zou zeggen dat het belangrijk is dat het juist een maatschappelijke afweging is en dat die in die zin ook democratisch geborgd is. Dat is juist iets waar ook lokale bestuurders een rol in spelen. Ik denk dan aan het stellen van een kader. Je kan dan bijvoorbeeld zeggen dat projecten rondom duurzaamheid voorrang krijgen, evenals projecten die bijdragen aan het tegengaan van netcongestie. Maar je zou ook een afweging kunnen maken waarbij bepaalde groepen, bijvoorbeeld ziekenhuizen of scholen, in een andere categorie vallen dan commerciële bedrijfsactiviteiten. Projecten die gaan over de elektrificatie van bedrijven – die zie je natuurlijk ook vaak – zitten dan weer in het bakje verduurzaming. Maar goed, ik bedoel eigenlijk vooral dat het me belangrijk lijkt dat regionale bestuurders meedenken over de kaders. Ik vind dat een belangrijk signaal. De heer Erkens (VVD): Dank aan mevrouw Kröger voor haar antwoord. Ik worstel nog steeds met het volgende. Er kunnen natuurlijk ook provinciale besturen zijn die zeggen dat verduurzaming misschien wel achterin de rij komt te staan. Bent u dan nog steeds bereid om te accepteren dat het een democratische afweging is? Mevrouw Kröger (GroenLinks): Ik kan me voorstellen dat de landelijke overheid een bepaald kader schetst en dat je daarbinnen als regionale bestuurder ruimte hebt.
De afweging bij het inzetten van schaarste, of het nou CO2-budget, geld of, zoals hier, netcapaciteit is, is democratisch. Dat betekent dus ook dat het een afweging kan zijn die ik niet zou maken, maar we gaan er volgende week heel erg ons best voor doen dat het wél de mijne is. De heer Erkens (VVD): Dat is een eerlijk antwoord! Ik ben wel bereid om mee te denken over deze richting, maar ik ben er ook huiverig voor, bijvoorbeeld om de volgende reden. Mijn angst is dat we juist enorme vertraging gaan krijgen in de verduurzamingstransitie. Stel dat je nu op basis van «first come, first served» een aantal jaren zit te wachten en je binnenkort een netaansluiting verwacht te krijgen. Dan komt er een kader vanuit de rijksoverheid en de provinciale overheid, in combinatie met een netbeheerder of hoe de
Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372
8
verhoudingen ook precies liggen. Er wordt gezegd: «Jij gaat toch nog twee jaar wachten. Jouw netaansluiting komt een stuk later, want wij hebben een andere prioritering toegepast.» Dan is het risico natuurlijk ontzettend groot dat er ook weer heel veel juridische procedures ontstaan en dat er een mogelijke vertraging voor de energietransitie ontstaat, of voor projecten die wat ons betreft veel sneller uitgevoerd moeten worden. Is mevrouw Kröger het er dus wel mee eens dat, als de Minister hiernaar zou kijken, de analyse in het kader van de juridische houdbaarheid, dus of we verwachten of al die besluiten aangevochten gaan worden of niet, wel onderdeel van de besluitvorming moet zijn? Ik maak me daar namelijk echt zorgen om. Mevrouw Kröger (GroenLinks): Ik denk dat het over het algemeen goed is als wij kijken hoe juridisch houdbaar de besluiten zijn die wij nemen. Dat «first come, first served» werd de hele tijd heel klakkeloos gehanteerd. Volgens mij hebben we de Minister in de Kamer ook van een heleboel kanten uitgedaagd om erop te gaan sturen, omdat het een maatschappelijke rol is. Ik vind dat belangrijk. Ik ben heel blij dat we dit nou eens even niet alleen aan de markt overlaten, maar dat we hier juist ook veel meer op gaan sturen. Ik zou de Minister dus willen uitdagen om hier juist stevig op in te zetten. De voorzitter: Dan gaan we nu door met uw inbreng.
U was nog niet klaar, hè? Mevrouw Kröger (GroenLinks): Ik ben halverwege, voorzitter. De voorzitter: U heeft nog krap twee minuten. Mevrouw Kröger (GroenLinks): Oké, krap twee minuten. Wind op zee. Er is een waarschuwing van TNO over de rendabiliteit van windparken op zee na 2030. Daar zijn zorgen over. We moeten eigenlijk zeker stellen dat de elektrificatie van de industrie gelijk oploopt, of dat de vraag daarnaar er in ieder geval wel komt. Is de Minister bereid om te kijken naar een afnameverplichting van windenergie op zee of van duurzame energie en, zo ja, op welke termijn? Voorzitter. Dan een aangelegen punt, namelijk dat we begrijpen dat Nederland zich in Europa rondom energiebesparing en hernieuwbare energie op de vlakte houdt, en niet echt proactief de kant van ambitie kiest. De Minister schreef in zijn brieven dat hij zich inzet voor een energiebesparingsdoel van 13% binnen de Energy Efficiency Directive en een doel van 45% voor hernieuwbare energie binnen de Renewable Energy Directive. Zet de Minister zich daar ook echt proactief, stevig voor in? Kan hij mij toezeggen dat hij hierin vooroploopt? Tot slot, voorzitter.
Ik heb een vraag over het Programma Energiehoofdstructuur: waar sturen we precies op? Ik begrijp dat dat nog steeds uitgaat van een klimaatneutraal energiesysteem in 2050, terwijl we zien dat er in de tussenrapportage van het Expertteam Energiesysteem 2050 eigenlijk met veel scherpere doelen wordt gewerkt, die meer in lijn zijn met het 1,5 gradenscenario. Zou ons Programma Energiehoofdstructuur daar ook geen rekening mee moeten houden in de scenario’s? Zouden de investeringen die we doen met het Klimaatfonds en de investeringsagenda van de netbeheerders daar ook mee in lijn moeten zijn? Hoe houdt de Minister toezicht op de investeringsagenda van de netbeheerders? Hoe komt die in lijn met de doelen voor een CO2-neutraal energiesysteem? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter:
Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372
9
Dank. Dan geef ik het woord aan collega Thijssen. De heer Thijssen (PvdA): Dank, voorzitter. PvdA en GroenLinks hebben deze week laten weten dat het klimaatbeleid de doelen moet halen en dat die doelen op een sociale manier gehaald moeten worden. Immers, de klimaattransitie zal sociaal zijn of zal er niet zijn. We moeten groen doen, omdat mensen rood staan. De energierekening kan en moet bijvoorbeeld naar beneden, door een goed geïsoleerd en warm huis. Het leven kan beter worden van het juiste klimaatbeleid. Anders zullen onze fracties dit kabinet niet aan een meerderheid helpen in de Eerste Kamer. Dat was de boodschap van mijn partijleider en die van GroenLinks afgelopen week. In een tweet zie ik dat de Minister dit niet al te serieus lijkt te nemen, want hij denkt dat hij op onze steun kan blijven rekenen. Ik wil zeggen dat deze Minister dan echt bedrogen uitkomt. Al vijf jaar achter elkaar worden er doelen gesteld en maatregelen genomen, maar worden die doelen vervolgens niet gehaald. Dit jaar bleek dat 80% van de klimaatsubsidies terechtkomt bij hogere inkomens. Nog steeds gaan er miljarden naar fossiele subsidies en zitten 600.000 mensen in energie-armoede. Dus nee, Minister Jetten kan niet blijven rekenen op onze steun.
Ik druk hem op het hart om de uitspraken van mijn partijleider ter harte te nemen als hij tussen nu en 1 mei dat enorme gat tussen de doorrekening en de doelen gaat dichtlopen. Verder hebben we het vandaag over het elektriciteitsnet. Dat piept en kraakt. We horen allerlei waarschuwingen van netbeheerders. Gisteren kwam er weer één: het licht zou weleens kunnen gaan knipperen of zou misschien zelfs uit kunnen gaan. Mijn vraag is: wat vindt de Minister hiervan? Er is lof van velen, ook van mijn fractie, voor het Landelijk Actieprogramma Netcongestie. Nu moet natuurlijk snel de uitvoering komen, want we horen ook dat dit waarschijnlijk niet genoeg is. Er moet nog radicaler worden ingegrepen. Daarom heb ik hierover een aantal vragen. Een van de bottlenecks van de congestiepunten zijn de mensen die kabels kunnen trekken, transistorhuisjes kunnen bouwen en die die hele transitie dus mogelijk maken en kunnen uitvoeren. In het Actieplan Groene Banen staan natuurlijk een aantal ideeën, maar geen echt radicale plannen. Ik wil de Minister uitdagen of we misschien toch niet een stapje verder kunnen gaan. Ik heb bijvoorbeeld eerder in deze Kamer gepraat over een werkgarantiefonds: laat mensen met behoud van inkomen instromen in een groene baan en geef ze vervolgens een baangarantie van tien of twintig jaar, want zo lang gaat deze energietransitie nog wel duren.
Is de Minister bereid om daarnaar te kijken? De commissie kansrijk opleiden deed een voorstel om het collegegeld te verlagen bij broodnodige opleidingen. Wil het kabinet hier serieus naar kijken? Ik heb in deze commissie al eerder gezegd: trek een groot deel van de arbeidskrachten naar je toe. We moeten heel veel huizen isoleren. We moeten heel veel huizen bouwen. We moeten keihard werken aan het elektriciteitsnet. Kan de rijksoverheid ervoor zorgen dat we een groot deel van het arbeidspotentieel op de een of andere manier binden aan de belangrijke doelen die we hebben? Vervolgens kan er bekeken worden welke projecten beschikbaar komen om uit te voeren, zodat die arbeidskrachten daaraan gaan werken. Nu blijkt dat dat niet alleen belangrijk is voor de klimaatdoelen, maar ook gewoon om het licht te laten branden. Het LAN, het Landelijk Actieplan Netcongestie, is een belangrijke stap, maar er ontbreekt nog een plan voor de versterking van het laagspanningsnet, waar ook netcongestie wordt verwacht. In Vlaanderen is wel zo’n plan opgesteld – dat is vergelijkbaar met het LAN – en ik vraag me af hoe de Minister dit plan apprecieert. Is de Minister van plan om resultaatafspraken met netbeheerders te maken?
Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372
10
Voorzitter. Dan vergunningen versnellen. We lezen dat de Minister het proces voor vergunningen wil versnellen. Dat is goed. Maar ondertussen hebben we ook een probleem met stikstof en stikstofvergunningen. We zien dat daar heel veel bottlenecks komen, bijvoorbeeld bij het bouwen van huizen. Hoe wil de Minister ervoor zorgen dat er dadelijk wel vergunningen afgegeven kunnen worden, ondanks de stikstofproblematiek in Nederland? Kan hij de netbeheerders daarover geruststellen? Dan is er natuurlijk het idee vanuit Europa om renewable go-to areas aan te wijzen. Hoe wil de Minister dit vertalen naar de Nederlandse context? Dan het «first come, first served»-principe. De ACM wil daarvan af, zodat projecten met een maatschappelijk belang voorrang krijgen. Een school zou dus bijvoorbeeld eerder aangesloten worden dan een datacenter, ook als dat datacenter zich eerder aanmeldde. We hebben al vernomen dat de VVD dat riskant vindt. De VVD laat die keuze liever aan de markt, terwijl het de PvdA een heel goed idee lijkt als de politiek hierin kan meebeslissen. De Minister zegt er ook wel iets over, maar ik vraag mij af hoe lagere overheden daarbij betrokken gaan worden, want daar lees ik dingen over, en welke rol de Tweede Kamer hierin krijgt, want dit zijn hele grote, belangrijke maatschappelijke afwegingen.
Dan is er nog een wereld te winnen aan de vraagkant door flexibilisering, maar dat gaat bij bedrijven niet automatisch. Hoe wil de Minister ervoor zorgen dat die flexibilisering bij grootverbruikers wel gaat gebeuren? Kunnen de netwerkbedrijven niet worden betrokken bij de maatwerkafspraken die worden gemaakt met de grootverbruikers, zodat zij suggesties kunnen doen voor hoe zij het net kunnen ontlasten? Mijn collega zei het al: we moeten het vooral ook samen doen. Er is een advies van Greetje Bos met allerlei interessante observaties, dus daar moeten we vooral mee aan de slag. Maar zijn de randvoorwaarden die daarin worden geschetst hard genoeg om verder te komen dan de 35 terawattuur? We zien ook dat het een enorme opgave is. Het is belangrijk om dat te doen met zo veel mogelijk mensen. Is de Minister bereid om lokale initiatieven voorrang te geven bij het toekennen van vergunningen en van SDE-subsidie? De voorzitter: Collega Thijssen ... De heer Thijssen (PvdA): Tot slot nog een paar punten over wind op zee. Is de Minister bereid om punten te geven in een tender als burgers worden betrokken bij een wind-op-zeeproject? Is hij van plan om te komen met een actieplan voor waterstof op zee? En tot slot: we gaan heel veel meer windmolens op de Noordzee bouwen, maar de ecologie van de Noordzee is nog niet in goede staat.
Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat de uitrol van wind op zee en de ecologie hand in hand gaan? Dank, voorzitter. Dat was een hele lange inbreng. De voorzitter: Ja, maar ik heb iedereen meer tijd gegeven. Volgens mij is het een mooi debat. Dat is natuurlijk allereerst in mijn eigen belang, omdat nu mijn eigen inbreng komt. Maar ik zie dat er eerst nog een interruptie van collega Erkens is. De heer Erkens (VVD): De voorzitter werd iets te enthousiast om al aan zijn eigen inbreng te beginnen, maar dat is geen probleem. De heer Thijssen had het over het «first come, first served»-principe. Hij zei dat de VVD het maar aan de markt overlaat, maar zo werkt het op dit moment niet. Het gaat erom dat wie zich als eerste aanmeldt, ook als eerste een aansluiting krijgt. Het is dus juist niet zo dat de bedrijven met het meeste geld zichzelf naar voren
Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372
11
kunnen werken in die rij; zo werkt het niet. Het is wat dat betreft best neutraal, maar het is soms ook frustrerend, want dat betekent soms dat hele cruciale projecten misschien jaren langer moeten wachten op een aansluiting. Is de heer Thijssen het met mij eens dat het loslaten van het principe van wie het eerst komt, die het eerst maalt ook risico’s met zich meebrengt? Stel dat een van de voorwaarden zal zijn dat opslag wel eerst mag, omdat die de netcongestie vermindert. Maar stel dat iemand die een casino wil aanleggen – die persoon is heel slim – ook een hele grote batterij op het terrein aanlegt en de aanvraag gezamenlijk indient. Dan kom je in de uitvoering natuurlijk best wel knel te zitten, want dan komt het casino misschien nog wel eerder in die volgorde terug dan die school. Daarnaast zitten er natuurlijk ook nog heel veel juridische haken en ogen aan, want bedrijven kunnen dit soort processen ook gaan aanvechten, waardoor misschien iedereen langer moet wachten op een aansluiting. Kan de heer Thijssen hier dus in ieder geval op reageren? De voorzitter: Het is creatief gevonden. Wilt u reageren op de combinatie van een batterij en een casino, meneer Thijssen? De heer Thijssen (PvdA): Ik hoor iets anders. Eerlijk gezegd vind ik de risico’s veel groter als we het gewoon maar op deze manier op zijn beloop laten.
Volgens mij is het ontzettend belangrijk dat de dilemma’s die dan naar voren komen, worden bekeken met de politici, op landelijk en op regionaal niveau, in een democratisch proces om te bepalen wat in het maatschappelijk belang als eerste moet worden aangesloten en wat daarna moet komen. Ik zie daar dus eigenlijk geen risico’s in. Ik zie een groter risico dat, als we het op deze manier op zijn beloop laten, we inderdaad casino’s met batterijen krijgen op het net, terwijl we denken: laten we die school als eerste aansluiten op het net, want die is toch veel belangrijker? De voorzitter: En dan hebben we het nog niet gehad over scholen met batterijen enzovoorts, maar er zijn heel combinaties denkbaar. Collega Erkens, zou u het voorzitterschap even van mij over willen nemen? Voorzitter: Erkens De voorzitter: Bij dezen. Dan geef ik de heer Bontenbal, van het CDA, het woord voor zijn inbreng. De heer Bontenbal (CDA): Dank, voorzitter. Ik mag dat mede doen namens collega Grinwis, die druk bezig is met een ander debat. Voorzitter. We zitten in een spannende en fascinerende fase van de energietransitie, namelijk de fase van de uitvoering. Daarin komen alle knelpunten naar boven.
Ik heb het al vaker gezegd: discussies over nieuwe ambities of nog hogere doelen leiden vaak maar af van wat er daadwerkelijk moet gebeuren, namelijk door heel hard werken en vooral samenwerken de knelpunten een voor een te lijf gaan. Ik sprak afgelopen maandag met CDA-wethouder Stef Luijten van de gemeente Bergeijk. Dat is een leeftijdsgenoot. Hij is ongeveer net zo jong als ik. Hij is hard aan de slag met het realiseren van concrete energietransitieprojecten in zijn gemeente. Dat is inderdaad in het mooie Brabant; ik hoor het iemand hier zeggen. Dat zijn bestuurders waar wij als CDA natuurlijk trots op zijn. Stef staat met zijn poten in de modder en voert het beleid uit dat wij hier in Den Haag bedenken. In Bergeijk weten ze alles van schaarse netcapaciteit. Daarom is de wethouder aan het onderzoeken
Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372
12
of slimme afstemming van de elektriciteitsvraag tussen bedrijven op een bedrijventerrein extra ruimte kan creëren op het elektriciteitsnet. Ik weet uit verschillende businesscases dat er eigenlijk tientallen procenten aan ruimte op het net zitten als je het slim afstemt. Maar een goed project opzetten kost de gemeente best veel geld. Dat geld heeft de gemeente niet. Mijn concrete vraag aan de Minister is: is hij bereid om een bedrag vrij te spelen voor gemeenten die dit soort projecten willen beginnen en financieren? Is dat wat bedoeld wordt met «het ondersteunen van lokale energy hubs», zoals ergens in een van de brieven staat? In het Landelijk Programma Netcongestie wordt een groot aantal acties beschreven om het probleem van netcongestie aan te pakken. Dat is echt goed. Ik wil ook mijn grote waardering uitspreken voor alle partijen die hierin samenwerken, want alleen door deze samenwerking gaan we echt verder komen. Maar ik mis één punt, en dat is het aspect cultuur. Er staan heel veel technische maatregelen in het programma, maar ik mis het aspect cultuur. In gesprekken krijg ik namelijk vaak te horen dat initiatiefnemers, ook overheden, aanlopen tegen netbeheerders die onvoldoende bereid lijken om de luiken open te zetten en zich te laten helpen door bedrijven die met slimme oplossingen hun congestieproblemen oplossen of kunnen oplossen.
Er is dus ook een cultuuromslag bij de netbeheerders nodig. Ik weet ook dat die gaande is. Dat zien we, maar toch zou ik de Minister willen vragen om, als hij de netbeheerders gaat helpen met eigen vermogen en het Rijk dus op de een of andere manier aandeelhouder wordt, ook op die cultuuromslag te gaan sturen. Je zou natuurlijk heel zwart-wit kunnen zeggen dat er eigenlijk geen congestieprobleem is en de vraag kunnen stellen of het op dit moment niet vooral een administratief congestieprobleem is. Als je de capaciteitsfactor hangt aan het elektriciteitsnet – maar er zullen vast mensen in de zaal zijn of op de publieke tribune die een ander cijfer hebben – gok ik dat je zult zien dat we qua kilowatturen het elektriciteitsnet voor een kwart of een derde echt gebruiken. Dus er is eigenlijk nog ontzettend veel ruimte als we meer slimmigheid toepassen. Ik denk dat we op dat gebied dus nog meer kunnen doen. Daar is echt die cultuuromslag voor nodig, denk ik. Dan de RES’en. Op basis van de nieuwste cijfers van het CBS en op basis van de meest recente lijst van de RVO met vergunde projecten, dus projecten die in de pijplijn zitten, kom ik tot de conclusie dat die 35 terawattuur vrij makkelijk gehaald gaat worden. Ik heb gisteravond zitten rekenen en daar kom je eigenlijk best wel makkelijk aan.
In het Klimaatakkoord is afgesproken dat kleinschalige zon-PV moet optellen tot 7 terawattuur in 2030, maar wat daarboven komt, mag, als ik het goed begrepen heb, meetellen bij het doel van 35 terawattuur. Ik heb gisteravond berekend dat we aan die 7 terawattuur zitten. Dus als er nog sprake is van verdere autonome groei van kleinschalige zon-PV, zou dat dus meetellen voor die 35 terawattuur. Ik ben wel benieuwd of dat klopt en hoe u daarnaar kijkt. Daarnaast is het denk ik belangrijker dat er helderheid komt over de opgave na 2030, want de vraag naar CO2-vrije elektriciteit zal fors groeien. Wind op zee en kernenergie gaan een flinke bijdrage leveren, maar ik denk dat het goed is dat we helderheid gaan scheppen over wat de opgave wordt voor hernieuwbaar op land na 2030. Er is namelijk niet onbeperkt ruimte in Nederland. Het Nationaal plan energiesysteem zou hier duidelijkheid over moeten geven. De voorzitter: Meneer Bontenbal, ik zie een interruptie van mevrouw Kröger, GroenLinks. Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372
13
Toch over de doelen en de ambities. Als je 60% CO2-reductie wilt bewerkstelligen in 2030, is de afspraak over 35 terawattuur op land, die geënt is op het Klimaatakkoord, natuurlijk onvoldoende. Zelfs als je voor 55% gaat, zul je toch op land meer moeten willen doen. Is het CDA het ermee eens dat we de Minister uitdagen om boven die 35 te gaan? Het PBL heeft het over 46 terawattuur. Dat is een mooi richtsnoer om voor te gaan. De heer Bontenbal (CDA): Ik heb nadrukkelijk gevraagd om dat Nationaal plan energiesysteem, omdat ik op dit moment het totaaloverzicht mis. Overigens heeft het CDA de motie ingediend om de 35 terawattuurgrens uit de SDE te halen. Voor mij is 35 terawattuur dus het minimum. Als er meer kan, ben ik daarvoor. Dan moeten we wel kijken naar draagvlak, randvoorwaarden, elektriciteitsnet, participatie en alles wat net ook al genoemd is, maar voor mij is die 35 terawattuur het minimum. Als we de gemeentes en provincies gewoon laten doen waar ze goed in zijn, denk ik dat we daar vrij snel op gaan komen en dat er meer mogelijk is. De voorzitter: Heeft u een vervolgvraag, mevrouw Kröger? Mevrouw Kröger (GroenLinks): Ja. Dat is dus het minimum en er is meer mogelijk. Nu verwijzen we nog heel vaak naar die 35, die gewoon gelinkt is aan de 49% CO2 uit het Klimaatakkoord. De volgende stap is dat we zeggen: als je die 49 heb veranderd in 55 c.q.
60, moet je ook je ambitie op land verhogen. De Minister zou dus in ieder geval een indicatie moeten geven van waar we nu op koersen. De heer Bontenbal (CDA): Dat is precies wat ik net vroeg: wat is het plaatje, ook na 2030? Want ik vind dat we te veel alleen op 2030 focussen. Ik wil vooral weten wat er daarna gaat gebeuren. Voor mij is die 35 terawattuur een minimum, maar ik zou niet zeggen dat we nu een nieuw doel moeten stellen. Dat vind ik goed aan het advies van Greetje Bos: laten we niet weer een heel circus optuigen met nieuwe doelen en een RES 2.0 enzovoorts. De gemeentes zijn gewoon aan de slag. Die gaan dit doen. Die hebben het nodig dat wij de andere randvoorwaarden op orde brengen. Dan heb ik er voldoende vertrouwen in dat zij gewoon die terawatturen gaan leveren. Ik ben dus niet voor een nieuw doel dat hoger ligt dan dit. De voorzitter: Meneer Bontenbal, u kunt uw betoog vervolgen. U heeft nog 40 seconden. De heer Bontenbal (CDA): Dat zou tamelijk oneerlijk zijn, zeg ik even tegen de vervangende voorzitter. Maar goed, daar komen we uit. Ik heb nog drie concrete suggesties over deze RES’en. De eerste is een vervolg van de discussie van net: laten we die 7 terawattuur voor kleinschalig zon-PV en die 35 terawattuur gewoon bij elkaar optellen. Maak daar dus één doel van.
De tweede is wat collega Erkens ook zei: kunnen we ruimte geven aan groene elektriciteitsproductie, bijvoorbeeld uit biogas en bio-wkk’s? Die kan ook meedoen. Het derde punt gaat over de zonneladder. Heel veel provincies zijn daar allang mee aan de slag en hebben een provinciale zonneladder. De vraag is: moeten we ook nog een landelijke zonneladder hebben? Dan het Programma Energiehoofdstructuur. Daar hebben we ook nog wel een paar vragen over. Een aantal daarvan zijn al gesteld, dus die ga ik niet stellen. Ten eerste. De investeringen die gedaan worden, zijn veelal
Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372
14
no-regret. Die investeringen komen dus in elk scenario terug. Maar die zijn misschien niet voldoende om de klimaatdoelen te halen. Hoe kijkt u daarnaar? De voorzitter: Afrondend, meneer Bontenbal. De heer Bontenbal (CDA): Voor mijzelf is een belangrijke vraag hoe de subsidie eruit gaat zien voor de extra terawatturen die we nodig hebben uit regelbare, CO2-vrije elektriciteitsproductie. Kan de Minister daar al wat contouren van schetsen? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u, meneer Bontenbal. U bent normaal altijd zo netjes op tijd, maar nu spreekt u één keer namens de heer Grinwis en loopt u net als de heer Grinwis uit de tijd. Ik draag het voorzitterschap terug over aan u. Voorzitter: Bontenbal De voorzitter: Ik had stiekem gehoopt dat u mij twee keer zo veel spreektijd zou geven, namelijk met die van meneer Grinwis erbij, maar dat hoeft niet. Volgens mij hebben we het in een hele nette, keurige tijd gedaan. Ik kijk even naar de Minister hoeveel tijd hij nodig heeft om deze toch tamelijk briljante lijst van vragen te beantwoorden. Minister Jetten: Voorzitter, het is zo snel gegaan dat ze boven nog niet helemaal klaar zijn met de voorbereiding van mijn deel. Als we tot 14.30 uur zouden kunnen schorsen, dan kan ik in één keer alles beantwoorden. De voorzitter: Dat lijkt me een perfect voorstel. Dan gaan de leden even een kopje thee of koffie drinken.
Ik wens uw ambtenaren en u veel succes bij de voorbereiding. De vergadering wordt van 14.13 uur tot 14.35 uur geschorst. De voorzitter: We gaan het debat vervolgen. De Minister is er en we gaan naar zijn beantwoording luisteren. Mijn voorstel is om niet heel hard aan een aantal interrupties vast te zitten. Volgens mij kunnen we er een mooi debat van maken. Als het te gortig wordt, dan grijpt de voorzitter vanzelf in. De Minister. Minister Jetten: Dank u wel, voorzitter. Dank voor een, denk ik, goed en inhoudelijk debat over een zeer belangrijk onderwerp willen we onze klimaatdoelen halen, namelijk de problematiek op ons net. Ik zal zo meteen de beantwoording clusteren langs enkele thema’s. Het eerste thema is netcapaciteit, het tweede thema is de Regionale Energiestrategie, het derde thema betreft de SDE-subsidies en het vierde thema is wind op zee. Tot slot heb ik nog een blokje met overige vragen. Als u mij toestaat, wil ik beginnen met een heel korte inleiding. Precies een week geleden was het Green Energy Day en dat is de dag waarop alle groene energie die we in een jaar produceren in Nederland opgebruikt is. Gelukkig schuift ieder jaar die dag een beetje op naar achteren, zodat die
Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372
15
uiteindelijk ooit op 31 december pas plaatsvindt omdat alle energie die we in Nederland produceren groen of CO2-vrij is. Het initiatief van die Green Energy Day komt van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie en laat zien dat we jaar op jaar een stap in de goede richting aan het zetten zijn met betrekking tot het aandeel groene energie. Dat bleek ook eerder deze week uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De productie van hernieuwbare energie is vorig jaar met 20% is gestegen ten opzichte van 2021. De voorzitter: Heeft u veel tijd nodig om deze intro af te maken? Minister Jetten: Een paar minuten. De voorzitter: Dan geef ik u de tijd daarvoor en dan krijgt mevrouw Kröger daarna gelijk het woord. Minister Jetten: Oké. Dank, voorzitter. Het feit dat die Green Energy Day is opgeschoven, dat we inmiddels op 20% stijging zitten, betekent niet dat we tevreden achterover mogen leunen, want het tempo waarin we overschakelen naar meer groene energie moet nog verder omhoog. Een hoger tempo in groene energie helpt om de klimaatdoelen te bereiken, maar helpt ons ook om de afhankelijkheid van landen als Rusland af te bouwen. Dat doen we de komende jaren door meer gebruik te maken van windenergie, van zonne-energie, van kernenergie en van meer duurzame warmtebronnen, bijvoorbeeld uit water en bodem. Dat kunnen we als rijksoverheid niet alleen.
We hebben andere overheden, inwoners, bedrijven, netbeheerders, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties nodig die samenwerken in de 30 energieregio’s. Ze werken daar aan die Regionale Energiestrategieën. We zien dat de vraag naar energie-infrastructuur heel snel toeneemt en om het tempo van de uitbreiding van die infrastructuur te verhogen, pakken we als rijksoverheid meer regie bij de aanleg van die energieinfrastructuur. Dat doen we met het MIEK – dat is het landelijke Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat – waarbij we een duidelijkere prioritering vastleggen, onzekerheden wegnemen en ook de bereidheid om te investeren bij publieke en private partners vergroten. Andere belemmeringen van netcongestie worden ook via dit programma weggenomen. Denk aan zorgen voor investeringszekerheid bij de netbeheerders. Want we weten één ding en dat is dat die ontwikkelingen in de energietransitie eigenlijk bijna niet bij te benen waren de afgelopen jaren. Dus meer vooruit investeren is gewoon onontkoombaar. Tegelijkertijd moet ik ook een waarschuwing afgeven. Als ik een vergelijking mag maken met onze wegeninfrastructuur: als er in een jaar tijd drie keer zo veel auto’s bij komen, dan krijg je dat simpelweg niet in meer snelwegen bijgebouwd. Het gaat dus niet alleen maar om meer infrastructuur.
Het gaat ook om het slimmer benutten van de beschikbare infrastructuur. Daar heeft u ook allemaal bij stilgestaan. Die netverzwaringen doen we nu inmiddels met zo’n 4 miljard euro per jaar. Dat slimmer benutten gaat vooral via het Landelijk Actieprogramma Netcongestie. Een aantal van u heeft er net op gewezen dat het Landelijk Actieprogramma Netcongestie – grote complimenten voor de mensen die daarmee bezig zijn – focust op het hoogspanningsnet. Inmiddels zien we ook op het laagspanningsnet problemen ontstaan. Alliander heeft daar vandaag terecht op gewezen. Ik zal zo meteen uitgebreider ingaan op het uitbreiden van het Landelijk Actieprogramma Netcongestie, ook met
Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372
16
laagspanning. Ik ben blij dat Alliander vandaag aan de bel heeft getrokken, want dan kunnen we tijdig aan de slag om daar zaken op te lossen. Voorzitter. Ik zal hier zo in de blokjes nader op ingaan, maar dit even ter aftrap. Mevrouw Kröger (GroenLinks): Ik had een heel korte vraag. De Minister begon met het schetsen van Green Energy Day. Het is aan één kant positief dat het een paar dagen verder is, maar het is natuurlijk ook nog heel, heel, heel ver van een heel jaar rond. Wanneer is wat de Minister betreft de dag dat we gewoon Green Energy Day op 31 december vieren? Wanneer is dat? Minister Jetten: Ik ben het met mevrouw Kröger eens dat het sneller moet. Het zal de komende jaren ook wel snel gaan, zodat het in ieder geval flink opschuift in het jaar. Met elke grote kavel van wind op zee die wordt aangesloten, maak je meteen een enorme klapper. Zeker in het tweede deel van dit decennium gaat dat hard. Ik wil zo meteen nog wat uitgebreider ingaan op onder andere de vraag van mevrouw Kröger over het moment waarop het hele energiesysteem CO2-vrij moet zijn. Daarbij sturen we nu nog op 2050, maar ik ben het met mevrouw Kröger eens dat het ergens rond 2035 eigenlijk al moet lukken, willen we heel Nederland klimaatneutraal maken voor 2050.
Dus ergens halverwege het volgende decennium zal Green Energy Day aan het einde van het jaar moeten liggen en niet in het eerste kwartaal van het jaar. De heer Erkens (VVD): Ik twijfel of ik mijn vraag nu al moet stellen. De Minister begon zojuist al over de netcapaciteit. Ik weet niet of hij daar nog verder over gaat uitweiden, of dat dit het was. De voorzitter: Zullen we eerst de netcapaciteit doen? Dan heb ik als voorzitter nog één vraag: waar schaart u het stukje over het Programma Energiehoofdstructuur onder? Minister Jetten: Onder overig, denk ik. De voorzitter: Dus PEH komt onder overig. De Minister vervolgt. Minister Jetten: PEH kan eigenlijk op heel veel plekken terugkomen. Voorzitter. Dan kom ik nu meer in de diepte te spreken over het netcapaciteitsdeel. Daar zijn veel vragen over gesteld en dat is ook zeer begrijpelijk. Ik ben het eens met iedereen die zegt dat netcapaciteit een cruciale randvoorwaarde is om de energietransitie en de klimaattransitie voor elkaar te krijgen. Zoals ik net ook al zei, is het elektriciteitsnet de afgelopen jaren al flink verzwaard, maar het gaat nu zo hard met zowel de productie van hernieuwbare energie als de afname van elektriciteit dat de investeringen die we de afgelopen jaren hebben gedaan, nog onvoldoende zijn om dat bij te kunnen benen.
De afgelopen jaren zat er ongeveer 4 miljard per jaar in het uitbreiden en verzwaren van het net, maar we zullen meer moeten doen. Dat gaan we op een aantal manieren doen, allereerst door de komende tijd ervoor te zorgen dat de netbeheerders meer ruimte hebben om überhaupt te investeren en meer vooruit te investeren. Binnenkort zal ik samen met TenneT de Kamer informeren over hoe TenneT de komende jaren veel
Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372
17
meer vooruit gaat kijken, gaat anticiperen en vooruit gaat investeren. Dat wordt een integraal onderdeel van het investeringsplan van TenneT. Daarbij zal TenneT in zijn interne voorbereiding ook veel meer uitgaan van de meest extreme scenario’s betreffende elektrificatie en de toename van de vraag naar elektriciteit. Je kunt er immers maar beter op voorbereid zijn en dan misschien minder van die projecten en programma’s moeten inzetten dan dat je elke keer moet denken: hé, we hadden nóg meer moeten doen. Dus op die manier gaat TenneT echt met een andere mindset met dat hoogspanningsnet om. Daarnaast weet u dat we als rijksoverheid ook mee gaan participeren in de regionale netbeheerders, zodat hun kapitaalkracht toeneemt. Dat hebben we vorig jaar al bij Stedin besloten en dat zullen we de komende tijd ook voor de andere regionale netbeheerders gaan doen. Die gesprekken lopen en verlopen constructief. Zo hebben ook de regionale netbeheerders meer ruimte om vooruit te kijken en vooruit te investeren. Ook de ACM heeft op dit punt het afgelopen jaar echt een andere mindset aangenomen, namelijk om ook in de beoordeling van de investeringsplannen meer ruimte aan die netbeheerders te bieden. Dat gaat echt helpen bij de netuitbreidingen. Dan zijn er een aantal specifieke vragen daarover gesteld.
De heer Boucke en mevrouw Kröger stonden stil bij een keuze die in ieder geval een aantal netbeheerders nu afgeven ten aanzien van de aansluiting van grootschalige zon. Simpel gezegd, de oproep is: zorg dat je de projecten vooral ontwikkelt op plekken waar ook vraag is naar die elektriciteitsafname, zodat je niet het hele land door die elektriciteit hoeft te produceren. Ik ben iets minder kritisch dan de leden Boucke en Kröger. Ja, je hebt elk hernieuwbare-energieopwekproject nodig. Maar als het gaat om prioriteren en programmeren is het wel handig als je die opwek zo veel mogelijk dicht bij de vraagbron organiseert, want dan heb je veel minder transport nodig om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Daarbij is het dus verstandig om ook projectontwikkelaars uit te dagen: als je nieuwe locaties zoekt voor grootschalige zon- of windprojecten, probeer die dan te vinden bij een industrieel cluster in de buurt of bij andere plekken waarvan je weet dat de afnamevraag snel te matchen is. Ik kom daar zo meteen nog terug op de specifieke vraag van mevrouw Kröger hoe je daar de maatwerkaanpak en de verduurzaming van de industriële clusters bij kan gebruiken.
Het is ook de simpele waarschuwing van de regionale netbeheerders dat als ze zonder daar meer op te programmeren en te prioriteren alles moeten aansluiten, je soms daarmee andere projecten later in de tijd kan uitvoeren die misschien een grotere maatschappelijke meerwaarde hebben. Dat moeten we volgens mij gewoon meenemen in de ruimte die de ACM nu biedt om op een andere manier dan alleen maar het platte «first come, first serve» te kijken naar waar je projecten gaat aansluiten. Ik vind tegelijkertijd ook wel dat we het afgelopen jaar, ook op aandringen van de Kamer, in de SDE-voorwaarden gewoon andere spelregels hebben opgenomen ten aanzien van piekbelasting van de capaciteit. Ook bieden we meer ruimte om hernieuwbare-opwekprojecten te combineren met opslag. Dus behalve de waarschuwing die de netbeheerders nu hebben geuit, zijn er ook wel echt andere mogelijkheden om die hernieuwbare opwek maximaal aan te sluiten. Ik kom zo meteen nog terug op de 35 terawattuur, want dat hangt hier natuurlijk mee samen. De heer Boucke en de heer Bontenbal zeiden terecht dat de kaart van Nederland steeds roder wordt waar het netcongestie betreft, zowel voor invoeding als voor afname. Maar wat zegt die kaart eigenlijk? Is er sprake van feitelijke congestie en een overvol net? Of is het een administratief probleem? Het is, denk ik, allebei een beetje waar.
We hebben natuurlijk afspraken over de administratieve congestie op het net, om te voorkomen dat het op een gegeven moment echt in de knel komt en de leveringsze-
Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 239, nr. 372
18
kerheid en de stabiliteit van het net in gevaar komen. Dus het heeft wel degelijk zin om deels te sturen op die administratieve waarde. Tegelijkertijd heeft u allebei gelijk: de echte, feitelijke netcongestie doet zich niet 365 dagen 24/7 voor. Het zijn echt heel specifieke momenten waarop je een dubbele piek kunt krijgen waardoor er daadwerkelijk sprake is van netcongestie in de praktijk. Dat was wel écht de les van Zuid-Nederland vorig jaar. We gingen met z’n allen een beetje in de paniekstand toen die netcongestie voor Zuid-Nederland werd afgekondigd, maar als je er dieper indook, bleek het toch zeer genuanceerd te zijn wat er allemaal nog wel mogelijk was in Zuid-Nederland. Daar hebben we enorm van geleerd: niet meer meteen zo’n netcongestie afkondigen, op een andere manier de onderzoeken naar de netcapaciteit vormgeven, niet meteen de wachtrij sluiten maar die openhouden, zodat mensen zich toch kunnen melden. Je ziet dat we er nu vooral slimmer op inspelen, met beter congestiemanagement, non-firm ATO’s en de gesprekken die we voeren met het bedrijfsleven over meer flexibele afname. Het is dus eigenlijk beide waar, zou ik tegen de heer Bontenbal en de heer Boucke willen zeggen, en we moeten er met maximale creativiteit naar kijken.
Mevrouw Kröger stelde een vraag in het verlengde hiervan, over de transportindicaties in de rode gebieden, in samenhang met de SDE-subsidieaanvragen. Netbeheerders proberen het hele jaar door zo snel mogelijk die congestieonderzoeken af te ronden. We zitten nu echt in een andere fase dan vorig jaar, want je kunt gewoon onderzoeken doen en ondertussen de winkel en het loket openhouden, in plaats van dat je de deur sluit. De SDE-transportindicaties worden eens per jaar afgegeven, bij de openstelling van de SDE. Dat loopt dus niet helemaal parallel, maar ik zal de netbeheerders oproepen om de congestieonderzoeken gewoon zo veel mogelijk en tijdig te blijven afronden. Dat willen zij zelf ook. De voorzitter: Er is een interruptie. Ik vraag de collega’s wat zij fijn vinden: interrumperen tijdens de blokjes of erna? We kunnen nu ook eerst dit blok afronden en dan alle vragen in één keer ruim doen. Ja? Dan wachten we het blokje af. De Minister geeft aan wanneer hij klaar is en dan kunt u uw spervuur aan vragen afvuren. Minister Jetten: Dank, voorzitter. Dit is het langste blok; dan weet u dat. Mevrouw Kröger noemde een drietal knelpunten die deels ook in een aantal andere inbrengen terugkwamen, namelijk geld, personeel, en natuur en grondstoffen.