VTH uitvoeringsprogramma omgevingsdienst 2026
Tekst van het document
42
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
7.2. Ketentoezicht Regionale organisatie en bijdrage vanuit de ODRN Ketentoezicht is als stelseltaak belegd bij de ODR (Omgevingsdienst Rivierenland). Alle Gelderse diensten worden betrokken bij het bedenken van ketentoezicht-projecten. Ze leveren een bijdrage aan de projectplannen en leveren toezichthouders voor het uitvoeren van ketentoezicht-controles. De manager ketentoezicht maakt regelmatig een rondje bij de omgevingsdiensten en haalt daarbij informatie op over thema’s die een onderwerp kunnen worden voor een onderzoek. Dat gebeurt ook feitelijk. Iedere Gelderse omgevingsdienst, dus ook de ODRN, moet dus een bijdrage leveren, zowel financieel t.b.v. dit team als voor wat betreft het leveren van menskracht.
Thema's voor 2025 en 2026 De ketens die zijn opgestart in 2024 lopen door, waaronder asbest, metaalrecycling, accu’s, katalysatoren en co-vergisting. Verder richten we ons op: • • • • • • •
Het project synthetische drugs; Omgevings-risicobeeld Oost NL; Fenomeenbeelden Ondermijningscentrum milieu; De samenwerking met de MMA (Meld Misdaad Anoniem); Matrassen afval; E-waste (Elektronisch afval); Verontreinigde grond met polyvlokken.
Doelen De deelnemende omgevingsdiensten hebben het gezamenlijke doel om zicht en grip op (afval)stoffenketens en (milieu)criminaliteit te krijgen. Hiervoor zijn in 2012 vijf doelstellingen geformuleerd voor Ketentoezicht: • •
Zicht krijgen en houden op risicovolle ketens en malafide actoren; Maken van risicoanalyses en het stellen van prioriteiten: is er een vermoeden van malafide gedrag?;
• • •
Gericht nader onderzoek doen (bijv. gerichte toezichtacties, verscherpt toezicht, diepgaand administratief toezicht (DAT), interventie); Optreden bij gegrond vermoeden (feitelijke handhaving); N.a.v. de risicoanalyses adviseren over (preventieve) maatregelen.
Deze doelstellingen worden sinds 2012 concreet gemaakt in het jaarprogramma dat elk jaar wordt opgesteld door de programmamanager.
43
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
8. Maatwerk en projecten Hieronder een overzicht van alle maatwerk- en projectopdrachten. Omdat het hier gaat om een uitvoeringsprogramma, worden alleen de directe uren vermeld, dus exclusief 25% voor de indirect productieve uren. In de advieslijst staan wel de uren inclusief deze 25%.
44
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
8.1 Maatwerk milieu VV A. B. C. D. E.
Algemene advisering en overleggen Bodembeleid – 157,8 uur – alle gemeenten; Zonebeheer Schoenaker – 20 uur - gemeente Beuningen; Basis geluidemissie gemeentelijke wegen – 144,5 uur - gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Wijchen; Geluidproductieplafonds industrieterreinen – 100 uur -gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Wijchen; Gemeentelijke afdracht GOO-overleg – 209 uur - alle gemeenten
8.2 Projecten milieu VV A. B. C. D. E. F. G. H. I. J. K. L. M. N.
Uitwerking aanbevelingen OVV-rapport – 245 uur – alle gemeenten; Updaten veehouderijgegevens in IGO – 200 uur (AANDACHTSPUNT); Omgevingsplan procesregie - 1219 uur – alle gemeenten (AANDACHTSPUNT); Wijkoverleg Nijmegen West en Weurt – 52,6 uur – gemeente Beuningen; Zonebeheer gemeente Heumen – 20 uur – gemeente Heumen Coördinator groene handhaving – 60,5 uur – alle gemeenten Implementatie omgevingsdialoog – 225 uur – gemeenten Beuningen en Nijmegen Opstellen UHS – 402 uur – alle gemeenten Traineeprogramma – 200 uur – alle gemeenten Indirecte lozingen vergunningplichtige bedrijven – 1740 uur – alle gemeenten Effectgericht werken – 806,2 uur – alle gemeenten Bouwen aan CE huis – 375 uur – alle gemeenten Actualisatie vergunningen - 200 uur – Gemeenten Berg en Dal, Druten, Heumen en Wijchen Detachering bodemspecialist WDW – 416 uur - Gemeenten Druten en Wijchen
8.3 Maatwerk milieu TZH A. B. C. D. E. F. G. H. I.
Aandachtsbedrijven en bijzonder toezicht – 670 uur - gemeente Nijmegen; Aanpak ondermijning – 798 uur – alle gemeenten; Gelderse milieu samenwerking - 526 uur – alle gemeenten; Inventarisatie onbekende MBA's – 664 uur – alle gemeenten (AANDACHTSPUNT); Inventarisatie ZSS-emissie – 653 uur – alle gemeenten (AANDACHTSPUNT); Ketentoezicht – 263,4 uur -alle gemeenten; Vierdaagsekamp Heumesoord – 25 uur – gemeente Heumen; Uitvoeren emissiemetingen – 365 uur – gemeenten Berg en Dal, Druten en Wijchen Out of pocket kosten milieutoezicht – 504 uur - gemeente Nijmegen
45
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
8.4 Projecten milieu TZH A. B. C. D.
CO2 prestatieladder – gemeente Nijmegen – 15 uur – gemeente Nijmegen; Tweede energiecontroles incl. GACS-verplichting – 974 uur – gemeente Nijmegen; CO2-reductie Werkgebonden Personenmobiliteit – 125 uur – alle gemeenten; Energiecontroles – 297 uur – Gemeente Wijchen
8.5 Maatwerk BRIKS VV A.
Advisering monumentsubsidies – 42 uur - gemeente Beuningen.
8.6 Maatwerk BRIKS TZH A. B. C. D.
Integrale controle inclusief brandveiligheid – 175,3 uur – gemeente Berg en Dal; Permanente bewoning – 131,5 uur – gemeente Berg en Dal; Project natuur en handhaving 219,2 uur – gemeente Berg en Dal. Toezicht Stuwwal – 178,2 uur – gemeente Berg en Dal
8.7 Projecten BRIKS TZH A. B. C.
Down the Rabbit Hole – 125 uur – gemeente Beuningen; Project bestaande bouw – 350 uur - gemeenten Berg en Dal, Beuningen en Heumen. Pilot aanpak energielabel-C-plicht kantoren – 209 uur – gemeenten Druten en Wijchen
8.8 Maatwerk overige A.
Diverse facturen – 0 uur – alle gemeenten
8.9 Projecten Juridisch A.
Project Woo (wet open overheid) – 208,8 uur – alle gemeenten
46
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
Bijlagen
47
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
Bijlage 1 – advieslijst Dit is een separate bijlage op A3 formaat i.v.m. de leesbaarheid. Let op: de vermeldde uren in bijlage 1 zijn inclusief de 25% opslag voor indirect productieve uren. Het opgestelde UP leidt
uiteindelijk, na totstandkoming en vaststelling van de advieslijsten tot een bijstelling van de primitieve begroting. Een
bijstelling die in 2026 verwerkt wordt met een wijziging van de begroting.
Bijlage 2 – toetsprotocol Bbl Toetsprotocol Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Het ‘Toetsprotocol Bbl’ maakt deel uit van het VTH UP voor 2025 en 2026 van de ODRN, welke door de deelnemende gemeenten moet worden vastgesteld. In het Toetsprotocol is vastgelegd met welke intensiteit een bouwplan getoetst wordt aan wet- en regelgeving. Hierdoor wordt weloverwogen en herleidbaar aangegeven welke toets-aspecten aandacht krijgen. Aanvragen voor een technische bouwactiviteit worden getoetst aan de technische voorschriften uit het Bbl. Daarbij moet worden bepaald of het aannemelijk is dat aan de normen uit het Bbl wordt voldaan. Deze aannemelijkheidstoets biedt enige ruimte om te kunnen variëren in toetsintensiteit. Met het Toetsprotocol Bbl wordt hier invulling aan gegeven. Met het vaststellen van een Toetsprotocol: •
• •
Worden bouwplannen eenduidig, consequent, transparant en adequaat getoetst. Hierdoor wordt de veiligheid van bouwwerken verhoogd en gewaarborgd, alsmede het gezond en veilig gebruik ervan; Worden keuzes en prioriteiten gemotiveerd en bestuurlijk vastgelegd; Kan naar inwoners en ondernemers herleidbaar worden aangegeven aan welke voorschriften uit het Bbl hun aanvraag getoetst is en met welke intensiteit.
Prioriteiten ‘Laag’, ‘Gemiddeld’ en ‘Hoog’ In het Toetsprotocol Bbl komt de prioritering van de activiteiten uit het VTH-beleid en het niveau van toetsen samen. Zie het beleidsplan voor uitleg over de risicoafwegingen en
vastgestelde prioriteiten. Hoe hoger de prioriteit, hoe diepgaander wij toetsen. Omgekeerd geldt dit ook, hoe lager het risico hoe minder diepgaand wij toetsen. Wij gebruiken drie prioriteringsniveaus: ‘Laag’, ‘Gemiddeld’ en ‘Hoog‘. Globaal beschouwd komen deze overeen met: • • •
‘Hoog’ hebben een toetsniveau 4, integraal toetsen/ toetsniveau 3, representatief toetsen; ‘Gemiddeld’ hebben een toetsniveau 2, visueel toetsen/ toetsniveau 3, representatief toetsen; ‘Laag’ hebben een toetsniveau 1, uitgangspuntentoets.
Hierbij merken we op dat het Bouwbesluit al veel regels heeft geschrapt en het Bbl dat verder doet, met name op het gebied van bruikbaarheid. De overgebleven regels zijn daardoor in de meeste gevallen relevant waardoor we geen toetsniveau 0 gebruiken; voor die gevallen wijst het Bbl al geen regel aan. Verder merken we op dat de prioriteiten in twee toetsniveaus kunnen vallen, afhankelijk van de risico’s die zich bij de betreffende gebruiksfunctie voordoet. Het toetsprotocol beschouwt de risico’s dus in meer detail dan het VTH-beleid. Naast de vaste prioritering en de daarbij horende toetsniveaus is er ruimte om op basis van kennis en kunde per aanvraag voor een omgevingsvergunning een inschatting te maken of de vaste prioritering in dat specifieke geval adequaat is. In de praktijk betekent dit dat er in specifieke gevallen gemotiveerd afgeweken kan worden van de vastgelegde prioritering.
De toetsniveaus Hieronder volgt een definitie van de verschillende toetsniveaus. Deze definities komen overeen met de landelijke gebruikte definities. De diepgang van de toets kan variëren van geen toets tot volledig toetsen. Elk volgend toetsniveau is een aanvulling op het vorige. Niveau 0: niet beoordelen of aan een voorschrift wordt voldaan Niveau 0 is het niet beoordelen of aan de voorschriften van het Bbl wordt voldaan. Niveau 0 komt in de matrix niet terug. De meeste bouwwerken waar zich dit zou kunnen voordoen zijn vergunningvrij geworden voor de technische bouwactiviteit of zijn via de Wkb gedereguleerd (in 2025). Er kan altijd alsnog een gemotiveerde uitzondering worden gemaakt om niveau 0 toe te passen. Niveau 1: Uitgangspuntentoets (betrouwbaarheidstoets) Bij toetsniveau 1 wordt gecontroleerd of de globale uitgangspunten. De toetser bladert diagonaal door de stukken en bepaalt op ervaring zijn oordeel over het betreffende aspect. Als het van toepassing is kijken we ook naar de uitkomst van bijvoorbeeld een berekening, zonder inhoudelijk naar de berekening te kijken. Niveau 1 passen we toe op voorschriften waarvan de kans dat niet wordt voldaan gering is en de gevolgen indien niet wordt voldaan eveneens gering zijn, dus als het risico gering wordt geacht. Niveau 2: visueel toetsen (hoofdlijnentoets) Niveau 2 is inhoudelijk het basisniveau binnen de matrix.
Bij toetsniveau 2 worden van de aspecten de uitgangspunten
48
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
gecontroleerd en wordt bekeken of de uitkomsten realistisch zijn voor het gekozen ontwerp. Ook de tekeningen worden opengeslagen en op basis van ervaring wordt gekeken of het ontwerp voldoet aan de gestelde uitgangspunten. Is een uitkomst niet aannemelijk, dan zal de berekening nagerekend moeten worden of moet verzocht worden om aanvullende gegevens. Het is mogelijk om op basis van een aannemelijke uitkomst een vergunning te verlenen, nadere gegevens te vragen of een aanvullende buitencontrole voor te schrijven. Een vergunning weigeren op basis van een niet aannemelijke uitkomst zal vrijwel altijd in strijd zijn met het zorgvuldigheidsbeginsel. Indien een uitkomst niet aannemelijk is, dan zal deze altijd gecontroleerd/nagerekend moeten worden of kan door middel van een verzoek om aanvullingen meer duidelijkheid worden gekregen. Niveau 3: representatief toetsen Niveau 3 voegt aan de basistoets van niveau 2 een inhoudelijke toets van maatgevende onderdelen toe. De belangrijkste berekeningen worden gecontroleerd en nagerekend indien daar aanleiding voor is. Vanuit deze toets wordt vanuit vakmanschap in combinatie met de visuele toets bepaald welk onderdeel representatief is voor het gehele aspect en dit onderdeel wordt inhoudelijk getoetst.
Niveau 3 is het niveau van toetsen voor voorschriften met betrekking tot veiligheid en gezondheid, met name van kwetsbare groepen, zoals niet zelfredzame mensen en jonge kinderen. Niveau 3 is eveneens geadviseerd voor voorschriften die gesteld zijn in het algemeen belang. Het bepalen van wat de belangrijkste berekeningen zijn blijft een taak van de bouwplantoetser. Hiervoor is geen eenduidige instructie te geven.
Niveau 4: integraal toetsen (volledige toets) Bij niveau 4 worden alle stukken in samenhang gecontroleerd. Dit is een totale toets. Alle berekeningen worden nagerekend en van alle gegevens wordt gecontroleerd of er voldaan wordt
aan de eisen. Niveau 4 komt in de matrix alleen voor met betrekking tot toepassing van gelijkwaardige oplossingen (art. 4.7 Omgevingswet). In de praktijk zal toetsen op niveau 4 voorkomen wanneer de kwaliteit van de aanvraag dan wel de veronderstelde weigeringsgrond aanleiding geeft tot het zwaarder toetsen dan volgt uit de matrix. Niveau 4 kan in afwijking van het toetsprotocol gekozen worden voor gebouwen die vallen in gevolgklasse 3. Dit wordt dan gemotiveerd en vastgelegd in het dossier.
49
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
Hieronder de toetsmatrix waarin de diepgang van toetsing per gebruiksfunctie wordt vastlegt. Versie 15-05-2024
Woonfunctie(woongebouw)
Woonfunctie (overig)
Bjieenkomstfunctie (kinderopvang)
Bijeenkomstfunctie (overig)
Celfunctie
Gezondheidszorgfunctie (bedgebonden)
Gezondheidszorgfunctie (overig)
Industriefunctie (licht)
Industriefunctie (licht dieren)
Industriefunctie (overig)
Kantoorfunctie
Logiesfunctie
Onderwijsfunctie
Sportfunctie
Winkelfunctie
Overige gebruiksfunctie (parkeren)
Overige gebruiksfunctie (overig)
Bouwwerk geen gebouw zijnde (wegtunnel)
2 1 1 1 2 3 3 3
3 3 3 3 2 3 3 3
3 3 2 2 2 3 3 3
3 3 3 3 2 3 3 3
3 3 2 2 2 3 3 3
3 3 2 2 2 3 3 3
3 3 3 3 2 3 3 3
3 3 2 2 2 3 3 3
3 3 2 2 2 3 2 3
3 3 2 2 2 3 3 3
3 3 2 2 2 3 2 3
3 3 2 2 2 3 3 3
3 3 2 2 2 3 3 3
3 3 2 2 2 3 3 3
3 3 2 2 2 3 3 3
3 3 2 2 2 3 3 3
3 3 2 1 1 3 3 3
3 3 2 2 1 3 3 3
3 3 2 1 1 2 2 3
1 1 1 1 1 3
3 3 3 3 3 3
3 3 3 3 2 3
3 3 3 3 3 3
3 3 3 3 3 3
3 3 3 3 3 3
3 3 3 3 3 3
3 3 3 3 3 3
3 3 3 3
3 3 3 3 3
3 3 3 3 3 3
3 3 3 3 3 3
3 3 3 3 3 3
3 3 3 3 3 3
3 3 3 3 3 3
3 3 3 3 3 3
3 2 2
3 3 3
3 2 2 2
3
2
2
2
2
2
3 2 2 2 3 3 2 2 1 3
3 2
3 3
1
1
3 3
2 2
1
1
1
2
2
2 2 3 2 2 1 2
3 3 3 3 3 1 3
2 2 2
2 2 2
3 3 3
2 2 2
2 1
2 2 2
2 2 1
2 2 2
2 2 2
2 1
1 1 2
1 1 2
1 1 2
1
1
1
2 1 2
2 1
3 3 3
3 3
3
3
3
3
3
3
3
3
3 2
3 2
3 2
3 2
3 2
2 2
2 2
3 2
3 3 3 2
2 2 2 2 2 2 2
2 2 2 2 2 2 2
Bouwwerk geen gebouw zijnde (overige)
Woonfunctie (woonwagen)
Toetsmatrix technische regelgeving Besluit bouwwerken leefomgeving
Hoofdstuk 4 - Nieuwbouw Afdeling Paragraaf Omschrijving 4.2 4.2.1 4.2.2. 4.2.3. 4.2.4. 4.2.5. 4.2.6 4.2.7. 4.2.8. 4.2.9. 4.2.10. 4.2.11. 4.2.12. 4.2.13. 4.2.14. 4.2.15. 4.2.16. 4.3 4.3.1. 4.3.2. 4.3.3. 4.3.4. 4.3.5. 4.3.6. 4.3.7. 4.3.8. 4.3.9. 4.3.10. 4.4. 4.4.1. 4.4.2. 4.4.3. 4.4.4. 4.5. 4.5.1. 4.5.2. 4.5.3. 4.5.4. 4.5.5. 4.5.6. 4.5.7. 4.6
Veiligheid Constructieve veiligheid Constructieve veiligheid bij brand Afscheiding aan een rand van een vloer, trap of hellingbaan Veilig overbruggen van hoogteverschillen Beweegbare constructieonderdelen Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie Beperking van het ontwikkelen van brand en rook Beperking van uitbreiding van brand Verdere beperking van uitbreiding van brand en beperking van verspreiding van rook Vluchtroutes: verloop Vluchtroutes: inrichting en capaciteit Hulpverlening bij brand Hoge en ondergrondse gebouwen Brand- en explosievoorschriftengebieden Aanvullende regels tunnelveiligheid Inbraakwerendheid Gezondheid Bescherming tegen geluid van buiten Bescherming tegen geluid van bouwwerkinstallaties Beperking van galm Geluidwering tussen ruimten Wering van vocht Luchtverversing Spuivoorziening Afvoer van rookgas en toevoer van verbrandingslucht Bescherming tegen ratten en muizen Daglicht Duurzaamheid Energiezuinigheid Milieuprestatie Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen Systeem voor gebouwautomatisering en -controle Bruikbaarheid Algemeen Verblijfsgebied en verblijfsruimte Toiletruimte Badruimte Buitenberging Buitenruimte Opstelplaatsen Toegankelijkheid
3 3 2 1 1 2 2
2
3
2 2
2 3 2 2 1 2 3
2 2 2 2 2 2 2
2 2 2
1
1
1
1
2 2 3 2 2 1 2
2 2 2
2 2 2
1
1
2
1
2 1
2 1
1
1
3
3
3
3
3 2
3 2
3 2
3 2
3 2
2 2
1
1
1
1
4.2.10. 4.2.11. 4.2.12. 4.2.13. 4.2.14. 4.2.15. 4.2.16. 4.3 4.3.1. 4.3.2. 4.3.3. 4.3.4. 4.3.5. 4.3.6. 4.3.7. 4.3.8. 4.3.9. 4.3.10.
Vluchtroutes: verloop Vluchtroutes: inrichting en capaciteit Hulpverlening bij brand Hoge en ondergrondse gebouwen Brand- en explosievoorschriftengebieden Aanvullende regels tunnelveiligheid Inbraakwerendheid Gezondheid Bescherming tegen geluid van buiten Bescherming tegen geluid van bouwwerkinstallaties Beperking van galm Geluidwering tussen ruimten Wering van vocht Luchtverversing Spuivoorziening Afvoer van rookgas en toevoer van verbrandingslucht Bescherming tegen ratten en muizen Daglicht Duurzaamheid Energiezuinigheid Milieuprestatie Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen Systeem voor gebouwautomatisering en -controle Bruikbaarheid Algemeen Verblijfsgebied en verblijfsruimte Toiletruimte Badruimte Buitenberging Buitenruimte Opstelplaatsen Toegankelijkheid Bereikbaarheid, algemeen Toegankelijkheidssector Bereikbaarheid van een bouwwerk Bouwwerkinstallaties Verlichting Voorziening voor het afnemen en gebruiken van energie Watervoorziening Afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater Tijdig vaststellen van brand Vluchten bij brand Bestrijden van brand Toegankelijkheid voor hulpverleningsdiensten Aanvullende regels tunnelveiligheid Tegengaan van veel voorkomende criminaliteit Veilig onderhoud gebouwen Inzicht in de kwaliteit van de binnenlucht Elektronische communicatie Technische bouwsystemen
1 1 1 1 3
3 3 3 3 3
3 3 3 2 3
3 3 3 3 3
3 3 3 3 3
3
2
2
2
3 3 3 3 3
3 3 3 3 3
2
2
3
3 2
3 3
1
2 3 3 2 2 1 3
2 2 3 2 2 1 2
3 3 3 3 3 1 3
4.4. 4.4.1. 4.4.2. 4.4.3. 4.4.4.
3 3 3
3 3
4.5. 4.5.1. 4.5.2. 4.5.3. 4.5.4. 4.5.5. 4.5.6. 4.5.7.
2 2 2 2 2 2 2
2 2 2 2 2 2 2
2 2 2 2 2 2 2
4.6 4.6.1. 4.6.2. 4.6.3.
2 2 2
3 3 2
4.7 4.7.1. 4.7.2. 4.7.3. 4.7.4. 4.7.5. 4.7.6. 4.7.7. 4.7.8. 4.7.9. 4.7.10. 4.7.11. 4.7.12. 4.7.13. 4.7.14.
1 2 2 2 2 2 2 2
5
3 3 3
3 3 3 3
3 3 3 3 3
3 3 3 3 3
3 3 3 3 3
1
3 3
2 2
1
1
1
2
2
2 2 2
2 2 2
3 3 3
2 2 2
2 1
2 2 2
2 2 1
2 2 2
2 2 2
2 1
1 1 2
1 1 2
1 1 2
1
1
1
2 1 2
2 1
3
3
3
3
3
3
3
3
3 2
3 2
3 2
3 2
3 2
2 2
2 2
3 2
3 3 3 2
3 2 2
3 3 2
2 3 2
2 2 2
3 3 2
2 2 2
2 2 2
2 2 2 3 3 3 2 3
2 2 2 3 2 2 2 2
2 2 2 2 3 3 3 3
2 2 2 2 2 3 2 3
2 2 2 2 3 3 3 3
3 2 2 2 3 3 3 3
2 2 2 2 2 3 2 3
2 2 2 2
2 2 2 2
3 2 2
2
2 2
2
2
2
2
2
2
1 1
2 2
2 2
2 2
2 2
2 2
2 2
4
4
4
4
4
4
4
3 3 3 3 3
3 3 3 3 3
3 3 3 3 3
2 2
3 3
2 2 2
2
3
2
2 2 ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026 2
50
3 3 3 3 3
2 3 2 2 1 2 3
2 2 2
1
1
1
1
2 2 3 2 2 1 2
2 2 2
2 2 2
1
1
2
1
2 1
2 1
1
1
3
3
3
3
3 2
3 2
3 2
3 2
3 2
2 2
2 2 2
2 2 2
3 3 2
2 2 2
2 2 2
3 2 2
2 2 2 2 2 3 2 3
2 2 2 2 2 3 2 3
2 2 2 2 3 3 3 3
2 2 2 2 4 3 2 3
2 2 2 2 2 3 2 3
2 2 2 2 2 3 2 3
2 2 2 2 2 3 2 3
2 2 2 2 2 3 2 3
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2 2
1 1
1 1
1 1
2 2
2 2
2 3 2 2
2 2
2 2
1 1
1 1
4
3
4
4
4
4
4
4
4
4
4
1
1
1
1
3 2 2 2
2 2 2 2
3 3 3 3
3 2 3
4
4
Verbouw en verplaatsing van een bouwwerk en wijziging van een gebruiksfunctie Hoofdstuk 5 geeft de toetsniveaus aan voor verbouw. Voor de toets verwijzen de artikelen in hoofdstuk 5 naar de artikelen in hoofdstuk 4. Daardoor volstaat het om de toetsniveaus in deze tabel voor hoofdstuk 4 uit te werken.
Omgevingswet 4.7
Gelijkwaardige maatregel