VTH uitvoeringsprogramma omgevingsdienst 2026
Tekst van het document
2
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
Inhoudsopgave SAMENVATTING
3
1. INLEIDING
5
2. RANDVOORWAARDEN EN ONTWIKKELINGEN
7
3. VAN BELEID NAAR UITVOERINGSPROGRAMMA
10
4. AANDACHTSPUNTEN MILIEU
13
5. AANDACHTSPUNTEN BRIKS
24
6. REGULIERE TAKEN
28
7. ONDERMIJNING EN KETENTOEZICHT
40
8. MAATWERK EN PROJECTEN
43
BIJLAGEN
46
3
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
Samenvatting
4
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
De ODRN (Omgevingsdienst Regio Nijmegen) voert voor zes gemeenten taken uit voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op het gebied van milieu en voor drie gemeenten op het gebied van bouw (ofwel BRIKS (bouwen, reclame, inritten, kappen, slopen)). De ODRN staat voor een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving en speelt hierin al jaren een belangrijke rol met positieve impact. Er is in toenemende mate behoefte om meer regionale focus aan de brengen om de impact van de dienstverlening te vergroten. Dit uitvoeringsprogramma (UP) levert een belangrijke bijdrage aan het vervullen van deze behoefte. Er is nu bewust gekozen voor een tweejarig uitvoeringsprogramma. Dit maakt het mogelijk de juiste verdieping aan te brengen in weloverwogen regionale keuzes. Het opgestelde VTH-beleid loopt t/m 2026. Dit betekent dat in 2026 gestart moet worden met het actualiseren van het VTHbeleid en het uitvoeringsprogramma. De ODRN ontwikkelt zich in lijn met de snelle veranderingen die er in de fysieke leefomgeving plaatsvinden en de uitdagingen die deze veranderingen bieden. We kijken continue hoe we de dienstverlening hier het beste op kunnen aanpassen. Zo investeren we veel in opleidingen, kennisontwikkeling en innovatie. Adviestaken worden een steeds belangrijker onderdeel van het dienstverleningspalet.
Belangrijk is dat we realiseren dat het VTHuitvoeringsprogramma een centrale plaats inneemt in de BIG 8 cyclus. Deze cyclus maakt vanuit een strategisch kader (het beleid) de vertaling naar operationeel beleid, ten behoeve van kwaliteitsborging, samen met een sluitende planning- en controlcyclus. Jaarlijks vindt er een evaluatie plaats waaruit blijkt of het VTH-uitvoeringsprogramma of eventueel het VTH-beleid bijgesteld moet worden. Dit betekent dat strategie en uitvoering geen statisch geheel zijn, maar meebewegen met nieuwe inzichten en de actualiteit. We hebben regionale focus aangebracht door samen met de gemeenten aandachtspunten te bepalen, waar we de komende twee jaar aan gaan werken. In een aantal gevallen wordt hier invulling aan gegeven door middel van projecten of
maatwerkopdrachten, maar tijdens het uitvoeren van onze reguliere taken houden we hier ook de focus op. Voor milieu gaan we aan de slag met: • • • • • • • •
Inventariseren van (p) ZZS- emissies – potentieel zeer zorgwekkende stoffen; Inventariseren milieubelastende activiteiten (MBA's) binnen bedrijven; Indirecte lozingen; Actuele vergunningdossiers veehouderijen; Schone lucht (SL); Circulaire economie (CE); Uitvoeren Omgevingsplan; Uitwerking aanbevelingen OvV-rapport.
Voor BRIKS werken we aan de volgende aandachtspunten: • • •
Bestaande bouw; Vrije veld toezicht; Klimaat en energietransitie.
Bij onze reguliere taakuitvoering (de verplichte basistaken en verzoektaken) hanteren we prioriteiten en uitgangspunten uit het VTH-beleid en passen de daarin beschreven aanpak toe. Reguliere taken vallen uiteen in diverse basistaken die uitgebreid omschreven worden in dit document, inclusief het aantal uren. Ondermijning en ketentoezicht zijn belangrijke thema’s voor de partnergemeenten. Deze onderwerpen worden op een andere manier georganiseerd, maar de ODRN heeft hierin wel een belangrijke rol. Daarom worden deze twee onderwerpen in het uitvoeringsprogramma genoemd en wordt bondig toegelicht waar deze onderwerpen de jaren 2025 en 2026 op inzetten. Het opgestelde uitvoeringsprogramma dient als basis voor de begroting 2026. De definitieve begroting voor 2026 wordt, indien de fusie doorgang vindt, vastgesteld door de nieuwe gefuseerde organisatie. Deze advieslijst is dus een momentopname ( 1 november 2025). Het opgestelde en aan het eind van het jaar geactualiseerde UP leidt uiteindelijk, na totstandkoming en vaststelling van de werkplannen, tot een bijstelling van de primitieve begroting.
5
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
1. Inleiding
6
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
Achtergrond De regio Nijmegen werkt aan een bewoonbare, duurzame, veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Deze wordt gevormd door alles wat je ziet, voelt en ruikt. Ter bescherming, maar ook ter benutting ervan, bestaan regels: het omgevingsrecht. Dit zijn regels op het gebied van ruimte, bouwen, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. In opdracht van de gemeenten in de regio Nijmegen heeft de ODRN als taak zorg te dragen voor de uitvoering en handhaving van een groot aantal van deze regels. Wij voeren als Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) namens de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Nijmegen en Wijchen milieutaken uit en voor de gemeenten Berg en Dal, Beuningen en Heumen ook de BRIKS (Bouwen, Reclame, Inrit, Kappen en Slopen) -taken. Binnen het omgevingsrecht voeren we de regie over de vergunningverlening, houden we toezicht op de naleving van wet- en regelgeving en treden we handhavend op bij overtredingen. Ook adviseren we op inhoudelijke milieuthema’s en vraagstukken rondom ruimtelijke ordening en beleid. Ter uitvoering van het VTH-beleid hebben we in 2025 voor het eerst een inhoudelijke VTH-opdracht voor de hele regio in gebruik genomen in de vorm van een uitvoeringsprogramma. Dit is ontstaan uit de behoefte om afstemming te bevorderen over onze regionale doelstellingen en hierop inhoudelijk te gaan sturen.
De versie die nu voor u ligt is dit uitvoeringsprogramma, maar dan een geactualiseerde versie voor toepassing in 2026.
Totstandkomingsproces Het eerste uitvoeringsprogramma is in overleg met vertegenwoordigers van onze zes regiogemeenten tot stand gekomen. Een projectteam, met de ODRN en de gemeenten als deelnemers, heeft intensief samengewerkt om dit uitvoeringsprogramma te realiseren. We zijn gestart met een verkennende gespreksronde, het bestuderen van de Coalitieakkoorden en het opgestelde VTH-beleid. Vervolgens hebben we een voorstel uitgewerkt dat in een aantal ronden is
geconcretiseerd tot een finale versie. Deze versie is uiteindelijk in een finale commentaarronde voorgelegd aan het Algemeen Bestuur en de gemeenten.
Herziening De versie die u nu leest is een herziene versie van het UP. In de tweede helft van 2025 is het UP en de voortgang op de inhoudelijke aandachtspunten uit hoofdstuk 4 en 5 met de partners en betrokken projectleiders geëvalueerd. Aan de hand van deze evaluaties zijn er op enkele plaatsen in dit document wijzigingen of accentverschuivingen aangebracht. Deze sluiten beter aan bij de wensen en ontwikkelingen die we in de loop van 2025 hebben kunnen waarnemen.
Leeswijzer In hoofdstuk 2 schetsen we een aantal belangrijke randvoorwaarden en ontwikkelingen die samenhangen met onze taakuitvoering. In hoofdstuk 3 leggen we de relatie tussen het regionale VTH-beleid en het uitvoeringsprogramma. In hoofdstuk 4 worden de acht aandachtspunten op het gebied van milieu behandeld, waar wij samen met gemeenten meer zorg voor willen dragen. In hoofdstuk 5 volgen de drie aandachtspunten voor de BRIKS-gemeenten. In hoofdstuk 6 geven we aan welke activiteiten we bij onze reguliere VTH-taak verrichten en hoeveel capaciteit we daarop inzetten. In hoofdstuk 7 besteden we aandacht aan ondermijning en ketentoezicht. Hoofdstuk 8 bevat de maatwerkopdrachten en projecten, vallend buiten de reguliere taakuitvoering. De concrete werkplanning voor alle betrokken organisatieonderdelen wordt opgeleverd in een aangepast werkplan dat in het najaar van 2024 gereed is. In bijlage 1, die als separate bijlage is bijgevoegd, staat in de advieslijst een overzicht van alle werkzaamheden en de benodigde uren . Bijlage 2 geeft toelichting op het toetsprotocol Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
7
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
2. Randvoorwaarden en ontwikkelingen We streven ernaar om de gemeenten steeds beter van dienst te zijn door te zorgen voor kwalitatief hoogwaardige producten, maatwerk advies en duidelijke communicatie. We hebben heldere uitgangspunten bij de uitvoering van onze taken, maar we werken tegelijkertijd aan een verdere ontwikkeling van onze organisatie. Innovatie en opleidingsniveau van medewerkers spelen daarin een cruciale rol.
8
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
2.1. Uitgangspunten bij uitvoering Bij de uitvoering van de VTH-taken hanteren we de volgende uitgangspunten: Handelen naar bedoeling We doen wat nodig is, maar laten wat kan aan de maatschappij. Daarom handelen we naar de bedoeling achter de regel, wanneer dit mogelijk is zonder onacceptabele risico’s te lopen. Verantwoordelijkheid en vertrouwen We gaan uit van een eigen verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven in het naleven van het omgevingsrecht. We werken daarom vanuit vertrouwen met hen samen. We stimuleren hun bewustzijn over deze verantwoordelijkheid via voorlichting en in het meedenken.
Integraal en duidelijk We kijken integraal en samen met onze partners naar alle betrokken belangen. We creëren daarmee overzicht en duidelijkheid voor inwoners en bedrijven. We geven duidelijke antwoorden en als dat niet mogelijk is geven we aan waar men het antwoord wel kan vinden. Preventief en proactief We vinden voorkomen beter dan genezen. Daarom heeft preventie onze voorkeur boven controleren, maar pakken we door als er toch een overtreding is. Informatiegestuurd en risicogericht We kunnen niet overal tegelijk zijn. Om deze reden is onze inzet data-gestuurd, zodat de grootste risico’s aangepakt kunnen worden en de prioriteiten die in beleid en uitvoeringsplan zijn gesteld worden uitgevoerd.
2.2. Communicatie Communicatie is een belangrijk instrument om te verbinden met inwoners en bedrijven. Naast de algemene informatievoorziening via klantcontactcentra, de website en folders, richten we ons ook zoveel mogelijk proactief tot inwoners en bedrijven. We doen dit door benaderbaar te zijn en overleg vooraf aan een initiatief te stimuleren. Zo hebben we de mogelijkheid om inwoners en bedrijven vooraf goed te informeren over procedure(eisen). Dit zorgt voor meer volledige aanvragen en meldingen en daarnaast ook voor kortere doorlooptijden.
Ook zorgen we via persoonlijk contact ervoor dat een initiatiefnemer na vergunningverlening milieu begrijpt welke voorwaarden er gelden en waarom. Uiteindelijk mogen betrokkenen niet verrast worden door het besluit dat over een initiatief wordt genomen. Dat betekent dat we ook tijdens procedures actief informatie blijven delen over de procedurestatus, de afwegingen die we maken en de verwachtingen.
Afspraak is afspraak We zijn betrouwbaar, bieden rechtszekerheid en zijn duidelijk over wat van ons verwacht mag worden. Daarom is afspraak bij ons afspraak. Omgekeerd verwachten we dit ook van inwoners en bedrijven. Benaderbaar en transparant We zijn zichtbaar en bereikbaar voor onze inwoners en bedrijven. We handelen deskundig, transparant en duidelijk. Zo is onze communicatie eenduidig en begrijpen onze inwoners en bedrijven wat concreet van hen verwacht wordt. Vlot en gelijk We doorlopen procedures op eenzelfde wijze en binnen de daarvoor gestelde termijnen. We bewaken daarbij een gelijke behandeling.
9
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
2.3. Verdere ontwikkeling ODRN-organisatie De realisatie van een regionaal VTH-uitvoeringsprogramma sluit goed aan bij de ambities van de doorontwikkeling van de ODRN. Sterk partnerschap, focus op resultaat, maatschappelijke impact en integrale samenwerking komen tot uitdrukking in dit eerste regionale uitvoeringsprogramma. Het uitvoeringsprogramma is een belangrijk onderdeel van de regionale beleidscyclus waarin zowel de gemeenten als de ODRN een belangrijke rol hebben.
Fusie In december zullen de deelnemende gemeenten van de ODRN een besluit nemen over een fusie met de Omgevingsdienst Regio Arnhem. Indien zij zo besluiten, zullen de beide omgevingsdiensten per 1 januari 2026 juridisch gefuseerd zijn tot één nieuwe dienst: de Omgevingsdienst Groene Metropool. De afspraken die de deelnemers van de ODRN in dit UP met elkaar vaststellen, zullen in zo’n geval overeind blijven en worden meegenomen in de werkzaamheden die de nieuw op te richten omgevingsdienst zou gaan uitvoeren.
2.4. Innovatie en opleiding Het innovatiebudget is 1% van onze omzet. Dit budget is zeer belangrijk om onze organisatie verder te ontwikkelen en toegevoegde waarde te blijven genereren voor gemeenten, bedrijven en inwoners. In 2026 zal dit budget besteed worden aan onder andere: Outcome-gericht werken en het ontwikkelen van AI-hulpmiddelen en tools. Opleidingen voor onze medewerkers worden betaald vanuit het opleidingsbudget, dat gefinancierd wordt vanuit het opslagpercentage van 25% voor indirect productieve uren. Vanuit dit uitvoeringsprogramma ontstaat er een opleidingsbehoefte rondom een aantal onderwerpen; • • •
(p)ZZS (potentieel Zeer Zorgwekkende stoffen) – fysieke controles; Circulaire Economie (CE) - basiskennis verder ontwikkelen en verdieping op thema's; Uitvoeren omgevingsplan - basiscursus afgerond, verdere verdieping nodig op thema's;
Bovenstaande behoefte wordt meegenomen in het opleidingsplan 2026.
10
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
3. Van beleid naar uitvoeringsprogramma
11
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
3.1. De relatie tussen beleid en uitvoeringsprogramma Wat we met het uitvoeren van deze VTH-taken beogen, wat we daarbij belangrijk vinden, hoe we onze taken uitvoeren en welke keuzes we daarin maken, hebben we samen met onze regiopartners vastgelegd in het VTH-beleid Regio Nijmegen 2023/2026. In de uitvoering van dit VTH-beleid zijn wij een belangrijke partner. In deze opdracht vertalen we de meerjarige strategische doelstellingen en prioriteiten uit het VTH-beleid naar concrete aandachtspunten. Naast de risicobeoordeling uit het VTH-beleid, hebben de colleges ook bepaalde bestuurlijke prioriteiten en wordt er ook in de uitvoering kennis opgedaan over verschillende actuele onderwerpen en ontwikkelingen. Deze drie punten wegen we mee bij het kiezen van de meerjarige aandachtspunten. Op deze aandachtspunten zetten we extra in. We formuleren dan ook wat we willen bereiken en welke reguliere taken, projecten of maatwerkopdrachten daaraan bijdragen. In het uitvoeringsplan maken we onderscheid tussen reguliere taken, maatwerkopdrachten en projecten: •
•
•
Reguliere taken zijn onze “going concern” werkzaamheden. Dit zijn de verplichte basistaken, zoals het behandelen van aanvragen en het doen van toezicht en handhaving. Het betreft ook verzoektaken, zoals advisering rondom beleidsvraagstukken. Het grootste deel van ons werk valt hieronder. Maatwerkopdrachten zijn opdrachten voor één of meerdere gemeenten op onderwerpen waar een gemeente een accent wil leggen. Bijvoorbeeld een versnelling, een extra taak of extra diepgang. Het zijn meestal voortdurende opdrachten voor meerdere jaren die geen vastomlijnd einddoel hebben. Projecten zijn opdrachten met een unieke status voor één of meerdere gemeenten met een duidelijk einddoel.
Projecten kunnen een doorlooptijd van één of meerdere jaren hebben. Reguliere taken zorgen er samen met maatwerkopdrachten en projecten voor dat risico’s voldoende worden beheerst. Jaarlijks kijken we of herijking nodig is naar aanleiding van ontwikkelingen. De diepgang van het beoordelen van vergunningsaanvragen, de frequentie en aard van toezicht en de wijze van handhaven, vinden plaats binnen de wettelijke kaders, landelijke afspraken en zijn in lijn met het VTH-beleid. We gaan reguliere taken harmoniseren richting een regionale aanpak. Dit betekent dat toets- en toezichtprotocollen en werkwijzen gelijk worden voor de 6 gemeenten. De vertaling van deze opdracht naar producten, capaciteit en financiën, staat in ons werkplan. Deze inhoudelijke VTH-opdracht met bijbehorend werkplan, wordt door het college van burgemeesters en wethouders van elke regiogemeente vastgesteld en ter kennisname voorgelegd aan de raden. De provincie Gelderland heeft een eigen Uitvoerings- en Handhavingsstrategie en uitvoeringsprogramma. Overigens werken we in opdracht van de provincie Gelderland op een aantal opgaven die in dit plan zijn opgenomen. Uitvoering daarvan vindt gezamenlijk plaats en stemmen we op elkaar af.
12
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
3.2. Positionering van het uitvoeringsprogramma Het is belangrijk dat strategie en uitvoering goed op elkaar zijn afgestemd. Dit zorgt ervoor dat bestuurlijke doelstellingen worden vertaald in een VTH-beleid en dat dit beleid landt in een uitvoeringsprogramma (UP) waar alle partijen (gemeenten en ODRN) zich in herkennen. Vervolgens is het belangrijk dat de praktische ervaring vanuit de uitvoering terugvertaald wordt naar beleid. Dit gebeurt door een jaarlijkse evaluatie waaruit blijkt of het VTH-uitvoeringsprogramma of eventueel het beleid bijgesteld moet worden. Dit betekent dat strategie en uitvoering geen statisch geheel zijn, maar meebewegen met nieuwe inzichten en de actualiteit. Hiernaast is de regionale beleidscyclus afgebeeld, ofwel de BIG8. Beleid en uitvoering zijn hier op één lijn geplaatst om aan te geven dat beleid en uitvoering even belangrijk zijn.
3.3. Monitoring We hebben de ambitie om de impact in de zin van publieke waarde van onze werkzaamheden op de realisatie van de beleidsopgaven inzichtelijk te maken. Uit de monitoring volgt essentiële informatie voor de evaluatie van beleidsdoelen, die weer input geeft voor de visievorming en strategiebepaling voor een volgende periode. In hoofdstuk 4 en 5 beschrijven we aandachtspunten voor milieu en BRIKS. De impact die we
maken met deze aandachtspunten gaan we monitoren. We willen groeien van een output gestuurde monitoring naar een combinatie van output en outcome gestuurde monitoring, waarbij we steeds beter in staat zijn om de impact op de omgeving te meten. Dit is een proces waar we in dit uitvoeringsprogramma een aanvang mee maken, maar wat de komende jaren steeds verder verfijnd moet worden. Onze afdeling bedrijfsvoering zal
hier ook een belangrijke rol gaan vervullen om te bepalen hoe we deze monitoring kunnen automatiseren en borgen in onze organisatie.
13
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
4. Aandachtspunten milieu We onderscheiden zeven aandachtspunten op het gebied van milieu waar we met onze VTH-inzet een substantiële bijdrage gaan leveren. In de volgende paragrafen lichten we deze aandachtspunten verder toe.
14
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
4.1. Inventarisatie (p)ZZS-emissie potentieel zeer zorgwekkende stoffen Waarom is dit een aandachtspunt? Een zeer zorgwekkende stof is een stof die gevaarlijk is voor mens en milieu, omdat deze ziektes kan veroorzaken, onze genen kan beschadigen, schadelijk kan zijn voor het nageslacht of zich in de voedselketen kan ophopen. Het is dus belangrijk om de verspreiding van deze stoffen in onze leefomgeving te voorkomen. Op dit moment hebben we onvoldoende inzicht in welke bedrijven (p)ZZS gebruiken en emitteren. Om het gebruik en de uitstoot in beeld te krijgen (en uiteindelijk te minimaliseren) is inventarisatie van de relevante bedrijven noodzakelijk. Dit aandachtspunt sluit goed aan bij het beleidsplan. Hier krijgen onderwerpen zoals gezondheidsbescherming, bodem, luchtkwaliteit en water een hoge prioriteit.
Wat wordt er momenteel al gedaan? In 2024 is een dergelijk project gestart voor de gemeente Nijmegen. De opgedane ervaringen uit dat project worden meegenomen bij de aanpak van dit aandachtspunt in 2025 en 2026.
Wat is de scope? • •
Alle bedrijven die (p)ZZS emitteren in de regio Nijmegen. Alle stoffen die aan de ZZS-criteria voldoen of de potentie hebben daaraan te voldoen.
De bedrijven waar het grootste risico op (p)ZZS aanwezig is, krijgen prioriteit in 2025 en 2026. Door middel van een gezamenlijke risicobenadering, maken we een selectie van de branches (dus bedrijven) waar mogelijk (p)ZZS wordt gebruikt. Deze bedrijven worden benaderd om informatie over de soort stoffen de zij gebruiken te overleggen (d.m.v. veiligheidsinformatiebladen).
Wat is het doel? •
•
Eind 2026 hebben we een volledig en actueel overzicht van de belangrijkste bronnen van verspreiding van zeer zorgwekkende stoffen naar de leefomgeving binnen ons werkgebied op dat moment. Eind 2028 hebben we bij al deze bronnen maatregelen getroffen om de verspreiding van ZZS zoveel mogelijk te vermijden en als dat niet lukt, deze terug te dringen.
medewerkers te vergroten. Binnen het opleidingsbudget en het programma kennis en innovatie worden hier de benodigde middelen voor gereserveerd. Binnen de reguliere taakuitvoering intensiveren we op het thema (p)ZZS als volgt: •
Vergunningverlening o Extra aandacht of diepgang voor het gebruik en de emissie van (p)ZZS bij het toetsen van vergunningen en meldingen. o Zo nodig actualiseren van vergunningen op de emissie van (p)ZZS of het opleggen van maatwerkvoorschriften. o Vragen van een eindsituatieonderzoek van de bodem bij (gedeeltelijke) bedrijfsbeëindiging die (p)ZZS hebben gebruikt. o Extra rekening houden met (p)ZZS bij BBK-meldingen (toepassen grond, baggerspecie en bouwstoffen).
•
Toezicht en Handhaving o Controleren of er onbekende milieubelastende activiteiten met (p)ZZS plaatsvinden bij bedrijven in de regio Nijmegen. o Onderzoek doen naar de emissies van (p)ZZS van de meest relevante milieubelastende activiteiten bij bedrijven in de regio Nijmegen. o Vaker metingen uitvoeren om de emissiegrenswaarden van (p)ZZS te controleren. o Ketentoezicht inzetten om een beter beeld te krijgen van (p)ZZS in de afvalketen. o Aandacht besteden aan de mogelijke aanwezigheid van (p)ZZS. Hiertoe vragen we eerder en vaker productinformatiebladen op en beoordelen deze op de aanwezigheid van (p)ZZS. o Toezicht houden op het tijdig indienen van vermijdings-en reductieprogramma's voor milieubelastende activiteiten waarvoor dit verplicht is
Hoe gaan we dit bereiken? Om dit te bereiken kiezen we de komende jaren voor een projectaanpak gecombineerd met een intensivering op het thema (p)ZZS binnen de reguliere taakuitvoering. We starten een project om de volgende werkzaamheden te kunnen uitvoeren: • • • •
•
We maken een risico inschatting met als resultaat een lijst van bedrijven per gemeente met de hoogste risico's ten aanzien van de emissie van (p)ZZS. We ontwikkelen een systeem waarmee we medewerkers ondersteunen bij het uitvoeren van deze taak en waarmee we de voortgang kunnen monitoren. Van de bedrijven met een hoog risicoprofiel worden in 2025 en 2026 de product informatiebladen geanalyseerd op de aanwezigheid van (p)ZZS. Door voorlichting en advies stimuleren we bedrijven om uitstoot en lozing van (p)ZZS in de lucht, bodem, het afvalwater en via afval(verwerking) te vermijden en als dat niet mogelijk blijkt, te minimaliseren. We ontwikkelen een emissieregistratiesysteem waarin we de uitstoot of milieubelasting van een bedrijf op een uniforme en toegankelijke wijze vastleggen.
Om in deze omvang op een juiste wijze invulling te kunnen geven is een extra impuls nodig om de kennis van (p)ZZS bij
15
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
o
en erop toezien dat bedrijven de daarin opgenomen maatregelen tijdig en juist treffen. Onderzoek doen naar de juistheid en volledigheid van de aangeleverde gegevens vanuit de ZZS inventarisatie bij de bedrijven waarbij we afwijkingen verwachten.
Wat gaan we monitoren? • • • •
Een actueel overzicht van bedrijven die (p)ZZS gebruiken, emitteren en lozen en om welke (p)ZZS het gaat. Het aantal uitgevoerde (inventariserende) controles naar gebruik (p)ZZS. Het aantal bedrijven dat door ons is geïnformeerd over regels, mogelijkheden en geleerde lessen met betrekking tot (p)ZZS. Het aantal bedrijven dat in hun acceptatie en verwerkingsbeleid de voorschriften op afvalstoffen doorgevoerd heeft.
Het is nu nog lastig om de echte impact te meten (emissies), omdat we in eerste instantie door het project kennis delen, inventariseren (inzichtelijk krijgen welke branche vooral gebruik maakt van (p)ZZS) en data verzamelen (het koppelen aan het bedrijf in het systeem Open Wave). Door regulier toezicht is het uiteindelijke doel om (p)ZZS te reduceren en totaal te weren. Het daadwerkelijk meten van emissies is een volgende stap die mogelijk in 2027 gezet kan worden.
Om inzichtelijk te kunnen maken wat de effecten van dit project uiteindelijk geweest zijn, zou het onderzoek het beste herhaald kunnen worden over enkele jaren. Het verschil in resultaten van de inventarisaties zou enige inzage geven in de effecten van ons werk. Maar met het oog op de verbonden kosten, is de vraag of dit wenselijk te achten is.
16
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
4.2. Inventarisatie milieubelastende activiteiten (MBA’s) binnen bedrijven Waarom is dit een aandachtspunt? Bij het uitvoeren van de VTH-taken richten we ons van oudsher vooral op activiteiten die bekend zijn bij de ODRN, doordat deze door de initiatiefnemer worden gemeld of zijn aangevraagd. Het komt helaas ook regelmatig voor dat milieubelastende activiteiten niet worden gemeld of aangevraagd. Hierdoor onttrekken deze activiteiten zich aan ons toezicht, met alle mogelijke nadelige gevolgen van dien. Dit aandachtspunt sluit goed aan bij het beleidsplan. Hier krijgen onderwerpen, zoals strijdig bedrijfsmatig gebruik en strijdig gebruik agrarische opstallen, een hoge prioriteit.
•
We starten een project om de volgende werkzaamheden uit te kunnen voeren. • •
•
Wat is de scope? •
• •
Bedrijventerreinen, concentratiegebieden met bedrijven en bedrijven in het buitengebied. Hier is het van belang om duidelijk in beeld brengen welke milieubelastende activiteiten er binnen een bedrijf van toepassing zijn. Bij de ODRN onbekende bedrijven toetsen op de milieubelastende activiteit, zodat ook zij een reguliere controle krijgen en aan de regelgeving moeten voldoen. We richten ons alleen op de meest relevante milieubelastende activiteiten. Welke dat zijn, stellen we nog vast.
Wat is het doel? •
We willen eind 2026 een actueel en volledig beeld hebben van de belangrijkste relevante milieubelastende activiteiten in het werkgebied van de ODRN.
•
Hoe gaan we dit bereiken?
Wat wordt er momenteel al gedaan? In het verleden zijn gevelcontroles in alle gemeenten uitgevoerd en in 2024 voerden wij een inventarisatie uit naar alle relevante milieubelastende activiteiten op twee bedrijventerrein in Nijmegen.
We willen vanaf 2027 actief beheer gaan uitvoeren op relevante milieubelastende activiteiten zodat we altijd een actueel en volledig beeld hebben.
We maken een lijst met alle voor ons relevante milieubelastende activiteiten. In 2025 en 2026 zorgen we via een inhaalslag voor een volledig en actueel beeld van de belangrijkste relevante milieubelastende activiteiten in het werkgebied van de ODRN. We ontwikkelen een werkwijze om het bestand met relevante milieubelastende activiteiten actief te beheren vanaf 2027. Het doel is ook om daarin verder te gaan door niet alleen in beeld te krijgen waar en welke activiteiten worden uitgevoerd, maar ook door informatie over de activiteit te verzamelen die van belang is voor het uitvoeren van onze taken. Deze informatie kunnen wij dan ook delen met partners op het gebied van bijvoorbeeld ondermijning, externe veiligheid en lokale maatwerkvoorschriften.
Locaties waarbij er vanuit het onderwerp ondermijning een reden is om ze verder te onderzoeken, worden aan het team Ondermijning doorgegeven. Dit aandachtspunt heeft de volgende consequenties voor de reguliere taakuitvoering: •
Eind 2026 willen we dat voor alle relevante onbekende milieubelastende activiteiten van de onderzochte terreinen een vergunning is aangevraagd, een melding is ingediend of dat deze zijn gestopt. Nieuwe bedrijven die een melding moeten indienen of een vergunning moeten aanvragen,
worden daarop aangeschreven. Dit is regulier werk. Vanuit het project zorgen we voor een fasering om pieken in de werkbelasting te voorkomen. Door een combinatie van voorlichting, advies, toezicht en handhaving en het slim gebruik maken en combineren van bestaande informatie, willen we ervoor zorgen dat we beter en blijvend zicht hebben op alle relevante milieubelastende activiteiten in het werkgebied van de ODRN en pakken we freeriders (organisaties die moedwillig en bewust geen meldingen hebben ingediend of vergunningen hebben aangevraagd) aan. We richten ons daarbij ook op de voorkant om het aantal niet vooraf gemelde milieubelastende activiteiten te voorkomen. Dit doen we door zowel bedrijven als collega’s bij gemeenten hierover te adviseren en informeren.
De nieuwe bedrijven die een melding moeten indienen of een vergunning moeten aanvragen, worden daarop aangeschreven. Dat wordt gedurende het project gefaseerd gedaan.
Wat gaan we monitoren? • • • • •
Het projectresultaat, te weten het aantal en soort geconstateerde onbekende (milieubelastende) activiteiten; Correct vastgelegde MBA's en de mutaties in Open Wave; De reden of oorzaak waardoor bedrijven MBA’s niet melden, met name of dit komt door onduidelijke (lokale) regels of het eigen gedrag; Aantal gelegaliseerde en beëindigde onbekende (milieubelastende) activiteiten. We gaan o.a. vastleggen; wijziging naam, aantal MBA's (nieuw en gestopt); Het aantal gevallen waarin gevolg wordt gegeven aan de ingezette handhavingsprocedure en de noodzaak tot hercontroles.
17
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
4.3. Indirecte lozingen Waarom is dit een aandachtspunt? De kwaliteit van de oppervlaktewateren in Nederland staat onder druk. Conform Europese wetgeving dient de kwaliteit van de oppervlaktewateren in 2027 te voldoen aan de doelen van de Kader Richtlijn Water (KRW), en die beoogde kwaliteit is nog lang niet in zicht. De minimumeis van de KRW is om verdere achteruitgang van de toestand van de wateren te voorkomen (standstill-beginsel). Indirecte lozingen hebben hier invloed op. Een indirecte lozing is een lozing op een oppervlaktewater via een werk van een derde. Zo'n werk van een derde kan bijvoorbeeld een bedrijfsriolering, afwateringsstelsel of zuiveringtechnisch werk zijn. Voor verbetering van de waterkwaliteit is daarom het aanpakken bij de bron cruciaal. Wat niet in de riolering geloosd wordt, komt immers ook niet in het oppervlaktewater terecht. Er is overlap met het aandachtspunt (p)ZSS. Daarin worden ook acties benoemd die gaan over (p)ZZS in het afvalwater. De Kaderrichtlijn Water bevat een aanpak die echter meer stoffen behelst en is daarom als apart aandachtspunt opgenomen. Dit aandachtspunt sluit goed aan bij het beleidsplan.
Wat wordt er momenteel al gedaan? We behandelen vergunningaanvragen en bedrijven moeten zich melden met hun activiteiten. Wij beoordelen het aspect en hebben indien nodig overleg met de Waterschappen. Wij
toetsen of een lozing toelaatbaar is en kijken hierbij naar kwaliteit en kwantiteit. Ook houden we toezicht op lozingen.
Wat is de scope? •
• •
We richten ons op alle bedrijven met indirecte lozingen op het riool, waarbij de nadruk ligt op de bedrijven met risico’s voor de waterkwaliteit of werking van het riool. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om horeca, bedrijven waar proceswater vrij komt, mestverwerking, voedingsmiddelenbedrijven en laboratoria. Het gaat hierbij om de bedrijven waarvan de gemeente het bevoegd gezag is. Lozingen op het oppervlaktewater vallen buiten de scope.
•
•
Wat is het doel? In de eerste plaats in beeld krijgen welke stoffen op welke plekken een probleem vormen in het halen van de KRW-doelen. Maar vervolgens ook het voorkomen of verminderen van indirecte lozingen die een ongewenst effect en hebben op de werking van het riool en het behalen van de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water.
Wat gaan we monitoren? •
Hoe gaan we dit bereiken? • •
We beoordelen relevante milieuaanvragen (diepgaand) op indirecte lozingen. We voeren actualisatietoetsen uit en actualiseren indien nodig vergunningen. We richten ons op de bedrijven met de grootste risico’s. Hierin toetsen we het aspect indirecte
lozingen aan de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water. Uit deze toetsen blijkt welke vergunningen moeten worden geactualiseerd. Bedrijven die voedsel bereiden (of produceren) moeten vetafscheiders hebben die voldoen aan normen. Daarbij hoort ook goed onderhoud. Onvoldoende kennis van de werking en het onderhoud van vetafscheiders bij de bedrijven kan zorgen voor problemen. Om dat te bevorderen, gaan wij daar nog meer aandacht aan besteden. We denken na over hoe we kunnen handhaven bij meldingsplichtige bedrijven. (De provincie Gelderland is een programma aan het opstellen voor het voldoen aan de KRW-doelstelling voor gemeentelijke bedrijven die indirect lozen. Dit is eind 2025 klaar. Dan pas kan beoordeeld worden hoe we indirecte lozingen ten aanzien van KRW voor meldings- en informatieplichtige bedrijven oppakken.)
•
De actualiteit van de bedrijven met de grootste risico’s in het vergunningenbestand. In het zaaksysteem wordt van alle vergunningplichtige bedrijven milieu bijgehouden of de vergunning actueel is en wanneer de volgende actualisatietoets nodig is. Het aantal uitgevoerde controles, met als onderdeel indirecte lozingen. Hier zien we onder andere wat er is aangetroffen en wat de acties waren.
18
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
4.4. Actuele vergunningendossiers veehouderijen Waarom is dit een aandachtspunt? Bij veehouderijen is sprake van emissies van ammoniak, fijnstof en andere stoffen. Het is van belang om een actueel en correct vergunningenbestand te hebben. Niet alleen om een goede toetsing en goede controles uit te kunnen voeren, maar het is ook essentieel voor goed beleid. We willen een goed bedrijvenbestand met de actuele stand van zaken met betrekking tot de vergunde rechten. Met een goed bedrijfsbestand kunnen effecten beter in beeld worden gebracht en zet beleid zich in op de plekken waar het nodig is. Hierbij zijn ook gegevens ten aanzien van de emissies (dieraantallen, stalsysteem, ventilatiekenmerken, gebouwkenmerken) noodzakelijk. De gegevens moeten worden bijgehouden in de Informatievoorziening Gezamenlijke Omgevingsdiensten (IGO).
Wat is de scope? • •
Het gaat om de veehouderijen in de regio Nijmegen. Hobbymatig gehouden dieren vallen hier niet onder. We houden alle brongegevens bij die van belang zijn voor de verspreiding van fijnstof, ammoniak en geur.
Wat is het doel? We willen een compleet overzicht van veehouderijen en de emissiegegevens in de database van de IGO voor het einde van 2026. Dit levert een goede basis voor beleidsvorming en toezicht en de aanpak van ondermijning. We hebben het dan over de uitstoot van fijnstof, geur en ammoniak.
Hoe gaan we dit bereiken?
Een actueel overzicht hebben van bedrijven draagt indirect bij aan verbetering van de luchtkwaliteit, geur en stikstofdepositie in natuurgebieden. Dit aandachtspunt sluit ook goed aan bij het beleidsplan. Hier krijgen onderwerpen zoals luchtkwaliteit, bodem en gezondheidsbescherming een hoge prioriteit.
We starten een project om de volgende werkzaamheden te kunnen uitvoeren:
Wat wordt er momenteel al gedaan?
•
Als er een vergunningaanvraag of melding wordt gedaan, wordt dit momenteel ingevoerd in de IGO. De mutatie van gegevens van bedrijven die niet onlangs met een verandering zijn langsgekomen en bedrijven die zijn gestopt, zijn niet doorgevoerd. Vanuit toezicht bezoeken we elk bedrijf tenminste één keer in de drie jaar. De vergunde situatie wordt op dit moment bij die controles wel opgezocht, maar niet gemuteerd in de IGO. Het IGO monitorings-instrument levert een goede basis voor beleidsvorming, toezicht en de aanpak van ondermijning. We hebben het dan over de uitstoot van fijnstof, geur en ammoniak.
•
• • • •
We maken een bedrijvenlijst vanuit het zaaksysteem en een bedrijvenlijst vanuit de IGO. We inventariseren de verschillen en leggen de lijst voor aan onze partners. We gaan een voorstel maken over hoe we omgaan met slapende vergunningen (en Omgevingsvergunningen Beperkte Milieutoets). In de IGO voeren we de meest relevante bedrijven in op stalniveau. Dit zijn de grote bedrijven en de bedrijven met luchtwassers. We bezoeken deze grote bedrijven en bedrijven met luchtwassers elk jaar. Bij de overige bedrijven komen we elke twee tot drie jaar. We stellen een werkwijze op die ervoor zorgt dat informatie bij toezicht in de IGO wordt ingevoerd. Bij aanvragen of meldingen van veehouderijen voeren we de gegevens in de IGO in.
Als er uit de projecten onbekende MBA’s, integraal toezicht of vrije veld controles volgt dat er ergens een onbekende veehouderij is of als dat uit vergunde situatie bekend wordt, dan wordt deze toegevoegd aan de lijst.
Wat gaan we monitoren? • • •
Een lijst van actuele bedrijven in de IGO. We houden een lijst van gevallen bij waar intrekkingen aan de orde zijn. We presenteren periodiek een overzicht van de emissies fijnstof, ammoniak, geur en dieraantallen per bedrijf en per gemeente.
19
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
4.5. Schone Lucht (SL) Waarom is dit een aandachtspunt? Het verbeteren van de luchtkwaliteit heeft een positief effect op onze gezondheid. Uitstoot van luchtverontreinigende stoffen leidt tot het verlies van gezonde levensjaren. In het VTH-beleid heeft dit de hoogste prioriteit gekregen. Daarom gaan we extra aandacht geven aan het terugdringen van schadelijke emissies in de lucht. De gemeente Nijmegen, Heumen, Beuningen, Druten, Wijchen en Berg en Dal hebben het Schone Luchtakkoord (SLA) getekend. Het doel van het SLA is een gezondheidswinst van 50% in 2030, ten opzichte van 2016, te bereiken voor wat betreft de emissies van fijnstof en stikstofoxiden uit Nederlandse bronnen. Dit aandachtspunt sluit ook goed aan bij het beleidsplan. Hier krijgt het onderwerp luchtkwaliteit een hoge prioriteit.
Wat wordt er momenteel al gedaan? In de gemeenten Nijmegen, Beuningen en provincie Gelderland is een project ‘gezonder vergunnen, samen werken aan gezondere lucht’ in 2025 afgerond. In opdracht van de provincie Gelderland, de gemeente Beuningen en de gemeente Nijmegen is onderzocht hoe de luchtkwaliteit op en rond het industrieterrein Nijmegen-West en Weurt verder verbeterd kan worden. Dat is gedaan in samenspraak met bedrijven en bewoners. In dit project zijn tevens ‘bouwstenen’ voor de vernieuwing van de omgevingsdialoog voor TPN-West opgeleverd.
stoffen. In het programma ‘effectgericht werken, van output naar outcome’ zal hier verder aandacht aan worden besteed.
Wat is het doel? Het doel is een verdere verbetering van de luchtkwaliteit door de uitstoot van schadelijke stoffen, zoals de KRW-stoffen en Zeer Zorgwekkende Stoffen, door bedrijven te verminderen en daarmee de gezondheid van omwonenden te verbeteren. Uiteindelijk willen we naar een situatie waar we o.a. middels een emissieregistratiesysteem meer zicht krijgen op de (cumulatie van) verschillende emissies en het mogelijke negatieve effect hiervan op de gezondheid van omwonenden. Zo kunnen we daar resultaatgerichter op sturen. In het kader van het programma ‘effectgericht werken, van output naar outcome’ wordt hier verder aan gewerkt.
Hoe gaan dit het bereiken? •
•
Wat is de scope?
Zomer 2026 wordt de herziene Richtlijn Industriële Emissies (RIE) van kracht. Deze is van toepassing op veelal grotere vergunningplichtige bedrijven (zgn. ippc bedrijven). Een deel van deze bedrijven valt onder het bevoegd gezag van de gemeente. In deze herziene RIE is scherper vergunnen het uitgangspunt (vergunnen zoveel mogelijk aan de onderkant van de BBT range). Bij nieuwe aanvragen en bij actualisaties zal dit dan ook het uitgangspunt zijn. De provincie Gelderland is een project gestart om de mogelijkheden van scherper vergunnen bij niet ippc bedrijven te verkennen. Zodra duidelijk is welke mogelijkheden hiervoor zijn, zullen we die ook zoveel mogelijk toepassen bij vergunningverlening. Ook de mogelijkheden om middels toezicht en preventie bij te dragen aan emissievermindering worden verkend in dit project en zal waar mogelijk toegepast.
Schone lucht kent vele aspecten. We richten ons in 2025 eerst op de reductie van fijnstof en stikstofoxiden bij bedrijven, maar ook andere relevante schadelijke stoffen kunnen van belang zijn. Vermindering van ZZS is als apart onderwerp opgenomen in dit uitvoeringsprogramma.
•
Voor de emissie van (p)ZZS via de lucht wordt een inventarisatie opgestart (zie 4.1). Daar zal ook een aanpak uit voort moeten komen. Hierbij kan ook worden gedacht aan de cumulatie van
Bij actualisaties zouden we prioriteit kunnen geven aan die bedrijven waar we grootste effecten verwachten voor de leefomgeving.
Wat gaan we monitoren? • • • •
Huidige emissies van gemeentelijke IPPC-bedrijven en de mate waarin scherp is vergund Mate waarin scherp is vergund bij IPPC-bedrijven na inwerkingtreding van de herziene RIE. Vermindering van emissie t.g.v. actualisatie bij IPPCbedrijven. Emissievermindering bij niet-IPPC-bedrijven door bijv. maatwerkvoorschriften en actualisatie.
De mogelijkheden voor monitoring worden momenteel nog verkend in het programma ‘effectgericht werken, van output naar outcome’
20
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
4.6. Circulaire economie (CE) Waarom is dit een aandachtspunt? Nederland moet in 2050 volledig circulair zijn. De Rijksoverheid stelt: “Het eerste doel uit het Rijks brede programma Nederland Circulair in 2050: in 2030 moet Nederland al 50% minder primaire grondstoffen gebruiken (mineralen, metalen en fossiel).” Ook de ODRN draagt bij aan een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving. Dit doen we door VTH-taken uit te voeren, advies te geven en kennis te delen. Gezien de urgentie en ontwikkelingen rondom CE willen we hier de komende jaren meer aandacht aan besteden. We zitten nu in de opbouwfase en willen het CE-huis binnen de ODRN gaan inrichten. Dit betekent dat het belangrijk is dat alle gemeenten hieraan deelnemen. Dit aandachtspunt/onderwerp wordt niet specifiek genoemd in het beleidsplan. Wel sluit dit aandachtspunt ook aan op onderwerpen, zoals afval, bodem en duurzaamheid en neemt de urgentie toe om hier nu mee starten.
Wat wordt er momenteel al gedaan? In de afgelopen drie jaar hebben we een Gelders project getrokken waarin we 42 CE-ambassadeurs hebben getraind, waaronder 6 werkzaam bij de ODRN. Deze ambassadeurs hebben in zes leermodules handvatten en kennis gekregen om CE binnen de ODRN verder te bevorderen. We hebben ook een kennismakingsbijeenkomst voor alle Gelderse gemeenten georganiseerd (dus ook die uit de regio Nijmegen) waarin we de rol van de omgevingsdiensten hebben uitgelicht. Daarnaast hebben we met de gemeente Nijmegen afgesproken dat we vanaf het begin, ofwel bij de initiatiefase, betrokken zijn bij gesprekken met circulaire initiatiefnemers. Zo kunnen we tijdig aangeven of een initiatief kansrijk is, of er aanpassing of sturing nodig is of dat er iets anders van toepassing is.
Wat is de scope? Er zijn drie thema’s waar we ons op willen focussen: •
Preventie en aandacht bij bedrijven voor het grondstoffengebruik;
• •
Het voorkomen of beperken van het ontstaan van afvalstoffen (preventie); Sturen op een hoogwaardige verwerking.
We volgen hierbij drie sporen: 1. 2. 3.
Praktische invulling voor gemeenten d.m.v. pilots; Opleiding & kennis opbouwen; Ontwikkelen van processen en hulpmiddelen.
Aardgas voor verwarming of productie kan ook gezien worden als grondstof. Alternatieven voor aardgas, zoals biovergisters, groen gasinstallaties e.d. vallen echter buiten de scope van CE. Dit zien wij als energietransitie.
Wat is het doel? Het uiteindelijke doel is dat de ODRN, als uitvoerder namens gemeenten (en provincie) als bevoegd gezag, de circulaire economie als een vast integraal onderdeel geborgd heeft in haar processen en onderdeel is van haar kennis en kunde. Hierbij streven we een landelijk gelijk speelveld voor ondernemers na. Voor eind-2026 moeten hierin de eerste pilots zijn opgestart, of zelfs afgerond.
Hoe gaan we dit bereiken? •
•
Door praktische invulling voor gemeenten d.m.v. pilots (spoor 1). Het opstarten, uitvoeren en evalueren van pilots (10 stuks) voor vergunningverlening. Denk hierbij aan het opnemen van specifieke vergunningvoorschriften. Hetzelfde geldt voor toezicht, waar we pilots (10 stuks) uitvoeren aan de hand van CE flyers voor bedrijven en een aangepaste checklist voor toetsing. Hiervoor starten we een project op: CE-pilots voor bedrijven. Toerekening van uren vindt plaats op basis van het aantal pilots per gemeente. Per pilot rekenen we 50 uur voor vergunningverlening en 25 uur voor toezicht. Dit is opgenomen als een apart project. Om in de komende jaren op adequate wijze uitvoering te kunnen geven aan het uitvoeren van onze CE-taken is een extra impuls nodig. Binnen het opleidingsbudget en het budget voor kennis en innovatie, worden hier de benodigde middelen voor gereserveerd. Met behulp van
deze middelen pakken we de volgende activiteiten op (spoor 2 en 3): o Het maken van procedureafspraken met partners t.a.v. het betrekken van de ODRN bij CE- initiatieven. o De interne expertise opbouwen rondom rechtsoordelen over de status van een reststroom evenals expertise leveren aan het landelijke Platform Afval of Grondstof. Waar mogelijk, steunen we circulaire bedrijfsmatige initiatieven door te beoordelen of een reststroom de niet-afvalstof status (voortgezet gebruik, bijproduct of einde-afvalstatus) kan krijgen. We toetsen hierbij aan de kaders (o.a. aan het in ontwikkeling zijnde Circulair Materialenplan) en stemmen dit ook landelijk af om een gelijk speelveld voor bedrijven te behouden. Het Bestuurlijk Omgevingsberaad heeft opdracht gegeven tot de vorming van het genoemde platform, waar experts uit de 28 omgevingsdiensten een bijdrage aan gaan leveren. Dit platform kan in opdracht van het bevoegd gezag een oordeel verifiëren, een verzoek om een rechtsoordeel in zijn geheel in behandeling nemen of het bevoegd gezag ondersteunen in het opbouwen van ervaring met de beoordelingen. o Het landelijk aanhaken bij wetgevers en beleidsmakers, input leveren vanuit de VTH-praktijk en inspreken op ontwerpbeleid en wet- en regelgeving.
We gaan actief afstemmen met andere landelijke partners (omgevingsdiensten, provincies, ministeries, Rijkswaterstaat leefomgeving, ILT, gemeenten) en waar nodig deelnemen aan klankbord- en expertgroepen. o Het opbouwen en onderhouden van het CE-netwerk. Contacten onderhouden met diverse partijen. Denk aan: Groene Metropool Regio, opleidingsinstituten, Kiemt, Versnellingshuis, ODNL Coördinatieteam CE. o De basiskennis van VTH-medewerkers via training en opleiding verbeteren. Kennis opbouwen van CMP-1 (Circulair Materiaal Plan) en nieuwe CE-wetgeving t.b.v. het inrichten van het CE-huis binnen de ODRN. Tevens zijn we beschikbaar voor advisering richting partners. o De basis bouwen voor CE in vergunningen, gericht op de preventie van afvalstoffen en de efficiëntere inzet
21
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
o
o
van grondstoffen. Hierbij vragen we welke voorschriften we bij welke bedrijven kunnen inzetten? De voorschriften worden ontwikkeld met een bijbehorende handreiking en het toetsen aan de praktijk via pilots om vervolgens te implementeren. Het onderbrengen van het aandachtspunt CE bij toezicht en het ontwikkelen van hulpmiddelen voor toezichthouders. In 2025 voeren we dit uit in de vorm van pilots die we in 2026 implementeren. Ervaring opdoen met een vast team vergunningverleners en toezichthouders. Het ontwikkelen en toepassen van een protocol m.b.t. experimenteermogelijkheden.
We zien de periode 2025 - 2026 als een project. We zijn in de opbouwfase en veel is nog in ontwikkeling rondom CE. Na deze periode lijkt het logisch om CE-taken op te nemen als reguliere werkzaamheden bij de ODRN. Waar nodig, zullen we externe expertise inhuren. Echter proberen we het zoveel mogelijk met eigen personeel te doen en voorzien we deze mensen van de juiste kennis en expertise waar dat nodig is. In 2025 hebben we het strategieplan CE-huis afgerond, inclusief de routeplanner 2024-2027.
Wat gaan we monitoren? Omdat CE in de opbouwfase zit is het lastig om de impact op de fysieke leefomgeving in dit stadium goed te monitoren. We zullen de voortgang op de doelen periodiek rapporteren aan de partners. We monitoren: • • •
Het aantal bedrijven dat is voorzien van informatie en voorlichting; Het aantal rechtsoordelen dat wij opstellen; We registreren de afvalstoffen en grondstoffen van de bedrijven die in de pilot zitten.
Noodzakelijke capaciteit voor CE Om op de juiste manier inhoud aan dit aandachtspunt te geven en ons goed voor te bereiden op de toekomst verwachten wij aan capaciteit nodig te hebben: • •
Voor 2025: 1225 uur uit het opleidings- en innovatiebudget van de ODRN en 375 uur voor de pilots te ontvangen direct van gemeenten. Voor 2026: 825 uur uit het opleiding- en innovatiebudget van de ODRN en 375 uur voor de pilots te ontvangen direct van gemeenten.
22
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
4.7. Uitvoeren Omgevingsplan Waarom is dit een aandachtspunt? Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor activiteiten, die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. In de omgevingsvisie zegt de gemeente hoe zij het leefgebied wil ontwikkelen en beschermen. Die keuzes werken zij uit in het omgevingsplan. Het is van belang dat de regels die in het omgevingsplan komen, de gewenste bescherming van de leefomgeving bereiken. Daarnaast moeten deze regels toegepast worden bij bijvoorbeeld vergunningverlening en moet erop toegezien worden dat ze worden nageleefd. De gemeenten zijn bezig met het omzetten van het huidige tijdelijke omgevingsplan, inclusief de bruidsschat, naar het definitieve omgevingsplan. De regels uit de bruidsschat moeten worden opgepakt en een aantal onderwerpen moeten worden uitgewerkt tot nieuwe regels. De gemeente heeft voor een aantal onderdelen nog tot eind 2031 de tijd. Andere onderwerpen moeten ze sneller uitwerken. Dit aandachtspunt wordt niet direct genoemd in het beleidsplan. Wel gaan we in op nieuwe regelgeving en daar maakt het omgevingsplan ook onderdeel van uit. De Omgevingswet bepaalt dat iedere gemeente één omgevingsplan vaststelt voor het gehele grondgebied van de gemeente.
Wat wordt er momenteel al gedaan?
(afval, bodem, (externe) veiligheid, geluid, luchtkwaliteit) in elk geval goed worden meegenomen in de vaststelling en uitvoering van het omgevingsplan.
Wat is het doel? Gemeenten adviseren en begeleiden bij het vormgeven van hun tijdelijke en definitieve omgevingsplan. Daarnaast zorgen we voor de uitvoering en controle van de regels die in dit plan staan. Het uiteindelijke doel is om voor eind-2026 de milieuregels voor de omgevingsplannen van de deelnemende gemeenten in samenwerking te hebben geformuleerd.
Hoe gaan we dit bereiken? •
• • •
Wat we nu al doen is het toetsen van vergunningaanvragen aan de regels uit het omgevingsplan en adviseren we bij nieuwe initiatieven waar het omgevingsplan gewijzigd moet worden.
We zorgen dat we aangesloten zijn bij de het proces van de gemeente omtrent de ontwikkeling van het omgevingsplan. Hier staan vragen centraal als: welke regels willen we in het omgevingsplan en dragen deze bij aan de visie die een gemeente heeft? We helpen de gemeente met het omzetten van het tijdelijke omgevingsplan naar het definitieve plan. Dit is een meerjarig programma. We toetsten aanvragen aan de regels uit het omgevingsplan. We adviseren over nieuwe initiatieven op de thema’s: geluid, lucht (emissie, luchtkwaliteit, geur), bodem, externe veiligheid, vergunningsplicht / meldingsplicht / informatieplicht, bouwen, CO2 en circulaire economie.
Wat is de scope?
Wat gaan we monitoren?
We voeren onze basistaken uit die verband hebben met het omgevingsplan. Daarnaast pakken we informatie-, melding- en vergunningplichten met betrekking tot MBA’s die in de omgevingsplannen zijn opgenomen op en adviseren we over nieuwe initiatieven. Als maatwerk adviseren we ook op beleid op het gebied van geluid, lucht en externe veiligheid. We zetten ons er met dit aandachtspunt voor in dat de prioritaire thema’s
• •
De voortgang van de vorming van de definitieve omgevingsplannen; In hoeverre wordt er een uniforme aanpak gehanteerd door gemeenten i.s.m. de ODRN om te komen tot een definitief omgevingsplan. Hierbij is sturing op uniformiteit is belangrijk.
23
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
4.8. Uitwerking aanbevelingen OVV-rapport Waarom is dit een aandachtspunt? In de rapportage Industrie en omwonenden (april 2023) concludeert de Onderzoeksraad voor de Veiligheid dat het niet vanzelfsprekend is dat de gezondheid van omwonenden voldoende wordt beschermd gelet op de wijze waarop het stelsel in de praktijk vorm krijgt. De Onderzoeksraad heeft vervolgens een aantal aanbevelingen geformuleerd om de bescherming van de gezondheid van omwonenden van industriële bedrijven te verbeteren. Dit betreft zowel aanbevelingen aan de rijksoverheid als ook aanbevelingen aan lokale en regionale overheden, omgevingsdiensten die bij de onderzochte casussen betrokken waren en het bedrijfsleven. Eén van de onderzochte casussen was de asfaltcentrale in Nijmegen. Om uitvoering te geven aan de aanbevelingen hebben de gemeenten Nijmegen en Beuningen samen met de provincie Gelderland en met ondersteuning van de ODRA en ODRN een lokale uitvoeringsagenda opgesteld voor TPN-West (industrieterrein tussen Nijmegen en Beuningen). De agenda bevat negen aanvullende maatregelen gericht op de volgende 3 actielijnen: • • •
beter zicht geven op vergunde én werkelijke industriële emissies; gezondheid een concrete plek geven in het VTHproces; communicatie en samenwerking met bedrijven en omwonenden verbeteren.
Daarnaast is door de Rijksoverheid een landelijke actieagenda Industrie en Omwonenden opgesteld. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken, waarvan de rapportage waarschijnlijk eind 2025 beschikbaar komen, zullen vervolgacties worden geformuleerd. De geconstateerde tekortkomen beperken zich niet alleen tot TPN-West maar gaan in brede zin over het functioneren van het VTH stelsel in relatie tot het bescherming van de gezondheid van omwonenden.
emissies, (2) gezondheid een concrete plek geven in VTH en (3) communicatie en samenwerking met bedrijven en omwonenden verbeteren. Deels zijn we hierin ook afhankelijk van de resultaten en uitvoering van de landelijke actieagenda.
Wat is het doel? Omwonenden beter beschermen tegen (mogelijke) schadelijke emissies van bedrijven en/of de onrust hierover wegnemen. Betere relatie tussen bedrijf en omgeving bewerkstellingen.
Hoe gaan we dit bereiken? Wat wordt er momenteel al gedaan? Momenteel wordt door de ODRN samen met de ODRA uitvoering gegeven aan lokale uitvoeringsagenda voor TPNWest. Zo is er een strategisch meetprogramma opgesteld voor het geregeld uitvoeren van milieumetingen bij diverse bedrijven, wordt er gewerkt aan een emissiedatabase die deels ook openbaar toegankelijk wordt en worden werkafspraken gemaakt met de GGD over het betrekken van hen bij VTH. Ook wordt de bouwstenen voor een nieuwe omgevingsdialoog verder uitgewerkt en geïmplementeerd.
Wat is de scope? De verschillende maatregelen uit de uitvoeringsagenda voor TPN-West zijn ook breder toepasbaar dan alleen voor dit industrieterrein en de bedrijven die zich daarop bevinden. Daarom willen we de 3 actielijnen ook uitwerken voor andere industrie- en bedrijventerreinen in de regio waar omwonden worden blootgesteld aan schadelijke emissies of waar daar zorgen over zijn. Daarbij richten we ons op (1) beter zicht op
• • •
We selecteren bedrijven en/of bedrijventerreinen in de regio waar sprake is van bedrijven met significante uitstoot van schadelijke stoffen naar de omgeving. We identificeren wat belangrijkste knelpunten en zorgen zijn in de omgeving voor wat betreft de emissies van deze bedrijven. We stellen per bedrijf of bedrijventerrein een plan van aanpak op gericht op het beter zicht krijgen op emissies, evt. maatregelen om gezondheid beter te beschermen en/of de communicatie met de omgeving te verbeteren.
Wat gaan we monitoren? • •
De diverse acties per bedrijf of bedrijventerrein en de voortgang daarin. We onderzoeken wat passende indicatoren om de gezondheidssituatie en evt. verbetering daarin te monitoren
24
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
5. Aandachtspunten BRIKS We onderscheiden drie aandachtspunten op het gebied van BRIKS waar de ODRN met haar VTH-inzet een substantiële bijdrage kan leveren. In de volgende paragrafen werken we de aandachtspunten verder uit.
25
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
5.1. Project bestaande bouw Waarom is dit een aandachtspunt? Het belang van toezicht op de bestaande bouw neemt toe. Door de privatisering van (een deel van) het bouwtoezicht (in het kader van de Wkb) en uitbreiden van de regels met betrekking tot vergunningvrij bouwen, hebben we als overheid steeds minder zicht op de kwaliteit van een deel van de (nieuw) gebouwde omgeving, terwijl de gemeente wel het bevoegde gezag blijft voor de grote voorraad aan bestaande gebouwen. Ook blijkt uit inspecties dat in de loop van de jaren de kwaliteit en veiligheid van de bestaande bouw achteruitgaat (autonome veroudering, materieel door o.m. weersinvloeden, slijtage en ondeskundige (illegale) verbouwingen en formeel door wijziging van wetgeving, waarbij normen worden aangescherpt). Het belang van actief toezicht op de bestaande bouw wordt daarom steeds groter. De ODRN maakt daarvoor een gericht plan van aanpak. Hierin kunnen de deelnemende gemeenten specifieke onderwerpen en/of doelgroepen benoemen (zoals kamerverhuurpanden, zorgobjecten (zoals woonzorgfuncties), logiesgebouwen, gebruiksfuncties waar grote groepen personen kunnen samen komen, horeca-inrichtingen, monumenten e.d.). Dit aandachtspunt sluit ook goed aan bij het beleidsplan. Hier krijgen de onderwerpen constructieve-, brand- en omgevingsveiligheid een hoge prioriteit.
Wat wordt er momenteel al gedaan? Op dit moment houden we vanuit BRIKS vooral (passief) toezicht op bestaande bouw, naar aanleiding van klachten of verzoeken om handhaving. Er is onvoldoende tot geen zicht op de bouwkundige toestand van de meeste gebouwen, los van de panden die de VRGZ (Veiligheidsregio Gelderland Zuid) controleert. Hier wordt echter met name gecontroleerd op de eisen voor wat betreft het brandveilig gebruik.
Wat is de scope? De scope betreft toezicht (en zo nodig handhaving) op bestaande gebouwen en de hierop toepasselijke wetgeving. De reikwijdte is een keuze van de gemeenten zelf. We hanteren hierbij drie niveaus: minimaal, regulier en excellent. De ODRN bereidt controles voor, voert ze uit en legt de bevindingen vast. Zo nodig wordt daarna een juridisch handhavingstraject opgestart om overtreder te bewegen een bouwwerk aan de voorschriften te laten voldoen. In het kader van dit uitvoeringsprogramma willen we ons specifiek richten op onderwerpen die we in de praktijk minder vaak tegenkomen tijdens de uitvoering van de reguliere taken en op onderwerpen waar mogelijk al langere tijd geen aandacht voor is geweest.
Wat is het doel? Het doel is overtreding van regelgeving bij bestaande bouwwerken voorkomen door samen met gemeenten thema’s vast te stellen en hiervoor een plan van aanpak te ontwikkelen. Daarnaast willen we bewustwording creëren bij gebouweigenaren en gebruikers, o.a. op gebied van brandveiligheid.
Hoe gaan we dit bereiken? Uit onze ervaringen in het veld blijkt dat er een aantal urgente thema’s zijn die spelen in de regio. Wij stellen daarom voor om in 2025 en 2026 de volgende thema’s – in het kader van toezicht bestaande bouw – specifiek te gaan aanpakken. We starten een project om de volgende werkzaamheden te kunnen uitvoeren: •
Gezondheidszorgfuncties - St Maartens kliniek en Kalorama;
• • • •
Bijeenkomstfunctie voor kinderen jonger dan 4 jaar; Woonfunctie: met zorg mogelijk uitgebreid met soort cluster “zorgcluster woningen” en “groepszorg woningen”; Logiesfuncties: logiesfunctie in een logiesgebouw, andere logiesfuncties o.a. groepsaccommodaties; Bijeenkomstfunctie voor grote groepen, andere bijeenkomstfuncties o.a. sportkantines.
Wat gaan we monitoren? • • • •
Voortgang van plan van aanpak gemeenten; Het aantal uitgevoerde inspecties; Het aantal handhavingstrajecten dat voortvloeit uit de uitgevoerde inspecties; Het aantal opgepakte en opgeloste zaken.