CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Voortgangsrapportage luchtkwaliteit gemeente Nijmegen 2022

Besluitronde (raadsvergadering) 31 januari 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: D14 d.d. 5 december 2023 inzake Voortgangsrapportage Luchtkwaliteit 202212.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bij verbrandingsprocessen moet voornamelijk worden gedacht aan verbranding van benzine en diesel in verbrandingsmotoren en gas en hout om huizen te verwarmen. In Figuur 4 is weergegeven dat de industrie slechts een beperkte rol speelt als bron van luchtverontreiniging. Om dit beeld te kwantificeren is voor een drietal stoffen (zie Tabel 2) berekend wat de maximale bronbijdrage is. Hierin is duidelijk te zien dat verkeer veruit de hoogste bijdrage heeft. De locaties van de hoogste bronbijdrages zijn ook verspreid over de hele stad. Zo liggen die voor verkeer (uiteraard) rondom de (drukke) wegen. Voor de scheepvaart

30

is deze te vinden aan de oostkant van Nijmegen ter hoogte van de Waal maar ook ter hoogte van de T-splitsing tussen de Waal en het Maas-Waalkanaal.

Tabel 2 Maximale bronbijdrage Verkeer, Scheepvaart en Industrie Stof

Maximale bronbijdrage [µg/m3] Verkeer

Scheepvaart

Industrie

NO2

27,28

5,57

2,68

PM10

6,94

0,24

0,30

PM2,5

2,20

0,23

0,27

5.4

Voortgang SLA

Doelstelling van het Schone Lucht Akkoord is om de luchtkwaliteit in Nederland permanent te verbeteren. Concreet wordt er door de betrokken partijen gestreefd naar een gezondheidswinst van minimaal 50% in 2030 ten opzichte van 2016. Dit dient bereikt te worden door de binnenlandse bronnen aan te pakken. Het is moeilijk om gezondheidswinst te kwantificeren. Echter heeft de GGD een tool ontwikkeld waarbij de blootstelling aan NO2, PM2,5 en PM10 wordt omgerekend in ‘verlies aan levensdagen’ en meegerookte sigaretten’. Door voor het zowel voor 2016 als 2022 op dezelfde manier te berekenen kan er, weliswaar indicatief, procentuele verbetering worden berekend voor het verlies aan levensdagen. Dit is voor zowel de LML meetstations aan de Graafseweg (verkeersbelast) als de Ruyterstraat (achtergrond) berekend. Het beeld dat hier uit naar voren komt is dat voor PM2,5 er een daling plaatsvindt van 9% in het aantal verloren levensdagen. Dit geldt voor zowel de Graafseweg als de Ruyterstraat. Voor PM10 is dit 5% voor het meetstation op de Graafseweg. Op de Ruyterstraat is dit 9%, echter wordt er geen PM10 gemeten en rekent de GGD tool met een vast verhoudingsgetal. Voor NO2 ligt de daling voor het verlies aan levensdagen tussen de 27% en 30% voor respectievelijk de Graafseweg en de Ruyterstraat. Het aantal sigaretten dat minder gerookt wordt daalt voor beide locaties met 19%.

De GGD onderzoekt iedere twee jaar de luchtkwaliteit in Gelderland in relatie tot de volksgezondheid. In december 2023 worden de nieuwste resultaten van dit onderzoek gepresenteerd. In maart 2023 hebben we onze jaarlijkse maatregel voortgangsrapportage aan het SLA gestuurd. Daaruit blijkt dat alle maatregelen in gang zijn gezet, of de voorbereidingen reeds zijn gestart. In vergelijking met andere (vergelijkbare) gemeenten, heeft Nijmegen een groot maatregel pakket, dat onze ambitie toont. Daarbij zijn maatregelen die vanuit andere kaders worden ingestoken, zoals vanuit het klimaatbeleid nieuwe emissievrije woningen bouwen met warmtevoorziening vanuit het warmtenet, nog niet meegenomen.

31

6 Geur en geurbeleid Op 8 december 2022 heeft er een verdiepende bijeenkomst plaats gevonden over de luchtkwaliteit rond het industriegebied West en Weurt. Er was een hoge opkomst met ongeveer 45 deelnemers onder wie wijkvertegenwoordigers van de betrokken wijken, bedrijven in het gebied, de Provincie Gelderland, het geuradviesbureau Olfasense, het RIVM, de GGD, de omgevingsdienst ODRN en een aantal raadsleden. Vanuit de gemeente Beuningen en Nijmegen waren de verantwoordelijk wethouders voor de luchtkwaliteit aanwezig. Geuradviesbureau Olfasense heeft tijdens de bijeenkomst de eerste uitkomsten van het uitgevoerde vooronderzoek gedeedl. De eerste fase, het vooronderzoek, was bedoeld om in beeld te brengen hoe de individuele geurbronnen op het industrieterrein buiten hun terreingrenzen waarneembaar zijn. Het vooronderzoek had daarnaast als doel om te komen tot een rangschikking van de in het gebied aanwezige bronnen op basis van de waarneembaarheid. Hiervoor is elk individueel bedrijf op het industrieterrein bekeken en beoordeeld. De waarneembaarheid werd vastgesteld aan de hand van veldwaarnemingen met gecertificeerde neuzen . Daarbij is op een systematische manier bepaald óf er geur afkomstig van die bronnen kan worden waargenomen en zo ja, wat de intensiteit is (hoe sterk) en hoe onaangenaam de geur gevonden werd.

In het vooronderzoek is tevens een relatie gelegd met de klachtensituatie. In de volgende fase van het onderzoek zijn er geurmetingen uitgevoerd bij een aantal bedrijven, die op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn geselecteerd. De uitkomsten van het onderzoek worden gebruikt bij het bepalen van een eigen geurbeleid voor de gemeenten Nijmegen en Beuningen. Zolang dit nieuwe geurbeleid nog niet is vastgesteld volgen we het Gelders geurbeleid. Geurhinder wordt door de GGD's in Nederland ook als een gezondheidseffect beschouwd. Met name langdurige, ernstige geurhinder in en nabij de woning kan onder meer tot stress, slapeloosheid, een verhoogde bloeddruk en een serieuze aantasting van het woongenot leiden. Hoewel geurhinder doorgaans niet in een luchtkwaliteitsrapportage wordt meegenomen, doet gemeente Nijmegen dat voortaan wel. Dit komt door het belang van de beleving van luchtkwaliteit en de kwaliteit van de leefomgeving. Gemeente Nijmegen heeft over een periode van ca. 10 jaar gegevens uit de tweejaarlijkse burgerpeiling. Middels een steekproef onder bewoners uit alle wijken wordt onder andere gevraagd of men last van geurhinder heeft. Conclusies uit het laatstgehouden onderzoek kunnen als volgt worden samengevat: • •

Van de Nijmeegse huishoudens heeft zo’n 29% te maken met hinder van stank of vieze lucht. Bronnen van geuroverlast in Nijmegen zijn vooral: Gft-containers of afvalbakken (9% van alle Nijmeegse huishoudens ervaart hiervan soms hinder, 1% ervaart hiervan vaak hinder); Wegverkeer (5% soms stankhinder, 2% vaak); Barbecues of open vuren (6% soms stankhinder, 1% vaak); Riolering (5% soms stankhinder, 1% vaak); Open haarden, houtkachels (4% soms stankhinder, 1% vaak). In mindere mate genoemde geurbronnen in Nijmegen zijn honden- of kattenuitwerpselen, sigaretten-rokende buren (inclusief blowen), bepaalde bedrijven in de omgeving (veelal horeca of agrarisch), een nabijgelegen industrie- of bedrijventerrein en een asfaltcentrale in Nijmegen-West.

32

Als we inzoomen op de wijken die nabij het industrieterrein Nijmegen-West en Weurt zijn gelegen, dan komt het beeld naar voren dat dit wijken zijn (samen met Nijmegen-Centrum) met een relatief hoog percentage adressen waar geuroverlast speelt: -

Hees, vanwege asfaltcentrale, industrie(terrein), houtkachels, hondenpoep, riolering; Heseveld i.r.t. BBQ of open vuur, houtkachels, Gft-containers, afvalzakken; Neerbosch-Oost vanwege hondenpoep, industrie(terrein), asfaltcentrale, BBQ of open vuren of houtkachels; Stadscentrum i.r.t. Gft-containers, afvalzakken en riolering.

In de tijd beschouwd (zie Figuur 21), is er de laatste jaren vooral in de wijken van “Nieuw-West” sprake van een toename van geur, en in mindere mate in het centrum. Naast industrie valt op dat ook houtkachels en BBQ genoemd worden, naast geur van GFT bakken. De inzichten in belangrijkste geurbronnen per wijk zullen gebruikt worden bij gebiedsgericht beleid en uitvoering in het kader van de Omgevingswet.

Figuur 21 Ontwikkeling geurhinder (alle oorzaken) per stadsdeel tussen 2013 en 2021

33

7 Conclusies Het vergelijk met andere gemeenten in Nederland laat zien dat de luchtkwaliteit in Nijmegen overeenkomt met andere vergelijkbare gemeenten. Dit wil niet zeggen dat er niets meer gedaan hoeft te worden en dat de luchtkwaliteit goed is, maar het geeft wel aan dat het ook niet zo slecht is als soms in de media wordt geschreven. Wat in het vergelijk nog meer duidelijk wordt is dat de invloed vanuit het buitenland en de regio groot is. Dit versterkt de noodzaak tot gezamenlijke landelijke en internationale inspanningen zoals het SLA. Gemeente Nijmegen zelf kan alleen maar beperkt bijdragen aan het verder verbeteren van de luchtkwaliteit waar haar inwoners aan worden blootgesteld. Alleen door gezamenlijk te werken aan luchtkwaliteit wordt het mogelijk om in de toekomst de WHO 2021 advieswaarden te gaan halen. De analyse maakt ook duidelijk dat de bijdrage vanuit de industrie relatief beperkt is terwijl vaak ten onrechte wordt verondersteld dat dit juiste de grootste veroorzaker is. Met name verkeer en consumenten leveren een grote bijdrage aan de concentratie van luchtverontreinigende stoffen. Dit maakt eens temeer duidelijk dat verduurzaming in de brede zin noodzakelijk is om niet alleen klimaat- en stikstofdoelstellingen maar ook luchtkwaliteitsdoelstellingen te bereiken.

Maatregelen als het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen, het invoeren van Zero Emissie zones Stadslogistiek en brom- en snorfietsen, verdere verschoning van gemotoriseerd vervoer en het schoner verwarmen van gebouwen en huizen (aardgas- en houtstookvrij) moeten onverminderd aandacht blijven krijgen. De analyses van metingen en berekeningen laten zien dat er de afgelopen jaren een duidelijk dalende trend waarneembaar is. Echter is ook zichtbaar dat de trend lijkt te stagneren. Vooruitkijkend betekent dit dat de WHO 2021 advieswaarden vooralsnog onhaalbaar zijn. De voorgestelde nieuwe EU-grenswaarden liggen echter wel binnen bereik. Hiertoe zullen de maatregelen die zijn vastgesteld in het Uitvoeringsprogramma 2020 – 2030 en binnen het SLA zijn geformuleerd gemonitord blijven worden. Resultaten van deze monitoring zullen dan leidend worden bij het bijsturen van het gehele maatregelenpakket. Er wordt ook gekeken of het meetnet uitgebreid kan worden met sensoren. Voor fijn stof zijn dit soort sensoren al opgenomen in het meetnet, voor NO2 zijn dit soort sensoren inmiddels ook verkrijgbaar die naast het bestaande meetnet kunnen worden ingezet. Op deze manier kan de kwaliteit van de sensoren worden vastgesteld en biedt het de kans op real time informatie. Sensoren bieden de mogelijkheid om veel snellere en specifiekere informatie op te halen dan met de huidig meetmethode.

Op basis van overleg met de wijkraden is ook besloten om meetresultaten nog meer te gaan delen via verschillende websites zodat inwoners de resultaten kunnen bekijken en analyseren. De laatste jaren begint er steeds meer aandacht te komen voor Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Denk bijvoorbeeld aan de PFAS discussie die steeds vaker het nieuws domineert. Deze discussie begint zicht ook steeds meer richting de effecten op de luchtkwaliteit te verleggen. Gemeente Nijmegen neemt hierin ook een duidelijk rol door, op projectmatige basis, PAKs en benzeen metingen te doen. Daarnaast is gemeente Nijmegen als partner toegetreden in het zogenaamde ToxDown project dat door het RIVM is opgestart. Het doel van dit project is om kennis te vergaren rondom ZZS in de lucht. Bedrijven leveren weliswaar niet de grote, veronderstelde bijdrage aan concentraties van verontreinigde stoffen in de lucht. Dit neemt echter niet weg dat ook deze sector de plicht heeft om verder te verschonen. De Gemeente Nijmegen heeft in samenwerking met de ODRN het project ‘scherper vergunnen’ opgestart om dit te gaan realiseren.

34

In de beleving van omwonenden zijn stankwaarnemingen vaak belangrijke signalen dat het niet goed is met de luchtkwaliteit. Dit bevordert ongerustheid en zorgt voor geuroverlast. Daarom is de gemeente Nijmegen een actieve samenwerking gestart met gemeente Beuningen en omgevingsdienst ODRN. In deze samenwerking worden werkprocessen geïntensiveerd (zoals klachtenbehandeling en verdere ontwikkelen van een geurbeheersysteem) om zo de waarneembaarheid van geur in de omgeving en geurhinder te verminderen. In het kader van de actualisatie van de Omgevingsvisie in 2024 zal het aspect geur en gezondheid gerelateerd aan het industriegebied specifiek aandacht krijgen.

35

Referenties Buck Consultants International (2023). Monitor wagenpark Nijmeegse voertuigeigenaren 2022. Buck Consultants International. Buro Blauw (2023). Jaarrapportage Stikstofdioxideconcentratiemetingen Nijmegen 2022 ( Rapportnummer: BL2023.10772.01-V01). Buro Blauw. Omgevingsdienst Regio Arnhem (2023). Roet- en PAK-metingen op leefniveau Nijmegen-West en Weurt september 2022 – mei 2023 (ODRA22AV0512); 16 oktober 2023. Omgevingsdienst Regio Arnhem. RIVM (2022). Memo Luchtnormen voor PAK’s. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Geraadpleegd op 21 november 2023, van https://rvs.rivm.nl/sites/default/files/202202/Memo_luchtnormen_voor_PAKs_met_bijlage_%20achtergrondinformatie_200122.pdf RIVM (z.d.). Luchtverontreiniging. Geraadpleegd op 21 november 2023, van https://www.rivm.nl/klimaat-engezondheid/luchtverontreiniging Timmer, T. & Overstegen-Vonk, C. (2023). Jaarrapportage luchtkwaliteit 2021 (R001-1290435TTI-V01-agv-NL). TAUW. Van de Weerdt, R., Zuurbier, M., Willems, J. & Dijkema, M. (2022). Luchtkwaliteit en Gezondheid in Gelderland. GGD. Geraadpleegd op 21 november 2023, van https://cms.vggm.nl/sites/default/files/202203/Luchtkwaliteit%20in%20Gelderland%202019.pdf Van Doorn, W. (2023). Monitoring van benzeen in Nijmegen. Primair Air Consultancy.

36

Bijlagen

37

Bijlage 1 Wagenparkscan Sinds 2018 worden wagenparkscans uitgevoerd binnen de gemeente, doorgaans in de maand november voor het passerend wagenpark en in december voor het geregistreerde wagenpark. Analyses vinden plaats op basis van gegevens horend bij kentekens uit de kentekenregistratie van de RDW1. Deze paragraaf gaat dieper in op het geregistreerde wagenpark, het passerend wagenpark, de vergelijking tussen het passerende en geregistreerde wagenpark en het wagenpark in relatie tot de Zero Emissie zones Stadlogistiek.

Geregistreerd wagenpark Buck Consultants International voert de analyse voor het geregistreerde wagenpark, in opdracht van ons uit (1).

A.

B.

Figuur 1. A. Ontwikkeling aantal personenauto's in Nijmegen van 2018 tot 2022 geregistreerd bij de RDW. B. Ontwikkeling aantal bedrijfsauto's in Nijmegen van 2019 tot 2022 geregistreerd bij de RDW. Bron: RDW (November 2022)

De omvang van het bij het RDW geregistreerde Nijmeegse personenauto’s is in 2022 toegenomen met 0,6%. Dit is een trendbreuk met de voorgaande jaren, waar de groei jaarlijks rond de 2-3% was. Gemiddeld is er in 2022 in Nijmegen 0,94 personenauto per huishouden geregistreerd. Ter illustratie is Figuur 1 opgenomen. Ook bij de geregistreerde Nijmeegse bedrijfsauto’s is er in 2022 in trendbreuk. Er is namelijk een afname van het totaal aantal bedrijfsvoertuigen (-0,7% voor bestelauto’s en -3,7% voor vrachtauto’s) na jaren van groei. Ook dit is weergegeven in Figuur 1.

Het aandeel personenauto’s in Nijmegen op fossiele brandstoffen (diesel en benzine) is gedaald ten opzichte van 2021 (Figuur 2). Dit is in lijn met een daling die we de afgelopen jaren hebben gezien. Het aandeel hybride en elektrische personenauto’s is in 2022 gestegen naar respectievelijk 5,9% (waarvan 1,42% plug in hybride) en 1,8%. 1

Op basis van de kentekenregistratie van de RDW is per kenteken informatie beschikbaar over o.a. leeftijd, brandstof en voertuigtype.

Voor het passerend wagenpark kunnen buitenlandse voertuigen enkel worden geteld, via de RDW is geen informatie beschikbaar, omdat dit een registratie is van enkel Nederlandse kentekens.

38

Dit is voor hybride auto’s meer dan het landelijk gemiddelde van 4,6% en voor elektrische auto’s minder dan het landelijk gemiddelde van 3,6%.

Figuur 2. De ontwikkeling van het aandeel personenauto’s in Nijmegen. * gebaseerd op Cijfer Nederland Elektrisch (30-11-2021); ** Plug-in hybride en hybride. *** BEV is een volledig elektrische auto met accu. **** lpg, Ethanol en CNG. Bron: RDW (November 2022). In Figuur 3A en 3B is de ontwikkeling van het procentuele aandeel bedrijfsauto’s per aandrijving/brandstof categorie in Nijmegen weergegeven. Hierbij is een splitsing gemaakt tussen lichte bedrijfsauto’s (bestelauto’s) en zware bedrijfsauto’s (vrachtauto’s). Veruit de meeste bestelauto’s rijden op diesel. Wel is er een toename van elektrische bestelauto’s. Aan de andere kant is er een afname van het aantal bestelauto’s op diesel. Met 0,8% elektrische/hybride bestelauto’s zit Nijmegen onder het landelijk gemiddelde van 1,3%. Er zijn geen grote ontwikkelingen in aandrijving/brandstof categorie van vrachtauto’s. Er is een kleine toename in het aandeel vrachtauto’s met alternatieve brandstoffen. Ook is het aandeel elektrische en hybride vrachtauto’s

39

toegenomen tot 0,7%. Dit is hoger dan het landelijk gemiddelde van 0,2%. A .

B .

Figuur 3. A. De ontwikkeling van het procentuele aandeel bestelauto’s per aandrijving/brandstof categorie in Nijmegen. B. De ontwikkeling van het procentuele aandeel vrachtauto’s per aandrijving/brandstof categorie in Nijmegen. * BEV is een volledig elektrische auto met accu. Bron: RDW (November 2022).

Het wagenpark van brommers en scooters is in Nijmegen in 2022 weer schoner geworden (Figuur 4). Het aandeel elektrische brommers en scooters is gestegen naar 7,1%. Ook is het aantal brommers en scooters van na 2011 gestegen naar 58,6%.

Figuur 4. De ontwikkeling van het procentuele aandeel brommers en scooters per aandrijving/brandstof categorie in Nijmegen. Bron: RDW (November 2022)

40

Passerend wagenpark Dufec heeft voor de gemeente analyses uitgevoerd van het passerend wagenpark op basis van cameraregistraties gedurende 2 werkdagen. Metingen zijn uitgevoerd langs belangrijke invalswegen voor verkeer in één rijrichting. Bij het merendeel van de meetpunten wordt het verkeer de stad in gemeten. Op basis van de metingen kunnen voertuigen worden geclassificeerd op voertuigtype2 en brandstof. In onderstaande Figuren 5, 6 en 7 zijn de resultaten van de meetlocaties opgeteld om daarmee een totaalbeeld van het passerend verkeer te kunnen geven. De meeste personenauto’s rijden ook in 2022 op benzine. Het aantal diesel en benzine personenauto’s neemt echter af in 2022 ten opzichte van 2021, met respectievelijk -2,9% en –o,8%. Het aandeel hybride en elektrische auto’s neemt juist toe, met respectievelijk 2,1% en 1,8% (Figuur 5). De meeste bedrijfsauto’s rijden op diesel. Voor beide lichte bedrijfsvoertuigen als zware bedrijfsvoertuigen geldt wel een kleine toename van elektrische en hybride auto’s (Figuur 6 en 7). Ook is er een toename in bedrijfsvoertuigen met Euro 6 motoren. Deze emissieklasse heeft de strengste emissie-eisen en daarmee de laagste uitstoot van vervuilende stoffen.

OPBOUW WAGENPARK - EMISSIEKLASSE 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

2018

2019

2020

2021

2022

Figuur 5. Brandstoftype en emissieklasse van personenauto’s in het passerend wagenpark van Nijmegen. OPBOUW WAGENPARK - EMISSIEKLASSE 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

2018

2019

2020

2021

2022

Figuur 6. Brandstoftype en emissieklasse van lichte bedrijfsauto’s (<3500 kg) in het passerend wagenpark van Nijmegen.

2

De volgende voertuigtypen worden gebruikt: personenauto’s, lichte bedrijfswagens (tot 3500kg, voornamelijk bestelauto’s), zware

bedrijfsvoertuigen (vanaf 3500 kg, voornamelijk vrachtwagens) en voertuigen met een buitenlands kenteken.

41

OPBOUW WAGENPARK - EMISSIEKLASSE 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

2018

2019

2020

2021

2022

Figuur 7. Brandstoftype en emissieklasse van zware bedrijfsauto’s (>3500 kg) in het passerend wagenpark van Nijmegen. Vergelijking tussen het passerende en geregistreerde wagenpark Er zijn verschillen tussen het passerende en het geregistreerde wagenpark. In het passerende wagenpark zijn er relatief meer personenauto’s en bestelauto’s op diesel, elektrisch of hybride vergeleken met het geregistreerde wagenpark. Het aandeel personenauto’s en bestelauto’s op benzine is juist lager in het passerende wagenpark vergeleken met het geregistreerde wagenpark. Wat hier ook interessant is om het aandeel hybride en elektrische personenauto’s te vergelijken met het landelijk gemiddelde. Het aandeel hybride en elektrische personenauto’s is in 2022 in het geregistreerde wagenpark is respectievelijk 5,9% en 1,8%. Landelijk is dit respectievelijk 4,6% en 3,6%. Het aandeel geheel elektrische personenauto’s in het geregistreerde wagenpark is minder dan het landelijk gemiddelde van 3,6% elektrische personenauto’s. In tegenstelling tot het geregistreerd wagenpark, ligt zowel het aandeel hybride als het aandeel elektrische personenauto’s hoger dan het landelijk gemiddelde. In het passerend wagenpark is het aandeel hybride en elektrische personenauto’s namelijk 8,7% en 5,5%.

Wagenpark in relatie tot de Zero Emissie zones Stadslogistiek Vanwege de Zero Emissie zones Stadslogistiek die vanaf 2025 ingevoerd worden, is het van belang om in kaart te brengen hoeveel van de huidige bedrijfsauto’s toegang zullen hebben tot deze zones. Hierbij gaat het om geheel elektrische bedrijfsauto’s. Maar ook over de schonere bedrijfsauto’s (Euro 5 en Euro 6). Euro 5 voertuigen hebben toegang tot de Zero emissie zones tot 1-1-2027 en Euro 6 voertuigen hebben toegang tot de Zero emissie zones tot 1-1-2028. Ook hebben bakwagens (zwaar voertuig) van klasse Euro VI die maximaal uit 2020 komen, toegang tot 11-2030. Hetzelfde geldt voor trekker opleggers (zwaar voertuig) van klasse Euro VI die maximaal uit 2017 komen. Op basis van het geregistreerde wagenpark van 2022, heeft 65,9% van de lichte bedrijfsauto’s, 60,2% van de trekker opleggers en 17,6% van de bakwagens toegang tot de Zero Emissie zones na 1-1-2025.

42

Bijlage 2 NO2 meetlocaties

43

Bijlage 3 Vergelijk fijn stof G40

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=8fb9e7ae-0868-49f7-8b17-ca437989f316