Voortgang onderdeel harmoniseren subsidies
Tekst van het document
Voortgang onderdeel harmoniseren subsidies Aanleiding en werkwijze inventarisatie Een belangrijk onderdeel van de uitvoering van de kadernotitie Samen werken, samen sterk is het harmoniseren van subsidies. Het doel is de subsidiëring in de sociale basis meer integraal uitvoeren en de subsidies beter toegankelijk maken voor inwoners en maatschappelijke initiatieven. Bij de besprekingen in de raad van Samen werken, samen sterk en het beleidskader Ruimte voor ontmoeten, verzoekt de raad in de motie 'Meer ruimte voor ontmoeting is meer ruimte voor subsidies' (200923.7) het college om: 1. In de visie en het afwegingskader voor de subsidie van activiteiten van bewoners in de wijk de toekenning van subsidies zo laagdrempelig mogelijk te maken en de kaders voor de subsidies zoveel mogelijk te ontschotten. 2. In de visie en het afwegingskader het mogelijk te maken om een subsidie over meerdere jaren toe te kennen zodat men meer zekerheid heeft en de administratieve lasten dalen. De uitvoering van de motie hebben we opgepakt bij het onderdeel harmoniseren subsidies. We zijn gestart met een inventarisatie van alle subsidies die bijdragen aan de doelen in de sociale basis zoals verwoord in Samen werken, samen sterk. De subsidies dragen bij aan sociale inclusie, sociale cohesie en sociale empowerment (model van Sociale Kwaliteit).
Meer concreet dragen ze bij aan: Het bevorderen van gezondheid, ontmoeten en het tegengaan van eenzaamheid en sociaal isolement. Het bevorderen van veilig, gezond en kansrijk opgroeien van kinderen en jongeren: gelijke kansen, sterke gezinnen en kinderen veilig thuis. Het bevorderen van gemeenschapsvorming en het (kunnen) meedoen van alle inwoners in de Nijmeegse samenleving. Doel Het doel van deze inventarisatie is meer inzicht en overzicht verkrijgen van alle subsidie die bijdragen aan de doelen van de sociale basis, om van daaruit een start te kunnen maken met het harmoniseren van deze subsidies. Met de inventarisatie stellen we vragen als: hoe zien de subsidies eruit; door wie worden ze aangevraagd; zijn de subsidies één- of meerjarig; zijn er binnen de NKS aanvullende subsidieregelingen ingesteld van waaruit de subsidies worden verstrekt; aan welke begrotingsprogramma’s en -doelen dragen de subsidies bij? Daarnaast: kunnen de subsidies het hele jaar door aangevraagd worden of gaat het vooral om een subsidieronde met vast aanvraagmoment? Worden aanvragers ondersteund bij de aanvraag? Afbakening De subsidies 2022 die bijdragen aan één of meer doelen van de sociale basis staan gezamenlijk voor een bedrag van €38.900.000.
Daarvan is €26.000.000 verbonden aan een aantal grotere partners die als kernpartner betrokken zijn bij het stadsdeelprogrammeren, denk aan Bindkracht10, GGD Gelderland-Zuid, Sterker sociaal werk en De Lindenberg. Deze organisaties en subsidies hebben we in de inventarisatie buiten beschouwing gelaten. De inventarisatie is in eerste instantie gericht op de overige organisaties en inwoners- en vrijwilligersinitiatieven in de sociale basis die in 2022 gezamenlijk €12.900.000 aan subsidies hebben ontvangen. Gegevensverzameling Van de subsidies is vanuit de gemeentelijke administratie allereerst de volgende info verzameld: Organisatie waaraan de subsidie is verleend Gemeentelijk programma dat de subsidie heeft verleend Doel uit de doelenboom waarop de subsidie aansluit/onder geregistreerd is Omvang bedrag Daarnaast is met een enquête verdiepende informatie opgehaald bij de beleidsadviseurs die betrokken zijn bij de verstrekking. Het gaat om: Doelgroep waarop de subsidie is gericht Doelen waarop de subsidie zich richt, waarbij meerdere antwoorden kon worden gegeven Gebied/stadsdeel waarop de subsidie is gericht Samenstelling van vrijwilligers en professionals van de organisatie waaraan de subsidie is verleend Duur subsidieperiode Subsidieregeling of niet Subsidieronde of niet Wijze van vaststelling bedrag Mate van gemeentelijke ondersteuning bij de aanvraag 1
In totaal is over 576 subsidies aanvullende informatie opgehaald. Deze subsidies staan gezamenlijk voor een bedrag van €12.524.000. Dit heeft een overzicht opgeleverd van subsidies die passen binnen de sociale basis en de kenmerken daarvan. Deze notitie geeft de belangrijkste bevindingen weer. Daarbij is een nuancering op zijn plaats. Sommige resultaten koppelen subsidiebedragen aan kenmerken die bij de enquêtering zijn opgehaald, bijvoorbeeld doelgroep van de subsidie, wat vaak geen ‘harde’ gegevens zijn maar een inschatting van de betrokken beleidsadviseurs. Deze analyses zijn een simplificatie van de werkelijkheid. Zo wordt het bedrag van een subsidie waarvoor meerdere doelgroepen zijn benoemd, niet verdeeld over deze doelgroepen maar volledig toegeschreven aan iedere doelgroep. Het is immers niet te zeggen welk deel van het subsidiebedrag iedere doelgroep voor zijn rekening neemt. Zulke analyses bieden inzicht, maar blijven indicatief. In deze bijlage presenteren we de resultaten van de inventarisatie met in de laatste paragraaf de vervolgaanpak.
Resultaten inventarisatie Subsidies per programma De 576 subsidies in de inventarisatie zijn afkomstig van 5 programma’s. Tabel 1 laat zien hoe de subsidies in aantal en bedrag zijn verdeeld over deze programma’s. Tabel 1 Aantal subsidies en bedrag per programma
Programma Welzijn, wijkontwikkeling en zorg Cultuur en cultureel erfgoed Sport Onderwijs Werk en inkomen Totaal
Aantal subsidies 391 108 69 7 1 576
Bedrag €7.087.000 €2.689.000 €166.000 €1.807.000 €775.000 €12.524.000
Figuur 1 Subsidies ingedeeld naar grootte bedrag; aantal subsidies en bedrag
Figuur 1 deelt de subsidies in 6 categorieën, afhankelijk van het bedrag. De figuur laat voor iedere categorie zien om hoeveel subsidies het gaat en welk bedrag hiermee gepaard gaat. Te zien is dat ruim 60% van de subsidies (368) kleiner zijn dan €5000. Gezamenlijk staan deze subsidies met €390.600 voor een fractie van de geïnventariseerde 2
€12.524.000. Daar tegenover staan 31 subsidies die groter zijn dan €100.000; deze nemen €8.101.000 voor hun rekening. Subsidiedoelen De geïnventariseerde subsidies zijn verstrekt onder ten minste een doel uit de doelenboom. In totaal gaat het om 18 doelenboomdoelen. Invullers konden aangeven welke doelen (afgeleid van de doelenboom) een subsidie nog meer diende, naast het doel uit de doelenboom waaronder de subsidie is verstrekt. Voor de helft van de subsidies gaat het om een één doel. Voor een kwart van de subsidies zijn twee doelen van toepassing, voor 15% drie doelen. Voor 1 op de 10 subsidies geldt dat de subsidie aansluit op meer dan 3 doelen. Wanneer wordt gekeken naar het aantal subsidies dat is gekoppeld aan ieder doel, zijn de meest genoemde doelen:
Ontmoeting stimuleren: Eenzaamheid tegengaan: Toegankelijk maken van cultuur: Vrijwilligerswerk stimuleren: Gemeenschapsvorming: Zelfredzaamheid stimuleren: Sportdeelname stimuleren:
341 subsidies 112 subsidies 108 subsidies 89 subsidies 82 subsidies 65 subsidies 61 subsidies
Doelen waaraan minder dan 50 subsidies zijn gekoppeld zijn niet in bovenstaand overzicht opgenomen. Het gaat om: opvoedklimaat versterken (45), talentontwikkeling (44), culturele amateurverenigingen ondersteunen (42), gezonde leefstijl bevorderen (33), gezondheidsverschillen verkleinen (31), acceptatie genderdiversiteit (28), ondersteunen van mantelzorgers (27), bewonersinitiatief stimuleren (21), sportaanbieders ondersteunen (18), sportevenementen stimuleren (12), tegengaan jongerenproblematiek (10), toegankelijke wijkaccommodaties (8), armoedebestrijding (4) en dierenwelzijn (3). Doelgroepen De meeste subsidies (313) zijn gericht op alle inwoners en hebben daarmee geen specifieke doelgroep. Deze subsidies staan voor een bedrag van €4.323.000. De resterende €8,2 miljoen was gericht op een of meerdere doelgroepen. Omdat een subsidie gericht kan zijn op meerdere doelgroepen, tellen de bedragen per doelgroep niet op tot het totale subsidiebedrag. Een substantieel deel van het geïnventariseerde budget - €5.426.000 - gaat (mede) naar kinderen (peuters, schoolkinderen, tieners). Kleinere doelgroepen zijn migranten/ statushouders/ inburgeraars (gezamenlijk €1.650.000), vrijwilligers (€982.000) en lhbti-personen (€181.000).
Doelgroepen die daar tussen liggen – allen 2 tot 3 miljoen euro - zijn volwassenen, 65-plussers, Nijmegenaren met een beperking, Nijmegenaren met een klein inkomen, jongvolwassenen/studenten en ouders/verzorgers. Gebied Figuur 2 laat zien welke bedragen zijn gekoppeld aan subsidies die zich richten op een bepaald gebied. Verreweg de meeste subsidies richten zich op de gehele stad. Het gaat om 344 subsidies voor een bedrag van €9.560.000. Een bedrag van €1.698.000 is gericht op de regio. Er zijn grote verschillen in omvang van bedragen van subsidies die zich richten op een bepaald stadsdeel. In Oud-West gaat het om een relatief groot bedrag (€2.433.000), terwijl het in Centrum en Noord om veel kleinere bedragen gaat (resp. €146.000 en €153.000). Omdat een subsidie gericht kan zijn op meerdere gebieden, tellen de bedragen per gebied niet op tot het totale subsidiebedrag.
Figuur 2 Subsidiebedrag naar gebied
3
Type organisatie Gekeken naar type organisatie waaraan subsidie is verstrekt, overheersen de organisaties die (hoofdzakelijk) bestaan uit vrijwilligers. Dat is te zien in Figuur 3. Twee derde van de subsidies is verstrekt aan zulke organisaties. Zij nemen €2.303.000 van de geïnventariseerde €12.524.000 voor hun rekening. 22% van de organisaties bestaat uit een mix van vrijwilligers en professionals. Aan deze organisaties is een bedrag gekoppeld van €6.688.000. De resterende 11% van de organisaties bestond geheel of hoofdzakelijk uit professionals, tegen een bedrag van €3.199.000.
Figuur 3 Type organisatie waaraan subsidie is verstrekt
Bij het programma Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg gaat het veel vaker om vrijwilligersorganisaties; 76% van de verstrekte subsidies gaat naar een organisatie die (voornamelijk) bestaat uit vrijwilligers. Bij het programma Cultuur gaat het om 43%, terwijl 37% van de subsidies gaat naar een organisatie die bestaat uit een mix van vrijwilligers en professionals. Duur subsidieperiode Subsidies kunnen incidenteel worden aangevraagd, (vrijwel) jaarlijks worden aangevraagd of direct worden verleend voor meerdere jaren. Uit de enquêtering blijkt dat meer dan de helft van de subsidies bijna jaarlijks worden aangevraagd (56%). Het aandeel subsidies dat incidenteel wordt aangevraagd en het aandeel dat wordt aangevraagd voor is ongeveer even groot (beide 18%). Dit is te zien in Figuur 4.
Figuur 4 Duur subsidieperiode
Subsidieregeling en subsidieronde Bij 76% van de subsidietoekenningen (a €3.365.000) gaat het om een subsidieregeling, bij 24% (a €9.160.000) niet. Dit betekent dat er binnen de NKS nadere regels en voorwaarden zijn afgesproken die aan de subsidietoekenning zijn verbonden, bijvoorbeeld wat betreft doel, hoogte bedrag, kenmerken aanvragers etc. Voor de programma’s 4
Sport en Cultuur en Cultureel Erfgoed gaat het uitsluitend om subsidietoekenningen die volgens een regeling worden verstrekt. Binnen het programma Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg werd twee derde van de subsidies verstrekt volgens een subsidieregeling, een derde niet volgens een subsidieregeling. 52% van de subsidieverstrekkingen zijn onderdeel van een subsidieronde die plaats vindt op een bepaald moment gedurende het jaar, bij 48% is sprake van doorlopende aanvraagmogelijkheden. Bij het programma Welzijn, wijkontwikkeling en Zorg gaat het bij 52% van de subsidieverstrekkingen om een subsidieronde, bij Cultuur en cultureel erfgoed om 90%. Bij sport gaat het bij alle subsidies om doorlopende aanvraagmogelijkheden. Wijze van vaststelling bedrag Bij 44% van het aantal subsidietoekenningen lag het aan te vragen bedrag al vast in een regeling, bij 56% van het aantal subsidietoekenningen werd het te verlenen / toe te kennen bedrag bepaald op basis van een ingediende begroting (zie Tabel 2). Hierbij zijn geen grote verschillen tussen de programma’s. Wel is een duidelijk verband met het subsidiebedrag; tot €100.000 geldt dat hoe groter het bedrag is, hoe vaker het bedrag wordt bepaald op basis van een ingediende begroting. Voor subsidies tot €500 geldt dat een derde van de subsidies op basis van een ingediende begroting wordt bepaald.
Voor subsidies tussen de €35.000 en €100.000 euro is dit opgelopen tot 97%. Voor subsidies boven de €100.000 wordt 75% bepaald op basis van een ingediende begroting. Tabel 2 Wijze van vaststelling bedrag naar subsidiebedrag
Bedrag <€500 €500-€5.000 €5.000-€35.000 €35.000-€100.000 >€100.000 Totaal
Als vooraf vastgesteld bedrag 68% 51% 20% 3% 26% 44%
Op basis van ingediende begroting 32% 49% 80% 97% 74% 56%
Ondersteuning bij de aanvraag In hoeverre is er vanuit de gemeente ondersteund bij het aanvragen van de subsidie? Dat is te zien in Figuur 5. Bij 35% is geen ondersteuning (a €4.658.000), bij 47% een beetje (a €4.198.000), bij 6% was veel ondersteuning (a €1.221.000). Ondersteuning kan gaan om het beantwoorden van vragen, verscherpen van doelstellingen en afstemmen over het bedrag. Dit gebeurt per mail of in één of meerdere gesprekken.
Figuur 5 Mate van gemeentelijke ondersteuning bij de subsidie aanvraag
Een kenmerk dat sterk van invloed is op de mate waarin gemeentelijke ondersteuning is gegeven, is of de aanvragende partij (vooral) bestaat uit vrijwilligers of professionals. Organisaties die (met name) bestaan uit vrijwilligers krijgen vaker ondersteuning (62%) dan organisaties die (met name) bestaan uit professionals (38%).
5
Tips bij harmoniseren faciliterende subsidies In de enquête is bij de beleidsadviseurs informatie opgehaald over tips en voorbeelden van mogelijke interventies die bijdragen aan het harmoniseren van de subsidies. De input kan worden verdeeld in 3 categorieën. Deze worden hieronder kort toegelicht. Deze tips zijn enkel bedoeld als aanknopingspunten om een verdere verkenning te starten. Kaders/richtlijnen Uit de enquête komt naar voren dat er behoefte is aan duidelijke kaders/richtlijnen aan de hand waarvan een subsidieaanvraag kan worden beoordeeld. Voorbeelden van de genoemde tips zijn het opstellen van een of meerdere (nieuwe) regelingen binnen de sociale basis en het opstellen van een totaaloverzicht van subsidiemogelijkheden met bijbehorende voorwaarden. Integrale afweging/samenwerking Uit de enquête blijkt een duidelijke wens om subsidieaanvragen meer integraal af te wegen en hierbij de samenwerking op te zoeken tussen de verschillende beleidsdomeinen binnen de sociale basis. Hierbij kan gedacht worden aan het afstemmen van subsidierondes en -regelingen en het gezamenlijk beoordelen van subsidieaanvragen binnen de sociale basis. Ondersteuning van aanvragers De resultaten van de enquête laten ook een aantal tips over de ondersteuning van aanvragers zien.
Het gaat dan bijvoorbeeld over de toegankelijkheid van informatie over subsidies binnen het sociale domein of het organiseren van voorlichtingsmomenten over het aanvragen van subsidie.
Vervolg Om vervolg te geven aan de inventarisatie en verder te werken aan het harmoniseren van de subsidies binnen de sociale basis onderscheiden we verschillende fases. Onder de tabel op de volgende pagina worden de fases kort toegelicht.
Fase* Fase 1
Invulling Bespreken eerste resultaten inventarisatie
Wie Wanneer Projectgroep Start: mei 2023 Ambtelijke organisatie Kernpartners sociale basis Fase 2 Uitwerken interventies korte termijn Projectgroep Start: augustus 2023 Fase 3 Ophalen input Projectgroep Voorbereiding: 2023 inwoners/partners/organisaties in sociale Inwoners Start: 2024 basis Overige partners Initiatieven in sociale basis Fase 4 Uitwerken scenario’s harmoniseren Projectgroep Start: 2024 faciliterende subsidies in sociale basis Afstemming onder meer met: Kernpartners sociale basis Adviescommissies Besluit: College Raad Fase 5 Implementatie Projectgroep Start: 2025/2026 Ambtelijke organisatie Kernpartners sociale basis Inwoners Overige partners Initiatieven in sociale basis *Ten behoeve van innovatie en ontwikkeling van o.a. de interventies en scenario’s voor de fasen van harmoniseren subsidies, is een claim ingediend bij het Koersdocument.
6
Fase 1 In fase 1 worden de eerste resultaten van de inventarisatie besproken met verschillende onderdelen van de ambtelijke organisatie en kernpartners binnen de sociale basis. Hierbij wordt input opgehaald voor de invulling van fase 2 t/m 4. Fase 2 In fase 2 worden mogelijke interventies die op korte termijn kunnen worden toegepast verder uitgewerkt. Waar mogelijk worden deze interventies in de huidige werkwijze geïmplementeerd. Het gaat om interventies die passen binnen de bestaande systematiek, waardoor op korte termijn al verbeteringen mogelijk zijn in de integrale afweging en toegankelijkheid van faciliterende subsidies in de sociale basis. Fase 3 In fase 3 wordt input opgehaald vanuit inwoners, partners en initiatieven in de sociale basis. Samen met deze partijen wordt het huidige systeem van subsidies besproken en verkend welke interventies mogelijk zijn om de subsidies meer toegankelijk te maken en welk effect een integrale afweging heeft op de besluitvorming over subsidieaanvragen binnen de sociale basis. Fase 4 Op basis van de input uit fase 3, aangevuld met de informatie uit de inventarisatie en fase 1 en 2, worden meerdere scenario’s in het harmoniseren van de subsidies uitgewerkt. Deze scenario’s worden ter afstemming voorgelegd aan de kernpartners binnen de sociale basis en ook de adviescommissies worden gevraagd om mee te denken over de scenario’s.
Het doel van de scenario’s is om verschillende mogelijkheden te schetsen waarmee de faciliterende subsidies in de sociale basis meer integraal kunnen worden afgewogen en toegankelijk zijn voor potentiële aanvragers. De scenario’s worden vervolgens voorgelegd aan college en raad ter besluitname. Fase 5 Op basis van het besluit in fase 4 worden de interventies in het gekozen scenario geïmplementeerd. Bij deze implementatie zijn zowel de ambtelijke organisatie, als de kernpartners, inwoners, overige partners, en initiatieven in de sociale basis betrokken. Het doel is dat de faciliterende subsidies in de sociale basis verder worden geharmoniseerd. Hierbij sluiten de subsidies aan bij de integrale werkwijze binnen de sociale basis en zijn toegankelijk voor inwoners/partners/initiatieven in de stad.
7