CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel voor vervolgoverleg Nijmegen West Weurt

Besluitronde (raadsvergadering) 22 september 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: D43 d.d. 13 juli 2021 inzake Voorstel voor vervolgoverleg Nijmegen West Weurt6.226 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NIJMEGEN-WEST EN WEURT Voorstel voor vervolgoverleg (naar een duurzaam, gezond en veilig Nijmegen-West en Weurt met duurzame verhoudingen tussen alle belanghebbenden)

Groesbeek, 1juli 2021 H.J. Beltman Docu: Nijmegen-West en Weurt voorstel overleg

0. Samenvatting en opmaat voor een Omgevingsdialoog Nijmegen-West en Weurt Inleiding TPN-West, of anders gezegd Nijmegen-West en Weurt, is een groot binnenstedelijk industriegebied omgeven door woonwijken. De diverse belangen die er spelen lopen niet altijd parallel. Zo zal de zorg voor werkgelegenheid en de wens voor een veilig en gezond leefmilieu in en rond het gebied zorgvuldig naast elkaar moeten worden afgewogen. In de afgelopen 20 jaar heeft ten behoeve van discussies over deze belangen het Kronenburger Forum gefunctioneerd. Om een aantal redenen heeft dit Forum opgehouden te bestaan. De vraag is opgekomen of er een nieuw overleg tot stand zou moeten komen en zo ja, in welke vorm en onder welke condities. De vraag wel of niet is op 2 manieren te beantwoorden: a. Positief: - Overleg tussen en met alle belanghebbenden is de enige manier om tot een balans te komen tussen de spelende belangen. - Er spelen interessante en uitdagende vraagstukken die om een uitwerking vragen. Enerzijds komen die voort uit de vastgestelde gebiedsvisie voor het gebied. Anderzijds zijn het vraagstukken die inherent verbonden zijn aan de relatie werken/wonen. - De komende omgevingswet nodigt uit/verplicht tot een omgevingsdialoog. b.

Negatief: - Het ontbreken van een overleg leidt tot onzekerheid, zorgen - Belanghebbenden komen tegenover elkaar te staan - In het verleden is gebleken dat het ontbreken van overleg leidt tot (veel) procedures bij de Raad van State. Met alle belanghebbenden zijn gesprekken gevoerd en allen hebben aangegeven voorstander van een nieuwe overlegvorm te zijn, zij het dat de vormgeving en condities waaronder op punten verschillen. Het volgende voorstel is voor een belangrijk deel gebaseerd op de opgehaalde ideeën die tijdens de gesprekken naar voren zijn gekomen. Een nieuw overleg in kernbegrippen:  Doel en scope: - Duurzaam overlegverband met duurzame relaties en duurzame resultaten - Uitwisseling info, opstellen adviezen, uitwerken (grote) onderwerpen  Vertrouwen herstellen: Focus op de toekomst levert kans op (begin van) herstel vertrouwen.  Overleg met wie: Bedrijven, bewoners, medewerkers Nijmegen en Beuningen, gebiedsregisseur Nijmegen, ODRN, Milieugroep(en), medewerkers Radboud Universiteit.  Participatie: Er zal vooral sprake (moeten) zijn van “meedoen, meedenken en meebeoordelen”.  Afvaardiging: Geen vertegenwoordigingsmodel, Ruime afvaardigingen gewenst.

2

 Rollen en verantwoordelijkheden: Sprake van evenwaardigheid. Geen bovenliggende partij. Overleg is van iedereen!  Spelregels: Voorstel: niet openbaar, omgaan met de pers gezamenlijke verantwoordelijkheid, geen geheimhoudingsplicht, wijze van besluitvorming kan verschillen.  Info-voorziening: Allen zorgen voor in te brengen informatie, die vroegtijdig, compleet, consistent en gebundeld moet zijn.  Onderwerpen: 7 uit te werken onderwerpen genoemd, prioriteit nader gezamenlijk te bepalen: 1. proactief milieubeleid 2. vestigingsmogelijkheden 3. circulaire economie / energietransitie 4. logistiek 5. vergroening van het gebied 6.cumulatieve milieudruk 7. communicatie 8. veiligheid 9. fietsroutes  Communicatie: Plan op te stellen voor communicatie ten behoeve van de overlegstructuur, maar ook ten behoeve van de achterbannen.  Werkgroepen: De geprioriteerde onderwerpen worden in werkgroepen uitgewerkt. Startnotitie te maken voor aanpak. Resultaten worden in de plenaire overleggroep vastgesteld.  Frequentie: Plenair overleg ca. 6 x per jaar. Zo nodig tussendoor en/of per mail.  Kwartiermaker en kernteam: Onpartijdige kwartiermaker legt samen met kerngroep de verbinding tussen/overgang van het voortraject (dit voorstel) en de definitieve organisatie en werkwijze van de nieuwe overleggroep.

 Voorzitter: Er wordt een onpartijdige voorzitter geworven op basis van gezamenlijk opgestelde selectiecriteria. Deze is samen met het kernteam verantwoordelijk voor de voortgang, de organisatie, de voorbereiding van bijeenkomsten.  Financiën: Voor het voorzitterschap, verslaglegging, vergaderfaciliteiten, stagevergoedingen en evt. een second opinion zal per jaar ca. € 25.000,= nodig zijn  Planning: - Voor de zomervakanties: akkoord (evt. geamendeerd) voorstel - Zomerperiode: werkzaamheden kwartiermaker - 2e helft september met de nodige publiciteit: 1e bijeenkomst “omgevingsdialoog Nijmegen-West en Weurt”.

3

1. Intro Het Kronenburger Forum (KF), dat als overlegplatform bijna 20 jaar heeft gefunctioneerd, is feitelijk “ter ziele”. Het KF bracht alle belanghebbenden bij elkaar met als doel ontwikkelingen binnen het gebied van TPN-West in relatie tot het (leef)milieu te bespreken en desgewenst gevraagd en ongevraagd daarover advies uit te brengen. Een van de laatste activiteiten is geweest dat een werkgroep uit het KF actief geparticipeerd heeft bij de ontwikkeling van een gebiedsvisie voor TPN-West. Dat proces is de ogen van meerderen bepaald niet optimaal, zo niet teleurstellend, verlopen. Deelnemers herkenden zich niet in een aantal tekstvoorstellen en de procedure leidend tot de vaststelling van de gebiedsvisie geschiedde niet conform eerder in de vastgestelde startnotitie verwoord. Mede in relatie hiermee en het ontbreken van een goede basis om verder te gaan hebben voorzitter en secretaris besloten de activiteiten van het Forum te beëindigen. Dat is vervolgens aan alle deelnemers medegedeeld. Deze feitelijke situatie leidt er toe dat er al langere tijd geen gezamenlijk overleg plaatsvindt tussen en met alle betrokkenen in en rond TPN-West. Ook onderwerpen uit de gebiedsvisie krijgen geen uitwerking. Het leidt tot de vraag of er toch een nieuw gezamenlijk overleg moet komen en zo ja, welke rollen, taken, verantwoordelijkheden (status), spelregels, etc.

dan overeen gekomen moeten worden om tot een kansrijk en betekenisvol overleg voor allen te kunnen komen. Na overleg met alle belanghebbenden, t.w. enkele bedrijven, de bedrijfsvereniging TPNWest, bewoners, milieugroepen en de gemeenten Nijmegen en Beuningen, is de voormalige voorzitter van het KF gevraagd een concept voorstel met aanbevelingen op te stellen. In het Teams-overleg van 16 november 2020 met en tussen belanghebbenden heeft iedereen hiermee ingestemd. Het volgende voorstel is mede de neerslag van alle gesprekken die hebben plaatsgevonden. De suggesties, ideeën, wensen maar ook zorgen die deelnemers tijdens deze gesprekken hebben geuit zijn hierbij betrokken. Het betekent overigens niet dat deze input overal onverkort is overgenomen. De opvattingen en ervaring van de opsteller hebben tevens bijgedragen tot het volgende voorstel en de daarbij horende aanbevelingen. In bijlage 1 staat het overzicht van degenen met wie in de afgelopen periode overleg is gevoerd. 2. Aspecten voor een succesvol overleg Vooraf: Het gebied Nijmegen-West en Weurt is een groot binnenstedelijk industriegebied met zo’n 460 bedrijven. Het biedt werkgelegenheid aan ca. 8000 werknemers. In de directe omgeving ligt het dorp Weurt en de woonwijken Waterkwartier, Hees en Neerbosch-Oost en het kinderdorp Neerbosch. Er spelen derhalve de nodige belangen die niet op voorhand met elkaar in balans zijn.

Des te meer reden om die belangen zichtbaar te hebben, te behouden en te bespreken op zoek naar een voor alle belanghebbenden aanvaardbare balans in die belangen.

4

 Een nieuw overleg a. Overwegingen: Uit alle gesprekken is gebleken dat iedereen het belang van een vervolg op het KF onderschrijft, zij het dat de invulling en vormgeving ervan soms nogal verschilt. Zo is de vraag opgekomen of er dan alleen sprake zal zijn van informatie-uitwisseling, dan wel dat bespreking van ontwikkelingen in en rond het gebied tot gevraagde dan wel ongevraagde adviezen kan/moet leiden aan welke belanghebbende dan ook. Het is zeer de vraag of het model van enkel uitwisseling van informatie tot blijvende interesse en deelname kan leiden. Dat zou ook wel een heel magere invulling betekenen van “participatie” zoals bedoeld in de komende Omgevingswet. In de gebiedsvisie staan tal van onderwerpen die om uitwerking vragen. Het ligt dan toch voor de hand om die uitwerking “in handen te geven” van alle belanghebbenden. Deze benadering leidt tevens tot een voor de hand liggende benaming voor een vervolgoverleg: “OMGEVINGSDIALOOG NIJMEGEN-WEST EN WEURT”, afgekort ONW. b. Aanbeveling 1: Als doel en scope vaneen nieuw overleg te definiëren: Alle belanghebbenden werken samen in een duurzaam overlegverband aan de totstandkoming van een duurzaam, c.q. veilig en gezond bedrijventerrein Nijmegen-West en Weurt, incl.

de omliggende woonwijken Dit gebeurt en komt tot stand door: - Uitwerking van onderwerpen uit de gebiedsvisie en het opstellen van adviezen daaromtrent - Uitwisseling en bespreking van informatie over ontwikkelingen binnen en rond Nijmegen-West en Weurt NB. Het ligt in de rede het lopende wijkoverleg tussen ODRN en bewoners in te brengen in het overleg (ONW). De informatie die hierbij wordt uitgewisseld is immers in ieders belang en ook anderen (o.a. bedrijven) kunnen/moeten daarbij een inbreng kunnen hebben. Tijdens de gesprekken met bewoners en ODRN is gebleken dat zij dit wijkoverleg in stand willen houden, met de kanttekening dat de bewoners hebben aangegeven dat deze overgang eventueel kan plaatsvinden na gebleken goed functioneren van het nieuwe overleg.

- Het (desgewenst) opstellen van adviezen over (voorgenomen) ontwikkelingen in en rond het gebied

5

- Uitwerking van overige, later opkomende onderwerpen c. Aanbeveling 2: Een nieuw overleg de naam te geven van: “Omgevingsdialoog NijmegenWest en Weurt” (ONW).  Afscheid van verleden en vertrouwen herstellen De onderlinge verhoudingen tussen belanghebbenden zijn in de afgelopen periode verstoord geraakt en het onderlinge vertrouwen is, zo is uit de gesprekken gebleken, geschaad. Dat is niet zo maar weer hersteld. Toch is het van groot belang kansen naar de toekomst te zoeken en niet te vervallen in wat in het verleden niet goed is gegaan. Een eerste kans kan ontstaan als dit voorstel, zo nodig aangevuld, c.q. gewijzigd door alle betrokkenen wordt onderschreven, waarmee een basis ontstaat voor een nieuwe start. In het volgende wordt gepoogd om condities te beschrijven die kunnen bijdragen aan een kansrijke, succesvolle dialoog.  Belanghebbenden en betrokkenen a. Overwegingen: Voor een effectief en kansrijk overleg is het van belang dat de volgende organisaties, groepen en belanghebbenden participeren, om zodoende alle partijen “aan tafel” te hebben: - Bedrijfsvereniging TPN-West - Individuele bedrijven - Bewoners uit omringende wijken - Medewerker(s) van de gemeente Nijmegen - Medewerker(s) van de gemeente Beuningen - De gebiedsregisseur van de gemeente Nijmegen - ODRN - Milieugroepen - Medewerkers van de Radboud Universiteit b.

Aanbeveling 3: Onderschrijf dat bovengenoemde belanghebbenden en betrokkenen de vaste kern dienen te vormen van het overleg en bewerkstellig een zo ruim mogelijke afvaardiging van met name bedrijven en bewoners.  Participatiemodel a. Overwegingen: Participatie kan op veel manieren plaatsvinden van meedoen, via meebeslissen tot mee-weten. Het onderstaande schema geeft de verschillende mogelijkheden aan. Wat voor de omgevingsdialoog ONW opportuun, c.q. gewenst is, is afhankelijk van het onderwerp en van de “eigenaar” van het onderwerp. Zo zal een beleidsonderwerp van een van beide gemeentes tot andere participatie (kunnen) leiden dan bijv. een onderwerp als uitbreiding of investering bij een bedrijf. In beide gevallen zal er geen sprake zijn van “meebeslissen”, zij het dat verwacht mag worden dat meningen van andere deelnemers wel in de besluitvorming wordt betrokken, onderschrijvend, dan wel afwijzend. In dat laatste geval

6

zal de afwijzing van de ingebrachte mening(en)/adviezen tot uitleg moeten leiden. Voor de meeste onderwerpen die in de ONW ter sprake komen zal de participatie of wel meedenken, dan wel mee-beoordelen zijn. participatietrede Rol

Rolbeschrijving

meedoen

samenwerkingspartner bij de participanten ligt een deel van de uitvoering en proces

meebeslissen

medebeslisser

de participanten hebben een stem in de uiteindelijke besluitvorming

meedenken

adviseur beginspraak

de participanten praten vanaf een vroeger stadium mee over hoe de uitkomsten eruit kunnen zien

mee-beoordelen

adviseur eindspraak

de participanten worden gevraagd een oordeel te geven over de (eind)producten

mee-weten

toeschouwer

de participanten worden geïnformeerd

ontvanger informatie

Communicatierichting

informant

Het bovenstaande laat tevens zien dat bij informatie-uitwisseling, lees mee-weten, sprake is van eenrichtingsverkeer dat snel tot non-participatie zal leiden als het de enige activiteit zou vormen binnen het overleg. De wijze waarop aan participatie door de deelnemers invulling zal worden gegeven is van essentieel belang voor het herstel van het onderlinge vertrouwen en het “geloof” in de betekenis van het overleg. Zo zal steeds duidelijk moeten worden hoe opvattingen, visies, adviezen doorwerken in de uiteindelijke besluitvorming door de “eigenaar” van het onderwerp. b. Aanbeveling 4: Voor de eerste bijeenkomst van de ONW bereiden alle deelnemers hun visie en wensen t.a.v. participatie voor en presenteren dat tijdens het overleg. Doel daarvan moet zijn om een gemeenschappelijke invulling/betekenis van participatie overeen te komen.  Deelneming/afvaardiging - positie a. Overwegingen: Er bestaat een verschil tussen vertegenwoordiging en afvaardiging. Bij vertegenwoordiging zouden de deelnemers steeds eerst de achterban, die zij vertegenwoordigen, moeten raadplegen voordat zij een definitief 7

standpunt over onderwerpen kunnen innemen. Dat zou de slagkracht, de snelheid van het overleg niet ten goede komen. Als er sprake is van afvaardiging is de speelruimte voor de deelnemers groter. Waar dan wel extra aandacht aan zal moeten worden gegeven is de communicatie naar de achterbannen. (zie” communicatieplan”) b. Aanbeveling 5: Kies er voor dat deelnemers als afgevaardigde aan het overleg kunnen deelnemen en stem dat vooraf af met elke betreffende achterban.  Rollen, verantwoordelijkheden en verwachtingen a. Overwegingen: Kenmerk van het overleg en de positie van de deelnemers daarin moet zijn dat er sprake is van evenwaardigheid. Er is geen “bovenliggende” partij”. De ontwikkelingen in het gebied zijn immers in ieders belang. Het betekent ook dat het overleg “van iedereen is” en dat iedereen evenzeer dient bij te dragen in het (goed en effectief) functioneren van het overleg. Die verwachting mag iedereen van de anderen hebben. De deelneming van medewerkers van de Radboud Universiteit verschilt van die van de overige deelnemers. Zij zullen met name actief en betrokken zijn bij uit te werken onderwerpen, zoals o.a. geduid in de gebiedsvisie en aangevuld met onderwerpen die in de gesprekken met de Radboud aan de orde zijn gekomen en al enigszins verder zijn omschreven (zie bijlage 3).

Los van het bovenstaande dient te worden beseft dat de positie van de bewoners vaak een vragende is. Immers hun belang komt voort uit hun wensen/vragen/zorgen dat zij kunnen leven in een gezond en veilig (leef)milieu. Dat zou tot een vorm van ongelijkheid kunnen leiden. Anderzijds hebben de bedrijven behoefte aan een goede verstandhouding met bewoners. Daarnaast wordt gezondheid een toetsingsaspect bij de uitvoering van de Omgevingswet. Dus geen vraag meer, maar “een eis”. Bij het kiezen van onderwerpen kan de inbreng van de Radboud medewerkers bijdragen aan een balans tussen “vraag en aanbod”. Van belang is ook te onderkennen dat het overleg geen besluitvormende verantwoordelijkheid heeft in de richting van de “werkgebieden” van de individuele deelnemers. Dat laat onverlet dat er wel besluiten kunnen worden genomen ten aanzien van uit te brengen adviezen. Conform de later van kracht wordende Omgevingswet mag van de gemeenten verwacht worden dat zij het overleg als omgevingsdialoog faciliteren. Dat kan bijv. financieel – zie hierna, maar ook door zorg te dragen voor het secretariaat.

8

b. Aanbeveling 6: Onderken en bewaak dat binnen het overleg alle posities evenwaardig zijn en dat iedereen gelijkelijk heeft bij te dragen aan het goed functioneren van het overleg. Dit uitgangspunt dient ten grondslag te liggen bij het besluit tot deelname.  Spelregels en kenmerken a. Overwegingen: Voor een goed functioneren zijn van te voren afgesproken spelregels van belang evenals de kenmerken, zoals o.a. doel en scope. In de gesprekken is slechts op beperkte wijze op dit aspect ingegaan. Onder aanbeveling 7 zal een voorzet worden gegeven. Dat stimuleert hopelijk om ze aan te vullen zodra het definitieve voorstel beschikbaar komt, dan wel de voorzet te vervolmaken tijdens de eerste bijeenkomst van de omgevingsdialoog. b. Aanbeveling 7: Onderschrijf de volgende spelregels en karakterisering als belangrijke voorwaarden voor een goed functionerend overleg: - Doel en scope: . uitwisseling van informatie . uitwerking geselecteerde onderwerpen (door werkgroepen) met terugkoppeling naar plenair - Deelname en posities: . evenwaardige deelname . geen vertegenwoordigingsmodel – (ruime) afvaardiging . niet wisselen in afvaardiging - Openbaarheid: De bijeenkomsten zijn niet openbaar - Omgaan met pers: In elke bijeenkomst afspreken of het gewenst is de pers te benaderen, c.q. een persbericht op te stellen. - Geen geheimhouding: Er geldt geen geheimhouding.

Terugkoppeling naar achterbannen kan door de deelnemers afzonderlijk gedaan worden, dat kan ook in speciale (en gekozen) gevallen vanuit de plenaire bijeenkomst worden verzorgd (zie ook hieronder: communicatie). Het bovenstaande laat onverlaat dat er enige vertrouwelijkheid gewenst is om zodoende discussies en hun uitwerking vooral binnen het overleg te laten plaatsvinden. - Besluitvorming: Discussies in het overleg kunnen leiden tot adviezen. Dat kan zijn aan de gemeenten en/of bedrijven, c.q. de bedrijfsvereniging. In de adviezen wordt uiteraard aangegeven wat van de “adviesnemer” wordt verwacht. De adviezen worden plenair vastgesteld. Daarbij kunnen zich verschillende situaties voordoen:  Er heerst unanimiteit. Geen verdere spelregels nodig

9

 

Er bestaat geen overeenstemming. Het advies wordt dan voorzien van een oplegnotitie waarin de verschillende standpunten worden verwoord Bedrijven en bewoners kunnen het niet eens worden over gewenste, c.q. wettelijk vereiste veranderingen. De vraag is dan wie uiteindelijk een besluit neemt. Dat primaat ligt bij de gemeente(n), dan wel bij de provincie. Afhankelijk van de ervaren betekenis van de verandering kan gezamenlijk geadviseerd worden een second opinion van een daartoe geëigende organisatie te vragen.

 info-voorziening a. Overwegingen: De informatievoorziening is essentieel voor het welslagen, functioneren van het overleg. De informatie betreft alle (voorgenomen) ontwikkelingen binnen het gebied. Daarbij is het van belang dat de in te brengen informatie vroegtijdig, compleet, consistent en gebundeld is. Vooral het aspect van vroegtijdigheid is van belang. Dan kan er sprake zijn van participatie in de verdere uitwerking van het onderwerp. Er kunnen de volgende informatiestromen worden onderscheiden: . door beide gemeenten: (startende) plannen, (voorziene) ontwikkelingen . door bedrijven: plannen, ontwikkelingen, vragen/overwegingen . door bewoners: visies, wensen, zorgen, klachten . door ODRN: ontwikkelingen t.a.v. vergunningen, toezicht, handhaving . door milieugroep(en): visies Voor de gemeente Nijmegen is inmiddels een gebiedsregisseur aangewezen die zorg zal dragen voor gebundelde informatievoorziening vanuit de gemeente. b. Aanbeveling 8: Alle deelnemende partijen laten door hun adequate inbreng van hen regarderende informatie zien dat zij het belang van informatievoorziening onderschrijven als essentieel aspect voor het goed functioneren van de omgevingsdialoog.  relatie naar gebiedsvisie TPN-West a.

Overwegingen: Rond de totstandkoming van de gebiedsvisie zijn vanuit het Kronenburger Forum in reactie naar de colleges van B&W 4 onderwerpen genoemd die het Forum bereid was uit te werken. Het betreft: 1. proactief milieubeleid 2. vestigingsmogelijkheden 3. circulaire economie / energietransitie 4. logistiek In de gesprekken met bewoners is daaraan als belangrijk onderwerp aan toegevoegd: (5.)Vergroening van het gebied. Dit mede in relatie met subsidiemogelijkheden door de Provincie Gelderland.

10

In de voorbereiding van de gesprekken met de Radboud Universiteit zijn deze onderwerpen iets verder omschreven –zie bijlage 3. Vooral vanwege het algemene belang zijn hieraan nog toegevoegd: 6.cumulatieve milieudruk 7. communicatie 8. veiligheid 9. fietsroutes In het overleg met prof. Ingrid Visseren en 2 van haar collega’s is verkend op welke wijze en met welke inzet van de Radboud Universiteit onderwerpen uit bovenstaande lijst tot uitwerking kunnen worden gebracht. De gedachte is geopperd dat zodra belanghebbenden het voorstel voor de opzet van de omgevingsdialoog hebben geaccordeerd en de kwartiermaker (zie hierna) bekend is, de laatste contact opneemt met de Radboud om samen een voorstel op te stellen welke onderwerpen onder welke randvoorwaarden op de korte termijn tot uitwerking kunnen komen. In het voorstel zal ook een doorkijk kunnen worden gegeven naar de wijze waarop op de wat langere termijn onderwerpen tot uitwerking kunnen komen. Aanbeveling 9:  De hierboven beschreven onderwerpen te beschouwen als basis voor een op te stellen werkplan, inclusief daarbij behorende prioriteit.  De kwartiermaker te vragen in samenspraak met de Radboud Universiteit een voorstel te ontwikkelen voor de aanpak van ontwerpen uit bovenstaande lijst voor de korte en wat langere termijn. Dat voorstel ware in de eerste bijeenkomst van het overleg te bespreken.

 Communicatieplan en -wijze a. Overwegingen: Communicatie, participatie en evenwaardigheid zijn drie bij elkaar horende begrippen. Als daarin een balans wordt gevonden zal er (geleidelijk) weer vertrouwen kunnen ontstaan. Daarnaast dient niet alleen binnen de overlegstructuur een goede communicatie te heersen, ook naar de achterbannen en breder nog naar de wijken zal voor een goede communicatie moeten worden gezorgd. Bij dat laatste kan o.a. gedacht worden aan vanuit het overleg georganiseerde grotere bijeenkomsten met bewoners. b. Aanbeveling 10: Nodig de kwartiermaker (zie hierna) uit in samenspraak met de Radboud Universiteit een communicatieplan te ontwikkelen, dat in de eerste bijeenkomst van de omgevingsdialoog kan worden besproken en vastgesteld.

11

 Relatie plenair overleg met werkgroepen, incl. werkwijze a. Overwegingen: Het plenaire overleg is met name te beschouwen als het platform waar algemene discussies en beoordelingen van ontwikkelingen plaatsvinden. Onderdeel daarvan zal dan zijn gezamenlijk vast te stellen of nadere uitwerking, al dan niet leidend tot adviezen, gewenst is en op welke wijze dat het meeste effectief kan gebeuren. Bij de uitwerking van onderwerpen uit de gebiedsvisie (en andere opkomende onderwerpen – zie hiervoor) wordt vanuit de plenaire overleggroep de bemensing voorgesteld/geregeld. Voor de werkgroepen is het verstandig aan de start een format te ontwikkelen voor het opstellen van een startnotitie, zodat helder is wat het doel is, hoe de organisatie van de uitwerking van het onderwerp geregeld wordt, wie deelnemen, welke tijdsinzet gevergd wordt, welke inzet van eenieder gevraagd wordt, hoe bijeenkomsten worden voorbereid, etc., etc. De startnotitie wordt ter kennis gebracht aan de plenaire groep, evenals het eindproduct/advies dat uiteindelijk wordt vastgesteld door de plenaire groep. b. Aanbeveling 11: Instemmen met bovengenoemde werkverdeling tussen het plenaire overleg en in te stellen werkgroepen.  Opzet agenda’s a. Overwegingen: Voor een effectief functioneren van de omgevingsdialoog is het verstandig telkenjare een werkplan op te stellen.

Het werkplan bevat naast de algemene discussies en ontwikkelingen de in prioriteit gezette grote uit te werken onderwerpen uit de gebiedsvisie en de overige opgekomen onderwerpen. De agenda voor de bijeenkomsten wordt daardoor mede bepaald. Het is eveneens goed te bepalen welke onderwerpen vast op de agenda dienen te staan. Naast de bekende punten moet dan gedacht worden aan: . informatie van de deelnemers (zie bij informatievoorziening hiervoor) . voortschrijdende afsprakenlijst . “uit de werkgroepen” b. Aanbeveling 12: . Stel een werkplan (kwartiermaker cs – zie hierna) op dat in de eerste bijeenkomst kan worden vastgesteld . bepaal format voor de agenda  Frequentie (plenaire) bijeenkomsten a. Overwegingen: Gelet op de grote opgaven uit de gebiedsvisie, maar ook gelet op de grote (soms tegenstrijdige) belangen die binnen het gebied aan de orde zijn, zal een frequentie van ca. eens per 2 maanden nodig zijn. Dan zal er ook een stevige (onderlinge) binding en commitment kunnen ontstaan. Los

12

hiervan kan het bijvoorbeeld in relatie met de voortgang van de werkgroepen nodig zijn tussendoor bijeenkomsten te regelen, dan wel via mailverkeer informatie te delen. b. Aanbeveling 13: Bepaal de gewenste frequentie voor bijeenkomsten op ca. 6 x per jaar en stel elk jaar een vergaderschema vast.  Kwartiermaker en voorzitterschap, secretariaat en “DB” a. Overwegingen: Voor de voorbereiding van de eerste (en mogelijk tweede) bijeenkomst van de omgevingsdialoog kan gedacht worden aan een kwartiermaker die samen met een bewoner, een bedrijfsmedewerker, een medewerker van ODRN en een medewerker van de gemeente(n) de volgende activiteiten verricht:  Opstellen wervingscriteria onpartijdige voorzitter, die vooral procesgericht dien te zijn  Werving voorzitter en selectieprocedure uitvoeren  Opstellen agenda. De kwartiermaker leidt de eerste bijeenkomst. De eerste bijeenkomst dient vooral gericht te zijn op het ontstaan van overeenstemming over werkwijze (de organisatie) van de omgevingsdialoog. Daarbij zal het onderhavige voorstel, desgewenst in geamendeerde vorm, leidraad kunnen zijn.  Opstellen voorlopig werkplan  Voorbereiden format voor startnotitie tbv werkgroepen  Zoeken en benaderen potentiële deelnemers NB. Ook de kwartiermaker zal een onpartijdige afkomst moeten hebben. Voorgesteld wordt om na de inwerkperiode (1e , evt.

2e bijeenkomst) een kernteam verantwoordelijk te doen zijn voor de voortgang, de organisatie, de voorbereiding van de agenda, etc. Dit kernteam bestaat uit:  De voorzitter  De secretaris  Een bewoner  Een bedrijfsmedewerker  Een ODRN medewerker  Een gemeentelijke medewerker De samenstelling kan bijv. elke 2 jaar worden voorgesteld en vastgesteld door de plenaire groep. Het verdient voorkeur de verslaglegging van de plenaire bijeenkomsten door een extern bureau te laten doen. b. Aanbeveling 14: - Werven/aanwijzen kwartiermaker - Instemmen met de instelling van een kernteam, werven daarvoor en bepalen “zittingsduur” - Instemmen met primaire activiteiten van de kwartiermaker cs 13

- Verslaglegging te doen uitvoeren door een extern bureau.  Financiën en faciliteiten a. Overwegingen: Voor het goed functioneren in de aangegeven opzet zullen financiën en faciliteiten nog zijn. Daarbij te denken aan het volgende: Financiën zullen beschikbaar moeten zijn voor: . voorzitterschap . verslaglegging . vergaderfaciliteiten . stagevergoeding Studenten Radboud Universiteit . eventueel een second opinion Als voorlopige raming moet gedacht worden aan een bedrag van ca. € 25.000,= per jaar. b. Aanbeveling 15: De gemeente(n) stellen een budget ter beschikking van € 25.000,= per jaar.  Planning voor invoering a. Overwegingen: Hopelijk kan voor de zomervakanties overeenstemming ontstaan over dit (desgewenst geamendeerd) voorstel tot invoering van de omgevingsdialoog Nijmegen-West en Weurt. De aanwijzing van een kwartiermaker kan direct daarna plaatsvinden, zodat de activiteiten van hem/haar samen met het kernteam (deelnemers te vragen!) kunnen starten. Deze tijdsduiding leidt er toe dat het mogelijk moet zijn in de tweede helft van september a.s. een eerste bijeenkomst van de omgevingsdialoog te organiseren. Voorgesteld wordt dat met de nodige publiciteit te doen, niet alleen vanwege de belangen die spelen in het gebied Nijmegen-West en Weurt, maar evenzeer als voorbeeld hoe omgevingsoverleg en burgerparticipatie vorm gegeven kan worden. b.

Aanbeveling 16: Alle betrokkenen zetten zich in om te bewerkstelligen dat de eerste bijeenkomst van de omgevingsdialoog Nijmegen-West en Weurt in de tweede helft van september met de nodige publiciteit kan worden gehouden.

Bijlage 1: Overzicht geïnterviewden (via Teams, telefoon, life)

14

(Ten behoeve van de voorbereiding van de gesprekken is een kort memo toegestuurd met de bedoeling en aanpak van het onderzoek – zie bijlage 2)

1. Bedrijven: - Rutger-Jan Pessers – ARN - Kees Bayens - bedrijvenvereniging, Engie - Peter Zwaan – bedrijvenvereniging, Hyster-Yale - DAR – Bart de Bruin, René Nuytinck 2. Bewoners: (gezamenlijk) - Hans Sprangers – Waterkwartier - Antionette Doesborgh - Waterkwartier - Ton van Seters – Dorpsbelang Hees - Erik Fleuren – Neerbosch-Oost - Hans Janssen – Weurt - Jo Smits – Weurt

Samenvatting gemaakt met verzoek (na evt. correcties) te accorderen

3. ODRN: - Jacqueline Heerkens - Antoon Janssen

Korte samenvatting gemaakt met verzoek (na evt. correcties) te accorderen

4. Milieugroepen: - Claudia van Steen – leefmilieu Nijmegen - Wil Jansen – leefmilieu Nijmegen - Johan Vollebroek - MOB 5. Medewerkers gemeente Nijmegen/Beuningen/ODRN: 2 gesprekken - Henk Westenend - Jeroen Jansen - Emile Pilage - Henk Nijhuis - Julia Verhoef - Menno Oudman - Ruben Hurenkamp - Antoon Janssen Korte samenvattingen gemaakt met verzoek (na evt. correcties) te accorderen

6. Gemeente Nijmegen: - Harriët Tiemens – wethouder - Noël Vergunst - wethouder 7. Gemeente Beuningen: - Piet de Klein - wethouder 8. RU Radboud: - Ingrid Visseren - Carlijn Hendriks - Marije Klomp - Pieter Leroy – e.m.

Bijlage 2: memo over bedoeling en aanpak onderzoek

15

In het teams-overleg van 16 november jl. heb is voorgesteld om op (in principe) individuele basis gesprekken aan te gaan met betrokkenen en belanghebbenden rond TPN-West, aangevuld met bijv. vertegenwoordigers van de Radboud Universiteit en de Universiteit Wageningen, die kunnen helpen bij de vraagstukken die spelen in TPN-West, zoals o.a. verduurzaming, milieudruk, circulariteit, etc. In de gesprekken zal geprobeerd worden samen te ontdekken onder welke randvoorwaarden het zinvol is om een nieuwe overlegstructuur te starten ten behoeve van vraagstukken die in en rond het gebied spelen en dan vooral ook kijkend naar de vastgestelde gebiedsvisie TPN-West (als onderdeel van de omgevingsvisie voor Nijmegen).

Daar horen dan vragen bij als "wie horen te/ kunnen participeren in zo’n overlegstructuur, welke rollen horen daarbij, welke spelregels dienen te worden opgesteld en gevolgd, welke inzet mag van eenieder worden verwacht/is nodig, welke onderwerpen in welke volgorde kunnen/moeten worden aangesneden, wat wordt er gedaan met de (tussen)resultaten uit die overlegstructuur, welke communicatieaspecten zijn van belang, hoe zorg je voor een goede info-voorziening naar achterbannen, welke tijdsaspecten zijn van belang, welke (organisatie)vorm biedt dan de beste kansen, etc., etc.” Het plan is om van de gesprekken een korte samenvatting op te stellen die teruggekoppeld wordt voor akkoord. Uiteindelijk is het de bedoeling een voorstel met aanbevelingen op te stellen op welke wijze een nieuwe overlegvorm voor TPN-west e.o. kan worden gestart, waarbij uiteraard ingegaan zal worden op de vragen die in de gesprekken aan de orde zijn gekomen. Het concept daarvan wordt teruggekoppeld naar alle gesproken gesprekspartners voor eventuele reacties. Daarna wordt het voorstel aan de besturen van Nijmegen en Beuningen aangeboden.

Bijlage 3: uitwerking relevante onderwerpen tbv gesprek met Prof. Ingrid Visseren

16

De onderzoeksvragen over en voor TPN-West Achtergrond Onderstaande mogelijke onderzoeksvragen m.b.t. TPN-West, zoals we die aan de RU willen voorleggen, komen uit drie verschillende bronnen: uit (proces en tekst van) de Gebiedsvisie voor TPN-West, door B&W en raad vastgesteld in 2020, uit de ‘nalatenschap’ van het Kronenburger Forum (KF) en uit de serie gesprekken die Hans Beltman in feb-maart 2021 met allerlei betrokkenen heeft gevoerd. Het lijstje is te kort en te lang tegelijk. Het is te kort, omdat er in en om TPN-West een heleboel thema’s spelen die voor de verduurzaming van dat bedrijventerrein van belang zijn. Slechts een klein deel daarvan kan/moet nu, ondersteund met onderzoek, aan de orde zijn. Het is te lang, omdat niet alles tegelijk kan worden aangepakt en het ook tactisch van belang is met enkele, niet al te controversiële thema’s te beginnen. Alle betrokkenen hebben immers zo hun eigen prioritaire thema’s. Onderstaande rits van thema’s is dus een beredeneerde selectie. Een hele rits thema’s Voor elk thema wordt - kort - een context geschetst, een algemene onderzoeksvraag, soms al een beetje gespecificeerde deelvragen geformuleerd, en worden één of meerdere onderzoekers van de RU als potentieel beoogd onderzoek genoemd. 

De cumulatieve milieudruk De milieusituatie op en rond TPN-West is een optelsom van allerlei vormen van milieubelasting: luchtkwaliteit (met verontreiniging van diverse types), geuroverlast, geluidhinder (beide van vaste en mobiele bronnen), verkeersonveiligheid, sociale onveiligheid, industriële risico’s enz. Burgers hebben er al een tijd op aangedrongen een monitoringprogramma op te zetten dat aan zo niet alle, dan toch meerdere van deze variabelen aandacht geeft. Dat moet een opstap zijn naar een meer geïntegreerd milieukwaliteitsbeleid. Vanuit de gemeente is recent toegezegd dat er een monitoringprogramma voor de luchtkwaliteit komt dat meerdere polluenten tegelijk in kaart brengt. Dat is een eerste stap op weg naar een meer integraal kwaliteitsdashboard. De algemene onderzoeksvraag is hoe zo’n programma kan functioneren, zowel in technische zin als in informatieve en communicatieve zin: wie heeft de regie over het programma, wie heeft toegang tot de data, waar en door wie kunnen vragen en antwoorden over de betekenis van die data aan de orde zijn enz. Voor de technische kant van het programma, inclusief de begeleiding van burgers bij het monitoren van de monitoring, denken wij aan Mark Huijbregts en Ad Ragas (FNWI). Voor de communicatieve kant, de ‘citizen science’- en de communicatieaspecten denken we aan Linda Carton (FdM) enerzijds en Noëlle Aarts (ISIS) anderzijds.

Pro-actief milieubeleid Bewoners - en sommige bedrijven - zijn ontevreden over de onvoldoende regelmatige actualisering van vergunning, over de frequentie van toezicht en handhaving, over de toepassing van milieurechtsprincipes zoals BBT e.a. Daarbij spelen ook de respectieve capaciteiten en competenties van gemeente en ODRN een 17

rol. Aansluitend bij het voorgaande punt: ook de gefragmenteerde aanpak van verschillende soorten milieubelasting is hierbij een punt. De algemene onderzoeksvraag is hoe zo’n pro-actief milieubeleid, ook gezien de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 01.01.2022, eruit kan zien. Iets specifieker: wat zijn de mogelijkheden voor ODRN en gemeente om inhoud te geven aan zo’n pro-actief milieubeleid, wat zijn daarvoor de essentiële voorwaarden, wat zijn daarbij leerzame ervaringen van elders, hoe kan dat pro-actieve milieubeleid ook participatief worden ingericht enz. En: welke marges zijn er om, gezien de cumulatieve milieubelasting van TPN-West, bovenwettelijke inspanningen af te spreken? Dit onderzoek is deels bestuurs-juridisch, deels bestuurskundig. Voor het eerste denken wij aan Tonny Nijmeijer en/of Ralph Frins (FdR), voor het tweede aan Mark Wiering en/of een onderzoeker van de vakgroep bestuurskunde (FdM). Voor de noodzakelijke integratie van ‘gezondheid’ in het beleid ex Omgevingswet kan wellicht beroep gedaan worden op een ervaringsdeskundige van de GGD, misschien op de afdeling Public health van RadboudUMC. 

Vestigingsmogelijkheden Een bedrijventerrein is een organisch geheel, waar na verloop van tijd de locatie van bedrijven niet altijd een logische is. Gezien de milieuoverlast zou je mogelijkheden willen hebben om daar wat in te sturen: grootste risicobedrijven centraal, watergebonden bedrijven aan de havenmuren, vrijvallende terreinen niet zomaar laten innemen enz. Het college van B&W wil twee dingen niét doen: (1) men wil geen ‘vestigingsbeleid’ waarin zou worden vastgelegd wat voor type bedrijven er wel en niet mogen komen - vanwege planologisch, vooral juridisch en economisch te risicovol -; (2) men wil de bestaande geluidscontour niet terugleggen - als een instrument om i.i.g. de geluidhinder stapsgewijze maar systematisch terug te dringen. Men heeft wél beloofd de contour ook niet te zullen verruimen. De algemene onderzoeksvraag is hoe, binnen die politieke beperkingen, toch beleid kan worden gevoerd m.b.t. de vestigingsmogelijkheden van diverse typen bedrijven, de locaties enz. Ook dit is deels een bestuursjuridische vraag, maar tegelijk een economisch-geografische en een planologische. Ook hier zouden voorbeelden elders inspiratie kunnen zijn voor wat er in TPN-West wél kan. Ook hier denken wij aan het duo Nijmeijer/Frins (FdR) voor het bestuursrechtelijke deel en verder aan Van der Krabben, Lagendijk e.a. (FdM) voor de planologische en economisch-geografische aspecten.

Circulariteit en energie Vanuit de bedrijven wordt aangedrongen op stappen inzake een circulaire economie. Zowel inzake energiebesparing, hernieuwbare energie als grondstoffen en afval zijn tussen de op TPN-West gevestigde bedrijven nog tal van ongebruikte mogelijkheden. Enkele bedrijven zijn, meestal een-op-een, al langer met initiatieven bezig, maar zelfs een systematische inventarisatie van de mogelijkheden ontbreekt.

18

De algemene onderzoeksvraag is: welke energie-, grondstof- en afvalstromen op TPN-West zijn er, en welke daarvan kunnen redelijkerwijze circulair worden gemaakt? We denken hier aan Sjors Witjes (FdM), maar misschien zijn er ook partners in de FNWI die hieraan kunnen bijdragen. 

Duurzame logistiek Zowel burgers als bedrijven hebben last van de verkeersproblematiek op en rondom TPN-West. Het gaat om veel vrachtverkeer, met alle milieu- en veiligheidsoverlast van dien, en het gaat om de marginale positie van vooral fietsers in het gehele gebied. De centrale onderzoeksvraag is of er voor de aan- en afvoer van grondstoffen en halfen eindproducten een systeem van gebundelde logistiek kan worden ontwikkeld: zijn daar voorbeelden van op andere bedrijventerreinen? Het vraagstuk heeft een technische kant (uiteenlopende condities voor opslag en vervoer van uiteenlopende producten), een ruimtelijke kant (gemeenschappelijke opslag), een economische en een organisatorische kant. We denken aan Rob Van der Heijden (FdM), eventueel in combi met een expert met ervaringskennis van de binnenstedelijke logistieke bundeling (in Nijmegen en elders).

Communicatie: een design, een protocol Met het KF, een soort van lokale variant van het poldermodel, is behoorlijk wat ervaring opgedaan inzake communicatie en participatie. Die lessen verdienen gesystematiseerd te worden en, met alweer gezien de nieuwe mogelijkheden van de Omgevingswet, aanleiding te zijn tot een institutioneel ontwerp voor de communicatie en participatie rondom TPN-West. Centrale onderzoeksvraag: hoe kan een vervolg op KF eruit zien, wat voor institutioneel design past daarvoor, welke partijen zitten daarvoor bij elkaar, hoe kan de gemeente haar regierol vormgeven, hoe worden data en informatie gedeeld, hoe kan een faire participatie worden georganiseerd, welke protocollen en spelregels horen daarbij? We denken aan Noëlle Aarts (ISIS).

De volgende thema’s zijn op dit moment wat minder prioritair, maar kunnen misschien ‘meefietsen’ met een of meer van de voorgaande: 

Veiligheid Niet alleen voor burgers, maar ook voor werknemers en bezoekers komt TPN-West als onveilig over. Daar spelen de eerder genoemde milieufactoren een rol in, het genoemde drukke verkeer, maar ook de stenen vlaktes, de slechte bewegwijzering, het gebrek aan groen, de sloopbedrijven, de sociale onveiligheid, de vermoede en bestaande illegaliteit enz.

19

Een centrale vraag hier is: kun je de veiligheidssituatie op en rondom TPN_West enigszins objectief en op een brede, integrale wijze in kaart brengen? Is zo’n soort inventarisatie elders gedaan, en biedt dat aanknopingspunten voor maatregelen? Het thema kan eventueel meelopen met de eerder genoemde milieumonitoring – al zal er ook dan apart aandacht voor nodig zijn, al was het maar door toevoeging van daaraan gerelateerde variabelen -, maar het kan – zeker als er voorbeeld van elders zouden zijn - misschien ook zelfstandig. We denken aan Ira Helsloot (FdM), misschien in combi met een planoloog of geograaf met kennis van ruimtebeleving. 

Fietsroutes TPN-West is alles behalve een aantrekkelijk fietsgebied. Er moet meteen niet gedacht worden aan fietsroutes dwars door het bedrijventerrein, maar fietsroutes die goed bewegwijzerd en veilig zijn, zouden in elk geval een deel van de werknemers kunnen overtuigen voor de fiets te kiezen. Dat zou het terrein tegelijkertijd ontsluiten en bijdragen aan een betere (beleving van) veiligheid. Centrale vraag hier: wat is de zin en de haalbaarheid van fietsroutes op en rond een dergelijk bedrijventerrein? Hoe kunnen die zinnig aangesloten worden op het Nijmeegse en Beuningense fietsnet? We denken aan Arnoud Lagendijk (FdM), misschien in combi met een Nijmeegse NGO met expertise in fietsroutes.

Organisatie Zoals eerder aangegeven: ons beeld is dat de betrokken medewerk.st.er van de RU enkele studenten op deze thema’s aan het werk zet en begeleidt, in samenspraak met Hans Beltman en met de door de gemeente recent aangestelde gebiedsregisseur. De RUmedewerkers zijn uiteraard primair verantwoordelijk voor de wetenschappelijke kwaliteit, Beltman en de gebiedsregisseur zien toe op de relevantie van een en ander voor de duurzame ontwikkeling van TPN-West. Eerder is gesuggereerd dat het Radboud Centre for Sustainability Challenges in dezen als coördinatiepunt kan fungeren, misschien zelfs als regisseur, om studenten uit hun disciplines samen te laten werken aan déze duurzaamheidsuitdaging? Dat zou kunnen in het kader van mastertheses of in het kader van een ad hoc op te zetten Honours-vak of taak. Hans Beltman Pieter Leroy 2 april 2021

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=4e42e1b5-91f8-4d34-9fb5-eed7f00ae9a2