CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Visie en koers voor participatie en democratische vernieuwing

Besluitronde (raadsvergadering) 31 januari 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling visie en koers voor participatie en democratische vernieuwing (Ons samenwerken met de stad) (117/2023)4.553 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons samenwerken met de stad Visie en koers voor participatie en democratische vernieuwing

November 2023

Map = , beleids- of projectplan

▪ ▪

Inhoudsopgave Inleiding

2

Leeswijzer 1.

2.

3.

2

De samenwerking van nu

3

Plannen uit het coalitieakkoord

3

Participatie in Nijmegen

4

Landelijke ontwikkelingen

4

Directe democratie Wetten

4 5

Andere invloeden

5

Wat is er nodig om verder te komen

6

Spanning tussen nieuwe plannen en de macht der gewoonte

6

Andere belangrijke invloeden en wat dit vraagt

6

Directe inwonersbetrokkenheid Bereiken en betrekken van inwoners De richting van nieuwe wetten

6 6 7

Onze visie en koers

8

Een sterke gemeenschap van stad en gemeente

8

Van visie naar resultaat

8

De vier richtingen

9

Richting 1: Een professionele en verbindende gemeentelijke cultuur Richting 2: Versterken van de verbindingen in en met de stad Richting 3: Directe invloed op plannen en besluiten vastleggen in het bestaande stelsel Richting 4: Gelijke afspraken over samenwerken met de stad

9 10 11 11

Vervolg

12

Voetnoten

13

1

Inleiding Dit voorstel geeft richting aan de wensen en afspraken uit het coalitieakkoord voor betere samenwerking met de stad en de inzet van nieuwe democratische middelen (zoals een inwonersberaad). Ook wil het bijdragen aan een antwoord op ongewenste maatschappelijke ontwikkelingen zoals afname van vertrouwen in de overheid en de toename van polarisatie. Het voorstel bouwt voort op de stappen die voor participatie de afgelopen jaren in Nijmegen al zijn gezet. Ook sluit het aan bij landelijke ontwikkelingen rondom vernieuwing van democratische invloed, zoals inwonersberaden en het uitdaagrecht. In dit stuk beschrijven we een nieuwe visie voor de samenwerking tussen gemeente en stad. Deze geeft ons houvast en focus bij de verdere ontwikkeling van participatie en democratische vernieuwing. Ook beschrijven we vier onderliggende richtingen, die helpen om koers te houden bij de concrete stappen die we zetten. Dit is nodig omdat het onderwerp van participatie en democratische vernieuwing ons hele systeem van gemeente en stad raakt. Ontwikkelingen op dit thema moeten in samenhang en vanuit een gedeelde visie plaats vinden om ook op de lange termijn waardevol te zijn. Het is namelijk vooral mensenwerk en de systemen waarbinnen de ontwikkeling plaatsvindt zijn door gewoontepatronen niet zelden lastig te veranderen.

Uitgangspunt voor deze visie en richting zijn vier kernthema’s, die ook terugkomen in het coalitieakkoord: betere betrokkenheid bij besluitvorming, democratische vernieuwing, vergroten van betrokken groepen (representativiteit en inclusiviteit) en de mens centraal zetten. Dit voorstel legt de basis voor een concreet actieprogramma. Na vaststelling van dit voorstel wordt dit programma opgesteld.

Leeswijzer In dit voorstel kijken we eerst naar het vertrekpunt: de samenwerking van nu. We beschrijven waar we nu staan (hoofdstuk één) en wat dit betekent voor de gewenste en nodige ontwikkeling (hoofdstuk twee). In het derde hoofdstuk beschrijven we aansluitend als gewenste stip op de horizon de visie en, om daar te kunnen komen, vier richtingen om stappen in te zetten. Bij dit voorstel hoort een losse samenvatting en een bijlage met een uitgebreidere uitleg en verdieping van het eerste hoofdstuk.

2

1.

De samenwerking van nu

Om de samenwerking met de stad via participatie en democratische vernieuwing te kunnen verbeteren is het belangrijk eerst zicht te hebben op het vertrekpunt. Hiervoor kijken we naar vier belangrijke gebieden: 1. 2. 3. 4.

Plannen uit het coalitieakkoord Ons Nijmegen, Stad van Iedereen. Participatie in Nijmegen: geschiedenis, onderzoeken, lopende programma’s en actuele afspraken. Landelijke ontwikkelingen. Andere invloeden.

Plannen uit het coalitieakkoord Het eerste hoofdstuk van het huidige coalitieakkoord (2022-2026 Ons Nijmegen, Stad van Iedereen) legt de plannen vast op het onderwerp Samenwerken met de Stad . Samengevat staat er: 1. 2.

3.

4.

5. 6.

7.

We maken van participatie een stevig nieuw programma. We werken aan democratische vernieuwing en betrekken inwoners beter bij de besluitvormingsprocessen bij de gemeente. We gaan de kwaliteit van het gesprek met de stad vergroten. Dat doen we door vooraf duidelijke procedurele en inhoudelijke afspraken vast te leggen over de wijze waarop inwoners worden geïnformeerd over het proces, de inhoud, en de uitkomsten. We hebben oog voor de door ons moeilijk te bereiken doelgroepen. Daarom besteden we aandacht aan hoe we het gesprek organiseren. We nodigen inwoners vaker uit via een steekproef uit de gemeentelijke basisadministratie om zo te komen tot een afgewogen vertegenwoordiging. Ook op alle andere gebieden waarin overheid en inwoner met elkaar te maken hebben, gaan we onze inwoners vaker en beter betrekken. Denk hierbij aan het versterken van de directe participatie in het sociale domein. We zetten inwonersberaad in op een aantal relevante, urgente en afgebakende thema’s. Inwoners worden geselecteerd door representatieve loting en kunnen deelnemen op eigen initiatief. We gaan ook andere vormen uitproberen, zoals een preferendum over de onderwerpkeuze of over welke voorkeur er is voor verschillende opties. Bij een preferendum kunnen Nijmegenaren kiezen uit meerdere opties, die mede door andere inwoners zijn bedacht, voorafgaand aan het opstellen van een raadsvoorstel.

We zoeken ook naar andere vormen … inzet van games, visualisaties of simulaties. Zodat we tegemoetkomen aan verschillende voorkeuren en verschillende stijlen en zo meer diversiteit krijgen in de inwoners.

Bovendien is er bij het thema Energie- en warmtetransitie gesteld: 8.

We starten [daarom] met een Nijmeegs klimaatberaad, waar bewoners, bedrijven en instellingen elkaar kunnen ontmoeten en kunnen meedenken.

Ook wordt bij Zorg en Welzijn aangegeven: 9.

We stellen de mens centraal en stoppen met onnodige bureaucratie en overbodige indicaties. We blijven vol inzetten op een sterke sociale basis, zodat iedere Nijmegenaar mee kan doen. 10. Inzet van ervaringsdeskundigheid vinden we heel belangrijk. We gaan ermee aan de slag om dit meer in te zetten in het hele sociale domein. 11. “Iedere Nijmegenaar telt mee”

3

Een korte opsomming van de stand van zaken van deze plannen en ambities op dit moment is dat:  De voorbereidingen voor een eerste Nijmeegs inwonersberaad over het thema Klimaat zijn gestart. Hiervoor zijn we aangesloten bij een landelijke pilot van de VNG en BZK. De inzet van een preferendum hierbij wordt onderzocht.  Voor participatie bij ruimtelijke ontwikkelingen beleid is opgesteld waarin processtappen en uitgangspunten zijn vastgelegd. Een handreiking voor initiatiefnemers en een publieksversie is bijna gereed.  Voor de nieuwe omgevingsvisie stadsgesprekken en uitgebreide participatie in voorbereiding zijn. Hierbij worden verschillende thema’s gecombineerd om de stad zo goed mogelijk invloed uit te kunnen laten oefenen.  Het opstellen van participatieplannen in het beginstadium van een planproces in ons werkproces wordt geborgd. Voor veel grote ontwikkelingen is dit al in voorbereiding of uitvoering (Stationsgebied, Heyendaal, Stadseiland, Energietransitie Dukenburg, Winkelsteeg).  In Lindenholt het instrument stadsdeelprogrammeren voor het eerst is toegepast. Inwoners worden zo vroegtijdig betrokken bij de kaderstelling van subsidies in het sociale domein (sterke sociale basis). Andere wijken zijn in voorbereiding.  In Lindenholt is geëxperimenteerd met een buurtbudget (voor duurzaamheidsinitiatieven).

Participatie in Nijmegen Participatie is geen nieuw thema. We werken er al jaren aan en hebben veel plannen gemaakt, uitgevoerd en onderzocht op hun effecten. Daarin valt op dat bepaalde thema’s vaker naar voren komen. Dit zijn (herkenbare) onderwerpen als: o o o o o

Duidelijkheid in rol en taken van en voorwaarden voor de betrokkenen (gemeente en stad) ; Grote verscheidenheid binnen de bevolking (representativiteit); Ruimte bieden aan ideeën uit de stad en die helpen mogelijk te maken; Het belang van de menselijke maat; Omgaan met mondige of juist stille groepen inwoners (representativiteit).

De meest recente afspraken zijn het Tienpuntenplan (2020), de Referendumverordening (2020) en het Participatiebeleid voor ruimtelijke ontwikkelingen (2022). In de bijlage vindt u een overzicht van dit alles. Op dit moment zijn twee onderzoeken naar de participatie rondom poppodium Merleyn en de woningbouwontwikkelingen in de Vossenlaan in afronding.

Landelijke ontwikkelingen We zien op twee thema’s belangrijke landelijke ontwikkelingen die goed zijn om hier te beschrijven. Als Nijmegen hebben we er namelijk rekening mee te houden, het op te volgen of ons erdoor te laten inspireren. Ten eerste is er een snelle ontwikkeling in nieuwe democratische instrumenten die inwoners directe invloed geven op plannen en besluitvorming. Ten tweede zien we dat wetgeving meer en meer aanspraak doet op samenwerking met inwoners of daar zelfs verplichtingen voor oplegt. Hieronder lichten we de twee ontwikkelingen kort toe (in de bijlage staat meer achtergrondinformatie).

Directe democratie Er zijn meerdere nieuwe vormen van directe invloed door inwoners op plannen en besluiten van de gemeente actueel en in opmars: inwonersberaden, preferenda, de Burgerkamer, burgerbegroting en het uitdaagrecht.

4

•

•

•

•

•

Bij een inwoners(of burger-)beraad buigt een relatief grote groep inwoners zich een aantal maanden over een onderwerp dat belangrijk is voor de stad. De inwoners worden meestal door middel van een loting uitgenodigd. In het buitenland, met name Frankrijk en Ierland, zijn de afgelopen jaren al meerdere beraden (met wisselend succes) georganiseerd. Bij 20 van de grootste gemeenten staan één of meer burgerberaden in het bestuursakkoord (zo ook in Nijmegen). Naast burgerberaden als nieuw instrument is er ook veel aandacht voor preferenda. Bij een preferendum kunnen inwoners hun voorkeur uitspreken over bepaalde onderwerpen. Dit instrument kan gekoppeld worden aan een inwonersberaad (aan de voor- en/of achterkant van het beraad). In dat geval kan de stad zich uitspreken over de inhoud of voorwaarden van het beraad (vooraf) en over de uitkomsten van het beraad (achteraf). Naast een burgerberaad over een bepaald onderwerp is er ook landelijk aandacht voor het idee van een permanent burgerberaad (ook wel Burgerkamer genoemd). Dit is een vast orgaan van inwoners, die de gemeente gevraagd en ongevraagd advies geeft over participatie bij allerlei onderwerpen die (gaan) spelen in de stad. In Eupen, België, is al een aantal jaar zo’n groep actief. Bij een burgerbegroting beslissen inwoners zelf hoe een (deel van een) geldbedrag van een gemeente (of andere overheid) wordt besteed.

Dit kan trouwens ook gaan om geld van andere partijen met een functie voor de samenleving, zoals woningcorporaties, zorgpartijen of lokale energiebedrijven. Bij het uitdaagrecht (ook wel Right to Challenge genoemd) kunnen inwoners of maatschappelijke organisaties taken (en budget) van een gemeente (of provincie of waterschap) overnemen als zij denken het slimmer, beter, goedkoper te kunnen doen. Ook kan men de overheid uitdagen tot samenwerking.

Wetten In nieuwe wetten wordt steeds vaker gewezen op het belang van samenwerking tussen overheid en inwoners. Dit is niet alleen inspirerend bedoeld, maar ook een voorwaarde voor het slagen van de bedoeling van de wet. De Omgevingswet is hier een voorbeeld van. De wet legt gemeenten de plicht op om inwoners een stem te geven bij het maken van plannen die gaan over de ruimte om ons heen. In Nijmegen zijn afspraken hiervoor vorig jaar aangenomen (het participatiebeleid voor ruimtelijke ontwikkelingen). Een andere (verwachte) wet die uitspraken doet over de samenwerking tussen overheid en inwoner is de aanpassing van de ‘gemeentewet’ (versterking participatie op plaatselijk niveau). Het doel van dit wetsvoorstel is om de inspraakverordening te moderniseren en verbreden tot een participatieverordening, waarin naast de betrokkenheid van inwoners bij de voorbereiding, ook de betrokkenheid van inwoners bij de uitvoering en evaluatie van beleid wordt geregeld. Daarnaast legt het voorstel ook het uitdaagrecht wettelijk vast. Dit betekent dat op decentraal niveau ruimte gegeven kan worden aan initiatieven van inwoners en maatschappelijke partijen.

Andere invloeden Er zijn een aantal andere brede tendensen die het onderwerp van ons samenwerken met de stad beïnvloeden: • • • • •

Laag vertrouwen in de politiek en democratie en lage opkomst verkiezingen; Onrust in de maatschappij: populisme, polarisatie en (doorgeschoten) individualisering; Afgehaakte, machteloze burgers en ongekende belangen; Organisaties die invloed hebben op de maatschappij, maar waar, andersom, mensen weinig invloed op hebben; Digitalisering en kunstmatige intelligentie.

Als gemeente kunnen we natuurlijk geen sluitend antwoord geven op deze landelijke (of zelfs bredere) ontwikkelingen. Dat is ook niet de bedoeling van dit voorstel. Tegelijkertijd is het wel belangrijk oog te hebben voor deze zichtbare en onzichtbare stromingen omdat we ze wel terugzien in onze stad en dus in onze relatie ermee. Als we ons willen richten op een vitale samenwerking met de stad moeten we hier dus rekening houden.

5

2.

Wat is er nodig om verder te komen

Als we naar de bestaande situatie en alle invloeden kijken valt een aantal dingen op. We hebben al lange tijd de bedoeling inwoners er steeds meer bij te halen (zie bijvoorbeeld al het ambitiedocument burgerparticipatie uit 2012). Ook hebben we hier al flinke stappen in gezet. Stadspeilingen en onderzoeken laten tegelijkertijd zien dat het niet vanzelfsprekend is dat nieuwe plannen en afspraken ook daadwerkelijk omgezet (kunnen) worden in brede resultaten. Het goede samenwerken met de stad is complexer dan we vaak denken. Dit zien we ook terug in de (in de bijlage beschreven) landelijke onderzoeken.

Spanning tussen nieuwe plannen en de macht der gewoonte Al met al zijn we goed in het maken van nieuwe plannen en afspraken. Toch zien we dat het gewenste resultaat nog niet zo gemakkelijk te bereiken is. Het speelveld tussen stad en gemeente is complex en bij tijd en wijle ook stug door gewoontepatronen. Het opstellen van alleen maar meer of nieuwe regels en afspraken helpt dan vaak niet. Een goed plan is gedoemd te mislukken als de mensen die het moeten uitvoeren niet onderdeel zijn van een bijpassende cultuur (‘Culture eats strategy for breakfast’ i). Dit geldt ook voor het thema van dit voorstel. Bij het verbeteren van de samenwerking met de stad door participatie en democratische vernieuwing is het dus van belang om niet alleen naar de instrumenten en praktische afspraken te kijken. Deze concrete en zichtbare interventies zijn natuurlijk nodig. Tegelijkertijd is het echter óók van belang aandacht te besteden aan de onderstroom en zaken die daarmee samenhangen: cultuur en verbindingen.

Andere belangrijke invloeden en wat dit vraagt Directe inwonersbetrokkenheid Uit de ontwikkelingen en onderzoeken komt naar voren dat het – voor het vergroten van betrokkenheid en vertrouwen - nodig is om inwoners meer directe invloed te geven in het vormen van beleid en het nemen van beslissingen. Deze directe invloed ‘bijt’ echter nog met de bestaande manier van besluiten nemen. Deze is namelijk vooral indirect (via vertegenwoordigers). De bestaande manier is over het algemeen nuttig voor de systeemwereld van de overheid, de politiek en het bestuur, maar heeft een afstandelijk karakter. Haaks hierop staat vaak de behoefte van de inwoners aan (meer) directe invloed hierop. Het spanningsveld nu is hoe we deze twee bewegingen goed met elkaar laten samenwerken. Ook in Nijmegen moeten we deze balans onderzoeken en vinden. Naast de al bekende manieren waarop inwoners kunnen meedoen bij ideeën, beleid of projecten vanuit de gemeente (inwonersparticipatie) en inspraakmogelijkheden bij de gemeenteraad, is er nog weinig directe invloed georganiseerd en is overheidsparticipatie (dus) nog beperkt. Het is belangrijk om de nieuwe instrumenten voor directe invloed op plannen en besluitvorming te onderzoeken, ze te wegen aan het Nijmeegse en ze goed laten samenwerken met de huidige representatieve vormen van plan en besluitvorming.

Bereiken en betrekken van inwoners We doen al heel veel en ook veel goed. Dit blijkt ook uit de stadspeilingen die zijn uitgevoerd. Maar we zien ook dat het lastig blijft om mensen en instellingen te bereiken die zich niet betrokken voelen, die geen ruimte voor invloed ervaren of die het al druk genoeg hebben met hun dagelijkse leven.

6

Een valkuil is dat we (daardoor) vaak met dezelfde mensen en instanties spreken. Of dat we uitgenodigd (soms uitgedaagd) worden te reageren op de mensen die hard kunnen roepen en een podium hiervoor weten te vinden. Als het contact met inwoners hierbij blijft, is het beeld niet compleet en wordt voor sommigen de afstand tussen stad en gemeente steeds groter. Er gaat dan te veel aandacht naar de luide extremen en te weinig naar het stille midden. Dit is ook al verwoord in het coalitieakkoord. We moeten energie (blijven) steken in onze verbindingen in en met de stad. Ook als ze minder gemakkelijk te bereiken zijn. Dit doen we al bijvoorbeeld al via de ontwikkelingen rondom wijkgericht werken, door de Nijmegenaar centraal te zetten in onze dienstverlening en door te investeren in het stadsdeelprogrammeren voor een sterke sociale basis. Door nadruk te leggen op deze en nieuwe verbindingen en het verbinden en ondersteunen van initiatieven uit de stad, kunnen we het (stille) midden meer stem laten krijgen.

De richting van nieuwe wetten Zoals beschreven vraagt de landelijke overheid via nieuwe wetgeving steeds meer van lokale overheden. Niet alleen in taken maar ook in samenwerking met inwoners. Voor het grootste deel is deze ontwikkeling ook logisch en daarmee gewenst: het geeft ruimte om het in de uitvoering zelf goed te kunnen organiseren en zo gemakkelijker het juiste te doen. Tegelijkertijd vraagt dit dan wel dat we het ook kunnen en gaan doen. We moeten meer en meer plek innemen tussen systeem- en leefwereld. Dit is waar de theorie in de praktijk moet worden gebracht en het er dus op aankomt. Dat is mensenwerk, wat ook vraagt om een passende manier van denken en doen (cultuur) die beide werelden op een effectieve, waardevolle manier met elkaar weet te verbinden. In deze vorm komt de gemeente meer en meer naast de inwoners te staan.

7

3.

Onze visie en koers

Om de juiste plannen te kunnen maken en juiste stappen te kunnen zetten voor participatie en democratische vernieuwing is een passende visie, als stip op de horizon, nodig. Dit helpt ons om keuzes te kunnen maken en bij te sturen waar dat nodig is. Onze visie voor het onderwerp van participatie en democratische vernieuwing gaat over een sterke gemeenschap van stad en gemeente. Dit is het ultieme einddoel waar ons samenwerken met de stad grote invloed op heeft. Deze visie vertelt over de onderlinge samenhang én over de wijze waarop we invulling geven aan de samenwerking. Zowel in het participatieve als in het democratische samenspel.

Een sterke gemeenschap van stad en gemeente Participatie en democratische vernieuwing komt alleen echt van de grond (en tot zijn recht) als voortkomt uit en bijdraagt aan een sterke gemeenschap van stad en gemeente. In een sterke gemeenschap is gemeenschapszin en verbinding voelbaar, vinden waardevolle initiatieven vanuit de stad hun kracht en weg in de samenleving en staat we als gemeente naast de stad, zonder in te leveren op onze rol en verantwoordelijkheid als beheerder en beslisser. Als dit goed gebeurt worden alle betrokkenen er beter van. Als gemeente hebben we bovendien een belangrijke verbindende rol: we luisteren goed naar wat er speelt en nemen de onderliggende waarden en behoeften, van betrokken inwoners en partijen, mee in onze keuzes voor de stad. We kunnen deze keuzes ook begrijpelijk uitleggen, zodat inwoners zich gehoord, betrokken en deel van het geheel voelen. Een sterke gemeenschap is niet alleen de verantwoordelijkheid van de gemeente: samenkomen, verbinden, organiseren en tot stand brengen door inwoners is van groot belang. Op die manier kan verbinding en vertrouwen groeien en individualisatie en polarisatie verminderen. Samenwerken met en vanuit de stad is ook ‘slimmer’. Grote(re) groepen nemen namelijk betere besluiten voor het geheel dan kleine(re) groepen of experts (de wijsheid van de massa).

Als gemeente moedigen we gezamenlijke ideeën aan en ondersteunen we die. De weg hier naartoe vraagt samenwerking, moed en geduld. Samen hebben we de balans te vinden. Een nieuw evenwicht tussen besluiten en doen in en mét de stad en overlaten aan de gemeente (en alle vormen daar tussenin). Als we werken met dit doel voor ogen sluiten we aan bij de ambities uit het coalitieakkoord: “We zijn op zoek naar een nieuwe manier van werken, waarbij inwoners beter betrokken worden bij de besluitvormingsprocessen bij de gemeente. Zo willen we werken aan democratische vernieuwing. We werken namens onze inwoners aan Nijmegen op basis van vertrouwen, gelijkwaardigheid en nabijheid.”

Van visie naar resultaat Om ervoor te zorgen dat we ook op weg gaan om het geschetste beeld waarmaken (en niet over tien jaar concluderen dat het mooie woorden waren, maar het daarbij is gebleven) is een sterke, verbonden en uitvoerbare aanpak van belang.

8

Om hierbij houvast te hebben zijn er vier richtingen waarop we stappen zetten. Dit zijn richtingen waar we als gemeente invloed op uit kunnen oefenen en die op verschillende niveaus (cultuur, vernieuwing, proces en uitvoering) bijdragen aan de visie. De vier richtingen zijn: 1. 2. 3. 4.

Een professionele en verbindende gemeentelijke cultuur. Versterken van de verbindingen in en met de stad. Directe invloed op plannen en besluiten vastleggen in het bestaande stelsel. Gelijke afspraken over samenwerken met de stad.

Hieronder worden de richtingen verder uitgelegd.

De vier richtingen Om met elkaar op koers te blijven en ook voor langere tijd het juiste te doen, is het belangrijk om de vier richtingen goed voor ogen te houden en in de uitwerking (actie) goed voor ogen te houden. De vier richtingen hebben elkaar nodig om het gewenste doel te bereiken.

Richting 1: Een professionele en verbindende gemeentelijke cultuur Samenwerken middels participatie en democratische vernieuwing aan de sterke gemeenschap vraagt om een passende houding en gedrag. Het vraagt om professioneel te zijn en daarbij tegelijkertijd in verbinding te staan met de mensen voor wie we het doen. Zo zijn we steeds beter in staat om naast de Nijmegenaar te staan en de ruimte tussen de leefwereld van de inwoners en de systeemwereld van de gemeente te overbruggen.

9

Professioneel en verbindend handelen zorgt ervoor dat we in ons werk sneller en beter het juiste kunnen doen. We zijn helder en duidelijk over onze rol en de (on)mogelijkheden. Tegelijkertijd kunnen we verbinding leggen met wat er werkelijk leeft in de mensen en stad (empathie) en daarop reageren met (ruimte voor) passende plannen en besluiten. Deze houding leidt tot een groter gevoel van betrokkenheid, invloed en vertrouwen. Kenmerken zijn: o o o o

Laagdrempelig contact. Open, transparant en tijdig. Duidelijkheid in rol, taak en mogelijkheden. Gericht op helderheid, verbinding en mogelijk maken van invloed.

Deze houding betekent natuurlijk niet dat we het altijd met elkaar eens moeten zijn of dat altijd iedereen overal bij betrokken moet worden. Er zullen altijd situaties zijn waarin weinig ruimte voor invloed is of juist heel veel. Een dergelijke cultuur werkt bovendien alleen als zowel de gemeenteraad, het college als de ambtenaren dit ondersteunen en laten zien in houding en gedrag. Slagingskansen worden vergroot door: Betrokken (sociale) basishouding van onze stad; Gezamenlijk optrekken door raad, college en ambtenaren; Verbinding maken met de ontwikkelingen van Frapper Toujours. Succes wordt bedreigd door: Politieke dynamiek van winnen of verliezen.

Richting 2: Versterken van de verbindingen in en met de stad Om ons werk als overheid goed uit te kunnen voeren moeten we een diversiteit aan stevige verbindingen hebben met de stad. Ook is het belangrijk dat er sterke sociale netwerken in de stad zelf zijn; een gezonde gemeenschap met een betrokken manier van plannen maken en besluiten nemen is hier afhankelijk van. Scherpe tegenstellingen kunnen veranderen in iets positiefs door ontmoetingen en verbinding. Door inwoners direct te betrekken bij plannen en besluiten die invloed hebben op hun leefomgeving, kan het vertrouwen in de democratie groeien. Ook kunnen netwerken in de stad actief bijdragen aan oplossingen voor ingewikkelde vraagstukken, zoals buurtcoöperaties voor duurzame energie, solidaire wijkeconomieën en andere samenwerkingsverbanden. Wanneer netwerken sterk en verbonden zijn kan er een effectief evenwicht ontstaan tussen de taken van de gemeente en dat wat de stad zelf initieert en uitvoert. Een voorbeeld van zo’n samenwerking is de municpalistische manier waarop steden zoals Amsterdamii en Barcelona werken aan het verkleinen van de afstand tussen inwoners en overheid en samenwerken aan een gemeenschappelijk doel: een vitale, betrokken stad.

Slagingskansen worden vergroot door: Ruimte te bieden aan gemeenschappelijk plannen uit de stad (commons); Gemeenschappelijke plannen en netwerken in de stad helpen vitaal te worden en blijven; Ons eigen netwerk met de stad meer (intern te) verbinden en laten samenwerken (centrale positie wijkteams met leefbaarheid als vertrekpunt voor samenwerking sociaal, fysieke en veiligheidsdomein); Integraal werken voorrang geven: op een laagdrempelige manier met mensen uit verschillende hoeken en verschillende kijk op het onderwerp, op zoek gaan naar passende oplossingen.

10

-

Betrokken (sociale) basishouding van onze stad; Gezamenlijk optrekken door raad, college en ambtenaren.

Succes wordt bedreigd door: ‘Verkokerd’ denken en werken. Te veel ‘boven’ de stad staan (in plaats van ernaast).

Richting 3: Directe invloed op plannen en besluiten vastleggen in het bestaande stelsel In hoofdstuk 2 is het belang omschreven van direct invloed uit de stad op plannen en besluiten. Om dit mogelijk te maken moeten we de instrumenten hiervoor onderzoeken en zorgen voor een goede inpassing in het bestaande systeem. Voorbeelden van deze nieuwe instrumenten zijn het uitdaagrecht, de burgerbegroting, het burgerberaad, preferenda en de burgerkamer. In deze derde richting leren stad, politiek, bestuur en de gemeente als organisatie deze nieuwe instrumenten, hun samenhang en invloed op het bestaande (representatieve) stelsel eerst kennen. Aansluitend kunnen we afspraken maken over de inpassing en toepassing. Slagingskansen worden vergroot door: Leren kennen van de verschillende instrumenten: hoe werken ze, wat zijn voorwaarden en in welke situaties zijn ze waardevol; Maken van duidelijke afspraken over de inpassing en het gebruik van de instrumenten; Ontwikkeling en inzet van nieuwe instrumenten combineren met de ontwikkeling van tweede richting (versterken van verbindingen). Succes wordt bedreigd door: Verkeerde toepassing van nieuw gereedschap: burgerberaden zijn bijvoorbeeld geen oplossing voor een situatie waarin de participatie van inwoners in het algemeen niet goed is georganiseerd; Ontbreken van passende ruimte voor invloed (‘schijnparticipatie’).

Richting 4: Gelijke afspraken over samenwerken met de stad Het initiatiefvoorstel Inwonersparticipatie van de gemeenteraad (2019) geeft richtlijnen voor onze samenwerking met de stad. Het vraagt het stadsbestuur om te bepalen hoe we dit gaan doen. Met het Tienpuntenplan (2019) en het participatiebeleid voor ruimtelijke ontwikkelingen (2022) is hier voor een groot deel invulling aan gegeven. Ook hebben we verbeteringen doorgevoerd in onze dienstverlening en is er in andere gebieden veel aandacht voor het meedoen van inwoners. Toch ontbreken er nog (samenhangende) uitvoerings-afspraken (voor onze samenwerking met de stad) die gelden voor de hele gemeentelijke organisatie. Voor duidelijkheid in samenhang is het ook belangrijk thema’s als de participatie van kinderen en jeugd, het gebruik maken van de ervaringsdeskundigheid en de positie van wijkraden, buurtcomités en adviescommissies te beschrijven. Zo komt er duidelijkheid in de (samen)werking tussen de verschillende vormen van participatie, voorkomen we overlapping en kan het als een logisch en versterkend gaan geheel werken. In zo’n algemeen participatiebeleid kan ook het gebruik van de nieuwe democratische instrumenten worden opgenomen (richting 3). Op een later moment kunnen deze afspraken, als dat nodig is, worden overgenomen in een participatieverordening, wat naar verwachting verplicht zal worden door de rijksoverheid.

11

Om openheid en duidelijkheid te garanderen, is het belangrijk om ook vast te stellen welke bestaande afspraken zullen vervallen. Slagingskansen worden vergroot door: Verwachte wet versterking participatie op plaatselijk niveau; Goed omschrijven van het organiseren van de raakvlakken tussen de verschillende participatievormen en -initiatieven, zodat het zoveel mogelijk als één werkend geheel functioneert. Succes wordt bedreigd door: Verkeerde toepassing van nieuw gereedschap: burgerberaden zijn bijvoorbeeld geen oplossing voor een situatie waarin de participatie van inwoners in het algemeen niet goed is georganiseerd; Ontbreken van passende ruimte voor invloed (‘schijnparticipatie’); Gebrek aan afstemming wanneer meerdere initiatieven of vormen die op hetzelfde thema invloed uit (willen) oefenen.

Vervolg Na vaststelling van dit stuk kan een actieprogramma voor de komende jaren worden opgesteld. Hierin wordt van de verschillende richtingen beschreven hoe ze worden ingevuld / uitgewerkt. We verwachten een eerste versie van dit plan gereed rond de zomer van 2024.

12

Voetnoten i Managementconsultant Peter Drucker

ii Eenmalig municipalistisch magazine, maart 2022: “Verander de wereld, begin bij de stad’:

https://de99vanamsterdam.nl/wp-content/uploads/Verander-de-wereld-magazine-De99-2022.pdf

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=5ca9adcc-9ec3-4a26-bdc2-c4d8da01c360