Verslag van een verkenning van kansen en effecten van de titel
Tekst van het document
Verslag van een verkenning van kansen en effecten van de titel Culturele hoofdstad van Europa 2033 voor de Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen
Februari 2023
Inhoud Inleiding........................................................................................................................................................................ 3 Culturele hoofdstad van Europa.................................................................................................................................. 3 Een introductie ......................................................................................................................................................... 3 Kritische succesfactoren voor een geslaagde kandidatuur .................................................................................... 4 Procedure culturele hoofdstad................................................................................................................................ 5 Fasering en beslismomenten................................................................................................................................... 5 Wat levert de titel Culturele Hoofdstad op? ............................................................................................................ 6 De mogelijke concurrentie: andere kandidaatsteden ............................................................................................
7 Hoe hebben we de verkenning aangepakt? ................................................................................................................ 7 Bevindingen van de verkenning .................................................................................................................................. 8 Wat zou de maatschappelijke opgave voor de regio kunnen zijn: een richting ..................................................... 8 Het draagvlak bij stakeholders ................................................................................................................................ 9 Welke randvoorwaarden worden meegeven? ...................................................................................................... 10 Vervolg ........................................................................................................................................................................ 10 Mogelijke vervolgscenario’s................................................................................................................................... 10 Bijlagen ........................................................................................................................................................................... 12 Bijlage 1.
Facts en figures........................................................................................................................................... 12 Bijlage 2. Gevoerde gesprekken ................................................................................................................................ 16 Bijlage 3. Longlist van opgehaalde Maatschappelijke Thema’s ............................................................................... 18
Inleiding Door de vorming van de Stedelijk Culturele Regio 025 en de daarop volgende culturele ambities van de Groene Metropoolregio) is de samenwerking op het gebied van cultuur binnen de regio zowel bestuurlijk als tussen en met culturele instellingen toegenomen. Kansen worden gezocht en ook gevonden. Inmiddels is het transformatievoorstel Cultuurregio 025 in uitvoering. Hierin wordt met provinciale middelen een eerste impuls gegeven aan de duurzame structuurversterking van de culturele keten in de hele Groene Metropoolregio. Het uitvoeringsplan kent een beperkte horizon. Er is behoefte om vanuit een breed perspectief en voor de langere termijn t/m 2033 en verder impulsen te geven aan onze regionale ontwikkeling en de vruchtbare samenwerking met provincie en rijk te continueren. In 2033 mag Nederland weer een stad voor de titel culturele hoofdstad van Europa voordragen. De GMR ziet mogelijkheden om met behulp van de titel de regionale ontwikkeling een impuls te geven. In de periode oktober 2022 tot en met januari 2023 is een eerste verkenning uitgevoerd naar de kansen en effecten voor onze regio van kandidaatstelling Culturele Hoofdstad van Europa 2033 (CHE2033). De verkenning levert informatie op over het draagvlak voor deelname aan de landelijke competitie om de titel Culturele Hoofdstad van Europa 2033.
Is het de moeite waard, kunnen/willen we de volgende stappen gaan zetten op weg naar kandidaatstelling en wat is daarvoor nodig? Omdat de gemeente Nijmegen deze verkenning al heeft opgenomen in haar coalitieakkoord, heeft deze gemeente een voortrekkersrol en capaciteit beschikbaar gesteld. De keuze voor de stad die zich kandidaat gaat stellen, zal pas in een later stadium (na deze verkenning) gemaakt worden.
Culturele hoofdstad van Europa Een introductie Sinds 1985 draagt elk jaar een stad de titel culturele hoofdstad van Europa; sinds 2004 zijn het elk jaar twee steden. Daarbij is tevoren vastgesteld welke twee landen aan de beurt zijn om een stad voor te dragen. Binnen een land wordt meestal een competitie gehouden. Culturele Hoofdstad van Europa is bedoeld om a) De diversiteit van culturen in Europa te beschermen en te bevorderen en hun gemeenschappelijke kenmerken voor het voetlicht te brengen, alsook het gevoel van verbondenheid met een gemeenschappelijke culturele ruimte bij de burgers te versterken b) De bijdrage van cultuur aan de langetermijnontwikkeling van steden te stimuleren overeenkomstig hun respectieve strategieën en prioriteiten. Het was Melina Mercouri die, toen zij in de jaren tachtig de Griekse minister van cultuur was, voorstelde om ieder jaar een Europese cultuurstad te kiezen. Niet alleen zou dat de Europese cultuur een stevige impuls geven, het zou ook een stimulans zijn voor culturele uitwisseling en, in het verlengde daarvan, voor de Europese integratie. In 1985 was Athene de eerste Europese cultuurstad. Ook in de daaropvolgende jaren ging de titel naar steden die onomstreden als culturele bolwerken gelden: Florence, Amsterdam, Berlijn en Parijs. Na dit rijtje kwam de keuze voor 1990 als een verrassing.
Glasgow was geen stad die bekend stond om beroemde musea, prestigieuze orkesten, schitterende kerken of grote operahuizen. Het was vooral een industriestad in verval, een stad die haar bloeiperiode al lang achter zich had gelaten. Toch werd Glasgow van die eerste reeks cultuursteden de meest succesvolle. Het was een belangrijke aanwijzing: niet wat een stad al aan cultuur te bieden heeft geeft de doorslag, maar de nieuwe culturele processen en dynamiek die ze op gang weet te brengen. In de jaren daarna is de titel van culturele hoofdstad van Europa verder ontwikkeld: Het begrip cultuur is verbreed van alleen Cultuur met een grote C naar ook de meer populaire cultuurvormen en de manier waarop mensen met elkaar samenleven. Actieve deelname van de bevolking is steeds belangrijker geworden. De bewoners van een culturele hoofdstad zijn niet meer uitsluitend consumenten, het zijn vooral ook producenten van cultuur. Daarmee is de culturele hoofdstad een belangrijke stimulans voor een actief burgerschap geworden.
Hoewel het altijd een stad is die de titel van culturele hoofdstad draagt, komt het steeds vaker voor dat een hele regio wordt betrokken. Dat was onder meer het geval in Luxemburg 2007 (euregionaal in vier landen), in Essen 2010 (hele Ruhrgebied) en in Marseille 2013 (Marseille-Provence). Ook in Leeuwarden 2018 heef Leeuwarden nadrukkelijk de regio betrokken.
De ervaring van andere culturele hoofdsteden laat zien, dat de titel een uitgelezen kans is om bijv. te werken aan de regeneratie van stad/regio, het internationale profiel te verhogen, het imago te verbeteren, nieuw leven in de cultuur te blazen, het toerisme te stimuleren, bij te dragen aan knellende maatschappelijke opgaven. De laatste Nederlandse culturele hoofdstad van Europa was Leeuwarden in 2018. Leeuwarden zag als urgente opgave het feit dat steeds meer jongeren de stad/provincie verlieten omdat er niets te doen was en er ook onvoldoende werk was. De effecten van en de waardering voor Leeuwarden 2018 zijn zeer positief gebleken en werken nog steeds door. Denk bijv. aan toegenomen toeristische aantrekkelijkheid, toegenomen betrokkenheid bij en trots van de inwoners op stad en provincie en blijvende netwerksamenwerking.
Kritische succesfactoren voor een geslaagde kandidatuur Elke kandidaatstad kan een eigen invulling aan de titel geven, waarbij de invulling wel berust op Europese samenwerking tussen actoren uit de culturele sector. De plannen worden door een internationale jury getoetst aan de volgende criteria (zie ook bijlage 1): 1. Er is sprake van een duidelijk aantoonbare Europese dimensie van concept en programma, daarbij wordt vooral gekeken naar de toegevoegde waarde (voorbeeldelement) voor heel Europa (officieel selectiecriterium EU); 2. Een culturele hoofdstad moet werkelijk iets nieuws en bijzonders brengen door een eenmalig programma van bijzondere culturele evenementen. Het programma heeft een Europese dimensie, is flexibel, kent logisch samenhangende onderdelen, is gericht op alle inwoners/Europeanen en niet alleen op de culturele bovenlaag en heeft een blijvend en duurzaam effect. Het programma sluit aan op het DNA van de stad en speelt in op ambities en belangrijke beleidsvoornemens; 3. De urgentie van de maatschappelijke opgave, waarbij de titel Culturele hoofdstad van Europa helpt, is evident en passend bij de ontwikkeling van de stad; 4. Er is een grote mate van lokale betrokkenheid van brede lagen van de bevolking (burgers, jeugd) met intensieve samenwerkingsverbanden tussen disciplines (overheid, bedrijfsleven, onderwijs, middenveld, cultuurdragers).
Voelbaar in de haarvaten van de samenleving (officieel selectiecriterium EU); 5. Keuze voor een unieke thematiek (origineel concept) vanuit een onderscheidende concurrentiepositie krachtig verbonden met de doelen van de Europese Unie; 6. De kandidatuur wordt gedragen door een sterk leiderschap met voldoende artistieke autonomie, gevoed door een consistente politieke wil op 'arm's length distance'; good governance (officieel selectiecriterium EU). 7. Het programma en de infrastructuur die daaromheen ontstaat hebben een duurzaam karakter: een programma dat verder gaat dan alleen desbetreffend jaar is absoluut een pré (officieel selecticriterum EU); 8. Infrastructuur van kandidaat: is de kandidaatstad aantoonbaar in staat grootschalig evenement te houden (officieel selectiecriterium EU); 9. Er zijn heldere meetbare doelen; er is sprake van een strakke planning, monitoring en continuïteit in financiering; er wordt effectieve communicatie toegepast (officieel selectiecriterium EU); 10. Ecologisch aspect in het programma en aandacht voor sustainability goals worden in toenemende mate als prioriteit ervaren. Kijkend naar deze kritische succesfactoren en de mate waarin we daar nu reeds op scoren, valt op dat we als regio nog niet op alle onderdelen voldoende ver zijn.
We zien de titel dan ook als een belangrijke impuls voor onze internationale oriëntatie en Europese netwerken, voor de brede ontwikkeling van de culturele sector in de regio en voor het realiseren van blijvende lokale betrokkenheid. We zien dat de nu geformuleerde maatschappelijke opgave door de gesprekspartners wordt onderschreven, maar dat deze zeker nadere uitwerking en precisering behoeft EN dus ook opgenomen moet worden in alle strategische documenten. Ten aanzien van de infrastructuur om een grootschalig evenement te organiseren en het ecologische aspect zijn we een stuk verder; denk bijvoorbeeld aan de Internationale Vierdaagse en Vierdaagsefeesten, Airborne herdenking en Free Your Mind Festival, European Green Capital.
Procedure culturele hoofdstad Elk jaar mogen twee Europese landen een culturele hoofdstad leveren. In 1987, 2001 en 2018 had Nederland met Amsterdam, Rotterdam, en Leeuwarden een culturele hoofdstad. In 2033 is Nederland weer aan de beurt, samen met Italië. In 2033 mag ook een EER (Europese economische ruimte) /EFTA (European Free Trade Association)-lid een culturele hoofdstad leveren. Het ministerie van OCW doet in 2026/2027 een oproep aan Nederlandse steden om zich kandidaat te stellen voor culturele hoofdstad en een eerste versie van een bidbook in te leveren. Een jury, bestaande uit Europese deskundigen, selecteert eerst uit de longlist van kandidaatsteden per land op basis van een bid-book de steden die door mogen naar de tweede ronde. Die steden krijgen hierna enkele maanden de tijd om hun plannen uit te werken mede op basis van de adviezen die de jury hun heeft meegegeven. Nadat de steden van de shortlist zich aan het slot van deze tweede ronde opnieuw en uitgebreider hebben gepresenteerd, komt de jury tot een definitieve keuze. Uiterlijk vier jaar voor het jaar van de culturele hoofdstad neemt de Raad van de Europese Unie, op advies van de Europese Commissie, een officieel besluit over de Nederlandse stad die in 2033 de titel culturele hoofdstad van Europa mag voeren (Zie ook bijlage 1).
Fasering en beslismomenten In onderstaande tabel is weergegeven in welke grote brokken het proces naar Culturele hoofdstad kan worden opgedeeld en welk besluit moet worden genomen. Fase 0
Wanneer 2022
Wat Verkennen kansen en betekenissen van CHE2033 voor de Regio
Wie GMR, gebruikmakend van GMR-structuren en capaciteit Gemeente Nijmegen
Resultaat Is er voldoende draagvlak om serieus werk te maken van de kansen van Culturele Hoofdstad? Is er financiële ruimte voor fase 1?
1
2023-2024
Verbinden inwoners, instellingen en bedrijven, verrijken ambitie en verdiepen strategie en aanpak
Projectorganisatie
2
2025-2028
Voorbereiden en Vervaardigen bidbook
CHE2033 organisatie
Wat is het leidende thema, de opgave? Welke stad wordt kandidaatstad? Met welke CHE2033-organisatie het vervolg in? Grove inschatting organisatie- en investeringskosten CHE2033? Welke dekking is te voorzien? Welke andere inzet is toegezegd? Hoe is maatschappelijke betrokkenheid geborgd? Zijn er kortom voldoende inhoudelijke redenen, draagvlak en middelen om de strijd om de titel aan te willen gaan en te starten met de contouren van een bidbook? We dienen de eerste versie van het bidbook in, incl. begroting en gaan de competitie aan om van longlist naar shortlist naar titelstad te komen; we verplichten ons met het indienen van het definitieve bidbook CHE2033 tot een goed einde te brengen en benodigde middelen daarvoor in te zetten.
2028
Verwerving titel
2029-2032
Vormgeven programmalijnen en plannen Vertonen, vertolken cultureel programma Verantwoorden Voortzetten ambities
Besluit Europees parlement CHE2033 organisatie+
3
2033 4 5
2034 2035 e.v.
CHE2033 organisatie+ en titelstad CHE2033 organisatie De regio
Akkoord op plannen, programma, begroting, monitoring, e.d. Organisatie evenement
Wat levert de titel Culturele Hoofdstad op? Aan de hand van een aantal (voor)onderzoeken en de ervaringen van Leeuwarden 2018 zetten we de kosten en baten van culturele hoofdstad op een rij. Het gaat hierbij niet alleen om de materiele baten, maar ook de blijvende effecten – na het culturele hoofdstadjaar- worden belicht. Culturele hoofdsteden hebben in het verleden vaak als doelstelling gehad om meer (internationale) bezoekers te trekken met de culturele programmering. Het aantal bezoekers van het culturele hoofdstadjaar is 1 tot enkele miljoenen, afhankelijk van de grootte van de stad. In de steden waar de regio actief wordt betrokken liggen de bereikcijfers hoger. Leeuwarden had zichzelf voor 2018 een doel gesteld van 4 miljoen bezoekers. Na de eindevaluatie is het bezoekersaantal vastgesteld op 4,5 miljoen bezoekers. Bij het hoofdprogramma (de mienskipsprojecten) zijn alleen al ruim 800.000 bezoekers bereikt. Om de duurzaamheid van deze bezoekersaantallen te toetsen is gevraagd hoeveel procent een herhaalbezoek aan de provincie overweegt. Doelstelling was om 90% te verleiden tot een herhaalbezoek, slechts 3% geeft aan dit niet te overwegen. Het daadwerkelijke aantal herhaalbezoeken en daarmee de langdurige impact is onbekend. Ook het imago-effect komt vaak terug als doel bij culturele hoofdsteden.
Soms wordt dit expliciet ingezet in de zin van het ‘op de kaart zetten’ en soms meer impliciet als middel om toeristen te trekken. In de voorverkenning van Leeuwarden komt naar boven dat alle steden (o.a. Liverpool, Vilnius, Luxemburg, Essen) hier een positief resultaat op hebben behaald. Ook Leeuwarden heeft in 2018 hier prestaties op geformuleerd. Zowel op nationaal niveau als internationaal niveau is dit bereikt onder andere door een hogere woonaantrekkelijkheid en een duidelijk ondernemersprofiel op water en technologie. Economische effecten De additionele economische impact gedurende het culturele hoofdstadjaar wordt geschat op tussen de 17 en 32 euro per bezoeker. Het gaat hier om het bestedingseffect: de gemiddelde besteding van de bezoeker in de betreffende stad of regio. Ook het aantal hotelovernachtingen stijgt gemiddeld tussen de 2-10% bij culturele hoofdsteden. Verblijfstoeristen leveren een relatief hoog economisch effect qua bestedingen per persoon. Gedurende het culturele hoofdstad jaar is de groei positief voor stad en regio (uit inventarisatie impact Culturele Hoofdstad). De economische effecten op lange termijn zijn onduidelijk. De totale bestedingen van Leeuwarden Culturele Hoofdstad (2018) zijn berekend op 119 miljoen euro. Leeuwarden had zichzelf van tevoren het doel gesteld om 79 miljoen euro aan inkomsten door bezoekers binnen te halen.
Er is daarmee ruim 30 miljoen euro aan extra inkomsten gehaald dan begroot. Leeuwarden heeft in totaal 4,5 miljoen bezoekers getrokken voor het hoofdprogramma, de bestedingen per bezoeker liggen daarmee op ongeveer 26 euro. Over het algemeen worden bij culturele hoofdsteden de meeste uitgaven gemaakt voor het culturele programma (45-60%), marketing en promotie (20%) en operationele kosten (10%). Onderstaande tabel bevat de uitgaven behorende bij culturele hoofdstad 2018 in Leeuwarden. Het programma (events) bedroeg ongeveer 70% van de begroting, 16% voor marketing en communicatie en 5% voor de organisatie. Deze percentages liggen in lijn met de eerder genoemde percentages van culturele hoofdsteden.
Tabel 1 Uitgaven culturele hoofdstad Leeuwarden 2018
Wat inkomsten betreft zijn de lokale en regionale overheden meestal de grootste financier, naast de rijksoverheid en Europa. De Europese bijdrage ligt rond de 1,5 miljoen euro. Er zijn tal van mogelijkheden om bij Europese fondsen aan te vragen. Bij steden waar er werd samengewerkt met de omliggende regio, is er vaak ook een verdeling van kosten over regiogemeenten en provincie. Het budget van Leeuwarden Culturele Hoofdstad bedroeg in totaal 74 miljoen euro, gerekend vanaf het jaar van het bidbook tot 2 jaar na het culturele hoofdstadjaar (2013-2020). Het betreft hier de bijdrages van gemeente,
provincie, Europese Unie, Rijk, sponsoring, fondsen, etc. Onderstaand een overzicht van de inkomstenbronnen van culturele hoofdstad in de periode 2013 tot en met 2020: Financieringsstroom Gemeente Leeuwarden Provincie Europese Unie Rijk Fondsen & sponsoring Indirecte funding (publiek & privaat) Buiten begroting Stichting LF2018* Totaal
Bedrag 6.8 mln 20.1 mln 1.5 mln 7.5 mln 9 mln 3.2 mln 24 mln Ongeveer 74 mln
Percentage 9% 27 % 2% 10 % 12 % 4% 23 % 100 %
*De uitvoering van het programma is bijna volledig bij externe partijen belegd. Dit heeft als effect dat ook financieringseffecten die sterk projectgebonden zijn bij andere partijen terechtkomen. Van het totale programmabudget loopt € 24 mln via externe partijen waarbij de stichting wel artistieke en/of programmatische regie over heeft.
Het bedrag van 74 miljoen euro is alleen gericht op de operationele kosten horende bij culturele hoofdstad. Aanvullend hebben de overheden verschillende investeringen gedaan die in meer of mindere mate gekoppeld zijn aan culturele hoofdstad. Voor Leeuwarden ging het om een bedrag van bijna 1.5 miljard euro. Dit ging zowel om investeringen in culturele infrastructuur, stedelijke ontwikkeling en de algehele infrastructuur van de stad. Hiervan komt 26% vanuit private fondsen en de overige 75% vanuit publieke organisaties (lokaal, regionaal en nationaal).
Tabel 2 Investeringen culturele hoofdstad 2018
De mogelijke concurrentie: andere kandidaatsteden Er zijn nog geen overzichten van steden die voornemens zijn om zich te kandideren voor culturele hoofdstad 2033. Voor zover via gesprekken en desk research op dit moment na te gaan, denken de volgende Nederlandse steden na over kandidaatstelling: Zwolle met als vermoedelijk thema Hanzesteden , Middelburg / Zeeland, Heerlen, Enschede , Alkmaar , Leiden met als vermoedelijk thema ‘Freedom of speech’. In Italië, het andere gastland voor de culturele hoofdstad, zijn op dit moment de volgende steden zich aan het oriënteren op kandidaatstelling Europese hoofdstad van Cultuur: Turijn , Viterbo, Pesaro, Syracuse, Nuoro en Ferrara. Het derde gastland is nog onbekend.
Hoe hebben we de verkenning aangepakt? De Groene Metropoolregio en de gemeente Nijmegen hebben de verkenning samen uitgevoerd. Wethouder N. Vergunst was namens de Groene Metropoolregio en in nauwe afstemming met bestuurlijk trekker van de opgave Ontspannen Regio, A. Schaap, opdrachtgever voor de verkenning. Er is gebruik gemaakt van de bestaande regionale structuren: dit zijn in eerste instantie de werkgroep Cultuur, het Bestuurlijk opgaveteam van Ontspannen regio en het netwerk rondom de uitvoering van het Transformatievoorstel Cultuur. Maar ook de andere opgavemanagers en bestuurlijke opgaveteams zijn net als een aantal collega’s van de gemeenten in de regio in de loop van het traject betrokken als het gaat om het duiden van urgente maatschappelijke thema’s waar onze regio voor staat. We hebben voor het formuleren van de maatschappelijke opgave zoveel mogelijk gebruik gemaakt van wat er al is; denk hierbij aan het bestuursakkoord, de regionale agenda van de GMR, de Regiodeal, bestaande onderzoeksresultaten, het regiocongres de toekomst van de regio in 2120, bestaande coalitieakkoorden, etc. Sinds de vorming van de Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen zijn vele ambities geformuleerd. Op basis van desk research is actuele en feitelijke informatie over de titel verzameld. Zie hiervoor bijlage 1.
Ervaringsgesprekken zijn gevoerd met Leeuwarden (culturele hoofdstad 2018), met Den Bosch (kandidaat culturele hoofdstad 2018), het Ministerie OCW (betrokkene bij proces 2018) en eerder met de culturele hoofdsteden Århus 2017 en Marseille 2013. Daarnaast zijn gesprekken gevoerd met de eerste ring van
stakeholders, w.o. overheden, The Economic Board, culturele netwerken CNN/CNA, culturele regio-instellingen, stedelijke netwerken, onderwijsinstellingen, sociale instellingen. Doel van de gesprekken was om zicht te krijgen op het draagvlak om te gaan werken aan kandidaatstelling Culturele Hoofdstad van Europa 2033. In al die gesprekken zijn ook de mogelijke maatschappelijke thema’s en ambities aan de orde geweest. In bijlage 2 is een overzicht van gesprekspartners opgenomen. Maatschappelijke thema’s en ambities zijn in alle gesprekken en bijeenkomsten verzameld en toegevoegd aan wat uit bestudering van bestaande regionale en gemeentelijke ambitiedocumenten al een longlist is. Zie hiervoor bijlage 3. Op basis van deze longlist is een eerste richting bepaald van het thema, waar onze regio zich in herkent. In een bestuurlijk overleg van de portefeuillehouders cultuur met gedeputeerde is de richting onderschreven. De richting van het thema sluit vanzelfsprekend aan bij de doelstellingen en de ambities van de Groene metropoolregio en de onderzoeken die verricht zijn. De richting van het thema is voorgelegd in alle gesprekken die gevoerd zijn met de vraag om een reactie. Alle input is verwerkt in de concepteindrapportage verkenning, die nu voorligt.
Bevindingen van de verkenning Wat zou de maatschappelijke opgave voor de regio kunnen zijn: een richting In bijlage 3 is de longlist van alle genoemde maatschappelijke opgaven opgenomen. Mede op basis van de gesprekken met stakeholders en de reflectiebijeenkomst zien we onderstaande opgave als prioritair voor onze regio. Nadere uitwerking, verdieping en verrijking moeten in de volgende fase worden opgepakt, zodat de maatschappelijke doelstellingen en ambities concreter worden. We staan voor een enorme fysieke uitdaging. Met de algemene ontwikkelingen op het gebied van bevolkingsgroei, bevolkingsmobiliteit, afname biodiversiteit, klimaatverandering, weersextremen, verzilting, verdroging en wateroverlast zijn de opgaven groot; de beschikbare ruimte is schaars. Als alle geplande infrastructuur, woningen, en maatregelen uit de Regionale Energiestrategieën er komen én we zorgen voor natuurherstel en voldoende groene uitloopgebieden, dan bedraagt het ruimtegebruik 1,8 keer de beschikbare ruimte in de provincie Gelderland. We moeten daarom keuzes maken, functies combineren, slim clusteren en creatief met de ruimte omgaan. Gebiedskenmerken als de staat van water en bodem zijn daarbij voortaan sturend, waarbij voorkomen moet worden dat problemen naar andere gebieden of volgende generaties worden afgewenteld.
In de VN-top 2022 is een akkoord bereikt ten aanzien van afnemende biodiversiteit: In 2030 moet 30% van al het land en water op aarde beschermd gebied zijn. De geplande en snelle groei van onze regio tot en met 2033 met 33.000 woningen heeft niet alleen een fysiek effect op het gebruik van de schaarse ruimte, maar veroorzaakt ook een toename van bewoners, hun mobiliteit en behoeften op gebied van werk, ruimte, verbinding en ontspanning. De urgentie is groot om te werken aan een brede bewustwording van onze opgaven en wezenlijk andere keuzes. Bovenop de fysieke opgaven zien we in onze regio ook vraagstukken als toenemende vergrijzing, de kloof tussen arm en rijk, kloof tussen hoog- en laagopgeleiden, toenemende kansenongelijkheid, inclusieve samenleving, arbeidsmigratie, personeelstekorten in zorg en onderwijs, tegenstelling stad-platteland, afname burgerparticipatie. En last but not least presteert de regionale economie op het terrein van creëren van arbeidsplaatsen en het vergroten van de middenklasse minder dan verwacht mag worden in vergelijking met andere metropoolregio’s. De middellange termijn effecten van de oorlog zijn nog nauwelijks zichtbaar/voorspelbaar.
We willen en moeten daarom op regionaal niveau samenwerken, met de deelnemende gemeenten en onze partners: Hoe leiden we de fysieke groei gezamenlijk in goede banen, zodat de balans tussen stedelijke ontwikkeling en ontspannen leefkwaliteit in de regio behouden blijft? Hoe zorgen we ervoor dat door inzet van regionale mobiliteitsinnovaties maximaal gebruik kan blijven worden gemaakt van het voorzieningenniveau en de regio – ondanks de groei- toch ‘kleiner’(lees: geen/minder barrières) wordt? Hoe maken we optimaal gebruik van de complementariteit van de kwaliteiten van Nijmegen en Arnhem, van de steden en de kernen, van verstedelijkt en groen? Hoe zorgen we gezamenlijk voor het overbruggen van (sociale) tegenstellingen en het bouwen van een sterke en inclusieve samenleving in de regio, het sociale weefsel? Op welke manier kunnen we gezamenlijk werken aan economische regionale structuurversterking passend in en voor de regio? En wat betekent dat dan voor de wijze van samenwerken en samen werken? Wat betekent het besef dat juist de rivieren in onze regio de verbinding leggen met keuzes stroomaf-, maar ook stroomopwaarts in Europa voor onze netwerken? De grenzen van de regionale samenwerking worden opgerekt.
Het is niet eenvoudig om te beschrijven welk aspect van de groei-opgave het zwaarst moet wegen in de strategie voor de kandidaatstelling voor culturele hoofdstad. In een volgende fase moet de opgave verder uitgewerkt en nader gepreciseerd worden. Feit is dat er veel op ons afkomt en dat regionale samenwerking alleen maar dwingender noodzakelijk wordt. Cultuur kan bruggen slaan in de samenwerking en een bijdrage leveren aan de maatschappelijke opgave. Cultuur kan bijdragen aan de versterking van de regionale identiteit, aan regionaal zelfbewustzijn boven het lokale belang uit. Inzet van creativiteit en het innoverend vermogen van de creatieve sector leert anders kijken en denken en vergroot het vermogen om te improviseren en sneller aan te passen aan veranderende omstandigheden. Cultuur brengt laagdrempelig (en soms schurend) de opgave onder de aandacht en vergroot daarmee de bewustwording van de problematiek en draagt bij aan verbinding, ontmoeting en identiteit. Door te gaan voor de titel ‘Europese hoofdstad van cultuur‘ en daarmee voor een grootschalige culturele interventie, formuleren we een gezamenlijke focus voor de komende jaren, brengen we partijen in beweging en versterken we structurele netwerkvorming binnen en buiten de regio: bruggen slaan, mensen en groepen mensen met elkaar in verbinding brengen, een nieuwe gezamenlijkheid, een voelbare identiteit.
De culturele sector zelf verdient ook aandacht. We hebben veel om trots op te zijn, maar ook veel dat wankel is of het gevaar loopt wankel te worden. Als we ook in onze groeiregio trots willen blijven is versterking van die sector hard nodig. Culturele hoofdstad kan daar aan bijdragen met een ruime investering in de culturele sector, expliciete aandacht voor cultuurparticipatie en de ontwikkeling van divers en inclusief publiek.
Het draagvlak bij stakeholders Met de belangrijkste stakeholders en met ervaringsdeskundigen zijn gesprekken gevoerd (zie bijlage 3 voor de gesprekspartners en de gespreksonderwerpen). Van alle gesprekken zijn korte verslagen gemaakt. Op basis van alle gesprekken, het doorlopen proces en desk research presenteren we hier de bevindingen: 1. De verkenning is door de Groene Metropoolregio en de Gemeente Nijmegen samen opgepakt. Ondanks de bestuurlijke afspraak om eerst de maatschappelijke opgave te bepalen en pas daarna de kandidaatstad te kiezen, is bij sommige partijen de suggestie ontstaan, dat deze keuze al gemaakt zou zijn en Nijmegen de kandidaatstad voor de titel zou zijn. In overleg met GMR en de deelnemende gemeenten is besloten om de verkenning expliciet uit te voeren vanuit de GMR. Bestuurlijk opdrachtgever namens de GMR is wethouder Vergunst. Focus in deze fase is nadrukkelijk gericht op de regio en de regionale maatschappelijke opgaven en doelen. Pas in een volgende fase ligt de vraag voor welke stad zal worden voorgedragen als kandidaatstad. 2. In alle gesprekken is er sprake van interesse/enthousiasme voor deze verkenning en kandidaatstelling. Men ziet kansen. Dit vertaalt zich vooralsnog niet in het enthousiast oppakken van de idee door andere partijen dan de initiatiefnemer.
Dat is voor een deel te verklaren omdat er nog te weinig concrete invulling is, zodat het voor de gesprekspartners lastig is om nu al stappen naar voren te zetten. Meerdere partijen hebben aangegeven een bijdrage te willen leveren in de concretisering van het thema (o.a. Radboud Universiteit, CNN-CNA), het proces van de volgende fase (o.a. Artez), het betrekken van inwoners (o.a. Bindkracht). 3. De interesse voor ECH2033 en het draagvlak bij stakeholders is niet altijd onvoorwaardelijk: a. What’s in it for me? Het is voor regiogemeenten niet (nog) duidelijk wat de titel voor hen kan betekenen. b. Welke stad (Arnhem of Nijmegen) wordt de kandidaatstad en hoe moet dat dan? De keuze voor de kandidaatstad is naar de volgende fase geschoven, maar is in meerdere gesprekken als vraag op tafel gelegd. Er zijn zowel partijen die vinden dat Arnhem de titel culturele hoofdstad het hardste nodig heeft als partijen die vinden dat Nijmegen de titel het meest nodig heeft (o.a. ArtEZ & HAN voor Arnhem, Universiteit en Bindkracht10 voor Nijmegen). Er zijn ook gesprekspartners die een spoedige keuze aanbevelen, omdat dat de energie van de GMR, de regiogemeenten en de steden beter kan richten. c. Nadrukkelijk worden vragen over de financiën gesteld. Wat moet het gaan kosten en wie gaat dat betalen? d.
Wat verbindt ons als regio, welke gemeenschappelijke regionale doelen zijn er? Zijn die er wel? 4. Het is voor het draagvlak belangrijk om van meet af aan ruimte te geven aan maatschappelijke partijen, bedrijven en inwoners om mede vorm aan het proces en de inhoud te geven. Dit is ook een vereiste vanuit de Europese regeling. 5. Er is onvoldoende sprake van een algemeen gevoelde, brede maatschappelijke opgave voor de regio, zeker als die opgave niet primair voor de eigen gemeente/ het eigen domein geldt; Het besef dat een
6. 7.
8.
9.
succes van een andere partij uiteindelijk ten goede komt van de hele regio, moet nog groeien. De partij van het succes moet bereid zijn om het succes te framen als het succes van de regio. Dit kost tijd en vertrouwen. Het hierboven nog abstract geformuleerde leidend thema, “de groeiregio in balans” wordt veelal onderschreven. In een volgende fase moet hier concrete uitwerking aan worden gegeven. Betrokkenheid van de Provincie Gelderland bij het verwerven en ondersteunen van de titel Culturele hoofdstad is cruciaal. Provincie Gelderland is enthousiast over de verkenning. Provincie Gelderland realiseert zich dat een forse financiële impuls uit de provinciale middelen nodig zal zijn en sluit een astructurele bijdrage niet uit. Zorg voor authenticiteit in het formuleren van de plannen: het verhaal moet kloppen, de ambities moeten er echt zijn en terug te vinden zijn in strategische documenten, de betrokkenheid van inwoners, partijen moet voelbaar zijn. Gemeentelijke/regionale strategieën op nationale en internationale netwerkvorming ontbreken. Europese uitwisseling en samenwerking zijn wel belangrijk voor de kandidaatstelling.
Welke randvoorwaarden worden meegeven?
Zorg voor een duidelijke, gevoelde en breed gedragen ambitie en doelstelling voor en van de hele regio, stad EN platteland; Betrek de bewoners van meet af aan en zet daarvoor bestaande netwerken en structuren in; Commitment vanuit regio en provincie is noodzakelijk; Neem de ambitie op in alle lange termijn plannen, visies, akkoorden, agenda’s etc. onder verwijzing naar Culturele hoofdstad 2033 Zorg voor een gedegen financieel inzicht, in kosten en baten; neem daarin ook de niet-materiele baten mee. Benoem tussen-mijlpalen: de legacy van culturele hoofdstad Europa 2033 gaat ook vooraf aan het jaar. Maak een lange termijn visie met tussenproducten We doen het goed en professioneel of we doen het niet; ga voor een niet te grote en slagvaardige organisatie; geef de regiogemeenten en -instellingen positie; Gebruik zoveel mogelijk bestaande netwerken en initiatieven. Bijvoorbeeld inzet van een burgerberaad. Begin zo vroeg mogelijk met het gezamenlijk uitdenken van het proces. Gebruik bestaande (inter)nationale netwerken, bijvoorbeeld de Europese Green Capitals of de steden langs de Limes, netwerk schone scheepvaart, etc. Aandachtspunt: hou bij het optuigen van het vervolg rekening met de mensen die we niet spreken; geef ruimte aan meerstemmigheid.
Vervolg Mogelijke vervolgscenario’s Er zijn veel gesprekken gevoerd, er is helderheid over de eisen vanuit de regeling en de stappen die gezet moeten worden. Er is op dit moment onvoldoende zicht op de concrete uitwerking van de urgente maatschappelijke opgave om gefundeerde besluiten te nemen over WAT, HOE en met WIE. In principe zijn er 3 mogelijke vervolgscenario’s: 1. STOPPEN Er is weliswaar interesse, maar onvoldoende energie, draagvlak, urgentie en ambitie: we stoppen en gaan niet voor verdere uitwerking. 2.
VERDIEPING van de verkenning Er is interesse/enthousiasme bij de stakeholders, maar zonder nadere uitwerking van de ambitie, kan geen gefundeerd besluit over kandidaatstelling worden genomen. Verdieping, verrijking en verbinding zijn noodzakelijk. Hiervoor is een kleine professionele projectorganisatie nodig met in ieder geval een ervaren projectleider met kennis van de regio en projectondersteuning. In een volgende fase (zie Fasering en beslismomenten) ligt de focus op de nadere uitwerking van de maatschappelijke opgave en van de culturele ambitie in relatie tot de transitie-opgave van de regio. Het
is zeer zinvol om hiervoor een serie bijeenkomsten te organiseren en een werkbezoek te organiseren naar een Culturele Hoofdstad van Europa. Belangrijk is om zorg te dragen voor een inbedding in de huidige en toekomstige (regionale en stedelijke) economische en maatschappelijk context. De verdiepingsslag maakt duidelijk wat de ambitie is en welke financiële behoeften op hoofdlijnen daarmee samenhangen. In deze fase wordt ook nadrukkelijk aandacht geschonken aan het realiseren van de brede betrokkenheid in steden en kernen en de vertaling van het opgehaalde draagvlak in acties en commitment. Op hoofdlijnen wordt een marketing & communicatie strategie bepaald. Aandacht is nodig voor een stevig politiek draagvlak. Tevens moet worden beschreven hoe de organisatie op weg naar het bidbook moet worden ingericht. Deze fase loopt tot aan het moment waarop het besluit genomen moet worden of er gestart wordt met (het voorbereiden van) het schrijven van het bidbook en kandidaatstelling. Deze verdiepingsfase levert voldoende informatie op over doel, ambitie, commitment, financiën, netwerk, e.d. om een besluit te nemen over de volgende stap, de daadwerkelijke kandidaatstelling. Op basis van bovenstaande komt een voorzichtige schatting van de begroting uit op € 200.000 tot eind 2024. In 2025 start bij een positief besluit de voorbereiding voor het bidbook.
Hierin zijn opgenomen de kosten voor de projectorganisatie en uitvoeringskosten voor o.a. het proces, de bijeenkomsten, evt. nadere onderzoeken, werkbezoeken, inhuur op participatie en/of marketing/communicatie. Regio en stad zijn vanuit hun eigen reguliere organisatie ondersteunend en leveren capaciteit . Binnen dit scenario zijn 2 subscenario’s te onderscheiden: 2a. VERDIEPING van de verkenning door GMR De GMR is opdrachtgever voor de verdieping en neemt vanuit de regio 2 jaar de tijd om meer zicht te krijgen op de kandidaatstelling en een evt. bod. GMR zet op basis van de uitwerking van de maatschappelijke opgave samen met steden een proces uit om te komen tot de keuze voor een kandidaat-stad. 2b. VERDIEPING van de verkenning door een STAD Het is aan de mogelijke kandidaat-steden zelf om een stap naar voren te doen en de verdieping te trekken en een coalition of the willing te vormen. GMR kan vanuit haar reguliere taken ondersteunen.
Bijlagen Bijlage 1. Facts en figures 1. Doelstellingen De algemene doelstelling van Europese Culturele Hoofdstad luidt als volgt a) De diversiteit van culturen in Europa te beschermen en te bevorderen en hun gemeenschappelijke kenmerken voor het voetlicht te brengen, alsook het gevoel van verbondenheid met een gemeenschappelijke culturele ruimte bij de burgers te versterken b) De bijdrage van cultuur aan de langetermijnontwikkeling van steden te stimuleren overeenkomstig hun respectieve strategieën en prioriteiten De specifieke doelstellingen zijn de diversiteit en de Europese dimensie van het culturele aanbod in steden te vergroten, onder meer door middel van transnationale samenwerking; de toegang tot en de deelname aan cultuur te verruimen; de capaciteit van de culturele sector en de aansluiting ervan op andere sectoren te versterken; de steden via cultuur meer internationale bekendheid te geven.
2. Criteria De Europese Commissie heeft verschillende criteria geformuleerd waaraan het culturele programma voor het ECH-jaar moet voldoen. Deze criteria zijn onderverdeeld in zes verschillende dimensies Dimensie 1 – bijdrage aan langetermijnstrategie Alhoewel Culturele Hoofdstad een titel is die maar voor één jaar geldt is het belangrijk dat de kandidaat-stad voldoende aandacht besteedt aan het (langetermijn)effect en de gevolgen van Culturele Hoofdstad. Culturele Hoofdstad kan als katalysator dienen voor verandering in de ontwikkeling van de stad. Dit lukt het best als Culturele Hoofstad terugkomt in de overkoepelende visie van de kandidaat-stad en de verbinding tussen cultuur en andere domeinen. De volgende factoren worden beoordeeld 1. Op het moment van de aanvraag is er een culturele strategie voor de kandidaat-stad waarin Culturele Hoofdstad een plek heeft gekregen en plannen bevat voor de voortzetting van de culturele activiteiten na afloop van het jaar van Culturele Hoofdstad; 2. De plannen om de capaciteit van de culturele en creatieve sectoren te versterken, met aandacht voor de ontwikkeling van lange termijnverbindingen tussen de culturele, de economische en de sociale sector in de kandidaat-stad; 3. De beoogde culturele, sociale en economische langetermijneffecten van de titel Culturele Hoofdstad, inclusief de stedelijke ontwikkeling; 4.
De plannen voor de monitoring en evaluatie van de gevolgen van Culturele Hoofdstad voor de kandidaatstad, en voor het verspreiden van de resultaten van de evaluatie. Dimensie 2 – Europese dimensie De Europese dimensie staat centraal in het programma van de Culturele Hoofdstad. De Europese dimensie toont aan dat Culturele Hoofdstad een Europees programma is en niet beperkt blijft tot een nationaal programma. De Europese dimensie dient terug te komen in het culturele en artistieke programma en de doelstelling van de Culturele Hoofdstad. De volgende factoren worden beoordeeld 1. De omvang en de kwaliteit van activiteiten ter bevordering van de culturele diversiteit van Europa, interculturele dialoog en meer wederzijds begrip tussen Europese burgers; 2. De omvang en de kwaliteit van activiteiten die nadruk leggen op de gemeenschappelijke aspecten van de Europese culturen, erfgoed en geschiedenis, evenals de Europese integratie en actuele Europese thema’s; 3. De omvang en de kwaliteit van activiteiten met Europese kunstenaars, samenwerking met culturele actoren of steden in verschillende landen, eventueel met inbegrip van steden die de titel dragen, en transnationale partnerschappen;
4.
De strategie om de aandacht van een breed Europees en internationaal publiek te trekken.
Dimensie 3 – culturele en artistieke inhoud Culturele Hoofdstad is hoofdzakelijk een cultureel project. Het programma rond Culturele Hoofdstad moet van hoogwaardige culturele en artistieke kwaliteit zijn. Het programma beslaat een grote verscheidenheid aan culturele disciplines, zowel hoogwaardige cultuur als meer laagdrempelige culturele activiteiten. De volgende factoren worden beoordeeld 1. Een duidelijke en coherente artistieke visie en strategie voor het culturele programma; 2. De betrokkenheid van lokale kunstenaars en culturele organisaties bij het ontwerpen en uitvoeren van het culturele programma; 3. De omvang en de diversiteit van de voorgestelde activiteiten en de algemene artistieke kwaliteit ervan; 4. Het vermogen om het lokale culturele erfgoed en de lokale traditionele kunstvormen te combineren met nieuwe, innovatieve en experimentele cultuuruitingen. Dimensie 4 – leveringscapaciteit De kandidaat-stad moet kunnen aantonen dat deze in staat is om een dergelijk groots en complex programma zoals Culturele Hoofdstad te kunnen organiseren. De volgende factoren worden beoordeeld 1. De aanvraag heeft brede en sterke politieke steun en duurzame steun van de lokale, regionale en nationale autoriteiten; 2. De kandidaat-stad heeft (of krijgt) de beschikking over een adequate en levensvatbare infrastructuur om als gastheer te fungeren.
Dimensie 5 – Bereik Het succes van Culturele Hoofdstad kan deels worden gemeten aan de brede betrokkenheid en actieve participatie van inwoners. Deze co-creatie moet al vroeg in het proces worden ontwikkeld zodat inwoners niet alleen publiek zijn maar onderdeel worden van Culturele Hoofdstad. De volgende factoren worden beoordeeld 1. De betrokkenheid van de lokale bevolking en het lokale maatschappelijk middenveld bij de voorbereiding en uitvoering van Culturele Hoofdstad; 2. Het creëren van nieuwe en duurzame mogelijkheden voor uiteenlopende groepen inwoners om culturele activiteiten bij te wonen of daaraan deel te nemen, in het bijzonder voor jongeren, vrijwilligers, gemarginaliseerde groepen en kansarme groepen, met inbegrip van minderheden. Men dient aandacht te besteden aan de toegankelijkheid voor personen met een handicap en ouderen; 3. De algemene strategie voor het bereiken van nieuw publiek, in het bijzonder de samenhang met het onderwijs en de participatie van scholen. Dimensie 6 - beheer De management en governancestructuur is een cruciale factor voor het succes van Culturele Hoofdstad. De volgende factoren worden beoordeeld 1. De haalbaarheid van de fondsenwervingsstrategie en de voorgestelde begroting, die eventueel plannen omvat voor het aanvragen van financiële steun van programma's en fondsen van de Unie.
Deze begroting omvat de voorbereidingsfase, het jaar van de titel zelf en de evaluatie, en omvat reserves voor activiteiten met langetermijneffecten en plannen voor noodsituaties; 2. de geplande bestuurs- en uitvoeringsstructuur voor het evenement „Culturele Hoofdstad van Europa”, die ook ruimte moet bieden voor passende samenwerking tussen de lokale overheid en de uitvoeringsstructuur, met inbegrip van het artistiek team; 3. de procedures voor de benoeming van de algemeen directeur en de artistiek directeur, en hun werkgebieden; 4. de marketing- en communicatiestrategie, die breed dient te zijn opgezet en dient te belichten dat Culturele Hoofdstad een actie van de Unie is; 5. de vraag of de uitvoeringsstructuur beschikt over personeel met passende vaardigheden en ervaring om het cultureel programma van Culturele Hoofdstad te plannen, te beheren en uit te voeren.
3. Selectie en benoemingsprocedure De selectie en benoemingsprocedure bestaat uit twee fases namelijk de voorselectie (shortlist) en de definitieve selectie. De volgende stappen worden genomen in de procedure: 1. De oproep voor het indienen van de aanvraag wordt 6 jaar voor de titel van het jaar gepubliceerd. Voor Culturele Hoofdstad Nederland 2033 betekent dit dus uiterlijk 2026. De deadline voor het indienen van de aanvraag (bid-book) wordt in deze oproep aangekondigd en beslaat ongeveer tien maanden. 2. De kandidaatsteden presenteren hun bid-books aan de jury en beantwoorden vragen van de jury. Op basis van deze informatie komt de jury tot een shortlist en stelt een voorselectieverslag op over alle aanvragen. De steden die op de shortlist staan krijgen de mogelijkheid om het bid-book verder uit te werken en de op- en aanmerkingen van de selectiecommissie te verwerken. Hier hebben de kandidaatsteden ongeveer negen maanden de tijd voor. 3. Wederom presenteren de kandidaatsteden van de short-list het bid-book en beantwoorden vragen van jury. Aanvullend aan deze ronde bezoekt een delegatie de kandidaat-steden op de shortlist. 4. De jury doet een voorstel voor de definitieve selectie van Culturele Hoofdstad op basis van de verder ontwikkelde bid-books en presentatie/vragen.
Het selectieverslag van de jury bevat ook aanbevelingen voor de betreffende stad met betrekking tot de vooruitgang die moet worden geboekt tot het jaar van Culturele Hoofdstad. 5. De Europese Commissie verleent de titel Culturele Hoofdstad aan een kandidaatstad op basis van het advies en voorstel van de jury. Dit gebeurt ten minste vier jaar voor aanvang van het jaar van Culturele Hoofdstad. Voor Nederland is dit dus uiterlijk in 2028. De jury bestaat uit tien deskundige waaronder: drie deskundigen van het Europees Parlement; drie deskundigen uit de Raad; drie deskundigen uit de Commissie; één deskundige uit het Comité van de Regio’s; één of twee deskundigen uit de betrokken lidstaat.
4. Monitoring en evaluatie De titel voor Europese Culturele Hoofdstad wordt vier jaar van tevoren toegekend. De jury volgt de voorbereidingen van de Culturele Hoofdstad voorafgaand aan het jaar van de titelt en ondersteunt/begeleidt de stad in deze periode tot de start van het jaar van de Culturele Hoofdstad. Er zullen verschillende monitoringsbijeenkomsten worden gepland: drie jaar, 18 maanden en 2 maanden voorafgaand aan de start van het Culturele jaar. De jury inventariseert hierin de voorbereidingen en verleent advies om de stad bij te staan in een kwalitatief hoogstaand cultureel programma en een doeltreffende overkoepelende strategie. De jury stelt na elk monitoringsgesprek een verslag op met stappen die de Culturele Hoofdstad dient te zetten. Elke betrokken stad is verantwoordelijk voor de evaluatie van de resultaten van het jaar als Culturele Hoofdstad van Europa. Deze worden openbaar en dienen een jaar na afloop van het Culturele Hoofdstad jaar ingediend te worden. De evaluatie dient zowel kwalitatief als kwantitatief te zijn en worden bij voorkeur door een onafhankelijke partij uitgevoerd.
5. Melina Mercouri Prijs De Melina Mercouri Prijs is de prijs die de Europese Commissie toekent aan elke Culturele Hoofdstad. De prijs bedraagt €1.500.000 en wordt onder bepaalde voorwaarde versterkt. Bij de derde monitoringsbijeenkomst zal de jury de afweging maken of de financiële prijs door de commissie zal worden uitgekeerd. Criteria hierbij zijn: Er hebben geen fundamentele wijzigingen plaatsgevonden in de visie, doelstellingen, strategie, bereik en budget sinds het bid-book. De onafhankelijkheid van het artistieke team is geborgd; De Europese dimensie is voldoende sterk en overeind gebleven in het programma De marketing en communicatie van de Culturele Hoofdstad geven gepaste bekendheid aan Culturele Hoofdstad als actie van de Europese Unie; Er vindt monitoring plaats en er worden voorbereidingen getroffen voor de eindevaluatie.
6. Gastlanden 2023-2033 Jaar
Gastlanden
Kandidaat-steden
Roemenië Hongarije Griekenland
Timișoara Veszprém Elefsina
Estland Oostenrijk
Tartu Bad Ischl
Noorwegen
Bodø
2025
Slovenie Duitsland
Nova Gorica Chemnitz
2026
Slowakije Finland
Trenčín Oulu
2027
Letland Portugal
2028
Tsjechië Frankrijk EER/EFTA-lid
2029
Polen Zweden
2030
België Cyprus EER/EFTA-lid
Brussel, Kortrijk, Gent, Leuven & Luik
2031
Malta Spanje
Cottonera, Gozo, Sliema & Tarx ien
2023
2024
2032
2033
Bulgarije Denemarken Nederland Italië EER/EFTA-lid
Timisoara zou oorspronkelijk de titel in 2021 dragen. Maar vanwege de coronapandemie, besliste de Europese Commissie dit uit te stellen naar 2023.
Daugavpils, Jūrmala, Liepāja & Valmiera
Aveiro, Braga, Coimbra, Évora, Faro, G uarda, Leiria, Oeiras, Ponta Delgada, Viana do Castelo & Vila-real
Chomutov, Liberec, Kutná Hora, Brno & Broumov
Amiens, Reims, Rouen, Bourges, Clerm ont-Ferrand & Banlieue
Białystok & Katowice
Malmö, Örebro & Jönköping
Cáceres & Granada
Skopje
Bijlage 2. Gevoerde gesprekken Maand < april
Datum div.
April
13 april 2022
juli september
14 juli 2022 30 september 2022
Overleg Peter Drenth, Agnes Schaap, Noël Vergunst OCW Henk Heijkamp (CHE20332018)
Oktober
6 oktober 2022 17 oktober 2022 19 oktober 2022
Merkteam oudste en bruisende stad Jan van Dellen TEB met Harriet Tiemens Inspiratiebijeenkomst Nijmeegse beleidsadviseurs breed
November
2 nov 2022 7 nov 2022 7 nov 2022 10 nov 2022 11 nov 2022
Werkgroep cultuur GMR Gemeente Arnhem Esther Ruiten Provincie Edwin Kupers Ambtelijk platform Cultuur GMR Gemeente Arnhem adviseurs vitale economie, aantrekkelijke stad, toerisme Radboud Universiteit Liesbet Korenbrits, Martijn Stevens Bestuurlijk platform Cultuur GMR Werkgroep actielijn amateurs transformatievoorstel GMR opgavemanagers overleg Congres Groene Metropoolregio Provincie Edwin Kupers
16 nov 2022 17 nov 2022 21 november 22 nov 2022 24 nov 2022 28 nov 2022 December
1 december 2022 5 december 2022 8 december 2022
Januari
10 januari 2023 13 januari 2023 13 januari 2023 17 januari 2023 17 januari 2023 24 januari 2023 25 januari 2023 26 januari 2023 30 januari 2023 31 januari 2023
Actie Oriënterende gesprekken met Cathelijne Bouwkamp, Harriet Tiemens, Agnes Schaap, bgm H. Bruls, weth. M. Esselbrugge, Stadssafari CNN-CNA met spreker Oeds Westerhoff, LWD2018
Bijeenkomst Ontspannen regio incl. gedeputeerde (portefeuille Cultuur) Telefonisch gesprek met Ralph Dassen, vz CNA Oeds Westerhoff LWD2018 Bert Fröhlich, Kunstwerk! Liemers Doeko Pinxt, Bibliotheek Veluwezoom en Cultuurbedrijf RIQQ Rheden Arjan Keunen, HAN M. El Hamdaoui, Bindkracht Martijn de Haas, RvN@ Jan Ummenthum, Liemerse ambassade Werkgroep 025 –CNN-CNA Maritsa Witte, Artez Lucien Peeters, Forte Welzijn Overbetuwe en Berg en Dal Sander Spaan, Clink! Lingewaard
Gespreksonderwerpen Waar komen we vandaan? (Culturele) profiel GMR wat is ons profiel wat mist er nog, gewenste aanbod, waar willen we versterken Waar willen we naar toe? Ambitie Culturele Hoofdstad Wat willen we bereiken met Culturele Hoofdstad, waarom, voor wie/wat doen we het Welke maatschappelijke opgaven zien we als urgent Hoe past dit in bestaand strategisch beleid Welke rol kan cultuur ( en dus ook CHE20332033) hierbij spelen Welk consistent verhaal hebben we met welke activiteiten Wie zijn de partners bij het in de wacht slepen van de titel Welk profiel wil GMR neerzetten Welke doelgroepen hebben prio Wat moet er nog gebeuren voor de kandidaatstelling Waarom is stad uit GMR goede kandidaat Wat is rol van cultuur in positionering provincie/GMR/stad Wat is de bijdrage van erfgoed, festivals, kunst, volkskunst, immaterieel erfgoed Op welke manier realiseren we een bottom-up proces met co-creatie van meet af aan Welke samenwerkingen met welke verschillende partijen Levert het proces op weg naar CHE20332033 wenselijke tussenresultaten Met wie gaan we het doen? Draagvlak Welke ambities, ideeën en verwachtingen Is er commitment voor de volgende stap, waarbij het idee verder vorm krijgt Hoe vertaalt dit commitment zich?
Bijlage 3. Longlist van opgehaalde Maatschappelijke Thema’s Profilering en externe oriëntatie Onbekend maakt onbemind; regio heeft bleek profiel, onduidelijk imago, naar binnen gekeerd. Dare to be the best. Weg met de bescheidenheid. Internationalisering en de kijk naar buiten zijn nodig Culturele structuurversterking regio als DE cultuurregio van het oosten waar nog ruimte (fysiek en mentaal) is om te ontwikkelen, te experimenteren, soms te falen en te herstarten Samenwerking in de GMR, versterking van de GMR Overbruggen en/of omarmen van tegenstellingen/verschillen Van het dubbeltje en het kwartje: Sociaal economische verschillen groot: ongelukkig, ongezond, afhankelijk, minder sport- en cultuurdeelname, minder werk. Eerlijke kansen voor iedereen Iedereen doet mee: participatie, democratische vernieuwing, inclusie, verbinding over bruggen, leren participeren, iedereen doet mee, ook aan cultuur. Gelijke kansen voor iedere inwoner/kind. Cultuur kan in samenwerking met maatschappelijke partners helpen bij het toekomstig leren in elke levensfase en de noodzaak om sneller aan te passen aan technologische ontwikkelingen Europees voorbeeld hoe te komen van twincity met jarenlange vriendelijke broedertwist naar succesvolle samenwerking met elkaar en de regio. Schaalvergroting met verbinding en behoud van kwaliteit, leefbaarheid.
Er zijn meerdere voorbeelden van dichtbij gelegen steden met tegenstellingen in Europa. De nabijheid van 2 steden van 100k+ belemmert de ontwikkeling van de hele regio en de individuele gemeenten. Verbinding stad - platteland Diversiteit en inclusie. Migratie en integratie in een jarenlange Romeinse traditie: grootste culturele uitwisseling op en rond grenzen. Onze regio is onderdeel van de Romeinse Limes. Verbinding met Italië, het andere gastland Maak –ondanks de groei van de regio- de regio ‘kleiner’ door het wegnemen van barrières, bijv. door mobiliteitsinnovaties (metro, monorail), waardoor de voorzieningen in de regio bereikbaar blijven/worden. Denk ook aan sociale, economische barrieres. Cultuur kan rol spelen in de broodnodige inspiratie om anders en groter te gaan denken en daardoor andere paden dan de gebaande te bewandelen en bestaande patronen los te laten. Faciliteer de ontmoeting, het contact en voorkom daarmee vereenzaming, polarisatie en vergroot de verwondering, community development, verbinding, inclusie
Groei in groene omgeving Kwalitatieve groene groei van de regio: zoektocht passende, circulaire en duurzame oplossingen in balans. Hoe gebruiken we de krachten om toekomst vorm te geven in groene groeibalans We bouwen 60.000 woningen in onze regio, die als uniek kenmerk de natuur met 3 rivieren en 2 stuwwallen heeft. Die natuur bindt ons en geeft ons een gezamenlijke identiteit samen met ons cultureel erfgoed, ook verbonden met wonen in rivierenlandschap. Hoe zorgen we ervoor dat de komst van deze hoeveelheid woningen met behoud van kwaliteit kan plaatsvinden, zowel kwaliteit van de wijken die je neerzet, waar je ze neerzet, hoe je ze neerzet als de kwaliteit van de fysieke en mentale ruimte in onze regio met minimale aanslag op de natuur en natuurvorming en zorg voor de kwaliteit en kwantiteit van benodigde voorzieningen. Hoe zorgen we ervoor dat de noodzakelijke snelheid van groei niet leidt tot onomkeerbaar verlies van onze levens kwaliteit. Klimaat en biodiversiteit: Regio aan zee wordt werkelijkheid. Met nog meer mensen zorgen voor behoud van kwaliteit van leven. Verbinding duurzaamheid – kunst – wetenschap Aanjagen groene innovators (feit – maar mag nog aangejaagd worden) – gelukkige burgers (ambitie die we hoog in het vaandel hebben staan) – klimaatbestendige omgeving (urgentie).
Kunnen we innovators gebruiken om te komen tot een hoger welzijnsniveau waarbij een klimaatbestendige omgeving middel en doel is? Sustainabilitygoals meenemen. Hoe te komen tot toekomstbestendigheid in onze regio: redesignen met cultuur als placemaking/katalysator in een groeiregio. Bevorderen focus en identiteit. Onze inwoners leven en werken regionaal; de regio is een samenhangend geheel.
-
Hoe behouden we met de verwachtte groei onze sociaal culturele waarden als open, toegankelijke, hartelijke en behulpzame stad/regio Het Arnhems onderdeel van HAN voorziet een krimpscenario: studenten kiezen voor Nijmegen. Door strategische keuzes kan dit voorkomen worden.
Wonen EN werken Er is een mismatch op de arbeidsmarkt in de regio. Nijmegen bijvoorbeeld is een woonstad, geen werkstad: relatief veel bijstandsgerechtigden, veel inwoners met hogere soc.econ. status, veel studenten, weinig laagopgeleiden, veel 1 persoonshuishouden, hoge score woonaantrekkelijkheid, aantal banen per 1000 inw. Relatief laag, weinig banen in zakelijke dienstverlening; 60% van banen wordt vervuld door niet-Nijmegenaren (60.800 pp), waarvan 1/3 uit regio komt. 52% van werknemers werkt buiten Nijmegen. Tekort aan praktisch-opgeleiden, er is voldoende werk voor regiospecialisatie. Vertrek talenten. Komst extra inwoners met onvoldoende werkgelegenheid en dus verhoogde mobiliteit. Economische structuurversterking. Groei economische ontwikkeling regio blijft achter bij de verwachtingen. Aansluiten bij ambities uit het bestuursakkoord. Maatregelen om braindrain van jonge talenten te verminderen en daarmee de innovatiekracht te vergroten.