CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag inspraakbijeenkomst Stadsbegroting 2025 16-10-2024 Sociaal Domein en Onderwijs

Besluitronde (raadsvergadering) 13 november 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Stadsbegroting 2025-2028 (91/2024)2.497 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag

Datum

18 oktober 2024 Opgesteld door

Raadsgriffie Onderwerp

Verslag inspraak Stadsbegroting 2025 gemeente Nijmegen 16 oktober 2024 – Thema

Sociaal Domein en Onderwijs Aanwezig

Externe genodigden: Lucienne vd Brand – Conexus; Reyer Baas – KION; Willeke van Rooij – KION; Levi van Dijk; Peter Eggen – Zelfregiecentrum; Laurian Alferink – Zelfregiecentrum; Wouter van Balveren – Stg. Leergeld Raadsleden & fractievolgers: Sander van der Goes – GL (voorzitter); Diana Krol– SN; Maartje Maas – PvdA; Jeannette Geers - SP; Sanne Buursink-de Graaf – VVD; Marco vd Berg – SN; Ayse Terzi – GL; Gerben Oostenbrink – CDA; Bart Salemans – PvdD; Jeanette Exel – SN; Erik Verschuren – D66; Leonie Janssen – D66; Weergave van het gesprek Reyer Baas – KION Wil graag bepleiten dat de gemeente een goed VE-beleid voert. Kinderen in een achterstandssituatie ontvangen dan extra begeleiding zodat ze in een gelijke positie komen met andere kinderen richting de basisschool. De (multi-)problematiek neemt toe en wordt zwaarder. Consultatiebureaus geven de doorverwijzing naar VVE (Voor- en Vroegschoolse educatie). Dit is belangrijk en moet een plek in de begroting krijgen. Willeke van Rooij - KION Wil het preventieve karakter benadrukken. We missen het beleidskader, dat is in de maak maar moet uiteindelijk wel tot iets (een duidelijke opdracht) resulteren. Ayse Terzi: Ik zie geen link met de bezuinigingen en het VVE. Reyer Baas: Nee, dat hebben we ook niet gezien maar we willen meegeven dat het belang van VVE groot is.

Niet alleen ter bestrijding van problematiek maar ook ter voorkoming. Ayse Terzi: Ik hoor vanuit de stad dat Nijmegen coulant is met doorverwijzen naar VVE. Is daar verschil in gekomen de afgelopen jaren? Reyer Baas: Ik draag de gemeente een warm hart toe maar ik geef dit signaal toch voor de zekerheid mee. Sanne Buursink – de Graaf: Onlangs is er over gelijke kansen in het onderwijs gesproken, heeft u toen ook contact met gemeente gehad? Willeke van Rooij: Ja, we staan daarachter, maar nu ontbreekt het aan concreet beleid zodat we niet weten welke opdracht we krijgen. Leonie Janssen: Wat wilt u zien in het beleidskader? Willeke van Rooij: We zien een verzwaring van problematiek, dus het preventieve stuk willen we graag als antwoord daarop zien. We hebben ontzettend veel gesprekken gevoerd en er zijn veel onderzoeken gedaan maar het beleid wordt steeds maar niet afgerond. We zien steeds meer multi problematiek in gezinnen, we zien daar wel oplossingen voor maar komen er niet aan toe. Maartje Maas: Klopt het dat kinderen 6 uur VVE gesubsidieerd krijgen via het consultatiebureau? Willeke van Rooij: Nee, in totaal gaat dat om 16 uur.

Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Memorandum Opgesteld door raadsgriffie griffie@nijmegen.nl

Memorandum

Maartje Maas: Is er voldoende personeel? Willeke van Rooij: Met moeite bij de BSO, maar het kinder- en peuteraanbod met VVE lukt als we mensen kunnen blijven opleiden. Marco vd Berg: Wat zijn de gedachten over indicatie bij een kind wanneer de ouders geen medewerking verlenen? Willeke van Rooij: Die vrijheid hebben ouders nu eenmaal dus dan zijn wij niet de partij om dwingend te zijn. We kunnen ouders informeren en ruimte geven, meer niet. Erik Verschuren: Wat hebben ouders nodig om verleid te worden wel gebruik te maken van VVE. Willeke van Rooij: Ik ken de redenen niet waarom ouders niet komen, dat zullen hele diverse redenen zijn. Jeannette Geers: Vangen andere aanbieders ook VVE kinderen op? Willeke van Rooij: Ja, er is een werkgroep met verschillende partijen die VVE aanbod hebben. Daar zitten scholen ook bij. VVE heeft een relatie met kinderen tot 6 jaar. Jeannette Geers: Is er ook overleg met buurtteams inzake multi problematiek? Willeke van Rooij: Jazeker, zij zijn ons eerste aanspreekpunt als het ons boven de pet groeit. Bart Salemans: De gemeente maakt de kaders, u gaf aan dat het preventieve karakter belangrijk is. Wat wilt u de raad nog meer meegeven voor de nog vast te stellen kaders? Willeke van Rooij: We hebben voldoende gesprekken met de gemeente gehad, het afronden van het beleid is nu het belangrijkste, vooral om te weten wat onze opdracht is.

Sanne Buursink – de Graaf: Hoe zit het met de eigen inkomensafhankelijke bijdrage? Willeke van Rooij: Er is recht op kinderopvangtoeslag en de VVE dagdelen zijn volledig gesubsidieerd. Jeannette Geers: Hoe lang wachten jullie al op het kader? Wat betekent dat in praktijk? Willeke van Rooij: Toen ik een jaar geleden begon werd er al aan gewerkt en op gewacht. Al meer dan een jaar dus. We gaan door met wat we deden, maar we zien een stapeling van problemen? Ayse Terzi: Signaleert u nog andere zaken of alleen zwaardere problematiek? Willeke van Rooij: Er is behoefte aan andere kaders zoals meer maatwerk. Het versterken van de relatie met de buurtteams versterken kunnen we zelf oppakken. Maartje Maas: Wat bedoel je precies met meer maatwerk? Willeke van Rooij: Daarmee bedoelen we flankerend beleid op zwaardere groepen, daar kunnen we dan interventies op inzetten. Nu zijn het standaardpakketten maar we zouden meer diversiteit daarin willen. Wouter van Balveren – Stg. Leergeld Hoopt dat er geen aanpassingen aan de kind regelingen gedaan worden door de gemeente. Deze regelingen zorgen ervoor dat kinderen mee kunnen doen aan de samenleving. Het motto is: “alle kinderen mogen meedoen” en “nu meedoen is later meetellen”.

We zijn vaak in contact met gezinnen met financiële problemen en dankzij andere fondsen kunnen we meer helpen, bijvoorbeeld een fiets aanschaffen, een abonnement op de speeltuin etc. Ook particuliere donateurs helpen ons en de gezinnen verder. Bezuiniging op regelingen voor volwassenen hebben ook een weerslag op de kinderen. Dat levert stress op en dat heeft weerslag op kinderen. Het vergoot de kloof tussen de kinderen in de stad. Kinderen zijn de dupe als ouders in financiële onzekerheid leven. Ik vraag daarom om zorgvuldig naar de impact van de armoederegelingen te kijken. Laten we samen investeren in de toekomst van onze kinderen. Marco vd Berg: Is er een plafond per leerling? Wouter van Balveren: Ja, er zijn kaders. Maar er zijn meerdere scenario’s per kind mogelijk; ze kunnen zowel op zwemals op toneelles. Jeannette Geers: Lopen de contacten met de scholen goed? Is er een verandering in aanbod van scholen in activiteiten? (Kan je een kamp in deze tijd vergelijken met een kamp 10 jaar geleden?). Wouter van Balveren: De contacten met scholen zijn goed en het is een goede vindplaats. Er is veel schaamte. Het betalen van de ouderbijdrage is vrijwillig (landelijk bepaald) en de meeste ouders willen het graag betalen. Het is fijn dat het alsnog via de Stg. Leergeld kan. Scholen hoeven daarmee niet de dupe te zijn van armoede in gezinnen. Maar je

Memorandum

ziet dat het door het vrijwillige karakter lastiger wordt voor scholen. Als scholen luxe gaan doen gaan we in gesprek met ze maar we betalen daar niet aan mee. Ayse Terzi: Wat is het bereik van Stg. Leergeld? Wouter van Balveren: We bereiken bijna 4200 unieke kinderen. Er zijn 10.600 aanvragen toegewezen. Marco vd Berg: Kansenongelijkheid wordt dus versterkt doordat arme scholen een probleem hebben met de bijdrage? Wouter van Balveren: Dat probleem kunnen we hier niet oplossen, de vrijwilligheid van de ouderbijdrage is landelijk beleid. Lucienne vd Brand – Conexus Ik onderstreep het verhaal van de Stg. Leergeld. Ik zit hier namens 900 medewerkers en 8000 leerlingen. We worden gefinancierd met Rijksbekostiging. Denk bijvoorbeeld aan traktatiebeleid; we proberen de traktaties klein te houden. Er is een goede samenwerking met de gemeente, we hebben wel eens klachten over de totstandkoming van beleid maar dat ligt soms ook aan onszelf. We hebben wel tekorten en dat komt door gemeente. De doordecentralisatie zorgt voor tekort op huisvesting. Geld voor stenen moet niet weggehaald worden bij de klassen en het onderwijs. Personeel kunnen we nog steeds vinden. Er is een groot verschil tussen leerlingen in wijken waar het goed gaat t.o.v. wijken waar het niet/minder goed gaat.

We zetten ons in voor de brede ontwikkeling van het kind, maar op sommige scholen hebben we onze handen vol aan taal en rekenen. We kunnen bouwen op fijne partners voor bijvoorbeeld muziekles en gymles buiten de school. Zorg in school is van belang, we zijn niet de financier daarvan maar wel afhankelijk van wat de gemeente daar op inzet. Denkt u aub aan de kinderen in deze stad. Maartje Maas: Er zijn grote verschillen dus er moeten keuzes gemaakt worden, zit dat vooral bij scholen die aan basisvaardigheden moeten werken? Lucienne vd Brand: Dat zijn de grootste verschillen. Het schoolgewicht (toegekend door CBS) zegt heel veel. We gunnen elk kind een rijke omgeving en een brede ontwikkeling. Samenwerking met diverse partners helpt daarin. Leonie Janssen: Welke invloed heeft een bezuiniging op leesbevordering? Wat kunnen wij daarin betekenen? Lucienne vd Brand: Taal is het middel waarmee kinderen alles leren. Het is fijn dat wij ruimte krijgen om les te geven maar alles wat te maken heeft met lezen is van belang. Ayse Terzi: Ik ben benieuwd of u ziet of wij in Nijmegen genoeg inzetten op taalbevordering met de huidige programma’s. Lucienne vd Brand: er gebeurt veel, we werken veel samen. Als een doorgaande lijn moeten we in samenhang dat kind van alles aanbieden op gebied van taal. Een samenhangend beleid is dus van belang.

Marco vd Berg: Een aantal gemeentes heeft niet gedecentraliseerd, wat als dat wordt teruggedraaid, is het probleem dat opgelost? Lucienne vd Brand: De doordecentralisatie is een goede beweging maar het doorsluizen van de middelen incl. de tekorten is dat niet. Jeannette Geers: Is het deel dat bedoeld is voor huisvesting niet opgegaan aan het tekort in onderwijs? Lucienne vd Brand: Het tekort op huisvesting resulteert in slechte schoolgebouwen. We proberen dat geld daarvoor in te zetten, maar dat lukt niet altijd. Soms gaat er geld voor leermiddelen naar huisvesting. Jeannette Geers: Hoe gaat de samenwerking tussen de buurtteams J&G en de scholen? Lucienne vd Brand: We waren niet gelukkig toen het schoolmaatschappelijk werk én de school als vindplaats verdwenen. Scholen zijn daar echt op achteruit gegaan. De ongelijkheid kopieert zich door. Mijn pleidooi is ongelijke verdeling in zorg. Erik Verschuren: 1 op de 7 kinderen krijgt een keer jeugdzorg. De school is een startpunt voor een zorgvraag, wat is uw visie op normaliseren? Lucienne vd Brand: Ik ben een voorstander van normaliseren, bij afwijkend gedrag is er niet meteen iets mis maar we leggen het zelf wel snel buiten ons neer. Tijdelijk moet je het kind iets anders aanbieden. Maar er zal altijd een kleine specifieke groep zijn waar echt iets mee aan de hand is.

We hebben speciaal onderwijs en proberen de doorverwijzingen daar naartoe te minimaliseren. Mochten er vragen zijn bij of over bezuinigingen, zoek ons dan op, dan kunnen we kijken wat de gevolgen zijn.

Memorandum

Peter Eggen – Zelfregiecentrum Ik heb de drive en het doorzettingsvermogen van een topsporter. Ik ben in grote mate afhankelijk van vrienden, familie en de medewerkers van Fokus. Ik moet me altijd beheersen, ook als ik een slechte dag heb, want als ik dat niet doe dan heb ik de kans dat ze me niet meer willen helpen en dat kan ik me niet veroorloven. Voordat ik uit bed ben (douchen, ontbijten etc) ben ik 2 uur verder. Daarna heb ik contacten met organisaties over vervoer, een nieuwe of kapotte rolstoel en mijn huishoudelijk hulp. Daarnaast heb ik ook nog fysiotherapie om zoveel mogelijk soepel te kunnen bewegen. Het duurt vaak lang voordat ik iedereen te pakken heb. Dit alles doe ik met minder energie dan iemand zonder beperking en dat maakt het topsport. Bij de sociale basis kan ik terecht voor o.a. hulp en een luisterend oor. Ik word goed ondersteund en daardoor kan ik me als belangenbehartiger inzetten bij het zelfregiecentrum. Nu dreigt er een forse bezuiniging op de sociale basis en het sociaal domein. Dit gaat ervoor zorgen dat het langer duurt voordat ik de dag kan beginnen, dat zal stress opleveren en energie van me vragen. Op korte termijn zie ik veel stress en zorgen voor mij opdoemen.

Ik stel mezelf en de raad de vraag: mag ik een menswaardig leven leiden of hangt daar een te duur prijskaartje aan? Laurian Alferink – Zelfregiecentrum Onze medewerkers zijn zeer bezorgd over de bezuinigingen. De vraag bij ons zal toenemen, het zelfregiecentrum maakt deel uit van de sociale basis. De verwachting is dat meer mensen in de knel komen. Het zelfregiecentrum wil dat niet voor Nijmegen. Ieder mens doet ertoe en heeft hulp en begeleiding nodig. Mensen zijn bang om de eigen hulp te verliezen. We verwachten een toename van toeloop door het sluiten van andere ontmoetingsplekken in Nijmegen. Belangenbehartigers zijn ook onderdeel (een poot) van het zelfregiecentrum. Voor wat betreft inclusie zijn we er ook nog lang niet. We willen graag dat mensen de juiste ondersteuning en zorg krijgen zodat ze mee kunnen doen in deze samenleving. Maartje Maas: Vraag aan Peter Eggen, welke bezuiniging raakt je het meest? Peter Eggen: Het was een pleidooi voor de maatwerkvoorzieningen. Die lijken te verdwijnen terwijl die juist een mooi middel zijn om gericht bepaalde ondersteuning te bieden waardoor mensen meer eigen regie hebben over welke zorg ze wanneer inzetten en daardoor ervaren mensen meer vrijheid om mee te doen. Het levert dan ook veel onrust op, je moet terug naar een buurtteam en het is maar de vraag hoe je hulpvraag wordt opgepakt.

Dit zorgt voor veel onzekerheid bij mensen of en hoe ze geholpen worden straks. Ayse Terzi: Wat is er gecommuniceerd over de reden dat het maatwerk eraf gaat? Laurian Alferink: Er is een aparte beschikking voor maatwerk dat door het buurtteam wordt afgegeven. 80% moet het oppakken, dat levert tijdelijk hulp op waarschijnlijk. Het gaat hier meer om de vangnetgedachte dan om de meedoen gedachte. Jeannette Geers: Is er voldoende ruimte voor jullie activiteiten? Hebben jullie contact met het college? Laurian Alferink: Jawel, al zijn er wel dagen dat we vol zitten. We zijn toegankelijk en ruim, maar onze financiële middelen zijn niet toereikend voor innovatie of om een visitekaartje te kunnen zijn. We worden wel veel gevraagd op gebied van ervaringsdeskundigheid. Peter Eggen: De zichtbaarheid is belangrijk. Daarmee creëren we bewustwording. Er is een lange adem voor nodig maar het maakt dat mensen de volgende keer meer nadenken en stilstaan of aan alles gedacht is. Levi van Dijk Ik heb 3 punten die ik wil noemen: 1. Budgetplafonds; ik ben niet per se tegen, maar de beste aanbieders bereiken dit het snelste omdat ze de meeste aanvragen krijgen. Dat heeft gevolgen, ook omdat door aanbesteding het landschap verschraald is. De grote aanbieders nemen ook minder snel onderaannemers aan. 2. Er moet een goede balans zijn tussen beleidsdoelen en ambities versus financiën.

Heb daarbij ook aandacht voor Werk&Inkomen en onderwijs. 3. Investeren in de sociale basis verdient zich terug op de langere termijn.

Memorandum

Ayse Terzi: Zijn er voorbeelden voor inzet op de sociale basis? Levi van Dijk: Ieder talent telt is de meest inclusieve samenwerking die ik heb meegemaakt. Marco vd Berg: Moet je hier (punt 1) niet voor bij de verzekeraars zijn? Levi van Dijk: Nee, het instellen van budgetplafonds ligt bij gemeente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=fa3eb6f9-3ca6-42da-86dd-b01900398a07