Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Nijmegen 2021
Tekst van het document
dit ten aanzien van een voorziening gebeurt, moeten bij verordening regels worden gesteld ter waarborging
van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een voorziening en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan (artikel 2.6.6, eerste lid, van de wet). Daarbij dient in ieder rekening gehouden te worden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de arbeidsvoorwaarden.
Om te voorkomen dat alleen gekeken wordt naar de laagste prijs voor de uitvoering worden in dit artikel een
aantal andere aspecten genoemd waarmee het college bij het vaststellen van tarieven (naast de prijs) rekening
dient te houden. Hiermee wordt bereikt dat een beter beeld ontstaat van reële kostprijs voor de activiteiten die zij door aanbieders willen laten uitvoeren. Uitgangspunt is dat de aanbieder kundig personeel inzet tegen de arbeidsvoorwaarden die passen bij de vereiste vaardigheden. Hiervoor is ten minste een beeld nodig van de
vereiste activiteiten en de arbeidsvoorwaarden die daarbij horen. Dit biedt een waarborg voor werknemers dat hun werkzaamheden aansluiten bij de daarvoor geldende arbeidsvoorwaarden.
De tekst is aangepast aan het gewijzigde artikel 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Om bij de inkoop enige flexibiliteit te houden, is niet te gedetailleerd uiteengezet welke kostencomponenten een rol moeten
spelen. Reizen, opleidingen en administratieve verplichtingen (waaronder rapporteren) vallen onder de noemer overhead.
Artikel 23. Klachtregeling De gemeente is al op grond van de Awb in het algemeen verplicht tot een behoorlijke behandeling van
mondelinge en schriftelijke klachten over gedragingen van personen en bestuursorganen die onder haar
verantwoordelijkheid werkzaam zijn. Gelet op het van toepassing zijnde hoofdstuk 9 van de Awb, waarin een uitvoerige regeling omtrent klachtbehandeling is gegeven, en ook het recht is neergelegd om na de
afhandeling van de klacht de bevoegde ombudsman te verzoeken een onderzoek in te stellen, kan in deze verordening met een enkele bepaling worden volstaan.
In het tweede lid is een bepaling over klachten ten aanzien van aanbieders opgenomen. Een dergelijke bepaling is verplicht op grond van artikel 2.1.3, tweede lid, onder e, van de Wmo 2015, waarin is bepaald dat in de verordening in ieder geval wordt bepaald ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor de
afhandeling van klachten van cliënten is vereist. De aanbieder is ten aanzien van de in de verordening
genoemde voorzieningen verplicht een klachtregeling op te stellen (artikel 3.2, eerste lid, onder a, van de Wmo 2015). In de Memorie van Toelichting (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3, blz. 57-58) staat dat cliënten in beginsel moeten kunnen klagen over alles wat hen niet aanstaat in de manier waarop zij zich bejegend
voelen. De cliënt kan ontevreden zijn over het gedrag van eengemeenteambtenaar, bijvoorbeeld over de wijze
waarop een gesprek is gevoerd of over diens (vermeende) gebrek aan deskundigheid. Is de cliënt niet tevreden over een gedraging van de aanbieder, dan kan het ook gaan om bijvoorbeeld de kwaliteit van de geleverde maatschappelijke ondersteuning (in verband met de deskundigheid van de medewerker of een bepaalde houding of uitlating, gebrekkige communicatie of (on)bereikbaarheid van de aanbieder).
Het ligt voor de hand dat cliënten die zich benadeeld voelen zo veel mogelijk deze klacht eerst bij de
betreffende aanbieder deponeren. Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat de aanbieder de klacht snel in
behandeling neemt en de klacht ook snel afhandelt. Daar waar de afhandeling niet naar wens is, staat de weg naar de gemeente voor het indienen van de klacht open.
De Jeugdwet kent deze verordenende verplichting voor de gemeente aangaande de aanbieders niet, maar
beschrijft in paragraaf 4.2a het klachtrecht betreffende jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen. In
de regel zal eerst de aanbieder worden aangesproken bij klachten over de wijze van behandeling, op grond van de Jeugdwet. Pas wanneer dit klachtrecht niet bevredigend is, komt de gemeentelijke klachtmogelijkheid in
zicht. De gemeente heeft geen toezichthoudende functie voor de klachtregelingen van de jeugdhulpaanbieders.
Artikel 24. Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 2.1.3, tweede lid, onder f, van de Wmo 2015, waarin is bepaald dat in
ieder geval moet worden bepaald ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor medezeggenschap
van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn, vereist is.
In dit artikel gaat het dus om medezeggenschap van cliënten tegenover de aanbieder. Voorheen moest de
aanbieder voldoen aan de in de Wet klachtrecht cliënten en de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) gestelde regels. Onder de Wmcz werd inspraak tegenover de aanbieder reeds verwezenlijkt via de cliëntenraad. Onder de Wmo 2015 is het stellen van regels geheel aan gemeenten overgelaten.
In het eerste lid is dit uitgewerkt door te bepalen dat aanbieders een regeling voor medezeggenschap dienen vast te stellen. De aanbieder is ten aanzien van de in de verordening genoemde voorzieningen verplicht een medezeggenschapsregeling op te stellen (artikel 3.2, eerste lid, onder b, van de Wmo 2015).
In het tweede lid is een aantal instrumenten voor het college aangegeven om te zorgen dat de verplichting tot medezeggenschap door aanbieders goed wordt uitgevoerd.
De medezeggenschap bij aanbieders van jeugdhulp en gecertificeerde instellingen is in de Jeugdwet geregeld (zie paragraaf 4.2.b).
Artikel 25. Betrekken van ingezetenen bij het beleid Deze bepaling geeft uitvoering aan artikel 2.1.3, derde lid, van de Wmo 2015 en artikel 2.10 van de Jeugdwet.
In het eerste lid is verwezen naar de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet vastgestelde
inspraakverordening. Op deze manier wordt gewaarborgd dat er eenzelfde inspraakprocedure geldt voor het Wmo- en jeugdbeleid als op andere terreinen. De inspraak geldt voor alle inwoners. Dit is uitdrukkelijk de bedoeling van de wetgever, omdat iedereen op enig moment aangewezen kan raken op ondersteuning.
Met het vierde lid wordt het aan het college overgelaten om de exacte invulling van de medezeggenschap vorm te geven.
Artikel 26. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
De wet zelf bevat overgangsrecht voor cliënten die vanuit de AWBZ zijn overgegaan naar de Wmo (zie de
artikelen 8.1 tot en met 8.4 van de Wmo 2015) en voor cliënten die vanuit de Wet op de Jeugdzorg, de AWBZ en de Zorgverzekeringswet overgaan naar de Jeugdwet (zie hoofdstuk 10 van de Jeugdwet). In dit artikel is het overgangsrecht op gemeentelijk niveau geregeld.
In het tweede lid is duidelijk gemaakt dat bestaande rechten doorlopen totdat een nieuwe beoordeling heeft
plaatsgevonden. In het derde lid is als hoofdregel neergelegd dat aanvragen en aanmeldingen die nog bij het college en de andere organisatie in behandeling zijn op grond van de nieuwe verordening beoordeeld zullen worden.
Artikel 27. Nadere regels en hardheidsclausule Juist omdat het in de Wmo 2015 en Jeugdwet om maatwerk gaat, zal het college er niet aan ontkomen om, ook al is er een zorgvuldige afweging gemaakt, uiteindelijk toch te beoordelen of deze afweging niet leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Deze afweging zal minder vaak voorkomen dan in normale
omstandigheden te verwachten is. Immers, bij de afwegingen gaat het al om een zeer persoonlijke beoordeling.
Als desondanks die zeer persoonlijke afweging er toch nog sprake is van een niet billijke situatie, is de
hardheidsclausule een vangnet. Daarbij kan de aanvrager ook een beroep doen op deze clausule. Wordt de
hardheidsclausule vaker voor één onderwerp gebruikt, dan kan men zich afvragen of het beleid terzake niet aangepast moet worden.
Artikel 28. Inwerkingtreding en citeertitel Dit artikel bepaalt de inwerkingtreding van deze verordening en legt vast hoe de verordening dient te worden aangehaald.
BIJLAGE 1: vormen van maatschappelijk ondersteuning en jeugdhulp Vormen van maatschappelijke ondersteuning Op grond van de Wmo 2015 kunnen de volgende voorzieningen worden verstrekt:
Huishoudelijke hulp Rolstoel
Woonvoorzieningen
Woningaanpassingen
Vervoersvoorzieningen Vervoersregeling Begeleiding
Persoonlijke verzorging Dagbesteding
Kortdurend verblijf
Beschermd wonen
Opvang
Middels huishoudelijke hulp dienen de volgende resultaten te worden bereikt:
in het kader van de leefbaarheid gerealiseerde hulp in het huishouden in de vorm van licht en/of zwaar huishoudelijk werk in de woonkamer, slaapvertrekken, keuken en sanitaire ruimten van de woning;
adequaat gebruik kunnen maken van goederen voor primaire levensbehoeften;
adequaat gebruik kunnen maken van schone, draagbare en doelmatige kleding; het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren; regie op het huishouden kunnen voeren.
Vormen van jeugdhulp De volgende vormen van algemene voorzieningen jeugdhulp zijn beschikbaar:
welzijnswerk/sociaal cultureel werk jeugd schoolmaatschappelijk werk
opvoedondersteuning en opvoedadvies jeugdhulp op de Sint Maartenschool
Brede Basisteam Jeugd en Gezin (opvolger van het sociale wijkteam)
De volgende vormen (bouwstenen) van maatwerkvoorzieningen jeugdhulp zijn beschikbaar:
Blok B
reguliere begeleiding en verzorging en begeleiding specialistische begeleiding
dagbesteding (intersectoraal)
dagbehandeling (intersectoraal) vaktherapie
kortdurend verblijf casemanagement vervoerdiensten GGZ
Blok C
time out voorziening / tussenvoorziening pleegzorg
gezinshuis
deeltijd wonen
beschermd wonen
behandelgroep 24uurs op terrein jeugdzorgPlus
klinische opname
spoedopvang ikv spoedeisende hulp ambulant in C
jeugdbescherming jeugdreclassering drang
Toelichting bij de bouwstenen van maatwerkvoorzieningen in blok B:
Bouwstenen kunnen gecombineerd worden ingezet, hierbij gaat de voorkeur uit naar het laten uitvoeren van de ondersteuning door dezelfde professional.
Dagbesteding, Dagbehandeling en Kortdurend Verblijf Jeugd kan alleen geleverd worden indien de Zorgaanbieder ook het noodzakelijk geachte vervoer kan regelen.
Casemanagement Jeugd is een stapel-Bouwsteen. Casemanagement kan alleen worden ingezet door de gemeentelijke toegangspoort of door een Gecertificeerde Instelling ter uitvoering van een
kinderbeschermingsmaatregel of maatregel tot jeugdreclassering, bij een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder.
GGZ omvat:
behandeling basis Jeugd GGZ
specialistische Jeugd GGZ (incl. observatie en diagnostiek) dyslexie
Jeugd GGZ beschikbaarheidscomponent voor 24-uurs crisiszorg
Toelichting bij de bouwstenen van maatwerkvoorzieningen in blok C: ambulant in C omvat:
ambulante behandeling J&O LVG
ambulante groepsgerichte behandeling J&O J-LVG Multisysteemtherapie MDFT, ACRA / Craft
Gezin Centraal / IOG
BIJLAGE 2: financiële bijlage HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN Paragraaf 1. Begripsbepalingen Artikel 1 In deze bijlage wordt verstaan onder: 1.
Budgethouder: een persoon aan wie ingevolge deze verordening een persoonsgebonden budget is
2.
Zorgperiode: een periode van 4 weken door het Centraal Administratie Kantoor, verder te noemen het
3.
toegekend.
CAK, gehanteerd bij de berekening en inning van de eigen bijdrage. 13 zorgperioden is één jaar.
Voltijdopvang of 24-uurs verblijf vrouwenopvang waaronder crisisopvang: een tijdelijk verblijf gedurende
een volledig etmaal of langer, al of niet op een geheim adres, voor vrouwen of mannen met of zonder hun
kinderen die gevlucht zijn voor huiselijk geweld of dreiging van relationeel geweld. De 24-uurs 4.
5.
voorziening omvat onderdak, slaapgelegenheid, begeleiding op diverse aspecten en eventueel voeding.
Voltijdopvang of 24-uurs verblijf maatschappelijke opvang waaronder crisisopvang: een tijdelijk verblijf gedurende een volledig etmaal of langer, voor mensen die dakloos of thuisloos zijn. De 24-uurs
voorziening omvat onderdak, slaapgelegenheid, begeleiding op diverse aspecten en eventueel voeding.
Beschermd Wonen: Verblijf in een accommodatie met toezicht en een op de behoeften,
persoonskenmerken en mogelijkheden afgestemd geheel van diensten die worden geleverd ten behoeve van een inwoner die als gevolg van een ernstige psychiatrische aandoening niet in staat is zich op eigen
kracht te handhaven in de samenleving en 24-uurs toezicht i.v.m. risico op (zelf)verwaarlozing of overlast en intensieve ondersteuning nodig heeft.
Paragraaf 2. Bijdrage in de kosten Artikel 2 2.1 Indien een cliënt een duurdere maatwerkvoorziening wil dan de goedkoopst adequate komt het meerdere voor rekening van de cliënt.
2.2 Voor maatwerkvoorzieningen die in natura of als persoonsgebonden budget worden verstrekt is een bijdrage in de kosten verschuldigd.
2.3 1.
In uitzondering op het onder 2.2 gestelde, is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor:
b.
collectief vervoer of het persoonsgebonden budget dat als alternatief wordt verstrekt;
a. c.
d. e. f.
g. h. i.
j.
k.
rolstoelvoorziening (ook voor aandrijfondersteuning);
woningaanpassingen in gemeenschappelijke ruimte(n); maatwerkvoorzieningen voor een minderjarige cliënt; arbeidsmatige dagbesteding;
zorgmijders zolang de situatie niet stabiel is; handbike; pendel;
eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten; jeugdhulp;
bij overlijden van de cliënt.
2. In afwijking van het vorige lid onder d gestelde is wel een bijdrage in de kosten verschuldigd door: a.
de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene aan wie een op artikel 394 van Boek 1 van
b.
en
c.
d.
het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen,
b. degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt,
als een maatwerkvoorziening in natura of een pgb wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt.
e.
In afwijking van het vorige lid is in ieder geval geen bijdrage verschuldigd als de ouders van het gezag over de cliënt zijn ontheven of ontzet.
Artikel 3 3.1 Vervallen
3.2 1. Berekening, oplegging, vaststelling en inning van de bijdrage in de kosten vindt plaats door het CAK met de door de gemeente Nijmegen vastgestelde regels.
2. In afwijking van lid 1 vindt de vaststelling en inning van de bijdrage in de kosten van de cliënt voor een maatwerkvoorziening voor opvang plaats door de aanbieder die de opvang verzorgt.
3. In afwijking van lid 1 vindt de vaststelling en inning van de bijdrage in de kosten van de cliënt voor een algemene voorziening door de aanbieder van deze voorziening.
3.3 De maximale bijdrage in de kosten, voor zover niet begrensd door het abonnementstarief, wordt als volgt bepaald:
a. Verstrekking (ook vervanging) in natura:
huurprijs per zorgperiode;
kostprijs (verstrekt bedrag) / afschrijvingstermijn maatwerkvoorziening.
Is de huurprijs beneden het geldende abonnementstarief? Dan gaan we een kostprijs(bewaking) hanteren. De kostprijs wordt als volgt vastgesteld:
Volwassen (vanaf 18): 7 jaar x 12 maanden x (huurprijs per maand) = kostprijs Kinderen (tot 18): 5 jaar x 12 maanden x (huurprijs per maand) = kostprijs
b. Verstrekking als persoonsgebonden budget: verstrekt bedrag. c. Verstrekking als persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden en begeleiding/dagbesteding: verstrekt bedrag per zorgperiode.
3.4 De looptijd van de bijdrage in de kosten wordt bepaald door de duur van de verstrekking.
3.5 1. Voor de duur van de verstrekking als bedoeld onder artikel 3.3 sub a (kostprijs) en b en artikel 3.4 sub b wordt de volgende economische afschrijvingstermijn gehanteerd:
a. maatwerkvoorziening voor een meerderjarige: 7 jaar (oftewel 91 zorgperioden); b. maatwerkvoorziening voor een minderjarige: 5 jaar (oftewel 65 zorgperioden).
2. Als een minderjarige meerderjarig wordt dan wordt de afschrijvingstermijn verminderd met het aantal jaren dat de minderjarige de maatwerkvoorziening heeft toegekend gekregen.
3. In afwijking van het eerste lid kan voor tweedehands maatwerkvoorzieningen voor een meerderjarige en minderjarige de afschrijvingstermijn worden verminderd met de actuele leeftijd van de maatwerkvoorziening.
HOOFDSTUK 2 COMPENSATIE OP BASIS VAN LEEFGEBIED EN MAATWERKVOORZIENING Paragraaf 1. Activiteiten dagelijks leven
Artikel 4 4.1 De tarieven voor hulp bij het huishouden in natura worden bepaald door de gemeente bedongen uurtarieven middels een aanbesteding.
4.2 De vaststelling van een persoonsgebonden budget ten aanzien van hulp bij het huishouden vindt plaats in de vorm van een bedrag per uur (zie bijlage).
4.3 Bij overlijden van de cliënt die een partner heeft, wordt de hulp bij het huishouden in natura na vier weken beëindigd.
Paragraaf 2. Huisvesting
Artikel 5 5.1 Het bedrag voor een maatwerkvoorziening voor huisvesting die in natura of als persoonsgebonden budget wordt verstrekt, wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in een aan het college overlegde offerte die voldoet aan het programma van eisen.
5.2 Vervallen.
5.3 Als eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten voor een woningsanering gelden als normbedragen maximaal: a.
b.
voor zeil of linoleum € 53,- per meter (kamerbreed) inclusief egalisatiekosten; voor gordijnen € 15,- per meter.
Als eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten voor rolstoelvast tapijt geldt als normbedrag maximaal € 53,per meter (kamerbreed) inclusief egalisatiekosten.
5.4 Het bedrag voor een maatwerkvoorziening voor huurderving (in natura of als persoonsgebonden budget) wordt verstrekt indien een leegstaande woning is aangepast of aan te passen valt voor een bedrag van meer dan € 4.628,56. De tegemoetkoming is gemaximeerd op zes maanden op basis van de netto (kale) huurprijs.
5.5 Een eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten in verband met tijdelijke huisvesting wordt verstrekt voor een periode van maximaal zes maanden. De vergoeding vindt plaats op basis van de werkelijk gemaakte kosten tot een maximum van € 462,86 per maand.
5.6 Een eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten dat als maximum verstrekt wordt bij het logeerbaar maken bedraagt maximaal € 5.000,-.
Paragraaf 3. Verplaatsen en vervoer
Artikel 6 Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel wordt vastgesteld als tegenwaarde van de goedkoopst
adequate maatwerkvoorziening, verhoogd met het gemiddelde bedrag voor onderhoud en reparatie voor vergelijkbare rolstoelen in het een na vorige volledige kalenderjaar.
Artikel 7 Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening vermeerderd met de instandhoudingskosten (voor onderhoud, reparatie en (indien van toepassing) verzekering) over een periode van 7 jaar.
Artikel 8 Vervallen
Artikel 9 Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een (eigen) auto bedraagt € 540,- als eenmalig pgb.
Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een (rolstoel) taxi bedraagt € 540,- als eenmalig pgb.
Het bedrag dat per afgelegde kilometer wordt vergoed in het kader van de vervoersvoorziening onder lid 1 is € 0,27.
Paragraaf 4. Maatschappelijke participatie
Artikel 10 De eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten voor een sportvoorziening bedraagt maximaal € 3.500,-. Dit bedrag is bedoeld is als tegemoetkoming in aanschaf en onderhoud van een sportvoorziening voor een periode van drie jaar.
Paragraaf 5. Geestelijke gezondheid
Artikel 11 11.1 De tarieven voor beschermd wonen in natura worden bepaald door de gemeente bedongen uurtarieven middels een aanbesteding.
11.2 De vaststelling van een persoonsgebonden budget ten aanzien van beschermd wonen of beschermd thuis vindt plaats op basis van vijf categorieën. De vorm van wonen (woongroep of individueel) en de intensiteit/kwaliteit
van de benodigde (groeps-) begeleiding bepalen welke categorie beschermd wonen of beschermd thuis wordt toegekend.
11.3 Binnen Beschermd Wonen en beschermd Thuis wordt onderscheid gemaakt tussen de zorgverlening door
professionals in dienst van een instelling en niet-professionals. Bij zorgverlening door professionals hanteren
wij een standaardtarief per dag. Voor niet- professionele geldt dat er wordt gerekend met een uurtarief. Onder niet-professioneels wordt het sociaal netwerk van een cliënt verstaan. Tot het sociale netwerk behoren
personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt (artikel
1.1.1 Wmo). Dit is ook het geval als de persoon uit het sociale netwerk een professionele zorgverlener is of in het bezit is een relevant diploma. Deze persoon wordt dus niet aangemerkt als beroepskracht.
Categorie
Agogisch klimaat in uren per week
Begeleiding individueel uren per week
Totaal aantal uren begeleiding per week
Beschermd thuis: licht
0
2,5
2,5
Beschermd thuis: groep licht
3,5
2,5
6
Beschermd thuis: groep middelzwaar/beschermd wonen: licht
7
2,5
9,5
Beschermd wonen: middelzwaar
10
2,5
12,5
Beschermd wonen: intensief
12,5
2,5
15
vaststelling van het persoonsgebonden budget voor Beschermd Wonen of Beschermd Thuis is gebaseerd op het totaal aantal begeleidingsuren dat een cliënt met een bepaald profiel nodig zou hebben. De cliënt mag, binnen het totaal aantal uren, vanwege zijn specifieke situatie de verdeling tussen individuele en groepsbegeleiding afwijkend invullen.
11.4 In bepaalde gevallen wordt het persoonsgebonden budget niet berekent op basis van dagtarieven maar op basis van uurtarieven. Het zal dan gaan om de volgende situaties: 1.
De budgethouder geeft aan gebruik te willen maken van niet professionele zorg.
2.
De budgethouder geeft aan gebruik te willen maken van een mix van niet professionele (informeel) en
professionele zorg (formeel). Er zal een uitsplitsing worden gemaakt hoeveel uren informeel en hoeveel uren formeel de budgethouder nodig heeft en deze zullen worden toegekend conform de uurtarieven in onderstaande tabel. 3.
De indicatiesteller (GGD Gelderland Zuid, Toegang BW) constateert dat de individuele zorgvraag
significant hoger of lager ligt dan het gemiddelde aantal uren dat gerekend mag worden bij de geïndiceerde
categorie. In voorkomende gevallen zal de GGD een advies geven over het aantal uren dat de betreffende cliënt nodig heeft.
Indien een cliënt met een persoonsbudget voor Beschermd Wonen zowel professionele zorg inkoopt bij een
aanbieder als niet-professionele zorg uit zijn eigen netwerk leveren beide partijen ieder een deel van de totaal
geïndiceerde hoeveelheid zorg. Met andere woorden: het totale persoonsgebonden budget is gebaseerd op een totaal aantal uren dat de uren in bovenstaande tabel niet kan overschrijden.
Paragraaf 6. Begeleiding/dagbesteding
Artikel 12 12.1 De tarieven voor begeleiding/dagbesteding in natura worden bepaald door de gemeente bedongen (uur)tarieven middels een aanbesteding (zie bijlage).
12.2 De vaststelling van een persoonsgebonden budget ten aanzien van begeleiding/dagbesteding vindt plaats in de vorm van een bedrag per eenheid (zie bijlage).
Artikel 13 Vervallen
Paragraaf 7. Opvang
Artikel 14 14.1 Er is een bijdrage in de kosten verschuldigd indien een persoon van 18 jaar of ouder gebruik maakt van opvang.
14.2 De bijdrage in de kosten wordt bepaald per dag. De bijdrage is verschuldigd voor iedere dag of gedeelte van een dag, waarop de cliënt gebruik maakt van het aanbod van een instelling.
14.3 De bijdrage in de kosten voor opvang bedraagt het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde cliënt, onderscheidenlijk van de gehuwde cliënten tezamen, vermeerderd met 8% van het vermogen van de ongehuwde cliënt, onderscheidenlijk 8% van de opgetelde vermogens van de gehuwde cliënten.
14.4 Indien de instelling bij voltijdopvang of 24-uurs verblijf maatschappelijke opvang of vrouwenopvang
(waaronder crisisopvang) aan de cliënt geen voeding verstrekt, wordt de bijdrage in de kosten verminderd met een bedrag voor voeding. Dit bedrag is gelijk aan het bedrag, dat het Nationaal Instituut voor
Budgetvoorlichting (Nibud) berekent als gemiddelde kosten. In het geval het bedrag niet bekend is, bepaalt het college het bedrag dat hiervoor in de plaats komt.
14.5
Als een cliënt een vergoeding ontvangt voor vrijwilligerswerk, wordt deze vergoeding buiten beschouwing gelaten bij het berekenen van de bijdrage in de kosten.
14.6 Voor cliënten die gebruik maken van de crisisopvang en tegelijkertijd nog kosten hebben voor een zelfstandige woonruimte, wordt de bijdrage in de kosten gedurende maximaal 6 maanden verminderd met een forfaitair bedrag voor dubbele woonlasten, zijnde 20% van de bijstandsnorm.
HOOFDSTUK 3 JEUGDHULP Artikel 15 15.1 De tarieven voor jeugdhulp in natura worden bepaald door de gemeente bedongen (uur)tarieven middels een aanbesteding (zie bijlage).
15.2 De vaststelling van een persoonsgebonden budget ten aanzien van jeugdhulp vindt plaats in de vorm van een bedrag per eenheid (zie bijlage).
Artikel 16 16.1 Alleen in uitzonderingssituaties bij zwaarwegende redenen is inzet van een pgb door mensen uit het sociale
netwerk van de cliënt mogelijk. Hieronder staan drie aanvullende/nadere criteria voor uitvoering van het pgb door leden uit het sociale netwerk:
Degene die de voorziening met het pgb uitvoert is aantoonbaar deskundig.
Degene die de voorziening met het pgb uitvoert lijdt Kostenderving: ofwel in de vorm van
inkomstenderving in verband met het bieden van mantelzorg, ofwel in de vorm van extra kosten die hij moet maken om intensieve mantelzorg te kunnen bieden.
pgb door het sociaal netwerk leidt tot betere/efficiëntere ondersteuning
Deze drie aanvullende/nadere criteria moeten in principe alle drie in combinatie van toepassing zijn om het pgb in het eigen sociale netwerk te kunnen inzetten.
16.2 Verstrekking in de vorm van persoonsgebonden budget vindt niet of niet langer plaats als: a. op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget;
b.er sprake is van vastgesteld oneigenlijk gebruik of misbruik van een persoonsgebonden budget in het verleden;
c.er naar het oordeel van het college andere, zwaarwegende, bezwaren bestaan tegen de verstrekking.
16.3 a. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen in artikel 16.1, indien toepassing van deze bepalingen leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. b. Het college kan de bepalingen in dit artikel nader invullen in de beleidsregels.
Artikel 17 Vervallen
Artikel 18 18.1 Teneinde hun eigen kracht en regie te versterken stelt het college tijdens het vooronderzoek de jeugdige en zijn ouders op de hoogte van de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een familiegroepsplan als
bedoeld in artikel 1.1 van de wet op te stellen. Als de jeugdige en zijn ouders daarom verzoeken, draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan.
18.2 Als de jeugdige en zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, betrekt het college dat als eerste bij het onderzoek, bedoeld in artikel 6 van de Verordening Jeugdhulp.
HOOFDSTUK 4 OVERIG Paragraaf 1. Complimenten
Artikel 19 19.1 Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt voor het mantelzorgcompliment bedraagt € 200.
19.2 Pleegouders die woonachtig zijn in Nijmegen en voor een of meer pleegkinderen zorgen van een door de gemeente Nijmegen gecontracteerde pleegzorgaanbieder, komen jaarlijks in aanmerking voor een pleegzorgcompliment ter waarde van € 200 per gezin.
Paragraaf 2. Terugvordering
Artikel 20 De meerwaarde van de woning die door het ontvangen van een woonvoorziening (compensatie op het
leefgebied huisvesting) is ontstaan, dient gedeeltelijk aan de gemeente Nijmegen te worden terugbetaald.
Voor het bepalen van het bedrag van meerwaarde wordt uitgegaan van:
het toegekende bedrag voor de woonvoorziening minus de bijdrage in de kosten die voor de woonvoorziening is betaald;
een afschrijving van 10% voor elk vol jaar dat de woonvoorziening was gerealiseerd.
Artikel 21 Bij een bedrag tot € 150,- wordt afgezien van terugvordering.
Paragraaf 3. Persoonsgebonden budget
Artikel 22 De bewaartermijn voor de pgb-administratie is 7 jaar.
Artikel 23 Een zorgverlener die werknemer of opdrachtnemer is van de budgethouder en die plotseling zonder werk komt door de beëindiging van een zorgovereenkomst ontvangt een eenmalige uitkering ná overlijden van de budgethouder.
Na het overlijden wordt gekeken naar de betalingen aan de zorgverlener in de drie maanden voorafgaand aan
het overlijden. Die uitbetalingen worden bij elkaar opgeteld en gedeeld door drie. Dit bedrag wordt uitgekeerd aan de zorgverlener zoals bedoeld in lid 1.
Het bedrag genoemd in lid 2 wordt uitbetaald vanuit het reguliere budget. Als er onvoldoende budget is, wordt er niet uitbetaald.
De eenmalige uitkering ná overlijden van de budgethouder is niet is bedoeld voor zorginstellingen.
Tabel tarieven pgb/ZiN Wmo/Jeugdhulp gemeente Nijmegen 2021
Wmo Perceel
Reguliere
Begeleiding en persoonlijke verzorging
Producten
Productcode
Eenheid
PGB
PGB
Reguliere Begeleiding
Wmo 02A03
per uur
€ 39,60
€ 22,09
Wmo 02A17
per uur
€ 13,20
n.v.t.
Wmo 03A03
per uur
€ 29,94
€ 22,09
Wmo 02A05
per uur
€ 39,60
€ 22,09
Wmo 02A20
per uur
€ 13,20
n.v.t.
€ 34,25
€ 22,09
Reguliere Begeleiding in een groep Persoonlijke Verzorging
Specialistische Specialistische begeleiding
Begeleiding
Specialistische
Begeleiding in een groep
Dagbesteding
professioneel informeel
Dagbesteding
Wmo 07A03
per
dagdeel
Kortdurend verblijf Kortdurend Verblijf
Wmo 04A04
per etmaal € 156,73
€ 33,15
Casemanagement
Wmo 02A21
per uur
€ 39,60
n.v.t.
Wmo 08A03
per etmaal € 11,04
n.v.t.
Wmo 10A22
per etmaal € 108,84
n.v.t.
gedragsregulering
Wmo 10A25
per etmaal € 148,03
n.v.t.
Producten
Productcode
Eenheid
PGB
PGB
Huishoudelijke hulp 1
per uur
€ 17,44
€ 17,44
Huishoudelijke hulp 2
per uur
€ 22,90
€ 22,90
Vervoerdiensten
Casemanagement Vervoer Dagbesteding
en Kortdurend Verblijf Tijdelijk verblijf LVB
met begeleiding en evt. verzorging Tijdelijk verblijf LVB
Tijdelijk verblijf LVB met (dagelijks)
intensieve begeleiding en verzorging en/of
HH Perceel
professioneel informeel
Jeugd Perceel
Producten
Productcode
Eenheid
PGB
PGB
Reguliere Begeleiding
Jw 45A04
per uur
€ 39,60
€ 22,09
Jw 45A71
per uur
€ 13,20
n.v.t.
Jw 40A04
per uur
€ 49,63
€ 22,09
Jw 45A05
per uur
€ 39,60
€ 22,09
Begeleiding in een groep Jw 45A49
per uur
€ 13,20
n.v.t.
Dagbesteding
Dagbesteding
per
€ 34,25
€ 22,09
Dagbehandeling
Dagbehandeling
dagdeel
€ 87,08
€ 22,09
Ambulante
Vaktherapie
per uur
€ 61,47
€ 21,34
behandeling J&O
Groepsgerichte
€ 20,49
n.v.t.
Reguliere
Begeleiding en Verzorging en Begeleiding
Reguliere Begeleiding in een groep
Verzorging en Begeleiding
Specialistische Specialistische begeleiding
(groeps-) en J-LVB
Begeleiding
Specialistische
(intersectoraal)
(intersectoraal)
vaktherapie
Jw 41A18 Jw 41A03 Jw 45A53
Jw 45A52
dagdeel per
per uur
professioneel informeel
Kortdurend verblijf Kortdurend Verblijf
Jw 44A09
per etmaal € 156,73
€ 33,15
Casemanagement
Casemanagement
Jw 45A55
per uur
€ 39,60
n.v.t.
Vervoerdiensten
Vervoer naar
Jw 42A03
per etmaal € 11,04
n.v.t.
Jw 54001
per uur
Jw 54002
Per uur
dagbesteding,
Kortdurend Verblijf en Dagbehandeling GGZ
GGZ
Behandeling basis Jeugd GGZ
Specialistische Jeugd GGZ (incl. obs en diagnostiek)
€ 74,78
n.v.t.
€ 89,28
n.v.t.
ZG Perceel
Ondersteuning vroegdoven
Producten
Eenheid
PGB
professio neel
PGB
informeel
02L05
per uur
€ 39,60
€ 22,09
Revaliderende begeleiding ZG
02L06
per uur
€ 39,60
€ 22,09
dagdeel
€ 39,60
€ 22,09
02L12
per uur
€ 39,60
€ 22,09
Doofblinden
02L13
per uur
€ 39,60
€ 22,09
Revaliderende begeleiding ZG
02L14
per uur
€ 39,60
€ 22,09
dagdeel
€ 39,60
€ 22,09
gehandicapten
Gespecialiseerde begeleiding doofblinden
Begeleidersvoorziening
Dagactiviteit zintuigelijk
Ondersteuning visueel
code
Gespecialiseerde begeleiding ZG
Dagactiviteit zintuigelijk
Ondersteuning Doofblinden
Product
07L01
per
per
gehandicapten
07L02
Gespecialiseerde begeleiding
02L15
per uur
€ 39,60
€ 22,09
Producten
Product
Eenheid
PGB
PGB
Blok C Perceel
Time out voorziening / tussenvoorziening
Pleegzorg
Gezinshuis
code
neel
Time out voorziening
44A06
per
Moeder Kind Huis
44A45
per
Pleegzorg 24 uurs
44A07
per
Netwerkonderzoek
35502
per
Gezinshuis J-LVG incl. begeleiding
44A36
per
(2LVG)
professio
etmaal
etmaal
etmaal
etmaal
etmaal
informeel
€ 60,14
n.v.t.
€ 204,62
n.v.t.
€ 34,90
n.v.t.
€ 22,89
n.v.t.
€ 145,64
n.v.t.
Gezinshuis J-LVG incl. begeleiding en behandeling (3LVG)
per
etmaal
Gezinshuis J&O incl. begeleiding
44A08
per
Gezinshuis J&O begeleiding en
43A10
per
behandeling Deeltijd wonen
43A36
etmaal
etmaal
Kamertraining
44A27
per
Fasehuis, leerhuis, behandelgroep
44A28
per
Beschermd wonen
Beschermd wonen J-GGZ en
44A52
per
Behandelgroep 24-u op
Behandelgroep incl. dagbesteding
43A55
per
in wijk
terrein
verslavingszorg
en behandeling (3LVG)
Behandelgroep excl. dagbesteding incl behandeling (3VG)
Behandelgroep incl dagbesteding en behandeling (3VG)
3-leefmilieusvoorzieningen incl
behandeling en dagbesteding (4-
43A51
43A52
43A56
LVG)
3-leefmilieusvoorzieningen incl
behandeling en dagbesteding (5-
43A57
LVG)
Terreinvoorziening Gezinsopname (VF4)
43A31
etmaal
etmaal
etmaal
etmaal
etmaal
etmaal
n.v.t.
€ 122,40
n.v.t.
€ 75,19
n.v.t.
€ 134,97
n.v.t.
€ 133,03
n.v.t.
€ 195,03
n.v.t.
€ 107,43
n.v.t.
€ 140,91
n.v.t.
€ 239,57
n.v.t.
€ 238,62
n.v.t.
€ 252,51
n.v.t.
€ 147,28
n.v.t.
€ 217,86
n.v.t.
€ 230,62
n.v.t.
per
etmaal
per
etmaal
Per
etmaal
per
Behandelgroep 24 uur op terrein
43A38
per
Behandelgroep 24 uur op terrein
43A39
per
(VF8)
€ 119,32
per
43A37
(VF7)
n.v.t.
per
Behandelgroep 24 uur op terrein (VF6)
€ 152,38
etmaal
etmaal
etmaal
Ambulant in C
Ambulante Behandeling J&O J-LVG
45A65
(komt uit blok B)
Ambulante Groepsgerichte
45A69
Behandeling J&O J-LVG (nieuw)
per uur € 76,27
n.v.t.
€ 25,42
n.v.t.
per uur
Beschermd Wonen Vergoeding producten 2021 BW (oude structuur)
Beschermd wonen met intensieve begeleiding
Beschermd wonen met
intensieve begeleiding en dagbesteding
Gestructureerd beschermd wonen met intensieve
begeleiding en verzorging Gestructureerd beschermd wonen met intensieve
begeleiding en verzorging en dagbesteding
Beschermd wonen met
intensieve begeleiding en gedragsregulering
Beschermd wonen met
intensieve begeleiding en gedragsregulering en dagbesteding
Indicatie
GGZ C3
GGZ C3 db
GGZ C4
GGZ C4 db
GGZ C5
GGZ C5 db
Product code
Eenheid
PGB
PGB
per dag
per uur
professioneel
professioneel
PGB informeel per uur
15764
etmaal
€
88,11
€
57,54
€ 21,90
15765
etmaal
€
116,31
€
59,38
€ 21,90
15766
etmaal
€
111,63
€
58,05
€ 21,90
15767
etmaal
€
139,84
€
58,60
€ 21,90
15768
etmaal
€
120,95
€
56,60
€ 21,90
15769
etmaal
€
149,17
€
57,38
€ 21,90
15770
etmaal
€
165,16
€
59,46
€ 21,90
15771
etmaal
€
193,36
€
59,00
€ 21,90
Beschermd wonen met
intensieve begeleiding en intensieve verpleging en
GGZ C6
verzorging
Beschermd wonen met
intensieve begeleiding en
GGZ C6 db
intensieve verpleging en
verzorging en dagbesteding
ZIN-tarieven 2021 (nieuwe structuur)
Producten 2020 (nieuwe structuur vanaf 2020) Beschermd Thuis: Bereikbaarheid en
Productcode
Eenheid
ZIN
15N01
Etmaal
€ 1,02
Beschermd Thuis: Licht
15N02
Etmaal
€ 26,76
Beschermd Thuis: Groep Licht
15N03
Etmaal
€ 56,56
Beschermd Thuis: Groep Middelzwaar
15N04
Etmaal
€ 84,88
Beschermd wonen: Licht
15N11
Etmaal
€ 127,71
Beschermd wonen: Middelzwaar
15N12
Etmaal
€ 153,77
Beschermd wonen: Intensief
15N13
Etmaal
€ 175,48
beschikbaarheid
Producten 2020 (nieuwe structuur vanaf 2020)
Productcode
Eenheid
ZIN
Dagbesteding
15N21
Dagdeel
€ 38,58
Aanvullende dagbesteding
15N22
Dagdeel
€ 38,58
Aanvullende begeleiding
15N31
Uur
€ 73,80
Overbruggingszorg (begeleiding)
15N32
Uur
€ 73,80
Vervoer van en naar dagbesteding
15N51
Retourrit
€ 11,34
Afwezigheidsdag
15N41
Etmaal
€ 101,85
PGB tarieven 2021 (nieuwe structuur met aangepaste benaming)
Product Wonen/verblijf
PGB
professioneel
Eenheid
PGB
informeel
Eenheid
Beschermd Thuis: licht
€ 26,09 per etmaal
€ 21,90
per uur
Beschermd Thuis: groep licht
€ 53,93 per etmaal
€ 21,90
per uur
Beschermd Thuis: groep middelzwaar
€ 80,34 per etmaal
€ 21,90
per uur
Beschermd Thuis: groep zwaar
€ 104,20 per etmaal
€ 21,90
per uur
Beschermd Thuis: groep intensief
€ 124,08 per etmaal
€ 21,90
per uur
Tarieven 2021 overige producten PGB
Overige producten
PGB
professioneel
PGB
informeel
Eenheid
Dagbesteding
€ 34,25
€ 21,90
Dagdeel
Aanvullende dagbesteding
€ 34,25
€ 21,90
Dagdeel
Aanvullende begeleiding
€ 39,60
€ 21,90
Uur
Overbruggingszorg (begeleiding)
€ 39,60
€ 21,90
Uur
Vervoer van en naar dagbesteding
€ 11,04
n.v.t.
Retourrit
Bijlage 3 Criteria pgb zorgaanbieders en onderaannemers Waar in deze bijlage wordt gesproken van ‘zorgaanbieder’, wordt zowel de pgb-zorgaanbieder bedoeld als een onderaannemer, tenzij expliciet anders is aangegeven.
Algemene criteria Geschiktheidseisen
Het gaat om de geschiktheid om de opdracht uit te voeren. Daarvoor moet er bij de zorgaanbieder voldoende financieel economische draagkracht zijn en;
De zorgaanbieder moet voldoen aan de beroepsbekwaamheidseisen, waaronder diploma-eisen, afhankelijk van de te leveren ondersteuning: een bewijs als geregistreerd professional jeugd of certificering Wmo;
Ervaring blijkend uit 1 relevante referentieopdracht *2) uitgevoerd in de laatste 3 jaren.*3) Bij een
onvoldoende referentie kan de hoofdaannemer een schriftelijke verklaring afgeven waarmee hij instaat voor de uitvoering van de opdracht door de onderaannemer.
*2) De vereiste capaciteit, kennis en ervaring moet zijn opgedaan in en moet blijken uit één relevante referentieopdracht die in de afgelopen 3 jaar is uitgevoerd. De gevraagde kerncompetentie:
ZIN referentie (1 of meerdere referenties met minimaal 5 Cliënten), of PGB referentie geanonimiseerd (1 of meerder referenties met minimaal 5 Cliënten)
*3) Deze eis geldt niet voor pgb-zorgaanbieders die behoren tot het sociaal netwerk.
Uitsluitingsgronden Er is bij de zorgaanbieder geen sprake van: 1.
Het niet betalen van belasting en/of sociale premies
3.
Fraude
2. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Deelneming in een criminele organisatie Terroristische misdrijven Witwassen
Kinderarbeid/mensenhandel
Schending van verplichtingen op gebied van milieu, sociaal- of arbeidsrecht Faillissement
Vervalsing van mededinging
10. Een belangenconflict 11. Valse verklaring(en)
12. Vroegtijdige beëindiging van een eerdere overeenkomst, schadevergoeding of sanctie
13. Onrechtmatige beïnvloeding 14. Ernstige beroepsfouten: a.
doen van een gift of belofte of het aanbieden van een dienst;
c.
handelen of nalaten waardoor de integriteit van werknemers of andere personen ernstig in gevaar wordt
b.
d. e. f.
verstrekken van onjuiste gegevens of het ten onrechte niet verstrekken van juiste gegevens; gebracht;
begaan van gedragingen in strijd met voor het beroep relevante wet- en regelgeving, tuchtregels, toezichtregels, gedragsregels of gedragscodes;
het verrichten van werkzaamheden die in strijd zijn met de openbare orde;
alle andere delicten en gedragingen of omstandigheden die naar hun aard zijn aan te merken als ernstige fout in de uitoefening van het beroep.
Screening kan bestaan uit: 1. Het door een zorgaanbieder laten overleggen van schriftelijke bewijsstukken die aantonen dat hij aan de geschiktheidseisen en/of kwaliteitseisen voldoet waaronder een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG); 2. Het doen van onderzoek in open dan wel gesloten bronnen; 3. Het vragen van een Bibob-advies bij het Landelijk Bureau Bibob.
Kwaliteitscriteria pgb zorgaanbieders en onderaannemers De gemeenten zijn eindverantwoordelijk voor de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg aan
burgers. Ook als de ondersteuning wordt geboden via een pgb of onderaannemerschap. De zorgaanbieders
dienen te werken met deskundig personeel en kwalitatief goede zorg bieden, waarin de Cliënt en zijn netwerk
centraal staan. In geval van onderaanneming kan de hoofdaannemer garant staan voor de kwaliteitsonderdelen waarop de onderaannemer (nog) te kortschiet. De onderaannemer dient in ieder geval zelfstandig te voldoen aan de wettelijke kwaliteitskaders (zie onder kwaliteitseisen).
1. Het hulpverleningsplan/herstelplan en evaluatieverslag dienen aan de volgende eisen te voldoen *4): De gemeente hecht (er) veel waarde aan: 1.
“één huishouden, één plan” waarin alle leefdomeinen aan bod komen en samenhang is tussen de hulp
2.
dat iedereen zijn eigen mogelijkheden benut, zelfregie houdt over zijn leven en zijn sociale netwerk
3.
dat ook kwetsbare doelgroepen volwaardig kunnen meedoen in de samenleving en een betekenisvolle
4.
methodisch werken aan ontwikkeling met door de Cliënt gedragen doelen en concrete acties.
van de verschillende dienstverleners en de informele zorg en ondersteuning; versterkt (samenredzaamheid);
tijdsbesteding hebben aansluitend bij de wensen en mogelijkheden;
a. Er moet een check zijn gedaan van alle leefdomeinen. Leefdomeinen: inkomen, werk en opleiding, tijdsbesteding, huisvesting, huiselijke relaties, geestelijke gezondheid, lichamelijke gezondheid,
middelengebruik, vaardigheden bij activiteiten van het dagelijks leven (ADL), sociaal netwerk (en woonomgeving), maatschappelijke participatie en justitie.
b. Het plan moet perspectiefgericht zijn. Er zijn doelen geformuleerd die duidelijk, concreet en haalbaar zijn en die niet alleen perspectief bieden op de langere termijn, maar zich ook richten op praktische, snelle resultaten.
Er zijn activiteiten geformuleerd gericht op het behalen van de korte- en lange termijn doelen met een
duidelijke prioritering. Het evaluatieplan evalueert de doelen, zoals geformuleerd in het hulpverleningsplan. c. De informele en formele betrokkenen zijn in kaart gebracht. Er zijn afspraken gemaakt over hoe de afstemming tussen de betrokken eruit ziet. Er wordt beschreven wie de regie voert: Cliëntsysteem,
casemanagement door de Zorgaanbieder, Gemeentelijke Toegangspoort, of Gecertificeerde Instelling. d. Er is een goede balans tussen formele en informele zorg: en er wordt goed beschreven hoe wordt
samengewerkt met het sociale netwerk en hoe gebruik wordt gemaakt van algemene voorzieningen en de
informele voorzieningen in de samenleving (verenigingen en vrijwilligersorganisaties). Er wordt ook beschreven of individuele hulp (deels) omgezet kan worden in groepsactiviteiten met motivatie waarom dit al dan niet mogelijk is.
e. De mogelijkheden voor deelname aan gewone maatschappelijke activiteiten worden onderzocht en gestimuleerd.
f. Er staat beschreven hoe er wordt gewerkt aan versteviging van de eigen regie van de Cliënt en de versterking van zijn/haar sociale netwerk. Het eigen denkvermogen (= leervermogen) wordt aangesproken en Cliënt is, naar vermogen, eigenaar en regisseur van zijn eigen plan.
*4) Deze bepaling is vanzelfsprekend alleen van toepassing als voor het type zorg of ondersteuning een hulpverleningsplan en evaluatieverslag is vereist.
2. Bereik en participatie specifieke doelgroepen De gemeente hecht veel waarde aan een inclusieve samenleving waarin iedereen volwaardig kan meedoen. Dat vereist toegankelijkheid van de zorg voor alle burgers met een ondersteuningsvraag bijvoorbeeld vanwege
lichamelijke, verstandelijke en /of psychische beperkingen. Daarbinnen zijn er kwetsbare doelgroepen met extra uitdagingen vanwege taal, etniciteit, culturele achtergrond, geloofsovertuiging en/of seksuele
geaardheid. Van zorgaanbieder wordt verwacht dat hij deze specifieke doelgroepen kan bereiken, in hun kracht zet, hun sociaal netwerk versterkt en laat meedoen in de samenleving.
3. Betaalbaarheid De zorgaanbieder dient bij te dragen aan de doelstelling betaalbaarheid van zorg vanuit de doelstelling: licht waar kan, zwaar waar nodig.
4. Duurzaamheid De gemeente hecht belang aan duurzaamheid rondom de thema’s personeel en milieu. Een duurzaam
personeelsbeleid is van cruciaal belang in de zorg: de kwaliteit van de zorg wordt voor een groot deel bepaald door de kwaliteit van het personeel, de match van het personeel met de Cliënt en de continuïteit van de
Professional voor de Cliënt. Daar hoort bij dat het personeel vakbekwaam, vitaal en toekomstbestendig is en dat er geen hoog verloop van personeel is.
Kwaliteitseisen begeleiding, dagbesteding en beschermd wonen (Wmo) en Jeugdhulp Kwaliteitseisen gemarkeerd met * zijn niet van toepassing op beschermd wonen. wettelijke kwaliteitskaders
Wet maatschappelijke ondersteuning 1
Maatschappelijke ondersteuning Gemeente verstaat onder maatschappelijke ondersteuning: bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld;
ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving;
bieden van beschermd wonen en opvang. 2
Maatwerkvoorziening Gemeente verstaat onder een maatwerkvoorziening een op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen:
ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen;
ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen,
ten behoeve van beschermd wonen en opvang. 3
Kwaliteitssysteem De Zorgaanbieder draagt zorg voor de goede kwaliteit van de voorziening. Een voorziening wordt in elk geval:
veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht verstrekt; afgestemd op de reële behoefte van de Cliënten op andere vormen van zorg of hulp die de Cliënt ontvangt;
verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard;
verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt. 4
Klachtenregeling Zorgaanbieder hanteert een eenvoudige en transparante klachtenregeling die voldoet aan de
uitgangspunten van de Wmo 2015 en voorziet in bemiddeling bij en afhandeling van klachten. 5
Medezeggenschapsregeling
Zorgaanbieder hanteert een regeling voor medezeggenschap van Cliënten over voorgenomen besluiten van Zorgaanbieder die voor de Cliënten van belang zijn. 6
Meldcode huiselijk geweld een kindermishandeling
6.1
Zorgaanbieder voldoet aan de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Hiertoe moet zij in ieder geval een meldcode hanteren en het gebruik en de kennis van de meldcode onder degenen die voor hem werkzaam zijn bevorderen.
6.2
Bovenwettelijk; Zorgaanbieder heeft een aandachtsfunctionaris aangesteld.
7
Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) Bovenwettelijk; Zorgaanbieder beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) van
personen die beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger in contact kunnen komen met
cliënten. De VOG mag niet ouder zijn dan drie maanden bij aanvang van de werkzaamheden. De Zorgaanbieder verlangt van haar werknemers een nieuwe VOG op het moment dat redelijkerwijs het vermoeden bestaat dat daar aanleiding toe is. 8
Verwijsindex risicojongeren Bovenwettelijk; Zorgaanbieder die werkt met jongvolwassenen voldoet aan de eisen van de in
de Jeugdwet verplichte landelijke Verwijsindex risicojongeren *1). De verwijsindex is een vroegsignaleringsinstrument dat risicomeldingen van Professionals over jongeren tot 23 jaar bij
elkaar brengt. Hierdoor weten betrokkenen sneller of een jongere ook bekend is bij een andere
Professional. Het doel is vroege signalering van risico’s die een gezonde en veilige ontwikkeling naar volwassenheid van een jongere bedreigen, zodat tijdig passende hulp, zorg of bijsturing kan worden gegeven.
Zorgaanbieder die werkt met jongvolwassenen wijst een instellingscoördinator VIR aan die de
implementatie van VIR in de organisatie waarborgt. Zorgaanbieder implementeert toekomstige wijzigingen van de Verwijsindex.
*5) Zie http://www.handreikingmelden.nl/ voor de Handreiking.
Jeugdwet 9
Jeugdhulp Gemeente verstaat onder jeugdhulp het volgende: Ondersteuning, hulp en zorg, niet zijnde preventie, voor Jeugdigen en hun ouders *2) bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van
psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een
verstandelijke beperking van de Jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptiegerelateerde problemen;
Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig
functioneren van Jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke
beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt;
Het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het op
heffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij Jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt.
*6) Hier kan ook gelezen worden verzorgers of wettelijk vertegenwoordiger(s)
10
Doelgroep jeugdhulp Jeugdhulp is bedoeld voor de Jeugdige die: de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt of; de leeftijd van 23 jaar nog niet heeft bereikt en jeugdhulp ontvangt in het kader van jeugdstrafrecht of;
de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van de Jeugdwet:
is bepaald dat de voortzetting van jeugdhulp waarvan de verlening was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, noodzakelijk is;
vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar is bepaald dat jeugdhulp noodzakelijk is, of; is bepaald dat na beëindiging van jeugdhulp die was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, binnen een termijn van een half jaar hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is. 11
Verantwoorde hulp
11.1
De Zorgaanbieder verleent verantwoorde hulp. Dat is hulp van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig is en cliëntgericht wordt verleend en is afgestemd op de reële behoefte van Jeugdige of ouder.
11.2
De Zorgaanbieder organiseert zich op zodanige wijze, voorziet zich kwalitatief en kwantitatief zodanig van personeel en materieel en draagt zorg voor een zodanige
verantwoordelijkheidstoedeling dat een en ander leidt of redelijkerwijs moet leiden tot
verantwoorde hulp. De jeugdhulpaanbieder en gecertificeerde instellingen betrekken hierbij de resultaten van overleg tussen jeugdhulpaanbieders, het college en cliëntenorganisaties. 12
Verantwoorde werktoedeling
12.1
De Zorgaanbieder voldoet aan de norm van verantwoorde werktoedeling.
12.2
De Zorgaanbieder zet Professionals in die over de juiste expertise beschikken en vakbekwaam zijn. Vakbekwaam zijn houdt in dat Professionals in staat zijn om een beroep uit te oefenen
volgens de voor de beroepsgroep geldende professionele standaard. Dat betekent dat steeds
die Professional moet worden ingezet die past bij de vraag van de cliënt, die beschikt over de noodzakelijke vakbekwaamheid en die handelt volgens de beroepsethische normen.
12.3
De Zorgaanbieder draagt er zorg voor dat Professionals hun taken kunnen verrichten met inachtneming van de voor hen geldende professionele standaarden (beroepscodes, vakinhoudelijke richtlijnen en veldnormen).
12.4
De Zorgaanbieder werkt met geregistreerde Professionals (SKJ of BIG).
12.5
De Zorgaanbieder deelt taken toe met inachtneming van de specifieke kennis en vaardigheden
12.6
De Zorgaanbieder draagt er zorg voor dat taken worden uitgevoerd door of onder
van de Professional.
verantwoordelijkheid van een geregistreerde Professional, daar waar de norm van verantwoorde werktoedeling dat vereist.
12.7
De Zorgaanbieder belast niet-geregistreerde Professionals uitsluitend met de uitvoering van taken indien het aannemelijk is dat dat niet afdoet aan de kwaliteit, of zelfs noodzakelijk is voor de kwaliteit van de uit te voeren taak.
12.8
De Zorgaanbieder moet kunnen verantwoorden waarom een geregistreerde, dan wel een niet-
13
Kwaliteitssysteem
geregistreerde Professional wordt ingezet voor een taak.
Zorgaanbieder moet de kwaliteit van de geboden hulp systematisch bewaken, beheersen en
verbeteren. Zorgaanbieder moet daarnaast gegevens over de kwaliteit van hulp systematisch verzamelen en registreren. 14
Hulpverleningsplan Zorgaanbieder werkt op basis van een hulpverleningsplan waarover is overlegd met de Jeugdige en de verzorgers en dat is afgestemd op de behoeften van de Jeugdige.
15
Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)
15.1
Zorgaanbieder beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) van personen die
beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger in contact kunnen komen met Jeugdigen of
verzorgers. De VOG mag niet ouder zijn dan drie maanden bij aanvang van de werkzaamheden. Zorgaanbieder verlangt van haar werknemers een nieuwe VOG op het moment dat
redelijkerwijs het vermoeden bestaat dat daar aanleiding toe is. De VOG van een solistisch werkende jeugdhulpverlener mag tijdens de werkzaamheden niet ouder zijn dan drie jaar. 15.2
Bovenwettelijk; Zorgaanbieder raadpleegt het BIG/SKJ-register en het register met
16
Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
16.1
Zorgaanbieder voldoet aan de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
tuchtrechtuitspraken alvorens een Professional aan te nemen.
Hiertoe moet zij in ieder geval een meldcode hanteren en het gebruik en de kennis van de meldcode onder degenen die voor hem werkzaam zijn bevorderen.
16.2
Bovenwettelijk; Zorgaanbieder heeft een aandachtsfunctionaris aangesteld.
17
Vertrouwenspersoon
17.1
Zorgaanbieder stelt de vertrouwenspersoon AKJ (Advies en Klachtenbureau Jeugdzorg) in staat werk te verrichten. Dit betekent dat de vertrouwenspersoon in ieder geval;
vrije toegang heeft tot de gebouwen, terreinen en ruimten van jeugdhulpaanbieders waar
Jeugdigen kunnen verblijven, een en ander voor zover dit voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig is. De vertrouwenspersoon behoefte geen toestemming van derden om met een Jeugdige te spreken
Zorgaanbieder aan de vertrouwenspersoon alle inlichtingen verschaffen en alle bescheiden tonen die de vertrouwenspersoon voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft
De vertrouwenspersoon de faciliteiten verschaffen die de vertrouwenspersoon voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft 17.2
Zorgaanbieder informeert Cliënten en hun verzorgers actief over het recht tot ondersteuning
18
Klachtenregeling
van een onafhankelijk vertrouwenspersoon.
Zorgaanbieder hanteert een klachtenregeling die voorziet in bemiddeling bij en afhandeling van klachten van Jeugdigen, verzorgers en (pleeg)ouders over de Zorgaanbieder of personen die
voor hem werkzaam zijn. Zorgaanbieder heeft een klachtencommissie ingesteld. Zorgaanbieder informeert Cliënten en hun (pleeg)ouders actief over de klachtenregeling en toegang tot de klachtencommissie. 19
Cliëntenraad De Zorgaanbieder stelt een cliëntenraad in en volgt daarbij de wettelijke bepalingen opgenomen in artikel 4.2 van de Jeugdwet.
20
Inzicht in kwaliteitsverslag Zorgaanbieder stelt jaarlijks een verslag op over de naleving van de regels omtrent de kwaliteit van de jeugdhulp, onderscheidenlijk de kwaliteit van de uitvoering van de taken, het
klachtrecht en de medezeggenschap. De Zorgaanbieder verleent inzicht in dit verslag aan de Gemeente door het jaarlijks aan te leveren bij de Contractmanager. Zorgaanbieder maakt dit verslag openbaar. 21
Verwijsindex risicojongeren Zorgaanbieder voldoet aan de eisen van de wettelijk verplichte landelijke Verwijsindex
risicojongeren, en wijst een instellingscoördinator VIR aan die de implementatie van VIR in de organisatie waarborgt. Zorgaanbieder implementeert toekomstige wijzigingen van de Verwijsindex.
Overige wet- en regelgeving
22
In dit document staan slechts een aantal wettelijke eisen benoemd waaraan Zorgaanbieder
moet voldoen. Gemeente verwacht dat Zorgaanbieder bekend is met, en voldoet aan, alle op de Zorgaanbieder van toepassing zijnde wet- en regelgeving, richtlijnen en verdragen zoals, maar niet beperkt tot;
Geneesmiddelenwet Jeugdwet Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg (van de Gemeenten) VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap Wet aanpak schijnconstructies Wet arbeid vreemdelingen Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie Wet gebruik Burgerservicenummer in de zorg Wet Ketenaansprakelijkheid Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling 23
Doorstroom en afstemming Wmo, Jeugdwet, Zorgverzekerswet, Wet Langdurige Zorg en de Participatiewet
Doorstroom Jeugdwet naar Zorgverzekeringswet (Zvw)
Als een Jeugdige Zvw-zorg krijgt, bestaat er geen recht op een voorziening op grond van de Jeugdwet. Indien de behandeling van een Jeugdige nog niet afgesloten kan worden en
continuering daarvan ná het 18e jaar noodzakelijk is vanuit de Zvw, zorgt Zorgaanbieder er in samenspraak met de Jeugdige voor dat er tijdig een verwijzing van de huisarts is. Daarnaast begeleidt Zorgaanbieder de Jeugdige bij het tijdig aanvragen van een zorgverzekering. Doorstroom Jeugdwet naar Wet Langdurige Zorg (Wlz)
Jeugdigen met een blijvende beperking worden vaak in eerste instantie van hulp en begeleiding voorzien vanuit de jeugdhulp. Voor Jeugdigen tot 18 jaar is de Wlz van toepassing op de
meeste kwetsbare Jeugdigen met 'een blijvende behoefte' aan 'permanent toezicht' of '24 uur per dag zorg in de nabijheid'. Het gaat dan om zorg vanwege een somatische aandoening of
beperking, een verstandelijke beperking, een lichamelijke beperking, een zintuiglijke beperking of meervoudige beperkingen. Bij Jeugdigen met een perspectief of vermoeden van een Wlz
traject (in de toekomst) is het van belang om op een zo vroeg mogelijk moment na te gaan of voortzetting van de hulp in het kader van de Wlz is aangewezen.
Bovenstaande verplicht Zorgaanbieders die met deze Jeugdigen werken tot een zorgvuldige
diagnose, een zorgvuldige opbouw van het dossier en begeleiding bij de aanvraag Wlz bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).
Als een Jeugdige dus recht heeft op Wlz-zorg, bestaat geen recht op een voorziening op grond van de Jeugdwet. Dit geldt ook wanneer er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de
Jeugdige een indicatie voor Wlz-zorg zou kunnen krijgen, maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van dit indicatiebesluit. In dat geval meldt de Zorgaanbieder deze weigering bij de desbetreffende Gemeente. Uitzondering hierop is als er meerdere oorzaken ten grondslag
liggen aan de problemen van de Jeugdige. In dat geval kan het zijn dat de Jeugdige zowel op grond van de Wlz als op grond van de Jeugdwet een soortgelijke voorziening kan krijgen. De jeugdhulpvoorziening op grond van de Jeugdwet gaat dan voor.
Afstemming Wmo 2015, de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Zorgverzekeringswet (Zvw)
Er wordt geen maatwerkvoorziening vanuit de Wmo 2015 verstrekt voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot
ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat. Dit betekent: Wlz
Bij een verdere achteruitgang van de Cliënt met een beperking of een chronisch psychisch of
psychosociaal probleem wordt indien noodzakelijk tijdig een Wlz-indicatie aangevraagd bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) door de Cliëntzelf of diens vertegenwoordiger met
begeleiding van de aanvraag Wlz door Zorgaanbieder. Na de toekenning van de Wlz-indicatie vervalt de Wmo-indicatie, behoudens de door de wetgever benoemde uitzonderingssituaties.
De Zorgaanbieder heeft de verplichting de desbetreffende Gemeente onverwijld te informeren over de toegekende Wlz-indicatie.
De Wmo 2015 bepaalt dat de Gemeente een maatwerkvoorziening kan weigeren indien er
redenen zijn om aan te nemen dat de Cliënt op de Wlz aanspraak kan doen gelden en weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit dienaangaande. In dat geval meldt de Zorgaanbieder deze weigering bij de desbetreffende Gemeente. Zvw
Als de Zvw toegang biedt voor zorg die al vanuit de Wmo 2015 geleverd wordt, dan moet de Zorgaanbieder in die gevallen actie ondernemen om Zvw-indicatie te verkrijgen, de Wmoindicatie op dit onderdeel te stoppen en hiertoe contact op te nemen met de Gemeente. Overig
Tenslotte kan het voorkomen dat een Cliënt niet alleen ondersteuning krijgt vanuit de Wmo