Vermeerstraat 7 Gemeentelijke Monumentenlijst met kaartje
Tekst van het document
Gemeentelijke Monumentenlijst Register van beschermde monumenten krachtens de Nijmeegse Erfgoedverordening
Plaatselijke aanduiding monument
Vermeerstraat 7 Aanwijzingsbesluit
n.t.b ID-code
3095 Redengevende omschrijving van het gemeentelijk monument INLEIDING
Klooster/studiehuis Bonaventura van de Minderbroeders-Franciscanen met erfafscheiding aan de voorzijde aan de Vermeerstraat in de Schildersbuurt welke onderdeel is van de wijk Altrade in het Nijmeegse stadsdeel Nijmegen-Oost. De bebouwing alhier is grotendeels in de periode 1900-1930 tot stand gekomen. De franciscanen, minderbroeders of Serafijnse Orde vormen een kloosterorde bestaande uit volgelingen van Franciscus van Assisi. De totstandkoming van het studiehuis staat in verband met de oprichting van de eerste katholieke universiteit van Nederland in 1923. Voor de franciscanen is dit aanleiding om een studiehuis te stichten, zodat studenten en hoogleraren van de eigen orde een thuis hebben in de buurt van de universiteit. Met de komst van de universiteit wordt Nijmegen het centrum van het intellectuele katholieke leven en krijgt al snel de bijnaam Monnikendam aan de Waal. Nergens in Nederland is een stad te vinden met zoveel uiteenlopende mannelijke en vrouwelijke religieuze communiteiten. De broeders en paters resideerden voorheen in het Franciscanenklooster in Alverna en het reizen tussen de universiteit en het klooster werd als belastend ervaren.
Er wordt al snel besloten om woon- en studeerruimte in Nijmegen te zoeken, niet alleen voor de voor de professor en vijf paters die dan aan de universiteit studeren, maar ook voor andere leden van de orde die in de toekomst leerstoelen gaan bekleden. Pater Desiderius Fransen en Aurelius Pompen nemen het voortouw binnen de planvorming. Hun oog valt op een leeg terrein aan de Vermeerstraat; 1913 vierkante meter voor 7 gulden per stuk. Provinciaal pater regalatus Hazebroek stemt uiteindelijk in met het stichten van het studiehuis en ook de Nijmeegse gemeenteraad gaat akkoord. Toestemming van de bisschop en van de generale minister van de orde in Rome volgt met de eis dat er geen openbaar toegankelijke kapel aan het huis verbonden mag worden. Voor het ontwerp wordt de architect H.M. Zoetmulder aangetrokken. Zoetmulder was een broer van een van de medebroeders. Hij voerde tijdens zijn loopbaan talloze opdrachten van Rooms-katholieke instellingen uit, onder meer ook in Nijmegen en omgeving. Ook als redactielid, van het blad van het AKKV (Algemeen Kristelijk Kunstenaarsverbond) waarin hij samen met mederedactieleden Pierre Cuypers en W.J. Sandhovel inzicht gaf in architectonische zaken, was hij nauw met de kerk verbonden. Voor de bouw van het studiehuis werkte hij aan het ‘Juvenaat’ een klooster aan de Babberichseweg te Zevenaar.
Later bouwde hij ook de pastorie van de Maria Geboortekerk aan de Berg en Dalseweg. De gebouwen van Zoetmulder uit deze tijd kenmerken zich door een architectuur in zakelijke trant. Kenmerkend is het gebruik van verticale accenten en het gebruik van eerlijke materialen, zoals baksteen en hout. De bouwwijze was expressief met siermetselwerk, ramen in glas in lood en accenten bij deuren, portieken en doorgangen. In zijn ontwerp heeft het pand een lange gevel die in drie afdelingen is onderverdeeld. Het woongedeelte in het midden steekt ongeveer één meter naar voren. Rechts daarvan ligt het administratiekamertje en de bibliotheek met het grote venster, en daarnaast de
blad 1 van 19
Vermeerstraat 7
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 1
inrijpoort die aansluit op de rooilijn. Links bevindt zich de kapel met de zijkapellen, lager dan het woongedeelte. De lage muur sluit ook hier aan op de rooilijn. Het definitorium van de provincie, ofwel het bestuur van de Nederlandse franciscanen, keurt Zoetmulders plannen goed. Hij moet alleen vanwege de kosten tweederde van zijn bibliotheekplannen laten vervallen. Aannemer Bernard van Tienen begint op 8 januari 1927 met de uitvoering. Tien maanden later, op drie november, komen de eerste bewoners en op 5 november draagt pater Frances de eerste heilige mis op. Ook kenmerkend is de grote aandacht voor het interieur waar een veelheid aan tegelwerk, stucwerk, gietijzer en houtsnijwerk werden verwerkt. Ook voorzag Zoetmulder de gangen, die geen direct daglicht genoten, van een ingenieus systeem waarbij daklichten, bovenlichten en glasstenen welke in de vloer verwerkt werden, voor een maximale lichtopbrengst zorgden. Helaas zijn de daklichten op een later tijdstip gedicht en veel van de bovenlichten met een plaat toegedekt, zodat dit effect nu niet ervaarbaar is. Verder is het overgrote deel van de interieurafwerkingen uit de bouwtijd bewaard gebleven. Toen het studiehuis in 1928 werd ingewijd, voorzag het gebouw op de parterre onder meer in een kapel, een bibliotheek, refter, studieruimtes, ontvangstruimtes en een keuken.
In de kelders bevonden zich de provisieruimtes, bier- en wijnkelders, een werkplaats, bergingen en kolenhokken. De eerste en tweede verdieping waren in gebruik voor de slaapvertrekken van de professoren en pater-studenten. Uiteindelijk bood het pand plaats aan ongeveer twintig personen, waarvan drie professoren, die grotere vertrekken op de eerste verdieping betrokken, voorzien van boekenkasten en een slaapkoof. In 1932 krijgt het klooster van particulieren een stuk grond aangeboden waardoor de tuin bijna verdubbeld kan worden. 4300 gulden wordt neergeteld voor een kleine zevenhonderd vierkante meter. Het studiehuis heeft een belangrijke rol gespeeld tijdens de oorlogshandelingen in Nijmegen. Op 17 september 1944 begonnen de luchtlandingen rond Nijmegen. Nijmegen-Oost lag op de route tussen het landingsgebied rond Groesbeek en de Waalbrug en de Arnhemse Rijnbrug. Vanaf de vroege ochtend van 18 september druppelen angstige buurtbewoners binnen. Vele branden en granaatinslagen treffen de wijk. Nog diezelfde avond is het klooster aan de Vermeerstraat vol. De volgende dag wordt de kapel beschadigd door een granaatinslag. Vanaf dat moment, tot 5 mei 1945, bieden de kloosterkelders niet alleen een redelijke beveiliging tegen granaatinslagen, ook het gereglementeerde kloosterleven geeft structuur en houvast aan een grote groep mensen.
Jong en oud, katholiek en protestant, leven samen in primitieve omstandigheden. De paters nemen de zorg op zich voor zo’n honderd mensen. Voor deze onbaatzuchtige werken werden de paters beloond. In 1947 werd ze door de dankbare buurtbewoners een gebrandschilderd raam voor de bibliotheek geschonken. Dit raam bevindt zich nog steeds aldaar. In 1957 worden schilderingen aangebracht door de Franciscaan broeder Cosmas Tap uit Brummen. Hij schildert boven het altaar de heilige Bonaventura, de patroonheilige van het pand omringd door twee engelen en in de nissen naast het hoofdaltaar Sint-Franciscus en Maria met kind. Verder krijgt het altaar een nieuwe bovenbouw, met tabernakel en brons koperen kandelaars en twee vernieuwde godslampen. Ook werd rond deze tijd de keuken gemoderniseerd, waarvan nu het tegelwerk alsook de ombouw van het doorgeefluik in de refter nog resteert. Op een niet nader te bepalen tijdstip hebben een aantal werkzaamheden plaatsgevonden die de architectuur van het pand enigszins verschraald hebben. Al het raamhout werd, met uitzondering van de glas in lood ramen ter plaatse van de kapel, bibliotheek en trappenhuis, vervangen voor kunststof kozijnen. Tussen de vroegere studentencellen werden verschillende muren doorgebroken om grotere leefruimtes te creëren en sanitair werd vernieuwd.
Enkel de toiletruimtes in de kelder geven nog een goed beeld van de vroegere afwerking van het sanitair. Verschillende plafonds werden verlaagd en de leefruimtes werden voorzien van nieuwe vloerafwerkingen.
blad 2 van 19
Hatertseweg 111-113
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 2
OMSCHRIJVING VAN HET MONUMENT
Studiehuis Bonaventura; een langgerekt gebouw met middengangen over drie etages en een souterrain en aan de voorzijde een bakstenen erfafscheiding met ijzeren hekwerk. Het bakstenen gebouw met hoog zadeldak voegt zich onopvallend tussen de woonhuizen. De voorgevel van het woongedeelte is symmetrisch van opzet met geaccentueerde ingangspartij met hoge stoep en oorspronkelijke voordeur/raampartijen. Rechts hiervan een koekoek, welke de toiletruimtes in de kelder van daglicht voorziet. Hier nog de oorspronkelijke kozijnen en raamhout. Aan weerszijden van de entree vier gevelopeningen. Deze indeling vindt herhaling op de eerste verdieping. Daarboven een grote overhangende goot op klossen. In het dakvlak bevinden zich drie dakkapellen van verschillende grote. De dakkapellen zijn oorspronkelijk, de invulling van het glas is dit echter niet. In de voorgevel is, met uitzondering van de ingangspartij en de toiletramen, geen waardevol raamhout/glas bewaard gebleven. Kapel en bibliotheek liggen iets terug ten opzichte van het hoofdvolume en sluiten als afzonderlijke bouwdelen de langgerekte baksteengevel in. De kapel (links) is uitwendig nauwelijks herkenbaar. Deze ligt tussen zijkapellen met drie rechthoekige ramen met glas in lood invulling. Het eenlaags metselwerk wordt net als het hoofdvolume bekroond met een goot op klossen en een vrij stijl zadeldak met moderne dakramen.
Alleen het torentje op de nok geeft iets weg van hetgeen er achter de gevel schuilt. De bibliotheek is drie bouwlagen hoog en heeft een zadeldak haaks op het hoofdhuis. De voorgevel van de bibliotheek heeft een monumentaal raam, dat over de gehele hoogte van de gevel loopt en daarmee de verschillende verdiepingen van daglicht voorziet. Rechts van dit bouwvolume, kan men via de monumentale erfafscheiding naar het achtererf. De zijgevel is voor het grootste gedeelte blind. De achterzijde van het pand heeft geen symmetrische invulling. Het hoofdvolume is hier drie volwaardige bouwlagen hoog en heeft tevens een aantal koekoeks die daglicht het souterrain inbrengen. Daarnaast een aantal deuren ter plaatse van de voormalige recreatieruimte, trappenhuis, keuken en bijkeukens. Het trappenhuis springt uit ten opzichte van het hoofdvolume. In het trappenhuis bevindt zich nog een waardevolle buitendeur en glas in loodramen welke in kunststof zijn gevat. Verder zijn er in de gevels, met uitzondering van de ramen in de voormalige refter, geen waardevolle gevelinvullingen bewaard gebleven. Links naast het trappenhuis een serie kleinere ramen waar zich vroeger op elke verdieping de badruimte bevond. De achterzijde van de kapel is identiek aan de voorzijde. De bibliotheek is minder diep dan het hoofdvolume en is op een veelhoekig glas in loodraam, hoog in de gevel na, blind.
Hiervoor bevind zich een eenlaags bouwdeel met plat dak waarin zich de bijkeukens bevinden. Ook hier zijn de invulling van ramen en deuren niet waardevol. Inwendig is de structuur, bestaande uit middengang met aan weerszijden kamers en aan de uiteinden trappenhuizen die enerzijds de kapel en anderzijds de bibliotheek ontsluiten, zeer goed bewaard gebleven. De enige uitzondering hierop vormen de doorbraken op de eerste verdiepingen, tussen een aantal voormalige studentencellen. Daarnaast heeft het interieur nog een grote hoeveelheid aan waardevol materiaal. Vooral de afwerkingen in de bibliotheek, kapel en gangstructuur zijn in het oog springend. In de gangen waardevolle tegelvloeren gecombineerd met kurkzeilloper, wandtegels, trappenhuizen en waardevolle plafondafwerkingen (op de tweede verdieping zijn nog de plaatsen van de dakramen zichtbaar). De bibliotheek telt drie bouwlagen met galerijen welke door gietijzeren hekken worden afgescheiden. Hier ook nog het monumentale herinneringsglas in loodraam dat dankbare buurtbewoners na de oorlog hebben geschonken aan de paters. De vloer op de begane grond vertegenwoordigd geen waarde. De kapel heeft een aanzienlijke hoogte met galerij, tegelvloeren, koorbanken en predella met altaar. De predella wordt gevormd door een gordijn met daarboven een van de schilderingen van Cosmas Tap.
Elders in het gebouw: tegelwerk op vloeren en wanden uit de bouwtijd en de modernisering van de jaren 1957. Waardevol glas in lood, plafondafwerkingen, deuren en deurkozijnen, alsook boekenkasten in de voormalige professorenverblijven en bibliotheek, alsook
blad 3 van 19
Hatertseweg 111-113
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 3
andersoortige inbouwkasten zoals die in de bijkeuken. Daarnaast vind je in de toiletten bij de hoofdingang, in het trappenhuis en de sanitaire ruimtes zelf, nog de oorspronkelijke kleurafwerking. Op basis van oude foto’s van het interieur heeft deze kleur in alle ruimtes op de verdieping gezeten, met uitzondering van de gangen; daar waren de deuren, getuige de deur van de kapel, gehout. WAARDERING
Architectuurhistorische waarde Hoewel de architectuurhistorische waarde enigszins is verminderd door de vervanging van vrijwel al het raamhout vertegenwoordigd het voormalige klooster/studiehuis nog voldoende architectuurhistorische waarde als bijzonder gaaf en exemplarisch voorbeeld van zakelijk-expressionistische architectuur. Ook bezit het pand bijzondere interieurafwerkingen uit de bouwtijd alsook waardevolle toevoegingen uit de jaren vijftig/zestig. Daarnaast vertegenwoordigt het pand een betekenisvolle plaats binnen het oeuvre van de architect H.M. Zoetmulder. Stedenbouwkundige waarde Het pand vertegenwoordigd stedenbouwkundige waarde als onderdeel van de bebouwing van de Schildersbuurt die in verschillende fases in de periode 1915-1930 tot stand kwam in Nijmegen-oost. De architect Zoetmulder heeft met zijn ontwerp getracht het pand op te laten gaan binnen de contouren van de straat en de rooilijn van de al bestaande panden. Toch valt het pand op vanwege zijn proporties waarmee het binnen de context van de Vermeerstraat tevens een beeldbepalende waarde vertegenwoordigd. Cultuurhistorische waarde Het voormalige klooster/studiehuis vertegenwoordigt cultuurhistorische waarde als bijzondere uiting van het Nijmeegse Katholieke gemeenschapsleven.
Met de stichting van de eerste katholieke universiteit van Nederland werden er in de stad door verschillende religieuze orden dergelijke onderkomens gebouwd, voor aan de universiteit les gevende professoren en studenten. Daarnaast maakt het pand onderdeel uit van de oorlogsgeschiedenis. Tijdens de oorlogshandelingen van 1944-1945 lag Nijmegen-Oost op de route tussen het landingsgebied rond Groesbeek en de Waalbrug en de Arnhemse Rijnbrug. Toen in de buurt een regen van granaten neerkwam fungeerde het voormalige klooster/studiehuis pand als toevluchtsoord voor in nood verkerende buurtbewoners. Gedurende deze periode (september 44 – mei 1945) zorgden de paters en broeders voor de vluchtelingen, hetgeen is vastgelegd in talloze foto’s, welke zijn ontsloten door de gemeente Nijmegen.
blad 4 van 19
Hatertseweg 111-113
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 4
Bronnen: https://reliwiki.nl/index.php/Nijmegen,_Vermeerstraat_7_-_Kapel https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/St._Bonaventura https://nijmegen-oost.nl/uitgelicht/reuumlnie-schuilkelderbewoners-vermeerstraat Gebouwendossier Regionaal Archief Nijmegen Beeldbank Regionaal Archief Nijmegen Weusten, B., Een klooster in de stad, Nijmegen 2002. Nicolaisen, D., Een veelkleurig habijt, Grave 1989. Kadastrale tenaamstelling Kadastrale aanduiding Gemeente: Sectie: Nummer(s):
gegevens december 2022 HTT02 Nijmegen A 7810
foto’s op vervolgblad
blad 5 van 19
Hatertseweg 111-113
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 5
blad 6 van 19
Hatertseweg 111-113
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 6
blad 7 van 19
Hatertseweg 111-113
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 7
blad 8 van 19
Hatertseweg 111-113
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 8
blad 9 van 19
Hatertseweg 111-113
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 9
blad 10 van 19
Hatertseweg 111-113
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 10
blad 11 van 19
Hatertseweg 111-113
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 11
blad 12 van 19
Hatertseweg 111-113
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 12
blad 13 van 19
Hatertseweg 111-113
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 13
blad 14 van 19
Hatertseweg 111-113
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 14
blad 15 van 19
Hatertseweg 111-113
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 15
blad 16 van 19
Hatertseweg 111-113
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 16
blad 17 van 19
Hatertseweg 111-113
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 17
blad 18 van 19
Hatertseweg 111-113
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 18
blad 19 van 19
Hatertseweg 111-113
1
Monumentenregister Nijmegen
%$ Nijmegen
Vermeerstraat 7, ID-code 3095
/
·9278
I ·6453
I
J
I 61o7
I
/
·1 ~321 I
•7322/
' /
·8125
"
/
·6998
I ·6457
I I .1
I
I
67463
/
l
·7464
I I
Copyright 2022 - Aan deze print kunnen geen rechten worden ontleend -
·7465
co
5
Afdrukdatum: 21-12-2022
10
15m
AN
Schaal: 1 :500