Verantwoording Ketenaanpak 1e Halfjaar 2020
Tekst van het document
Verantwoording Ketenaanpak in Sekswerk – RUPS III Januari tot en met juni 2020 1. Inleiding GGD Gelderland-Zuid en MEE Gelderse Poort, afdeling Expertisecentrum, hebben voor de Ketenaanpak in sekswerk in de regio Gelderland-Zuid financiering gekregen in het kader van de RUPS III (Regeling Uitstapprogramma’s Prostituees). Voor u ligt de verantwoording van deze aanpak over de periode januari tot en met juni 2020. 2. Activiteiten RUPS III In het kader van de RUPS III-financiering heeft GGD Gelderland-Zuid de volgende activiteiten ingezet: 1. Coördinatie van de ketenaanpak 2. Casemanagement 3. Inzet van een ervaringsdeskundige voor werving en veldwerk MEE Gelderse Poort heeft in het kader van de RUPS III-financiering de volgende activiteiten ingezet voor mensen bij wie er sprake is van een beperking: 1. Casemanagement T.b.v. (ex) sekswerkers/ mensen in een (seksuele) uitbuitingssituatie. 2. Trainingen voor cliënten Voor (ex) sekswerkers / mensen in een (seksuele) uitbuitingssituatie. 3. Advisering en coaching van professionals Voor professionals die actief zijn in het werkveld en met de doelgroep in aanraking komen. 4. Arbeidsparticipatie Bemiddeling naar (al dan niet betaald) werk t.b.v. (ex) sekswerkers/ mensen in een (seksuele) uitbuitingssituatie. De verantwoording van MEE is meegenomen in de totale verantwoording van de ketenaanpak.
2.1 Coördinatie ketenaanpak en netwerk Het houden en zoeken van aansluiting met alle ketenpartners en het op peil houden van de deskundigheid is een continu proces en een belangrijke taak van de GGD in het kader van de ketenaanpak. Door de brede vertegenwoordiging en samenwerking van ketenpartners zijn we in staat om een brede doelgroep te bedienen. Elke aangesloten organisatie heeft één of meerdere medewerkers aangewezen, die deelnemen aan de ketenaanpak. Het gaat om medewerkers die affiniteit hebben met de doelgroep en hun organisatie van binnen uit kennen. Zij zijn deskundige op het thema sekswerk en kwartiermaker binnen hun eigen organisatie. Vanuit eerdere RUPSregelingen zijn deze medewerkers opgeleid als trainer of hebben trainingen gevolgd om deskundigheid te verkrijgen en op peil te houden. Doel De GGD coördineert de ketenaanpak in sekswerk in de regio Gelderland-Zuid met als doel om: De samenwerking in de keten rondom sekswerkers te bevorderen; Activiteiten in het netwerk van preventie – zorg - uitstroom van sekswerkers aan te jagen, af te stemmen en te borgen; De expertise m.b.t. de doelgroep sekswerkers in de keten actueel te houden; Een totaalbeeld te hebben van de doelgroep en de activiteiten in het kader van de ketenaanpak.
2 van 18
Activiteiten en resultaat De coronacrisis betekende voor de doelgroep sekswerkers veel onzekerheid met betrekking tot inkomen en gezondheid. De GGD kreeg veel vragen vanuit de doelgroep, beleidsmakers en professionals. Het netwerk van de ketenaanpak en het (digitale) contact met sekswerkers is als ingang gebruikt om mensen te bereiken en de situatie in kaart te brengen. Er was een landelijk noodfonds beschikbaar. Sekswerkers konden van dit fonds een klein bedrag van 40 euro ontvangen. De aanvragen liepen via de GGD. In totaal zijn er in het eerste halfjaar van 2020 38 aanvragen toegekend in samenspraak met Huis op de Muur en Iriszorg. Door het behandelen van deze aanvragen heeft de GGD ook weer nieuwe contacten kunnen leggen. Ook is in het kader van de coronacrisis in beeld gebracht welke sekswerkers in de financiële problemen kwamen. Voor deze groep heeft overleg plaatsgevonden met gemeentelijke afdeling Inkomen. Sekswerkers in onze regio konden gebruik maken van de financiële hulp voor ondernemers (Tozo) of kregen een bijstandsuitkering. Er zijn ook veel werkers afgereisd naar het land van herkomst. Personen die nergens voor in aanmerking kwamen zijn met name sekswerkers die geen verblijfsrecht hebben. Bij de GGD zijn hiervan twee situaties bekend. De sekswerkers van de Cirkel en de tippelzone zijn onvoldoende in beeld bij de ketenaanpak.
Het is een doelgroep waarover veel zorgen zijn of die in beeld komt door overlast en/of risicovol gedrag. De GGD is van mening dat een benadering van deze doelgroep vanuit verschillende disciplines van de ketenaanpak meerwaarde heeft. Iriszorg meldt deze cliënten echter niet of nauwelijks aan bij de keten. Als knelpunten worden de privacy wetgeving genoemd en de afstemming tussen de verschillende werksoorten binnen Iriszorg. De KIS-coördinator heeft in het eerste halfjaar van 2020 meerdere keren overleg gehad met Iriszorg om de aansluiting van de verschillende werksoorten van Iriszorg op de ketenaanpak te verbeteren. Omdat de tippelzone vanwege de coronacrisis was gesloten, werden de sekswerkers van de tippelzone outreachend benaderd met als doel om de werkers in beeld te houden en hen ondersteuning te bieden. Met politie en toezichthouders is er afgestemd waar de sekswerkers zich ophielden. Medewerkers van de Cirkel bezochten het MFC om contact met de doelgroep te onderhouden. Daarnaast heeft Iriszorg extra dagbestedingsactiviteiten georganiseerd. Deze waren tevens toegankelijk voor sekswerkers die niet woonachtig zijn bij het MFC. De gezamenlijke indruk is dat de sekswerkers tijdens de coronaperiode hebben doorgewerkt, maar wel minder. Het overleg met ketenpartners heeft in de afgelopen periode veelal digitaal plaatsgevonden.
Het digitaal overleggen met een grote groep mensen is minder efficiënt gebleken. Dit heeft de urgentie om de overlegstructuur van KIS opnieuw tegen het licht te houden vergroot. In het eerste halfjaar van 2020 is daarom gewerkt aan een voorstel voor een nieuwe vergaderstructuur. Het doel is om de interne betrokkenheid bij de deelnemende organisaties te versterken, de slagkracht te vergroten en de overleggen efficiënter te maken. Er wordt onderscheid gemaakt in 3 verschillende overleggen: 1. Een casusoverleg, waarin casussen worden besproken en toegeleid naar de juiste zorg. In dit overleg wordt er organisatie-overstijgend nagedacht over de casuïstiek. Er wordt expertise ontwikkeld en er wordt zichtbaar gemaakt welke hiaten er zijn in de aanpak. 2. De projectgroep/ontwikkelgroep organiseert en implementeert de ketenaanpak voor sekswerkers, zowel in samenhang in de keten als in de eigen organisatie. 3. De stuurgroep toetst of de geformuleerde doelen worden behaald. De stuurgroep volgt het proces, zowel in samenhang in de keten als in de eigen organisatie. De leden van de stuurgroep faciliteren de ketenaanpak in de eigen organisatie. De nieuwe vergaderstructuur wordt in het tweede halfjaar van 2020 geïmplementeerd. Ten opzichte van het tweede halfjaar van 2019 is er opnieuw een verbeterslag gemaakt in de gezamenlijke verantwoording over de doelgroep van de ketenaanpak.
Het format is aangepast en meer gestandaardiseerd. De ketenpartners hebben uitleg gekregen over het vullen van het nieuwe format. Het uitwisselen van cliëntgegevens in relatie tot de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) blijft hierbij een lastig punt. Meerdere cliënten zijn bijvoorbeeld in beeld bij verschillende organisaties. Informatie over één cliënt wordt daarom door meerdere organisaties aangeleverd. Doordat cliëntgegevens geanonimiseerd worden aangeleverd, is het lastig om deze dubbelingen te achterhalen. Dit vraagt nog om afstemming met ketenpartners. De gezamenlijke verantwoording blijft daarmee een aandachtspunt voor de komende periode. De coördinator KIS neemt deel aan het casusoverleg mensenhandel, dat wordt georganiseerd door de zorgcoördinator mensenhandel van Moviera. Sekswerk en mensenhandel worden vaak in één adem genoemd, maar zijn niet hetzelfde. Sekswerk is werk, terwijl mensenhandel een misdrijf is.
3 van 18
In het casusoverleg mensenhandel zijn daarom ook andere partijen vertegenwoordigd dan in het casusoverleg KIS, namelijk de zorgcoördinator mensenhandel van Moviera, Veilig Thuis, politie en de coördinator KIS. Andere activiteiten die in het kader van de coördinatietaak zijn uitgevoerd: T.b.v. de website wordt informatie voor professionals ontwikkeld met een aanmeldformulier. De verwachting is dat deze informatie in het tweede halfjaar van 2020 online komt. De website bevatte nu vooral informatie voor sekswerkers. Er is een flyer ontwikkeld om meer bekendheid te geven aan de ketenaanpak. Er is gebleken dat er nog veel professionals in de regio geen kennis hebben van de ketensamenwerking KIS. De coördinator KIS heeft samen met de ervaringsdeskundige en de zorgcoördinator van Moviera een presentatie gegeven bij het Kernteam van de gemeente Heumen. De coördinator KIS heeft een presentatie gegeven aan de medewerkers jeugdgezondheidszorg van de GGD. Het team casusoverleg KIS (Iriszorg, MEE, Sterker en GGD) hebben een scholing over LVB (licht verstandelijke beperking) en seksuele uitbuiting gevolgd van MEE (zie paragraaf 2.5). Het begeleiden en aansturen van de ervaringsdeskundige die in dienst is bij de GGD. Hiervoor vinden wekelijkse gesprekken plaats over de voortgang en de uit te voeren werkzaamheden.
Op 12 maart 2020 en 26 mei 2020 heeft een vergadering van de Stuurgroep KiS plaatsgevonden. Het voorzitten van het maandelijkse casusoverleg KIS. 2.2 Casemanagement 2.2.1. GGD Gelderland-Zuid Het Meldpunt Bijzondere Zorg (MBZ) biedt in de regio Gelderland-Zuid casemanagement (door MBZ ‘trajectregie’ genoemd) bij sekswerkers, van wie de problematiek complex is. De casemanagers hebben specifieke kennis van sekswerk en een specifieke werkwijze, anders dan reguliere hulpverlening. Dit is nodig om de soms weerbarstige ondersteuning tot het stabiliseren en/of uitstappen succesvol te laten zijn. Doel Het doel van casemanagement is het versterken van de eigen regie van de sekswerker en het sociale netwerk. Ook bevordert de casemanager de samenwerking in een casus, waarbij wordt gekeken naar alle leefgebieden, om zo de kans op uitstap zo groot mogelijk te maken. De casemanager voert regie over de casus en zorgt ervoor dat iedereen doet wat hij moet doen. Activiteiten en resultaat GGD Gelderland-Zuid heeft in het eerste halfjaar van 2020 in 14 trajecten het casemanagement uitgevoerd. In 41 trajecten was de GGD betrokken en was het casemanagement bij een andere organisatie belegd of was er nog geen casemanager betrokken. Tijdens de coronacrisis is het aantal aanmeldingen bij KIS door de ketenpartners sterk afgenomen. Veel organisaties pasten hun werkzaamheden aan.
De begeleiding van cliënten vond veel meer op afstand plaats. Het prostitutie controle team van de politie en de sociale recherche deden bijvoorbeeld geen controles of huisbezoeken, de woningcorporatie bezocht bewoners niet meer. Er waren alleen SOA controles bij klachten. Sommige cliënten hadden problemen met digitaal contact. Met als gevolg dat sommige trajecten stagneerden. Daarentegen is het aantal aanmeldingen via het online veldwerk toegenomen. De brugfunctie van de ervaringsdeskundige heeft hierbij een grote rol gespeeld, zie paragraaf 2.3. Voor een beschrijving van de activiteiten en de bereikte doelgroep wordt verwezen naar paragraaf 2.2.3. 2.2.2 MEE Gelderse Poort MEE Gelderse Poort heeft casemanagement uitgevoerd t.b.v. sekswerkers en mensen in een (seksuele) uitbuitingssituatie waarbij er sprake is van een beperking. Dit zijn intensieve en complexe trajecten. De casemanager ondersteunt de cliënt bij het kunnen uitstappen uit de situatie, draagt zorg voor een efficiënte en resultaatgerichte afstemming van alle activiteiten op casusniveau gericht op herstel/ versterking van de sekswerker of het slachtoffer. Onderdeel van het casemanagement is het bijeenbrengen en op afgestemde wijze het inzetten van het
4 van 18
professionele netwerk. Wanneer er (seksuele) uitbuiting plaatsvindt probeert de casemanager met alle betrokkenen de (seksuele) uitbuiting tegen te gaan. Van belang hierbij is dat de veiligheid van de cliënt vergroot wordt. Ook, en vooral bij jonge kwetsbare cliënten in een (seksuele) uitbuitingsituatie, is hulp essentieel vanwege bewustwording van hun situatie en weerbaarheid. De casemanager ondersteunt het netwerk en geeft het besluitvormingsproces vorm. De casemanagers hebben specifieke kennis van sekswerk, (seksuele) uitbuitingssituaties en mensen met een beperking. Er is een specifieke werkwijze, anders dan reguliere hulpverlening. Dit is nodig om de soms weerbarstige ondersteuning tot het stabiliseren en/of uitstappen succesvol te laten zijn. Tevens is van belang dat er oog is voor soms een andere volgorde van activiteiten (bv. eerst beschermende dagbesteding, veilige omgeving, motivatie van de cliënt om de uitbuiting niet meer toe te staan of niet te genereren, daarna pas aangifte). Er wordt gezorgd voor een duidelijke rolverdeling tussen professionals. Bij recidive wordt er gezocht naar nieuwe haalbare alternatieven. Doel Het uitgangspunt hierbij is het versterken van de eigen regie van de cliënt en het sociale netwerk alsmede het opheffen van uitbuitingssituatie.
Activiteiten en resultaat In de praktijk hebben we gezien dat de meervoudige problematiek in combinatie met LVB van onze doelgroep het erg complex en moeilijk maakt om de juiste ondersteuning te vinden en te bieden. Daarnaast duurt het vaak langer om goed te onderzoeken wat er in een casus aan de hand is. Cliënten hebben vaak hun eigen beleving van de situatie en overzien vaak niet in welke situatie zij zitten. Daarom moet er altijd onderzocht worden of de informatie die de cliënt geeft waarheidsgetrouw is en het is belangrijk om het systeem om de cliënt heen mee te nemen in het onderzoek. Kenmerkend voor herstelprocessen bij mensen met beperking is de veelvuldige terugval en het moeizaam kunnen implementeren van gezond gedrag en gezonde relaties. Juist deze groep mensen hebben vaak met afhankelijkheidsproblematiek te maken en daardoor zijn dit allemaal zeer intensieve trajecten waar veel tijd voor nodig is. ➢
Concreet zijn er in de periode januari 2020 t/m juni 2020 onder de activiteit casemanagement totaal 8 trajecten uitgevoerd waarvan een enkele is afgesloten en de meeste nog lopen (zie paragraaf 2.2.3). Er zijn in de afgelopen periode naast de 6 al lopende casemanagement trajecten nog 2 nieuwe trajecten gestart.
Een jonge meid van 17 jaar met een licht verstandelijke beperking wordt aangemeld. Haar ouders maken zich zorgen om de relatie die zij heeft met haar nieuwe vriend. Het meisje laat ander gedrag zien: is erg opstandig, kleed zich anders en wilt haar vriendje niet mee naar huis nemen. Een casemanager vanuit MEE onderzoekt de situatie in samenwerking met de GGD, politie en ouders. Een trainster vanuit MEE wordt ondertussen ingezet om met dit meisje in gesprek te gaan over: grenzen en wensen aangeven, seksualiteit, leuke en foute relaties en zelfvertrouwen. Uit onderzoek blijkt dat het vriendje een bekende is van de politie en er zeer waarschijnlijk seksuele uitbuiting speelt. De casemanager zet het team van professionals in om zowel het systeem als het meisje te ondersteunen om uit deze situatie te komen.
2.2.3. Bereikte doelgroep Ketenaanpak in Sekswerk We hebben met de ketenpartners toegewerkt naar een gezamenlijke verantwoording over de totale doelgroep van de ketenaanpak. De organisaties die informatie hebben aangeleverd zijn: MEE Gelderse Poort Sterker Iriszorg: Iriszorg heeft de informatie van de cliënten die begeleiding krijgen aangeleverd. Van de personen die behandeling krijgen van Iriszorg hebben wij geen gegevens ontvangen, omdat dit niet mogelijk zou zijn in het kader van de AVG. Deze zijn daarmee ook niet in het totaalbeeld meegenomen. Moviera GGD Gelderland-Zuid In de beschrijving van de doelgroep is een aantal cliënten van Iriszorg toegevoegd die in de vorige verantwoording niet was opgenomen. Dat maakt het niet mogelijk om de aantallen met voorliggende verantwoording te vergelijken.
5 van 18
Aanmelding en casemanagement Het Meldpunt Bijzondere Zorg (MBZ) van GGD Gelderland-Zuid vervult in de ketenaanpak de rol als meldpunt voor sekswerkers en risicogroepen. De casussen worden door de deelnemende partijen ingebracht en besproken in het maandelijkse overleg. Daar wordt het gewenste traject besproken en wordt toegeleid naar zorg. Samen met de cliënt wordt een plan van aanpak opgesteld. Afhankelijk van de problematiek van een cliënt wordt een casemanager toegewezen van de ketenpartners in het netwerk KIS. Bij het toewijzen van het casemanagement wordt er bekeken bij welke organisatie dit het meest past. De caseload van de keten bedraagt op 30 juni 2020 totaal 64 personen, waarvan 32 nieuwe personen, die tussen 1 januari en 30 juni 2020 zijn aangemeld. In onderstaande grafieken is weergegeven in hoeveel casussen de ketenpartners betrokken zijn en casemanagement uitvoeren (peildatum 30 juni 2020).
Beschrijving van de doelgroep Van de 64 personen zijn er 5 man en 59 vrouw. Wij gaan hierbij uit van het gender waarmee mensen zich persoonlijk identificeren. In onderstaande grafiek staat de leeftijdsverdeling van de cliënten. De minimumleeftijd om legaal sekswerk te mogen verrichten is 21 jaar.
6 van 18
Bij een grote groep (Onbekend 28%) is er een vermoeden dat zij sekswerk doen, maar is (nog) niet bekend in welke branche. Er zijn ook personen waarbij geen sekswerk wordt gedefinieerd (20%), omdat: De persoon pas een klein aantal keer betaalde seks had; De persoon het zelf niet definieert als sekswerk, bijvoorbeeld omdat zij/hij zich in goederen laat ‘uitbetalen’ in plaats van in geld of omdat zij/hij denkt dat dit bij de relatie hoort; De persoon behoort tot een risicogroep omdat er (vermoedelijk) sprake is van dwang of uitbuiting.
In totaal vallen 22 personen onder de risicogroep. Bij 21 personen is er (vermoedelijk) sprake van uitbuiting. 1 Persoon valt onder de risicogroep omdat er sprake is van kans op terugval. Daarnaast is er in 8 casussen sprake van dwang. In onderstaande grafiek is weergegeven in welke gemeente de sekswerkers wonen of verblijven.
Veruit de meesten wonen of verblijven in de gemeente Nijmegen. Onder de trajecten buiten de regio, vallen ook de trajecten van het werkgebied van MEE Gelderse Poort in de regio Arnhem, in totaal 7 van de 10. Daarnaast zijn er cliënten die werkzaam zijn in onze regio, maar er niet staan ingeschreven. Dit kunnen personen zijn zonder verblijfstitel of die in het buitenland wonen. Dit zijn er in totaal 6.
7 van 18
De 64 personen zitten in verschillende trajecten bij de ketenpartners. Dit kunnen meerdere trajecten per persoon zijn. Met name bij bemoeizorg zien we dat dit langlopende trajecten zijn met personen die soms aanhaken, dan weer even uit beeld zijn, maar wel verbonden blijven. Bemoeizorg en begeleiding worden uitgevoerd door alle ketenpartners. De behandeltrajecten vinden plaats bij Iriszorg, Pro Persona en Pluryn. De trainingen en trajecten arbeidstoeleiding vinden plaats bij MEE Gelderse Poort.
Zelfredzaamheidsmatrix Bij het opstellen van een plan van aanpak hoort ook het invullen van de Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM). In onderstaande grafiek staat de behoefte aan ondersteuning per leefdomein. Dit is de situatie op peildatum 30 juni 2020 van alle personen waarvoor de ZRM volledig was ingevuld. In totaal gaat het om 46 personen.
Acuut: Persoon heeft een acuut probleem Lvb: Licht verstandelijke beperking ADL: Activiteiten van het dagelijkse leven
8 van 18
Stand van zaken op 30 juni 2020 15 van de 64 personen zijn gestopt met sekswerk. De meeste personen die zijn uitgestapt worden door de keten gemonitord, wanneer zij bijvoorbeeld onder de risicogroep blijven vallen of als er nazorg nodig is. Ook wordt in veel casussen het contact nog opengehouden, zodat deze personen zich indien nodig opnieuw kunnen melden of hulp kunnen vragen. Er zijn ook personen die niet worden gemonitord, bijvoorbeeld als iemand uit de regio verdwijnt of als de casemanagement wordt overgedragen aan een andere organisatie.
Daarnaast zijn er 23 personen die nog werken als sekswerker. Bij deze personen is de ondersteuning gericht op gezondheid en veiligheid en het stabiliseren van de leefomgeving. Van 5 personen is onduidelijk of zij nog als sekswerker werken. Tot slot ging het bij 21 personen om een uitbuitingssituatie. Hieronder verstaan we seksuele uitbuiting, loverboy problematiek en grooming. Tussen 1 januari en 30 juni 2020 is voor 15 personen het traject van de ketenaanpak beëindigd. Bij 11 personen is het traject of de training afgerond. 2 Personen zijn uit beeld geraakt na de intake. Ook zijn 2 cliënten doorgestroomd naar andere organisaties buiten de ketenaanpak. 2.3 Inzet ervaringsdeskundige voor werving en veldwerk Sinds augustus 2019 heeft de GGD een ervaringsdeskundige in dienst voor 16 uur per week. Deze wordt begeleidt door de collega’s van het Meldpunt Bijzondere Zorg (MBZ) en aangestuurd door de teammanager MBZ. Daarnaast krijgt zij extern supervisie van docent ervaringsdeskundigheid van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Doel Een ervaringsdeskundige legt makkelijker contacten en weet de doelgroep vaak sneller en beter te vinden. Vanuit de visie dat sekswerk een legale status heeft als arbeid, zoekt zij de aansluiting met de doelgroep. Dit is de meest natuurlijke, laagdrempelige en de-stigmatiserende aansluiting.
Daardoor heeft een ervaringsdeskundige een ander bereik dan de professionals. De ervaringsdeskundige wordt vooral ingezet voor het bereiken van thuiswerkers en (illegale) sekswerkers, die online betalende erotische dienstverlening aanbieden. De ervaringsdeskundige kan door middel van veldwerk een bijdrage leveren op het gebied van werving en toeleiding naar ondersteuning en zorg, advisering aan professionals en uitstroom. Activiteiten en resultaat De afgelopen periode heeft in het teken gestaan van het onderhouden en verder uitbreiden van contacten en het netwerk. Er zijn (samen met collega’s van het Meldpunt Bijzondere Zorg) gesprekken gevoerd met sekswerkers, die problemen ondervonden ten aanzien van de werkuitvoering, met als doel om de sekswerkers toe te leiden naar zorg. Ook worden sekswerkers door haar ondersteund door samen zaken te regelen, bijvoorbeeld inschrijvingen voor een woning, zorgverzekering en contact met sociaal raadslieden. Daarnaast heeft de ervaringsdeskundige het internetveldwerk voortgezet. Het doel is om een beter beeld te krijgen van betaalde online seksdiensten in de regio Gelderland-Zuid en van de problematieken en hulpbehoeften van deze sekswerkers. De ervaringsdeskundige heeft door
9 van 18
middel van internetveldwerk inmiddels contact gelegd met 670 sekswerkers, die adverteren in deze regio Gelderland-Zuid. Door middel van het verkrijgen van informatie worden risicogroepen in beeld gebracht en wordt bekeken welke ondersteuning nodig is. De ervaringsdeskundige heeft tijdens de coronacrisis nieuwsbrieven opgesteld. Deze bevatten informatie over bijvoorbeeld hulpaanbod ten aanzien de financiële consequenties van de coronacrisis, de aangepaste dienstverlening GGD/poli Seksuele Gezondheid en alternatieven voor fysieke dienstverlening ter bescherming van de gezondheid. De nieuwsbrieven zijn opgesteld in Nederlands, Engels en Spaans. Doordat er via het internetveldwerk reeds contact was gelegd met een grote groep sekswerkers, konden de nieuwsbrieven bij deze groep via sms en social media worden verspreid. Ook zijn de nieuwsbrieven verspreid via de seksinrichtingen. Door de verspreiding van de nieuwsbrieven zijn ook nieuwe contacten met sekswerkers ontstaan. De ervaringsdeskundige heeft gemerkt dat het laagdrempelige contact, dat zij via sms en social media heeft gehad tijdens de coronacrisis heeft gewerkt. De begeleiding door professionals vond meer op afstand plaats, de dienstverlening van organisaties werd aangepast, de tippelzone en seksinrichtingen sloten, waardoor cliënten (tijdelijk) uit beeld zijn geraakt.
De ervaringsdeskundige heeft daarentegen in deze periode de doelgroep juist beter bereikt en heeft door het informeren van de sekswerkers een preventieve functie gehad. De ervaringsdeskundige ontwikkelt een online enquête voor sekswerkers. Het doel hiervan is om erachter te komen hoe we sekswerkers het beste kunnen bereiken, hoe we contact kunnen onderhouden en aan welke informatie behoefte is. De vragenlijst wordt opgesteld in het Nederlands en Engels. De verwachting is dat de enquête in het tweede halfjaar van 2020 wordt uitgezet. Samen met de collega’s van het Meldpunt Bijzondere Zorg en Seksuele gezondheid heeft de ervaringsdeskundige de website www.alsseksjewerkis.nl verder geactualiseerd en geprofessionaliseerd. De rol van de ervaringsdeskundige is met name om stigmatiserende tekst, waardeoordelen en/of aannames uit de tekst te halen. Daardoor bevat de inhoud van de website minder ‘hulpverlenerstaal’ en sluit deze beter aan bij de doelgroep.
Andere activiteiten die de ervaringsdeskundige heeft uitgevoerd zijn: Advisering bij casussen van collega’s MBZ; Deelname aan interne (casus)overleggen van KIS en Seksuele Gezondheid Deelname aan de overleggen van het maandelijkse overleg KiS; Een training gevolgd over noodsituaties bij de GGD (piepertraining) De ervaringsdeskundige heeft een scholing over LVB (licht verstandelijke beperking) en seksuele uitbuiting gevolgd van MEE (zie paragraaf 2.5) en vanuit ervaringsdeskundigheid aanbevelingen aangereikt voor de trainingen voor professionals. De ervaringsdeskundige heeft kennisgemaakt met het prostitutie controleteam van de politie. Met de medewerkers van de afdeling Seksuele Gezondheid is een vergunde (massage)seksinrichting bezocht en zijn daar contacten gelegd met de sekswerkers. 2.4 Trainingen voor cliënten MEE Gelderse Poort biedt in de regio Gelderland-Zuid en regio Arnhem weerbaarheidstrainingen aan sekswerkers en mensen in een (seksuele) uitbuitingssituatie waarbij er sprake is van een beperking. Tijdens deze trainingen ervaren de deelnemers hun eigen kracht en worden zij weerbaarder op verschillende gebieden; onder andere in relaties, in hun werk, op seksueel gebied en in de situatie waarin zij zich bevinden. De trainingen worden op maat ontwikkeld en aangeboden. Er is mogelijkheid om de trainingen in groepen uit te voeren maar ook individueel.
Het op maat aanbieden van de training is belangrijk omdat mensen met een beperking vaak overvraagd of onderschat worden. Tevens moet de training aansluiten bij de leefwereld en het ontwikkelingsniveau. Na de training volgen er gesprekken gericht op nazorg en indien nodig toeleiding naar hulpverlening. Doel Het doel is om de sekswerkers en mensen in een (seksuele) uitbuitingssituatie sterker te maken zodat zij uit het sekswerk of de (seksuele) uitbuitingssituatie kunnen stappen ofwel uit de situatie kunnen blijven. Dit is noodzakelijk omdat de kans op terugval groter is indien de cliënten die uitgestapt zijn hun eigen grenzen niet kunnen aanvoelen en aangeven, en zich niet sterk genoeg voelen om hun eigen keuzes te maken. De trainingen bestaan uit meerdere bijeenkomsten.
10 van 18
Activiteiten en resultaat In de praktijk hebben we gezien dat de meervoudige problematiek in combinatie met LVB van onze doelgroep vraagt om maatwerk. De onderwerpen van de trainingen zijn veelal hetzelfde: grenzen en wensen aangeven/ aanvoelen en nachecken bij jezelf en anderen, keuzes maken en zelfvertrouwen, zelfverdediging, omgaan met social media, leuke en foute relaties herkennen en seksualiteit. Echter heeft elke cliënt zijn eigen ervaringen en verleden waardoor het niet mogelijk is om grote groepen te vormen. Kleinere groepen met gelijkgestemden is van belang om het gewenste resultaat van bewustwording en soms ook gedragsverandering te bewerkstelligen. ➢ ➢ ➢
Concreet zijn er in de periode januari 2020 t/m juni 2020 onder de activiteit trainingen voor cliënten totaal 12 weerbaarheidstrajecten uitgevoerd (zie paragraaf 2.2.3). Dit waren voornamelijk individuele trajecten, deels online. Mede door de Corona crisis was het niet mogelijk om groepen op te starten. In deze periode is er ook gekeken naar het opstarten van een weerbaarheidstraining en een lotgenotengroep voor (ex)sekswerkers en mensen uit een uitbuitingssituatie. Deze groepen worden op korte termijn gestart.
Een jonge vrouw wordt aangemeld voor de lotgenotengroep. Zij heeft in het verleden een ‘verkeerd vriendje’ gehad. Ze moest seksuele handelingen doen met hem en zijn vrienden, terwijl zij dit eigenlijk niet wilde. Zij wil graag leren wat een gezonde relatie is, hoe ze haar grenzen beter kan bewaren en aangeven. Maar zij wil ook graag haar verhaal delen en horen dat zij niet de enige is die in zo’n situatie terecht is gekomen.
2.5 Coaching en advisering professionals MEE Gelderse Poort heeft gedurende de subsidieperiode professionals geadviseerd en gecoacht in de ondersteuning aan mensen met een (verstandelijke) beperking die te maken hadden met (seksuele) uitbuiting. De professionals waren onder andere werkzaam in (sociale) wijkteams, bij politie, scholen, huisartsenpraktijk of welzijnsorganisaties. Advies ging bijvoorbeeld over herkennen van en communiceren met mensen met een (licht verstandelijke) beperking. Of hoe je bepaalde onderwerpen op een goede manier met de doelgroep bespreekbaar maakt. Maar ook advisering over welke ondersteuning iemand nodig heeft als hij of zij te maken heeft met (seksuele) uitbuiting of graag (veilig) aan het werk wil als sekswerker. Er blijkt een groeiende behoefte aan specialistische advisering en coaching op het gebied van ondersteuning aan mensen met een (verstandelijke) beperking in relatie tot (seksuele) uitbuiting en sekswerk. Daarnaast heeft MEE Gelderse Poort gedurende de subsidieperiode een coaching workshop ontwikkelt voor professionals. De workshop heet LVB en uitbuiting. Professionals leren in deze workshop mensen met een licht verstandelijke beperking herkennen en wat de kenmerken zijn waardoor ze kwetsbaarder zijn voor beïnvloeding van (seksuele) uitbuiting.
Professionals worden bewust van hun eigen communicatie en leren hun gedrag zo goed mogelijk aanpassen en afstemmen. Ook leren de professionals wat (seksuele) uitbuiting is en hoe dat te herkennen is bij mensen met een LVB. In de workshop wordt aangeleerd welke stappen een professional moet nemen bij een vermoeden van seksuele uitbuiting. Doel Niet alle professionals herkennen een LVB. Hierdoor ontstaat het risico dat verkeerde zorg of begeleiding wordt ingezet. Het doel van de activiteit coaching en advies is professionals (sociale wijkteams, politie, zorginstanties, huisartsen, scholen en ketenpartners) in het sociaal domein informeren, begeleiden en trainen, zodat zij op een juiste wijze ondersteuning kunnen bieden aan cliënten die te maken hebben met (seksuele) uitbuiting of sekswerk. Activiteiten en resultaat ➢
Concreet zijn onder de activiteit coaching en advies van professionals in de periode januari tot en met juni 2020 naar schatting tussen de 25 à 30 verschillende professionals van onder andere de ketenpartners, scholen, wijkteams, Jeugdbescherming andere zorg- en welzijnspartijen ondersteund. Professionals vanuit MEE worden bijna wekelijks benaderd om mee te denken in casussen en advies uit te brengen. Vaak zijn deze coachingsgesprekken meerder malen.
11 van 18
➢
De workshop LVB en uitbuiting is ontwikkeld binnen MEE door twee professionals. Daarnaast is er één pilot workshop gegeven en worden er 5 workshops gepland in het najaar waaraan professionals in de regio gratis kunnen meedoen. Per workshop kunnen 12 professionals deelnemen, waardoor er uiteindelijk 72 professionals geschoold worden.
Een medewerker van Jeugdbescherming Gelderland belt op naar MEE. Zij heeft een casus binnen gekregen waarbij er vermoedens zijn van mensenhandel / seksuele uitbuiting. Er zijn vermoedens van een beperking en de medewerker van Jeugdbescherming Gelderland wil graag advies inwinnen over hoe om te gaan en te handelen in deze situatie. Een professional vanuit MEE plant een afspraak in om samen de casus te bespreken en onderzoeken. Samen hebben zij gekeken welke stappen er gezet moeten worden en hoe deze cliënt het best ondersteund kan worden.
2.6 Arbeidsparticipatie MEE Gelderse Poort heeft arbeidsparticipatie trajecten aangeboden aan sekswerkers en mensen in een (seksuele) uitbuitingssituatie waarbij er sprake is van een beperking. De cliënten die uit het sekswerk of de (seksuele) uitbuitingssituatie willen stappen of zijn gestapt, worden ondersteund om weer te participeren op de arbeidsmarkt of in een zinvolle dagbesteding. De arbeidsconsulent werkt samen met de ketenpartners en de ervaringsdeskundige. Samen wordt er gekeken naar wensen, mogelijkheden en kansen en wordt in kaart gebracht welke stappen er gezet moeten worden op weg naar een opleiding, werk of zinvolle dagbesteding. Er is vaak sprake van beschadigde mensen die weinig vertrouwen hebben in zichzelf en in de samenleving. Vaak weten ze ook niet wat ze willen en kunnen. Dagbesteding kan helpen om zelfvertrouwen op te bouwen, en inzicht geven in de eigen competenties en affiniteiten. Ook geeft het een beeld van welke instrumenten of voorzieningen de cliënt nodig heeft om de kans op een duurzame werkplek te vergroten. Doel Het inzetten van een arbeidsconsulent voor sekswerkers en mensen in een (seksuele) uitbuitingssituatie waarbij er sprake is van een beperking. Het uiteindelijke doel is dat de mensen uitstappen uit hun situatie en daarbij is een andere betaalde baan of zinvolle dagbesteding een belangrijk onderdeel.
Niet altijd is een betaalde baan (direct) mogelijk. Dagbesteding met daarbij passende begeleiding kan ook een eerste stap zijn of zelfs een einddoel. In de eerste plaats voor het verkrijgen en behouden van werkritme en het opdoen van werknemersvaardigheden. Activiteiten en resultaat Er is binnen het project relatief weinig gebruik gemaakt van de diensten van de arbeidsconsulent. Dit komt omdat arbeid/werk aan het eind van het traject in beeld komt. Vaak is eerst behandeling en/of begeleiding nodig om de stap naar arbeid of dagbesteding te kunnen maken. Er zijn veel trajecten opgestart en deze zijn niet allemaal doorlopen tot het punt dat een cliënt de stap maakt naar werk. Daarbij komt dat sommige cliënten geen ander werk willen gaan doen. Het is het vooral belangrijk bij de doelgroep dat de uitbuitingssituatie wordt doorbroken. De arbeidsconsulent is bij 6 trajecten betrokken geweest en is vooral een verbindende factor geweest tussen de betrokken projectmedewerkers van KIS, zorginstellingen, gemeente, sociale wijkteams en het Werkbedrijf Rijk van Nijmegen en heeft professionals van informatie voorzien. Er is gebleken dat elk traject rondom uitstappen totaal anders is en maatwerk vraagt. De trajecten duren vaak lang en het is belangrijk om kleine stappen te maken.
Uit ervaring blijkt dat alternatief werk vaak niet aantrekkelijk is voor sekswerkers, mede door bijvoorbeeld de verwachtingen rondom een hoog salaris. De arbeidsconsulent heeft contact gehad met diverse uitstapprogramma’s uit verschillende regio’s: Breda, Eindhoven, Den Haag, Enschede, Groningen en Den Bosch. Er hebben gesprekken plaatsgevonden over de verschillende werkwijzen rondom arbeid, waar andere regio’s tegenaan lopen en er zijn tips uitgewisseld. Andere regio’s ervaren ook dat de doelgroep sekswerkers en mensen in een (seksuele) uitbuitingssituatie een lastige doelgroep is. De vraag van cliënten is vaak niet het willen uitstappen, maar ondersteuning in hun situatie. Maatwerk is belangrijk, maar ook het meedenken in hun situatie en het begeleiden naar regulieren ondersteuningsmogelijkheden.
12 van 18
➢
Concreet is de activiteit arbeidsparticipatie in de periode januari 2020 t/m juni 2020 bij 6 trajecten aan de orde geweest (zie paragraaf 2.2.3).
Er wordt een volwassen vrouw aangemeld bij KIS arbeid. Mevrouw heeft een verstandelijke beperking, heeft een vorm van sekswerk uitgeoefend en krijgt begeleiding vanuit Pluryn. De arbeidsconsulent heeft regelmatig contact met haar en haar ambulant begeleider om vertrouwen te winnen. Inmiddels staat zij open voor een andere dagbesteding. Daarnaast zou zij graag een opleiding willen volgen. De arbeidsconsulenten kijkt mee wat mogelijk is, zoekt alles uit en regelt de juiste indicaties. Ook houdt de arbeidsconsulent contact met de klantmanager van de gemeente, zodat de lijntjes kort zijn.
2.7 Overall resultaten MEE Gelderse Poort In totaal zijn er door MEE Gelderse Poort naast de coaching en advies die geboden is aan professionals, in totaal 12 nieuwe trajecten gestart in de periode van januari tot juli 2020. Daarnaast ondersteunde de KiS professionals vanuit MEE nog 8 lopende casussen waarvan er 3 zijn afgerond in de periode januari tot juni 2020. In de meeste gevallen is er een combinatie van activiteiten geboden om de cliënten op maat te ondersteunen. MEE Gelderse Poort heeft een ZRM schema bijgehouden waarin diverse gegevens van de cliënten zijn bijgehouden. De GGD verstrekt in de verantwoording het totaaloverzicht van alle ondersteunde cliënten (zie paragraaf 2.3.3). Om een dubbele opsomming te voorkomen worden er enkele bijzonderheden in casussen van MEE Gelderse Poort benoemd. Doelgroep: Van de 22 trajecten waarbij MEE betrokken was afgelopen periode, was er sprake van een hoog risico op uitbuiting-/ beginnende uitbuiting- en uitbuitingssituaties bij 18 trajecten. Daarnaast was MEE betrokken bij 4 trajecten waarbij cliënten als sekswerker werkten. De nieuw aangemelde cliënten in deze periode waren 9 (risico op) uitbuitingssituaties en 3 sekswerkers. Activiteiten: in de meeste gevallen is er een combinatie van activiteiten geboden om de cliënten op maat te ondersteunen.
Binnen MEE zijn er afgelopen periode 6 trajecten rondom arbeid uitgevoerd, 11 trajecten rondom casemanagement en 12 trainingstrajecten. Bij veel van de casussen is er ook een samenwerking geweest met andere professionals in de keten, maar ook met externe partijen zoals politie, wijkteams en zorgorganisaties. Coronacrisis De afgelopen periode heeft de wereld te maken gehad met de coronacrisis. Ook bij de KISactiviteiten van MEE hebben de professionals en cliënten hiervan gevolgen ervaren. De begeleiding is een periode niet via live contact gegaan, maar via social media kanalen. Hierdoor hebben sommige activiteiten stil gelegen en zijn sommige cliënten tijdelijk uit beeld geweest. Er moesten nieuwe middelen ontwikkeld worden om het contact te behouden en bepaalde activiteiten op een goede manier uit te voeren. Verandering in plan van aanpak De afgelopen periode is gebleken dat er meer vraag is naar casemanagement en coaching en advies. Er is daarom gekozen om een nieuw plan van aanpak te maken voor de laatste 6 maanden van de subsidiegelden. Dit plan van aanpak is als voorstel ingediend bij de gemeente Nijmegen en het Rijk. Zie bijlage 1. Samenwerking Arnhem Vanuit de subsidiegelden heeft MEE Gelderse Poort ook vragen vanuit Arnhem voor de doelgroep kunnen oppakken.
In regio Arnhem zijn verschillende partijen aanwezig die zich inzetten voor de doelgroep sekswerkers en mensen in een (seksuele) uitbuitingssituatie. De aankomende maanden wordt er verder onderzocht hoe MEE kan samenwerken met deze partijen, zodat er ook in Regio Arnhem aandacht is voor de doelgroep met een beperking. Daarnaast worden de lijntjes daardoor korter, wat ook een positieve bijdrage levert aan de cliënten in regio Gelderland Zuid. Uit ervaring blijkt dat veel cliënten zowel in Regio Gelderland zijn als Regio Arnhem werken/ wonen/ zijn.
3. Gerealiseerde ureninzet GGD Gelderland-Zuid In de subsidieaanvraag RUPS III heeft de GGD het volgende opgenomen voor de gehele projectperiode:
53% cofinanciering
Ketenaanpak en netwerkcoördinatie Inzet ervaringsdeskundige Casemanagement
Begrote uren Uren Totaal max. subsidie Tarief cofinanciering cofinanciering RUPS max. 53% III in € in €
Totaal te ontvangen subsidie RUPS III
Totaal RUPS III
in €
in €
888
85
0
0
75.480
75.480
888
62
471
29.202
25.854
55.056
1333
85
1177
100.045
13.260
113.305
1648
129.247
114.594
243.841
In de subsidiebeschikking van het ministerie van Justitie en Veiligheid en in de opdrachtbrief van de gemeenten Apeldoorn en Nijmegen aan GGD Gelderland-Zuid is minimale cofinanciering van 25% opgenomen. Met de gemeente Nijmegen is afgesproken dat de GGD streeft naar inzet conform de ingediende begroting (53% cofinanciering), waarbij de begroting met 25% cofinanciering minimaal is. De ureninzet van GGD Gelderland-Zuid voor de periode juli 2019 tot en met juni 2020 ziet er als volgt uit:
Totaal uren juli 2019 t/m juni 2020
Subtotaal Subtotaal declarabele Subtotaal cofinanciering uren
Casemanagement
815,25
815,25
0,00
Ervaringsdeskundige
844,22
427,22
417,00
Netwerkvorming/Coördinatie/Ketenregie
829,50
0,00
829,50
1242,47
1.246,50
Totaal
De minimale cofinanciering van 25% is in de periode juli tot en met december 2019 reeds behaald. De verwachting is dat de GGD in de totale projectperiode de inzet conform de ingediende begroting (grotendeels) behaald.
14 van 18
MEE Gelderse Poort In de subsidieaanvraag heeft MEE Gelderse Poort het volgende opgenomen over de gehele periode juli 2019 t/m december 2020:
Onderdeel
Begrote uren subsidie RUPS III
Uren cofinanciering min. 25%
Tarief
Totaal minimale cofinanciering
in €
in €
Totaal incl. cofinanciering RUPS III in € in €
Totaal te ontvangen subsidie RUPS III
C asemanagement
190
83,75
47,5
3.978,13
11.934,38
15.912,50
Trainingen
744
83,75
186
15.577,50
46.732,50
62.310
C oaching en advisering
372
83,75
93
7.788,75
23.366,25
31.155
Arbeid
400
83,75
Totaal
1706
100
8.375
25.125
33.500
426,5
35.719,38
107.158,13
142.877,50
In de periode januari 2020 t/m juni 2020 is daadwerkelijk gerealiseerd:
BESCHIKKING DIENSTEN UREN TARIEF OMZET MIX% TRAININGEN 744 83,75 € 62.310 44% CASEMANAGEMENT 190 83,75 € 15.913 11% COACHING EN ADVIES 372 83,75 € 31.155 22% ARBEID 400 83,75 € 33.500 23% 1706 € 142.878 100%
REALISATIE 1-1-2020 FORECAST tm 30-6-2020 UREN TARIEF OMZET MIX% UREN MIX% 189 83,75 € 15.829 29% 502 29% 165 83,75 € 13.819 19% 286 17% 279,5 83,75 € 23.408 37% 690 40% 125,25 83,75 € 10.490 16% 228 13% 758,75 € 63.545 100% 1706 100%
* 25% van de gerealiseerde omzet wordt gefinancierd vanuit co-financiering In de periode juli 2019 t/m juni 2020 is daadwerkelijk gerealiseerd:
15 van 18
REALISATIE 1-7-2019 FORECAST tm 30-6-2020 DIENSTEN UREN TARIEF OMZET MIX% UREN TARIEF OMZET MIX% UREN MIX% TRAININGEN 744 83,75 € 62.310 44% 326,75 83,75 € 27.365 29% 502 29% CASEMANAGEMENT 190 83,75 € 15.913 11% 210,25 83,75 € 17.608 19% 286 17% COACHING EN ADVIES 372 83,75 € 31.155 22% 411,77 83,75 € 34.486 37% 690 40% ARBEID 400 83,75 € 33.500 23% 179,25 83,75 € 15.012 16% 228 13% 1706 € 142.878 100% 1128,02 € 94.472 100% 1706 100% BESCHIKKING
* 25% van de gerealiseerde omzet wordt gefinancierd vanuit co-financiering N.B.: In totaal is er in het tweede half jaar van de subsidieperiode 768,75 uur gerealiseerd. Er is relatief meer uur gemaakt op de activiteiten Coaching en Advies en Casemanagement. Omdat de vraag aan activiteiten binnen de subsidie van MEE anders uitpakt als verwacht, is er een nieuw plan van aanpak opgesteld en ter goedkeuring verstuurd aan de gemeente Nijmegen en het Rijk. In bijlage 1 staat het voorstel voor het nieuwe plan van aanpak.
Bijlage 1 Voorstel plan van aanpak subsidieperiode juli t/m december 2020
Gemeente Nijmegen t.a.v. mevr. A. Koopmans per email: a.koopmans@nijmegen.nl Datum
17 juli 2020
Referentie
kenmerk beschikking 2656970
Telefoon
088 633 00 00
Pagina
16 van 18
Onderwerp .Verzoek wijziging inzet uren KIS project RUpS III
Geachte mevrouw Koopmans,
Verzoek om akkoord met verschuiving ureninzet subsidie Gelderland-Zuid / diensten van MEE Gelderse Poort in de periode augustus tot en met december 2020 d.d .17 juli 2020. Verzoek Wij verzoeken u om akkoord te gaan met verschuiving van een deel van de uren geraamd voor de diensten uit te voeren door MEE ‘Arbeidsparticipatie t.b.v. (ex)prostituees met een beperking’ en ‘Training t.b.v. (ex)prostituees met een beperking’ naar de diensten Casemanagement , Coaching & Advies. Argumentatie Oorspronkelijke subsidieaanvraag: In de subsidieaanvraag hebben wij voor het product Arbeidsparticipatie 400 uur begroot. De afgelopen periode is gebleken dat er minder gebruik wordt gemaakt van het product Arbeidsparticipatie dan vooraf ingeschat. De belangrijkste belemmeringen voor deelname aan dit uitstroomaanbod in algemene zin is dat mensen er niet aan toe zijn om gericht op zoek te gaan naar ander werk, moeite hebben om zich aan te passen aan een nieuw inkomsten- en uitgavenpatroon (zeker wanneer sprake is van schuldenproblematiek), persoonlijke (meervoudige) problematiek en moeilijk kunnen wennen aan het leven buiten de prostitutie. Duurzaam uitstappen zonder ondersteuning blijkt dan ook vaak moeilijk. Deelnemers worden aangezet om te stoppen, maar zien geen of nauwelijks mogelijkheden daartoe, of stoppen kortstondig en keren vervolgens weer terug.
Activiteiten en resultaat tot op heden op het product Arbeidsparticipatie In 2019 zijn veel trajecten opgestart en zijn niet allemaal helemaal doorlopen tot het punt dat een cliënt de stap maakt naar werk. Daarbij komt dat sommige cliënten niet persé ander werk willen gaan doen maar dat het vooral belangrijk was bij onze doelgroep dat de uitbuitingssituatie werd doorbroken. De arbeidsconsulent is vooral een verbindende factor geweest tussen de betrokken projectmedewerkers van het project Ketenaanpak in prostitutie, zorginstellingen, gemeente en het Werkbedrijf Rijk van Nijmegen en heeft professionals van informatie voorzien. De arbeidsconsulent heeft met name activiteiten ontplooit op het gebied van het vergroten van het netwerk, contacten leggen met betrokken organisaties, kijken bij andere regio’s in het land welke activiteiten daar ontwikkeld zijn op het gebied van arbeid, wat vindplaatsen van cliënten zijn. Nb Vwb Training geldt dat het Coronavirus het werk in de periode maart, april, mei voor de trainers heeft stilgelegd. Zodoende lopen we achter met de invulling van die opdracht. Ook deze beschikbaar gevallen uren zouden w graag inzetten op Casemanagement , Coaching & Advies. Voorstel aangepaste ureninzet Verschuiving van beschikbare uren Arbeidsparticipatie en Training naar Casemanagement, Coaching & Advisering. • Deskundigheidsbevordering van professionals.
Meer middelen vrij maken voor deskundigheidsbevordering bij professionals kan er voor zorgen dat professionals een beperking bij een cliënt eerder herkennen waardoor de juiste dienstverleningen ingezet kan worden.
17 van 18
• •
Individuele weerbaarheidstrajecten voor cliënten. Meer tijd en middelen investeren in het vinden van de doelgroep. Veel van de cliënten uit onze doelgroep zitten in het speciaal onderwijs. De uren die bij arbeid vrij vallen kunnen ingezet kunnen worden voor het leggen van contacten met de scholen om met hen in gesprek te gaan hoe ze cliënten in een uitbuitingssituatie kunnen herkennen. Als er een vermoeden is kunnen wij met deze cliënten in gesprek gaan om te kijken of er ook daadwerkelijk sprake is van uitbuiting en zo ja, hierop inspelen door individuele weerbaarheidstrainingen in te zetten.
In de Subsidieaanvraag RUpS periode juli 2019 tot en met december 2020 kan MEE Gelderse Poort vanuit de subsidie 400 uur inzetten in het kader van Arbeidsparticipatie. Tm juni 2020 is 180 uur daarvan gerealiseerd. Voorstel is de nog niet ingezette uren voor het product Arbeidsparticipatie op de andere diensten in te zetten. Daarop wordt onderstaand uitvoeringsplan voor de laatste periode voorgelegd. Activiteit
Plan
Uren
Casemanagement
Casusregie in casussen; gemiddeld bezig twee trajecten per week; a 3 uur per week.
Trainingen cliënten
Training voor cliënten in uitbuitingssituatie / prostitutie; weerbaarheid. Zowel individueel als groep. 35 uur per gemiddeld traject. Gemiddeld 7 uur per week. Overleggen organiseren en aansluiten intern en extern; casuïstiek en aansluiten bij ontwikkel-/ projectgroep KiS, verantwoordingen schrijven, overleggen rondom project bijwonen extern, randvoorwaarden organiseren. 5 trainingen uitvoeren. Eén training is 2 dagdelen. En accreditatie punten SKJ aanvragen Een grote groep professionals trainen.
Gemiddeld 3 uur per week: 75 uur totaal 5 trajecten van 35 uur Gemiddeld 7 uur per week 175 uur totaal
Coaching & Advies algemeen (cofinancieringsuren)
Coaching en advies groep professionals: Training LVB en uitbuiting voor professionals Coaching en advies professionals individueel
Meedenken / adviseren in casussen, langdurig professionals coachen.
Arbeid
Ondersteunen cliënten op maat richting arbeid/ dagbesteding, meedenken in casussen, presentatie over Arbeid geven stuurgroep e.d.
Gemiddeld 11 uur per week en 278 uur totaal
Gemiddeld 2 uur per week: 50 uur totaal Totaal: 578 uur
KIS Rups III werkzaamheden
beschikte uren
realisatie 2019
realisatie jan t/m juni 2020
Casemanagement Training cliënten
voorstel juli t/m dec 2020
190
21,25
189
75
744
161,75
165
175
Coaching & advies
372
131,77
280
278
Arbeid
400
54,25
125
50
TOTAAL
1706
369
759
578
18 van 18
Graag ontvangen wij een akkoord op dit aangepaste Uitvoeringsplan. Met vriendelijke groet, Annemarie Hensen Manager MEE Gelderse Poort