Vaststelling bestemmingsplan Nijmegen ondergrondse hoogspanningskabel Rietgraaf, toelichting
Tekst van het document
GNN en Groene ontwikkelingszone Er liggen GNN-gebieden en Groene ontwikkelingszones (GO) nabij het projectgebied, maar het projectgebied valt er niet binnen. Gelderland kent geen externe werking op het GNN en het GO, waardoor vervolgstappen niet benodigd zijn.
Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Jaarrond beschermde nesten van steenuil, huismus en gierzwaluw (mogelijk aanwezig); Algemene broedvogels (geschikte nestplaatsen aanwezig); Vleermuizen (potentiële verblijfplaatsen aanwezig); Rugstreeppad (geschikt habitat kan ontstaan door werkzaamheden). In onderstaande tabel is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende project. Aangegeven is of een nader onderzoek nodig is, of er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming, of dit middels maatregelen voorkomen kan worden en of bij de uitvoering van het project een ontheffing nodig is. In Hoofdstuk 5 van de Natuurtoets staat de onderbouwing voor de gegeven conclusies.
34
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen ondergrondse hoogspanningskabel Rietgraaf
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. In het tekstkader in Bijlage I staat het wetsartikel uitgeschreven. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Conclusie Op basis van voorgaande kan geconcludeerd worden dat het plan ten aanzien van soortenbescherming en gebiedsbescherming uitvoerbaar is. De genoemde maatregelen worden genomen.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen ondergrondse hoogspanningskabel Rietgraaf
35
4.8
Cultuurhistorie
Cultuurhistorie speelt een belangrijke rol bij de ruimtelijke inrichting van ons land. Het geeft identiteit en kwaliteit aan een gebied. Om deze redenen heeft het Rijk de beleidslijn ingezet om cultuurhistorie onderdeel te laten zijn van het afwegingskader bij het opstellen van bestemmingsplannen. Deze beleidslijn is verwoord in de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009 en heeft geleid tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) sinds 1 januari 2012. Met het gewijzigde Bro zijn gemeenten wettelijk verplicht cultuurhistorie deel uit te laten maken van het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het Rijk vraagt hiermee aan gemeenten om bij het opstellen van bestemmingsplannen, projectafwijkingsbesluiten en beheersverordeningen gebouwen, objecten en structuren met cultuurhistorische waarde te inventariseren en daaraan conclusies te verbinden en in het bestemmingsplan te verankeren. Toetsing Uit de cultuurhistorische waardenkaart van de Provincie Gelderland blijkt, dat er binnen het plangebied geen cultuurhistorische elementen gelegen zijn. In de omgeving van het plangebied zijn deze wel aanwezig. In onderstaand figuur is een uitsnede van het plangebied en de cultuurhistorische elementen getoond.
Afbeelding 4.3: Cultuurhistorische waarden Daarnaast is de Cultuurhistorische Beleidskaart van de gemeente Nijmegen geraadpleegd. Een uitsnede hiervan is hieronder weergegeven. Het plangebied ligt gedeeltelijk in 'gebiedstype 2'. In gebiedstype 2 gaat het om de samenhang tussen structuren en historische bebouwing en zijn
36
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen ondergrondse hoogspanningskabel Rietgraaf
de huidige stedenbouwkundige kwaliteiten uitgangspunt bij ruimtelijke plannen. In bestemmingsplannen dient maatwerk te worden toegepast ten behoeve van de bescherming van cultuurhistorische waarden, indien sprake is: cultuurhistorisch waardevolle structuren; cultuurhistorisch waardevolle ensembles en zones.
Afbeelding 4.4: Uitsnede Cultuurhistorische Beleidskaart gemeente Nijmegen (plangebied rode contour) Uit de inventarisatie blijkt dat de Stationsstraat een historische weg is van voor 1832 met daaraan nog bestaande historische bebouwing. De Stationsstraat zal daarnaast middels een HDD boring ondergronds gekruist worden. Stationsstraat 29 staat op de Aandachtslijst cultureel erfgoed, echter ligt deze niet in het plangebied (circa 600 meter ten oosten). Daarnaast blijkt dat er sprake is van overblijfselen van het oude ontginningspatroon. Na de aanleg van de ondergrondse 150kV-kabelverbinding zal het plangebied in de oude staat worden teruggebracht. Verder blijkt dat in het plangebied geen beschermde Rijks- en/of gemeentelijke monumenten of werelderfgoed aanwezig zijn. In het plangebied zijn geen karakteristieke panden aanwezig. Het plan (de aanleg van een ondergrondse 150kV-kabelverbinding), heeft geen invloed op de cultuurhistorische waarden aangezien het geen blijvende verandering veroorzaakt op het landschap. Conclusie Er is geen effect op cultuurhistorische waarden te verwachten, waardoor dit aspect de
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen ondergrondse hoogspanningskabel Rietgraaf
37
uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staat.
4.9
Archeologie
In Europees verband is het “Verdrag van Malta” tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Dit verdrag is geïmplementeerd in de Erfgoedwet 2016. De kern van deze wet is, dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Op welke plaatsen archeologisch onderzoek aan de orde is, wordt op grond van gemeentelijk of provinciaal beleid bepaald. Toetsing Bureauonderzoek In het kader van het bestemmingsplan is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 5). De resultaten van dit onderzoek zijn hieronder beschreven: In het gehele plangebied geldt een hoge archeologische verwachting. Het noorden van het plangebied (ten noorden van het industrieterrein) ligt waarschijnlijk op een rug tussen een restgeul (waarschijnlijk al verland in de IJzertijd) en de huidige loop van de Rietgraaf. Voor deze rug is een hoge verwachting voor archeologische resten uit de perioden IJzertijd tot Late Middeleeuwen. Tussen de Griftdijk en Stationsstraat is een hoge verwachting voor vondsten van meerdere crematiegraven uit de midden-Romeinse tijd.
Voor de rest van het gebied geldt een hoge verwachting voor bewoningssporen uit de IJzertijd, Romeinse Tijd en Middeleeuwen. Aangezien er tijdens de Tweede Wereldoorlog in deze omgeving veel gevochten is in het kader van operatie Market Garden, zijn ook sporen en resten uit deze periode niet uit te sluiten. Omdat er hoge kans is op het aantreffen van archeologische resten in het grootste deel van het plangebied, wordt geadviseerd om binnen het plangebied een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, verkennende fase, uit te voeren (zie hieronder). Veldonderzoek In het kader van het bestemmingsplan is een archeologisch veldonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 6). De resultaten van dit onderzoek zijn hieronder beschreven. Op basis van dit inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, verkennende fase, wordt geadviseerd om in het middelste tracégedeelte ter hoogte van het Romeinse grafveld geen graafwerkzaamheden uit voeren, om te voorkomen dat het Romeinse grafveld beschadigd. Indien dit niet mogelijk is wordt geadviseerd om proefsleuven aan te leggen (tot ca. 2 m beneden maaiveld) zodat het eventueel aanwezige Romeinse grafveld gedeeltelijk kan worden opgegraven.
Geadviseerd wordt dat cultuurtechnisch herstel dat plaatsvindt na de aanleg van de kabels, ter plaatse van de werkstrook en ter plaatse van het Romeinse grafveld, tot maximaal 15 cm beneden maaiveld gaat reiken, aangezien het bovenste vlak van het Romeinse grafveld op 45 cm beneden maaiveld kan liggen. Zodoende wordt er een buffer van 30 cm dikte gehanteerd. Voor de overige tracédelen, en mastlocaties 13, 14 en 15, is het advies om deze vrij te geven: voor agrarisch gebied tot 2,3 m beneden maaiveld, en voor niet-agrarisch gebied tot 1,8 m
38
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen ondergrondse hoogspanningskabel Rietgraaf
beneden maaiveld, omdat er binnen deze dieptes geen relevante archeologische lagen of archeologische indicatoren werden aangetroffen. Beneden deze diepte kunnen tussen de Griftdijk en het zuiden van het tracé in principe nog bodemlagen (met archeologische lagen) voorkomen die dateren uit de periode paleolithicum tot en met de ijzertijd. Voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden losse archeologische sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister. Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook. Op basis van de resultaten is besloten dat binnen het plangebied de 150 kV-kabelverbinding volledig door middel van een horizontaal gestuurde boring (HDD) zal worden aangelegd, waarbij de diepte van de boring ter plaatse van het Romeinse grafveld >5 m beneden maaiveld (beneden 4 m +NAP) zal zijn. Met deze aanlegtechniek zal het Romeinse grafveld niet worden verstoord. Daarnaast zullen mast 13, 14 en 15 worden afgewerkt tot een diepte van ca. 2 m beneden maaiveld, waarna er cultuurtechnisch herstel zal plaatsvinden.
Conclusie Archeologie staat de uitvoerbaarheid van dit ruimtelijk besluit niet in de weg. Voor het gehele plangebied blijven de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2' of 'Waarde - Archeologie 3 uit het facetbestemmingsplan Archeologie van toepassing ', zodat de archeologische waarden blijven beschermd.
4.10 Kabels en leidingen Bij de aanleg van een ondergrondse kabelverbinding is het belangrijk te bezien of er andere ondergrondse infrastructuur aanwezig is in de vorm van kabels en leidingen die nadelig kunnen worden beïnvloed door de ondergrondse kabelverbinding. Het is ook mogelijk dat het functioneren van de ondergrondse kabelverbinding nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van kabels en leidingen. Bij de aanleg wordt ook rekening gehouden met kabelsen leidingverordening van de betrokken gemeenten. In de NEN norm 3654 zijn afstandsnormen en richtlijnen opgenomen voor gewenste afstanden tussen hoogspanningsverbindingen en andere kabels en leidingen. Daarnaast is een richtlijn opgenomen om te komen tot een ideale afstand. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij aanleg en instandhouding van nieuwe verbindingen. Worden deze afstanden aangehouden dan is de noodzaak tot het treffen van maatregelen geminimaliseerd en kan de ongestoorde ligging beter worden geborgd.
4.11 Opsporing Ontplofbare Oorlogsresten (OOO) Er kunnen als gevolg van gevechtshandelingen uit de Tweede Wereldoorlog ontplofbare oorlogsresten (hierna OO) in het gebied zijn achtergebleven. Er ontstaat bij het spontaan aantreffen en beroeren van OO uit de Tweede Wereldoorlog mogelijk een verhoogd veiligheidsrisico. Onbedoelde detonaties kunnen bij de uitvoering van werkzaamheden in het ergste geval leiden tot dodelijk letsel en zware schade aan materieel en omgeving. Spontane OO vondsten kunnen resulteren in meerwerkkosten door stagnatie van de uitvoeringswerkzaamheden.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen ondergrondse hoogspanningskabel Rietgraaf
39
Toetsing Ten behoeve van voorliggend plan is middels een bureaustudie een explosieven inventarisatie uitgevoerd (zie bijlage 7). Op basis van de inventarisatie explosieven binnen het onderzoeksgebied kan worden vastgesteld dat een deel van het plangebied als verdacht op het aantreffen van niet-gesprongen explosieven (geschutmunitie) kan worden aangemerkt. Geadviseerd wordt om na de detailengineering de eventuele grondroerende werkzaamheden tot circa 2,5 m -mv binnen het verdachte gebied vrij te geven middels oppervlaktedetectie met eventueel opvolgende benaderingswerkzaamheden. Het betreft hier de open ontgravingen bij het intredepunt, de werkterreinen van de masten 13, 14 en 15 en mogelijk delen van de aan te leggen HDD-boring. Mogelijk is er te veel verstoring door de ondergrondse kabels en leidingen, de bovengrondse kabel of andere obstakels, waardoor de detectie pas (volledig) kan plaatsvinden gedurende de uitvoering van de werkzaamheden. Voor die delen van het onderzoeksgebied waarvoor op basis van het gehanteerde bronnenmateriaal geen feitelijke of herleidbare gegevens omtrent een mogelijk risico op het aantreffen van conventionele explosieven zijn aangetroffen, wordt geadviseerd om voorafgaande aan de voorgenomen werkzaamheden het uitvoerend personeel altijd te instrueren.
Conclusie De aanwezigheid van explosieven is geen ruimtelijk relevant criterium, maar het is voor de uitvoering wel van belang om hier inzicht in te hebben teneinde de veiligheid voor personeel en omgeving tijdens de realisatiefase te garanderen. Er wordt een oppervlaktedetectie met eventueel opvolgende benaderingswerkzaamheden uitgevoerd. Bij de uitvoering van de werkzaamheden wordt gewerkt volgens de instructie “Protocol toevalsvondst van een explosief”.
4.12 Electrische- en magnetische velden Voor de blootstelling, kortdurend of langdurend, aan magnetische velden zijn in Nederland geen wettelijke grenswaarden vastgesteld. Wel hebben het voormalige ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), thans Ministerie van I&M, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Europese Commissie adviezen gegeven voor grenswaarden voor de blootstelling aan magnetische velden. Voor 50 Hz magnetische velden volgt uit de richtlijn van de Europese Commissie als advies een grenswaarde van 100 microtesla voor de hele bevolking. Dit advies is gebaseerd op de aanbevelingen van de International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection (ICNIRP) en worden tevens onderschreven door de World Health Organization en de Nederlandse Gezondheidsraad. Vanwege onder andere de ongerustheid over een relatie tussen blootstelling aan magnetische velden van bovengrondse hoogspanningslijnen en kinderleukemie, heeft de Nederlandse overheid in 2005 beleid opgesteld voor magnetische velden van hoogspanningslijnen. Op basis van het voorzorgsprincipe wordt aangeraden om zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig worden blootgesteld aan magnetische velden van bovengrondse hoogspanningslijnen.
Dit geldt voor 'gevoelige locaties', zoals woningen, scholen en crèches waarbij als voorzorg een maximaal jaargemiddelde magnetische veldsterkte van 0,4 µT wordt gebruikt. Dit beleidsadvies is niet van toepassing op ondergrondse kabelverbindingen en kabelovergangsgebieden (overgangen tussen gestuurde boring en open ontgraving) en opstijgpunten. Het zoveel als redelijkerwijs mogelijk vermijden van nieuwe gevoelige bestemmingen of bebouwing is dan ook geen traceringsuitgangspunt
40
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen ondergrondse hoogspanningskabel Rietgraaf
voor ondergrondse verbindingen, echter gelet op andere traceringsuitgangspunten verdient het aanbeveling zo veel als redelijkerwijs mogelijk afstand te bewaren tot de gebouwde omgeving. De 0,4 microteslazone is onderzocht, de ligging is te zien in afbeelding 4.5. Daarin is te zien dat de magneetveldzone niet nabij woningen gelegen is. Waar het plangebied wel langs woningen ligt, wordt een gestuurde boring toegepast zodat de magneetveldzone hier niet boven het maaiveld komt en zo geen belemmeringen veroorzaakt.
Afbeelding 4.5: Magneetveldzone
4.13 Klimaat De klimaatverandering noopt tot aanpassingen in ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeenteraad van Nijmegen heeft haar visie hierop in de Kadernotitie Klimaat, de duurzaamheidsagenda 2011-2015 en de nota Duurzaamheid in Uitvoering 2013-2017 vastgelegd. Hoofddoelstelling is dat Nijmegen op termijn energieneutraal wordt en dat de stad zich voorbereidt op klimaatverandering. Kernbegrippen hierbij zijn mitigatie en adaptatie. Mitigatie is het tegengaan en verminderen van negatieve effecten op het klimaat. Dit kan door energiegebruik te beperken en/of duurzame energiebronnen te gebruiken en door gebruik te maken materialen uit vernieuwbare bronnen. Nijmegen streeft er daarom naar om als stad energieneutraal te worden. Adaptatie is het aanpassen aan de wijzigende omstandigheden zoals extremere weersomstandigheden en een stijgende energieprijs. Voorbeelden hiervan zijn het voorkomen van oververhitting, aandacht voor windklimaat en het realiseren van grotere
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen ondergrondse hoogspanningskabel Rietgraaf
41
piekbergingen voor neerslag. Toetsing Nijmegen wil in 2045 een stad zijn die in zijn eigen energiebehoefte voorziet. Leveringsgarantie is daarbij van essentieel belang. Dit plan draagt daar aan bij. Inzetten op duurzaamheid is tegelijk een belangrijke kans voor economische groei. Nijmegen kan in 2045 een energieneutrale stad zijn door 50% energie te besparen en 50% energie duurzaam op te wekken (ten opzichte van totaal stedelijk energieverbruik 2009). Met voorliggend plan worden verder geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt Conclusie Middels voorliggend plan wordt aangesloten bij de doelstellingen van de gemeente Nijmegen.
4.14 MER-beoordeling Voor plannen en besluiten die ontwikkelingen bevatten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, geldt de verplichting om de procedure voor milieueffectrapportage te doorlopen of te beoordelen of het doorlopen van een dergelijke procedure noodzakelijk is (een m.e.r.-beoordeling). Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 zijn er twee vormen van m.e.r.-beoordelingen: 1. 2.
projecten die vallen onder bijlage D van het Besluit m.e.r. en de vormvrije m.e.r.-beoordeling ook wel vergewisplicht genoemd. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten.
Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling gelden twee voorwaarden: 1. het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. 2. de omvang van al die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde (kolom 2 van de D-lijst). Het aanleggen van een ondergrondse hoogspanningsleiding van 150kV of meer is een activiteit welke is genoemd in het Besluit m.e.r. (onderdeel D 24.2). De drempelwaarde van 5 kilometer in gevoelig gebied wordt niet overschreden. Omdat de drempelwaarden indicatief zijn, is er echter wel een vormvrije m.e.r. beoordeling nodig voor het bestemmingsplan. De vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt opgesteld in de vorm van een aanmeldingsnotitie (zie Bijlage 8 Aanmeldingsnotitie m.e.r.). Op basis van de aanmeldingsnotitie zal het bevoegd gezag, i.c. het college van burgemeenster en wethouders, een belissing nemen inzake de mer-plicht. Dit besluit wordt genomen, voorafgaand aan de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan.
42
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen ondergrondse hoogspanningskabel Rietgraaf
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1
Inleiding
Het bestemmingsplan is opgesteld conform de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012 (Rsro 2012). Dit houdt in dat het bestemmingsplan is opgesteld volgens de StandaardVergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP), de verbeelding is getekend conform Informatiemodel Ruimtelijke Ordening 2012 (IMRO 2012) en wordt uitgewisseld volgens de conventies van de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI2012).
5.2
Systematiek van de planregels
De regels van het bestemmingsplan zijn opgebouwd uit inleidende regels (waar wordt ingegaan op de begrippen en wijze van meten), de bestemmingsregels (waar de bestemmingen worden beschreven), de algemene regels (waar de algemeen geldende regels staan), de overgangs- en slotregels (met het overgangsrecht). Voorliggend plan is grotendeels een facetbestemmingsplan. Dit houdt in dat met dit plan aan de regels en de verbeelding de dubbelbestemming Leiding - Hoogspanning worden toegevoegd aan de geldende bestemmingsplannen en waarbij die plannen verder ongewijzigd van kracht blijven. De dubbelbestemming is opgenomen in artikel 10. In de Algemene regels (artikel 14) is bepaald hoe de dubbelbestemming doorwerkt in de geldende bestemmingsplannen. In het plangebied is ook een beheersverordening van toepassing. Hierbij kan niet gewerkt worden met een facetbestemmingsplan, omdat een bestemmingsplan een beheersverordening overschrijft. Daarom is voor die gronden de geldende bestemming Agrarisch, Bedrijf - 1, Bedrijf 2, Bos, Groen en Recreatie - Verblijfsrecreatie inhoudelijk één op één overgenomen. Daarnaast is de enkelbestemming 'Recreatie' toegekend aan de gronden waar de zendmast is beoogd. Deze zendmast wordt in voorliggend plan geborgd via een functieaanduiding op de verbeelding, waaraan regels zijn verbonden.
Op grond van de RO Standaarden 2012 kan een functieaanduiding alleen op een verbeelding worden opgenomen en aan de planregels gekoppeld mits er ook een bestemming aan die gronden is toegekend. De geldende bestemming 'Recreatie' is daarom opgenomen, waarbij de regels uit het geldende plan van toepassing blijven, aangevuld met een regeling voor een zendmast.
5.3
Beschrijving per bestemming
De bestemming Agrarisch beslaat het gedeelte van het plangebied waar het deels het bestaande chaletpark wordt doorkruist. Voor deze bestemming zijn geen ontwikkelingen voorzien. Deze bestemming en de mogelijkheden zijn in overeenstemming met de vigerende regeling.De regels en mogelijkheden zijn 1 op 1 overgenomen vanuit het vigerend plan. De bestemming Bedrijf - 1 beslaat het gedeelte van het plangebied waar het deels het bestaande bedrijventerrein Griftdijk wordt doorkruist. Voor deze bestemming zijn geen ontwikkelingen voorzien. Deze bestemming en de mogelijkheden zijn in overeenstemming met de vigerende regeling. De regels en mogelijkheden zijn 1 op 1 overgenomen vanuit het vigerend
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen ondergrondse hoogspanningskabel Rietgraaf
43
plan. De bestemming Bedrijf - 2 beslaat het gedeelte van het plangebied waar het deels het bestaande bedrijventerrein Stationsstraat wordt doorkruist. Voor deze bestemming zijn geen ontwikkelingen voorzien. Deze bestemming en de mogelijkheden zijn in overeenstemming met de vigerende regeling.De regels en mogelijkheden zijn 1 op 1 overgenomen vanuit het vigerend plan. De bestemming Bos beslaat het gedeelte van het plangebied waar het deels het bestaande chaletpark wordt doorkruist. Voor deze bestemming zijn geen ontwikkelingen voorzien. Deze bestemming en de mogelijkheden zijn in overeenstemming met de vigerende regeling.De regels en mogelijkheden zijn 1 op 1 overgenomen vanuit het vigerend plan. De bestemming Groen beslaat het gedeelte van het plangebied waar het deels het bestaande bedrijventerrein Griftdijk wordt doorkruist. Voor deze bestemming zijn geen ontwikkelingen voorzien. Deze bestemming en de mogelijkheden zijn in overeenstemming met de vigerende regeling.De regels en mogelijkheden zijn 1 op 1 overgenomen vanuit het vigerend plan. De bestemming Recreatie beslaat het gedeelte waarop de bestaande zendmast gesitueerd is. Voor deze bestemming zijn geen ontwikkelingen voorzien. Deze bestemming en de mogelijkheden zijn in overeenstemming met de vigerende regeling.
De bestemming Recreatie - Verblijfsrecreatie beslaat het gedeelte van het plangebied waar het deels het bestaande chaletpark wordt doorkruist. Voor deze bestemming zijn geen ontwikkelingen voorzien. Deze bestemming en de mogelijkheden zijn in overeenstemming met de vigerende regeling. De bestemming Leiding - Hoogspanning is opgenomen voor het grootste deel van het plangebied. In voorliggend bestemmingsplan is de dubbelbestemming opgenomen voor het totale ruimtebeslag na aanleg van de kabel. Het totale ruimtebeslag tijdens de aanlegfase bedraagt ongeveer 30 meter. Deze werkstrook omvat niet alleen de kabelsleuf, maar ook de werkweg en de ruimte voor de tijdelijke opslag van de grond en het materiaal. Het totale ruimtebeslag na aanleg bedraagt 8,6 meter bij het deel in open ontgraving en 16 meter bij de gestuurde boringen. In het kader van de dubbelbestemming is uitgegaan van een breedte van 8,2 meter (open ontgraving) tot 16 meter (boringen).
44
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen ondergrondse hoogspanningskabel Rietgraaf
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid 6.1
Grondexploitatiewet
Op grond van artikel 6.12 Wro, lid 1 (afdeling 6.4 grondexploitatie) stelt de gemeenteraad bij de vaststelling van (onder meer) een bestemmingsplan een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen, indien het kostenverhaal niet op een andere wijze is verzekerd. Het moet gaan om een bouwplan, omdat de effectuering van het kostenverhaal op grond van het exploitatieplan altijd gekoppeld is aan de verlening van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. In het Besluit ruimtelijke ordening is aangegeven wat onder een bouwplan moet worden verstaan (Art. 6.2.1 Bro): de bouw van een of meer woningen; de bouw van een of meer hoofdgebouwen; de uitbreiding van een hoofdgebouw met tenminste 1.000 m2 of met een of meer woningen; de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor kantoor- of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m2 (was 1.000 m2) bedraagt;' de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2.
Een exploitatieplan is niet vereist, indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld via gronduitgifte, precarioverordening of (exploitatie)overeenkomsten. Uiteraard is een exploitatieplan ook niet noodzakelijk, als realisering van het bouwplan geen kosten vergt van de overheid. Conclusie Dit bestemmingsplan maakt geen bouwplannen in de zin van de Besluit ruimtelijke ordening mogelijk. De gemeentelijke kosten voor de procedure zijn geregeld door een anterieure overeenkomst tussen TenneT en de gemeente Nijmegen (afgesloten op 25 november 2020).
6.2
Kosten van aanleg en instandhouding
De kosten van de aanleg en instandhouding van de ontwikkeling worden gedragen door de netbeheerder. De leveringszekerheid is een wettelijke taak van de netbeheerder op grond van de Elektriciteitswet 1998. Indien nut en noodzaak van een project zijn aangetoond kan de netbeheerder de investeringskosten doorberekenen in de tarieven voor transport van elektriciteit.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen ondergrondse hoogspanningskabel Rietgraaf
45
6.3
Vestiging zakelijk recht
Voor de aanleg en instandhouding van een ondergrondse hoogspanningsverbinding moet de netbeheerder gebruik kunnen (blijven) maken van een strook grond ter plaatse van de hoogspanningsverbinding. Deze strook (de zakelijk rechtstrook) is vastgesteld op basis van het benodigde ruimtebeslag voor aanleg en instandhouding. Daarbij is rekening gehouden met veiligheidseisen. Om gebruik te kunnen (blijven) maken van de grond in deze strook sluit Reddyn een zakelijk rechtovereenkomst (inclusief gebruiksovereenkomst) af met de eigenaar, de eventuele overige zakelijk gerechtigden (erfpachters, opstalhouders, et cetera) en de eventuele persoonlijk gerechtigden (huurder, pachters, et cetera). In deze overeenkomsten worden de afspraken vastgelegd over het gebruik van de grond en welke vergoeding en welke rechten op toekomstige vergoedingen de rechthebbende van de netbeheerder zal ontvangen. Het zakelijk recht betreft een opstalrecht en is een zelfstandig recht dat een inbreuk vormt op het exclusieve gebruiksrecht van de eigenaar en de overige zakelijk gerechtigden. De netbeheerder hanteert bij de vestiging van een zakelijk recht het principe van schadeloosstelling (volledige schadevergoeding) zoals de Belemmeringenwet Privaatrecht die kent.
Schadeloosstelling betekent dat de rechthebbenden vóór en ná de vestiging van het zakelijk recht in een gelijkwaardige vermogens- en inkomenspositie dienen te verkeren. Schadeloosstelling geschiedt in beginsel ongeacht het moment waarop schade zich voordoet. De schade dient wel een rechtstreeks en noodzakelijk gevolg te zijn van de vestiging van het zakelijk recht. Belemmeringenwet Privaatrecht De netbeheerder tracht op minnelijke wijze met grondeigenaren, overige zakelijk gerechtigden en gebruikers overeenstemming te bereiken over het gebruik van een strook grond (de zakelijk rechtstrook) ter plaatse van de hoogspanningsverbinding door middel van het vestigen van een zakelijk recht. In het geval op minnelijke wijze geen overeenstemming kan worden bereikt, kan voor aanleg en instandhouding van de verbinding een beroep worden gedaan op de Belemmeringenwet Privaatrecht. Middels deze wet kan door de Minister van IenW aan de rechthebbenden op de grond een zogenaamde gedoogplicht worden opgelegd. In artikel 20 van de Elektriciteitswet 1998 is onder meer de toegang tot de Belemmeringenwet Privaatrecht vastgelegd voor de aanleg van elektriciteitsnetten als hier aan de orde.
46
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen ondergrondse hoogspanningskabel Rietgraaf
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1
Inspraak
Voor de procedure van dit ontwerpbestemmingsplan is op 17 november 2021 een vooraankondiging gepubliceerd. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende een periode van zes weken ter visie gelegen (van donderdag 2 december 2021 tot en met woensdag 12 januari 2022). Binnen deze termijn is eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen tegen het plan kenbaar te maken. De tervisielegging is gepubliceerd in het elektronische gemeenteblad van Nijmegen. Tegen het ontwerpbestemmingsplan is geen zienswijze ingekomen.
7.2
Overleg
Het bestemmingsplan doorloopt de wettelijke procedure. Het concept ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegestuurd aan de verschillende (semi)overheden en belangenorganisaties. Op 20 september 2021 is vanuit het Waterschap een mail ontvangen waarop zij aangeven geen opmerkingen te hebben op het bestemmingsplan. Het plan is conform de eisen en wensen van ons waterschap.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen ondergrondse hoogspanningskabel Rietgraaf
47