CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringsplan Voor- en Vroegschoolse Educatie 2025-2029

Besluitronde (raadsvergadering) 16 april 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: D19 d.d. 18 maart 2025 over Uitvoeringsplan voor- en vroegschoolse educatie 2025-2029 & subsidieregeling5.070 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitvoeringsplan Voor- & Vroegschoolse educatie 2025 – 2029 ‘Met hoge kwaliteit brengen we kinderen verder’

Maart 2025

Inhoud: Inleiding ..............................................................................................................................................................................2 Analyse: Dit zien we ............................................................................................................................................................4 Hoofddoel van beleid op voor- en vroegschoolse educatie .............................................................................................7 Strategisch doel 1: Voor- en vroegschoolse educatie bevordert gelijke onderwijskansen door de ontwikkeling van kinderen te stimuleren .......................................................................................................................................................8 Strategisch doel 2: Ononderbroken ontwikkeling van voor- naar vroegschool ...........................................................10 Strategisch doel 3: Voorscholen zijn een pedagogische basisvoorziening van dusdanige kwaliteit dat vrijwel alle peuters binnen deze context gedijen en instroom in specialistisch zorgvoorzieningen wordt voorkomen ...............11 Strategisch doel 4: Ouders worden optimaal betrokken ...............................................................................................13 Budgettair kader

...............................................................................................................................................................14

1

▪

Inleiding In Nijmegen werken we aan gelijke onderwijskansen voor kinderen. Het Nijmeegse college en haar opvang- en onderwijspartners streven naar gelijke (onderwijs)kansen. Want ieder kind verdient een mooie toekomst en een ‘succesvolle schoolloopbaan’ is daarbij cruciaal. Dit is niet voor alle kinderen vanzelfsprekend. De realiteit is dat mogelijkheden/kansen van kinderen verschillen op basis van sociaaleconomische achtergrond en (opgroei)context. Al in de peuter- en kleuterleeftijd kunnen deze uitgangsposities zich vertalen in een taal- en ontwikkelachterstand. Dit maakt het (effectief) volgen van onderwijs uitdagend, met een onderwijsachterstand als waarschijnlijk. Om ongelijke uitgangsposities op jonge leeftijd te compenseren is voor- en vroegschoolse educatie een cruciale interventie. Voor- en vroegschoolse educatie (hierna vve) verbetert de startpositie van kinderen met een achterstand en draagt zo bij aan een succesvolle schoolloopbaan.1 Vve moet van hoge kwaliteit zijn en goed beschikbaar zijn voor deze doelgroep, want de eerste vier jaar van ons leven zijn cruciaal voor de aanleg van mentale en sociale vaardigheden. Sinds de introductie van vve (in 1998) is onze stad dan ook zeer vooruitstrevend geweest in het organiseren van deze emancipatoire voorziening.

In 2016 is Nijmegen bestempeld als ‘voorbeeld voor Nederland’ en in de steekproef van 2022 bleken alle de vier geobserveerde locaties hoge educatieve en pedagogische kwaliteit te beiden.2 Ook het aandeel bereikte peuters met een indicatie voor deelname ligt in Nijmegen (fors) boven het landelijk gemiddelde: In Nijmegen nemen 90% tot 95% van deze peuters (tussen 2,5 en 4 jaar) deel aan een voorschool, tegenover een landelijk gemiddelde van 80 tot 85%. Doel van dit uitvoeringsplan Onze successen willen niet zeggen dat we in Nijmegen op onze lauweren kunnen rusten. Nieuwe tijden brengen nieuwe uitdagingen en het organiseren van goede vve is en blijft een uitdaging. De effectiviteit van vve staat of valt met de goede uitvoering en intensieve samenwerking. Dit plan heeft als doel uitvoering te formuleren op onze stevige ambities op het bestrijden van ongelijke (onderwijs)kansen. Daartoe bevat dit plan een analyse van de huidige situatie en formuleert het doelen en interventies voor de uitvoeringsperiode 2025-2029.

Veen, Van der Veen & Leseman (2022) ‘Voor- en vroegschoolse educatie helpt, mits de kwaliteit goed is.’ Omroep Gelderland (2016) ‘Aap, noot, mies; Voorschoolse opvang Nijmegen 'voorbeeld voor Nederland'. Onderwijsinspectie (2022) ‘Kwaliteit voor- en vroegschoolse educatie Nijmegen’. 1 2

2

▪

Terugblik op VVE in de afgelopen uitvoeringsperiode In Nijmegen is altijd stevig geïnvesteerd in de kwaliteit van de voor- en vroegschoolse educatie. Bij KION bieden 29 peutergroepen en 3 kinderdagverblijven voorschoolse educatie. Bij KINOP en Abeltje zijn er 4 groepen met voorschoolse educatie. Er zijn 21 scholen (16 scholen van Conexus, 4 scholen van de Stichting Sint Joseph Scholen en 1 school van de Simonscholen) die vroegschoolse educatie aanbieden. Op 19 locaties in Nijmegen werken vooren vroegschool samen als VVE-koppellocatie. Deze koppels werken samen ten behoeve van de doorgaande leerlijn: de samenwerking tussen voorschool en vroegschool die als doel heeft kinderen een ononderbroken ontwikkelingsgang van voor- naar vroegschool te geven. Daarnaast werden er stedelijke bijeenkomsten georganiseerd over inhoudelijke thema’s voor de pedagogisch coach en de VVE coördinator. Er heeft op vier koppellocaties in de stad intensieve professionalisering plaatsgevonden middels VVE plus. Nijmegen heeft per 2020, start afgelopen periode, de volgende keuzes gemaakt die hebben bijgedragen aan zowel het hoge deelnamepercentage van doelgroeppeuters dat is bereikt: • Inzet op goede spreiding over de stad van locaties die voorschoolse educatie aanbieden. • Doelgroeppeuters nemen 4 dagdelen (16 uur) per week deel aan de voorscholen, daarvan zijn twee dagdelen zonder eigen bijdrage.

• Doelgroeppeuters mogen met 2 jaar starten aan deelname aan de voorscholen, daardoor kunnen ze eerder starten met wennen. • Alle peuters (zonder indicatie) peuters mogen 2 dagdelen per week deelnemen aan de voorscholen. • Groepen met waar 60%/80% van de peuters een doelgroeppeuters is worden extra ondersteund met interventies als extra taakuren3 voor pm’ers en groepsverkleining.

Wettelijk kader Voor- en vroegschoolse Educatie De ‘Wet op het Primair Onderwijs’ en het ‘’Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie’ schrijven de verplichtingen voor aan de gemeente, het basisonderwijs en de kinderopvang op het gebied van de vve. Gemeenten ontvangen spuk-middelen van de Rijksoverheid om de voorschoolse educatie vorm te geven. De kwaliteitseisen hiervoor zijn vastgelegd in het Besluit Basisvoorwaarden Kwaliteit Voorschoolse Educatie. Het besluit schrijft voor dat per 1 augustus 2020 het VE-aanbod minimaal 960 uur per doelgroeppeuter moet zijn (gemiddeld 16 uur per week). Per 1 januari 2022 moet een kinderopvanglocatie die voorschoolse educatie aanbiedt een VVE coach hebben voor de coaching van de pedagogische medewerkers (hierna pm’ers) van deze groepen. De gemeente Nijmegen financiert (wettelijk): 10 uur per doelgroeppeuter aan coaching uren per jaar. De gemeente bepaalt ook welke kinderen in aanmerking komen voor VVE. Het consultatiebureau voert dit uit en stelt vast of er sprake is van een taal- en/of ontwikkelachterstand. Op het moment dat een peuter een zogenaamde indicatie heeft gekregen, bestaat er ook recht op een tegemoetkoming in de kosten. Wanneer er sprake is van een VVE-indicatie door het consultatiebureau betaalt de gemeente over het algemeen een groot deel van de kosten voor voorschoolse educatie.

Ouders betalen een (beperkte) ouderbijdrage. De kinderopvang valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). De vroegschoolse educatie wordt uitgevoerd op groep 1 en 2 van de basisschool en valt daarmee onder het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Door deze splitsing bestaan er verschillende financiële stromen en kwaliteitskaders naast elkaar en vindt toezicht plaats vanuit twee organisaties (namelijk de Inspectie van het Onderwijs voor VVE en de GGD voor kinderopvang). Scholen ontvangen zelf middelen van de overheid op basis van hun leerlingenpopulatie voor de uitvoer van vroegschoolse educatie. Dit budget is gebaseerd op de indicatoren van het CBS. De gemeente maakt samen met schoolbesturen en voorschoolse aanbieders resultaatafspraken over VVE. Dit is een wettelijke plicht die als doel heeft de samenwerking ten behoeve van de doorgaande leerlijn te bevorderen.

3

Extra taakuren = uren voor taken die plaatsvinden buiten de aanwezigheid op de groep.

3

▪

Analyse: Dit zien we Al met al is er de afgelopen periode een stevige basis gelegd om op voort te bouwen. Dit hoofdstuk schetst drie analyses die aanknopingspunten geven voor de nieuwe uitvoeringsperiode. Samenvatting analyse: 1. De lokale evaluatie van de doorgaande leerlijn en samenwerking voor- en vroegschool. De praktijk van het organiseren van een doorgaande leerlijn is weerbarstig. Niet overal wordt er voldoende samengewerkt op kwaliteit. Er zijn in Nijmegen nog verbeterpunten waar het de samenwerking op de doorgaande leerlijn betreft. 2. Landelijk onderzoek naar de effectiviteit van vve. Vve, met name voorschoolse educatie, is effectief op het bestrijden van ontwikkelachterstanden. Wel constateren de onderzoekers dat ook landelijk een (ononderbroken) doorgaande leerlijn zeer moeizaam van de grond komt en goede aansturing hierop wenselijk is. 3. De toename zorg- en ondersteuningsvragen op de voorscholen. Voorscholen ervaren een grotere druk door toegenomen zorg- en ondersteuningsvragen en de ‘onderinstroom’ van voorschool naar dagbehandeling naar speciaal onderwijs staat haaks op de inclusie ambitie binnen onze gemeente: een zo regulier mogelijke kinderopvang en onderwijs voor ieder (jong) kind.

De lokale evaluatie van doorgaande leerlijn en samenwerking voor- en vroegschool

De voor- en vroegschoolse partners en de gemeente Nijmegen hebben de afgelopen periode als doel gehad: een stevige samenwerking tussen voor- en vroegschool. De doelstelling hiervan is een doorgaande leerlijn: kinderen krijgen een ononderbroken ontwikkelingsgang van voor- naar vroegschool. Jaarlijks vinden er monitoringsgesprekken plaats, als onderdeel van de wettelijk verplichte resultaatafspraken, om de samenwerking op de doorgaande leerlijn te evalueren op de koppellocaties4. De bevindingen van de monitoringgesprekken uitgevoerd in 2024 zijn: Samenwerking tussen voor- en vroegschool kent grote diversiteit in aard en intensiteit, er is geen uniforme Nijmeegse aanpak. • Op maar een enkele plekken maakt men de verdiepingsslag om doelen en woordenschat op elkaar af te stemmen. • Op een aantal locaties wordt gewerkt met een gezamenlijke studiedag, scholing en ouderactiviteiten. • Er is behoefte aan meer gezamenlijke professionalisering op de meeste locaties, hierbij is het vooral de zoektocht wanneer deze kan plaatsvinden. • De pedagogisch coach van de kinderopvang moet diens aandacht verdelen over meerdere locaties, dit maakt de samenwerking minder vanzelfsprekend dan in de tijd van de educatief ondersteuner. • Binnen de koppels wordt de samenwerking op het gebied van zorg op verschillende wijze vormgegeven.

Zo zijn er locaties waar de kwaliteitscoördinator structureel op peutergroepen komt kijken of waar leerkrachten en pedagogisch medewerkers (hierna pm’ers) bij elkaar op de groepen komen. Maar er zijn ook locaties waar deze samenwerking nauwelijks van de grond komt. • Er is een sterke wens om de samenwerking met buurtteams te verbeteren. De tevredenheid over de huidige samenwerking verschilt sterk van locatie tot locatie. Meer kennis over elkaars werkwijze en (on)mogelijkheden is wenselijk. • Pedagogisch coaches geven aan met name met zorg casuïstiek bezig te zijn en minder met het ondersteunen op educatieve kwaliteit. • Scholen geven aan dat het niveau van kinderen bij de overgang van voor- naar vroegschool lager is dan voorheen. Kinderen zijn minder vaak ‘school klaar’. • Een overdracht vanuit het consultatiebureau wordt gemist en zou men graag structureel willen zien.

Koppellocaties = samenwerking tussen voorschool en basisschool t.b.v. de doorgaande leerlijn veelal gaan alle kinderen van de voorschool naar de basisschool die samen een koppel vormen. 4

4

▪

Landelijk onderzoek naar de effectiviteit van vve Wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van VVE gaat onverminderd door. Het goede nieuws: VVE verkleint de afstand tussen de doelgroep en de niet-doelgroep, met name op woordenschat maar ook op verbaal geheugen, aandacht en zelfcontrole. Er is sprake van een duidelijk inhaaleffect: de achterstand is niet volledig ingelopen, maar wel significant kleiner geworden. Enkele bevindingen uit het pre-COOL onderzoek over VVE in Nederland: 5 •

• • •

•

•

Voorschoolse kwaliteitskenmerken worden over de hele linie sterk gerelateerd aan de vaardigheidsgroei van kinderen (woordenschat, verbaal geheugen, aandacht en zelfcontrole). Verkleining van aanvankelijke achterstanden zien de onderzoekers meer in de voorschoolse dan in de vroegschoolse periode. Voorschoolse educatie is vooral effectief voor kinderen waarvan de thuistaal niet Nederlands is. Kinderen gaan in de helft van de gevallen naar een school met een erkend vve-programma. Dit heeft impact op de geobserveerde educatieve kwaliteit. Sinds de knip in voor- en vroegschoolse educatie (2006) hebben gemeenten weinig grip op de educatieve kwaliteit binnen de vroegscholen. De onderzoekers adviseren meer beleidsmatige ondersteuning voor samenwerkingsinitiatieven, vanuit één verantwoordelijke partij. Over het algemeen is er geen sprake van een doorgaande leerlijn in de aangeboden educatieve kwaliteit van voor- naar vroegschool. Dit heeft grote effecten op de effectiviteit van het aanbod. De onderwijsraad beaamt dit.6 Van belang is dat zowel de educatieve als de emotionele kwaliteit voldoende is.

Toename zorg- & ondersteuningsvragen op de voorscholen De voorscholen ervaren een verzwaring van de doelgroep. De ondersteuningsbehoefte van jonge kinderen is veranderd. Dit blijkt uit de monitoringsgesprekken, een lokaal onderzoek uitgevoerd door Innovatie Nul13 en de landelijke kwaliteitsmetingen van kinderopvang en voorscholen.7 Landelijke cijfers van CBS Stateline tonen dat de toename van jeugdzorggebruik onder 0-4-jarigen groter is dan onder 0-23 jarigen.8 Gerelateerd aan deze verzwaring is dat in Nijmegen steeds meer jonge kinderen vanwege achterstanden, beperkingen en andere problematiek vanuit de voorschool instromen in specialistische zorgvoorzieningen. Bijvoorbeeld dagbehandeling. Vanuit deze voorzieningen stromen deze kinderen bijna altijd door naar het speciaal (basis)onderwijs. Voor sommige kinderen is dit ook de best passende route. Maar met deze groeiende ‘onderinstroom’ in deze onderwijstypes zit Nijmegen boven het landelijke gemiddelde. Dit is een trend die contrair is aan de ambitie op meer inclusie: een zo regulier mogelijke kinderopvang en onderwijs voor ieder (jong) kind. Deze ambitie van meer inclusie wordt nadrukkelijk (uit)gedragen door de schoolbesturen, het samenwerkingsverband Stromenland en de kinderopvang.

Deze ambitie hebben we omdat inclusie ten goede komt aan de ontwikkelkansen van kinderen en de gemeente Nijmegen een opgave heeft op het terugdringen van specialistische zorgvoorzieningen zoals dagbehandeling. Netwerk Jonge kind & inzet ambulant pedagogische medewerker Gezien bovenstaande is de afgelopen periode onze netwerksamenwerking rondom jonge kinderen versterkt. Het Netwerk Jonge Kind brengt daartoe partijen die actief zijn in de sociale basis, de kinderopvang/voorscholen, primair onderwijs, SWV Stromenland, de Buurtteams Jeugd en Gezin, de jeugdgezondheidszorg en specialistische zorgaanbieders bijeen. Dit netwerk benutten we om tot een agenda rondom de inclusie van jonge kinderen te komen. Een interventie die is ontstaan vanuit dit netwerk is de (pilot) inzet van ambulant pedagogisch medewerkers (APM’ers). Dit is gericht op het maximaliseren van het zelfoplossend vermogen van de voorscholen, ofwel het (tijdelijk) versterken van de reguliere context. De evaluatie van Oberon bevestigd dat de inzet van de APM’ers daadwerkelijk dit effect heeft.

Veen, Van der Veen & Leseman (2022) ‘Voor- en vroegschoolse educatie helpt, mits de kwaliteit goed is.’ Onderwijsraad (2023) ‘Brief: Advies over voorzieningen voor jonge kinderen’. 7 Pauline Slot in ‘Kader’ vakblad van Academie & vak vereniging schoolleiders; Innovatie Nul13 (2024) Onderzoek en voorbereidingen beleid VE Versterkt en Inclusief. 8 KeTJA (2020) ‘Toename kinderen in de leeftijd 0-4 met een zorgbehoefte in Amsterdam.’ 5 6

5

▪

6

▪

Hoofddoel van beleid op voor- en vroegschoolse educatie: “We bevorderen samen met de schoolbesturen en kinderopvanginstellingen kansengelijkwaardigheid, taal- en talentontwikkeling en welbevinden van kinderen en jongeren met een rijke en passende ontwikkelomgeving.” Dit hoofddoel is vastgesteld door de raad in de doelenboom voor het programma onderwijs binnen de begroting. Er zijn vier strategische doelen die we moeten behalen om vanuit vve bij te dragen aan bovenstaande hoofddoel. Deze zijn: 1. Voor- en vroegschoolse educatie bevordert gelijke onderwijskansen door de ontwikkeling van kinderen te stimuleren. 2. Ononderbroken ontwikkeling van voor- naar vroegschool. 3. Voorscholen zijn een pedagogische basisvoorziening van dusdanige kwaliteit dat vrijwel alle peuters binnen deze context gedijen en instroom in specialistisch zorgvoorzieningen wordt voorkomen. 4. Ouders worden optimaal betrokken. Op de volgende bladzijden worden deze strategische doelen nader gedefinieerd en uitwerkt in operationele doelstellingen en/of interventies.

7

▪

Strategisch doel 1: Voor- en vroegschoolse educatie bevordert gelijke onderwijskansen door de ontwikkeling van kinderen te stimuleren Voor- en vroegschoolse educatie dient gelijke onderwijskansen te bevorderen van kinderen met (risico op) onderwijsachterstanden door de ontwikkeling van deze kinderen te versterken. De voorscholen streven naar optimaal voorbereiding van peuters op onderwijsdeelname. Ons gezamenlijke doel is dat aan het eind van de vroegschool (start groep 3) de achterstand is weggewerkt. Doelgroep van VVE en proces van indicering

Vve start met een ‘indicatie’ afgegeven door het consultatiebureau. De indicatie wordt afgegeven als een kind behoort tot de doelgroep van voorschoolse educatie. De doelgroep definiëren we als: “Kinderen met een taal en/of ontwikkelachterstand, die afname van vier dagdelen voorschoolse educatie rechtvaardigt. ” De professional van het consultatiebureau checkt bij het consult van 15 maanden hoe de spraak-taalontwikkeling en de algehele ontwikkeling van een kind verloopt. Op basis van criteria stelt de professional vast of er sprake is van bovenstaande achterstand.

Om zoveel mogelijk kinderen in Nijmegen gelijke onderwijskansen te bieden middels VVE definiëren we drie operationele doelen en bijpassende interventies:

Operationeel doel 1: In Nijmegen is vve van hoge kwaliteit en wordt de ontwikkeling van deze kinderen sterk gestimuleerd. Vanuit de ambitie om ieder kind gelijke (onderwijs)kansen te geven, zetten we in Nijmegen in op het borgen van het kwalitatief goede aanbod van vve waarin we de afgelopen jaren hebben geïnvesteerd. We formuleren twee soorten kwaliteit die hoog moeten zijn op voor- en vroegschool:9 • Emotionele kwaliteit: Aanbod gericht op sociaal-emotionele ontwikkeling en sociale interactie. Dat wordt bevorderd met aspecten als een positieve sfeer: wordt er plezier gemaakt, is er een positieve/affectieve band met elkaar, zijn pm’ers/leerkrachten sensitief naar en responsief op kinderen, is er ondersteuning in het vertonen van wenselijk gedrag en functioneren binnen groep. • Educatieve kwaliteit: Aanbod gericht op actief faciliteren van cognitieve en taalontwikkeling van kinderen. Door activiteiten aan te bieden die taalrijk zijn, waarin ze uitgedaagd worden om na te denken en waarin ze gericht feedback krijgen die ze in staat stelt een stapje verder te komen in hun ontwikkeling. Interventies t.b.v. hoge kwaliteit 1. Updaten ‘Nijmeegse Kwaliteitskader VVE’ op basis van het ‘Onderzoekskader 2021 voor het toezicht op de voorschoolse educatie en het primair onderwijs’ van de onderwijsinspectie.

We hebben daarbij oog voor de juiste balans, afhankelijk van de leeftijd, tussen de twee soorten kwaliteit. Zoals geadviseerd door de onderwijsinspectie.10 2. Voor- en vroegscholen (blijven) werken met erkende vve programma’s. 3. We behouden het uitgangspunt dat we streven naar gemengde groepen. Daarom kunnen kinderen zonder indicatie 8 uur per week aan de voorschool deelnemen, van de leeftijd 2,5 tot 4 jaar. We kiezen er bewust voor reguliere/niet-doelgroep peuters pas te laten starten bij 2,5 jaar in plaats van 2 jaar. Kinderen van 2 jaar zijn erg jong voor deelname aan de voorscholen, dit zet educatieve kwaliteit onder druk omdat pm’ers bij deze jonge kinderen meer tijd besteden aan verzorgende taken. Doelgroep kinderen laten we wel starten met 2 jaar omdat het half jaar ‘wennen’ voor deze groep de extra druk op de groep rechtvaardigt. Indien de JGZ-professional het toch noodzakelijk acht dat een niet-doelgroeppeuters met 2 jaar start, dan kan dat middels een hardheidsclausule. 4. Aanvullende subsidies gericht op kwaliteit versterken op groepen met een hoog percentage doelgroeppeuters: a. Verbeteren pedagogische medewerker-kind ratio (groepsverkleining). 9

Veen, Van der Veen & Leseman (2022) Voor- en vroegschoolse educatie helpt, mits de kwaliteit goed is. Inspectie van het Onderwijs (2023). Kwaliteit voorschoolse educatie 2022.

10

8

▪

b. c.

5.

Extra uren VE-coach, aanvullend op wettelijk minimum. Aanvullende taakuren pm’ers en VE-coach voor: i. Gesprekken met ouders en ouderbetrokkenheid. ii. Afstemming met externen (consultatiebureau, buurteams, ect). iii. Gerichte interventies, projecten en/of trainingen. Structurele overleggen t.b.v. op bestuurlijk, beleidsmatig en operationeel niveau voor het versterken van het netwerk.

Monitoring Steekproefsgewijs meten van educatieve en emotionele proceskwaliteit.

Operationeel doel 2: Voor kinderen met een indicatie zijn voorscholen voldoende toegankelijk. Alle kinderen met een risico op (taal)achterstand hebben baat bij voorschoolse educatie.11 We willen daarom zoveel mogelijk van deze kinderen bereiken. Onze ambitie is dat tenminste 90% van alle doelgroeppeuters (in de leeftijd 2,5 tot 4 jaar) gebruik maakt van voorschoolse educatie. Dit vereist voldoende beschikbare kindplaatsen en een goede spreiding van dit aanbod over de stad. Interventies t.b.v. een toegankelijke voorziening 1. Doelgroeppeuters (zie kader ‘Doelgroep van VVE en proces van indicering’ vorige bladzijde) mogen vanaf 2 tot 4 jaar 16 uur per week deelnemen aan de voorschool. Van kinderen tussen de 2 en de 2,5 jaar wordt nog niet 16 uur per week deelname verwacht, zij zitten in een opbouwfase, na 2,5 jaar is dit wel het geval. 2. Een hoog bereik begint bij een goede indicatiestelling. Met de inzet van de expertise van consultatiebureaus wordt gekeken welke kinderen baat hebben bij voorschoolse educatie. 3. Betaalbare voorschool: we behouden de ouderbijdrage conform de regels van de Belastingdienst. Voorschoolse aanbieders hanteren het normtarief (maximale uurprijs) zoals vastgesteld door de Belastingdienst. Monitoring: 1.

We monitoren het aantal kindplaatsen, aantal deelgenomen uren en het doelgroepbereik (percentage peuters met indicatie dat daadwerkelijk deelneemt aan voorschoolse educatie). Subsidieregeling Voor- en vroegschoolse educatie 2025 stelt beleidsregels vast voor het verstrekken van subsidies voor de diverse interventies genoemd in dit uitvoeringsplan én de subsidie kindgebonden financiering VE-peuteropvang. Middels deze subsidie wordt de deelname van peuters aan de voorscholen bekostigd.

Operationeel doel 3: De medewerkers van de voor- en vroegscholen beschikken over de kennis en kunde die is vereist voor hoge kwaliteit. Professionals moeten effectief pedagogisch-educatief kunnen handelen, dat komt ten goede aan een optimale ontwikkelingskansen voor kinderen. Dat vraagt om kennis en vaardigheden over leren en ontwikkelen, over de aard van kansenongelijkheid en over hoe deze te bestrijden. Het bestrijden van onderwijsachterstanden dient te gebeuren op basis van actuele kennis uit onderzoek en praktijk. Ruimte voor innovatie en co-creatie beschouwen we als belangrijke kwaliteitsaspecten. Interventies t.b.v. kennis en kunde 1. In een samenwerkingsagenda wordt aandacht besteed aan gezamenlijke professionalisering en scholing. 2. Koppellocaties organiseren tenminste jaarlijks een gezamenlijke professionaliseringsactiviteit. 3. Financiering van 10 uur VE-coaching uren per doelgroeppeuter per jaar (wettelijke plicht).

11

Veen, Van der Veen & Leseman (2022) Voor- en vroegschoolse educatie helpt, mits de kwaliteit goed is.

9

▪

Strategisch doel 2: Ononderbroken ontwikkeling van voor- naar vroegschool Ons doel voor de komende uitvoeringsperiode is een doorgaande leerlijn creëren waarbij kinderen een ononderbroken ontwikkeling doormaken van de voorschool naar de vroegschool. Want de effectiviteit van vve in het bestrijden van achterstanden staat of valt met de uitvoering hiervan. Willen leerkrachten in groep 1/2 achterstanden effectief aanpakken dan moeten zij goed kunnen aansluiten op het ontwikkelingsniveau van elk kind. Dit maakt goede samenwerking en uitwisseling tussen kinderopvang en onderwijs cruciaal, op zowel kindniveau (overdrachten) als op inhoud en werkwijze. Dit gaan we daarom stevig op inzetten. Ons succes op dit vlak zal zich reflecteren in de voorspoed van onze doelgroep.

Operationele doelen t.b.v. een ononderbroken ontwikkeling Voor het realiseren van een doorgaande leerlijn met ononderbroken ontwikkeling formuleren we de volgende operationele doelen: 1. Medewerkers van voor- en vroegscholen brengen visie, inhoud (bv. woordenschat) en werkwijze met elkaar in lijn. 2. Medewerkers van voor- en vroegscholen hebben structureel aandacht voor de evaluatie en bijstelling van de doorgaande leerlijn. 3. Medewerkers van voor- en vroegscholen nemen deel aan gezamenlijke professionalisering. Interventies t.b.v. een ononderbroken ontwikkeling 1. We investeren in taakuren van leerkrachten en pm’ers/VE-coaches voor structureel samenwerking, om te komen tot afgestemde inhoud, werkwijze en evaluatie hiervan. De medewerkers gebruiken de kwaliteitskaart om hierop een PDCA-cyclus te realiseren. 2. We gaan de mogelijkheden verkennen om medewerkers ‘uit te wisselen’. Bijvoorbeeld het aansluiten van de kwaliteitscoördinator op de peutergroep, om kennis en expertise uit te wisselen. 3. We zorgen voor draagvlak binnen de voorscholen en vroegscholen om deze samenwerking te realiseren en zien hierop toe. Bestuurlijk blijft er de komende periode consequent aandacht voor het realiseren van deze samenwerking middels de lokaal educatieve agenda-overleggen. 4. Gezamenlijke professionaliseringsactiviteiten medewerkers voor- en vroegschool. Monitoring 1.

We gebruiken de (huidige) kwaliteitskaart als evaluatie-instrument. De kwaliteitskaart maakt inzichtelijk wat de koppellocaties hebben bereikt op afstemming van visie, inhoud en werkwijze. 2. We rapporteren aan de lokaal educatieve agenda-overleggen in hoeverre de operationele doelen worden bereikt op locatieniveau.

Doorontwikkelen werkwijze doorgaande leerlijn en resultaatafspraken De werkwijze van doorgaande leerlijn en van de resultaatafspraken zijn toe aan doorontwikkeling. Hierboven worden de doelen en interventies voor deze werkwijze vastgesteld. Het budgettair kader maakt inzichtelijk welke middelen hiervoor beschikbaar zijn. Met voorscholen en basisscholen wordt in 2025 een werkwijze ontworpen voor het realiseren van bovenstaande doelen. Daarbij bouwen we voort op al bestaande werkwijze, zoals de Kwaliteitskaart VVE gemeente Nijmegen - koppellocaties. In 2026 dient de nieuwe werkwijze van start te gaan. Het is mogelijk dat we ervoor kiezen om de resultaatafspraken (ambities vroegschool) hierbij nader aan te scherpen.

10

▪

Strategisch doel 3: Voorscholen zijn een pedagogische basisvoorziening van dusdanige kwaliteit dat vrijwel alle peuters binnen deze context gedijen en instroom in specialistisch zorgvoorzieningen wordt voorkomen Zoals beschreven in het analysehoofdstuk is er een toename van zorg- & ondersteuningsvragen op de voorscholen. Dit gaat gepaard met een onwenselijke onderinstroom van voorschool naar speciaal (basis)onderwijs. De gemeente Nijmegen, het onderwijs, de kinderopvang en diverse maatschappelijke partners hebben daarom, vanuit verschillende overlegtafels, reeds gewerkt aan het formuleren van een ambitie op inclusie: een zo regulier mogelijke kinderopvang en onderwijs voor ieder jong kind. Dit betekent sterke pedagogische basisvoorzieningen waarbij verschillen tussen kinderen worden geaccepteerd en jeugdigen worden gezien en geholpen in de context van hun eigen (reguliere) omgeving. De ambitie op inclusie wordt met dit uitvoeringsplan vertaald naar doelen en interventies voor de voorscholen. Dit heeft de volgende redenen: 1. De doelgroep van de inclusie ambitie, ofwel de kinderen die zonder deze ambitie niet in een reguliere context blijven en onderinstromen, zitten met name op de voorscholen. De kwaliteit van de pedagogische basis van de voorscholen is dus van groot belang. 2.

De toegenomen zorg- en ondersteuningsvragen hebben effect op de educatieve kwaliteit van de voorscholen. Want steeds meer tijd/aandacht van pedagogisch medewerkers en VE-coaches is nodig voor deze vragen. De uitdaging om binnen de beschikbare uren voldoende aanbod gericht op educatie te bieden, wordt daardoor groter. Met name op de locaties met een hoog percentage doelgroep peuters is dit het geval. 3. Goede kwaliteit van voorschoolse educatie is een gedeelde (wettelijke) plicht voor aanbieders en de gemeente Nijmegen. Wij zijn ervan overtuigd dat het mes aan twee kanten snijdt: investeren in de kwaliteit van voorscholen als pedagogische basisvoorziening draagt bij aan de inclusie ambitie (het voorkomen van de onderinstroom) én het bevorderen van onderwijskansen.

Operationele doelen t.b.v. het maximaliseren van de kwaliteit van de voorscholen en het voorkomen van instroom in specialistische zorgvoorzieningen: 1.

2.

3. 4.

We werken vanuit wat kinderen nodig hebben in hun ontwikkel- en (eventuele) ondersteuningsbehoefte. We stimuleren dat: a. Ons aangrijpingspunt voor ondersteuning niet zozeer ligt bij het kind, maar in de context waarin het kind en gezin zich bevindt. b. Het kind (met of zonder extra ondersteuning) kan meedoen in het reguliere onderwijs/opvang. Een belangrijk uitgangspunt is dat we de focus leggen op de context en de mogelijkheden van het kind. Verschillen tussen kinderen worden geaccepteerd en kinderen worden gezien in de context van hun omgeving. We zorgen middels goede netwerksamenwerking van partijen betrokken bij het jonge kind voor snelle, passende ondersteuning voor kind en ouders(s). Interventies die zo veel mogelijk op collectief niveau en vanuit een normale, niet geïndiceerde setting worden ingezet genieten de voorkeur. We willen dat het vermogen van voorscholen om inclusief te zijn, optimaal is. We blijven daartoe met elkaar op netwerkniveau in gesprek. We zorgen ervoor dat medewerkers van de voorschool vaardig zijn in inclusief en context gericht werken. Daarbij sluiten we aan op de ontwikkelingen binnen de vroegschool op dit gebied. Zodat werkwijze op elkaar zijn afgestemd ten behoeve van een doorgaande lijn. Inclusief werken is een duurzame doelstelling die we gezamenlijk nastreven.

11

▪

Interventies t.b.v. maximaliseren van de kwaliteit van de voorscholen en het voorkomen van instroom in specialistische zorgvoorzieningen 1. Aanvullende taakuren voor medewerkers voorscholen beschikbaar voor het voeren van gesprekken met ouders en netwerkpartners. 2. Verhogen van het aantal uren VE-coaching, aanvullend op wettelijk mininum. 3. Gezamenlijke professionalisering/trainingen medewerkers voor- en vroegscholen gericht op inclusief en contextgericht werken. Bijvoorbeeld: de training van Druk & Dwars. 4. Inzet van ambulant pedagogische medewerker. De ambulant pedagogische medewerker is een tijdelijke extra inzet van een pedagogische medewerker (met meer kennis/vaardigheden) voor kinderen met lichte ondersteuningsvragen, die in een periode van drie maanden geholpen kunnen worden. Doel van deze interventie is het maximaliseren van het zelfoplossend vermogen van de voorscholen en het versterken van de context rond het kind. De uitgevoerde evaluatie naar de pilot inzet van APM, uitgevoerd door Oberon, laat positieve resultaten op deze doelen zien.12 5. Samenwerking op inclusie wordt onderdeel van een samenwerkingsagenda. 6. We verkennen de mogelijkheid van een ‘overdracht’ van consultatiebureau naar voorschool en de mogelijkheid van een ‘evaluatiegesprek’ tussen voorschool en ouders. Monitoring 1. Herhalingsonderzoek van Innovatie Nul13 in 2026. 2.

Monitoring en gerichte aansturing op de inzet van de ambulant pedagogisch medewerker.

12

Oberon (2024) Evaluatie van Pilot inzet Ambulant Pedagogisch Medewerker Gemeente Nijmegen. 12

▪

Strategisch doel 4: Ouders worden optimaal betrokken Ouders zijn de eerste en belangrijkste factor voor de ontwikkeling van kinderen. Kinderen die thuis uitgedaagd en gestimuleerd worden, komen op school beter mee. Ouders die de taal machtig zijn kunnen zich optimaal betrekken bij de ontwikkeling van hun kind op (voor)school. Ouders willen het beste voor hun kind. Daarom formuleren we twee operationele doelen op ouderbetrokkenheid

Operationele doelen t.b.v. ouderbetrokkenheid: 1. 2.

Ouders worden door voor- en vroegschool actief betrokken en ondersteund bij de stimulering van de ontwikkeling van hun kind. Ouders worden door voor- en vroegschool gemotiveerd om aan hun eigen taalvaardigheid te werken.

Aanpalend beleidsterrein: Gezinsaanpak geletterdheid Met het tweede operationele doel sluiten we aan op de gemeentelijke gezinsaanpak geletterdheid. Dit beleidsterrein en vve moeten elkaar versterken omdat het veelal gaat over dezelfde gezinnen. Kinderen die opgroeien in een taalarme thuisomgeving hebben een sterk verhoogde kans op het ontwikkelen van onvoldoende taalvaardigheden. Door ouders te stimuleren aan hun eigen geletterdheid te werken, doorbreken we het intergenerationele probleem van beperkte taalvaardigheden en versterken we de kansen van het kind.

Interventies t.b.v. ouderbetrokkenheid 1. Zowel voor- als vroegscholen hebben plannen voor ouderbetrokkenheid, rekening houdend met: het communiceren van verwachtingen, het actief betrekken van ouders bij de groep en het programma, het stimuleren van ouders om thuis aan de slag te gaan. a. Wij hebben hoge verwachtingen van ouders en communiceren dit (op positieve wijze). Gelijkwaardigheid en partnerschap tussen professionals en ouders is belangrijk. Als dat vertrouwen wederzijds aanwezig is, zien we dat ouders pedagogisch kunnen meegroeien. 2. We gaan met voor-, vroegscholen, Bindkracht10 en het consultatiebureau bekijken wat op voorhand en tijdens deelname aan vve te communiceren met ouders over wat van hen ‘verwacht’ wordt en hoe hen te ondersteunen in het verbeteren van de eigen taalvaardigheid. Daarbij zoeken we de verbinding met de gezinsaanpak geletterdheid. 3. Extra taakuren pm’ers voor gesprekken met ouders en ouderbetrokkenheid op zware doelgroep locaties. 4. We nemen het thema ouderbetrokkenheid, en stimulering in de thuisomgeving, op in een samenwerkingsagenda.

13

▪

Budgettair kader Voorscholen Basis Kindgebonden financiering VE-peuteropvang en wettelijke uren VE-coaching.

€ 4.435.000

Voorscholen Versterkt & inclusief Subsidies voor versterken zware doelgroep locaties en bevorderen inclusie.

€ 853.000

Samenwerking Voor- en vroegscholen t.b.v. doorgaande leerlijn en professionalisering Subsidies voor samenwerking voor- en vroegschool t.b.v. doorgaande leerlijn en gezamenlijke professionalisering.

€ 421.000

Totaal jaarlijks beschikbaar budget uitvoeringsplan VVE 2025-2029 prijspeil 2025, onder voorbehoud van vaststelling begroting door de raad.

€ 5.711.000

Bijlage: Subsidieregeling Voor- en vroegschoolse educatie 2025 Deze regeling stelt beleidsregels vast voor het verstrekken van subsidies voor de diverse interventies genoemd in dit kader én de subsidie kindgebonden financiering VE-peuteropvang. Middels deze subsidie wordt de deelname van peuters aan de voorscholen bekostigd.

14

▪

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=0d6660f4-150f-4cdc-9cf1-311178d643ae