Uitvoeringsplan behorende bij aanpak ‘Gelijkwaardige kansen in het onderwijs’
Tekst van het document
UITVOERINGSPLAN behorende bij AANPAK GELIJKWAARDIGE KANSEN IN HET ONDERWIJS 2023-2026
Nijmegen, november 2023
Inhoud Inleiding ..............................................................................................................................................................................2 1.
Wat doen we al............................................................................................................................................................3 1.1. Regionale aanpak jeugd en jongeren naar school of werk ...................................................................................3 1.2. Lokale aanpak jeugd ...............................................................................................................................................4
2.
Waar is extra inzet op nodig.......................................................................................................................................7 2.1. Uitgangspunten .......................................................................................................................................................7 2.2. De keuzes voor ongelijk investeren ........................................................................................................................8
3.
Wat gaan we extra doen.............................................................................................................................................9 3.1. Doelen en activiteiten..............................................................................................................................................9 3.1.1.
Programmalijn ‘Iedereen kan groeien’ ......................................................................................................9
3.1.2.
Programmalijn ‘Iedereen kan meedoen’ .................................................................................................11
3.1.3.
Programmalijn ‘Iedereen kan hulp krijgen’ .............................................................................................14
3.2. BEGROTING ............................................................................................................................................................15 4.
Meten, Monitoren, Evalueren...................................................................................................................................16
BIJLAGE 1
Overzicht van lopende activiteiten en budgetten ...................................................................................18
BIJLAGE 2
Overzicht van indicatoren bij de activiteiten in de programmalijnen....................................................20
1
Inleiding Het bestrijden van onderwijsachterstanden en het bevorderen van gelijkwaardige kansen is een belangrijke prioriteit van ons college. Onze ambitie is dat alle Nijmeegse kinderen en jongeren zich maximaal kunnen ontwikkelen, ongeacht hun achtergrond. De gemeente Nijmegen zet al veel in om kinderen en jongeren zo goed mogelijk mee te laten doen. Om bovenstaande ambitie mede te realiseren hebben we een plan ‘Gelijkwaardige kansen in het onderwijs 2023-2026’ opgesteld, samen met onze partners in de stad. De gesprekken met het onderwijs, jongerenorganisaties, buurtteams en de jongeren zelf leverden input voor dit plan gelijkwaardige kansen in het onderwijs. In het plan is vastgesteld dat het tegengaan van kansenongelijkheid een opdracht is voor iedereen, met een grote rol voor het onderwijs. Het verbinden van de drie leefwerelden -school, thuis, omgeving- is belangrijk in de aanpak van gelijke kansen. Het uiteindelijke effect dat we proberen te bereiken is een samenspel van kwalitatief goed onderwijs (de verantwoordelijkheid van de scholen) en effectieve interventies voor gelijkwaardige kansen in en om het onderwijs (vanuit gemeentelijke aanpak en middelen). We geven hier invulling aan in de drie programmalijnen. Dit zijn: iedereen kan meedoen, iedereen kan groeien en iedereen kan hulp krijgen.
Kinderen, jongeren en gezinnen worden al op verschillende manieren ondersteund wanneer dat nodig is. Met onze aanpak in dit uitvoeringsplan versterken we het netwerk rondom het kind en de jongere door meer samenhang, verbinding en versterking aan te brengen in het aanbod dat er al is. Op 27 september jl. stelde de gemeenteraad de doelen, uitgangspunten uit het plan en de inzet voor 2023 vast. In dit uitvoeringsplan: 1. Geven we aan hoe we vanuit onze doelen en uitgangspunten komen tot extra inzet van €1 miljoen vanuit coalitiemiddelen om kansengelijkheid voor onze kinderen en jongeren te vergroten. 2. Maken we inzichtelijk op welke wijze wij de verwachte resultaten van onze (extra) inzet gaan meten, evalueren en verantwoorden. Leeswijzer In hoofdstuk 1 schetsen we een beeld van wat we al doen in de stad voor kinderen en jongeren om hen gelijkwaardige kansen te bieden en mee te laten doen. Hoofdstuk 2 gaat in op de gekozen uitgangspunten en de afweging die we maken om extra te investeren. In hoofdstuk 3 staat welke interventies we inzetten om de gelijkwaardige kansen te vergroten en presenteren we de bijbehorende begroting. Tot slot beschrijven we in hoofdstuk 4 hoe we de komende jaren de resultaatmeting, monitoring en evaluatie vormgeven.
2
1. Wat doen we al In Nijmegen bieden we ondersteuning aan kinderen, jongeren en gezinnen. Dit doen we zowel op lokaal als op regionaal niveau. Deze ondersteuning versterkt het netwerk rondom het kind en jongere. Het zorgt ervoor dat zij veilig, gezond en kansrijk kunnen opgroeien en mee kunnen doen in de samenleving. Deze ondersteuning draagt in allerlei vormen bij aan gelijkwaardige kansen in het onderwijs. Met dit uitvoeringsplan sluit we aan bij al bestaande initiatieven. We geven in dit hoofdstuk op hoofdlijnen een beeld van de bestaande initiatieven. Op deze manier wordt duidelijk welke keuzes we maken in het plan, waarom we die maken en wat we daarmee willen bereiken.
Afbeelding 1: De verschillende niveaus van ondersteuning voor kinderen, jongeren en gezinnen (Bron: www.jeugdregionijmegen.nl)
1.1. Regionale aanpak jeugd en jongeren naar school of werk Regionaal werken we aan twee grote programma’s: het regioprogramma jeugd en de regionale aanpak jongeren naar school of werk. Regioprogramma jeugd Eind 2023 wordt naar verwachting het Regioprogramma Jeugd 2023-2028 vastgesteld in het Rijk van Nijmegen. Hierin is de gezamenlijke ambitie benoemd dat we in het Rijk van Nijmegen het netwerk rondom kinderen en gezinnen versterken, zodat inzet van jeugdzorg minder vaak noodzakelijk is. Het verbinden van de drie leefwerelden - school, thuis, omgeving- is een belangrijke voorwaarde om deze ambitie te bereiken. Het programma is een regionale vertaling van de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028, die gemeenten en het Rijk overeen zijn gekomen om de knelpunten in de jeugdzorg structureel aan te pakken.
3
In meerdere opgaven in het regioprogramma jeugd ligt een stevige verbinding met het onderwijs en de kinderopvang. Zo werken we aan een ontwikkelagenda Inclusief onderwijs, versterken we de samenwerking tussen (passend) onderwijs en (jeugd)hulp en werken we op verschillende manieren aan het versterken van de mentale veerkracht van onze kinderen en jongeren. Aanpak jongeren naar school of werk In de aanpak ‘jongeren naar school of werk’ werken gemeenten samen met het onderwijs in de regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en de aanpak jeugdwerkgelegenheid. We willen dat iedere jongere op school zit of aan het werk is en zo nodig een aansluitend zorgaanbod ontvangt. Voortijdig schooluitval willen we zo veel mogelijk voorkomen. Deze gezamenlijke opgave ligt op het snijvlak van onderwijs, gemeenten en werkgevers. Op verschillende momenten in hun onderwijscarrière kunnen jongeren drempels ervaren. Door een verkeerde studiekeuze, problemen thuis, gezondheidsklachten of iets anders is het afronden of oppakken van een studie dan niet vanzelfsprekend. Gelukkig lukt het de meeste jongeren om de studie succesvol af te ronden. Elke jongere die dat niet zelfstandig lukt, verdient onze inzet en ondersteuning.
In een samenhangend pakket van maatregelen zetten we bij de aanpak jongeren naar school of werk (2021-2025) in op het voorkomen van schooluitval en/of begeleiden we kwetsbare jongeren bij de overstap naar de arbeidsmarkt.
1.2. Lokale aanpak jeugd In wisselwerking met onze regionale aanpak, werken we in Nijmegen aan brede ondersteuning voor onze inwoners. Dit doen we langs drie opgavesporen: we willen een sterke basis voor kinderen en jongeren krachtige buurtteams en normalisering meer bestaanszekerheid en meer maatwerk en stevige regie bij multiproblematiek Dit uitvoeringsplan richt zicht vooral op het versterken van de basis voor en het netwerk rondom kinderen en jongeren in het Onderwijs. Daarom werken we dat opgavespoor wat verder uit en geven we een beknopte weergave van de andere twee sporen, die grote meerwaarde en samenhang hebben voor de sterke basis. Voor een meer gedetailleerd overzicht van de interventies die we al doen verwijzen wij naar bijlage 1. 1.
Een sterke basis voor kinderen en jongeren In het door de raad vastgestelde beleidskader Samenwerken, samen sterk is de ambitie en aanpak voor de versterking van de sociale basis geschetst. Jeugd is hier nadrukkelijk een onderdeel van. Wanneer gezinnen, kinderen en jongeren een sterke basis hebben, kunnen zij zelf en met hun eigen netwerk en professionals in de basisvoorzieningen zoals leerkrachten, omgaan met levensgebeurtenissen, met stress, met beperkingen en met de puberteit. We zetten hier een veelheid aan interventies op in. Hieronder volgt een beknopte opsomming van interventies voor een goed beeld van het bestaande aanbod. Deze opsomming is niet uitputtend en heeft als doel de bredere context te schetsen waarbinnen we ons uitvoeringsplan Gelijkwaardige kansen plaatsen. Investeren in ontwikkelkansen jonge kind We investeren in kwalitatief goed aanbod en ontwikkelkansen voor het jonge kind. Gemeente, kinderopvangaanbieders en basisscholen werken samen aan een aanbod voor kinderen met een risico op een onderwijsachterstand. Zo hebben wij een, ook landelijk gewaardeerd, aanbod van voorschoolse educatie. Peuters met een taalachterstand ontvangen een verrijkt taalaanbod in de opvang. Daarnaast hebben we in ons Onderwijs Achterstanden Beleid (OAB) een aanbod gericht op leesmotivatie en leesstimulering en het aanbod van schakelklassen waar NT2-leerlingen les krijgen.
Het afgelopen jaar hebben we geïnvesteerd in het Netwerk Jonge Kind. Dit Netwerk benutten we om tot een agenda voor het jonge kind te komen, waarin we gezamenlijke doelen en uitgangspunten rondom de inclusie van jonge kinderen opnemen en een set van samenhangende maatregelen om te komen tot zo regulier mogelijke kinderopvang en onderwijs voor ieder jong kind.
4
We werken aan de doorontwikkeling van de aanpak brede scholen. Het doel is dat kinderen in Nijmegen na school kunnen deelnemen aan kwalitatief goed aanbod om ontwikkelkansen en ontmoeting te vergroten. Deze ontwikkelkansen zijn gericht op de leefdomeinen van een kind. Er is voldoende ruimte om te differentiëren en aan te sluiten bij de specifieke behoefte van een school- of wijkpopulatie. Een belangrijke voorwaarde is dat het aanbod toegankelijk is voor álle kinderen, dus ook de kinderen die niet in de wijk naar school gaan. Voorbeelden hiervan zijn bibliotheken op scholen, inzet van buurtsportcoaches en cultuureducatie op scholen en in naschools aanbod zoals de Weekendschool, Technovium, Natuur- en milieu educatie. Opvoedondersteuning 0-23 jaar en ouderbetrokkenheid We bieden gezinnen een breed aanbod opvoedondersteuning 0-23 jaar waar ouders met vragen terecht kunnen. De meeste vragen rondom opvoedondersteuning gaan over kinderen in de voorschoolse en basisschool leeftijd. Enkele concrete interventies en projecten die we in de stad uitvoeren zijn De Voorleesexpres, Homestart, Spel aan Huis, Zakgeldproject en Jij & Ik Maatjesproject. Jongerenwerk, coaching en participatie We zetten breed in op het jongerenwerk. Kinderen en jongeren ‘switchen’ voortdurend tussen de omgevingen school, thuis, vriendengroepen en de wijk/omgeving en de daarbij behorende leefwerelden.
Een goede verbinding tussen deze leefwerelden zorgt ervoor dat kinderen en jongeren zich optimaal kunnen ontwikkelen en problemen in een vroeg stadium en laagdrempelig opgelost kunnen worden. In onze stad zetten we in op jongerenwerkers in de wijken en op de VO-scholen. Het jongerenwerk heeft (vooral) op school de verbindende rol in de driehoek school-thuis-omgeving (wijk). Zij werken ook nauw samen met de jongerencoaches op het moment dat er signalen van (beginnende) criminele activiteiten zijn. Deze aanpak is onderzocht door Youthspot, het lectoraat jongerenwerk in Amsterdam. De werkzame elementen gebruiken we om de komende jaren de inzet en aanpak van het jongerenwerk te verbeteren en eventueel uit te breiden. Daarnaast verzorgt FC Social Work diverse activiteiten waarbij de verschillende leefwerelden van de jongeren bij elkaar komen, waaronder Futsal Chabbab. Het doel is om schooluitval onder kinderen en jongeren te beperken, overlast in de wijk te verminderen en zelfontplooiing te bevorderen. We investeren in verschillende maatjes- en coachingsprojecten. In deze projecten ondersteunen vrijwillige coaches jongeren bij vragen rondom plannen, leren of andere (praktische) vragen. Zo richt School’s Cool zich vooral op kinderen die de overstap maken van het basis- naar het voortgezet onderwijs.
ROC Nijmegen heeft een eigen coachproject waar studenten met verschillende ondersteuningsvragen terecht kunnen. Stichting Move is actief in verschillende wijken in de stad en biedt naast een maatje ook activiteiten gericht op (jongeren)participatie. We hebben de ambitie om kinder- en jongerenparticipatie te vergroten door hen (nog) beter te betrekken bij de lokale besluitvorming. Dit doen we onder meer via de Kinderraad en de Jongerenraad. Overgangen 4+/12+/18+ Kinderen en jongeren maken op verschillende momenten in hun (school)leven grote overstappen. Dit is bijvoorbeeld bij de overgang naar school of van het primair naar het voortgezet onderwijs. De meeste kinderen maken deze overgang soepel, maar sommige kinderen zijn kwetsbaarder en hebben daar ondersteuning bij nodig. Daar hebben we aandacht voor. Dat geldt ook voor kinderen waar de overgang naar hun 18e jaar niet vanzelfsprekend soepel verloopt, bijvoorbeeld door de overgang in wetgeving van Jeugdwet naar WMO. We zorgen ervoor dat we onze jongeren goed in beeld houden bij de overgang naar hun 18e jaar. We streven ernaar om in Nijmegen deze overgang naar volwassenheid voor elke jongere kansrijk te laten verlopen. Dit doen we door hen te helpen de basis op orde te krijgen, wanneer dat niet vanzelfsprekend gebeurt vanuit de leefwereld waarin de jongere opgroeit.
De leefgebieden vormen daarbij de leidraad: de samenhang tussen Support, Wonen, School & Werk, Inkomen, Zorg & Welzijn. We noemen deze ‘de big five’. Het TWES 18-/18+ is een netwerk van ruim 25 partijen die vanuit verschillende domeinen samenwerken op de big five.
5
Alle kinderen en jongeren doen mee We vinden het belangrijk dat alle kinderen optimaal mee kunnen doen, ongeacht waar ze zijn geboren. Waar kinderen niet kunnen deelnemen vanwege de te hoge kosten voor ouders, zetten we ons armoedebeleid in. Het kan dan gaan om een bijdrage voor de vrijwillige ouderbijdrage, schoolreisjes en computers of schoolbenodigdheden, maar ook deelname aan sport- of cultuuraanbod en behalen zwemdiploma. Vooruitlopend op de landelijke regeling voor schoolmaaltijden hebben we tijdelijk ontbijttassen voor gezinnen verstrekt. Een goed ontbijt draagt positief bij aan het leerproces en de ontwikkeling van het (schoolgaande) kind. Niet alleen sociaal economische verschillen werken ongelijkheid in de hand, ook verschil in gezondheid en de toegang daartoe werken ongelijkheid in de hand. Daarom zetten we in het Onderwijs in op gezondheidsmakelaars op scholen (po en vo) en extra ureninzet voor de jeugdarts/jeugdarts 18+. Nijmegen accepteert geen enkele vorm van discriminatie en racisme. Iedereen moet zichzelf kunnen zijn en zich veilig voelen in de stad, ongeacht gender, leeftijd, geloof, culturele identiteit of seksuele oriëntatie. Zo zet het ROC sinds begin 2023 stagemakelaars in om voor alle jongeren een passende stageplek te vinden. De eerste ervaringen hiermee zijn positief.
De afgelopen jaren heeft Nijmegen een omvangrijk programma opgezet om discriminatie en racisme te bestrijden en de emancipatie te bevorderen van groepen die worden gediscrimineerd. De gemeente doet dit samen met maatschappelijke organisaties, onderwijsinstellingen en iedereen die hieraan wil bijdragen. We doen als gemeente ook interventies in het onderwijs. Zo is SchoolsOUT een mooie interventie die zelfs als voorbeeld dient voor andere gemeenten. We vinden het belangrijk dat kinderen op school zichzelf kunnen zijn en houden van wie ze willen. Scholen en de kinderopvang in de regio Nijmegen krijgen ondersteuning op maat om dit mogelijk te maken. Het gaat om een samenwerkingsverband van alle scholen (po, vo en mbo), de twee grootste kinderopvanginstellingen, GGD Gelderland-Zuid, COC Regio Nijmegen, Dito en gemeente Nijmegen. De aanpak van discriminatie is al een opdracht van scholen. Deze zit verwerkt in hun burgerschapsaanpak. Binnen het onderwijs is er ook aandacht voor acceptatie van diversiteit en het voorkomen van kansenongelijkheid. We ondersteunen het onderwijs (po, vo, mbo, hbo, wo) daar waar nodig bij het bespreekbaar maken van discriminatie. Actueel is onze inzet op de bespreekbaarheid op Nijmeegse scholen voor voortgezet onderwijs en de aanpak. Het gaat immers om een maatschappelijk probleem dat het beste samen, ieder vanuit de eigen rol (o.a.
scholen, ouders en gemeenten) bestreden en aangepakt kan worden. Nieuwe ontwikkelingen, versterken netwerk Landelijk nemen we als voorlopergemeente deel aan de Gelijke Kansen Alliantie. In deze alliantie van gemeenten, maatschappelijke organisaties en het onderwijs worden onder meer afspraken gemaakt over de inzet van data om analyses, resultaat en effectmetingen, onderzoek, experimenten en veelbelovende lokale interventies op te zetten. Of om inspiratie op te doen bij andere gemeenten, zoals de familiescholen in Amsterdam. Verder zetten we in op samenwerking en strategische afstemming met de kennisinstellingen in onze stad, door onze partnerschap in Ieder Talent Telt en de City Deal Kennis Maken. Hierdoor kunnen we onze gemeentelijke interventies spiegelen aan actuele, landelijke en lokale kennis en inzichten over kansengelijkheid, inclusie en talentontwikkeling. 2.
Krachtige Buurtteams en normalisering De Buurtteams Jeugd en Gezin hebben een centrale positie in het Nijmeegse zorgnetwerk. Zo werken de Buurtteams vanuit acht locaties dichtbij onze inwoners en op basis van gezinsplannen die samen met jeugdigen en ouders worden opgesteld. Ook bieden de Buurtteams steeds meer zelf basishulp, verwijzen minder door naar zorgaanbieders en hebben een nadrukkelijke rol bij de vormgeving van de sociale basis door actieve deelname aan de stadsdeelprogrammering. De regie wordt zo veel mogelijk belegd bij de jeugdige en het gezin, tenzij dit hen nog niet helemaal zelf lukt. Daarnaast werken de buurtteams zichtbaar en actief vanuit het primair onderwijs. Op elke basisschool is minstens een dagdeel per week een gezinswerker actief. Er zijn korte lijnen naar de kinderopvang, het VO en MBO in de vorm van vaste contactpersonen. In Noord verkennen we hoe we de samenwerking tussen Jeugd-GGZ-aanbieders, Buurtteams en 6
huisartsenpraktijken kunnen verstreken, met een duidelijke lijn naar het jeugdpreventieplatform in het stadsdeel. Ook hebben de buurtteams een aanpak rondom veiligheid van kinderen en jongeren. 3.
Meer bestaanszekerheid, meer maatwerk en stevige regie bij multiproblematiek We weten uit landelijk onderzoek dat bestaanszekerheid het fundament is onder opgroeien en opvoeden: als er sprake is van armoede, een onzekere of onveilige woonsituatie dan ontstaat er opvoedstress en dit heeft grote impact op het gezond en veilig kunnen opgroeien van kinderen en jongeren. Nijmegen heeft al jaren een stevige aanpak en uitgebreid palet aan maatregelen en regelingen om armoede en schulden bij gezinnen en jongeren tegen te gaan. Zo ondersteunt Stichting Leergeld kinderen en gezinnen om zoveel mogelijk deel te kunnen nemen aan bijvoorbeeld sport, culturele activiteiten en bij het dragen van schoolkosten. Ongeveer 3200 kinderen maken hier gebruik van. Belangrijk in de aansluiting met de Buurtteams Jeugd en Gezin en Buurtteams Volwassenen is de Financieel Expert in de Wijk (FEW) die we structureel hebben ingebed in het sociaal domein. Deze professional kent alle regelingen, is dichtbij beschikbaar voor de professionals in de Buurtteams en kan op casusniveau direct betrokken worden en ondersteunen. Dit jaar besteden we bij onze schuldenaanpak extra aandacht aan jongeren met geldzorgen door het inrichten van het Jongerenperspectieffonds dat we willen verbinden met de FEW en de jongerenwerkers in wijk en op scholen. Er is een campagne gestart in 2023 ‘Fix je shit’.
Hierin wijzen we jongeren op wat ze financieel moeten regelen op het moment dat ze 18 worden. De Regieteams zorgen ervoor dat de woonoverlast in de wijken wordt teruggedrongen, de veiligheid van jeugdigen wordt verbeterd en dat dreigende huisuitzettingen worden voorkomen. In de Regieteams werken woningbouwcoöperaties, politie, Sterker sociaal werk, Jeugdbescherming Gelderland, Schuldhulpverlening, Pro Persona en de gemeente nauw met elkaar samen.
2. Waar is extra inzet op nodig In het vorige hoofdstuk hebben we stilgestaan bij wat we al doen voor onze jeugd. Het is dan ook vanzelfsprekend dat dit uitvoeringsplan een aanvulling is hierop. Op basis van de analyse en uitgangspunten in het eerder vastgestelde plan Gelijkwaardige Kansen in het Onderwijs sluiten we met de gekozen interventies aan bij opgavespoor 1 (zie paragraaf 1.2). We kiezen voor meer samenhang, verbinding en versterking in de sociale basis. We realiseren ons dat andere beleidsterreinen, zoals armoede, bestaanszekerheid en gezondheid ook een bijdrage leveren aan het vergroten van kansen van onze jongeren. Waar nodig en mogelijk leggen we verbindingen met de ontwikkelingen en activiteiten binnen deze beleidsterreinen. In de vastgestelde aanpak Gelijkwaardige kansen zijn de uitgangspunten benoemd die de basis zijn voor de gemaakte keuzes in dit uitvoeringsplan. Vandaar dat we in dit hoofdstuk de uitgangspunten nogmaals uitlichten en onze keuzes voor ongelijk investeren duiden. Ongelijk investeren kan op verschillende manieren. In paragraaf 2.2. worden deze verder uitgewerkt.
2.1. Uitgangspunten In het vastgestelde plan gelijkwaardige kansen zijn de uitgangspunten benoemd die de basis zijn voor de gemaakte keuzes in de uitvoering. Zo leggen we de focus van de interventies op de doelgroep 10-15 jaar. Op de beleidsterreinen van de kinderopvang (doorontwikkeling VVE beleid) als in en om het primair onderwijs (brede scholen, rijke schooldag) vinden op dit moment al grote ontwikkelingen plaats. Minder aandacht is er echter voor de jonge tiener. De overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs is van grote invloed op de schoolcarrière van een kind en zijn of haar ouders. Er is aandacht nodig voor kinderen die obstakels ervaren in hun schoolcarrière, met name wanneer ouders dit niet voldoende kunnen bieden. Door de focus te leggen op de jonge tieners worden zij ondersteund, versterkt en kunnen ze hun talenten ontdekken op aspecten die voor hen passend zijn. 7
Talent zit in iedereen, maar de kansen om tot ontplooiing te komen zijn verschillend. Dat vraagt om ongelijk investeren om gelijkwaardige kansen te vergroten. Ongelijk investeren kan op verschillende manieren. In paragraaf 2.2. worden deze verder uitgewerkt. We hebben focus op het kind, het gezin en de omgeving. Uit verschillende onderzoeken komt naar voren dat ouderbetrokkenheid invloed heeft op de prestaties en kansen van kinderen. Wanneer de ouders niet voldoende in staat zijn om deze ondersteuning te bieden, kijken we welke mogelijkheden er in het netwerk zijn om het kind te begeleiden in zijn proces. In dit hoofdstuk hebben we al genoemd dat we een groot aanbod aan activiteiten hebben dat gericht is op meedoen, ontmoeting en talentontwikkeling. Dit aanbod is echter niet altijd goed vindbaar, te versnipperd of onvoldoende toegankelijk. We investeren niet in extra aanbod, maar in het hoogwaardig, toegankelijk en vindbaar maken en houden van het aanbod voor kinderen en hun ouders. Het vergroten van gelijkwaardige kansen hangt af van veel verschillende factoren en actoren. Het zit verankerd in de maatschappij en in de leefwereld van kinderen. Verschillende partijen hebben hier een taak in, zoals het onderwijs en de ouders zelf. We sluiten aan bij de verantwoordelijkheden van scholen en ouders. We nemen deze niet over.
Tot slot kiezen we voornamelijk voor duurzame investeringen op de lange termijn. Dit is ook nadrukkelijk de wens van de partners in de stad. Dit doen we al door integraal werken in de wijken te stimuleren, de rijke schooldag voor het primair onderwijs te ontwikkelen en de aansluiting tussen zorg en onderwijs te versterken.
2.2. De keuzes voor ongelijk investeren Ongelijk investeren is niet nieuw. Veel van onze maatschappelijke inzet als gemeente is al een manier van ongelijk investeren: we ondersteunen op allerlei manieren inwoners in Nijmegen die dit nodig hebben. In dit plan onderscheiden we verschillende manieren van ongelijk investeren: 1. Het (stadsbreed) investeren in specifieke doelgroepen en 2. ongelijk investeren gericht op specifieke gebieden. Hieronder lichten we toe hoe we ongelijk investeren zien. In hoofdstuk 3.1. geven we concreet aan met welke activiteiten we dit vormgeven. 1.
Stadsbreed investeren in specifieke doelgroepen We sluiten aan bij de investeringen die we al doen. We kiezen er in dit plan voor om stadsbreed aanvullend te investeren in specifieke doelgroepen die extra ondersteuning nodig hebben om kansengelijkheid te bevorderen. Denk hierbij aan de tegemoetkoming voor de vrijwillige ouderbijdrage voor kinderen van ouders met een lager inkomen. Alle kinderen die voldoen aan de criteria, ongeacht het stadsdeel waar ze wonen, komen hiervoor in aanmerking.
2.
Ongelijk investeren gericht op specifieke gebieden Op basis van de data in het vastgesteld plan blijkt dat we in Nijmegen grofweg een scheidingslijn van linksboven tot rechtsonder door de stad kunnen trekken. De stadsdelen onder de streep hebben vaker te maken met onder andere taalachterstanden op jonge leeftijd, een lagere sociaal-economische status, meer dan gemiddeld een andere moedertaal en hebben vaker te maken met onderadvisering. Het vermoeden is dat de potentie van kinderen met een migratieachtergrond wordt onderschat, omdat zij de Nederlandse taal nog onvoldoende beheersen. Dat maakt het moeilijker hun mogelijkheden te beoordelen en voor de kinderen om hun kansen te verzilveren. Dit heeft uiteindelijk ook invloed op het advies dat zij meekrijgen voor vervolgonderwijs. De sociaal-economische achtergrond van kinderen en ouders wordt vooral bepaald door opleidingsniveau en inkomen. Kinderen van ouders met een sociaal-economisch lagere positie blijken kwetsbaarder te zijn gedurende hun schoolloopbaan. Dit heeft ook gevolgen voor hun positie op de arbeidsmarkt. Dit is vooral het geval als het gezinsinkomen niet toereikend is, of geen of te weinig ruimte biedt voor uitstapjes en vakanties. Activiteiten die vormend werken voor een kind. Zo ontstaan verschillen in cognitieve vaardigheden die niet verminderen gedurende de schooltijd.
Tevens zijn buurteffecten bepalend op kansen- en inkomensgelijkheid. Deze argumenten maken het nodig om in bepaalde wijken meer te investeren om de kansen te vergroten. We investeren met gebiedsgerichte focus (school of stadsdeelniveau) in de stadsdelen Lindenholt, Dukenburg, Zuid en Midden. 8
Deze twee vormen van ongelijk investeren omvatten echter niet alle investeringen die we willen doen voor kinderen die dit nodig hebben. Enkel naar de data kijken heeft ook het risico dat we sommige kinderen niet in beeld hebben. We willen ervoor zorgen dat we adequaat kunnen reageren als een bepaald gebied of wijk dit nodig heeft. Zo staan in Nijmegen-Noord alle indicatoren op groen. Maar in absolute aantallen wonen in Nijmegen Noord de meeste kinderen. Een aanzienlijk deel van deze kinderen heeft ook omstandigheden met een hoger risico op kansenongelijkheid. We willen daarom aanvullend investeren in het preventieprogramma Noord om deze kinderen en jongeren te bereiken.
3. Wat gaan we extra doen Resumerend, het resultaat dat we met dit uitvoeringsplan beogen, is meer gelijkwaardige kansen in en rondom het onderwijs voor alle kinderen in Nijmegen. Dat doen we door het versterken van een sterke basis, een netwerk rondom kinderen en jongeren te versterken. En dat doen we door meer samenhang aan te brengen in het bestaande aanbod, het aanbod onderbouwd te versterken daar waar dat moet en kan. We richten ons daarbij op reeds lopende, bewezen interventies en duurzame inzet voor meer gelijkwaardige kansen. Het verbinden van de verschillende leefwerelden -school, thuis, omgeving, online - zien we als een belangrijke voorwaarde in de aanpak van gelijke kansen. Zoals al in de inleiding is aangegeven, het uiteindelijke effect dat we proberen te bereiken een samenspel van kwalitatief goed onderwijs (verantwoordelijkheid van de scholen) en effectieve interventies voor gelijkwaardige kansen (vanuit gemeentelijke aanpak en middelen). We werken via drie programmalijnen: iedereen kan groeien, iedereen kan meedoen, en iedereen kan hulp krijgen. Op basis van onderzoek en ervaring is gebleken dat deze lijnen bijdragen aan het vergroten van kansengelijkheid voor onze kinderen en jongeren. Deze programmalijnen en de bijbehorende interventies staan niet op zich, maar hangen nauw met elkaar samen.
Zo zullen kinderen en jongeren hun talenten beter kunnen ontwikkelen of nieuwe talenten ontdekken op het moment dat ze beter toegang krijgen tot een gevarieerder aanbod aan activiteiten. Dit geldt ook op het moment dat zij en/of hun ouders een steviger netwerk hebben of ondersteuning krijgen om hier aan te werken. De doelstellingen hebben we dan ook vertaald naar diezelfde programmalijnen. In de volgende paragraaf beschrijven we per programmalijn onze doelen en de activiteiten.
3.1. Doelen en activiteiten In deze paragraaf beschrijven we de activiteiten die we binnen de programmalijnen uitvoeren. We lichten de activiteit toe, onderbouwen deze keuze, benoemen het doel, het beschikbare budget en de indicator(en) waarmee wij de verwachte resultaten gaan meten.
3.1.1. Programmalijn ‘Iedereen kan groeien’ Borgen en vergroten kinder- en jongerenparticipatie Reden: We willen weten of onze activiteiten aansluiten bij wat onze jongeren nodig hebben. Daarom blijven we met hen in gesprek en willen we de betrokkenheid van kinderen en jongeren bij de lokale besluitvorming vergroten en borgen. Zij zetten zo hun kracht, als ervaringsdeskundige, in voor hun eigen welzijn. Eén van de instrumenten die we hiervoor inzetten zijn de kinderraad en jongerenraad. De jongerenraad werkt gedurende een schooljaar aan een thema (bijvoorbeeld mentale gezondheid) en brengt na afloop een advies uit aan de gemeente en schoolbesturen. Bij het maken van het vastgestelde plan Gelijkwaardige kansen in het onderwijs hebben we ook kinderen en jongeren betrokken. Op verschillende scholen zijn we in gesprek gegaan over onderwerpen die gelijke kansen raken en hebben hun waardevolle input meegenomen in het plan. 9
Doel:
Activiteit: Budget: Indicator:
Ons doel is het vergroten van de participatie van kinderen en jongeren, zodat we hen kunnen blijven bevragen op wat zij vinden dat nodig is. Op deze wijze kunnen we beter aansluiten bij de belevingswereld van kinderen en jongeren, politieke bewustwording creëren en hen de mogelijkheid geven om zelf met ideeën of voorstellen te komen. We organiseren naast de bijeenkomsten met de kinder- en jongerenraad vier bijeenkomsten per jaar met verschillende groepen kinderen en jongeren rondom het thema gelijkwaardige kansen. We nemen geen budget op in de begroting van dit uitvoeringsplan, maar financieren dit uit andere (onderwijs)middelen. We meten het resultaat af aan het bereik van het aantal kinderen en jongeren van verschillende scholen die in 2024 deelnemen aan de bijeenkomsten. We bezoeken twee scholen in het primair onderwijs en twee in het voortgezet onderwijs. De adviezen die we tijdens de bijeenkomsten ophalen, bespreken we in ieder geval met de schoolbesturen en afhankelijk van het thema met overige partijen.
Versterken ontwikkeling en voorkomen uitval van jongeren door inzet jongerenwerkers Voortgezet Onderwijs Reden: Jongerenwerk en scholen voor voortgezet onderwijs (VO) werken steeds meer samen om gezamenlijk een preventieve aanpak te bieden voor het voorkomen van schooluitval en het versterken van de schoolcarrière en ontwikkeling van leerlingen. De inzet van een jongerenwerker met het voortgezet onderwijs is van grote meerwaarde, ook in het vergroten van kansen voor deze jongeren. Jongerenwerkers zijn actief in alle leefdomeinen van jongeren: de wijk, online, met ouders en andere netwerken in de stad. Afgelopen twee jaar is het jongerenwerk op alle vo-scholen in Nijmegen actief geweest voor een vast aantal uren per week. Uit het lectoraat YouthSpot blijkt de meerwaarde van het jongerenwerk in het vo. Daarnaast willen we onderzoeken hoe, ook het jongerenwerk op het vo, ongelijk geïnvesteerd kan worden om jongerenwerkers op scholen met veel kansarme kinderen (nog) beter toe te rusten op het belangrijke werk dat zij doen om hun kansen te vergroten. Doel: Het doel is het verstevigen van het netwerk van alle jongeren binnen hun verschillende leefwerelden thuis, op school, in de wijk en online en het tijdig oppakken van signalen. Tevens is ons doel om scholen in kansarmere wijken of scholen met veel kinderen uit deze wijken extra te ondersteunen.
Vanaf schooljaar 2024-2025 wordt gewerkt met de nieuwe inzet. Activiteit: De resultaten van het onderzoek van Youthspot zijn de basis om de inzet van het jongerenwerk door te ontwikkelen. De projectgroep, waarin onderwijs, samenwerkingsverband en gemeente deelnemen, onderzoekt hoe de huidige inzet van het jongerenwerk op het V(S)O op jaarbasis herverdeeld kan worden om recht te doen aan de randvoorwaarden en werkzame elementen die in de rapportage van YouthSpot genoemd zijn. Ook bekijken zij op welke scholen deze inzet het hardst nodig is, uitgaande van het idee van ongelijk investeren. De projectgroep maakt deze nieuwe verdeling in de eerste helft van 2024. Met ingang van schooljaar 2024-2025 wordt met de nieuwe urenverdeling gewerkt. Tot die tijd ontvangen alle scholen het huidige aantal uren. Budget: Het beschikbare budget vanaf 2023 is € 300.000 per jaar. Indicator: We verwachten een advies van de projectgroep over de inzet van het jongerenwerk Q2 2024. De indicatoren van de huidige inzet zijn: het jongerenwerk per school, het aantal activiteiten van jongerenwerker per school, het aantal formele contacten met jongeren en ervaringen van jongeren/school met de jongerenwerker. Er is geen doelstelling op aantallen. Het jongerenwerk heeft voor elke school een opdracht, passend bij de vraag van school en leerlingen.
Vergroten van de kennis van en mogelijkheden op de arbeidsmarkt Reden: De mate waarin kinderen dat wat zij op school leren verbinden aan hun eigen leefwereld is van invloed op hun talentontwikkeling. Kinderen die opgroeien in een omgeving waar meer werkloosheid is en minder rolmodellen aanwezig zijn, hebben een achterstand in het vormen van een beeld van mogelijke beroepen voor de toekomst. Zij hebben daardoor minder kans op een succesvolle toekomst. Daarom willen we leerlingen van de basisscholen in de gekozen stadsdelen en vmbo-scholen laten ontdekken welke beroepen er zijn en bij hen passen. Ze krijgen bovendien een reëel beeld van wat diverse beroepen inhouden. Ook vergroot het, in bredere zin, hun horizon. Daardoor groeien hun kansen op een succesvolle toekomst. 10
Doel:
Activiteit:
Budget:
Indicator:
Door jongeren in de leeftijd van 10 tot 15 jaar in de onderwijstijd op verschillende manieren kennis te laten maken met allerlei beroepen, ontdekken ze welk werk bij hun talenten past en leren ze solliciteren. We werken daarmee aan de doelen versterken van vaardigheden, creëren van een netwerk en het introduceren van rolmodellen voor deze leerlingen. We vragen de organisatie JINC om verschillende projecten uit hun programma uit te voeren. De projecten die zij in Nijmegen uitvoeren zijn bedrijfsbezoeken (Bliksemstage), sollicitatietrainingen en oriëntatie op de tijd na het vo met een professional uit het bedrijfsleven (Carrière Coach). Juist door leerlingen aan meerdere projecten deel te laten nemen, neemt de impact ervan toe. We zetten deze projecten in bij scholen met een hoge schoolweging en leerlingen uit klas 1 t/m 4 in het voortgezet onderwijs. Het budget voor JINC is vooral bedoeld als aanjaagbudget om de samenwerking met bedrijven op te kunnen zetten. We zetten in 2023 € 35.000 in. In 2024 is dit bedrag €75.000 en loopt de jaren erna af. De verwachting is dat de gemeente na 2026 een vast bedrag subsidieert. We geven JINC de opdracht om jongeren vaker mee laten doen in hun projecten. We gebruiken de bereikcijfers die JINC registreert. Het gaat hierbij om het aantal ontmoetingen die leerlingen hebben per project.
De streefcijfers zijn: 2023: 448 ontmoetingen 2025: 1.140 ontmoetingen 2024: 685 ontmoetingen 2026: 1.645 ontmoetingen
3.1.2. Programmalijn ‘Iedereen kan meedoen’ Alle kinderen doen mee aan extra schoolactiviteiten door vergoeding vrijwillige ouderbijdrage Reden: Scholen gebruiken de vrijwillige ouderbijdrage meestal voor extra activiteiten en materialen waarvoor het geld van de overheid niet toereikend is. Dit zijn bijvoorbeeld schoolreisjes, museumbezoeken of het Sinterklaas- en kerstfeest. Stichting Leergeld Nijmegen heeft als doel alle Nijmeegse kinderen mee te laten doen. Op 1 augustus 2021 trad de wetswijziging vrijwillige ouderbijdrage in werking. De kern van de wet is dat alle kinderen – ook die van ouders die de vrijwillige bijdrage niet kunnen of willen betalen – moeten kunnen meedoen met schoolreisjes en activiteiten. We signaleren dat hierdoor scholen in de problemen komen en activiteiten niet meer kunnen organiseren. Dit vinden wij onwenselijk. Doel: Alle kinderen doen mee aan extra schoolactiviteiten door handhaving van de vergoeding Vrijwillige ouderbijdrage. Activiteit: We willen Stichting Leergeld subsidiëren voor het vergoeden van de ouderbijdrage voor ouders met een laag inkomen. Zo dragen we bij aan de doelstelling van Stichting Leergeld en zorgen we ervoor dat alle scholen extra activiteiten kunnen aanbieden. Budget: Het beschikbare budget vanaf 2023 is €100.000. Indicator: Aantal ouders die een beroep doen op een vergoeding voor de vrijwillige ouderbijdrage.
Verstevigen van het netwerk van kinderen en jongeren in de schakelleeftijd 9-13 Reden: Jongerenwerk draagt bij aan een positief opgroeiklimaat en faciliteert jongeren in hun ontwikkelingsproces. Voor jongeren voor wie meedoen niet vanzelfsprekend is, kan het jongerenwerk het verschil maken. Wij concluderen dat extra inzet op de doelgroep 9-13 jaar wenselijk is in de stadsdelen met sociaal economisch zwakkere inwoners en waar scholen met een hoge schoolweging gesitueerd zijn. Kansengelijkheid vereist dat ongelijk geïnvesteerd wordt en leerlingen met een slechtere startpositie extra ondersteuning krijgen. Meer uren jongerenwerk in groep 7 en 8 op en om POscholen met een hoge weging betekent dat er meer tijd is om de gesignaleerde problemen op te pakken in samenspraak met ouders, onderwijs en de wijk. Doel: Door de inzet van extra jongerenwerk gericht op jeugdigen van circa 9 tot 13 jaar wordt een netwerk gecreëerd rondom deze kinderen waarbij de jongerenwerkers de verschillende leefwerelden school, thuis, vrije tijd en online met elkaar verbinden. Hierop wordt geacteerd door middel van interventies, talentontwikkeling en themalessen.
11
Activiteit:
Budget: Indicator:
Deze extra inzet van een jongerenwerker is gericht op aanvullende inzet op en om de scholen in Dukenburg (Klumpert, Aldenhove, Meiboom, Nutsschool Lankforst, Prins Maurits), Zuid (Hidaya, Kleine Wereld, Bossenburcht, Klumpert) en West (Aquamarijn, Zonnewende, Toon). Het beschikbare budget vanaf 2024 is €115.000 per jaar. We gebruiken de maanden november en december om met de betrokkenen een plan op te stellen voor de inzet van jongerenwerk met bijbehorende indicatoren. In Q1 2024 starten we met extra inzet in een stadsdeel, in Q2 en Q3 volgen de andere twee stadsdelen.
Versterken veerkracht van tieners door uitbreiden Kinderwerk in Nijmegen Noord Reden: Nijmegen Noord is niet een gebied dat opvalt in de stads- en wijkmonitors van de gemeente Nijmegen. Er staan geen scholen met een hoge schoolweging, er is weinig criminaliteit of gevoelens van onveiligheid. Wanneer we echter inzoomen springen er een paar dingen in het oog: Uit cijfers en monitoren blijkt dat kinderen en jongeren in Nijmegen Noord prestatiedruk (47%), stress (49%) en faalangst (26%) ervaren. Daarnaast is het gebruik van gespecialiseerde jeugdhulp onder jongeren in Noord, significant hoger dan in de rest van de stad. Ook valt op dat in dit stadsdeel het aantal kinderen en jongeren nog groeit, maar het aanbod voor deze groep niet voldoende is meegegroeid. Deze constateringen maken dat in Noord een extra investering nodig is om te zorgen dat de jeugd de juiste hulp kan krijgen om te kunnen meedoen en groeien. Vanuit de werkers van Bindkracht 10 in het stadsdeel Noord komen veel signalen binnen van jongeren tussen 10 en 15 jaar die opvallend of zorgwekkend gedrag vertonen. Enerzijds zijn dit kinderen waarbij het risico bestaat dat zij overlast gevend gedrag gaan vertonen. Anderzijds zijn het jongeren die te kampen hebben met prestatiedruk waardoor de aanvragen voor jeugdhulp groot zijn in dit stadsdeel. Voor de jeugdigen van 10 tot 15 jaar willen we een extra inzet doen.
Doel: Het doel is versterken van de veerkracht en het mentaal welbevinden van de jeugd in Nijmegen Noord. Activiteit: We zetten een extra jongerenwerker in die zorgt voor verbinding tussen de verschillende leefwerelden van de jeugdige (thuis, vrije tijd, school en online) en werkt onder meer aan talentontwikkeling en zelfontplooiing. We zetten deze in met specifieke aandacht voor de leeftijdsgroep 10-15 jaar die laagdrempelige hulp of ondersteuning nodig hebben om zich volwaardig te kunnen ontwikkelen. Budget: Het beschikbare budget vanaf 2024 is €75.000 per jaar. In 2026 is dit €70.000. Indicator: We gebruiken de bereikcijfers vanuit het registratiesysteem van het kinderwerk en jongerenwerk in Noord. Hier worden onder andere contactmomenten, activiteiten, contacten met ouders en verwijzingen bijgehouden. Zij krijgen geen concrete doelstelling in aantallen. Wel verantwoorden zij de cijfers, aangevuld met een kwalitatieve duiding. Versterken bewustwording in de aanpak discriminatie Reden: Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat discriminatie één van de factoren is die ten grondslag ligt aan kansenongelijkheid. De gemeenteraad heeft eerder de motie “niet discrimineren kun je leren” aangenomen. Discriminatie en institutioneel racisme is en blijft een actueel thema in de maatschappij en binnen het onderwijs. En daarmee ook nodig in onze aanpak gelijkwaardige kansen.
Doel: Professionals in het onderwijs inspireren en bewust maken van hun handelen rondom dit onderwerp en ze bekwamen in het bespreekbaar maken van racisme en discriminatie. Activiteit: Conform de motie hebben we in het voorjaar 2023 geïnventariseerd hoe het voortgezet onderwijs omgaat met de bestrijding van racisme en discriminatie en opgehaald hoe dit thema bespreekbaar te maken en houden. We geven Ieder Talent Telt (ITT) als vervolg op de uitvoering van de motie de opdracht om op lokaal en landelijk niveau goede voorbeelden op te halen, uitwisseling tot stand te brengen en scholen te voorzien van toegankelijke en laagdrempelige informatie. De inzet richt zich op onderwijsprofessionals, zodat zij beter in staat zijn op te handelen en reflecteren op deze thema’s, zowel docenten onderling als met de leerlingen. We betrekken alle
12
Budget: Indicatoren:
onderwijsprofessionals in Nijmegen, met specifieke aandacht voor die onderwijsinstellingen die gesitueerd zijn of leerlingen ontvangen vanuit de gekozen wijken binnen. Het beschikbare budget is in 2024 en 2025 €27.000. In 2026 is het budget €10.000 per jaar. We meten het aantal georganiseerde inspiratiesessies, het aantal bereikte professionals. Daarnaast halen we kwalitatieve informatie op bij professionals en vragen leerlingen naar hun ervaringen.
Vergroten van participatie en talentontwikkeling in de buurt door een hoogwaardig en vindbaar aanbod Reden: Het is niet voor alle kinderen vanzelfsprekend dat zij met een breed aanbod aan activiteiten in aanraking komen. Ze leren niet alleen op school of thuis, maar ook op andere plekken, bijvoorbeeld als zij spelen met andere kinderen, wanneer zij lid zijn van een sport- of muziekvereniging of bijvoorbeeld een culturele instelling bezoeken. De mate waarin kinderen toegang hebben tot deze diverse leefwerelden is daarmee van invloed op hun talentontwikkeling. Wij werken in dit uitvoeringsplan aan een hoogwaardig en vindbaar aanbod voor kinderen die hier niet van thuis uit mee in aanraking komen. Uit de gesprekken die we met de stad en de jongeren hebben gevoerd blijkt dat dit aanbod niet bij iedereen bekend is. Het is niet toegankelijk en vindbaar genoeg. We zetten verschillende interventies in die hieraan bijdragen. Hieronder lichten we deze toe. Move je buurt (Stichting Move) Doel: De inzet van het project van Stichting Move heeft als doel kansengelijkheid, verbinding, burgerschapsvorming, talentontwikkeling en maatschappelijke participatie van kinderen en jongeren te stimuleren. Activiteit: We vragen Stichting Move om vier extra trajecten ‘move je buurt’ met een aantal klassen uit te voeren. Dit zijn klassen van de scholen met hoge schoolweging.
In een Move je buurt-project krijgen studenten (van de HAN of universiteit) en kinderen samen het eigenaarschap over het bedenken en uitvoeren van een eigen project om de buurt van de kinderen te verbeteren. In samenwerking met een maatschappelijk partner, zoals de gemeente, een woningcorporatie of een bedrijf, wordt het idee van de kinderen ook echt uitgevoerd. De kinderen zijn actief betrokken bij alle stappen van idee tot realisatie, zodat ze leren hoe dit proces in de praktijk verloopt. Het project wordt afgerond met een feestelijke afsluiting. Daarnaast nemen kinderen ook deel aan een activiteit in het studentenleven om op deze manier ook in aanraking te komen met andere omgevingen. Budget: Het budget vanaf 2024 is € 24.000 per jaar. Indicator: We meten het aantal move je buurt trajecten, het aantal leerlingen dat heeft deelgenomen en een kwalitatieve beschrijving van de resultaten en ervaringen per traject. Maatschappelijke DienstTijd (MDT) Stof tot doen Doel: Maatschappelijke diensttijd (MDT) heeft als doel kinderen vanaf 12 jaar een kans te bieden om gedurende een aantal weken tot maanden talenten te ontdekken, iets te doen voor de samenleving en anderen te ontmoeten over de muren van etniciteit en sociale klasse. Activiteit: Een MDT wordt aangeboden door een onderwijsinstelling, een maatschappelijke organisatie of een combinatie van beide.
In Nijmegen bieden diverse onderwijsinstellingen en organisaties MDT-trajecten aan. Het aanbod is echter versnipperd en daardoor niet goed vindbaar en voor iedereen toegankelijk. We willen dit veranderen door het bestaande aanbod integraal en duurzaam in te bedden in de lokale samenleving. Dan kunnen alle jongeren gebruik maken van de kansen die MDT biedt. We voeren in 2024 een verkenning uit onder de huidige lokale MDT-aanbieders en landelijke good practices. Hieruit volgt een advies aan de gemeente Nijmegen voor een samenwerkingsstructuur waarbij alle jongeren laagdrempelig toegang hebben tot een passend MDT. In 2025-2026 wordt dit advies geïmplementeerd. We betrekken hierbij ook het Ministerie van OCW om de landelijke opgave rondom MDT goed te vertalen.
13
Budget: Indicator:
Urban hotspot Doel:
Activiteit:
Budget: Indicator:
In 2024 is een budget van €75.000 beschikbaar. In 2025 en 2026 reserveren we €50.000 per jaar. De activiteit start met het aanbieden van een advies. Hiervoor zijn geen indicatoren opgesteld. Naar aanleiding van het advies stellen we indicatoren vast bij de start van de implementatie.
In het coalitieakkoord ‘Ons Nijmegen, Stad van iedereen’ en de sport- en beweegnota 2022 zijn ambities opgenomen ten aanzien van de urban sports & culture. Dit biedt kansen op het verbeteren van inclusie, gezonde leefstijl, sport- en beweegparticipatie, talentontwikkeling, cultuurparticipatie, welzijn van jongeren en de inrichting van de openbare ruimte. We ontwikkelen een plek in de fysieke ruimte in Hatert die voldoet aan de scene van urban sports&culture. Dit houdt in een plek met een sterke jongerencultuur die op zoek is naar meer vrijheid en creativiteit. Jongeren die geïnspireerd raken door ontmoetingen op straat, via internet en die door middel van sociale media hun leeftijdsgenoten vinden. Ook is er ruimte voor ongeorganiseerde sport en ruimte om de urban sports te beoefenen. De eerste stap is gezet door de inzet van een buurtsportcoach urban sports. We investeren in 2024 en 2025 €150.000 per jaar voor de ontwikkeling van de urban hotspot. We gebruiken voor deze interventie geen indicator. Dit is een investering om de fysieke en sociale ruimte aan te passen en in te richten. We koppelen vanaf 2025 een uitvoeringsbudget aan het plan, bijv. inzet van (meer) buurtsportcoaches en/of inzet van Bindkracht10. Op dat moment stellen we de bijbehorende indicatoren vast.
Preventieplatforms Doel: De ambitie is dat alle kinderen gezond, veilig en kansrijk kunnen opgroeien in Nijmegen. De preventieplatforms hebben als doel het realiseren van een vollediger en passender aanbod voor kinderen en hun ouders. Activiteit: Aan het platform nemen wijkpartners deel die betrokken zijn bij het opvoeden en opgroeien van de jeugd in de wijken, zoals het onderwijs, kinderopvang, Bindkracht10, GGD, Sportontwikkeling en de bibliotheek. Gezamenlijk hebben zij de volgende stappen doorlopen: 1) Opstellen van een gemeenschappelijke analyse van de opgaven (per stadsdeel) ten aanzien van de doelgroep (leeftijd 12- of leeftijd 12+) 2) Prioriteren van deze opgaven 3) Opstellen van een samenhangend preventieprogramma gericht op deze prioriteiten. Dit programma wordt zo veel mogelijk uitgevoerd op en rondom de vindplaatsen van kinderen en hun ouders Met de middelen gelijkwaardige kansen in het onderwijs zetten we (aanvullende) interventies in in de wijken Hatert, Grootstal, Dukenburg en Noord. In 2024 starten we ook in Lindenholt. De interventies hebben de focus op de leeftijdsgroep 10-15 jaar en gaan over de thema’s kansrijk, veilig en gezond. Voorbeelden van interventies zijn huiswerkbegeleiding, ontmoeten en buiten spelen, gezonde jeugd (schoollunch, rookvrije generatie). Budget: Het beschikbare budget in 2024 is €45.000 en in 2025 €68.000.
Na deze periode zijn de interventies geborgd. Indicator: We registreren het aantal ingezette interventies en het aantal bereikte kinderen en ouders. Dit wordt op wijkniveau bijgehouden.
3.1.3. Programmalijn ‘Iedereen kan hulp krijgen’ Bevorderen ouderbetrokkenheid en versterken maatjestrajecten Reden: Afgelopen jaren is veel onderzoek gedaan naar de effecten van samenwerken met ouders in het onderwijs. Ouderbetrokkenheid heeft een significant positief effect op het functioneren van leerlingen binnen de school, hun cognitief functioneren, hun schoolprestaties en op hun werkhouding. Onder ouderbetrokkenheid verstaan we de betrokkenheid van ouders bij de opvoeding en het onderwijs van hun eigen kind, thuis (bv. voorlezen) en op school (bv. rapportbesprekingen voeren met de leerkracht). 14
Eén van de belangrijkste kenmerken die in onderzoek naar voren komt, is de sociaal economische status (SES) van ouders. Een lage SES heeft een negatieve invloed op de mate van betrokkenheid in zowel het onderwijs als bij zorg. Daarnaast blijkt de overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs een belangrijk schakelmoment in het leven van een jeugdige. Niet iedere opvoeder is in staat om het kind hier volwaardig bij te ondersteunen, door gebrekkige kennis van het Nederlandse schoolsysteem of de Nederlandse taal, door psychische problematiek of om andere redenen.
Doel:
Activiteit:
Budget: Indicator:
Om ook deze kinderen een zo goed mogelijke start te bieden op het voortgezet onderwijs zijn er al verschillende projecten. Deze initiatieven geven we een extra impuls in de wijken Willemskwartier, Hatert, Dukenburg en Lindenholt. Het doel van deze projecten is het vergroten van de ouderbetrokkenheid en het versterken van jongeren bij de overstap naar de middelbare school door ondersteuning van een coach of maatje. We vragen twee partijen om in verschillende wijken activiteiten uit te voeren in de verschillende wijken die al genoemd zijn. School’s cool is al actief in Nijmegen en werkt nauw samen met het onderwijs bij de overstap naar het vo. Door inzet van mentoren krijgen jongeren een steuntje in de rug. Het lectoraat Windesheim heeft bij School’s cool Lelystad een onderzoek uitgevoerd naar de rol van de mentor in relatie tot ouderbetrokkenheid. Op basis van deze resultaten gaat School’s cool Nijmegen een aanpak hiervoor opzetten in de wijken Willemskwartier, Hatert en Dukenburg. Zij werken aan hun zichtbaarheid en organiseren vanaf 2024 in elk van deze wijken twee keer een serie van vijf bijeenkomsten voor ouders. Daarnaast hebben zij ruimte om extra hulpvragen van jongeren rondom school op te pakken. In de wijk Lindenholt start Bindkracht10 met de Nimma Academie. Zij verzorgen een traject voor jongeren en hun ouders om zich beter voor te bereiden op de middelbare school.
Jongeren krijgen een maatje om zich goed voor te kunnen bereiden. De jongeren die nu bij de Nimma Academie een traject volgen, worden de maatjes voor volgend jaar. Het budget voor School’s cool in 2023 is € 5.500. De jaren 2024 t/m 2026 is dit € 21.000 per jaar. Het budget voor de Nimma Academie is vanaf 2024 jaarlijks € 20.000. School’s cool en Bindkracht10 registreren het aantal bijeenkomsten, het aantal deelnemers (ouders) en het aantal jongeren dat een mentor of maatje krijgt. Voor School’s cool geldt dat dit extra jongeren zijn die niet al via de gebruikelijke route via school gebruik maken van een mentor.
3.2. BEGROTING Voor het totaalpakket aan maatregelen gericht op gelijkwaardige kansen in het onderwijs is jaarlijks €1 miljoen extra beschikbaar gesteld, vanaf 2026 wordt dit €750.000. In onderstaand overzicht staan de verschillende programmalijnen met de bijbehorende activiteiten en budgetten die in 3.1. beschreven zijn. Daarnaast reserveren we een budget om de uitvoering in samenhang met de al lopende activiteiten te realiseren. In 2023 wordt het begrote miljoen niet volledig besteed, omdat we dit jaar gebruiken om het plan vast te stellen en de verschillende activiteiten op te starten. Het bedrag dat niet besteed is in 2023 nemen we mee naar 2024 en is gekoppeld aan de motie ‘Ongelijk investeren met jongerenwerk’. We zetten deze in om het jongerenwerk in en om het primair onderwijs vorm te geven. Dit gaat om een bedrag van €440.000 euro en zetten we verdeeld over de drie resterende jaren in. Dat betekent dat het totale budget voor 2024 en 2025 €1.115.000 is en voor 2026 wordt dit bedrag €865.000.
15
Iedereen kan groeien
2023
2024
2025
2026
Jongerenwerk voortgezet onderwijs
€ 270.000
€ 289.000
€ 300.000
€ 300.000
JINC
€ 35.000
€ 75.000
€ 65.000
€ 60.000
€ 100.000
Iedereen kan meedoen Vrijwillige ouderbijdrage
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
Aanpak discriminatie
€ 27.000
€ 27.000
€ 10.000
Jongerenwerk schakelleeftijd
€ 115.000
€ 115.000
€ 115.000
Kinderwerk Noord
€ 74.000
€ 75.000
€ 70.000 € 50.000
Hoogwaardig en vindbaar aanbod: Maatschappelijke DienstTijd (Stof tot doen)
€ 75.000
€ 50.000
Urban hotspot Hatert
€ 150.000
€ 150.000
Move je buurt (Stichting Move)
€ 24.000
€ 24.000
€ 9.500
€ 45.000
€ 68.000
€ 5.500
€ 21.000
€ 21.000
€ 21.000
€ 20.000
€ 20.000
€ 15.000
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
€ 1.115.000
€ 1.115.000
€ 865.000
Interventies vanuit preventieplatforms
€ 30.000
€ 24.000
Iedereen kan hulp krijgen School's cool Nimma Academie Overig Uitvoeringskosten
€ 100.000
Overig/onvoorzien
€ 10.000
Totaal
€ 560.000
4.Meten, Monitoren, Evalueren Een van de succesfactoren in een duurzame aanpak is het monitoren en evalueren van de aanpak. Dit helpt bij het zichtbaar maken van ontwikkeling, het bijsturen en doorontwikkelen van onze aanpak. Met monitoren bedoelen we het verzamelen van gegevens om de voortgang in beeld te hebben en te bewaken. In een evaluatie geven we betekenis aan die gegevens. We richten ons op verschillende manieren van ongelijk investeren, zoals in hoofdstuk 2 is beschreven. We kiezen voor interventies waar de partners in de stad om vragen. Deze zetten we in op specifieke scholen, in de vijf specifieke stadsdelen en voor specifieke doelgroepen. Naast deze impuls hebben we ook veel (lang)lopende initiatieven. Dit maakt het lastig om het gezamenlijk effect van de verschillende initiatieven uit het plan inzichtelijk te maken. We hebben de nodige indicatoren en data tot onze beschikking. Deze geven inzicht in de ontwikkelingen van verschillende interventies en kansengelijkheid, maar worden gemeten op stedelijk en soms op een specifiek stadsdeel niveau. Dit gaat niet over de doelgroepen waar we in dit plan de activiteiten op inzetten. Data waar we gebruik van maken zijn de stadsmonitor, de kinder- en jeugdmonitor van de GGD Gelderland Zuid, benchmark en landelijke onderzoeken.
In deze laatste wordt overigens regelmatig een ‘winstwaarschuwing’ gegeven dat we voorzichtig om moeten gaan met de aanname dat effecten altijd meetbaar te maken zijn. We hebben de HAN en Radboud Universiteit betrokken om te bepalen of en op welke manier we mogelijke effecten van dit plan inzichtelijk kunnen maken. Hier komt uit naar voren dat we effecten op stadsniveau, zoals de gezondheidsmonitor van de GGD, niet toe kunnen schrijven aan de (aanvullende) interventies van dit plan. Kansenongelijkheid in het onderwijs wordt beïnvloedt door veel factoren – ook buiten onze invloed. Verschillende interventies uit dit plan hebben wel (wetenschappelijk) bewezen dat ze effectief zijn. Zo weten we dat ouderbetrokkenheid helpt bij het verbeteren van de kansengelijkheid. En ook investeren in de overgang PO-VO is belangrijk (NJI). 16
Tevens heeft de raad ‘Oververtegenwoordiging leerlingen van ‘rode scholen’ dat hoger toetsresultaat dan advies heeft’ als begrotingsindicator vastgesteld. Verschillende interventies uit dit plan hebben mogelijk een positieve invloed op de onder advisering van de verschillende 'rode' scholen. Ook hiervoor geldt dat een causaal verband niet aan te tonen is. We zien de laatste jaren al verschillen zonder dat hier expliciet beleid op is gevoerd. In onze jaarlijkse voortgangsrapportage zullen we de ontwikkeling van de onder advisering meenemen. We zullen de raad jaarlijks informeren over de voortgang van dit uitvoeringsplan. We doen dit aan de hand van twee belangrijke indicatoren: 1. De doelrealisatie van de interventies (op basis van de evaluaties van de uitvoerende aanbieders) 2. een investeringsverantwoording: belanden de middelen bij de doelgroep en/of locaties die we benoemd hebben. We meten op verschillende manieren: • Kwantitatieve data: We meten enerzijds of de ongelijke investering bij de juiste doelgroep terecht komt. We maken de verdeling van middelen en inzet inzichtelijk over de verschillende scholen/gebieden. Ook wordt gemeten hoeveel kinderen en of ouders we bereiken. Dit vragen we de organisatie zelf, die de interventie uitvoert en verantwoording over de middelen aflegt.