CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringsagenda voor Industrie en Omwonenden Nijmegen en Beuningen 2026/2027

Besluitronde (raadsvergadering) 8 juli 2026, gemeente NijmegenBij agendapunt: D9 d.d. 12 mei 2026 over Uitvoeringsagenda voor Industrie en Omwonenden Nijmegen en Beuningen 2026-20275.232 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitvoeringsagenda voor Industrie en Omwonenden Nijmegen en Beuningen 2026/2027 Aanvullende maatregelen om inwoners beter te beschermen tegen industriële emissies en vervolg op de Uitvoeringsagenda Industrie en Omwonenden TPN-West 2024/2025.

Concept 0.9 tbv bestuurlijke besluitvorming April 2026

1

Inhoudsopgave 1.

2.

Inleiding en leeswijzer ..........................................................................................3 1.1.

Aanleiding ...............................................................................................................3

1.2.

Doel .......................................................................................................................3

1.3.

Beoogd resultaat .....................................................................................................4

1.4.

Afbakening ..............................................................................................................4

1.5.

Leeswijzer ...............................................................................................................4

Uitvoeringsagenda ...............................................................................................5 2.1.

Beter zicht op industriële emissies ...........................................................................6

2.1.1. De invloed van industriële logistieke processen (voor- en natransport) op luchtvervuiling in kaart brengen ........................................................................................6 2.1.2. Uitbreiden en verbeteren van de industriële emissie-database .................................7 2.1.3. Uitbreiden en verbeteren van het strategisch meetprogramma .................................9 2.2.

Gezondheid een concrete plek in het VTH-proces ...................................................11

2.2.1. Samenwerking met GGD verbeteren......................................................................11 2.2.2 Sturen op het bereiken en in stand houden van een gezonde leefomgeving ..............13 2.2.3. Beleidsmatig en juridisch de VTH-kaders verbeteren ..............................................14 2.3.

Samenwerking met bedrijven en omwonenden verbeteren ......................................15

2.3.1. Verbeteren communicatie en samenwerking bij VTH ..............................................15 2.3.2. Het inzicht in en het omgaan met vragen en klachten verbeteren ............................17 2.4.

De uitstoot van industriële emissies verminderen ...................................................18

2.4.1. De uitstoot van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) verminderen ...............................18 2.4.2. De uitstoot van NOx en fijnstof verminderen ..........................................................19 2.4.3. Verminderen van geuruitstoot en -overlast ............................................................20

3.

Organisatie en begroting .....................................................................................21 3.1.

Organisatie ...........................................................................................................21

3.2.

Begroting ..............................................................................................................21

2

1. Inleiding en leeswijzer 1.1. Aanleiding Als reactie op het rapport Industrie en Omwonenden van de Onderzoeksraad voor Veiligheid hebben de gemeenten Nijmegen en Beuningen in 2024, samen met de provincie Gelderland een ‘Uitvoeringsagenda Industrie en Omwonenden TPN-West’ gemaakt. Hierin zijn aanvullende maatregelen opgenomen om omwonenden beter te beschermen tegen industriële emissies op bedrijventerrein TPN-West. In 2024 en 2025 zijn verschillende maatregelen uit deze agenda uitgevoerd en daarmee zijn belangrijke stappen gezet1. Tegelijk zijn we er nog niet. Het beschermen van de gezondheid van omwonenden vraagt blijvende aandacht en inzet mede als gevolg van nieuwe Europese normen die toewerken naar het behalen van de WHO-advieswaarden in 2050. Het is daarom belangrijk om door te gaan met de maatregelen die al zijn gestart en deze waar nodig verder te verbeteren. Daarnaast willen we de aanpak niet alleen richten op bedrijventerrein TPN-West. Ook bij andere industriële activiteiten in de gemeenten Beuningen en Nijmegen is het belangrijk om goed te kijken naar emissies en de gevolgen voor de leefomgeving. Daarom verbreden we de TPN-West pilot naar alle industriële activiteiten waarvoor de gemeente bevoegd gezag is in beide gemeenten. Provincie Gelderland kijkt los van deze uitvoeringsagenda naar verbreding naar andere provinciale bedrijven.

Voor de gemeente Nijmegen is deze uitvoeringsagenda een nadere uitwerking van de maatregelen 17, 18 en 19 van het Omgevingsprogramma Luchtkwaliteit 2026-2030. Voor de gemeente Beuningen is het een nadere uitwerking van één van de ambities uit de Omgevingsvisie ‘Beuningen streeft naar een veilige, schone en gezonde leefomgeving met een goede luchtkwaliteit en zo min mogelijk hinder van geur’. De provincie geeft hiermee nadere uitwerking aan het doel 'We zetten in op het project Industrie en Omwonenden voor betere bescherming van omwonenden en aanpak van luchtvervuiling' uit het Gelders programma Gezonde en veilige leefomgeving. Bovendien is het onderdeel van de decentrale uitvoeringsplannen van het Schone Lucht Akkoord, ondertekend door beide gemeenten en de provincie.

1.2. Doel Omwonenden van bedrijventerreinen in de gemeente Beuningen en Nijmegen beter beschermen tegen industriële emissies door aanvullende maatregelen uit te voeren binnen het bestaande stelsel van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving.

1

Zie het ‘Eindrapport uitvoeringsagenda Industrie en Omwonenden TPN-West 2024/2025’

3

1.3. Beoogd resultaat •

•

Alle maatregelen uit deze uitvoeringsagenda zijn uitgevoerd en, wanneer van toepassing, geïmplementeerd of voorzien van een advies. Hierdoor is voor alle industriële gemeentelijke bedrijven in de gemeenten Nijmegen en Beuningen: - Een beter inzicht in zowel de vergunde als de werkelijke industriële emissies, inclusief de logistieke processen (voor- en natransport). - Gezondheid een duidelijke en herkenbare rol gaan spelen bij vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) van industriële emissies. - De samenwerking met alle betrokken partijen versterkt. - De uitstoot van schadelijke industriële emissies verminderd. - De geuruitstoot en geuroverlast verminderd. Een evaluatierapport met conclusies en aanbevelingen.

1.4. Afbakening Deze uitvoeringsagenda gaat over de schadelijke emissies naar de lucht en geurhinder veroorzaakt door bedrijven. De desbetreffende bedrijven bevinden zich in de gemeenten Beuningen en Nijmegen, waarbij de gemeente of provincie bevoegd gezag is onder de Omgevingswet. De uitwerking en uitvoering van de in deze agenda opgenomen maatregelen wordt samen met Omgevingsdienst Groene Metropool (ODGM) projectmatig opgepakt. Deze uitvoeringsagenda loopt tot en met 2027. Voor zover het gaat om bedrijven waarvoor provincie Gelderland bevoegd gezag is, blijven de bedrijven op TPN-West onderdeel van deze uitvoeringsagenda. De provincie onderzoekt daarnaast of (onderdelen van) deze uitvoeringsagenda ook kunnen worden toegepast bij andere bedrijven waarvoor de provincie bevoegd gezag is, zowel binnen de gemeenten Nijmegen en Beuningen als daarbuiten. Deze mogelijke verbreding maakt geen deel uit van deze uitvoeringsagenda. Er is ook een landelijke actieagenda Industrie en Omwonenden. De maatregelen opgenomen in deze uitvoeringsagenda zijn hierop afgestemd. Indien nodig zal er afstemming en samenwerking met andere projecten binnen verwante thema’s als bodem en afval(water) plaatsvinden.

1.5. Leeswijzer Deze uitvoeringsagenda is opgebouwd in vier actielijnen, met eigen maatregelen. In totaal zijn er elf maatregelen opgenomen. Per maatregel is een beoogd resultaat geformuleerd en is beschreven welke inspanningen hiervoor in 2026 en 2027 verricht worden.

4

2. Uitvoeringsagenda Met deze uitvoeringsagenda bouwen we voort op de maatregelen uit de Uitvoeringsagenda Industrie en Omwonenden TPN-West 2024–2025. Waar nodig breiden we de maatregelen uit en scherpen we ze verder aan. Zo verbreden we bijvoorbeeld de aanpak naar alle industriële activiteiten in de gemeenten Beuningen en Nijmegen waarvoor de gemeente bevoegd gezag is. Daarnaast voegen we actielijn 4 toe. Binnen deze actielijn worden maatregelen opgenomen die gericht zijn op het verminderen van schadelijke industriële emissies. Dit alles leidt tot een nieuwe uitvoeringsagenda met elf maatregelen binnen de volgende vier actielijnen: • • • •

Actielijn 1: Beter zicht op industriële emissies Actielijn 2: Gezondheid een concrete plek in het VTH-proces Actielijn 3: Samenwerking met belanghebbenden verbeteren Actielijn 4: Schadelijke industriële emissies verminderen

Hieronder zijn de maatregelen per actielijn uitgewerkt.

5

2.1. Beter zicht op industriële emissies 2.1.1. De invloed van industriële logistieke processen (voor- en natransport) op luchtvervuiling in kaart brengen Huidige stand van zaken Directe industriële emissies via de schoorsteen van bedrijven zijn niet de enige bron van luchtvervuiling. Ook de bedrijvigheid van een industrieterrein draagt hieraan bij, zoals de aan- en afvoer van goederen van en naar het bedrijf, voornamelijk via vrachtwagens en schepen. Aangezien dit vervoer grotendeels nog afhankelijk is van fossiele brandstoffen, komt daarbij fijnstof en met name NOx vrij. Daarnaast komt fijnstof vrij door banden-, rem- en wegslijtage (IPLO). De impact van deze logistieke processen binnen de industrie op de leefomgeving is momenteel nog onvoldoende in kaart gebracht. Beoogd resultaat Gedurende deze actieagenda wordt samen met ODGM gekeken hoe de effecten van voor- en natransport van Nijmegen-West en Weurt en de bijkomende emissies het beste in kaart gebracht kunnen worden. Bestaande kennis van overheden wordt samengevoegd. Ook worden mogelijke maatregelen om uitstoot van voor- en natransport te verminderen onderzocht en afgewogen op haalbaarheid, wenselijkheid en potentiële gezondheidsverbetering (voor vermindering zie actielijn 4). Inspanning Bestaande kennis en informatie rondom voor- en natransport wordt samengebracht.

Transportroutes en bijbehorende uitstoot worden in kaart gebracht door een nader te bepalen methode. Indien nodig, zal er kennisuitwisseling plaatsvinden met andere gemeenten, omgevingsdiensten, provincies, de GGD, het RIVM, Rijkswaterstaat en het Rijk. Risico’s Het risico bestaat dat er onvoldoende informatie beschikbaar is om het emissieaandeel van industriële logistieke processen goed in beeld te brengen dan wel mogelijke maatregelen te vertalen naar potentiële gezondheidswinst. Hierdoor wordt het beoogde resultaat niet bereikt. Wanneer het lukt het emissieaandeel van voor- en natransport in kaart te brengen kan de GGD mogelijk de gezondheidswinst van emissiebeperking bepalen.

6

2.1.2. Uitbreiden en verbeteren van de industriële emissie-database Huidige stand van zaken De Kamerbrief van 19 december 2025 benadrukt het belang van betere en betrouwbaardere metingen. Daarbij wordt duidelijk gemaakt dat transparante, controleerbare en betrouwbare meetgegevens essentieel zijn om zowel de informatiepositie van het bevoegd gezag te versterken als het vertrouwen van omwonenden te verbeteren. Via de voorloper van deze uitvoeringsagenda is een begin gemaakt aan het opstellen van een algemene database door de ODGM. In deze interne database staan emissiegegevens van de bedrijven op TPN-West met relevante luchtemissies. Het gaat om vergunde en, waar beschikbaar, gemeten emissies. Daarnaast is een externe database in afronding met daarin de resultaten van de door of in opdracht van de ODGM gedane metingen bij bedrijven. De mogelijkheden om deze actief openbaar te maken zijn verkend. Beoogd resultaat Een volledig en actueel overzicht van alle schadelijke industriële emissies binnen de gemeenten Nijmegen en Beuningen van bedrijven waarvoor de gemeente Bevoegd Gezag is. Dit heeft meerdere voordelen: ➢ Data-analyse over de beschikbare data is eenvoudiger, vollediger en bruikbaarder. o Bruikbare en volledige data is een belangrijk instrument voor beleidssturing. o Het eenvoudiger maken van het werkproces bespaart tijd en vergroot de werkcapaciteit.

➢ Andere stakeholders, zoals de bedrijven en inwoners, kunnen beter en vollediger geïnformeerd worden. Dit zorgt voor een open, transparante en toegankelijke overheid. ➢ Er komt een beter zicht op cumulatie van gezondheidsrelevante stoffen. Inspanning Concreet gaat de ODGM met de overheden werken aan twee dashboards: ➢ Publiek toegankelijke emissiedatabase (I-GO) met concrete informatie per inrichting over gemeten emissies en per meetrapport: meetdatum, stof, concentratie, toetsingsresultaat, en link naar bronrapport. Daarnaast omvat de database een toelichting bij eventuele overschrijdingen.

7

➢ Interne emissiedatabase met per relevante emissie-eis: puntbron, stofnaam, vigerende eis en herkomst, toetsingseis en herkomst, gemeten waarde en rapportgegevens. Om het dashboard actueel te houden, werken we een beheerstrategie uit met duidelijke afspraken over beheer, actualisatie en gebruik. Inwoners en bedrijven worden betrokken bij de doorontwikkeling van de externe database en communicatieteams denken mee over de bekendheid ervan. Daarnaast wordt een provinciaal mobiel meetstation ingezet om beter inzicht te krijgen in de bijdrage van industriële bronnen aan de lokale luchtkwaliteit. Deze meetgegevens worden gepubliceerd op Mobiele luchtkwaliteitsmetingen Dashboard WA. Ook verkennen we de mogelijkheid om emissies structureel door te rekenen naar de blootstelling in omliggende wijken, om de impact op de leefomgeving beter te duiden en dit te gebruiken bij toezicht, vergunningverlening en communicatie. Risico’s Na realisatie van de industriële emissiedatabase is het belangrijk om afspraken te maken over beheer en actualisatie, zodat de data bruikbaar blijft. Richting inwoners is daarbij duidelijk verwachtingsmanagement nodig over wat wel en niet mogelijk is.

De database start als pilot voor TPN-West, met de ambitie om later uit te breiden naar andere bedrijven binnen de gemeenten Nijmegen en Beuningen, waarbij op een later moment wordt verkend of provinciale bedrijven kunnen worden toegevoegd. Eventuele bezwaren tegen openbaarmaking van data worden tijdig met juridische experts besproken.

8

2.1.3. Uitbreiden en verbeteren van het strategisch meetprogramma Huidige stand van zaken Het strategisch meetprogramma voor TPN‑West is een gericht controle‑instrument van de overheid. Het programma bepaalt welke chemische stoffen relevant zijn om te meten en bij welke bedrijven, op basis van de aard van de bedrijfsprocessen, de potentiële risico’s voor de leefomgeving en de prioriteiten vanuit VTH‑taken. Hierbij wordt aangesloten op bestaande kennis over emissieprofielen en procesparameters. In Nederland wordt bij bedrijven relatief weinig daadwerkelijk gemeten; vaak wordt aangenomen dat bedrijven voldoen aan emissie‑eisen wanneer zij binnen bepaalde procescondities blijven. Het strategisch meetprogramma doorbreekt deze praktijk door structureel en doelgericht te meten, zodat feitelijke emissiewaarden beschikbaar komen. Het programma is opgesteld door de voormalige Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) in opdracht van de drie betrokken overheden en vormt een specifiek, gebiedsgericht meetplan voor TPN‑West. Per bedrijf en per stof is een meetfrequentie vastgesteld. Het programma geldt voor bedrijven onder bevoegd gezag van zowel de gemeenten Beuningen en Nijmegen als van de provincie. Het strategisch meetprogramma is gepubliceerd op de website van ODGM.

In 2025 zijn al enkele metingen uitgevoerd; een deel van de metingen is doorgeschoven naar 2026 vanwege technische veranderingen bij bedrijven. De meetgegevens worden opgenomen in de bovengenoemde database TPN‑West. Beoogd resultaat Het strategisch meetprogramma structureel gebruiken voor risicogestuurde handhaving en beleidsontwikkeling op basis van gezondheidscriteria. Het strategisch meetprogramma wordt zo nodig jaarlijks geüpdatet op basis van nieuwe inzichten in stoffen en bedrijfsactiviteiten en uitgebreid naar relevante bedrijfsactiviteiten buiten TPN-West. Inspanning Het strategisch meetprogramma wordt de komende jaren verder voortgezet, geëvalueerd en waar nodig verbeterd. Daarbij wordt toegewerkt naar een cyclische inrichting, waarbij resultaten en nieuwe inzichten periodiek worden benut om het meetplan te actualiseren en waar nodig aan te scherpen. In aanvulling op de ZZS‑inventarisatie onderzoeken we bijvoorbeeld waar aanvullende metingen mogelijk en wenselijk zijn. Daarnaast wordt toegewerkt naar een jaarlijkse rapportage van de uitgevoerde metingen, zodat trends, afwijkingen en prioriteiten structureel kunnen worden gevolgd en gedeeld met betrokken partijen. 9

Aansluitend loopt het interne ODGM-project effectgericht werken, waarin gekeken wordt naar nieuwe parameters, waaronder gezondheid, om het succes van uitvoering te bepalen. Het strategisch meetprogramma helpt bij het bepalen en controleren van nieuwe parameters. In de toekomst kan dit strategisch meetplan worden uitgebreid naar alle relevante bedrijven buiten TPN‑West. We starten daarom alvast met het onderzoeken welke bedrijven hiervoor in aanmerking komen met gemeentelijk bevoegd gezag. In overleg met de provincie kunnen op termijn provinciale bedrijven meegenomen worden. Daarnaast kan worden gekeken naar een mogelijke uitbreiding naar water en bodem. Risico’s Door een toenemende vraag naar metingen kan het voorkomen dat er onvoldoende meetcapaciteit beschikbaar is. We proberen dit te ondervangen door meerjarig te plannen en de meetdienst van de ODGM hier vroegtijdig bij te betrekken, zodat zij hierop kunnen anticiperen. Door te focussen op complexe bedrijven met grote emissies, bestaat het risico bedrijven met kleinere emissies uit het oog te verliezen. Alle partijen dienen attent te blijven op het geheel van emissiebronnen.

10

2.2. Gezondheid een concrete plek in het VTH-proces 2.2.1. Samenwerking met GGD verbeteren Huidige stand van zaken In 2025 is gewerkt aan het verbeteren van de samenwerking met de GGD GelderlandZuid. Na meerdere zaakbesprekingen en bijeenkomsten zijn samenwerkingsafspraken gemaakt. Deze afspraken beschrijven hoe de GGD vaker en beter kan worden betrokken bij het VTH-proces. Deze werkafspraken zijn binnen ODGM gecommuniceerd naar betrokken medewerkers. De kamerbrief rondom Uitkomsten Actieagenda Industrie en omwonenden uit december 2025 sluit aan bij onze ambities om de samenwerking met GGD structureel te verbeteren. De kamerbrief roept op tot vroegtijdige en volwaardige GGD inbreng van gezondheidsexpertise bij inpassing van industriële activiteiten. De pilots, voortkomend uit deze evaluatie, zullen op de voet worden gevolgd en waar nodig toegepast. Binnen deze uitvoeringsagenda wordt de huidige samenwerking met de GGD geëvalueerd en waar nodig versterkt. Daarnaast trekken de gemeente Beuningen en Nijmegen bij de overzetting van de milieuregels uit de bruidsschat naar het omgevingsplan gezamenlijk op met de GGD. Bij advisering over milieunormen die gevolgen kunnen hebben voor gezondheid wordt de GGD structureel betrokken. Hiermee borgen we dat gezondheid vanaf het begin volwaardig wordt meegewogen in de normstelling en planvorming.

Verder bevat de Kamerbrief een tweede belangrijk punt dat wij meenemen in deze uitvoeringsagenda: de verkenning naar een herbeoordelingsmoment voor vergunningen. Het Rijk constateert dat vergunningen “vaak langdurig ongewijzigd blijven, ook wanneer nieuwe inzichten of schonere technieken beschikbaar komen”. Daarom wordt landelijk onderzocht “hoe het systeem van vergunningverlening effectiever kan worden, door onder andere herbeoordeling van vergunningen.” Deze verkenning richt zich op de vraag hoe bevoegde gezagen beter kunnen worden ondersteund bij het actualiseren van vergunningen, welke informatie bedrijven moeten aanleveren en in welke gevallen het initiatief voor herbeoordeling bij de vergunninghouder zou moeten liggen. Beoogd resultaat Het volledig implementeren van alle geleerde lessen en afspraken in het dagelijkse VTHproces. Het verder versterken van de samenwerking en borging in de organisaties. Inspanning De organisaties blijven zich inspannen om de samenwerkingsafspraken te versterken en te borgen in de VTH-processen daar waar het van toegevoegde waarde kan dienen. Verantwoordelijken zullen attent blijven op het behouden en verbeteren van de 11

gemaakte veranderingen. De ODGM zal de positie van gezondheid in het VTH-proces blijven monitoren en evalueren en de GGD daar zo nodig ook tijdig in betrekken. Ook blijven we op de hoogte van de landelijke ontwikkelingen rond het onderzoek hoe de rol van de GGD versterkt kan worden in VTH-processen. Risico’s Het is van belang te blijven spreken over de positie van gezondheid in VTH en deze regelmatig te evalueren, zodat gemaakte afspraken ook nagekomen blijven worden. Bovendien zijn alle partijen nog lerende hoe gezondheid een concretere plek kan krijgen in VTH en de rol van de GGD daarbij. Daarom blijft dit punt in de nieuwe uitvoeringsagenda van kracht.

12

2.2.2 Sturen op het bereiken en in stand houden van een gezonde leefomgeving Huidige stand van zaken In 2024 is een eerste regionaal uitvoeringsprogramma ODRN 2025-2026 opgesteld waarin de prioriteiten van het VTH-beleid regio Nijmegen zijn vertaald naar aandachtspunten en concrete doelen. Verder is ODGM in 2025 gestart met het programma ‘Effectgericht werken: van output naar outcome’, zoals aanbevolen in het eerdere Lysias-rapport ‘Voorwaarts! Op weg naar Outcomesturing’ uit 2023. In 2025 zijn hiervoor de eerste stappen gezet. Beoogd resultaat Bij de uitvoering van VTH-taken bij industriële activiteiten wordt steeds vaker en beter gestuurd op maatschappelijk effect, met als belangrijk doel een gezonde leefomgeving. Dit is een continu verbeterproces dat ook na 2027 doorgaat. Inspanning Ten eerste helpen eerdergenoemde database en dashboards om de emissies in kaart te brengen. Deze gegevens vergroten het inzicht in de staat van de gezondheid van onze leefomgeving. Daarnaast start de ODGM een project om indicatoren te ontwikkelen waarmee het effect van beleid en gezondheidseffecten kunnen worden beoordeeld. Nieuwe meetmethoden en inzichten rondom cumulatie van stoffen worden onderzocht en afgewogen op wenselijkheid en haalbaarheid. Het regionale VTH-proces wordt zo ingericht dat sturing op maatschappelijk effect daarin een stevigere rol krijgt.

Risico’s Het huidige sturingsprincipe, gericht op output, wordt al vele jaren gehanteerd en zit in de haarvaten van de betrokken organisaties. De omslag naar sturing op maatschappelijk effect vraagt veel van zowel opdrachtgever als opdrachtnemer, op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Deze verandering kost tijd en een te snelle omslag zal weerstand oproepen. Daarom worden belanghebbenden vroegtijdig betrokken en worden er gerichte, stapsgewijze verbeteringen doorgevoerd.

13

2.2.3. Beleidsmatig en juridisch de VTH-kaders verbeteren Huidige stand van zaken De provincie Gelderland heeft in 2025 het principe van scherper vergunnen voor Integrated Pollution Prevention and Control Bedrijven (IPPC-bedrijven) vastgelegd in de uitvoerings- en handhavingsstrategie (PS2025-505). IPPC-installaties zijn de grotere industriële bedrijven die vallen onder de Richtlijn industriële emissies (Rie). Omdat scherper vergunnen ook het uitgangspunt wordt in de herziene Rie, die naar verwachting in de zomer van 2026 wordt omgezet in nationale regelgeving, is dit voor IPPC-bedrijven onder gemeentelijk bevoegd gezag niet apart uitgewerkt. Beoogd resultaat De beleidsmatige en juridische kaders bieden voldoende mogelijkheden om zowel bij IPPC- als niet-IPPC-bedrijven scherper te vergunnen. Inspanning Bij het opstellen en actualiseren van beleids- en juridische kaders zorgen we ervoor dat deze de mogelijkheden om scherper te vergunnen voldoende ondersteunen. Zowel bij IPPC als niet IPPC-bedrijven bijvoorbeeld bij het project Scherp vergunnen bij gemeentelijke bedrijven. In de komende periode speelt dit in ieder geval bij het opstellen van de nieuwe regionale uitvoerings- en handhavingsstrategie voor de VTH-milieutaken die bij ODGM zijn belegd en bij het omzetten van de bruidsschatregels naar het omgevingsplan.

Risico’s Bij het opstellen van nieuw beleid is het essentieel om de eindgebruikers van dit beleid te raadplegen over de uitvoerbaarheid en wenselijkheid. Wanneer deze input uitblijft, kan onuitvoerbaar beleid en wetgeving ontstaan. Kortom, het is belangrijk om vergunningverleners en toezichthouders te betrekken bij de beleidsveranderingen. Het toepassen van scherp vergunnen kan worden beperkt door juridische mogelijkheden binnen bestaande regelgeving, want niet alle maatregelen om emissies te verminderen zijn juridisch afdwingbaar. Daarnaast kan bij bedrijven weerstand ontstaan wanneer strengere eisen worden gesteld. Dit kan leiden tot langere procedures of discussies over haalbaarheid van maatregelen. Tot slot vraagt de uitvoering van deze projecten om voldoende kennis en capaciteit bij gemeenten en de omgevingsdienst. Beperkte capaciteit kan de uitvoering vertragen.

14

2.3. Samenwerking met bedrijven en omwonenden verbeteren 2.3.1. Verbeteren communicatie en samenwerking bij VTH Huidige stand van zaken De communicatie en samenwerking rond VTH-activiteiten is de afgelopen jaren verbeterd. In het project Gezonder vergunnen en in wijkoverleggen zijn samen met omwonenden en bedrijven hun behoeften en verwachtingen in kaart gebracht. Dit heeft geleid tot de bouwstenen voor de nieuwe Omgevingsdialoog TPN-West 2025: acht punten die zorgen voor meer transparantie over het werk van de ODGM, vroegtijdig betrekken omwonenden, meer ruimte voor participatie en beter onderling begrip. Daarmee ligt er nu een duidelijk fundament voor de omgevingsdialoog, die in 2026 verder wordt uitgewerkt. De omgevingsdialoog richt zich vooral op concrete ontwikkelingen bij een bedrijf. Aanvullend organiseert ODGM regelmatig bijeenkomsten voor bedrijven en is er een regulier overleg met wijkvertegenwoordigers. Beoogd resultaat De bouwstenen uit de geactualiseerde omgevingsdialoog zijn uitgewerkt en worden toegepast. Ook bij provinciale bedrijven waarbij de elementen van de omgevingsdialoog meerwaarde bieden. Er zijn verschillende tools ontwikkeld om de dialoog te stimuleren. Deze worden door de omgevingsdienst actief ingezet. Daarnaast is de meerwaarde en haalbaarheid van een fysiek omgevingsplatform is in beeld gebracht.

Inspanning De bouwstenen uit de omgevingsdialoog worden verder uitgewerkt en toegepast. Om de omgeving structureel te betrekken worden de volgende tools ontwikkeld en ingezet: •

• • • •

Een handreiking participatie voor bedrijven, waarmee bedrijven worden gestimuleerd om omwonenden vroegtijdig te betrekken bij activiteiten en besluiten. Een standaardopzet voor vooroverleg met de omgeving bij vergunningaanvragen, zodat omwonenden tijdig geïnformeerd en betrokken zijn. Verbeterde communicatie over actuele dossiers via de ODGM-webpagina, met begrijpelijke toelichtingen en actuele emissie informatie. Verkenning van een breed fysiek overleg voor actoren rond het TPN West-gebied, gericht op structurele dialoog en gezamenlijke probleemaanpak. Een ODGM-richtlijn die aangeeft bij welk type zaak welke extra communicatietools worden ingezet. 15

De omgevingsdialoog richt zich op concrete ontwikkelingen bij nieuwe en lopende aanvragen en toezichtzaken. En zet in op samenwerking tussen de verschillende betrokkenen. In 2026 zullen er verschillende elementen zoals hierboven genoemd ingezet worden bij minimaal 2 zaken ter voorbereiding op de borging in de nieuwe werkwijzen. Risico’s Een representatieve vertegenwoordiging van zowel inwoners als bedrijven is een belangrijk aandachtspunt bij de omgevingsdialoog. Ook is het belangrijk om vooraf duidelijk te communiceren over de invloed die deelnemers hebben, om teleurstelling te voorkomen. Daarnaast is een actieve en transparante communicatie door bedrijven richting hun omgeving een belangrijk uitgangspunt. Als bedrijven deze rol onvoldoende oppakken, kan dit leiden tot onduidelijkheid en wantrouwen en daarmee een minder effectieve omgevingsdialoog. Dit vraagt blijvende aandacht van overheid, bedrijven en omwonenden.

16

2.3.2. Het inzicht in en het omgaan met vragen en klachten verbeteren Huidige stand van zaken De ODGM heeft de procedures rondom klachtenafhandeling verbeterd door onder andere de terugkoppeling naar omwonenden te verbeteren, gebruik te maken van preventieve klachtenanalyses en zo te werken aan het versterken van het vertrouwen van omwonenden. Momenteel bestaan er verschillende digitale meldingsmogelijkheden op het gebied van luchtkwaliteit en klachten over overlast van bedrijven naast elkaar. De meldingen van inwoners komen op verschillende locaties bij verschillende partijen binnen en worden onvoldoende samengevoegd. Beoogd resultaat Alle digitale meldingsmogelijkheden voor inwoners van de gemeenten Beuningen en Nijmegen zijn in kaart gebracht en de gegevensverwerking van deze meldingen is gesynchroniseerd om betere data-analyse te bewerkstelligen. Door het analyseren van alle klachten en meldingen krijgen we beter inzicht in patronen en terugkerende signalen, waardoor we gerichter actie kunnen ondernemen. Inspanning We brengen de verschillende kanalen waar klachten en meldingen over industriële luchtverontreiniging binnenkomen beter in beeld, verbeteren deze waar nodig en brengen ze opnieuw onder de aandacht bij inwoners.

Tegelijkertijd verkennen we mogelijkheden om meldingen beter te bundelen, analyseren en rapporteren, zodat we patronen eerder signaleren en gerichter kunnen handelen. Risico’s Om een evenwichtig beeld te krijgen van de zorg die bij inwoners speelt, is het zaak om input te krijgen van inwoners. In de praktijk blijkt het lastig om inwoners te bereiken wordt vaak gesproken met een select groepje sterk geïnteresseerden. Dit kan een vertekend beeld geven van ‘de inwoner’. Door communicatiemethoden te evalueren en interne experts op het gebied van communicatie en participatie te raadplegen, kan het inwonerscontact worden verbeterd (zie ook hierboven risico’s Verbeteren communicatie en samenwerking omwonenden bij VTH). Het openbaar maken van de klachten, voor een transparante houding over zorgen en meldingen, kan haaks komen te staan op de privacy van individuele inwoners en bedrijven. Hier dient een weloverwogen afweging in gemaakt te worden, waarbij andere Nederlandse gemeenten geraadpleegd kunnen worden.

17

2.4. De uitstoot van industriële emissies verminderen 2.4.1. De uitstoot van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) verminderen Huidige stand van zaken In 2024 en 2025 is een inventarisatie van aanwezigheid van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) gedaan bij zowel bedrijven op TPN West (ca. 100) als breder in het werkgebied van de voormalige ODRN (ongeveer 230 bedrijven verdeeld over 6 gemeenten) waarvoor de gemeente bevoegd gezag is. Een belangrijke bevinding uit het onderzoek is dat veel bedrijven zich nog niet bewust waren van het gebruik van ZZS. Uit deze inventarisatie bleek bij 70% van de locaties ZZS aanwezig te zijn. De bedrijven zijn op de hoogte gebracht van de bevindingen en waren veelal bereidwillig om onderzoek te doen naar alternatieven die geen (of minder) ZZS bevatten. Op basis van deze inventarisatie zijn ook verschillende ZZS-aspectcontroles uitgevoerd. Bij de overige bedrijven is ZZS één van de aandachtspunten in de reguliere controle. Voor een integraal beeld van de uitstoot zijn alle ZZS-dossiers centraal bij ODGM opgeslagen. Dit is aangevuld met een database van de externe partij Deconcern, die een volledig overzicht biedt van het stoffengebruik per bedrijf, inclusief potentiële ZZS.

Beoogd resultaat Eind 2026 is er een volledig en actueel overzicht van de belangrijkste bronnen van verspreiding van zeer zorgwekkende stoffen naar de leefomgeving binnen de gemeente Nijmegen en Beuningen. Eind 2028 zijn bij alle bronnen waar significante hoeveelheden ZZS worden geëmitteerd maatregelen getroffen om de verspreiding van ZZS zoveel mogelijk te vermijden en als dat niet lukt, deze terug te dringen. Inspanning ODGM actualiseert de ZZS-informatie via een uitvraag bij bedrijven en brengt de hoeveelheden ZZS in kaart. Op basis hiervan worden bedrijven geïnformeerd, gestimuleerd en waar nodig en mogelijk verplicht om maatregelen te treffen om de emissie van ZZS te vermijden dan wel verminderen. Tegelijkertijd worden toezichthouders verder opgeleid in ZZS en wordt deze kennis ook richting bedrijven ingezet. Risico’s Het kan wettelijk onmogelijk zijn om bedrijven tot maatregelen te dwingen. Ook zijn we voor het onderzoek afhankelijk van de ZZS-database van het RIVM-onderzoek. Stoffen die nu nog niet in beeld zijn als zorgwekkend, kunnen we niet evalueren.

18

Tenslotte geeft de Deconcern database enkel de gebruikte ZZS aan, niet de ZZS die tijdens productie kunnen ontstaan. Wanneer we deze emissies verwachten kan hier aanvullend onderzoek naar worden gedaan.

2.4.2. De uitstoot van NOx en fijnstof verminderen Huidige stand van zaken Dit is een nieuwe maatregel. Eind 2025 is door de ODGM in opdracht van de provincie een plan van aanpak opgesteld voor een project ‘Scherp vergunnen met gemeenten’. De gemeente Beuningen en Nijmegen participeren in dit project. Beoogd resultaat Een schonere lucht door minder uitstoot van NOx en fijnstof bij bedrijven waarvoor de gemeente bevoegd gezag is. Inspanning Binnen het project Scherp vergunnen met gemeenten wordt onderzocht hoe emissies bij niet-IPPC bedrijven verder kunnen worden verminderd. Daarbij wordt breder gekeken dan alleen vergunningverlening, bijvoorbeeld ook naar toezicht en handhaving, technische maatregelen en andere mogelijkheden om emissies te reduceren. Voor- en natransport zou hier mogelijk later aan toegevoegd kunnen worden mede afhankelijk van de resultaten van de maatregel genoemd in paragraaf 2.1.1. Op basis van deze verkenning worden eventueel pilots uitgevoerd bij een aantal bedrijven. De resultaten worden vertaald naar praktische handvatten voor gemeenten en omgevingsdiensten. Parallel hieraan werkt de provincie aan verdere implementatie van scherp vergunnen voor IPPC-bedrijven. Risico’s Er kunnen uiteenlopende ideeën over de mogelijkheden en wenselijkheid van verschillende maatregelen op het gebied van scherper vergunnen ontstaan.

Als maatregelen geen juridische grondslag vinden en niet kostenefficiënt zijn, kan het lastig worden om bedrijven te verplichten tot het nemen van deze maatregelen.

19

2.4.3. Verminderen van geuruitstoot en -overlast Huidige stand van zaken Om de geuroverlast in kaart te brengen, is er in Nijmegen-West en Weurt in 2022-2023 een geuronderzoek uitgevoerd. Op dit moment geldt in Nijmegen en Beuningen de ‘Beleidsregel geur voor milieubelastende activiteiten niet-veehouderijen Gelderland 2024’. In 2025 is de Handreiking Geur Industrie opgeleverd. De handreiking is opgesteld in opdracht van VNG, IPO en het ministerie van IenW. Deze is bedoeld als hulpmiddel voor de praktijk, in het bijzonder voor gemeenten, provincies en omgevingsdiensten. De handreiking gaat over hoe het bevoegd gezag – op basis van de Omgevingswet – met geur van industriële activiteiten kan omgaan. Zowel bij het stellen van regels van het omgevingsplan, het vaststellen van geurbeleid als bij het vaststellen van het aanvaardbaar geurhinderniveau. We zijn in overleg getreden hoe de voorstellen uit de handreiking in te passen in een geactualiseerd geurbeleid. Beoogd resultaat Geactualiseerd geurbeleid gebaseerd op de landelijke ‘Handreiking Geur Industrie 2025’, gericht op het voorkomen en verminderen van geurhinder Inspanning De komende periode werken gemeenten en provincie samen aan het actualiseren en harmoniseren van het geurbeleid, onder andere op basis van de landelijke Handreiking Geur Industrie en de herziene GGD-richtlijn.

Enkele Geurrelevante bedrijven worden opnieuw doorgerekend en in beeld gebracht, inclusief cumulatieve geurbelasting, zodat een beter beeld ontstaat van de totale geurbelasting en geurhinder. Deze inzichten worden verwerkt in het omgevingsplan en vormen de basis voor toekomstige vergunningverlening en ruimtelijke planvorming. Dit traject vraagt de komende jaren een aanzienlijke inhoudelijke en juridische inspanning van gemeenten, provincie en ODGM. Risico’s De landelijke handreiking wijkt op een aantal punten af van het Gelders geurbeleid. De verschillen met het huidige beleid zijn niet groot. Toch is het wenselijk het huidige beleid aan te passen aan de nieuwe handreiking en dat ook af te stemmen met de gemeenten. Dit laatste is met name van belang om dezelfde uitgangspunten te hanteren en bij voorkeur ook een vergelijkbaar afwegingskader. Dit leidt tot helderheid naar zowel de bedrijven als de omliggende bewoners.

20

3. Organisatie en begroting 3.1. Organisatie Er wordt geen aparte project- en overlegstructuur ingericht voor deze uitvoeringsagenda. Er wordt gebruikgemaakt van bestaande overlegstructuren zoals het afstemmingsoverleg milieu TPN-West dat de betrokken overheden maandelijks met elkaar hebben. Dit overleg wordt gebruikt om de uitvoering en voortgang met elkaar af te stemmen en bespreken. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van bestaande overleggen met omwonenden, bedrijven en andere belanghebbenden om hen hierbij te betrekken. Zo nodig worden, gekoppeld aan de verschillende maatregelen, separate bijeenkomsten of werksessies georganiseerd met belanghebbenden. ODGM voert de uitvoeringsagenda grotendeels uit. Zij leveren de projectleider(s) en dragen zorg voor tijdige uitvoering van alle maatregelen inclusief het laten participeren van belanghebbenden bij de uitvoering daarvan. Opdrachtgevers: • Gemeente Nijmegen • Gemeente Beuningen • Provincie Gelderland Opdrachtnemer en penvoerder: • ODGM

3.2. Begroting De kosten voor het uitvoeren van deze agenda zijn/worden opgenomen in de werkplannen van ODGM en maken daarmee integraal onderdeel uit van de opdracht aan ODGM.

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=4a8cf461-893f-4834-a7c7-473979a0f8c5