CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringsagenda Industrie en Omwonenden TPN-West

Besluitronde (raadsvergadering) 29 januari 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: D30 d.d. 10 december 2024 over Uitvoeringsagenda Industrie en Omwonenden TPN-West5.505 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitvoeringsagenda Industrie en Omwonenden TPN-West Aanvullende maatregelen om omwonenden van TPN-West beter te beschermen tegen industriële emissies

Definitief November 2024

1

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ...................................................................................................................................... 3 1.1.

Afbakening............................................................................................................................ 3

1.2.

Doel ...................................................................................................................................... 3

1.3.

Beoogd resultaat .................................................................................................................. 4

2.

Uitvoeringsagenda ..................................................................................................................... 4 2.1.

Beter zicht op industriële emissies TPN-West ..................................................................... 4

2.1.1.

Inzicht in emissies van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) TPN-West ................................ 4

2.1.2.

Opzetten van een database TPN-West voor emissies van bedrijven ............................... 5

2.1.3.

Opstellen van een strategisch meetprogramma .............................................................. 6

2.1.4.

Omgaan met vragen en klachten verbeteren ................................................................... 7

2.2.

Gezondheid een concrete plek in het VTH-proces ............................................................... 8

2.2.1.

Samenwerking met GGD verbeteren ................................................................................ 8

2.2.2.

Sturen op het bereiken en in stand houden van een gezonde leefomgeving .................. 8

2.2.3.

Beleidsmatig en juridisch VTH-kaders verbeteren ......................................................... 10

2.3.

Samenwerking met bedrijven en omwonenden verbeteren ............................................. 11

2.3.1.

Verbeteren communicatie en samenwerking omwonenden bij VTH ............................ 11

2.3.2.

Convenant gezonde leef- en werkomgeving TPN-West ................................................. 12

3.

Integrale planning .................................................................................................................... 13

4.

Organisatie ............................................................................................................................... 14

5.

Begroting .................................................................................................................................. 14

Bijlage 1: genomen of reeds in gang gezette verbetermaatregelen ..................................................... 15 Bijlage 2: korte beschrijving van relevante projecten ........................................................................... 16 Project – Try-out ZZS ......................................................................................................................... 16 Tox Down ........................................................................................................................................... 16 Gezonder vergunnen (uitwerking van SLA-maatregel scherper vergunnen) .................................... 17

2

1.

Inleiding

In haar rapport Industrie en omwonenden van 13 april 2023 stelt de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) dat de overheid de mogelijkheden van het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving volledig moet benutten om de gezondheid van omwonenden te beschermen tegen industriële emissies. Ook stelt de OvV dat de overheid proactief moet communiceren en transparant moet zijn over incidenten, zorgen en klachten teneinde het vertrouwen van omwonenden terug te winnen. Het onderzoek van de OvV is uitgevoerd aan de hand van drie casussen. Eén daarvan betrof asfaltcentrale APN in Nijmegen. Inmiddels heeft deze asfaltcentrale haar deuren gesloten. Het onderzoek is echter een meer algemene beschouwing van hoe het VTH-stelsel werkt. Het verdwijnen van APN verandert dan ook niets aan de ‘opdracht’ uit het rapport om omwonenden beter te beschermen tegen industriële emissies. De afgelopen jaren zijn hiervoor al de nodige maatregelen genomen of in gang gezet (zie bijlage 1). Het rapport Industrie en omwonenden biedt ons als betrokken bevoegde gezagen voor de bedrijven op bedrijventerrein TPN-West een aantal aanknopingspunten voor aanvullende maatregelen. Deze aanvullende maatregelen zijn opgenomen in deze gezamenlijke uitvoeringsagenda Industrie en Omwonenden TPN-West. De maatregelen genoemd in deze uitvoeringsagenda worden de komende jaren uitgevoerd.

Eind 2025 worden deze maatregelen geëvalueerd en worden er aanbevelingen gedaan voor het vervolg.

1.1.

Afbakening

Deze uitvoeringsagenda beschrijft de aanvullende maatregelen die passen binnen de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de bij TPN-West betrokken bevoegde gezagen voor de Omgevingswet: • • •

Gemeenten Beuningen Gemeente Nijmegen Provincie Gelderland

Uitwerking en uitvoering van de in deze agenda opgenomen maatregelen wordt samen met ODRA en ODRN projectmatig opgepakt. Hiervoor is door ODRN en ODRA een projectplan opgesteld. Er is ook een landelijke actieagenda industrie en omwonenden. De maatregelen opgenomen in deze uitvoeringsagenda zijn hierop afgestemd. Deze uitvoeringsagenda richt zich voornamelijk op bedrijventerrein TPN-West. Dit is ons pilotgebied. Afhankelijk van de uitkomsten kunnen (sommige) maatregelen later worden opgeschaald. Dit is onderdeel van de evaluatie. Enkele maatregelen zijn wat meer generiek van aard en werken dus ook door op onze VTH-werkzaamheden buiten het pilotgebied.

1.2.

Doel

Omwonenden van bedrijventerrein TPN-West beter beschermen tegen industriële emissies door naar aanleiding van de aanbevelingen in het rapport Industrie en omwonenden een aantal aanvullende maatregelen uit te voeren.

3

1.3. -

-

2.

Beoogd resultaat Alle maatregelen van deze uitvoeringsagenda zijn uitgevoerd en wanneer van toepassing ingevoerd dan wel voorzien van een advies waardoor: o Er beter zicht is op vergunde en werkelijke industriële emissies. o De relatie tussen industriële emissies en gezondheid is versterkt. o De samenwerking met bedrijven en omwonenden is verbeterd. Een evaluatierapport met conclusies en aanbevelingen. Omwonenden en bedrijven zijn geïnformeerd en hebben geparticipeerd (zowel bij het opstellen, uitvoeren als evalueren van deze uitvoeringsagenda).

Uitvoeringsagenda

De afgelopen jaren zijn, onder andere naar aanleiding van de gebeurtenissen bij APN, veel inspanningen verricht om omwonenden beter te informeren over, en beschermen tegen industriële emissies. Gegeven de uitkomsten en aanbevelingen van het onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid zijn aanvullende maatregelen nodig. Deze worden hieronder verder uitgewerkt. We maken daarbij onderscheid in 3 actielijnen: ● Actielijn 1: Beter zicht op industriële emissies TPN-West ● Actielijn 2: Gezondheid een concrete plek in het VTH-proces ● Actielijn 3: Samenwerking met bedrijven en omwonenden verbeteren

2.1. Beter zicht op industriële emissies TPN-West 2.1.1. Inzicht in emissies van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) TPN-West Omschrijving Van een aantal met name grotere vergunningplichtige bedrijven op TPN-West is bekend welke ZZS zij uitstoten en in welke omvang1. Voor deze bedrijven geldt ook dat zij aan de hand van een door de overheid goedgekeurd vermijdings- en reductieprogramma de uitstoot daarvan zoveel mogelijk moeten vermijden en als dat niet lukt beperken. We weten2 dat er naast deze grote bedrijven waarschijnlijk ook kleinere, veelal meldingsplichtige bedrijven zijn die ZZS uitstoten. Op dit moment is hier onvoldoende zicht op. Resultaat Het beoogde resultaat is dat we eind 2025 een actueel overzicht hebben van het gebruik van ZZS bij de meest relevante bedrijven op TPN-West. We kijken wat er nodig is aanvullend op reeds uitgevoerd onderzoek, zowel naar bedrijven als naar nieuwe, opkomende stoffen die nog niet onderzocht zijn. We gebruiken het inzicht om knelpunten in beeld te brengen en gericht de uitstoot

1

In 2022 heeft de ODRN in opdracht van provincie Gelderland een inventarisatie gedaan van de mogelijke emissies van (p)ZZS naar de lucht en het afvalwater (indirecte lozingen) van provinciale bedrijven 2 Meer kennis nodig over gebruik ZZS door kleinere bedrijven | VNG

4

van ZZS terug te dringen. Zo zullen we bedrijven informeren over de risico’s en adviseren om te onderzoeken of er alternatieven zijn of mogelijkheden om de uitstoot te beperken. Daar waar nodig zullen we ook emissiemetingen doen en/of bedrijven vragen om een vermijdings- en reductieprogramma op te stellen. We zetten zo nodig actief maatwerk in om de uitstoot van ZZS te vermijden of verder terug te dringen. Inspanningen We laten bij de meest relevante bedrijven op TPN-West, voor zover nog niet gedaan, een inventarisatie uitvoeren naar het eventuele gebruik van ZZS binnen deze bedrijven. Bij de meest relevante bedrijven zullen we onder andere door emissiemetingen en/of het vragen om een vermijdings- en reductieprogramma inzicht krijgen in de aard en omvang van de emissies van ZZS. We leggen emissies vast in een database (zie maatregel 2.1.2). We spannen ons in om te adviseren bij het vermijden en verminderen van het gebruik en de uitstoot van ZZS en waar mogelijk reguleren we de uitstoot van ZZS. Risico’s Om dit te kunnen doen is een volledig, actueel en juist beeld nodig van milieubelastende activiteiten die op dit moment op TPN-West worden uitgevoerd. Hiervoor dient het bedrijvenbestand van TPNWest geactualiseerd te worden.

Om voldoende kennis en expertise te hebben om deze inventarisatie uit te voeren nemen zowel ODRN als ODRA deel aan het project Try-out ZZS3 waarin ze samenwerken met RIVM. Daarnaast wordt ook in het ToxDown4 project samengewerkt met het RIVM om beter zicht te krijgen op de aanwezigheid van chemische stoffen in de leefomgeving.

2.1.2. Opzetten van een database TPN-West voor emissies van bedrijven Omschrijving De laatste jaren wordt er steeds meer gemeten en geregistreerd. Hierdoor is er al beter zicht op de feitelijke emissies van schadelijke stoffen door bedrijven. Een database waarin zowel de werkelijk gemeten als de vergunde emissies van schadelijke stoffen actueel wordt bijgehouden en inzichtelijk gemaakt, is er nog niet. Daarom gaan we een database opzetten waarin industriële emissies van TPNWest geregistreerd worden. Welke emissies meegenomen worden, hoe deze database eruit moet komen te zien en welke functionaliteit deze database moet krijgen wordt eerst onderzocht. Prioriteit ligt bij de, voor de gezondheid meest schadelijke stoffen en bij geuremissies. Verder streven we ernaar om ook emissiemetingen die in opdracht van de bedrijven zelf worden uitgevoerd hierin op te nemen. Resultaat Eind 2025 hebben we een actueel, volledig en juist overzicht van vergunde en gemeten industriële emissies van schadelijke stoffen en geurstoffen. Eind 2025 is er een beheerplan om ervoor te zorgen dat deze database wordt bijgehouden en beheerd.

3 Zie bijlage 2 voor een korte beschrijving van dit project 4 Zie bijlage 2 voor een korte beschrijving van dit project

5

Inspanningen Samen met inhoudelijk specialisten worden de eisen die aan deze database moeten worden gesteld in beeld gebracht. Vervolgens wordt bekeken of er al een applicatie bestaat waar gebruik van gemaakt kan worden dan wel of een eigen applicatie ontwikkeld moet worden. Insteek is een eenvoudig en toegankelijk systeem met beperkte beheerkosten. Het beheer wordt in handen gelegd van ODRN en ODRA. Risico’s Mogelijk is het opzetten en beheren van een dergelijke database complexer dan in eerste instantie voorzien. Hier dient bij het opstellen van het programma van eisen rekening mee gehouden te worden. Ook kan er gekozen worden voor een groeimodel waarbij klein begonnen wordt en de database in de loop der jaren wordt uitgebreid.

2.1.3. Opstellen van een strategisch meetprogramma Omschrijving Voor bedrijven op TPN-West, voor zowel bedrijven onder gemeentelijk als ook provinciaal bevoegd gezag, wordt een strategisch meetprogramma 2025-2028 opgesteld. Resultaat Eind 2024 is er een strategisch meetprogramma dat de frequentie en de aard van de metingen specificeert, evenals de locaties en parameters die worden gemeten. Onderdeel van het programma zijn ook de bijbehorende kosten, zodat financiële middelen nauwkeurig kunnen worden geraamd. Eind 2024 zijn afspraken gemaakt over het beheer van dit meetplan en de uitvoering daarvan is geborgd. Inspanningen De ODRA en ODRN gaan in gesprek met de provincie, gemeente Nijmegen en gemeente Beuningen over het vaker zelf uitvoeren van metingen en in welke situaties dat wenselijk en/of noodzakelijk wordt gevonden. Ook is er ruimte om in te spelen op voorvallen, signalen en nieuwe inzichten. Vanuit deze gesprekken wordt uiteindelijk het strategisch meetprogramma 2025-2028 opgesteld. Risico’s Al geruime tijd is er krapte bij het team Meten en Advies van de ODRA. Er is wel de wens om dit team uit te breiden, het voorstel daarvoor is op dit moment in voorbereiding. Als het team mag uitbreiden moet het juiste personeel eerst gevonden worden en door personeelskrapte is het niet ondenkbaar dat dat niet zomaar lukt.

Dit vormt een risico voor de daadwerkelijke uitvoering van het strategische meetprogramma als het er eenmaal ligt. Overwogen kan worden een deel van de metingen door een commerciële partij te laten uitvoeren.

6

2.1.4. Omgaan met vragen en klachten verbeteren Deze actie draagt ook bij aan actielijn 3: Samenwerking met bedrijven en omwonenden verbeteren. Ook is er een relatie met het project gezonder vergunnen en de omgevingsdialoog die in dat project geactualiseerd wordt. Omschrijving We stimuleren omwonenden om vragen en klachten bij ons in te dienen omdat we daarvan kunnen leren. We juichen het ook toe als omwonenden bij vragen of klachten zelf met het bedrijf contact opnemen. In de wijze waarop nu wordt omgegaan met vragen en klachten die bij ons binnenkomen, is er niet of onvoldoende aandacht voor de eventuele achterliggende gezondheidsrisico’s. Ook wordt er te weinig aandacht besteed aan het analyseren en leren van klachten. Een goede analyse van klachten kan bijdragen aan beter inzicht in daadwerkelijke emissies, omdat klachten een signaal kunnen zijn voor situaties met mogelijke risico’s voor de gezondheid. Resultaat Het resultaat is dat we meer inzicht hebben in daadwerkelijke emissies en incidenten. Ook gaan we beter om met vragen en klachten van omwonenden, en de achterliggende vraag of zorg, waardoor zij zich beter gehoord voelen en het vertrouwen in de overheid toeneemt. Door vragen en klachten meer en beter te onderzoeken, te analyseren, op te volgen en te combineren met andere informatiebronnen gaan we meer preventief te werk om zo hinder te voorkomen.

Inspanningen Samen met professionals, omwonenden en bedrijven onderzoeken we welke maatregelen mogelijk zijn om de oorzaak van de klachten weg te nemen, de omgang met vragen en klachten te verbeteren en om het onderzoeken en analyseren daarvan te verbeteren. Vervolgens gaan we deze maatregelen uitvoeren. We beginnen met een structureel overleg waarin alle milieuklachten met betrekking tot TPN-West worden besproken. Risico’s Om een goede analyse te kunnen uitvoeren is er behoefte aan voldoende gestructureerde data. Het zou kunnen dat deze niet voorhanden is. Ook bestaat de kans dat de verwachtingen ten aanzien van en mogelijkheden van de klachtenafhandeling te veel uit elkaar liggen. Het is goed om dit in beeld te brengen en op zich is dat ook al waardevolle informatie die gebruikt kan worden om de verwachtingen en mogelijkheden beter op elkaar af te stemmen. Klachten kunnen mogelijke risico’s betreffen waarvoor een toetsingskader of normering ontbreekt. In dat geval zullen we in overleg met partijen nagaan op welke wijze dan wel passende maatregelen voorgeschreven kunnen worden. Provincie Gelderland werkt met een afwegingskader voorzorgsbeginsel (op 25 juni vastgesteld in GS)

7

2.2.

Gezondheid een concrete plek in het VTH-proces

De gezondheid van omwonenden moet beter verankerd worden in het VTH-proces en daar een concrete plaats in krijgen. Dit vraagt om een omslag naar meer resultaatgericht werken. Daar waar dat binnen het bestaande VTH-systeem mogelijk is, gaan we een aantal aanvullende maatregelen nemen. Deze worden hier beschreven. In reactie op het OvV-rapport hebben we aangegeven dat het bestaande VTH-stelsel en de bestaande wetgeving op onderdelen tekortschiet. In de actieagenda Industrie en Omwonenden van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zijn acties opgenomen om dit te verbeteren.

2.2.1. Samenwerking met GGD verbeteren Omschrijving Op dit moment heeft de GGD een zeer beperkte rol bij het beschermen van omwonenden tegen industriële emissies. Zowel bij de planontwikkeling (nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen) als bij realisatie en beheer (vergunningverlening en toezicht). Dit terwijl de GGD wel van meerwaarde kan zijn hierbij. Het gaat dan zowel over inzet van haar expertise op het terrein van de gezondheid als de communicatie hierover aan omwonenden. Resultaat Het resultaat geeft inzicht in hoe de GGD meer van betekenis kan zijn bij zowel vergunningverlening, toezicht, planontwikkeling, realisatie en beheer en in welke situaties advies wel of niet wenselijk is. Eind 2025 zijn hierover concrete samenwerkingsafspraken gemaakt tussen de GGD, bevoegd gezag en omgevingsdiensten. Inspanningen Met betrokken partijen wordt overlegd op welke wijze de samenwerking kan worden verbeterd zodat de gezondheid van omwonenden beter kan worden beschermd. Hierbij wordt afstemming gezocht met de landelijke actieagenda van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat waarin een verkenning is opgenomen om de adviesrol van GGD’en te versterken. Capaciteit en kennis bij de GGD is hierbij aandachtspunt. Risico’s ● ● ●

Uiteenlopende ideeën over de mogelijkheden en wenselijkheid van verschillende maatregelen. Onvoldoende tijd en capaciteit bij de GGD. Onvoldoende kennis van schadelijkheid van stoffen, ook in cumulatie met andere stoffen.

2.2.2. Sturen op het bereiken en in stand houden van een gezonde leefomgeving Omschrijving Bij het uitvoeren van onze VTH-taken moet gezondheid een concrete plaats innemen. We zetten alle instrumenten in die ons ter beschikking staan. Dus zowel bij het verlenen en actualiseren van vergunningen, het behandelen van meldingen, het toezicht daarop en de handhaving hiervan. We 8

zorgen voor voldoende structurele middelen om metingen uit te voeren. Bij een overschrijding wordt direct opgetreden, conform de Landelijke Handhavingsstrategie. Wanneer als gevolg van deze overschrijding sprake is van verhoogde risico’s voor de volksgezondheid zullen we tevens de inzet van het strafrecht bevorderen. Tegelijkertijd onderzoeken en benutten we samen de mogelijkheden om meer preventief te werken bijvoorbeeld, door de inzet van adviserend toezicht en door gerichte voorlichting aan bedrijven. We borgen dit door in onze opdrachten aan ODRN/ODRA hiervoor voldoende structurele middelen beschikbaar te stellen. Een belangrijke voorwaarde daarbij is dat we als opdrachtgevers voor de omgevingsdiensten steviger sturen op het bereiken en in stand houden van een gezonde leefomgeving. Dit vraagt bij omgevingsdiensten om een omslag naar meer resultaatgericht werken. In 2023 is hiervoor door Lysias een routekaart ontwikkeld. Resultaat Vanaf 2026 worden er in de opdrachten aan ODRN en ODRA concrete resultaatafspraken op het gebied van gezondheid opgenomen. Het beoogde resultaat hierbij is dat er bij het uitvoeren van de VTH-taken meer aandacht is voor het verminderen van de emissie van stoffen die schadelijk zijn voor de volksgezondheid en dat er meer wordt gedaan aan preventie.

Resultaat is ook dat zowel de vergunningverlener, de toezichthouder als het bedrijf zich meer bewust worden van het bestaan en de risico’s van schadelijke stoffen voor de volksgezondheid. Door de beperkte capaciteit meer en beter te sturen op gezondheid voor omwonenden wordt meer resultaat bereikt. Inspanningen In het VTH-beleid heeft gezondheid een hoge prioriteit. Deze prioriteit is vertaald in de opdrachten van ODRN en ODRA voor 2024. Concretisering hiervan is nodig. Zo ontbreken momenteel concrete doelen en ook de inzet van preventieve middelen zijn hierin nog niet verwerkt. We onderzoeken samen met omgevingsdiensten hoe we beleid en uitvoering beter met elkaar kunnen verbinden zodat gezondheid een centrale plek krijgt bij de VTH-taakuitvoering. Daarbij wordt zo veel mogelijk aangesloten bij bestaande trajecten om het VTH-beleid te implementeren en meer resultaatgericht te werken. Bij resultaatgericht werken wordt gestuurd op de bijdrage van VTH aan een gezonde leefomgeving in plaats van bijvoorbeeld de hoeveelheid geld of het aantal vergunningen en controles. Het bestaande actualisatiebeleid wordt tegen het licht gehouden waarbij wordt onderzocht of hierin meer rekening gehouden kan worden met het aspect gezondheid. Risico’s Het ontbreken van voldoende kennis over effecten van stoffen op de volksgezondheid zien we als een risico, o.a.

voor wat betreft effecten van cumulatie van stoffen en nieuwe stoffen. De projecten Try-out ZZS en Tox-Down zullen bijdragen aan het vergroten van deze kennis. Daarnaast zal ook aandacht nodig zijn voor het continu opleiden en bijscholen van medewerkers die hier uitvoering aan moeten geven. Het resultaatgericht werken is nog geen gemeengoed. Dit vraagt van alle partijen een andere manier van werken.

9

2.2.3. Beleidsmatig en juridisch VTH-kaders verbeteren Omschrijving In de bestaande regionale Uitvoerings- en handhavingsstrategie5 (U&H-strategie) staan de prioriteiten en doelen die met het uitvoeren van de VTH-taken worden gehanteerd en nagestreefd. Deze U&H-strategie biedt op dit moment onvoldoende houvast om het zoveel mogelijk vergunnen aan de onderkant van de BBT-range juridisch mogelijk te maken. Ook zijn met het in werking treden van de Omgevingswet per 1 januari 2024 de mogelijkheden om de gezondheid van omwonenden beter te beschermen toegenomen. We laten een analyse uitvoeren om inzichtelijk te maken welke aanvullingen en wijzigingen in het beleidsmatig en juridisch kader nodig zijn om de gezondheid van omwonenden beter te beschermen. Resultaat Met deze maatregelen beschikken we vanaf 2026 over een beleidsmatig en juridisch kader waarmee we beter in staat zijn om de gezondheid van omwonenden te beschermen door het terugdringen van schadelijke industriële emissies juridisch af te kunnen dwingen. Inspanningen We laten een analyse uitvoeren om inzichtelijk te maken welke aanvullingen en wijzigingen in het beleidsmatig en juridisch kader nodig zijn om de gezondheid van omwonenden beter te beschermen. Onderdeel hiervan is ook om te onderzoeken hoe we de handhaving gericht op gezondheid kunnen versterken.

Met de uitkomst van deze analyse zullen we voorstellen doen om de beleidsmatige en juridische kaders te verbeteren. We maken hierbij zoveel mogelijk gebruik van de goede voorbeelden van andere bevoegde gezagen die al bij ons bekend zijn. Risico’s Op Europees en nationaal niveau zijn er ook ontwikkelingen op dit vlak. Onlangs is de Europese richtlijn industriële emissies herzien. Hierin is onder andere opgenomen dat zo veel mogelijk aan de onderkant van BBT-range vergund moet worden. Dit is ook onderdeel van de landelijke actieagenda Industrie en Omwonenden. We stemmen deze maatregel af op deze ontwikkelingen. De Omgevingswet is recent van kracht geworden. Als gevolg hiervan is nog niet of onvoldoende duidelijk hoe een en ander juridisch juist kan worden toegepast. Risico is dat bepaalde benaderingen uiteindelijk juridisch niet standhouden.

5 In 2022 is het VTH-beleid regio Nijmegen 2023-2026 vastgesteld. In de Omgevingswet wordt hiervoor de term uitvoerings-

en handhavingsstrategie gehanteerd. Om verwarring te voorkomen hanteren we hier de terminologie van de Omgevingswet.

10

2.3.

Samenwerking met bedrijven en omwonenden verbeteren

2.3.1. Verbeteren communicatie en samenwerking omwonenden bij VTH Omschrijving Er ligt een relatie met het actiepunt ‘beter omgaan met vragen en klachten van omwonenden’. Maar hier gaat het niet over de vraag of klacht van een individu maar over de communicatie en samenwerking met alle omwonenden. Er wordt momenteel al gecommuniceerd en samengewerkt met omwonenden en wijkvertegenwoordigers. Op dit moment ontbreekt er een gezamenlijk overleg met alle betrokken partijen. Communicatie en samenwerking zou beter afgestemd kunnen worden op de zorgen en behoeften van omwonenden. Ook de wederzijdse verwachtingen daarbij zijn soms nog onvoldoende helder. Het project gezonder vergunnen6 draagt hier ook aan bij. Een van de resultaten van dat project is een nieuwe omgevingsdialoog bij vergunningverlening die beter aansluit bij de vragen en behoefte van omwonenden. Resultaat We willen samen met omwonenden de behoefte en verwachtingen in beeld brengen en de communicatie en samenwerking hierop beter afstemmen. We willen ook kijken wat de rol van de bedrijven zelf hierbij kan zijn. Dit draagt bij aan het verbeteren van het vertrouwen. In 2025 is er een nieuwe omgevingsdialoog bij vergunningverlening.

Eind 2025 is een gezamenlijk overleg (zie ook maatregel 2.3.2) Inspanningen Om een beter beeld te krijgen van de vragen, zorgen en behoeften van omwonenden organiseerden we eind 2023 en begin 2024 een aantal bewonersavonden over luchtkwaliteit in de verschillende wijken rondom het industrieterrein. Ook gaan we hierover in overleg met de wijkvertegenwoordigers. Verder zijn we gestart met (rechtstreekse) communicatie naar omwonenden, door periodiek nieuwsbrieven te versturen aan de mensen die zich daarvoor hebben ingeschreven. In de toekomst willen we meer bijeenkomsten en webinars organiseren. Ook onderzoeken we de mogelijkheden om te komen tot een meer gezamenlijk overleg over dit onderwerp met alle betrokken partijen, waaronder de bedrijven. Risico’s Het overkoepelend belang van een gezonde en veilige leefomgeving verbindt, maar het is nodig om daarnaast ook oog te hebben voor andere belangen die spelen. Het gevaar bestaat dat deze op de achtergrond wel spelen maar niet naar elkaar worden uitgesproken waardoor er frictie ontstaat. Dit vraagt om bereidheid van alle betrokkenen om op een open en transparante wijze met elkaar in gesprek te gaan en oog te hebben voor elkaars belangen. Ook moet met er ruimte zijn om het soms niet met elkaar eens te zijn. Het risico bestaat dat die bereidheid niet bij iedereen aanwezig is.

6 Zie bijlage 2 voor een korte beschrijving van dit project

11

2.3.2. Convenant gezonde leef- en werkomgeving TPN-West Omschrijving De Onderzoeksraad voor Veiligheid beveelt bedrijven aan proactief uitvoering te geven aan de wettelijke plicht en aan hun maatschappelijke verantwoordelijkheid om omwonenden te beschermen tegen schadelijke industriële emissies. We willen afspraken maken met de bedrijvenvereniging TPN-West hoe we samen met hen bedrijven kunnen stimuleren en ondersteunen bij het invullen van die maatschappelijke verantwoordelijkheid. Niet alleen voor de omwonenden maar ook voor de mensen die werken op het bedrijventerrein. Resultaat In 2025 is er een convenant tussen overheden en bedrijvenvereniging TPN-West waarin afspraken zijn vastgelegd over een gezonde leef- en werkomgeving. Het convenant helpt en stimuleert bedrijven om actief invulling te geven aan hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Hierdoor zijn omwonenden en werkenden beter beschermd en worden zij eerder en beter betrokken en geïnformeerd. Inspanningen We gaan in gesprek met het bestuur van bedrijvenvereniging TPN-West om de mogelijkheden van een convenant samen te onderzoeken. Het bestuur van TPN-West heeft zich eerder al positief uitgesproken hierover. Mogelijk kunnen we het convenant op enig moment verbreden door daar ook andere partijen bij te betrekken.

Risico’s Het risico bestaat dat het niet lukt om te komen tot een convenant waarin we ons samen kunnen vinden. Dan wel dat er een convenant wordt vastgesteld dat onvoldoende bijdraagt aan het bereiken van onze doelstelling om omwonenden beter te beschermen tegen industriële emissies.

12

3.

Integrale planning

Actiepunt

2024 2025 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4

1

Inzicht in emissies van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) TPN-West

2

Opzetten van een database TPN-West voor emissies van bedrijven

3 4

Opstellen van een strategisch meetprogramma TPNWest Omgaan met vragen en klachten verbeteren

5

Samenwerking met GGD verbeteren

6

Sturen op een gezonde leefomgeving

7

Beleidsmatig en juridisch kader VTH verbeteren

8

Verbeteren communicatie en samenwerking omwonenden 9 Convenant gezonde leef- en werkomgeving TPN-West

13

4.

Organisatie

Er wordt geen aparte project- en overlegstructuur ingericht voor deze uitvoeringsagenda. Er wordt gebruikgemaakt van bestaande overlegstructuren zoals het afstemmingsoverleg milieu TPN-West dat de betrokken overheden driewekelijks met elkaar hebben. Dit overleg wordt gebruikt om de uitvoering en voortgang met elkaar af te stemmen en bespreken. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van bestaande overleggen met omwonenden, bedrijven en andere belanghebbenden om hen hierbij te betrekken. Zo nodig worden, gekoppeld aan de verschillende maatregelen, separate bijeenkomsten of werksessies georganiseerd met belanghebbenden. Met uitzondering van maatregel 9 (Convenant gezonde leef- en werkomgeving TPN-West) wordt de uitvoering van deze uitvoeringsagenda in opdracht gegeven bij ODRN en ODRA. Zij leveren de projectleider(s) en dragen zorg voor tijdige uitvoering van alle maatregelen inclusief het laten participeren van belanghebbenden bij de uitvoering daarvan. Opdrachtgevers: ● ● ●

Gemeente Nijmegen Gemeente Beuningen Provincie Gelderland

Opdrachtnemer en penvoerder (muv maatregel 9): ●

5.

ODRN/ODRA

Begroting

Totale uitvoeringskosten ODRN/ODRA 2024: € 154.439,2025: € 98.824,-

14

Bijlage 1: genomen of reeds in gang gezette verbetermaatregelen Hieronder volgt een korte opsomming van alle al genomen of in gang gezette verbeteracties:

• • • • • • • • •

We zijn gestart met een project om samen met bedrijven en omwonenden te komen tot gezondere vergunningen met minder uitstoot We delen alle relevante informatie met betrekking tot bedrijventerrein TPN-West zoals meetgegevens actief via de website Nijmegen West en Weurt We organiseren bijeenkomsten over luchtkwaliteit voor bewoners We hebben regelmatig overleg met wijkvertegenwoordigers en met de bedrijfsvereniging TPN-West We zijn gestart met een uitgebreid geuronderzoek en actualiseren ons geurbeleid op het moment dat er een nieuw landelijk tostingskader voor geur wordt vastgesteld. We meten regelmatig de industriële uitstoot en de luchtkwaliteit in de leefomgeving Voor de provinciale bedrijven is een inventarisatie uitgevoerd naar de uitstoot van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS), vervolgacties (o.a. opzetten van een vermijdings- en reductieprogramma) zijn of worden ingezet. Van alle vergunningen is of wordt momenteel onderzocht of zij nog voldoende actueel zijn en zo niet dan zijn of worden deze geactualiseerd. We investeren in het vergroten van de kennis en expertise, onder andere door actief deel te nemen aan het project ToxDown en de try-out ZZS. Beide in samenwerking met het RIVM.

15

Bijlage 2: korte beschrijving van relevante projecten Project – Try-out ZZS Vanuit bedrijven en bevoegde gezagen blijkt dat er knelpunten zijn in de inhoudelijke uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving, ook op de uitvoering van het beleid gericht op ZZS. Het delen en benutten van kennis speelt een cruciale rol bij het verbeteren van de uitvoeringspraktijk. Zowel in het creëren van een landelijk gelijk speelveld als ook het afwegen van lokale maatwerk situaties. Via een try-out wordt bekeken op welke wijze de kennisuitwisseling tussen OD’s en RIVM rondom ZZS kan worden verbeterd. Het gaat in deze try-out om verschillende soorten kennis: ● Stoffenkennis; kennis over de risico’s en toepassingen van chemische stoffen. ● Kennis van regelgeving. ● Kennis van de situatie en context van bedrijven. ● Kennis van toezichtinstrumentarium en de praktische werking daarvan. In de try-out zal deze kennis met elkaar in verband gebracht worden en toegankelijk gemaakt worden voor overheidspartijen. Ook zal geïnvesteerd worden in opleidingen/trainingen waarmee de kwaliteit van de uitvoering bevorderd wordt. Het is de bedoeling dat het RIVM expertise, ondersteuning en advies biedt bij het beantwoorden van zowel ad-hoc kennisvragen als bij specifieke projecten van omgevingsdiensten/ODNL.

Daarnaast zal het RIVM ondersteunen bij het delen van ‘good-practices’ binnen het netwerk van OD’s. Een evaluatie van de samenwerkingsstructuur en organisatie maakt expliciet deel uit van deze 2-jarige try-out.

Tox Down In Nijmegen-West/Weurt zijn al geruime tijd zorgen en vragen onder inwoners over gecombineerde blootstelling aan chemicaliën. Het RIVM project ToxDown richt zich in brede zin op hoe men op lokaal niveau gericht met chemische stoffen kan omgaan, met als doel om methodes en indicatoren te ontwikkelen om zo goed mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: ·

Welke chemische stoffen komen voor in de leefomgeving en wat is de impact daarvan op de lokale leefomgeving?

·

Hoe beleven mensen de aanwezigheid en impact van stoffen in hun omgeving? Waar maakt men zich zorgen om?

·

Is het mogelijk prioriteiten te stellen om de impact van stoffen in de omgeving te reduceren? Hoe pak je dit het beste aan?

Het project hoopt door beantwoording van deze vragen bij te dragen aan het Europese en Nederlandse beleidsdoel richting een ’toxic-free environment’ in 2050. Het project heeft een looptijd van 4 jaar (2023 – 2026). De eerste 1,5 jaar bestaat voornamelijk uit de ontwikkeling van methoden en indicatoren. Daarna is het de bedoeling om deze toe te passen op een casus, in samenwerking met lokale betrokkenen (gemeente, GGD, bewoners, industrie), inclusief metingen en data verzameling. Voor zowel de provincie als de gemeenten Nijmegen en Beuningen als het RIVM lijken er veelbelovende aanknopingspunten te zijn voor samenwerking waarbij het gebied NijmegenWest/Weurt als casus gebruikt wordt in het ToxDown project. Enerzijds is er bij deelname aan het 16

ToxDown project de mogelijkheid om ‘op de eerste rij te zitten’ voor wat betreft het meekrijgen van en input leveren op de richting van nieuwe kennisontwikkeling op dit gebied vanuit het RIVM. Het gaat dan om zowel methodiekontwikkeling als inzicht in de (impact en zorgen van bewoners omtrent) chemische stoffen in de omgeving. ToxDown levert kennis, data en aanpakken die relevant zijn voor een specifieke leefomgeving, waar de gemeente Nijmegen gebruik van kan maken. Anderzijds is vanuit ToxDown de participatie van lokale betrokkenen een essentieel onderdeel van het project, en past daarmee in de lijn van actieve communicatie van de provincie en de gemeente Nijmegen en Beuningen met stakeholders in het gebied Nijmegen-West/Weurt.

Gezonder vergunnen (uitwerking van SLA-maatregel scherper vergunnen) De Omgevingsdienst Regio Nijmegen onderzoekt in opdracht van provincie Gelderland, gemeente Beuningen en gemeente Nijmegen hoe we de lucht in en rond industrieterrein Nijmegen-West en Weurt verder kunnen verbeteren. Dat doen we samen met bedrijven en in samenspraak met bewoners. Dit project heet ‘Gezonder vergunnen, samen werken aan schonere lucht’. Het onderzoek is gericht op de bedrijven die relatief veel stikstofoxiden (NOx) en/of fijnstof uitstoten. De betreffende bedrijven zijn hierover geïnformeerd. Luchtverontreiniging van fijnstof en stikstofuitstoot kan gezondheidsschade veroorzaken. Samen met de bedrijven bekijken we kansen en mogelijkheden om de uitstoot verder te verminderen door te verduurzamen. Het project is een onderdeel van het Schone Lucht Akkoord dat door de opdrachtgevers gemeenten Nijmegen, Beuningen en de provincie Gelderland is ondertekend. Eén van de doelstellingen van dit akkoord is de uitstoot van schadelijke stoffen door de industrie te verminderen en te zorgen voor een gezonde en schone leefomgeving. Waarom doen we dit? TPN-West is het grootste binnenstedelijke industriegebied van Nederland. De bedrijven die hier staan, vallen onder het gezag van een van de gemeenten of van provincie Gelderland.

De gemeenten Beuningen en Nijmegen en provincie Gelderland hebben al diverse maatregelen ingevoerd om de luchtkwaliteit te verbeteren, onder andere op het gebied van industriële activiteiten. Met dit project kunnen we met elkaar extra stappen zetten om te werken aan schonere lucht in de regio. Wat is het doel van het project? De mogelijkheden voor bedrijven om de uitstoot te verminderen ontwikkelen zich snel. Sneller dan de wetgeving kan bijhouden. Met dit project willen we een methode ontwikkelen om bij vergunningverlening en handhaving te kiezen voor toepassing van best haalbare en presterende technieken. Daar betrekken we omwonenden en bedrijven bij om samen te zorgen voor een schonere en gezondere leefomgeving. Om de omgeving bij het project te betrekken werken we met een klankbordgroep. Deze is samengesteld uit 14 bewoners, bedrijven, ondernemers en organisaties in en rond Nijmegen-West en Weurt. In vier interactieve bijeenkomsten leggen we hen een aantal belangrijke keuzes in het project voor. We vragen om advies en delen resultaten en vervolgstappen van het project. Ook geven we inzicht in dilemma’s, mogelijkheden en effecten van de maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren.

17

Het project bestaat uit drie fasen van voorbereiding, uitvoering en evaluatie:

● Juni 2024 Afronding van de inventarisatie van mogelijke maatregelen bij bedrijven met relatief grote uitstoot van stikstofoxiden (NOx) en/of fijnstof. ● Oktober 2024 Afronding onderzoek en gesprek over maatregelen bij bedrijven. ● December 2024 Nieuwe omgevingsdialoog. ● In 2025 Zo nodig/mogelijk verlenen van (ontwerp)vergunningen voor bedrijven waarbij de ontwikkelde systematiek is toegepast. Voor meer informatie zie Gezonder Vergunnen | Omgevingsdienst Regio Nijmegen (odregionijmegen.nl)

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=068222c8-66da-4e49-9638-c575c1115c12