CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringsagenda extra ontwikkeltijd voor gelijke kansen; ambitie voor de doorontwikkeling brede scholen 2025 - 2027

Besluitronde (raadsvergadering) 2 juli 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: D3 d.d. 6 mei 2025 over Uitvoeringsagenda extra ontwikkeltijd voor gelijke kansen, doorontwikkeling brede scholen 2025-20272.040 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitvoeringsagenda Extra ontwikkeltijd voor gelijke kansen Ambitie voor de doorontwikkeling Brede scholen 2025-2027

Maart 2025

▪

▪

0

Inhoudsopgave Inleiding Ambitie Achtergrond & analyse Wat we verstaan onder hoge kwaliteit Hoe we hoge kwaliteit realiseren Doelgroep Positie BSO Bijlage 1: Beleidstheorie bevorderen kansengelijkheid Bijlage 2: Praatplaat Literatuurlijst

1

2 2 3 4 5 6 6 7 7 9

Inleiding De kansen van kinderen om zich optimaal te kunnen ontwikkelen zijn ongelijk verdeeld. De afkomst/achtergrond van een kind bepaalt in steeds grotere mate hoeveel tijd het zich begeeft in een rijke ontwikkelomgeving. In Nijmegen willen wij deze ongelijkheid bestrijden door specifieke groepen kinderen extra ontwikkeltijd te bieden. Hiervoor is een doorontwikkeling van het huidige aanbod en diens werkwijze wenselijk. Met de besturen van Conexus, Sint Joseph Scholen, Bindkracht10, Lindenberg Cultuurhuis en in de werkgroep Brede scholen is daarom verkend hoe een (nog) effectiever naschools aanbod op de Brede scholen te realiseren. Deze uitvoeringsagenda geeft richting aan deze ambitie en is een nieuw vertrekpunt voor onze gezamenlijke inspanning op het bevorderen van kansengelijkheid, waarin we met name door ontwikkelen op een aanbod van hoge kwaliteit.

Ambitie Onze gezamenlijke ambitie is om ‘extra ontwikkeltijd’ te organiseren voor kinderen in achterstandsituaties. We spreken van ‘ontwikkeltijd’ omdat het (activiteiten) programma van dusdanige kwaliteit is dat tijdens de deelname kinderen zich optimaal ontwikkelen. Dit is ‘extra’ omdat we de tijd uitbreiden waarin kinderen gelegenheid tot ontwikkelen krijgen. Deze ambitie sluit aan op doelen vastgesteld door de gemeenteraad Met onze ambitie bevorderen we de kansengelijkheid, talentontwikkeling en het welbevinden van kinderen in onze stad. Conform de door de Nijmeegse raad vastgestelde doelenboom voor het programma onderwijs binnen de stadsbegroting. Daarmee sluit de uitvoering van deze ambitie aan op doelen waarvoor de raad middelen heeft vrijgemaakt.

2

▪ ▪

Achtergrond & analyse Brede scholen in Nijmegen: Traditie om trots op te zijn, toe aan een nieuwe impuls Nijmegen kent een lange traditie van Brede scholen in de wijken Hatert, Dukenburg, Lindenholt en Nijmegen West. Doorontwikkeling van huidige uitvoering Brede scholen is echter wenselijk. Het maakt nu namelijk uit in welke wijk je woont, naar welke school je gaat en welk aanbod daar beschikbaar is. Er is nu zeker sprake van een kansrijk aanbod binnen de Brede scholen, maar er worden ook interventies uitgevoerd die mogelijk minder impact hebben. De kwaliteit van de interventies wordt op dit moment niet onderzocht. Ook zijn er wijken die de afgelopen jaren qua samenstelling zijn veranderd. Dit betekent dat opnieuw gekeken moet worden naar de inzet en herverdeling van de middelen. Ongelijke kansen voor kinderen is een hardnekkig probleem De kansen van kinderen om zich (optimaal) te ontwikkelen zijn ongelijk verdeeld. Wij willen deze ongelijkheid bestrijden door specifieke groepen kinderen extra ontwikkeltijd te bieden. Dit is hard nodig want: • Ongelijkheid in arbeidsmarktkansen, inkomen, gezondheid en levensverwachting hangt in toenemende mate af van de vaardigheden die personen in de loop van hun leven verwerven.

• Wetenschappelijke literatuur over onderwijs en gelijke kansen definieert een aantal cadeaus of obstakels voor effectieve onderwijsdeelname die kinderen op basis van hun uitgangspositie meekrijgen (Van den Bergh et al., 2023): o Taal: Uitgebreide taal die aansluit op school vs. beperkte taal (uitleg dus moeilijker te begrijpen). o Sociaal & cultureel kapitaal: aansluiten op schoolcultuur vs. culturele botsing. o Hoge vs. lage verwachtingen: verwachtingen zijn een self-fulfilling prophecy voor de prestaties van een kind. Verwachtingen over het kind worden veelal gevormd op basis van het opleidingsniveau van ouders. o Meer vs. minder uitdaging: op basis van verwachting worden kinderen meer of minder uitdaging voorgeschoteld. Kinderen minder uitdagen op basis van lage verwachtingen is onwenselijk omdat het juist uitdaging is die kinderen doet ontwikkelen.

3

Wat we verstaan onder hoge kwaliteit Zoals gesteld in de ambitie zetten we in op extra ontwikkeltijd van hoge kwaliteit zodat kinderen zich tijdens de deelname optimaal ontwikkelen. Hieronder zetten we uiteen aan welke kwaliteitscriteria het aanbod moeten voldoen, willen we daarvan kunnen spreken. Kwaliteitscriteria Alle activiteiten die plaatsvinden binnen de programma’s van de Brede scholen moeten voldoen aan: • Uitvoerders hebben hoge verwachtingen Wat je verwacht, wordt waar. We koesteren hoge verwachtingen in alle kinderen. Dit is iets anders dan prestatiedruk. Voor een kind voelt daarbij het oordeel van de ander centraal. Hoge verwachtingen draait niet om eisen aan een kind stellen, maar om de (on)bewuste houding en verwachtingen van de professional. • Uitvoerders gebruiken rijke taal Tijdens activiteiten gebruiken uitvoerders rijke taal in al hun communicatie naar kinderen. We vergroten de beheersing van rijke taal bij kinderen. • De activiteit vergroot cultureel kapitaal Tijdens activiteiten krijgen kinderen (nieuwe) kennis aangeboden afgestemd met het inhoudelijk aanbod op school. Aanbod sluit daartoe aan op de interesse van kinderen om nieuwsgierigheid te prikkelen voor het vergaren van kennis. • De activiteit bevat aandacht voor sociaal-emotionele leren Focus is ingebouwd voor de ontwikkeling van persoonlijke en/of sociale vaardigheden.

Doel is zelfinzicht, zelfvertrouwen en zelfwaardering vergroten. Randvoorwaarden Daarbij zijn de volgende randvoorwaarden van belang: • Kinderen voelen zich gezien, gehoord en geholpen met laagdrempelig aanbod. Binnen onze programma’s is ruimte voor participatie-doelen en laagdrempelig spel- en leeraanbod. Dit is vereist omdat we willen (kunnen) aansluiten op de opgave van de sociale basis. • Aanbod wordt stapsgewijs opgebouwd & bevat actieve vormen van leren. Om het ontwikkelen van vaardigheden te realiseren is aanbod samenhangende, doordacht en opklimmend in moeilijkheidsgraad. Daarbij maken we gebruik van actieve vormen van leren: Kinderen ‘doen’ en maken gebruik van echte materialen. Het aanbod is aanvullend op het onderwijs, maar geen verlening van onderwijs(tijd). • Het naschoolse aanbod vindt bij voorkeur plaats in de school, vervolgens in de wijk en waar noodzakelijk in de stad. De kinderen worden voornamelijk bereikt via de school. De school speelt een belangrijke rol in het activeren en motiveren van kinderen (en ouders) voor het naschools aanbod. Activiteiten vinden zoveel mogelijk plaats op school en in de wijk, op de voor de doelstelling van de activiteit meest geschikte plek.

Waarom deze kwaliteitscriteria zo belangrijk zijn: We formuleren deze criteria omdat we weten dat het in de praktijk brengen van deze criteria de sleutel is tot programma’s die de ontwikkeling van kinderen bevorderen en daarmee bijdragen aan kansengelijkheid. Voor een onderbouwing hiervan zie bijlage 1.

4

▪ ▪

Hoe we hoge kwaliteit realiseren Effectieve sturing en monitoring van belang Effectieve sturing en coördinatie op de totstandkoming van en monitoring op de kwaliteit van de programma’s is van groot belang. Hierin krijgt het duo van programmacoördinator en schooldirecteur een belangrijke rol. Rond een school, werken de programmacoördinator en schooldirecteur goed samen. Samen hebben zij ook zicht op verbinding onderschoolse en naschoolse activiteiten. Het is van belang dat de beschikbare middelen voornamelijk worden ingezet voor de uitvoering van activiteiten. Rol programmacoördinator en schooldirecteur De programmacoördinator is verantwoordelijkheid voor de totstandkoming van het programma: dat deze voldoet aan de ambitie van dit document, dat de logistiek klopt en dat de uitvoering van het programma loopt en is afgestemd. De schooldirecteur is eindverantwoordelijk voor wat op school gebeurd, is aanwezig tijdens de uitvoering en voelt eigenaarschap bij het naschoolse. De programmacoördinator en schooldirecteur stemmen daarom af over het aanbod op school. Mocht het duo er niet uitkomen, dan is er opschalingsmogelijkheid. Aansluiten op stadsdeelprogrammeren en sociale basis We sluiten aan op het stadsdeelprogrammeren en/of de uitgangspunten van de sturing op de sociale basis.

Omdat het naschools aanbod bij voorkeur plaatsvindt in de school, vervolgens in de wijk en waar noodzakelijk in de stad. En het aanbod gericht is op alle kinderen de wijk sluit het per definitie aan op het stadsdeelprogrammeren en/of de uitgangspunten van de sociale basis. Eerdere ervaringen leren dat in het stadsdeelprogrammeren en op de scholen dezelfde thema’s gesignaleerd worden. Mocht dat niet zo zijn dan zullen de programmacoördinatoren dit signaleren en met een voorstel tot verbinding komen. We streven naar een samenhangend programma op school- en stadsdeelniveau. Inbreng van partners in de wijk Het is ook van belang dat aanbod van partners uit de in wijk ook in verbinding wordt gebracht met het naschools aanbod. De programmacoördinator heeft hierin een belangrijke spilfunctie. Van deze partners vragen we commitment op de ambitie van dit document en op diens kwaliteitscriteria. Professionalisering als middel voor hoge kwaliteit Om het realiseren van de kwaliteitscriteria te ondersteunen zetten we stevig in op professionalisering. Dit betekent dat we op stedelijk niveau kennis en interventies ontwikkelen ten dienste van de uitvoering in de stadsdelen/scholen. Daarmee bevorderen we pedagogische en didactische kennis en kunde. Vanzelfsprekend richten we ons hoofdzakelijk op de kwaliteitscriteria.

5

Doelgroep Het uitgangspunt is dat het bereiken van kinderen in achterstandsituaties de focus moet zijn. Gelijke kansen creëren vereist ongelijk investeren. Alleen zo kunnen we ieder kind gelijke kansen bieden. Wie mag deelnemen? Het aanbod (extra ontwikkeltijd) op de Brede scholen is beschikbaar voor kinderen: • In de basisschool leeftijd en woonachtig in Nijmegen, die zonder onze inspanningen niet/onvoldoende (ontwikkel)kansen krijgen. Daarbij handelen we inclusief: Kinderen die in de wijk wonen maar buiten de wijk naar school gaan (bijvoorbeeld voor deelname aan het speciaal of bijzonder onderwijs) zijn welkom. Zolang wordt voldaan aan bovenstaande. Ambities betreffende de deelname van de doelgroep: • We hebben oog voor een goede selectie van deelnemende kinderen. We streven naar het bereiken van kinderen die hier de grootste baat bij hebben. • We hebben oog voor de hoeveelheid uren dat kinderen kunnen deelnemen. De juiste intensiteit (niet te veel, niet te weinig uren per kind) is van belang voor de effectiviteit van het aanbod op ontwikkelkansen (Kuhn & Fischer, 2011; Farb and Matjasko, 2012).

Positie BSO BSO is een vitale voorzieningen voor werkende ouders, ook voor ouders met kinderen op de Brede scholen. Naschools aanbod heeft als doel extra ontwikkeltijd aan te bieden en is geen alternatief voor de BSO. Het is niet de bedoeling te concurreren met de BSO. De BSO beschouwen we als een samenwerkingspartner in de uitvoer van het naschools aanbod.

6

▪ ▪

Bijlage 1: Beleidstheorie bevorderen kansengelijkheid Hieronder staat de beleidstheorie van dit document schematisch weergegeven ofwel herschreven als causale relatie tussen: • Focus van de interventie (operationeel doel) > • Effect/output van de interventie (strategisch doel) > • Maatschappelijk resultaat/outcome van de interventie (hoofddoel). De causale relaties tussen deze drie doelen (weergegeven als pijlen) zijn onderbouwd door wetenschappelijk onderzoek.1 Deze onderbouwing is van belang voor onze monitoring en sturing, want het biedt ons een concreet aanknopingspunt: de kwaliteit van het aanbod. Dankzij het onderzoek van diverse wetenschappers is de positieve relatie aangetoond tussen een aantal kwaliteitscriteria en het bevorderen van ontwikkelkansen. Daarmee is duidelijk dat als we deze kwaliteiten realiseren, we ervanuit mogen gaan dat we kansengelijkheid bevorderen. Hierop ligt daarom de focus van onze sturing en monitoring. Monitoring op het hoofddoel is vanuit sturingsperspectief (doen we het juiste goed) weinig zinvol: tal van (niet-beïnvloedbare) factoren hebben tenslotte invloed op kansengelijkheid.

Hoofddoel (Maatschappelijk resultaat/outcome)

Alle kinderen in achterstandssituaties krijgen extra mogelijkheden om zich optimaal te ontwikkelen. Dit vergroot kansengelijkheid.

Strategisch doel (effecten/output) Realiseren van de volgende kwaliteiten in de extra ontwikkeltijd: 1. Deelnemende kinderen ervaren hoge verwachtingen. 2. Deelnemende kinderen vergroten hun (rijke) taalvaardigheid. 3. Deelnemende kinderen vergroten hun cultureel kapitaal. 4. Deelnemende kinderen vergroten hun sociaal-emotionele ontwikkeling. 5. Deelnemende kinderen voelen zich gezien, gehoord en geholpen.

Operationeel doel (focus van de interventie)

Extra ontwikkeltijd aanbieden voor kinderen die zonder onze inspanningen niet/onvoldoende (ontwikkel)kansen krijgen.

1

Rosenthal & Jacobs (1968); Durlan & Weissberg (2010); Taylor et al. (2017); Bernstein (1971); Akkerman & Bakker (2019); Sauwerwein, (2018); Durlak et al. (2011); Kohnstamm Instituut (2020); Schuepbach, (2015); Dede et al., 2012; Meyer & van Klaveren, 2013.

7

Bijlage 2: Praatplaat

8

▪ ▪

Literatuurlijst Akkerman & Bakker (2019) Persons pursuing multiple objects of interest in multiple contexts. Bernstein (1971) Class, codes and control: Theoretical studies towards a sociology of language. Durlak et al. (2011) Impact enhancing students social emotional learning. Durlan & Weissberg (2010) A meta-analysis of after school program. Kohnstamm Instituut (2020) De effectiviteit van een ontwikkelingsstimuleringsprogramma voor basisscholen in Rotterdam. Leseman (2020) Review of after-school education and socialization. Leseman (2020) presentatie rijke schooldag: Dede et al., (2012); Sauwerwein (2018); Kuhn & Fischer (2011); Farb and Matjasko (2012). Meyer & van Klaveren (2013) The effectiveness of extended day programs. Rosenthal & Jacobs (1968) Teacher expectations for the disadvantaged. Schuepbach (2015) Extended education and social inequality. Taylor et al. (2017) Promoting Positive Youth Development Through School-Based. Van den Bergh et al. (2023) Werk maken van gelijke kansen.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=bc0384c3-7849-4623-be3d-378e7a4dd770