Uitspraak rechtbank Gelderland d.d. 13 januari 2022
Tekst van het document
•
uitspraak RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: ARN 20/4468 uitspraak van de enkelvoudige kamer van
13 JAN 2022
in de zaak tussen (gemachtigde: mr. J.P. Hoegee), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen, verweerder (gemachtigde: mr. A.S. Rietveld). Procesverloop In het besluit van 24 februari 2020 (primair besluit) heeft verweerder eiser een last onder dwangsom opgelegd. In het besluit van 17 juli 2020 (bestreden besluit) heeft verweerder eisers bezwaar tegen het primair besluit ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 13 december 2021 op zitting behandeld. Eiser en verweerder zijn vertegenwoordigd door hun gemachtigden. Ovenvegingen 1. Eiser is de eigenaar van de woning op het perceel te Nijmegen. Het perceel is in het bestemmingsplan "Nijmegen West" bestemd als "Wonen". 2. Tijdens een controle op 29 mei 2019 is gebleken dat het pand op dat moment kamergewijs werd verhuurd aan drie personen en dat sprake was van drie onzelfstandige wooneenheden. Volgens verweerder is het gebruik van de woning ten behoeve van kamerbewoning in strijd met de geldende bestemming. Eiser beschikt weliswaar over de vereiste omzettingsvergunning maar niet over ·de daartoe vereiste omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik. Daarom heeft verweerder aan eiser een last onder dwangsom opgelegd.