CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitgangspuntennotitie Groene Metropoolregio

Besluitronde (raadsvergadering) 31 januari 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwerp wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Groene Metropoolregio (144/2023)1.355 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitgangspuntennotitie na de regionale raadsbijeenkomst over de Wijzigingswet Wet gemeenschappelijke regelingen Wijchen, 27 maart 2023

1. Inleiding Op 27 maart 2023 heeft in de regio Rijk van Nijmegen een werkbijeenkomst voor raadsleden plaats gevonden in het kader van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), hierna de Wijzigingswet. De focus van deze werkbijeenkomst lag op de vijf beleidsrijkere samenwerkingen die elk jaar centraal staan tijdens regionale raadsbijeenkomsten in het kader van de kaderbrief, de begroting en de jaarrekening. Dit betreft de volgende gemeenschappelijke regelingen: -

Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR) Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ) Gemeenschappelijke Gemeentelijke Gezondheidsdienst Gelderland-Zuid (GGD) Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen (MGR) Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN)

In werkgroepen van raads- en collegeleden zijn er per regeling gesprekken gevoerd over mogelijke varianten van de in te zetten instrumenten die de Wijzigingswet biedt. Zie voor de samenstelling per groep bijlage 1 en de achterliggende informatie over de Wijzigingswet de gespreksnotitie in bijlage 2.

2. Uitgangspuntennotitie en vervolg Deze uitgangspuntennotitie is de opbrengst van de werkbijeenkomst van 27 maart. Het doel van de werkbijeenkomst was om een basis te leggen voor gelijkluidende raadsvoorstellen over de gevolgen van de Wijzigingswet voor de betreffende regeling. Het betrof een procesmatige, dus geen politieke bijeenkomst. Deze uitgangspuntennotitie wordt op 17 april aan de raden teruggekoppeld. Vervolgens zullen de colleges worden voorgesteld om deze uitgangspuntennotitie naar de besturen van de vijf gemeenschappelijke regelingen te zenden met het verzoek om deze uitgangspunten mee te nemen bij het ontwerpen van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling. De reden waarom deze uitgangspunten tevens naar de besturen van de gemeenschappelijke regelingen worden verzonden is dat vanuit die regelingen het proces om te komen tot een wijziging van de regeling wordt gecoördineerd. Het resultaat moet namelijk één tekstvoorstel worden dat door alle deelnemende colleges en raden wordt vastgesteld. Vervolgens start dan in het vierde kwartaal van 2023 het formele besluitvormingsproces ten aanzien van de ontwerpregelingen. In het geval de voorkeursvariant niet wordt gevolgd, wordt dit bij de aanbieding van de ontwerpregeling gemotiveerd. Door het geven van een zienswijze (eind 2023/begin 2024) kan een raad hierop nog reageren.

1

3. De keuze voor instrumenten per gemeenschappelijke regeling Tijdens de raadswerkbijeenkomst zijn de verschillende instrumenten waarbij een keuze gemaakt kan worden voorgelegd. Per instrument zijn varianten benoemd ten aanzien van de intensiteit of de vorm waarin het instrument ingezet gaat worden. In deze paragraaf treft u per instrument én per gemeenschappelijke regeling, het advies van de diverse (raads)werkgroepen aan. Van elk instrument zijn drie varianten voorgelegd om het gesprek te voeren en een keuze te maken. Variant 1 betreft een specifieke keuze, variant 2 de dynamische keuze en variant 3 is de minimale variant. Deze worden in de tabel steeds beschreven. Vervolgens staat de keuze van de werkgroep, bestaande uit raadsleden en collegeleden, vermeld, gevolgd door een motivering of argumentatie.

2

3.1 Groene Metropoolregio Instrument Zienswijze over specifieke besluiten van het bestuur Variant 1: In de GR expliciet vastleggen op welke besluiten (naast de wettelijk verplichte, zoals bijvoorbeeld de conceptbegroting) zienswijze gegeven moet worden. Variant 2: In de GR bepalen dat alle besluiten die aanzienlijk politiek of financieel belang hebben door het algemeen bestuur ter zienswijze aan de raden moeten worden voorgelegd. Variant 3: In de GR opnemen dat buiten de wettelijk verplichte, er geen aanvullende besluiten ter zienswijze aan de raden worden voorgelegd.

Keuzevariant Geen expliciete voorkeur. Variant 3 niet.

Motivering/toelichting Variant 1: Het expliciet vastleggen geeft duidelijkheid, maar kan ook een beperking geven als het strikt wordt nageleefd. De doorlooptijd kan worden ingeschat. De ambtelijke inzet kan worden ingeschat. Variant 2: Goed om van tevoren aan te geven wat wordt verstaan onder ‘aanzienlijk politiek of financieel belang’. Hierover zou de Agendacommissie kunnen worden geraadpleegd door het bestuur en een advies kunnen geven. Een Langetermijnagenda zou hierin behulpzaam kunnen zijn.

Actieve informatieplicht Variant 2 Variant 1: In de GR expliciteren welke informatie in ieder geval op welke wijze gedeeld wordt en details (of eventuele aanvullingen) opnemen in een (door het algemeen bestuur) vast te stellen informatieprotocol. Variant 2: In de GR vastleggen dat het algemeen bestuur in een informatieprotocol vastlegt welke informatie op welke wijze wordt gedeeld (al dan niet met zienswijze voorafgaand aan het vaststellen van het informatieprotocol). Variant 3: Er wordt volstaan met de algemene bepaling dat het bestuur (algemeen en dagelijks) gevraagd en ongevraagd aan de raden alle inlichtingen verstrekt door toezending die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid.

Deze variant sluit aan bij de praktijk van de huidige regeling.

Evaluatie Variant 1: In de GR een vaste cyclus van evaluatie opnemen (passend bij de cyclus van de be-

- Van tevoren vastleggen dat er sowieso geëvalueerd gaat worden, omdat er anders het risico is dat er geëvalueerd wordt, wanneer er “gedoe” is.

Variant 1

3

treffende GR) waarbij ook wordt vastgelegd op welke punten in ieder geval geëvalueerd wordt. Variant 2: Opnemen in de GR dat op verzoek van één of meer van de deelnemers evaluatie gestart kan worden en dat het algemeen bestuur beslist over het wel of niet en over de onderzoeksopdracht. Ook kan een maximum worden opgenomen, bijvoorbeeld maximaal eens in de drie jaar, of eens in de vijf jaar. Eventueel kan worden opgenomen dat het besluit om wel of niet te evalueren of de onderzoeksopdracht ter zienswijze aan de raden wordt voorgelegd. Variant 3: In de GR opnemen dat op voorhand geen afspraken gemaakt worden over evaluatie.

- Niet in het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen evalueren. Voorkeur voor afronding evaluatie (vlak) na het zomerreces van het jaar voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen. - Afstemmen met andere GR-en, zodat niet alle evaluaties in hetzelfde jaar plaatsvinden.

Wijze van uittreden Variant 1: In de GR alle afspraken precies vastleggen, waarbij zowel het proces als de wijze van het bepalen van de uittreedsom in de GR wordt vastgelegd. Variant 2: In de GR de procedure en de wijze van het bepalen van de uittreedsom vastleggen, tenzij het algemeen bestuur bij unanimiteit bepaalt dat afgeweken wordt van de betreffende uittreedregeling, waarbij het unanieme besluit van het algemeen bestuur eventueel ook ter zienswijze aan de raden voorgelegd dient te worden. Variant 3: In de GR opnemen welke kaders in ieder geval gelden voor het proces en voor de bepaling van de uittreedsom en op basis van die kaders het algemeen bestuur een uittredingsrichtlijn laten vaststellen, eventueel nadat deze uittredingsrichtlijn aan de raden ter zienswijze is voorgelegd.

Variant 1 en 2 (geen duidelijke keuze)

Variant 1 is goed als principe uitgangspunt, maar variant 2 heeft als pluspunt dat met deze variant er wat meer flexibiliteit is omdat in de loop der jaren uitgangspunten kunnen wijzigen, zonder dat daar oog voor is geweest of voor de consequenties van de gewijzigde uitgangspunten. Bovendien werd in variant 2 aantrekkelijk gevonden dat in het algemeen bestuur bij unanimiteit, dus ook nog met de uittredende partij in het AB, bepaald kan worden dat afgeweken kan worden.

Participatie Variant 1: Specifiek in de GR benoemen bij welke besluiten participatie van belanghebbenden

Variant 3 met toevoeging

Het goede van de huidige praktijk moet bewaard blijven, zoals de regiotafels die vanuit de GMR georganiseerd worden.

4

en ingezetenen plaats vindt en op welke manier. Variant 2: Het algemeen bestuur laten besluiten (al dan niet na zienswijze) wanneer en op welke onderwerpen een bijeenkomst voor ingezetenen en belanghebbenden wordt gehouden. Variant 3: In de GR opnemen dat ingezetenen en belanghebbenden inbreng kunnen hebben op de voorbereiding, uitvoeringen evaluatie van beleid via de gebruikelijke mogelijkheden bij de gemeenten waar de bestuursorganen van deelnemen aan de GR. Gemeenschappelijke Adviescommissie Variant 1: Per GR bepalen of een gemeenschappelijke raadsadviescommissie gewenst is en in de GR expliciteren wat het doel is en de wijze waarop de raadsadviescommissie ingezet wordt. Variant 2: Eén regionale raadsadviescommissie voor meerdere GR-en formeren (alle vijf, een selectie daarvan of mogelijk nog voor andere GR-en). Variant 3: Huidige situatie laten voortbestaan (het behouden van de huidige agendacommissies bij de MGR en de Groene Metropoolregio). Eventueel kan als variant hierop een wijziging van de agendacommissies in een gemeenschappelijke adviescommissie worden overwogen.

Variant 3

Niet wenselijk om nog meer commissies op te tuigen.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=cef4ab8c-165f-4d99-8c9d-0812ac51acd0