CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Trendstudie Nijmegen 2022 - Nijmeegse hoofdopgaven: behaalde resultaten, actualisatie en samenhang

Besluitronde (raadsvergadering) 9 maart 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: D2 d.d. 21 december 2021 inzake Trendstudie Nijmegen 202261.403 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 8

Trendstudie Nijmegen 2022 Nijmeegse hoofdopgaven: behaalde resultaten, actualisatie en samenhang

Koos van Dijken en Margot Leegwater Platform31, 16 december 2021

1

Inhoudsopgave Managementsamenvatting ................................................................................................................... 4 1

Inleiding ...................................................................................................................................... 8

2

Trendstudie Nijmegen 2022 e.v. ............................................................................................. 10 2.1 Inleiding........................................................................................................................................................ 10 2.1.1 Inleiding ................................................................................................................................................. 10 2.1.2 Demografische trends en ontwikkelingen .............................................................................................. 10 2.1.3 Economische trends en ontwikkelingen................................................................................................. 11 2.1.4 Sociale trends en ontwikkelingen .......................................................................................................... 11 2.1.5 Trends en ontwikkelingen in het veiligheidsdomein ............................................................................... 12 2.1.6 Ruimtelijke en woontrends .................................................................................................................... 13 2.1.7 Trends en ontwikkelingen in mobiliteit en bereikbaarheid .....................................................................

13 2.1.8 Trends en ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid ................................................................. 14 2.1.9 Bestuurlijke trends en ontwikkelingen.................................................................................................... 15 2.2 Hoofdopgaven: behaalde resultaten, actualisatie en samenhang ................................................................ 16 2.2.1 Inleiding ................................................................................................................................................. 16 2.2.2 De stad moet duurzamer ....................................................................................................................... 16 2.2.3 Een sociale stad blijven ......................................................................................................................... 17 2.2.4 Versterken economische veerkracht ..................................................................................................... 20 2.2.5 Bouwen aan een aantrekkelijke stad ..................................................................................................... 21 2.2.6 Moderne overheid.................................................................................................................................. 23

3 Verdieping: trends en ontwikkelingen ........................................................................................... 25 3.1 Inleiding........................................................................................................................................................ 25 3.2 Demografische trends en ontwikkelingen..................................................................................................... 25 3.3 Economische trends en ontwikkelingen ....................................................................................................... 30 3.4 Sociale trends en ontwikkelingen ................................................................................................................. 38 3.5 Trends en ontwikkelingen in het veiligheidsdomein ..................................................................................... 48 3.6 Ruimtelijke en woontrends ........................................................................................................................... 53 3.7 Trends en ontwikkelingen in mobiliteit en bereikbaarheid ............................................................................ 58 3.8 Trends en ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid .......................................................................

62 3.9 Bestuurlijke trends en ontwikkelingen .......................................................................................................... 69

2

4

Verdieping: geactualiseerde Nijmeegse hoofdopgaven ..................................................... 74 4.1 Inleiding........................................................................................................................................................ 74 4.2 De stad moet duurzamer.............................................................................................................................. 74 4.3 Een sociale stad blijven................................................................................................................................ 83 4.4 Versterken economische veerkracht ............................................................................................................ 94 4.5 Bouwen aan een aantrekkelijke stad ......................................................................................................... 103 4.6 Moderne overheid ...................................................................................................................................... 112

Bijlage: grafieken niet in hoofdtekst ............................................................................................... 119

3

Managementsamenvatting Inleiding Op basis van de landelijke en Nijmeegse trends en ontwikkelingen en wat de afgelopen jaren is bereikt op de hoofdopgaven is er geen reden om de vijf hoofdopgaven van Nijmegen te vervangen door andere hoofdopgaven. De bestaande vijf hoofdopgaven zijn nog steeds een prima kader om daarbinnen thema’s en deelopgaven aan te scherpen en te verdiepen. De managementsamenvatting concentreert zich op de actualisatie van de bestaande hoofdopgaven in Nijmegen voor de volgende bestuursperiode.

De stad moet duurzamer De ambitie om de stad duurzamer te maken, is reeds lang een ambitie van de gemeente. Ondanks de stappen die de afgelopen jaren zijn gezet, wordt in de regio Arnhem/Nijmegen in 2019 minder dan 8 procent van de energie duurzaam opgewekt. Terwijl de regionale doelstelling is om in 2023 op een aandeel hernieuwbare energie uit te komen van 23 procent. Sinds 2011 neemt het aantal zonne-installaties in Nijmegen jaarlijks met gemiddeld 49 procent toe. De jaarlijkse toename is spectaculair, maar betreft in 2018 nog maar acht procent van alle energie-aansluitingen voor kleingebruikers. Als de komende vier jaar geen versnellingen en intensiveringen gerealiseerd (kunnen) worden dan zijn de nationale, regionale en Nijmeegse doelstellingen en ambities in 2030, 2035, 2045 en 2050 niet langer haalbaar. Binnen de hoofdopgave ‘de stad moet duurzamer’ kunnen de volgende aanscherpingen overwogen worden. 

Een nog meer leidende en sturende rol van gemeente. De ingrijpende duurzaamheidstransitie dwingt een groot aantal ongemakkelijke keuzes af, gaat gepaard met creatieve destructie, roept allerlei weerstanden op en tast gevestigde belangen aan. Dit noodzaakt dat het Rijk en de decentrale overheid leren om een breed interventierepertoire in te zetten: vernieuwen, beschermen, bewaken, versterken, aanjagen, verdelen, compenseren, loslaten én radicaal doordrukken.

Vele projecten op het gebied van duurzame mobiliteit (onder andere het stimuleren van duurzame modaliteiten als lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit), klimaatadaptatie (onder andere ‘steenbreek’, afkoppelen van regenpijpen, circulair bouwen) en de transitie naar een circulaire economie (onder andere duurzaam aanbesteden) zijn betekenisvol en maken het mogelijk om te leren. Maar tegelijkertijd zorgen zij nog niet voor grote stappen en doorbraken en hiermee gaat Nijmegen de eigen doelstellingen niet halen.

Dit laat onverlet dat daarnaast ook meer ingezet kan worden op het geven van ruimte voor burgerinitiatieven, burger- en energiecoöperaties. Zij kunnen een voorhoede zijn die leerervaringen opdoen waar de hele gemeente van kan profiteren. Door burgers meer te betrekken bij de keuzes en dilemma’s (o.a. door middel van burgerfora en preferenda) en heldere afspraken hoe met de participatieresultaten wordt omgegaan (primaat of ultimaat van bestuur en raad) kan méér draagvlak ontstaan voor de ingrijpende veranderingen, kan de polarisatie rond de duurzaamheidsvraagstukken verminderen en kan de NIMBY-problematiek beter beheersbaar blijven.

Draagvlak kan ook vergroot worden door aandacht te hebben voor en maatregelen te treffen tegen de energiearmoede bij een deel van de Nijmegenaren. In Nijmegen wordt een relatief sterke toename van de energie-armoede verwacht.

Om als regio een circulaire topregio te worden, zullen vele extra stappen gezet moeten worden en moeten zwaardere beleidsinstrumenten ingezet worden (vraagstimulering van nieuwe circulaire producten en diensten, bewust launching customer zijn als gemeente, de kennis van universiteiten en hogescholen benutten voor de upcycling van materialen in de regio, et cetera).

4

Een sociale stad blijven Nijmegen werd en wordt gekenmerkt door een bovengemiddelde sociale problematiek met vele kwetsbare Nijmegenaren en belangrijke sociale scheidslijnen. Deze problematiek is niet verdwenen, maar wel zijn er verbeteringen gerealiseerd. De werkloosheid is verminderd, de arbeidsparticipatie is vergroot en het onbenutte arbeidspotentieel is kleiner geworden. Wat niet is veranderd, is de kansenongelijkheid; deze is door de coronacrisis eerder toegenomen. De transformatie, vernieuwingen en innovaties in het sociale domein zijn een proces van vele jaren. Bij de vernieuwingen en innovaties in het sociale domein in Nijmegen (gebiedsgerichte samenwerking, stadsdeelprogrammeren, indicatievrije toegang tot de basisteams, doorbraakteams, e.d.) zijn vele ideeën van vier jaar geleden opgepakt. Bij het verder concretiseren en actualiseren van de hoofdopgave om een sociale stad te blijven, kunnen de volgende thema’s, deelopgaven en programma’s aangescherpt en verdiept worden. 

Een samenhangende aanpak gericht op positieve gezondheid om de gezondheidsverschillen te verkleinen. Voor velen (mensen met een lage sociaaleconomische status, mensen in kwetsbare omstandigheden, e.d.) is het door structurele achterstanden moeilijk om hun leven in te richten met een gezonde levensstijl. Een (dreigende) dakloosheid, (baan)onzekerheden, stress, armoede, schulden, eenzaamheid, psychische problemen, geluidsoverlast, e.d. zijn achterliggende structurele oorzaken voor een ongezonde levensstijl. Als deze structurele oorzaken niet worden aangepakt, is een individuele benadering om de gezondheid en levensverwachting van Nijmegenaren te verbeteren  zoals tot nu toe gebruikelijk is  weinig effectief.

Het goed gaan organiseren van de zorg en ondersteuning in wijk en buurt voor de sterk groeiende groep oude ouderen. Om de zorg voor de 75- en 80-plussers in wijk en buurt goed te organiseren, zijn allerlei vormen van nieuwe huisvesting nodig en nieuwe vormen van zorg en ondersteuning in wijk en buurt.

Het basis- en voortgezet onderwijs kampt met twee problemen: het onderwijs is een belangrijke motor geworden van kansenongelijkheid en er is sprake van een gestage neergang in leerprestaties. Beide problemen hebben belangrijke gevolgen op allerlei beleidsterreinen. Dit kan voor de gemeente Nijmegen aanleiding zijn om zich intensiever te gaan bemoeien met de kwaliteit van het onderwijs in de gemeente.

De krimpende potentiële beroepsbevolking in de regio en de stagnerende ontwikkeling van de potentiële beroepsbevolking in Nijmegen bedreigt de uitvoering van alle vijf de hoofdopgaven in Nijmegen. De mensen ontbreken om voldoende aandacht te kunnen geven aan de kwaliteit van de uitvoering in bijvoorbeeld het sociale beleid. De energietransitie stagneert door gebrek aan vakbekwaam personeel. De Nijmeegse en regionale ondernemingen kunnen niet groeien en in voldoende mate innoveren. Et cetera. In dit licht is het begrijpelijk en verstandig om van de verbetering van de arbeidsproductiviteitsontwikkeling (beter onderwijs, innoveren, slimmer organiseren, betere regionale samenwerking, e.d.) en het verhogen van de arbeidsparticipatie (beter mobiliseren van het ‘onbenutte arbeidspotentieel’, verkleinen van de mismatches op de arbeidsmarkt, bij-, om- en herscholen, Leven Lang Ontwikkelen, e.d.) een centrale samenhangende geactualiseerde opgave te maken voor de komende jaren.

Versterken economische veerkracht De economische onzekerheden, het disruptieve karakter van de technologische ontwikkelingen en de ingrijpende duurzaamheidstransitie maken het aanpassingsvermogen en de economische veerkracht van de Nijmegenaren, van de Nijmeegse organisaties, van Nijmeegse ondernemingen en van de gemeentelijke organisatie cruciaal. De COVID-crisis heeft het belang van veerkracht alleen nog naar verder onderstreept. Met de campusontwikkelingen, de accountmanagers, het OndernemersPunt voor bedrijven, stadsvouchers voor ondernemerschap, één vergunningenloket van de gemeente en de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN), de citymarketing (Old City, Young Vibe) e.d. is de basis op orde. De zes actielijnen van de Economische Visie 2020-2025 bevatten de belangrijkste zaken om de economische ontwikkeling in Nijmegen en de regio te bevorderen. Daarbij zal het aanbod van voldoende arbeidsaanbod op alle niveaus in steeds belangrijker mate dé cruciale factor worden of de economische ontwikkeling in Nijmegen en de regio überhaupt nog mogelijk is.

5

Met de volgende aandachtspunten kan de hoofdopgave ‘het versterken van economische veerkracht’ geactualiseerd worden. 

Nijmegen heeft in overleg met ondernemers en kennisinstellingen heldere keuzes gemaakt voor kansrijke sectoren waarin Nijmegen zich onderscheidt (onder andere Health & High Tech). Met de campussen en het Chip Integration Technology Centre (CITC) zijn ook keuzes gemaakt om te zorgen voor innovatie en verbinding tussen bedrijven, kennisinstellingen en onderwijs. Daarnaast kan Nijmegen inzetten op de vraagstimulering van innovaties. Door het formuleren van challenges en prijsvragen, door maatschappelijke opgaven te tenderen (bijvoorbeeld in het sociale domein, voor de transitie naar een circulaire topregio) en door als gemeente launching customer te zijn.

Door middel van investeringen, digitalisering, innovatie, onderzoek, ontwikkeling, beter onderwijs, bij-, om- en herscholing, permanente educatie en het nóg beter delen van de bestaande (internationale) kennis) kan de arbeidsproductiviteitontwikkeling op een hoger niveau komen. Dit is nodig om de krimp van de beroepsbevolking in de regio en de stagnerende ontwikkeling van de beroepsbevolking in Nijmegen géén bottleneck te laten worden.

Voldoende ruimte blijven bieden aan bedrijven, voorzieningen en banen. Met de sterke groei van het aantal inwoners en woningen dreigen ondernemingen en banen verdrongen te worden. De toename van het aantal bedrijfsvestigingen zorgt ook door een groeiende vraag naar bedrijfsruimte waar steeds minder makkelijk in voorzien kan worden en in centrale delen van de stad ontstaat al krapte op de kantorenmarkt. Met de Kanaalzone, de werklocaties van de campussen, het gebied Oostkanaalhavens, méér gemengde woon- en werklocaties en méér functiemenging is het streven om voldoende ruimte te blijven behouden voor werklocaties en tienduizend banen. Het ruimte blijven bieden en blijven reserveren voor bedrijven, voorzieningen en banen vergt wel voortdurende aandacht en afweging omdat de inzet op woonlocaties onomkeerbaar is en de gemeente nu al veel moeite moet doen om bedrijven binnenboord te houden.

Bouwen aan een aantrekkelijke stad Nijmegen was een aantrekkelijke woonstad en is alleen nog maar aantrekkelijker geworden de afgelopen jaren. Vele inwoners onderkennen dat ook. In vele delen van de stad wordt volop gebouwd; de groei van de woningvoorraad is weer op stoom. De Omgevingsvisie geeft de komende twee decennia richting aan de verstedelijkingsopgave voor Nijmegen met meer gemengde woon-werkmilieus, meer groen, meer duurzame mobiliteit, knooppunt- en campusontwikkelingen zodat er de komende tien jaar plaats is voor 10.000 extra woningen en 10.000 banen. Er wordt vanuit gegaan dat de stad ook na 2030 blijft groeien met minimaal een toename van vijfduizend woningen tussen 2030 en 2040. De opgave om bij alle plannen en gebiedsontwikkelingen het lange termijn perspectief als uitgangspunt te hanteren, blijft onverkort overeind. Bij het actualiseren van de hoofdopgave ‘bouwen aan een aantrekkelijke stad’ kunnen de volgende vraagstukken, deelopgaven en programma’s opnieuw verdiept en aangescherpt worden. 

De verdichting in Nijmegen vraagt om een hoge kwaliteit van de openbare ruimte. Voor een aantrekkelijke, leefbare, vitale en veerkrachtige stad vormt de publieke ruimte als ontmoetingsplaats een belangrijke voorwaarde. Het historisch erfgoed in Nijmegen maakt een belangrijk onderdeel uit van de aantrekkelijke stad. Evenals de menging van functies en activiteiten.

Voorzieningen en beheerbudgetten dienen mee te groeien met de groei van de stad. Bij een aantrekkelijke stad horen ook goede voorzieningen op het gebied van sport, cultuur, musea en erfgoed. Voor de toename van voorzieningen (sport, cultuur) moet ruimte zijn. Van belang is ook dat de budgetten voor ontwikkeling, programmering, beheer en onderhoud (van onder andere infrastructuur, groen, erfgoed, cultuur) meegroeien met de toename van het aantal inwoners en gebruikers. Dit is des te belangrijker omdat de cultuursector en sportverenigingen sterk zijn geraakt door de lockdowns en coronamaatregelen. De komende tien jaar zijn tientallen miljoenen euro’s nodig om de openbare ruimte toekomstbestendig te maken, om achterstallig onderhoud weg te werken, om het maatschappelijk vastgoed en de schoolgebouwen te verduurzamen en om het erfgoed te behouden voor de toekomst.

6

Kwetsbare wijken staan weer hoog op verschillende beleidsagenda’s. Dat heeft te maken met groeiende verschillen tussen wijken en buurten op het gebied van leefbaarheid en veiligheid. De coronacrisis heeft de problematiek in kwetsbare wijken vergroot. Om overlast en criminaliteit tegen te gaan, is de verbinding tussen het fysieke, zorg-, sociaal en veiligheidsdomein van belang. De kans op succes is het grootst als  vanuit een verbindende of regierol van de gemeente  de organisaties vanuit de verschillende domeinen zich committeren aan het gezamenlijke doel en de maatschappelijke impact die men met elkaar wil realiseren.

Systematisch vasthouden aan duurzame gebiedsontwikkeling en duurzame mobiliteit. De bundeling van meerdere stedelijke functies (wonen, werken, voorzieningen, et cetera) verbetert de bereikbaarheid, leidt tot minder autogebruik, zorgvuldig ruimtegebruik en is maatschappelijk het meest doelmatig en effectief.. Dit vergt een integrale aanpak qua inhoud en proces, van beleid naar uitvoering, sector-overstijgend, maatwerk per gebied én kennis van zaken.

Moderne overheid Binnen de hoofdopgave ‘moderne overheid’ verdienen, op basis van de landelijke en Nijmeegse trends en ontwikkelingen, de volgende vraagstukken aandacht. Meer dan enige jaren geleden is landelijk en lokaal het besef gegroeid dat de kwaliteit van de beleidsuitvoering meer aandacht behoeft. Zijn de beleidsplannen (na alle bezuinigingen en reorganisaties) wel goed uit te voeren? Worden subsidies en projecten in voldoende mate integraal afgewogen? Zijn de richtlijnen en randvoorwaarden consistent? Wordt voldoende ingezet om systematisch het beleid te evalueren en te verbeteren? Wordt er in voldoende mate rekening mee gehouden dat de burgers de wet en regels niet alleen moeten kennen maar ook moeten ‘kunnen’. Ook als zij tijdelijk of blijvend beschikken over een beperkt doenvermogen? Het beter toepassen van de lessen voor een meer effectieve opgavegerichte samenwerking als overheden en met de maatschappelijke partners.

De geleerde lessen van opgavegerichte samenwerking zijn: zorg voor een gedeelde feitenbasis en gezamenlijke richtinggevende doelen, denk aan de voorkant voldoende na over welke partijen betrokken moeten worden om de opgave te kunnen realiseren, ga na een lichte start van de samenwerking (coalition of the willing) over op hard projectmanagement van topklasse met een heldere onderling geaccordeerde scope en een duidelijke leiding, alloceer voldoende financiële middelen en kies een adequaat instrumentarium voor de opgavegerichte samenwerking. De digitale transformatie zorgt voor een ingrijpende verandering van de samenleving, van alle gemeentelijke programma’s en van alle hoofdopgaven. Alle producten, diensten, werkprocessen en relaties tussen de overheid en burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties zullen ingrijpend veranderen. Bovendien op een wijze die wij ons nu nog moeilijk kunnen voorstellen. Voor de gemeente Nijmegen biedt de digitale transformatie de kans om alle programma’s en hoofdopgaven beter met elkaar te verbinden, om de dienstverlening te verbeteren, om de burger/klant meer centraal te stellen, én om tegelijkertijd de kwetsbare Nijmegenaar niet te vermorzelen met protocollen, procedures, digitale portals en algoritmen. Dit is tegelijkertijd als geactualiseerde opgave makkelijker opgeschreven dan uitgevoerd.

Tenslotte is een geactualiseerde opgave om meer samenhang aan te brengen tussen de programma’s en hoofdopgaven en te zorgen voor een meer eenduidige sturing. Met de hoofdopgaven in het coalitieakkoord, in de Omgevingsvisie en met de systematische monitoring door bureau Onderzoek & Statistiek langs de hoofdopgaven heeft Nijmegen een belangrijke stap gezet in het opgavegericht, vanuit de bedoeling, werken aan de hoofdopgaven. Toch is niet voor alle beleidsmedewerkers deze samenhang op dit moment voldoende duidelijk.

7

1

Inleiding

Achtergrond In 2018 is Platform31 de penvoerder geweest van een Nijmeegse maatwerktrendstudie De samenhangende opgaven voor Nijmegen in het komende decennium.1 Deze trendstudie is tot stand in samenwerking met een brede groep beleidsmedewerkers van de gemeente Nijmegen. In vele presentaties is de Nijmeegse trendstudie in 2017/2018 stapsgewijs verbijzonderd en aangescherpt en het eindproduct van velen in Nijmegen geworden.2 De hoofdopgaven zijn ook de rode draad geworden van het coalitieakkoord 2018-2022 van Nijmegen.3 Recentelijk heeft Platform31 de algemene trendstudie voor de G40 en de M50 afgerond Herstel en perspectief in tijden van transitie. Stedelijke trends en opgaven voor 2022 e.v.4 Actualisatie van de Nijmeegse trendstudie ten behoeve van het overdrachtsdossier 2022 Ten behoeve van het overdrachtsdossier voor de bestuursperiode heeft Nijmegen behoefte aan een actualisatie van de Nijmeegse trendstudie. Evenals vier jaar geleden vormt de algemene trendstudie van Platform31 een vertrekpunt en is de actualisatie van de Nijmeegse trendstudie tot stand gekomen in een intensief samenwerkingsproces met presentaties voor een grote groep strategen, opgavetrekkers, beleidsmedewerkers, voor het GMT, voor het college en voor alle geïnteresseerde medewerkers tijdens een carrousel.

Nijmegen vergeleken met vergelijkbare steden Evenals in de vorige Nijmeegse trendstudie wordt Nijmegen vergeleken met vergelijkbare gemeenten. Dit geeft mede reliëf aan de trends, ontwikkelingen en opgaven voor Nijmegen. Daarbij is het benchmarken van Nijmegen breder getrokken dan vorige keer. Nu zijn alle vergelijkbare gemeenten de kennissteden waarmee Nijmegen zichzelf vergelijkt in de Stads- en Wijkmonitoren (Eindhoven, Enschede, Groningen, Leiden, Maastricht, Nijmegen en Tilburg) én de gemeenten met een zelfde zwakke sociale structuur en sterke centrumfunctie zoals Nijmegen (Arnhem, Dordrecht, Eindhoven, Enschede, Groningen, Leeuwarden en ’s-Hertogenbosch)5 en met tussen de 120.000 en 235.000 inwoners. Aan de vergelijking zijn  afhankelijk van de gebruikte bron  toegevoegd de gemiddelde score van alle gemeenten met tussen de 100.000 en 300.000 inwoners, de gemiddelde score van alle gemeenten die sterk verstedelijkt zijn, de Corop-regio Arnhem/Nijmegen, de provincie en Nederland. Leeswijzer Hoofdstuk 2 is de Nijmeegse trendstudie. De trendstudie vat in acht thema’s (demografie, economie, sociaal, veiligheid, ruimte & wonen, mobiliteit & bereikbaarheid, duurzaamheid en bestuur) de landelijke trends en ontwikkelingen samen en verbijzonderd de trends en ontwikkelingen voor Nijmegen.

De landelijke en Nijmeegse trends en ontwikkeling zijn gebruikt om de hoofdopgaven van Nijmegen te actualiseren. Voor elk van de hoofdopgaven (‘de stad moet duurzamer’, ‘een sociale stad blijven’, ‘versterken economische veerkracht’, ‘bouwen van een aantrekkelijke stad’ en ‘moderne overheid’) is beschreven waar Nijmegen vandaan komt, waar Nijmegen nu staat en hoe de hoofdopgave geactualiseerd kan worden. De conclusie van Platform31 is dat er geen reden is om de vijf strategische hoofdopgaven uit de vorige trendstudie en het huidige coalitieakkoord overboord te gooien en te vervangen door andere hoofdopgaven. De bestaande hoofdopgaven zijn nog steeds

1

Koos van Dijken, De samenhangende opgaven voor Nijmegen in het komende decennium, Platform31, Den Haag, mei 2018.

2

Ten eerste: voor een zeventigtal strategen, unithoofden en projectleider, e.d. van de gemeente. Ten tweede: voor de gemeenteraad tijdens een politieke

3

Gemeente Nijmegen, Nijmegen: samen vooruit. Coalitieakkoord 2018-2022, Nijmegen 26 april 2018, blz. 4.

4

Koos van Dijken en Ruud Dorenbos (red.), Herstel en perspectief in tijden van transitie. Stedelijke trends en opgaven voor 2022 e.v., Platform31, Den Haag,

5

In de bekostiging door het Rijk van de gemeenten wordt rekening gehouden met de zwaarte van de gemeentelijke taken waarvoor de gemeente staat. De

avond. Ten derde: tijdens een carrouselbijeenkomst. Ten vierde: voor de formateur en de formerende partijen.

juli 2021. zwaarte van de gemeentelijke taken wordt door het ministerie van BZK bepaald aan de hand van de twee indicatoren: ‘sociale structuur’ en ‘centrumfunctie’. Elke Nederlandse gemeente wordt met een vierdeling gekenmerkt qua sociale structuur (zwak, matig, redelijk of goed) en qua centrumfunctie (sterk, redelijk, weinig of zonder). Nijmegen wordt gekenmerkt door een zwakke sociale structuur en een sterke centrumfunctie. Dit maakt het mogelijk om als vergelijkbare gemeenten de gemeenten te kiezen met een zelfde zwaarte van gemeentelijke taken en bijgevolg een zelfde relatieve bekostiging door het Rijk.

8

een prima kader om daarbinnen thema’s en deelopgaven aan te scherpen en te verdiepen. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van alle lessen die de afgelopen vier jaar zijn geleerd. Hoofdstuk 3 is een verdere verdieping van de landelijke en Nijmeegse trends en ontwikkelingen. Bij het laatste is intensief gebruik gemaakt van de gegevens van het bureau Onderzoek & Statistiek van de gemeente en van de benchmarking van Nijmegen. Een deel van de vergelijkende statistieken zijn in een bijlage opgenomen. In de hoofdtekst wordt verwezen naar deze grafieken. Hoofdstuk 4 is een verdere verdieping van de geactualiseerde Nijmeegse hoofdopgaven.

9

2

Trendstudie Nijmegen 2022 e.v.

2.1 Inleiding Ten behoeve van het overdrachtsdossier voor de komende bestuursperiode heeft Nijmegen behoefte aan een actualisatie van de Nijmeegse trendstudie van vier jaar geleden.6 Evenals vier jaar geleden is de actualisatie van de Nijmeegse trendstudie tot stand gekomen in een intensief samenwerkingsproces met presentaties voor en gedachtewisselingen met een grote groep strategen, opgavetrekkers, beleidsmedewerkers, het GMT, het college en alle geïnteresseerde medewerkers tijdens een carrousel. De landelijke trends en ontwikkelingen zijn beknopt beschreven, evenals de Nijmeegse verbijzondering van de trends en ontwikkelingen. Ten behoeve van de trends en ontwikkelingen in Nijmegen en de actualisatie van de Nijmeegse opgaven is Nijmegen vergeleken met een groot aantal vergelijkbare gemeenten (Arnhem, Dordrecht, Eindhoven, Enschede, Groningen, ’s-Hertogenbosch, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Nijmegen en Tilburg).

2.1.1 Inleiding De landelijke trends en ontwikkelingen in de acht hoofdstukken van de algemene trendstudie van Platform31 zijn, voor zover relevant voor Nijmegen, kort samengevat en aangevuld met de trends en ontwikkelingen in Nijmegen en de regio.7

2.1.2 Demografische trends en ontwikkelingen De bevolking in Nederland blijft volgens de bevolkingsprognose van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de komende vijftig jaar toenemen. Met een iets kortere tijdhorizon (2020-2050) zijn er scenario’s gemaakt die schetsen dat de omvang van de Nederlandse bevolking kan variëren van 17,4 miljoen (in geval van een laag geboortecijfer, stagnerende levensverwachting en afnemende buitenlandse migratie) tot 21,8 miljoen (in geval van een stijgend geboortecijfers, een stijgende levensverwachting en een toenemend migratiesaldo). De groei van de bevolking slaat vooral neer in de grotere steden. Nijmegen is daar geen uitzondering in. De komende vijftien jaar neemt het aantal Nijmegenaren toe met naar verwachting tussen 6 procent (behoudend scenario) en 12 procent (niet-behoudend scenario). In 2035 varieert de Nijmeegse bevolking tussen 188.500 (behoudend scenario) en 198.500 inwoners (niet-behoudend scenario). De komende dertig jaar zal de verwachte bevolkingsgroei in Nederland voor 83 procent zijn toe te schrijven aan een positief buitenlands migratiesaldo en voor 17 procent aan de natuurlijke aanwas. Dit geldt niet voor Nijmegen.

In Nijmegen wordt de verwachte bevolkingsgroei niet verklaard door de buitenlandse migratie, maar vooral door het feit dat meer mensen uit andere gemeenten verhuizen naar Nijmegen dan er Nijmegenaren verhuizen naar andere gemeenten. Door de instroom en groei van de stad wordt de stad ook steeds diverser. In heel Nederland en in 31 van de 40 regio’s (inclusief Arnhem/Nijmegen) krimpt de potentiële beroepsbevolking (15 tot 75 jaar) de komende dertig jaar. In heel Nederland is dat de komende vijftien jaar met 200.000 personen en de komende dertig jaar met half miljoen personen. In de provincie Gelderland neemt de potentiële beroepsbevolking in deze periode naar verwachting af met 112.000 personen en in de regio Arnhem/Nijmegen met naar verwachting 39.800 personen. In Nijmegen wordt groei noch krimp verwacht van de potentiële beroepsbevolking de komende dertig jaar.

6

Koos van Dijken, De samenhangende opgaven voor Nijmegen in het komende decennium, Platform31, Den Haag, mei 2018.

7

Koos van Dijken en Ruud Dorenbos (red.), Herstel en perspectief in tijden van transitie. Stedelijke trends en opgaven voor 2022 e.v., Platform31, Den Haag, juli 2021.

10

Grafiek 2.1 Verwachte ontwikkeling potentiële beroepsbevolking (15 – 75 jaar) van 2020 tot 2050 in procenten in Nijmegen, vergelijkbare gemeenten, regio, Gelderland en Nederland

Bron: CBS – Statline (Bevolkingsprognose)

Deze afname van de potentiële beroepsbevolking is een geheel nieuw fenomeen dat wij de afgelopen decennia niet hebben mee gemaakt. Het is een paradigmashift die ingrijpende gevolgen zal hebben. Ondernemers die niet of veel moeilijker kunnen groeien en zich aanpassen. Woningen die onvoldoende snel gebouwd en verduurzaamd kunnen worden. En allerlei publieke diensten (zorg, onderwijs, politie, gemeentelijke dienstverlening) die steeds moeilijker geleverd zal kunnen worden. Door de sterke krimp van de potentiële beroepsbevolking in de omgeving van Nijmegen kan de uitgaande pendel van Nijmegen toenemen, waardoor de krimp van de potentiële beroepsbevolking in Nijmegen wel eens in een krimp zou kunnen omslaan.

2.1.3 Economische trends en ontwikkelingen Het verloop van de coronapandemie is nog steeds ongewis en daarmee blijven de onzekerheden over de economische vooruitzichten groot. De lange termijn effecten zijn afhankelijk van de investeringen, de digitalisering en de productiviteitsontwikkelingen. En juist de productiviteitsontwikkeling is al decennia zorgwekkend laag in Nederland. Deze ontwikkeling wordt door de krimp van de potentiële beroepsbevolking nog zorgwekkender. Zonder substantiële productiviteitsverbetering zal de krimp van de beroepsbevolking (regio) of de stabilisatie van de beroepsbevolking (Nijmegen) een rem zijn op de economische ontwikkeling en zal de levering van publieke diensten steeds moeilijker worden. In Nederland is er al jarenlang sprake van een toenemende leegstand onder winkels, vooral in de binnensteden. De toenemende leegstand is het gevolg van onder andere online shopping en de trend dat er minder vaak recreatief wordt gewinkeld (funshopping). De winkelleegstand is door de sterke toename van het thuiswinkelen tijdens de coronacrisis toegenomen. Het lagere bezoekniveau aan de binnenstad van Nijmegen heeft (nog) niet geleid tot een sterke stijging van de winkelleegstand. De afgelopen vijf jaar is het aantal banen en het aantal vestigingen in Nijmegen sterk gestegen. Dit heeft mede gezorgd voor een toename van de inkomende pendel met 23 procent.

Opmerkelijk is dat de uitgaande pendel de afgelopen vijf jaar met 30 procent is gestegen. De sterke toename van de uitgaande pendel duidt er op dat Nijmegen een aantrekkelijke woonstad is en dat vele inwoners, wonend in Nijmegen, kijken welke banen in de omgeving bereikbaar zijn. De inkomende pendel is groter dan de uitgaande pendel en daarmee is Nijmegen een ‘werkstad’ voor de regio.

2.1.4 Sociale trends en ontwikkelingen In Nijmegen is  net zoals in vele andere steden en gemeenten  sprake van een aanzienlijke toename van het aantal oude ouderen (dubbele vergrijzing). De dubbele vergrijzing is in Nijmegen groter dan de toename van het aantal oude ouderen in de regio, Nederland, de provincie en vele vergelijkbare gemeenten. 11

De coronacrisis raakt niet iedereen even hard. De Nijmegenaren met tijdelijke contracten, zzp’ers en de (kleine) ondernemers in de branches die lang gesloten zijn geweest (horeca, cultuur, reisbranche, evenementen) betalen de zwaarste prijs voor de pandemie. Bepaalde groepen op de arbeidsmarkt (studenten, jongeren, migranten, alleenstaanden en mensen met een laag inkomen) lopen een groot risico op financiële problemen. Reeds bestaande maatschappelijke problemen op de arbeidsmarkt, met betrekking tot armoede en schulden, eenzaamheid, sociale scheidslijnen, kansenongelijkheid, e.d. zijn door de pandemie vergroot. Tegelijkertijd hebben vele Nijmegenaren in de crisis grote veerkracht laten zien en zijn vele maatschappelijke initiatieven ontplooid om elkaar te helpen en meer oog voor elkaar te hebben. Mogelijkerwijs is dit mede een verklaring dat de eenzaamheid in Nijmegen in vergelijking met vele vergelijkbare gemeenten geen opvallend grote problematiek is. Op vele terreinen is een toenemende kansenongelijkheid zichtbaar. De coronacrisis heeft dat nog verder versterkt. Een toenemende kansenongelijkheid op de woningmarkt, in het onderwijs, op de arbeidsmarkt, in koopkracht (problematische schulden, armoede) en in gezondheid, levensverwachting en gezonde levensjaren. De Nijmegenaren met een lage sociaaleconomische status zijn bovendien bovengemiddeld geraakt door de coronacrisis.

De verschillen op één domein hangen vaak samen met die op een ander domein. Daarbij is het onderwijs een belangrijke motor van kansenongelijkheid geworden. Er is een groeiende scheidslijn tussen hoogen laagopgeleiden en een toenemende segregatie naar opleidingsniveau van de ouders en leerlingen van verschillende sociaaleconomische achtergronden die elkaar steeds minder tegenkomen op school. Omdat er in Nijmegen sprake is van een duidelijke arbeidspolarisatie (relatief veel laagopgeleiden, relatief veel hoogopgeleiden en relatief weinig Nijmegenaren in middenberoepen) en een duidelijke segregatie naar opleidingsniveau moet Nijmegen bedacht zijn op deze toenemende scheidslijn tussen laag- en hoogopgeleiden. Zeker als dit gepaard gaat met maatschappelijk ongewenste situaties. De gemeente bereikt met de huidige werkwijze zo’n 70 procent van de Nijmegenaren die enkelvoudige problemen hebben en over voldoende doenvermogen beschikken prima. Zo’n 10 procent wordt bereikt als zij hun directe netwerk inzetten en ook de Stips kan een bijdrage leveren om deze 10 procent te bereiken. Nijmegenaren met problemen op meerdere leefgebieden en met tijdelijke of structurele tekorten in hun doenvermogen hebben moeite om de weg te vinden in de gemeentelijk dienstverlening. Het betreft zo’n 20 procent van de Nijmegenaren.

2.1.5 Trends en ontwikkelingen in het veiligheidsdomein De trend van afnemende geregistreerde criminaliteit in de afgelopen twintig jaar in Nederland en Nijmegen duurt voort. Wel lijkt er landelijk sprake van een verharding van de criminaliteit, zich uitend in bijvoorbeeld een toename van het aantal minderjarigen en jongvolwassenen die verdacht worden van een ernstig geweldsdelict. In alle vormen van geregistreerde criminaliteit (vermogens- en geweldsdelicten, overlast en vernieling) doet het Nijmegen het niet slechter dan één of meerdere andere studentensteden met tussen de 120.000 en 235.000 inwoners. In Nijmegen is er in het recente verleden wel sprake van een forse stijging van de geluidshinder. Met een ruimere selectie van vergelijkbare gemeenten blijkt dat de overlast en de onveiligheidsgevoelens sinds 2014 minder afnemen dan in de vele vergelijkbare gemeenten en dat het totaal aantal misdrijven per 10.000 inwoners aan de hoge kant is. Overlast en gevoelens van onveiligheid hebben in Nijmegen vooral te maken met overlast van drugsgebruikers en -handelaren. Drugsdealers en/of drugsverslaafden behoren tot de meest genoemde redenen voor onveiligheidsgevoelens in de buurt.

De coronacrisis heeft in 2020 en 2021 geleid tot een afname van de geweldsdelicten met 26 procent en een afname van de vermogensdelicten met 28 procent ten opzichte van het gemiddelde aantal gewelds- en vermogensdelicten in 2018/2019. Bedreiging, mishandeling, straatroof, huiselijke geweld, woning- en autoinbraken, auto-, fiets- en winkeldiefstallen en zakkenrollerij zijn aanzienlijk gedaald. In Nederland en ook in Nijmegen is sprake van een sterke toename van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit. Ten opzichte van het gemiddeld aantal gevallen in 2018/2019 is deze criminaliteit met 56 procent gestegen. Ondanks dat het niveau van cybersecurity toeneemt, wordt de (financiële) schade en maatschappelijke 12

ontwrichting steeds groter. Of de voorlichtings- en bewustwordingscampagnes en de inzet van vrijwilligers (Digiwachten) voldoende tegenwicht bieden, is een open vraag. Ook wordt steeds duidelijker dat ondermijning een groot maatschappelijk probleem is. Uit de gegevens van de City Deal Zicht op Ondermijning blijkt dat Nijmegen niet immuun is voor ondermijning. Dit blijkt onder andere uit de bijna vierduizend verdachte transacties, het risico op jonge criminele aanwas en de onverklaarbare woningaankopen (70 woningen met een gemiddelde onverklaarbare som van 178.000 euro). Door pro-actief kwaliteitscontroles uit te voeren op de leegstaande panden in de registraties van de gemeente komen veel misstanden aan het licht. Nijmegen zet hier, in tegenstelling tot andere gemeenten, nog niet echt op in. Dat de drugsgerelateerde criminaliteit en ondermijning een toenemend probleem is, valt ook op te maken uit de beleving van de Nijmegenaren. Zij ervaren de drugsoverlast als een toenemend probleem. Kwetsbare wijken staan weer hoog op de verschillende beleidsagenda’s in Nederland. Dat heeft te maken met de groeiende verschillen tussen steden, wijken en buurten op het gebied van leefbaarheid én veiligheid. Met sommige kwetsbare wijken in Nederland gaat het beter, terwijl andere kwetsbare wijken verder afglijden. De coronacrisis heeft de problematiek in kwetsbare wijken vergroot.

In geen van de Nijmeegse wijken is de wijkwaardering door de inwoners negatief en in 63 procent van de wijken is sprake van noch een verslechtering noch verbetering van de wijkontwikkeling. In 23 procent van de wijken is de wijkontwikkeling stabiel tot positief of ronduit positief. In 14 procent van de wijken (Lankhorst, Meijhorst, Tolhuis, ‘t Acker en Zwanenveld) is de wijkontwikkeling stabiel tot negatief.

2.1.6 Ruimtelijke en woontrends Nijmegen is een zeer aantrekkelijke woonstad en ondanks een aanzienlijke toename van het aantal nieuwbouwwoningen stijgen de woningprijzen harder dan in vele vergelijkbare gemeenten. Het zijn vooral inwoners (waaronder studenten) uit andere gemeenten die naar Nijmegen verhuizen die de sterke toename van het aantal inwoners en de schaarste aan woningen bepalen. De Nijmegenaren waarderen over het algemeen de leefbaarheid in hun wijk en velen vinden dat Nijmegen er op vooruit gaat (Waalkade, fietspaden, levendigheid, evenementen en culturele activiteiten, meer groen, nieuwbouw, verbetering van het winkel- en/of horeca-aanbod). De burgers zijn van mening dat de gemeente daarin een positieve rol speelt. Maar natuurlijk zijn er ook kritische geluiden van een minderheid. De krappe woningmarkt, de kloof tussen insiders en outsiders op de woningmarkt en de vele conflicterende ruimteclaims (voor wonen, werken, recreëren, natuur en duurzame energie) halen dagelijks het nieuws. Koopprijzen stijgen tot historische hoogtes, wachttijden voor een sociale huurwoning lopen op en voor een starter op de woningmarkt en een modale verdiener zijn de vrijemarkthuren vrijwel niet meer te betalen. Het huidige woningaanbod sluit ook kwalitatief onvoldoende aan op de huidige en toekomstige instroom van inwoners en veranderende huishoudenssamenstelling.

Alleenstaande ouderen zien geen aantrekkelijk aanbod en blijven te lang wonen in hun (te) grote eengezinshuis. Daardoor stagneert de doorstroming. Door de toename van het aantal eenpersoonhuishoudens en de verwachte afname van het aantal paarhuishoudens past de bestaande woningvoorraad niet naadloos meer bij de veranderende huishoudenssamenstelling. Het aantal alleenstaanden in Nijmegen is in de afgelopen periode toegenomen tot 41 procent van het aantal zelfstandig wonende huishoudens en tot 54 procent als ook de niet-zelfstandig wonende huishoudens (waaronder veel studenten) meegerekend worden. Onder meer door de vergrijzing zullen deze percentage verder toenemen.

2.1.7 Trends en ontwikkelingen in mobiliteit en bereikbaarheid Hoewel Nederland een van de best ontwikkelde transportnetwerken in de wereld heeft, loopt het mobiliteitssysteem tegen grenzen aan. Door het fietsgebruik, de stedelijke distributie en de capaciteitsgrenzen van trein raakt de infrastructuur overbelast en staat de verkeersveiligheid onder druk. Nijmegen heeft het afgelopen decennium fors geïnvesteerd in alle vervoersmodaliteiten om de bereikbaarheid en leefbaarheid van de stad te verbeteren. Er zijn een groot aantal grote infrastructurele projecten gerealiseerd, zoals de nieuwe stadsbrug en de snel-fietspaden in de stad. Ook is geïnvesteerd in de aanleg van fietsstraten en vrijliggende 13

fietspaden langs de drukke wegen, goede oversteekplaatsen bij drukke verkeersaders, slimme verkeerlichten, toegankelijke bushaltes, nieuwe duurzame bushokjes, verkeersveiligheid en gedragsverandering. Daarmee scoort Nijmegen inmiddels hoog als fietsstad. Ons mobiliteitsgedrag wordt steeds gevarieerder onder invloed van technologische ontwikkelingen en sociale netwerken. Door de coronacrisis zijn we ons ook meer bewust geworden van het belang én de kwetsbaarheid van ons mobiliteitssysteem. Maar het is nog te vroeg om te zeggen of de coronacrisis een blijvende verandering in ons mobiliteitsgedrag teweeg zal brengen. De opgave voor de korte en lange termijn is het verbeteren van de samenhang tussen verstedelijking, infrastructuur en mobiliteit op vooral lokale en regionale schaal. In een toekomstbestendig mobiliteitssysteem staat de gebruiker centraal en is de impact op de leefomgeving minimaal. Het mobiliteitsbeleid dient erop gericht te zijn om meerdere maatschappelijke doelen (nabijheid van werk en voorzieningen, sociale cohesie, versterking economische structuur, het creëren van gelijke kansen, het vergroten van de leefbaarheid) te realiseren en niet het reduceren van bijvoorbeeld de lengtes van de files. Nijmegen sluit volop aan bij deze trends en ontwikkelingen.

2.1.8 Trends en ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid De internationale en nationale akkoorden verplichten Nederland en de gemeenten (waaronder Nijmegen) om de hoeveelheid CO2 in 2030 met 55 procent te reduceren en met 100 procent in 2050 ten opzichte van 1990. De gemeenten hebben een belangrijke rol in de energietransitie in de gebouwde omgeving. De gebouwde omgeving is goed voor circa 40 procent van het totale energieverbruik in Nederland. In de gebouwde omgeving wordt vooral aardgas verbruikt (direct voor verwarming en indirect voor elektriciteitsopwekking). In 2030 moet het gebruik van minerale, fossiele en metalen grondstoffen met 50 procent zijn afgenomen en vóór 2050 moet de economie volledig circulair zijn. De regio Arnhem/Nijmegen volgt de nationale en provinciale doelstelling om in 2030 voor 50 procent afvalloos te worden en voor 2050 volledig afvalloos en volledig circulair te zijn. De regio Arnhem/Nijmegen wil circulaire topregio worden door circulariteit in al haar facetten na te streven. Daarbij wordt voortgebouwd op de prijs van meest circulaire regio in Nederland (2018), de prijs van beste circulaire werklocatie voor IndustriePark Kleefse Waar (IPKW) (2019) en wordt de samenwerking geïntensiveerd met ongeveer vijftig bedrijven in Nijmegen die koploper zijn of willen zijn met nieuwe circulaire producten, diensten en business modellen.

Om de landelijke doelstellingen voor 2025 te halen – 90 procent hergebruik en maximaal 30 kilo restafval per inwoner per jaar  heeft Nijmegen desalniettemin nog een belangrijke uitdaging. Nederland moet over dertig jaar volledig klimaatbestendig zijn zodat de temperatuurstijging, hitte, droogte, piekbuien, het verlies aan biodiversiteit en de verspreiding van ziekten en plagen geen negatieve gevolgen meer hebben voor de waterveiligheid, zoetwatervoorziening, gezondheid, natuur, leefbaarheid in het stedelijk gebied en de vitale infrastructuur (elektriciteit, ICT, transport). In alle duurzaamheidstransitie (energietransitie, transitie naar een circulaire economie, voedseltransitie, klimaatadaptatie, verbeteren van de luchtkwaliteit) zijn de eerste moeizame stappen gezet en moeten de komende jaren de grote stappen, versnellingen en intensiveringen gerealiseerd gaan worden als Nederland zich aan de eigen en internationale afspraken wil houden. Het totale gas- en elektriciteitsgebruik in Nijmegen bij bedrijven is de laatste jaren fors gedaald. Negentig procent van de afname van het fossiele energieverbruik in Nijmegen over de periode 2008 tot 2017 komt op conto van de bedrijven. Dit wordt voor 60 procent verklaard door de sloop, sluiting en productiewijziging van enkele bedrijven en voor 40 procent door de energiebesparing bij alle andere bedrijven.

Het gemiddelde elektriciteitsverbruik per Nijmeegse woning daalde in de periode 2010 tot 2018 met 18 procent en het gemiddelde gasverbruik per woning daalde, gecorrigeerd voor de buitentemperatuur, in de periode 2010 tot 2015 met 17 procent. Daarna bleef het gemiddelde gasverbruik tot en met 2018 vrij stabiel.

14

Het percentage hernieuwbare energie totaal (hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit, biobrandstoffen voor vervoer) in de regio Arnhem/Nijmegen ligt in 2019 op 7,8 procent en het percentage hernieuwbare elektriciteit op 11,4 procent (grafiek 2.2). Hieruit blijkt de populariteit van vooral zonne-energie voor de opwekking van hernieuwbare energie in Nijmegen en de regio. Grafiek 2.2 Percentage hernieuwbare energie totaal in 2019 (links) en het percentrage hernieuwbare elektriciteit in 2019 (rechts) in de RES-regio’s van de benchmarksteden

Bron: Klimaatmonitor

Door nieuwe gasaansluitingen bij nieuwbouwwoningen neemt het fossiele energieverbruik van particulieren in Nijmegen met 2,2 procent toe; terwijl door besparingen binnenshuis in bestaande woningen het fossiele energiegebruik met 3,8 procent afneemt. Per saldo een afname van 1,6 procent van het fossiele energiegebruik door particulieren. In de RES-regio Arnhem/Nijmegen neemt van 2011 tot 2019 de CO2-uitstoot van woningen met 13 procent af. De komende jaren zijn versnellingen nodig om de nationale doelstellingen te halen. Er is nog maar een zeer beperkt aantal woningen in Nederland en Nijmegen aardgasvrij gemaakt. Het tussendoel  in 2030 één van de vijf woningen van het aardgas af – is te ambitieus; ook in Nijmegen. Maar als de internationale en nationale doelstellingen blijven staan (100 procent reductie van de CO2-uitstoot in 2050 ten opzichte van 1990) dan moeten de doelstellingen leren en opschalen van het Programma Aardgasvrije Wijken onverkort gehandhaafd blijven, moeten voldoende financiële middelen beschikbaar komen en moet er voldoende capaciteit, kennis en vaardigheden komen en zijn. Ook met als doel 23 procent hernieuwbare energie in 2023 in de regio Arnhem/Nijmegen moeten er in korte tijd nog belangrijke stappen gezet worden. In vier jaar tijd moet het percentage hernieuwbare energie met ruim 11 procentpunt verbeteren; van 11,4 procent in 2019 naar 23 procent in 2023.

2.1.9 Bestuurlijke trends en ontwikkelingen De taken waar de gemeenten voor staan nemen toe, worden steeds belangrijker en ook ingewikkelder. De gemeente is bijvoorbeeld in het sociale- en ruimtelijke domein en voor de energietransitie de belangrijkste overheid voor de burger geworden. Hoewel de taken voor gemeenten toenamen, belangrijker werden én ingewikkelder, zijn de budgetten niet meegegroeid. Bovendien gingen decentralisaties in het sociaal domein gepaard met bezuinigingen. Dit leidde tot financiële tekorten op lokaal niveau. De ruimte om zelfstandig keuzes te maken, kwam daardoor onder druk te staan. In toenemende mate groei het besef dat alléén door interbestuurlijke samenwerking de grote maatschappelijke opgaven (energietransitie, woningbouwopgave, ambulantisering ggz, betere werking arbeidsmarkt, verminderen kansenongelijkheid, transitie naar een circulaire economie, etc.) doelmatig en effectief aangepakt kunnen worden. Tot nu toe echter laten de overheden (Rijk, provincie, gemeenten) belangrijke steken vallen in de opgavegerichte samenwerking als één overheid. Doelen worden niet altijd gezamenlijk opgesteld, noodzakelijke spelers worden niet betrokken, er is geen regie en er is bijna altijd onduidelijkheid over de financiën en instrumentatie. Voor alle burgers, maatschappelijke organisaties en overheden worden de digitalisering steeds belangrijker.

De digitalisering is een ingrijpende transformatie die alle sectoren, beroepen, producten, diensten en de relatie tussen de maatschappelijke actoren zal veranderen. Oude kennis en vaardigheden verliezen hun betekenis,

15

bedrijven en maatschappelijke organisaties zullen aan betekenis inboeten en nieuwe beroepen en bedrijven zullen ontstaan. De overheden bevinden zich in het hart van deze perfecte storm. Van de overheid wordt verwacht dat zij de informatie over verschillende beleidsterreinen en met diverse partners weet te combineren, dat zij meer informatiegestuurd gaat werken, de vaardigheden heeft om data te combineren, te analyseren en te visualiseren en de dienstverlening door middel van digitalisering weet te verbeteren Tegelijkertijd moet men de kwetsbare of digibete Nijmegenaar met een beperkt doenvermogen niet de dupe laten worden van digitalisering, protocollen en algoritmen. Maar dat men juist  ondanks of dankzij de digitalisering  tot méér maatwerk, menselijke maat en inlevingsvermogen in staat is. Van de overheid wordt ook verwacht dat zij de data beveiligt, de privacy waarborgt en de burgers beschermt tegen de monopoliemacht van Big Tech.

2.2 Hoofdopgaven: behaalde resultaten, actualisatie en samenhang 2.2.1 Inleiding In het licht van de landelijke en Nijmeegse trends- en ontwikkelingen zijn de Nijmeegse hoofdopgaven (‘de stad moet duurzamer’, ‘een sociale stad blijven’, ‘versterken economische veerkracht’, ‘bouwen aan een aantrekkelijke stad’ en ‘moderne overheid’) geactualiseerd. Vanuit een reflectie over ‘waar komen we vandaan’ en ‘waar staan we nu’ zijn per hoofdopgave geactualiseerde en aangescherpte thema’s en aandachtspunten geïnventariseerd. Er is geen reden om de vijf strategische hoofdopgaven uit het huidige coalitieakkoord overboord te gooien en te vervangen door andere hoofdopgaven. De bestaande hoofdopgaven zijn nog steeds een prima kader om daarbinnen thema’s, deelopgaven en programma’s aan te scherpen en te verdiepen. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van alle lessen die de afgelopen vier jaar door de gemeente Nijmegen zijn geleerd.

2.2.2 De stad moet duurzamer Waar komen we vandaan De ambitie om de stad duurzamer te maken, is reeds lang een ambitie van de gemeente. Dit werd geïllustreerd door de verkiezing als European Green Capital 2018 door de Europese Commissie. De ambitie was om duurzaamheid te integreren met de sociale en economische opgaven van de gemeente. Om als één organisatie over alle beleidsafdelingen heen aan één duurzaamheidsvisie te werken. Daarbij zou de duurzaamheidsambitie en -aanpak per wijk kunnen variëren en per wijk zou aangesloten kunnen worden bij bewonersinitiatieven. Waar staan we nu Ondanks de stappen die de afgelopen jaren zijn gezet, wordt in de regio Arnhem/Nijmegen in 2019 minder dan 8 procent van de energie duurzaam opgewekt. Terwijl de regionale doelstelling is om in 2023 op een aandeel hernieuwbare energie uit te komen van 23 procent. Sinds 2011 neemt het aantal zonne-installaties in Nijmegen jaarlijks met gemiddeld 49 procent toe. De jaarlijkse toename is spectaculair, maar betreft in 2018 nog maar acht procent van alle energie-aansluitingen voor kleingebruikers. Waarschijnlijk is het laaghangend fruit in de installatie van zonnepanelen gerealiseerd en wordt de geactualiseerde opgave om een forse jaarlijkse toename van hernieuwbare energie in Nijmegen en de regio te blijven realiseren.

Als de komende vier jaar geen versnellingen en intensiveringen gerealiseerd (kunnen) worden dan zijn de nationale, regionale en Nijmeegse doelstellingen en ambities in 2030, 2035, 2045 en 2050 niet langer haalbaar. Daarbij is een handicap dat de leer- en opschalingsmogelijkheden vanuit de proefwijken Aardgasvrije wijken zo moeizaam gaan en veel geduldig en tijdrovend overleg noodzakelijk maakt met elke individuele bewoner. Ook voor de klimaatadaptatie en de transitie naar een circulaire economie staat Nijmegen, gezien de nationale en regionale doelstellingen, aan het begin van versnellingen en intensiveringen. Voor deze versnellingen en intensiveringen zijn de kaders met de RES en de regionale visie Groene Metropoolregio inmiddels voorhanden. Voor substantiële verdergaande stappen moet het Rijk de gemeenten van financiële middelen voorzien, dient de regelgeving meer verplichtend te zijn, moeten de overheden effectiever samenwerken en moet de tekorten aan vakmensen opgelost worden.

16

Actualisatie van de hoofdopgave Bij de actualisatie van de hoofdopgave kan opnieuw nagedacht worden over de volgende deelopgaven: 

De leidende rol van de overheid. De ingrijpende duurzaamheidstransitie dwingt een groot aantal ongemakkelijke keuzes af, gaat gepaard met creatieve destructie, roept allerlei weerstanden op en tast gevestigde belangen aan. Dit noodzaakt de overheid tot de inzet van een breed interventierepertoire: vernieuwen, beschermen, bewaken, versterken, aanjagen, verdelen, compenseren, loslaten én radicaal doordrukken.

De organisatie van en financiering voor de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed, alle schoolgebouwen en de maatschappelijke voorzieningen. De voorwaarden zijn nog niet vervuld dat deze gebouwen in 2050 energieneutraal kunnen zijn.

Aandacht voor de energiearmoede. De energietransitie dwingt tot aandacht voor het probleem van energiearmoede. De sterk stijgende gasprijzen op dit moment vergroten deze aandacht. In Nijmegen wordt een relatief sterke toename van de energie-armoede verwacht.

De ruimte voor burgerinitiatieven en burgercoöperaties. Door burgers zo veel mogelijk betrekken bij de duurzaamheidsopgaven en Nijmegenaren te laten delen in de opbrengsten van duurzame energie kan de polarisatie rond duurzaamheidsvraagstukken verminderen en de NIMBY-problematiek beter beheersbaar worden.

Om als regio een circulaire topregio te worden, zullen vele extra stappen gezet moeten worden en moeten zwaardere beleidsinstrumenten ingezet worden. De duurzame aanbestedingen, waarmee Nijmegen in de pilot herstructurering Malderburchtstraat goede ervaringen heeft opgedaan, kunnen opgeschaald worden.

Nijmegen streeft naar klimaatbestendigheid in 2035. Om de consequenties van heftige regenval, droogte en hittestress het hoofd te bieden, moet er meer ruimte komen voor waterberging, moet de stad vergroenen en moet het aantrekkelijker zijn om gebruik te maken van loop- en fietsroutes. Er moeten nog belangrijke stappen gezet worden waarbij de kennis benut kan worden dan nú handelen goedkoper is dan het handelen uitstellen en de schades te moeten herstellen. Dit kan onder andere door beleidsagenda’s, ontwikkelingsprojecten, gebiedsontwikkelingen en reguliere onderhouds- en beheersprogramma’s en middelen te combineren zodat meer maatregelen genomen kunnen worden om de gevolgen van klimaatverandering te verminderen.

Regionaal de vijf duurzaamheidsopgaven (energietransitie, klimaatadaptatie, voedseltransitie, circulaire economie en schonere lucht en gezondere leefomgevingen) veel beter met elkaar verbinden en verbinden met de overige regionale opgaven. De regio die daar het beste in slaagt, benut maximaal de economische kansen die ook met de transities gepaard gaan.

2.2.3 Een sociale stad blijven Waar komen we vandaan Nijmegen werd gekenmerkt door een bovengemiddelde sociale problematiek met vele kwetsbare Nijmegenaren en belangrijke sociale scheidslijnen. Het werd belangrijk geacht om het beleid vooral te richten op de problematische sociale scheidslijnen. Nijmegen zou een sociale stad kunnen blijven door onder andere te zorgen voor méér integraal beleid en méér samenhang tussen de diverse beleidsterreinen. Overwogen zou kunnen worden om wijkteamprofessionals te mandateren en een flexibel (regelvrij)budget te alloceren voor complexe casussen. De gemeente zou ook een meer actieve rol kunnen nemen in het lokale onderwijsbeleid en de samenwerking kunnen intensiveren met de onderwijsinstellingen. Zo zijn vier jaar geleden diverse mogelijkheden geopperd om scherpere keuzes te maken om een sociale stad te blijven. Waar staan we nu De transformatie, vernieuwingen en innovaties in het sociale domein zijn een proces van vele jaren. Bij de vernieuwingen en innovaties in Nijmegen zijn vele ideeën uit de mogelijke scherpere keuzes van vier jaar geleden opgepakt. In 2021 wordt gestart met een volledige gebiedsgerichte samenwerking, stadsdeelprogrammeren, stadsdeelagenda’s, indicatievrije toegang tot de brede basisteams Jeugd & Gezin en Volwassenen en 17

bekostiging in de stadsdelen. Dit geeft meer financiële zekerheid, sturingsmogelijkheden en vooral meer ruimte aan professionals en uitvoeringsorganisaties om zorg en welzijn op maat te organiseren. De nieuwe werkwijze moet leiden tot meer inclusieve en collectieve oplossingen, minder bureaucratie, wachtlijsten en tekorten en minder prikkels die de productie opdrijven. Met doorbraakteams en een doorbraakaanpak kan ten behoeve van gezinnen met een stapeling van zorg- en ondersteuningsvragen voor onorthodoxe oplossingen gekozen worden waarin niet de regels en de regelgeving leidend zijn maar het doen ‘wat nodig is’. De sociale problematiek in Nijmegen is natuurlijk de afgelopen jaren niet volledig verdwenen. Maar er zijn wel verbeteringen gerealiseerd door onder andere de relatief sterke verbetering van het werkloosheidspercentage en de bruto arbeidsparticipatie. Wat niet is verbeterd, is de kansenongelijkheid. Deze is vanwege de moeilijkheden voor bepaalde groepen om een betaalbare woning te kunnen bemachtigen, vanwege het onderwijs en de coronacrisis alleen maar groter geworden. Ook het ‘onbenutte arbeidspotentieel’, alhoewel verbeterd, is nog steeds hoog (grafiek 2.3). Grafiek 2.3 “Onbenutte arbeidspotentieel” in 2019 in Nijmegen, vergelijkbare gemeenten, regio, provincie en Nederland

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=f5136d72-0b4e-4892-b48b-802447d5f105