Transitieplan ‘Op weg naar één omgevingsplan’ versie 1.1.
Tekst van het document
Transitieplan
Op weg naar één omgevingsplan Versie 1.1 Gemeente Nijmegen
December 2023 1
Inhoudsopgave 1
Inleiding ......................................................................................................................................................................3
2
Op weg naar één omgevingsplan ..............................................................................................................................4 2.1
Doel en strategie...................................................................................................................................................4
2.2
Omvang van de opgave........................................................................................................................................4
2.3
Aanpak ..................................................................................................................................................................5
2.3.1
Drie sporen...................................................................................................................................................5
2.3.2
Hoe houden we de winkel open?................................................................................................................8
2.3.3
Hoe gaan we de regels verhuizen? ...........................................................................................................11
2.4
Voorbereidingen gaan door ...............................................................................................................................14
3
Toepasbare regels ....................................................................................................................................................16
4
Planning ....................................................................................................................................................................17
5
Organisatie en ambtelijke capaciteit ......................................................................................................................18 5.1
Voorbereiding organisatie..................................................................................................................................18
5.2
Capaciteit ............................................................................................................................................................18
2
1 Inleiding Op 31 december 2031 moet onze gemeente over één omgevingsplan voor het hele grondgebied beschikken. Op dat moment vervalt namelijk het tijdelijke deel van het omgevingsplan. We hebben dus tot 2032 de tijd om de regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan te laten vervallen en/of over te hevelen naar het nieuwe (permanente) deel van het omgevingsplan. Ook (onderdelen van) gemeentelijke verordeningen die gaan over de fysieke leefomgeving moeten we voor 2032 naar het permanente omgevingsplan verhuizen. Hoewel dat nog erg ver weg lijkt, vinden we het belangrijk een visie op de lange termijn te hebben. In dit transitieplan gaan we hier nader op in. De uitgangspunten voor het omgevingsplan zijn door de gemeenteraad al vastgelegd in de Nota van uitgangspunten voor het omgevingsplan (deel 1 en deel 2). De transitiefase betreft de periode vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) tot het moment waarop het tijdelijke deel van het omgevingsplan vervalt. Deze datum is vastgesteld op 31 december 2031.
Dynamisch document Dit transitieplan is niet in beton gegoten. Er is veel beweging rond de invoering van de Omgevingswet en de landelijke voorziening Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) is nog volop in ontwikkeling. Bovendien is de opgave waar we voor staan enorm. Dit maakt dat we op dit moment nog niet alles kunnen voorzien. Dit transitieplan is dan ook een dynamisch document dat we actueel houden en steeds aanpassen op basis van voortschrijdend inzicht. Zo houden we grip op de opgave (en planning) en kunnen we bijsturen waar dat nodig is. De voorliggende versie betreft versie 1.1.
3
2 Op weg naar één omgevingsplan 2.1
Doel en strategie
Ons uiteindelijke doel is te komen tot één omgevingsplan voor Nijmegen volgens de eisen van de Omgevingswet en in lijn met de Nota van uitgangspunten voor het omgevingsplan deel 1 en 2. Het in één keer opstellen van een permanent omgevingsplan dat aan alle inhoudelijke en technische eisen voldoet is een onmogelijke opgave. Om die reden hebben we gezocht naar een fasering die recht doet aan het op tijd kunnen vaststellen van het permanente omgevingsplan (nieuwe deel) en rekening houdend met de omvang van de opgave en de beschikbare c.q. benodigde (ambtelijke) capaciteit en financiële middelen van onze gemeente. Zoals eerder vermeld moet het permanente omgevingsplan voor 2032 zijn vastgesteld. Dit lijkt nog ver weg, maar de opgave waarvoor we staan is omvangrijker dan de actualisatieopgave uit 2008. Toen moesten we volgens de Wet ruimtelijke ordening voor 1 juli 2013 alle bestemmingsplannen binnen het grondgebied actualiseren en aanpassen aan de nieuwe digitale standaarden (IMRO1). Dat bleek destijds – ook voor Nijmegen – een race tegen de klok. Op dit moment voldoen de meeste bestemmingsplannen aan de huidige IMRO-standaarden, maar nog niet allemaal. In de eerste versie van het transitieplan (d.d. mei 2023) hebben we onszelf als doel gesteld het permanente omgevingsplan medio 2029 compleet te hebben.
Inmiddels is duidelijk dat gemeenten twee jaar langer de tijd krijgen om het permanente omgevingsplan te maken. Oorspronkelijk lag de datum op 31 december 2029, deze is inmiddels verschoven naar 31 december 2031. Omdat we de transitieperiode het liefst zo kort mogelijk houden, houden we vast aan onze oorspronkelijke planning. Daarmee zijn we ruim op tijd klaar en hebben we – bij eventuele tegenvallers – nog voldoende uitloop.
2.2
Omvang van de opgave
Het permanente omgevingsplan bestaat in globale zin uit twee bouwstenen: 1. het tijdelijke omgevingsplan (zie navolgend kader); en 2. de gemeentelijke verordeningen over de fysieke leefomgeving. Het permanente deel wordt bovendien gevuld door nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en regels die volgen uit nieuw beleid.
Afbeelding: het permanente omgevingsplan bestaat uit twee bouwstenen: het tijdelijk omgevingsplan en de gemeentelijke verordeningen. 1
Informatiemodel Ruimtelijke Ordening.
4
Even opfrissen: het tijdelijk omgevingsplan dat we per 1 januari 2024 van rechtswege krijgen bestaat uit drie onderdelen: 1. 2. 3.
álle ruimtelijke regels binnen de gemeente (o.a. bestemmingsplannen en beheersverordeningen); de bruidsschat (bestaande uit voormalige Rijksregels, waaronder het Activiteitenbesluit); enkele lokale verordeningen (niet van toepassing voor Nijmegen*).
* Regels over archeologische monumentenzorg zijn in Nijmegen opgenomen in de bestemmingsplannen. Daarnaast heeft Nijmegen geen geurverordening en geen verordening met regels over de afvoer van hemelwater.
Het tijdelijk omgevingsplan en de gemeentelijke verordeningen zullen we (stapsgewijs) moeten verhuizen naar het permanente omgevingsplan. Er geldt een aantal spelregels voor deze verhuizing: 1. de regels in het permanente omgevingsplan moeten voldoen aan nieuwe digitale standaarden (STOP/TPOD2); 2. daarnaast zijn er nieuwe instructiekaders voor het omgevingsplan: het Besluit kwaliteit leefomgeving (zie Nota van Uitgangspunten deel 2) en de omgevingsverordening van de provincie Gelderland; 3. naast de digitale standaarden en de nieuwe instructiekaders van hoger hand is het de vraag in hoeverre de gemeente(raad) zelf haar regels wil aanpassen. Hiervoor kunnen globaal gesteld twee aanleidingen zijn: a. het anders reguleren en/of dereguleren; en b. beleidsmatig andere keuzes maken (in de omgevingsvisie en/of programma’s). Het verhuizen van regels naar het nieuwe deel van het omgevingsplan kan per thema (bijvoorbeeld voor sectorale regels), per locatie, of een combinatie van beide.
2.3
Aanpak
2.3.1
Drie sporen
Op weg naar een volwaardig en gebiedsdekkend (permanent) omgevingsplan onderscheiden we drie sporen (zie ook de Nota van uitgangspunten deel 1): 1. 2. 3.
nieuwe gebiedsontwikkelingen; het gebiedsgericht verhuizen van het tijdelijke omgevingsplan naar het permanente (nieuwe) deel; het thematisch verhuizen van autonome gemeentelijke verordeningen en (nieuwe) beleidsregels naar het permanente (nieuwe) deel.
Spoor 1 Nieuwe gebiedsontwikkelingen • wijziging omgevingsplan voor nieuwe ontwikkelingen • Inpassen Bopa's
Spoor 2 Gebiedsgericht verhuizen tijdelijk deel
Spoor 3 Thematisch verhuizen verordeningen en beleid
• Ruimtelijke regels • Bruidsschat
• Integratie autonome verordeningen • Nieuw (of aanpassing van) beleid implementeren
2
Om omgevingsdocumenten te publiceren, zijn de Standaard voor officiële publicaties (STOP) en Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD) ontwikkeld.
5
Gebiedsgerichte uitwerking De ruimtelijke regels gaan we gebiedsgericht verhuizen. Dit zijn de regels die nu in onze bestemmingsplannen en beheersverordeningen zijn opgenomen. De ruimtelijke regels op een locatie kunnen alleen gezamenlijk vervallen in het tijdelijke deel. Dit betekent dat wanneer een ruimtelijke regel voor een specifieke locatie vervalt in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, direct álle ruimtelijke regels voor diezelfde locatie moeten vervallen3. Het is dus niet mogelijk om voor een locatie een ruimtelijke regel te schrappen en tegelijkertijd een andere ruimtelijke regel voor diezelfde locatie te behouden. Een voorbeeld: wat niet mag
Het is niet mogelijk om voor een specifieke locatie de bestemming ‘Wonen’ te schrappen of te wijzigen en tegelijkertijd de andere regels uit het betreffende bestemmingsplan (o.a. dubbelbestemmingen en algemene bouw- en gebruiksregels) te behouden. In dat geval moeten álle bestemmingsplanregels voor de betreffende locatie in één keer naar het permanente omgevingsplan verhuisd worden. locatie in één keer naar het permanente omgevingsplan verhuisd worden. Het is wel mogelijk om de ruimtelijke regels voor een specifieke locatie te laten vervallen, maar voor andere locaties te behouden. Voor de verschillende gebieden binnen een gemeente kunnen deelplannen worden gemaakt. Als gemeente kunnen we zelf bepalen hoe groot een gebied is. We hoeven dus niet in één keer voor het hele grondgebied de regels om te zetten. Dit kunnen we ook doen per wijk of gebiedstype. Uiteindelijk zullen de verschillende deelplannen samensmelten tot één volwaardig omgevingsplan voor het hele gemeentelijke grondgebied. Een voorbeeld: wat wel mag
Binnen het stationsgebied voorzien we diverse ontwikkelingen. Deze ontwikkellocaties vallen binnen het bestemmingsplan ‘Nijmegen Centrum – Stationsgebied’. Het is mogelijk om de bestemmingsplanregels voor een specifieke ontwikkellocatie te laten vervallen in het tijdelijke omgevingsplan en te verhuizen naar het permanente omgevingsplan, maar de rest van het bestemmingsplan ‘Nijmegen Centrum – Stationsgebied’ te behouden in het tijdelijke deel. Thematische uitwerking De regels uit de gemeentelijke verordeningen verhuizen we themagewijs naar het nieuwe deel. Deze regels gelden over het algemeen voor het hele grondgebied van de gemeente en lenen zich daarom uitstekend voor een themagewijze verhuizing. Wel is het van belang dat er geen strijdigheid ontstaat met de regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Voorbeelden van thematische wijzigingen die als deelplan kunnen worden toegevoegd aan het omgevingsplan zijn de APV4 en grote delen van de bruidsschat5, net als thema’s gebaseerd op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet zoals veiligheid, gezondheid, klimaatadaptatie en de energietransitie. Anders dan nu het geval is met een facetbestemmingsplan, zal een thematische wijziging integraal onderdeel worden van het omgevingsplan van de gemeente (geconsolideerde regeling). Er blijft dus altijd sprake van één omgevingsplan voor het hele grondgebied van Nijmegen.
3
Artikel 22.6 Omgevingswet, eerste lid.
4
Algemene Plaatselijke Verordening.
5
Regels van het Rijk die naar gemeenten gaan.
6
1 januari 2024 Tijdelijk omgevingsplan
Eerste herziening van het omgevingsplan voor een gebied.
Herziening van het omgevingsplan voor een thema (voor de hele gemeente).
Tweede herziening van het omgevingsplan voor een gebied.
Permanent (gebiedsdekkend) omgevingsplan voor heel Nijmegen.
31 december 2031 Afbeelding: het tijdelijke omgevingsplan bouwen we stapsgewijs uit tot een volwaardig en gebiedsdekkend (permanent) omgevingsplan.
Voorbereiding Het omgevingsplan is vormvrij. Om het tijdelijk omgevingsplan en onze gemeentelijke verordeningen netjes naar het permanente omgevingsplan te verhuizen, werken we al enige tijd aan een basis-omgevingsplan. Dit basisomgevingsplan bevat de contouren voor het nieuwe omgevingsplan (structuur en hoofdstukindeling) en een zo goed mogelijk gevulde bibliotheek met juridische regels, activiteiten, omgevingsnormen en gebiedsaanwijzingen. Dit basis-omgevingsplan was in eerste instantie vooral een werkdocument, maar het legt inmiddels een stevige basis voor het verhuizen van de ruimtelijke regels uit tijdelijke omgevingsplan naar het permanente omgevingsplan. In het basis-omgevingsplan is een basisset aan regels opgenomen voor het gebruiken van een locatie, het bouwen en het aanleggen. In navolging van grote gemeenten als Amsterdam en Den Haag willen we het basis-omgevingsplan na inwerkingtreding formeel in procedure brengen en door de gemeenteraad laten vaststellen. We noemen dit de ‘stoeptegelstrategie’ (zie kader).
7
Stoeptegelstrategie
De ‘stoeptegelstrategie’ gaat ervan uit dat de opzet van het omgevingsplan en de daarin opgenomen basisset met juridische regels voor het gebruiken (van een locatie), bouwen en aanleggen gekoppeld worden aan een zeer klein en fictief werkingsgebied. De gemeente Amsterdam hanteert deze strategie door een basisset met regels te koppelen aan een bijna onzichtbaar stipje op het IJ. Dit heeft als gevolg dat deze juridische regels onderdeel worden van het permanente omgevingsplan, maar feitelijk nog nergens van kracht zijn. Nijmegen past deze strategie ook toe voor het basis-omgevingsplan, dat we medio 2024 in procedure willen brengen. We koppelen de juridische regels in het basis-omgevingsplan aan een fictief werkingsgebied, in ons geval een stipje in de uiterwaarden van de Waal. Nadat het basis-omgevingsplan is voorbereid volgens de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Afdeling 3:4 Awb) en door de gemeenteraad is vastgesteld, rollen we de juridische regels langzaam uit over de stad. Deze strategie biedt een aantal voordelen: Het biedt ons de mogelijkheid aan de voorkant van de transitiefase in gesprek te gaan met de stad en de gemeenteraad over de juridische regels en regelkwalificaties (participatie).
We vinden het onwenselijk dit gesprek pas te voeren bij de eerste gebiedsgerichte uitwerking, omdat deze basisregels voor het gebruiken (van een locatie), bouwen en aanleggen uiteindelijk voor de héle stad gaan gelden en niet alleen voor het eerste gebied dat we gaan verhuizen. Het biedt meer juridische zekerheid. Door het basis-omgevingsplan aan een stipje in de uiterwaarden te koppelen en vervolgens als één van de eerste wijzigingen op het omgevingsplan (formeel) in procedure te brengen, worden de juridische regels in het basis-omgevingsplan integraal onderdeel van het permanente omgevingsplan. Vervolgens gaan we gebiedsgericht delen van de stad verhuizen van het tijdelijke naar het permanente deel, waarbij we gebruik maken van de basisregels die al zijn vastgesteld door de gemeenteraad, maar feitelijk nog nergens van kracht zijn. Het belangrijkste voordeel is dat bij de vernietiging van een wijzigingsbesluit door de Raad van State, de juridische regels die zijn opgenomen in het basis-omgevingsplan in stand blijven. Daarmee voorkomen we ingewikkelde reparaties achteraf, mochten er één of meerdere wijzigingsbesluiten vernietigd worden. We ondervangen daarmee een belangrijk juridisch risico.
2.3.2
Hoe houden we de winkel open?
We zien een groot aantal (gebieds)ontwikkelingen op ons af komen. Ontwikkelingen die in strijd zijn met het (tijdelijk) omgevingsplan kunnen straks op twee manieren mogelijk worden gemaakt: a. door het omgevingsplan te wijzigen (wijzigingsbesluit) of; b. met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). Het werken met de Bopa heeft als voordeel dat de opbouw van het permanente omgevingsplan ongestoord kan plaatsvinden. Een Bopa kan niet alleen ingezet worden voor kleine en concrete ruimtelijke ontwikkelingen, maar ook voor grote(re) gebiedsontwikkelingen. Daarvoor is de ‘beoordelingsregel gefaseerde Bopavergunningverlening’ een uitkomst (artikel 12.27a Bkl). Dit maakt het tijdens de transitiefase tot 2032 mogelijk om eerst een ‘planologisch’ basisbesluit te nemen in de vorm van een omgevingsvergunning voor een Bopa. Daarin vergunt het bevoegd gezag het afwijkende gebruik. Op een later moment kan het bevoegd gezag dan een Bopaomgevingsvergunning verlenen voor het feitelijk verrichten van de (nader uitgewerkte) bouwactiviteiten. Deze gefaseerde route heeft – zeker in de eerste periode na inwerkingtreding – de voorkeur. Een nadeel van de Bopa is dat deze binnen vijf jaar moet worden verwerkt in het omgevingsplan. Deze verplichting geldt pas vanaf 1 januari 2032. Het verwerken van een Bopa in het omgevingsplan betekent dus dubbel werk.
Op de langere termijn heeft het daarom onze voorkeur om ontwikkelingen zoveel mogelijk te faciliteren met een wijzigingsbesluit, waardoor het omgevingsplan direct wordt aangepast en dus ook actueel blijft.
8
Parallel wijzigen en besluiten In de eerste twee jaar na inwerkingtreding kiezen we er voor om initiatieven voor met name woningbouw zoveel mogelijk te faciliteren met een Bopa (al dan niet gefaseerd). Op het moment van schrijven zijn er namelijk nog altijd veel praktische (technische) onzekerheden over het wijzigen van het omgevingsplan, vooral wanneer er verschillende wijzigingen parallel aan elkaar in procedure worden gebracht. Onder de huidige wetgeving staat elk bestemmingsplan op zichzelf en functioneert los van andere plannen. Na 1 januari 2024 hebben gemeenten echter maar één (tijdelijk) omgevingsplan. Dit betekent dat elke wijziging van dat plan, automatisch doorwerkt in de volgende wijziging. Onze planjuristen werken gelijktijdig aan tientallen wijzigingen en regelmatig worden er meerdere plannen in één raadsvergadering vastgesteld. Dit maakt het een grote uitdaging om ervoor te zorgen dat alle afzonderlijke wijzigingen een coherent en juridisch kloppend geheel blijven vormen. Zeker wanneer de Raad van State achteraf een besluit vernietigt. De onderlinge samenhang tussen de verschillende wijzigingsbesluiten en de volgorde waarin ze genomen worden noemen we ‘parallel wijzigen en besluiten’. Navolgende afbeelding laat zien hoe dit werkt.
Op dit moment is er vanuit het DSO en de plansoftwareleveranciers nog geen technische oplossing voorhanden om parallel wijzigen en besluiten zorgvuldig te coördineren. Hier ligt dus nog een grote uitdaging. Daarom is het nodig om een ‘regisseur omgevingsplan’ aan te stellen, die het parallel wijzigen en besluiten - en de onderlinge afstemming die daarvoor nodig is - coördineert.
Afbeelding: essentieel is dat een wijziging steeds gebaseerd is op de laatst gewijzigde en vastgestelde versie van het omgevingsplan. Dit noemen we ‘parallel wijzigen en besluiten’.
9
Uit praktische overwegingen kiezen we er op dit moment voor om (gebieds)ontwikkelingen die niet met een Bopa gefaciliteerd kunnen worden, onder te brengen in een afzonderlijk (nieuw) hoofdstuk in het omgevingsplan. Dit heeft als voordeel dat de juridische regels voor een specifieke ontwikkeling6 overzichtelijk gebundeld worden in één hoofdstuk. Hierdoor kunnen de afzonderlijke wijzigingsbesluiten (zoveel mogelijk) los van elkaar functioneren en zullen ze elkaar niet ‘besmetten’. Het grote nadeel hiervan is dat we niet één integraal omgevingsplan maken, maar in feite de huidige werkwijze (met postzegelbestemmingsplannen) verkapt voortzetten. Om tot één integraal omgevingsplan te komen, moeten we de afzonderlijke besluiten (hoofdstukken) na een tijdje beleidsneutraal in het omgevingsplan integreren. Dit betekent dus net als bij de Bopa-vergunning dubbel werk. Tegelijkertijd zien we op dit moment – met de kennis van nu – nog geen andere oplossing, omdat het juridisch risico van parallel wijzigen en besluiten (nog) niet te overzien is. We zullen dit uiteraard steeds blijven monitoren en bijsturen waar nodig. TAM-IMRO: Vanaf 1 januari 2024 is er een tijdelijk alternatieve maatregel beschikbaar: TAM-IMRO. Daarmee kunnen gemeenten op basis van de huidige IMRO-standaard het omgevingsplan wijzigen voor urgente gebiedsontwikkelingen.
Juridisch gezien maak je een omgevingsplan, maar technisch gezien een bestemmingsplan. Deze TAM-IMRO plannen moeten later weer worden opgenomen in het permanente deel van het omgevingsplan. Het heeft niet onze voorkeur gebruik te maken van TAM-IMRO, omdat we graag ervaring op doen met parallel wijzigen en besluiten. Tegelijkertijd willen we het ook niet op voorhand uitsluiten, als de komende tijd blijkt dat er in de eerste helft van 2024 nog te veel praktische belemmeringen zijn om een wijzigingsbesluit conform de nieuwe standaarden (STOP/TPOD) te publiceren. Omdat we het publiceren met TAM-IMRO op dit moment niet kunnen uitsluiten, zijn we hier wel op voorbereid. Daarmee kunnen we altijd terugvallen op deze tijdelijke alternatieve maatregel.
We gaan de afzonderlijke hoofdstukken voor (gebieds)ontwikkelingen pas integreren als deze volledig zijn uitontwikkeld of gerealiseerd, zodat we ook direct de beheersituatie kunnen vastleggen. Dit hoeft niet voor 2032, maar mag ook op een later moment. De hoofdstukken voor ontwikkelgebieden maken namelijk al onderdeel uit van het permanente omgevingsplan. Bij de vertaling van (nieuw) beleid naar juridische regels in het omgevingsplan kiezen we voor een thematische wijziging in STOP/TPOD. Dit betreffen vaak regels die voor het hele grondgebied van de gemeente gelden en dus eenvoudig(er) geïntegreerd kunnen worden in het permanente omgevingsplan.
Hoe houden we de winkel open? Met het oog op de onzekerheden rondom parallel wijzigen en besluiten… • • • •
•
6
… gaan we ruimtelijke ontwikkelingen als het gaat om woningbouw zoveel mogelijk faciliteren met een (gefaseerde) Bopa; … worden complexe (gebieds)ontwikkelingen in een apart hoofdstuk opgenomen (in STOP/TPOD); … worden thematische wijzigingen direct geïntegreerd in het permanente omgevingsplan (in STOP/TPOD); … stellen we een regieteam aan om de afzonderlijke besluiten te coördineren en inhoudelijk op elkaar af te stemmen. … bereiden we ons voor om het omgevingsplan met TAM-IMRO te wijzigen mocht dit nodig blijken.
Alle (gebieds)ontwikkelingen waarvoor nog geen uitgewerkt bouwplan is.
10
2.3.3
Hoe gaan we de regels verhuizen?
Naast het mogelijk maken van (gebieds)ontwikkelingen, staan we voor de opgave om het tijdelijk omgevingsplan en de gemeentelijke verordeningen te verhuizen naar het permanente omgevingsplan. Een enorme operatie die bovenop de huidige werkvoorraad komt en waarvoor we acht jaar de tijd hebben. Gebiedsgericht verhuizen ruimtelijke regels (spoor 2) We gaan de ruimtelijke regels (bestemmingsplannen, beheersverordeningen, enzovoort) gebiedsgericht en stapsgewijs overzetten naar het nieuwe (permanente) omgevingsplan. Daarvoor hanteren we de volgende deelgebieden en volgorde: 1. Woongebieden en gemengde gebieden bestaande stad (inclusief Lent – Visveld en Groot Oosterhout) 2. Centrumgebieden bestaande stad (Binnenstad – Dukenburg – Hof van Holland) 3. Campusgebieden (Heijendaal en Novio Tech Campus) 4. Buitengebied en groen- en recreatiegebieden 5. Industrie- en bedrijventerreinen bestaande stad 6. Waalsprong en Winkelsteeg We streven er naar de ruimtelijke regels voor de verschillende deelgebieden in één keer te verhuizen (met één wijzigingsbesluit). Maar als het noodzakelijk, wenselijk of efficiënter is om een deelgebied op te knippen, doen we dat. De praktijk zal moeten uitwijzen welke werkwijze de voorkeur heeft, dat is nu nog moeilijk in te schatten.
Afbeelding: globale indeling deelgebieden
11
Basis-omgevingsplan Voordat we starten met de gebiedsgerichte verhuizing van onze ruimtelijke regels brengen we het basisomgevingsplan formeel in procedure. Dit basis-omgevingsplan bevat juridische regels voor het (planologisch) gebruiken van een locatie, het bouwen, aanleggen en slopen. Daarnaast worden er ook regels voor het in stand houden en beschermen van aanwezige waarden en leidingen opgenomen. In beginsel worden de juridische regels uit onze huidige bestemmingsplannen beleidsneutraal omgezet. Dit is echter niet altijd mogelijk en/of wenselijk. Daarom vinden we het van belang de basisset met juridische regels formeel in procedure te brengen (als wijziging van het omgevingsplan) en hier stadsbreed over te participeren. Woon- en gemengde gebieden Als het basis-omgevingsplan onherroepelijk is, starten we direct met het opstellen van een conceptwijzigingsbesluit voor het gebiedsgericht verhuizen van de ruimtelijke regels voor de wijken BottendaalGalgenveld, Brakkenstein en Lindenholt naar het permanente omgevingsplan. Deze wijken vormen gezamenlijk een mooie afspiegeling van de verschillende wijken in de bestaande stad en zijn daarom een goed opstapje naar de gebiedsgerichte verhuizing van alle (bestaande) woon- en gemengde gebieden.
Bij het verhuizen van de woonen gemengde gebieden nemen we ook een aantal uitontwikkelde delen van de Waalsprong mee (Lent – Visveld en Groot Oosterhout). De rest van de Waalsprong volgt later. De gebiedsgerichte verhuizing van alle woon- en gemengde gebieden hopen we binnen drie jaar na inwerkingtreding af te ronden. De wijken BottendaalGalgenveld, Brakkenstein en Lindenholt lopen daar dus op vooruit. Werk-, winkel- en recreatiegebieden Na de gebiedsgerichte verhuizing van de woon- en gemengde gebieden pakken we door met de centrum- en campusgebieden en parallel daaraan het buitengebied en de groen- en recreatiegebieden (o.a. Goffertpark). De campusgebieden zijn over het algemeen dynamische gebieden, waar regelmatig ontwikkelingen plaatsvinden. Dit kan aanleiding zijn om de campusgebieden (of delen daarvan) in de tijd naar voren te halen. Waarschijnlijk is dit voor het Campusgebied Heijendaal aan de orde, omdat voor dit campusgebied momenteel aan een gebiedsvisie wordt gewerkt die naar verwachting in de eerste helft van 2024 vertaald kan worden naar het omgevingsplan. De industrie- en bedrijventerreinen (werkgebieden) schuiven we in de tijd wat verder naar achteren. Dit zijn complexe gebieden. Onder de Omgevingswet krijgen zowel overheden als bedrijven te maken met een geheel andere systematiek.
De huidige werkwijze met milieucategorieën komt te vervallen, net als de term ‘inrichting’. Bovendien moet de regelgeving die nu in het Activiteitenbesluit is opgenomen (op termijn) geïntegreerd worden in het omgevingsplan. Met andere woorden; hier is nog veel werk te verzetten. Het werkt prettiger als we de systematiek van het omgevingsplan (en de techniek die daar achter zit) goed in de vingers hebben en er meer jurisprudentie is. Waalsprong en Winkelsteeg In de Waalsprong en Winkelsteeg wordt de komende jaren nog volop gebouwd. Om deze reden pakken we deze gebieden als laatste op. Hoewel grote delen van de Waalsprong inmiddels zijn gerealiseerd, gelden er voor dit gebied veel globale bestemmingsplannen, die doorgaans nog ruime bouwmogelijkheden bevatten. Dat geldt ook voor Winkelsteeg. Dit betekent dat we de ruimtelijke regels niet één-op-één kunnen verhuizen, maar toe moeten werken naar een regeling die (meer) is gericht op de beheersituatie. Dit gaat beter/gemakkelijker als deze gebieden grotendeels zijn uitontwikkeld. Verhuizen bruidsschat De bruidsschat bevat onder meer regels over milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten die nu op landelijk niveau geregeld zijn. In de Nota van uitgangspunten deel 1 hebben we afgesproken dat we de bruidsschatregels zo veel mogelijk meenemen bij het gebiedsgericht verhuizen van de ruimtelijke regels.
We plaatsten wel een kanttekening: indien het wenselijk, noodzakelijk of efficiënter is delen van de bruidsschat in de andere sporen mee te laten lopen, dan doen we dat. De bruidsschat bevat onder meer regels over het bouwen, slopen en gebruiken van bouwwerken. Deze regels moeten in samenhang met de planologische regels (in onze bestemmingsplannen) bekeken worden. Daarom nemen we deze mee bij het gebiedsgerichte verhuizen van de ruimtelijke regels. Het verhuizen van deze regels zal gefaseerd plaatsvinden, per deelgebied.
12
De bruidsschat bevat daarnaast regels over milieubelastende activiteiten. De bruidsschat zit technisch zeer complex in elkaar. Daarom is het wenselijk deze regels zoveel mogelijk gebundeld en thematisch naar het permanente omgevingsplan te verhuizen (spoor 3), zodat we ze direct over de hele gemeente kunnen uitrollen. Aanvankelijk bestond het idee om het verhuizen van de bruidsschat in de tijd iets naar achteren te schuiven. Omdat de bruidsschat op onderdelen in strijd is met het Besluit kwaliteit leefomgeving én in technische zin een belangrijk vertrekpunt vormt voor het permanente omgevingsplan, overwegen we de bruidsschat toch in het eerste jaar naar inwerkingtreding te verhuizen. Daarnaast bestaat er aanleiding om bepaalde regels uit de bruidsschat aan te scherpen, te verruimen of juist te laten vervallen. We willen de bruidsschat echter ook niet overhaast verhuizen en per ongeluk ‘kapot’ maken. Daarom gebruiken we het eerste kwartaal van 2024 om een strategie te bepalen. Bruidsschat technisch in beheer nemen De bruidsschat verschijnt op 1 januari 2024 automatisch in het Omgevingsloket (DSO). Onze softwareleverancier heeft de bruidsschat ook ingelezen in onze plansoftware. De praktijk heeft uitgewezen dat bij het inlezen diverse kleine verschillen kunnen ontstaan met de bruidsschat in het Omgevingsloket. Deze verschillen zijn niet van juridische aard.
Daarom spreken we over ‘technische en cosmetische verschillen’. Deze kunnen vragen oproepen en zorgen voor verwarring bij de eerste planwijziging. Om deze redenen nemen we de bruidsschat op 11 januari 2024 technisch in beheer. Strikt genomen betreft dit een wijziging van het omgevingsplan, waarvoor de gemeenteraad bevoegd gezag is. Omdat het uitsluitend om een technische en cosmetische wijziging gaat, is dit gedelegeerd aan het college.
Thematisch verhuizen gemeentelijke verordeningen en beleid (spoor 3) Integreren verordeningen Op dit moment zijn ook in gemeentelijke verordeningen regels opgenomen die gaan over de fysieke leefomgeving. We onderscheiden drie categorieën: 1. Dit moet: een deel van deze regels moet overgezet worden naar het omgevingsplan. Het Omgevingsbesluit bepaalt welke regels in de gemeentelijke verordeningen naar het omgevingsplan overgeheveld moeten worden. Dat zijn regels die dus niet in de verordening mógen achterblijven7. 2. Dit mag: er zijn ook regels die gaan over de fysieke leefomgeving en die naar het omgevingsplan mogen. 3. Dit mag niet: tenslotte zijn er nog regels die niet in het omgevingsplan mogen worden opgenomen. Er is dus sprake van drie categorieën: regels die ‘niet mogen’, ‘mogen’ en ‘moeten’. Tot 2032 is het wel toegestaan om de gemeentelijke verordeningen te wijzigen, zonder de wijziging in het nieuwe deel van het omgevingsplan op te nemen. In de Nota van Uitgangspunten deel 1 zijn de regels benoemd die medio 2022 in gemeentelijke verordeningen zijn opgenomen, én waarvan is beoordeeld dat deze voor 2032 in het omgevingsplan moeten staan. De voorbereidingen voor het gefaseerd en thematisch verhuizen van de regels uit de gemeentelijke verordeningen naar het permanente omgevingsplan starten in 2024.
Het eerste wijzigingsbesluit (het daadwerkelijk verhuizen van de regels) verwachten we echter niet voor medio 2025. We vinden het namelijk belangrijk dat de structuur en opbouw van het permanente omgevingsplan volledig is uitgekristalliseerd, voordat we de gemeentelijke verordeningen naar het permanente omgevingsplan verhuizen. We volgen hierbij zoveel mogelijk de volgorde zoals opgenomen in de Nota van Uitganspunten deel 1. Het kan zijn dat zich eerder een ‘natuurlijk’ moment aandient (bijvoorbeeld omdat de verordening geactualiseerd moet worden) of er een concrete aanleiding is om (delen van) een gemeentelijke verordening al eerder naar het permanente deel te verhuizen. Als dat aan de orde is, zullen we dat uiteraard doen.
7
Artikel 2.1 Omgevingsbesluit. 13
Even opfrissen: in de Nota van Uitgangspunten deel 1 hebben we de volgende prioriteit afgesproken: Prio 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Thema/activiteit objectvergunning kapvergunning aanwijzen monumenten reclamevergunning inritvergunning ligplaatsvergunning instemmingsbesluit AVOI aanleg, veranderen weg ontheffing van verbod objecten onder hoogspanningslijn aanwijzen van crossterreinen aanwijzen locaties voor nachtverblijf regels m.b.t. bestaande bodemsanering
Verordening 2:10 APV 4:11 APV Erfgoedverordening 4:15 APV 2:12 APV 2.2 Haven en kadeverordening 10 AVOI 2:11 APV 2:22 AVP 5:32 APV 4.19 APV Verordening bodembescherming
Thematische wijzigingen Voor een aantal onderwerpen is een thematische verhuizing naar het permanente omgevingsplan gewenst, bijvoorbeeld omdat er na inwerkingtreding sprake is van enkele leemten in de regelgeving (o.a. bodem), behoefte is aan uniformiteit (o.a. voor evenementen) of om nieuw beleid te implementeren (o.a. gezondheid en klimaatadaptatie). Op dit moment voorzien we al een aantal thematische wijzigingen, maar er zullen de komende tijd vermoedelijk meer thematische wijzigingen volgen die we nu nog niet in beeld hebben. Uit de actualisatie van de omgevingsvisie kunnen bijvoorbeeld nieuwe doelen of opgaven komen, die vragen om regelgeving in het omgevingsplan. Op dit moment verwachten we de volgende thematische wijzigingen: -
-
2.4
Bodem; voor bodem ontstaan er na 1 januari 2024 enkele leemten in de regelgeving. Daarom willen we graag in 2024 een wijzigingsbesluit nemen om bodemgevoelige locaties aan te wijzen, normen aan te vullen of aan te passen. Daarnaast moet op basis van instructieregels van het Rijk de deelgebieden uit de bodembeheernota 2021 als bodembeheergebieden worden aangewezen in het omgevingsplan. Natuurinclusief bouwen: er wordt gewerkt aan een gemeentebrede toolbox voor natuurinclusief bouwen. Om dit juridisch afdwingbaar te maken, is het wenselijk regels op te nemen in het omgevingsplan. Omgevingsveiligheid: we actualiseren het externe veiligheidsbeleid naar omgevingsveiligheid en vertalen dit waar nodig naar juridische regels in het omgevingsplan. Bebouwingscontouren jacht en houtkap: deze halen we naar voren voor een beter dienstverleningsniveau.
Voorbereidingen gaan door
We hebben in 2023 veel voorbereidingen getroffen om de inwerkingtreding van de Omgevingswet zo soepel mogelijk te laten verlopen. We staan er goed voor, maar een aantal zaken hebben we bewust in de tijd vooruit geschoven omdat ze wat minder prioriteit hebben. Dit pakken we op in 2024. Ook het oefenen met het nieuwe instrumentarium gaat door. Aankomend jaar pakken we in ieder geval de volgende zaken op: •
Opstellen handboek omgevingsplan voor externen; in 2024 stellen we een handboek op voor externen. Een groot deel van onze huidige bestemmingsplannen stellen we in eigen beheer op, maar een aantal ontwikkelingsgerichte plannen besteden we uit aan stedenbouwkundige bureaus. Als we deze werkwijze onder de Omgevingswet willen voortzetten, is het nodig een handboek met richtlijnen op te stellen. We vinden het namelijk belangrijk aan de voorkant goed na te denken over de rolverdeling tussen de ambtelijke organisatie en stedenbouwkundige bureaus, vooral omdat zij rechtstreeks wijzigingen aanbrengen in het permanente omgevingsplan.
14
In het handboek leggen we in ieder geval vast wat de rol van stedenbouwkundige bureaus is, op welke wijze zij (geo)informatie moeten aanleveren en aan welke minimale eisen het wijzigingsbesluit (wijziging omgevingsplan) moet voldoen. Met name het annoteren8 van de regels – een nieuwe discipline onder de Omgevingswet – vraagt om gemeentelijke sturing en toezicht. Hetzelfde geldt voor het beheren van de geometrie. In het handboek spreken we af hoe we hiermee omgaan. Het handboek wordt ter besluitvorming aan het college voorgelegd. Om regie en grip te houden op ons omgevingsplan, krijgen externe partijen voorlopig nog geen toegang tot onze plansoftware. •
Oefenen met wijzigen van het omgevingsplan; we hebben in de tweede helft van 2023 al flink geoefend met het wijzigen van het (permanente) omgevingsplan. De techniek is uitvoerig getest en functioneert naar behoren. Hoewel nog niet alle functionaliteiten gereed zijn, hebben we diverse wijzigingsbesluiten succesvol aangeleverd aan de landelijke voorziening en een wijzigingsprocedure (conform afdeling 3.4 Awb9) zonder noemenswaardige problemen doorlopen. Ook na 1 januari gaan we door met oefenen. De oefenomgeving blijft hiervoor beschikbaar. Er zijn een aantal gemeenten in het land die vooruitlopen op de rest. Samen met hen zoeken we naar een oplossing en strategie om de problemen rond parallel wijzigen (en besluiten) het hoofd te bieden. Dit blijven we ook in 2024 doen.
8
Door te annoteren voeg je kenmerken (labels) toe aan een juridische regel. Hiermee wordt duidelijk waar de regel van toepassing is en waarover deze gaat. Het annoteren van regels is een voorwaarde om toepasbare regels te kunnen maken. Meer hierover staat in het eerste deel van de Nota van uitgangspunten voor het omgevingsplan. 9
Algemene wet bestuursrecht.
15
3 Toepasbare regels Toepasbare regels zijn de vertaling van juridische regels naar begrijpelijke vragenbomen voor initiatiefnemers. Hiermee kunnen burgers en bedrijven controleren of zij een omgevingsvergunning nodig hebben of een melding moeten doen. Toepasbare regels worden in het landelijk Omgevingsloket gebruikt in de drie onderdelen: Vergunningcheck, Aanvragen en Maatregelen op maat. Ieder bestuursorgaan maakt zelf toepasbare regels voor de eigen juridische regels volgens de voorgeschreven standaard (STTR). Het doel van toepasbare regels is het verbeteren van het dienstverleningsniveau. Bieden we geen toepasbare regels aan? Dan staat in het Omgevingsloket: “Neem contact op met de gemeente”.
Even opfrissen: in de Nota van Uitgangspunten deel 1 hebben we het volgende afgesproken: • We beginnen met het maken toepasbare regels voor activiteiten die veel voorkomen. • Daarna volgen ook andere activiteiten, alleen als dit effectief is. • Voor een beperkt aantal regels uit de bruidsschat is een aanvulling van de gemeente nodig, het streven is om die voor inwerkingtreding van de wet aan te vullen.
Het aanbieden van toepasbare regels is geen wettelijke verplichting. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft wel twee minimale eisen geformuleerd. In de eerste plaats moet de gemeente informatie kunnen aanleveren die nodig is om een aanvraagformulier samen te stellen. De aanvraagformulieren in het DSO-LV10 zijn ‘dynamische formulieren’. Deze formulieren worden opgebouwd met toepasbare regels, gebaseerd op de indieningsvereisten die zijn opgenomen in wet- en regelgeving. Het DSO-LV is bij inwerkingtreding van de Omgevingswetwet gevuld met de aanvraagformulieren die zijn gebaseerd op de Rijksregels en de bruidsschat. Gemeenten passen de bruidsschatformulieren aan, in ieder geval als deze afwijken van lokale regels. Daarnaast is bestuurlijk overeengekomen het huidige dienstverleningsniveau te behouden. Dit betekent dat vragenbomen moeten worden gemaakt voor alle activiteiten waarvoor nu in het OLO11 een vragenboom bestaat. Een deel van deze vragenbomen wordt meegeleverd met de bruidsschat en valt daarna onder gemeentelijk beheer. Een deel moet door de gemeente zelf opgesteld worden. Bijvoorbeeld voor het kappen van bomen, aanleggen of veranderen van een uitrit en het plaatsen van reclame. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet voldoen we aan de bovenstaande eisen. Na inwerkingtreding borduren we daarop voort.
We beginnen met de activiteiten uit de bruidsschat en de activiteiten die veel worden aangevraagd, oftewel: topactiviteiten. Het is belangrijk hier op te merken, dat het alleen mogelijk is toepasbare regels te maken bij activiteiten die “toepasbaar” zijn. Dit zijn activiteiten die als zodanig zijn geannoteerd in het omgevingsplan en waarvan de regeling is gepubliceerd via de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB). In feite komt het maken van toepasbare regels ná het maken en publiceren van de juridische regels. Om ervoor te zorgen dat dit proces soepel verloopt, maken we de juridische regels in harmonie met de toepasbare regels. Op die manier schrijven we duidelijkere regels die bovendien toepasbaar zijn. Toepasbare regels hebben geen juridische status, het is een serviceproduct. Desalniettemin is het belangrijk dat de regels kloppen, zowel juridisch als taalkundig. De vragen moeten begrijpelijk zijn. Daarom werkt de regelanalist samen met een planjurist, plantoetser, juridisch adviseur en een contentmanager. Zo proberen we de kwaliteit van toepasbare regels te borgen. Mocht er toch een fout in de vragenboom zitten, dan bevat het Omgevingsloket altijd een disclaimer.
10
Digitaal Stelsel Omgevingswet-Landelijke Voorziening.
11
Omgevingsloket Online.
16
4 Planning Op basis van onze ervaringen met de actualisatieopgave onder de Wet ruimtelijke ordening verwachten we dat het gebiedsgericht verhuizen van de ruimtelijke regels (bestemmingsplannen) naar het permanente deel per deelgebied anderhalf tot twee jaar in beslag neemt (van inventarisatie – via participatie – naar vaststelling). Dit zal per deelgebied verschillen afhankelijk van de actualiteit van de nu geldende bestemmingsplannen, de omvang (en complexiteit) van de gebieden en de ervaring die we in de loop van de tijd opdoen met het verhuizen van de ruimtelijke regels naar het permanente omgevingsplan. Het eerste (gebiedsgerichte) omgevingsplan vergt waarschijnlijk meer tijd, omdat het omgevingsplan voor onze organisatie een nieuw instrument is. We beraden ons nog op het verhuizen van de bruidsschat. Aanvankelijk wilden we dit pas vanaf 2025 doen, maar de argumenten om de bruidsschat als eerste te verhuizen stapelen zich op. In het eerste kwartaal van 2024 nemen we hier een beslissing over, maar we gaan er in de planning al van uit dat we kort na inwerkingtreding starten met het verhuizen van de bruidsschat (parallel aan het basis-omgevingsplan). Vanaf 2025 gaan we ook aan de slag met het thematisch verhuizen van de gemeentelijke verordeningen die gaan over de fysieke leefomgeving. Voor de verhuizing van deze bouwstenen nemen we twee tot drie jaar de tijd.
Als er aanleiding bestaat lokale verordeningen eerder naar het permanente deel te verhuizen, zullen we dat uiteraard doen. Hoewel we twee jaar langer de tijd krijgen (tot 2032), houden we vast aan de oorspronkelijke streefdatum. We hopen medio 2029 over een permanent en gebiedsdekkend omgevingsplan te beschikken. Als we mogelijkheden zien om te versnellen, grijpen we dat met beide handen aan. Hoe sneller we over een permanent omgevingsplan beschikken, hoe beter. Dan kunnen we namelijk ontwikkelingen efficiënter faciliteren. Weggezet in de tijd ziet de planning voor de transitiefase er als volgt uit: Gebiedsgericht 0. Basis-omgevingsplan 1. Woon- en gemengde gebieden 2. Centrumgebieden bestaande stad 3. Campusgebieden 4. Buitengebied en groengebieden 5. Industrie- en bedrijventerreinen bestaande stad 6. Waalsprong en Waalfront Bruidsschat (bouwen, slopen en gebruiken)
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Thematisch Bruidsschat (milieuregels) Autonome gemeentelijke verordeningen Inwerkingtreding Ow op 1 januari 2024
We hebben tot 2032 de tijd
17
5 Organisatie en ambtelijke capaciteit 5.1
Voorbereiding organisatie
De aanloop naar en het opstellen van een permanent en gebiedsdekkend omgevingsplan is een omvangrijke opgave die fors ingrijpt op onze huidige werkprocessen. Het opstellen van een omgevingsplan is nieuw, voor de meesten onbekend (een pad dat we nog niet eerder bewandeld hebben) en op bepaalde vlakken ook nog steeds onzeker. Dit betekent dat er soms iets mis zal gaan en bijsturen noodzakelijk is. Dat is niet erg, zolang daar ruimte voor is (in tijd, maar vooral in acceptatie). Wat het daarnaast complex maakt is dat (gebieds)ontwikkelingen gewoon doorgaan en ook de behoefte zal zijn om de regels voor bepaalde thema’s zoals duurzaamheid aan te scherpen. In de tweede helft van 2023 hebben we de relevante teams binnen onze organisatie voorbereid op de komst van de Omgevingswet door middel van workshops, presentaties en werkplaatsen. Dit traject zetten we in 2024 voort, omdat we een lange weg hebben af te leggen voordat iedereen vertrouwd is met het omgevingsplan. Ook de collega’s die adviseren vanuit hun vakdiscipline bij bestemmingsplannen, moeten het omgevingsplan straks begrijpen. Hetzelfde geldt voor projectleiders en ontwikkelaars. Ook voor de planjuristen is het werken met de nieuwe plansoftware en systematiek van het omgevingsplan een ontdekkingstocht.
We investeren veel tijd in het organiseren van werkplaatsen en presentaties, zodat zij ook na 1 januari 2024 hun huidige werkzaamheden kunnen voortzetten. Daarnaast halen we waar nodig kennis op buiten de organisatie en delen we deze met elkaar. Dat is enerzijds kennis op vakinhoudelijk gebied, maar ook kennis over de technische aspecten van het omgevingsplan en het maken van (fundamentele) keuzes bij het neerzetten van een goed basis-omgevingsplan waar we de komende jaren op kunnen voortborduren.
5.2
Capaciteit
In de aanloop naar de transitiefase voorzien we knelpunten in de capaciteit binnen onze organisatie, vooral bij de planjuristen. We prioriteren nu al als het gaat om nieuwe ontwikkelingen (ontwikkelingsgerichte bestemmingsplannen). Daar komt bij dat alle planjuristen in het eerste jaar na inwerkingtreding nog veel moeten leren én het opstellen van het permanente (gebiedsdekkende) omgevingsplan ook capaciteit vraagt. Het opstellen van bestemmingsplannen is voor de planjuristen routine en projectleiders en ontwikkelaars weten hoe ze een bestemmingsplan moeten lezen en interpreteren. Het opstellen van een omgevingsplan betreft daarentegen een complexe opgave, die bovendien vraagt om een andere manier van denken. Het gaat om het daadwerkelijk inleven en doorgronden van de doelen die we in een gebied nastreven en de mate waarin regels deze doelen kunnen ondersteunen. Vervolgens moeten deze juridische regels vertaald worden naar een leesbaar omgevingsplan, dat digitaal ontsloten wordt en met behulp van toepasbare regels door mensen bevraagd kan worden. Dit betreft een hele nieuwe werkwijze. Ontwikkelingen gaan door We hebben ons de afgelopen periode voorbereid op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ondanks alle onzekerheden is het van belang na 1 januari 2024 de winkel open te houden. Ontwikkelingen gaan namelijk gewoon door.
Het faciliteren van (gebieds)ontwikkelingen en implementeren van nieuw beleid behoort tot onze reguliere werkzaamheden. Tegelijkertijd constateren we dat het opstellen van een wijzigingsbesluit (wijziging omgevingsplan) in de eerste jaren na inwerkingtreding meer tijd zal vragen dan een huidige bestemmingsplanwijziging, omdat het werken met het omgevingsplan nieuw is. De capaciteit komt daardoor verder onder druk te staan. Prioriteren van nieuwe ontwikkelingen blijft daarom nodig en wordt nog urgenter. Het prioriteren van projecten is geen onderdeel van dit transitieplan.
18
Regie op het omgevingsplan De complexiteit van het omgevingsplan en de uitdagingen ten aanzien van parallel wijzigen en besluiten vragen om een sterke regie. In de eerste versie van het transitieplan hebben we al vastgelegd dat er regisseur nodig is, die de verschillende wijzigingen in de tijd coördineert en als schakel tussen de planjuristen en het bestuur fungeert (zie kader). Inmiddels is duidelijk dat het omgevingsplan ook beheert moet worden, om grip te houden op de inhoud, regelbibliotheek en waardenlijsten (met annotaties). De annotaties hangen bovendien sterk samen met de toepasbare regels. Daarom stellen we een regieteam samen. Het regieteam wordt aangevoerd door de regisseur en bestaat verder uit: de regelanalist, beheerder van het omgevingsplan en de coördinator van de stedenbouwkundige tekenaars. De leden van het regieteam zijn verantwoordelijk voor het beheer van het omgevingsplan (en het Omgevingsloket) en het in goede banen leiden van de verschillende wijzigingen op het omgevingsplan. Ze adviseren planjuristen, projectleiders en ontwikkelaars over de te doorlopen juridisch-planologische procedure (wijziging omgevingsplan of Bopa) en zijn in staat om snel te schakelen als het bestuur en de griffie daar om vragen. Bijvoorbeeld wanneer de volgorde van besluiten in een besluitronde van de raad wijzigt.
Regelanalist: begin 2023 heeft Nijmegen een regelanalist aangetrokken. De regelanalist is – in samenspraak met de beleidsadviseurs, planjuristen, vergunningverleners en handhavers – verantwoordelijk voor het opstellen en beheren van toepasbare regels. De regelanalist geeft bovendien sturing aan het maken van de juridische regels, omdat deze met elkaar verweven zijn. Regisseur omgevingsplan: de (complexe) samenloop van wijzigingsbesluiten en de mate waarin deze met elkaar verweven zijn (parallel wijzigen en besluiten), dwingt ons ertoe een coördinator voor het omgevingsplan aan te stellen. Deze regisseur monitort alle lopende wijzigingen van de drie sporen: nieuwe gebiedsontwikkelingen, gebiedsgerichte wijzigingen voor verhuizen tijdelijk deel en de thematische wijzigingen. De regisseur stuurt hierin en waakt er bijvoorbeeld voor dat de raad niet onbedoeld twee keer dezelfde regel uit het omgevingsplan wijzigt. De regisseur is de schakel tussen de planjuristen (die verantwoordelijk zijn voor de inhoud van het wijzigingsbesluit) en het bestuur. Beheerder omgevingsplan: het omgevingsplan is een zeer complex geheel van juridische regels, werkingsgebieden en annotaties.
De beheerder van het omgevingsplan is niet alleen verantwoordelijk voor de regelbibliotheek, waardenlijsten (met annotaties) en structuur van het omgevingsplan, maar voert samen met de coördinator van de stedenbouwkundige tekenaars ook regie op het beheer van geografische informatieobjecten (GIO’s). Hij of zij registreert tevens de verleende Bopa-vergunningen en zorgt dat deze op tijd in het omgevingsplan worden verwerkt.
Bouwen aan het permanente omgevingsplan Het opstellen van het permanente omgevingsplan betreft een omvangrijke opgave, die we moeten uitvoeren naast de reguliere werkzaamheden. Het verhuizen van de ruimtelijke regels en de bruidsschat (spoor 2) legt een extra claim op de toch al beperkte capaciteit bij de planjuristen. We verwachten we op dit moment tenminste 3 à 4 Fte nodig te hebben voor de periode tot en met 2029 (2 planjuristen en 1-2 tekenaars). Dit betreft een voorlopige inschatting die we misschien tussentijds naar boven of beneden moeten bijstellen. Daarbij gaan we ervan uit dat we het omgevingsplan geheel in eigen beheer opstellen. Het verhuizen van de gemeentelijke verordeningen naar het permanente omgevingsplan (spoor 3) wordt vanuit afdeling VJB, team Juridische zaken opgepakt. Fte Transitieperiode (tijdelijk) Planjurist / beheerder omgevingsplan Tekenaar Structureel Regisseur omgevingsplan Regelanalist
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030 en later
2
2
2
2
2
2
n.t.b.
1,5
1,5
1
1
1
1
n.t.b.
1 1
1 1
1 1
1 1
1 0,5
1 0,5
1 0,5
Tabel: overzicht benodigde capaciteit transitiefase
19
Budget: deze coalitieperiode is er voor drie jaar geld vrijgemaakt voor de invoering van de Omgevingswet en participatie. Het gaat in om een bedrag van 8 ton per jaar tot 2026. De kosten die gemaakt worden zijn vooral ambtelijke capaciteit, in de rol van een projectleider, planjurist, regelanalist en stedenbouwkundig tekenaar. Daarnaast is er budget voor ICT (plansoftware), communicatie en opleiding. De komende jaren tot en met 2029 zal er budget nodig blijven om tot één omgevingsplan te kunnen komen. Daarbij gaat het om een bedrag tussen de 5 en 6 ton.
20