CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toetsingsadvies Commissie milieu-effectrapportage d.d. 17 augustus 2023

Besluitronde (raadsvergadering) 1 november 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift' (98/2023)1.884 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitbreiding bedrijventerrein De Grift, gemeente Nijmegen

Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 17 augustus 2023 / projectnummer: 3701

1

Advies over het aangevulde MER in het kort De gemeente Nijmegen wil het bedrijventerrein De Grift met circa 30 hectare uitbreiden als onderdeel van gebiedsontwikkeling de Waalsprong. Deze uitbreiding zal voornamelijk ruimte bieden aan grootschalige (XXL-)logistiek, aangevuld met kleinere bedrijvigheid. De aanpassing van infrastructuur rondom de Griftdijk is ook onderdeel van het uitbreidingsplan. Voor het besluit over de uitbreiding van De Grift is een milieueffectrapport (MER) opgesteld. In een eerder advies1 gaf de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna ‘de Commissie’) aan dat in het MER nog belangrijke informatie ontbrak. Daardoor kon het milieubelang onvoldoende worden meegewogen bij het besluit over het bestemmingsplan. Naar aanleiding hiervan is het MER aangevuld.2 De gemeente Nijmegen heeft de Commissie gevraagd om opnieuw te adviseren over de inhoud van het aangevulde MER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid daarvan.

Wat staat in het aangevulde MER? In het aangevulde MER zijn de duurzaamheidsambities concreter gemaakt. De verplichtingen voor duurzaam bouwen worden besproken. Ideeën voor het optimaliseren van duurzame energie komen aan bod, zoals een zogeheten ‘smart energy hub’3. Daarnaast zijn de milieuaspecten geluid, verkeer en stikstof verder uitgewerkt. Zo worden mogelijkheden besproken om de uitstoot van stikstof te beperken.

Wat is het advies van de Commissie? Met de aanvulling is een grote slag gemaakt die veel relevante informatie oplevert. Het aangevulde MER heeft daarmee een brede blik op de milieuthema’s. Er blijven wel onzekerheden bestaan over het realiseren van de vastgestelde doelstellingen in en na de fase van aanbesteding. De Commissie is van oordeel dat het MER en de aanvulling daarop de essentiële informatie bevatten om een besluit te kunnen nemen over het bestemmingsplan waarin het milieubelang volwaardig wordt meegewogen. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar beoordeling toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolg.

1 2 3

Zie 3701. Advies uitbreiding bedrijventerrein De Grift, Nijmegen.

Royal HaskoningDHV. 2023. Oplegnotitie MER De Grift Nijmegen.

Een ‘smart energy hub’ koppelt opwek, gebruik en opslag van energie en regelt zoveel mogelijk lokaal. Daardoor wordt de afhankelijkheid van het landelijke energienet kleiner en neemt de kans op problemen door netcongestie af.

-1-

Figuur 1: Bestemmingsplan uitbreiding bedrijventerrein De Grift (bron: MER).

Aanleiding MER Voordat de gemeenteraad van Nijmegen besluit over het bestemmingsplan voor de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift zijn de milieugevolgen onderzocht in een gecombineerd plan- en project-MER. Het betreft een plan-MER omdat een passende beoordeling noodzakelijk was (artikel 2.8 Wet natuurbescherming). Negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift konden immers niet worden uitgesloten. Daarnaast betreft het een project-MER, omdat de uitbreiding van De Grift een stedelijk ontwikkelingsproject is met een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 vierkante meter of meer (categorie D11.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage). Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van Nijmegen - besluit over het bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein De Grift.

-2-

De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken die bij het advies zijn gebruikt staan op de website. Deze zijn te vinden door nummer 3701 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

2

Toelichting op het advies De Commissie wil met onderstaande aanbevelingen een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de verdere besluitvorming. De opmerkingen in dit hoofdstuk hebben geen betrekking op ontbrekende essentiële informatie.

2.1

Duurzaamheid In haar voorlopige toetsingsadvies constateerde de Commissie dat het MER vooral toetsend was gebruikt en niet als ontwerpinstrument om het uitbreidingsplan te verbeteren. Daarnaast was de concretisering van de duurzaamheidsambities doorgeschoven naar de aanbesteding van het bedrijventerrein. De Commissie adviseerde om het MER aan te vullen en de duurzaamheidsambities te concretiseren in doelstellingen voor de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift. Deze doelstellingen konden dan worden vertaald in randvoorwaarden voor de verdere uitwerking en aanbesteding. De Commissie constateert dat met de aanvulling hierin een grote slag is gemaakt. In het aangevulde MER zijn meerdere duurzaamheidsambities verder uitgewerkt, zoals voor circulariteit, klimaatadaptatie en energie. Voor circulariteit wordt de eis gesteld te voldoen aan de GPR-methodiek4 en het BREEAM concept.5 Het streven voor de XXL-logistiek is een BREEAM excellent score.6 In het MER staat dat daarvoor regels zijn opgenomen in het bestemmingsplan, maar deze worden niet specifiek benoemd in het aangevulde MER. Daarnaast is het duurzaamheidsalternatief ‘De Grift als Smart Energy Hub’ gepresenteerd. Daarin wordt netcongestie zo veel mogelijk tegengegaan door de diverse energiestromen in een onderlinge balans te brengen. De lokaal opgewekte energie wordt zoveel mogelijk lokaal gebruikt.

In het aangevulde MER staat dat de kansen hiervoor nog moeten worden onderzocht. Het is nog niet duidelijk wanneer dit wordt gedaan en of dit uiteindelijk onderdeel is van het plan. De Commissie merkt op dat de aanvulling vooral een toelichting is van de gemaakte keuzes. Het gebied biedt goede kansen voor duurzame ontwikkeling door haar ligging en de aanwezigheid van het transformatorstation en windturbines. De Commissie beveelt aan de kansen en risico’s verder uit te werken voor de aanbesteding om meer grip te houden op het behalen van de doelstellingen. Doe dit met een proactieve strategie die verder gaat dan alleen datgene dat is vastgelegd in het bestemmingsplan.

4

De GPR-methodiek maakt de mate van duurzaamheid van een gebouw in een vroeg stadium zichtbaar. Met de methode

5

BREEAM is een certificeringsmethode voor duurzaam bouwen. De afkorting staat voor ‘Building Research Establishment

6

Voor meer informatie, zie Minimale vereisten en verplichte credits BREEAM-NL richtlijn.

worden de volgende thema’s beoordeeld: energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde.

Environmental Assessment Method’. Hierbij is het uitgangspunt duurzaam bouwen met minimale milieu-impact.

-3-

2.2

Monitoring De Commissie constateerde in haar voorlopige toetsingsadvies dat het doorschuiven van het concreet maken van de ambities naar de aanbesteding onzekerheden met zich meebracht. De opzet van deze aanbesteding was namelijk nog onzeker. De Commissie adviseerde daarom om een aanzet te maken voor een monitoringsprogramma waarin de uitvoering van de doelstellingen wordt bewaakt. In het aangevulde MER wordt de aanzet van een monitoringsprogramma gekoppeld aan de doelstellingen over duurzame ontwikkeling. Er wordt niet ingegaan op mogelijke maatregelen van dit monitoringsprogramma.7 Er is niet beschreven welke onderwerpen met welke indicatoren worden gemonitord. Ook is de frequentie van monitoring niet aangegeven. De Commissie benadrukt daarom nogmaals het belang van monitoring door de onzekerheden rond de aanbesteding. Daardoor blijft onzekerheid bestaan over het daadwerkelijk realiseren van de doelstellingen van het bestemmingsplan.

Geluid In het aangevulde MER wordt kort ingegaan op monitoring van geluidshinder op bestaande woningen. Er staat dat de gemeente Nijmegen eens in de vijf jaar een brede geluidsmonitoring uitvoert in navolging van de Europese Richtlijn omgevingslawaai8. Ook wordt gemonitord of bedrijven die zich op De Grift willen vestigen aan de regels van het bestemmingsplan voldoen en of de hinder in de omgeving binnen de normen blijft. De Commissie onderschrijft dat via het (ontwerp-)bestemmingsplan en de latere vergunningenprocedures ernstige geluidshinder wordt voorkomen. Zij wijst echter op onzekerheden rond de toekomstige geluidsbelasting van bestaande woningen. Dit komt bijvoorbeeld doordat de exacte posities van geluidsbronnen nog niet bekend zijn. De Commissie beveelt daarom aan om een monitoringsprogramma op te zetten, waarin per deelgebied expliciet grenswaarden voor geluid worden geformuleerd.

2.3

Stikstof In het (aangevulde) MER staat dat de uitbreiding van De Grift mogelijk leidt tot negatieve effecten in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De gemeente Nijmegen wil de toename in stikstofdepositie mitigeren met externe saldering. In haar voorlopige toetsingsadvies constateerde de Commissie dat de effectiviteit van het extern salderen goed was beschreven in het MER. Zij had nog wel enkele aandachtspunten voor de uitvoerbaarheid. Ook benadrukte de Commissie het belang van het onderzoeken van mogelijke bronmaatregelen en om deze, waar mogelijk, te borgen in de aanbesteding.

7

In het aangevulde MER staat op pagina 32: “Bij het bevoegd gezag wordt inzake monitoring van De Grift een voorstel

gedaan om in te stemmen met een pakket aan monitoringsmaatregelen gericht op de gestelde ambities bij de ontwikkeling en het gestelde in de regels in het bestemmingsplan om deze zodoende te waarborgen.” Dit pakket is niet beschikbaar gesteld aan de Commissie.

8

Zie Richtlijn 2022/49/EG.

-4-

Het aangevulde MER vermeldt mogelijke bronmaatregelen om de stikstofdepositie te verminderen. Daarin staat dat daarbij gedacht kan worden aan: 

het stimuleren van schoon en emissieloos bouwen;

het verduurzamen van transport en (interne) logistieke processen;

de overgang naar duurzame energie, zoals wind- en zonne-energie;

optimalisatie van Best Beschikbare Technieken.

In het MER staat vervolgens dat de gemeente haar bouwprojecten schoon en emissieloos wenst uit te laten voeren. De Commissie kan zich daarin vinden, maar kan de genoemde bronmaatregelen niet beoordelen zonder nadere concretisering en doorberekening. Zij blijft daarom wijzen op de genoemde aandachtspunten over de uitvoerbaarheid. De Commissie beveelt aan om de maatregelen concreter te maken en te toetsen op haalbaarheid en effectiviteit. Ook beveelt zij aan de vrijblijvendheid voor het toepassen van deze maatregelen te concretiseren naar eisen voor de aanbesteding.

-5-

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie

De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of

onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de

ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit

wordt genomen. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website.

Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: ir. Annemie Burger (voorzitter) drs. Sjef Jansen ing. Gerard Krone dr. Patrick Patiwael (secretaris) ing. Ben Peters drs. Gerrit de Zoeten Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte voor de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist zijn. De bijlagen C en D bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke activiteiten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de activiteit D11.2, “de uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject waarin de activiteit betrekking heeft op een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000m2 of meer”. Een MER is ook nodig omdat effecten op Natura 2000-gebieden optreden die in een Passende beoordeling moeten worden beschreven. Daarom is een gecombineerd plan-/project-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluit Gemeenteraad van de gemeente Nijmegen. Initiatiefnemer besluit College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken? De Commissie heeft alle zienswijzen en adviezen gelezen die het bevoegd gezag heeft toegestuurd.

Ze heeft ze in haar advies verwerkt, voor zover relevant voor het MER. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3701 in te vullen in het zoekvak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=348cc212-0521-4c71-85e9-e5735230c780