Toelichting Ontwerpbestemmingsplan met verbrede reikwijdte Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
Tekst van het document
Zodoende is in sublid 18.2.2 van de regels van dit bestemmingsplan bepaald dat - in afwijking van de definities in het Bevi - bedrijfsgebouwen ten behoeve van XXL-logistiek binnen de PR10-6 contour gebouwd en gebruikt mogen worden. Een uitzondering hierop vormen kantoren groter dan 1.500 m2 b.v.o. en andere gebouwen (of ruimten in een gebouw) waarin gedurende een groot gedeelte van de dag een groot aantal personen aanwezig is (zoals een bedrijfskantine). Deze zijn niet zijn toegestaan binnen de veiligheidszone van de windturbine. Met dit bestemmingsplan worden dus wel beperkt kwetsbare gebouwen toegelaten in de nabijheid van de windturbines. In een worst-case scenario waarbij een rotorblad afbreekt of de windturbine (deels) omvalt is de trefkans van personen in het plangebied zeer klein vanwege de lage dichtheid van personen (circa 10 personen per ha) binnen de PR 10-6 contour. Daarnaast is de kans dat met het omvallen van een windturbine de gehele XXL-distributiehal instort verwaarloosbaar. Derhalve is sprake van een acceptabel risico. LPG tankstation De Rietgraaf Aan de Stationsstraat 27a bevindt zich het LPG-tankstation Rietgraaf. Het tankstation valt onder de werkingssfeer van het Bevi vanwege de verkoop van LPG. De PR-contour van dit bedrijf is bepaald aan de hand van de doorzet van 1.000 m3 per jaar die is vastgelegd in de vergunning van het bedrijf.
De PR 10-6 contouren van het vulpunt, de ondergrondse LPG-tank en de afleverzuil zijn respectievelijk 35, 25 en 15 meter op grond van het Revi. Omdat de afstanden vanuit het Revi ter discussie staan is uit voorzorg de PR 10-6 contour met een QRA berekend. De resultaten hiervan zijn terug te vinden in figuur 4.4 van bijlage 6. In onderstaande afbeelding is te zien dat deze contouren (stippenlijnen) op eigen terrein van het tankstation blijven dan wel over de weg vallen. Er loopt dus geen PR 10-6 contour over de uit te geven kavels. Dit geldt ook in de situatie waarbij de contouren zijn uitgerekend. Voor zover de PR 10-6 contour binnen het plangebied valt, is deze voorzien van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - lpg'.
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
51
Afbeelding 4.1: risicocontouren LPG tankstation Total Rietgraaf. De blauwe circel is het invloedsgebied. Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen het invloedsgebied van het LPG-tankstation (blauwe lijnen in bovenstaande afbeelding). Conform het Bevi dient het groepsrisico te worden verantwoord met onder andere een kwantitatieve risicoanalyse. Uit de groepsrisicoberekening volgt dat het groepsrisico toeneemt van 0,08 naar 0,38 maal de oriëntatiewaarde ten gevolge van het planvoornemen (zie figuur 4.6 in bijlage 6). Het groepsrisico dient conform het Bevi volledig te worden verantwoord. De bestaande dichtheid binnen het invloedsgebied is zeer laag. Grote delen van het invloedsgebied zullen door het plan worden bestemd als bedrijventerrein. Hierdoor neemt de dichtheid toe tot ongeveer 400 personen per ha. Binnen dit Chw-bestemmingsplan zijn zeer kwetsbare objecten uitgesloten. Een maatregel om het groepsrisico verder te beperken zou er uit kunnen bestaan om de vulmomenten van het LPG tankstation op de momenten te plannen dat er weinig tot geen werknemers binnen het plangebied aanwezig zijn. Deze afweging kan echter pas worden gemaakt zodra duidelijk is welke bedrijven zich zullen vestigen binnen het invloedsgebied van het tankstation. Daarnaast is de kans dat een fakkelbrand als gevolg van het breken van een vulslang effect heeft op het plangebied verwaarloosbaar.
Binnen het aandachtsgebied van een fakkelbrand (60 meter vanaf het LPG-vulpunt) worden immers geen nieuwe kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt het plangebied deels binnen het brand- en explosieaandachtsgebied van het tankstation te liggen. Indien gewenst kan het bevoegd gezag een voorschriftengebied aanwijzen om extra bouwtechnische eisen aan gebouwen te stellen. Aardgasleiding N-578-19
52
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
Deze hogedruk aardgastransportleiding heeft een diameter van 7 inch en een druk van 40 bar. De leiding komt Nijmegen binnen vanaf de noordzijde ter hoogte van de middelste bestemde windmolen. Daarna loopt deze parallel aan de A15 naar oost en parallel aan het spoor naar het zuiden om uiteindelijk te eindigen in een gasverdeelstation aan de Stationsweg 20a. Voor dit bestemmingsplan geldt dat het tracé van de aardgastransportleiding in een groenbestemming zonder bouwmogelijkheden ligt. Dit geldt ook voor de belemmeringenstrook. De leiding heeft geen PR 10-6 contour van zichzelf. Deze contour is wel ontstaan doordat windmolens zijn gerealiseerd bij deze gasbuisleiding. Daarnaast geldt er een 100% lethaal contour van 40 meter en een 1% lethaalcontour van 75 meter. Het groepsrisico is in 2015 zeer conservatief berekend. Als gevolg van het planvoornemen neemt het groepsrisico toe van 0,00 maal de oriëntatiewaarde naar 0,15 maal de oriëntatiewaarde. Een volledige verantwoording van het groepsrisico is noodzakelijk.
Afbeelding 4.2: ligging PR-contouren gastransportleiding N-578-19 Binnen het invloedsgebied van de aardgastransportleiding is XXL-logistiek beoogd. Dit betekent dat er een lage dichtheid van personen is te verwachten (ongeveer 10 personen/ha) in een groot deel van het invloedsgebied van de aardgastransportleiding. Deze dichtheid neemt natuurlijk wel toe ten opzichte van de huidige situatie. In de huidige situatie bedraagt de personendichtheid vrijwel 0 personen/ha. Maatregelen om het groepsrisico verder te beperken liggen niet voor de hand aangezien de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. Daarnaast is ook het groepsrisiconiveau, ook met de conservatieve rekenwijze, zeer laag. De PR 10-6 contour van de aardgastransportleiding is op de verbeelding voorzien van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen'. Ter plaatse van deze aanduiding zijn nieuwe kwetsbare objecten niet toegestaan (en ook niet voorzien). Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt het plangebied deels binnen het brandaandachtsgebied van de aardgastransportleiding te liggen. Indien gewenst kan het bevoegd gezag een voorschriftengebied aanwijzen om extra bouwtechnische eisen aan gebouwen te stellen.
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
53
Aardgasleidingen A524 en A533 De grotere aardgastransportleidingen A524 en A533 liggen veel zuidelijker en buiten het plangebied. De PR10-6 contouren van de leidingen zijn 0 meter en liggen dus niet over het plangebied. Dit vormt geen beperking voor het planvoornemen. Deze leidingen hebben een deel van de 1% lethaalcontour over het de Grift Zuid en de Grift West liggen. De 100% lethaal contour valt echter geheel buiten het plangebied. Alleen ontwikkelingen binnen de 100% lethaalzone kunnen significante effecten hebben voor de hoogte van het groepsrisico. Daarvan is dus geen sprake. Wel is de dichtheid binnen de 100% lethaalzone al hoog en daarmee ook het groepsrisico dat de buisleidingen veroorzaken buiten het plangebied. Hier wordt dus afgezien van een verdere verantwoording van het groepsrisico omdat de bijdrage van dit plan aan de hoogte van dit toch al hoge groepsrisico verwaarloosbaar is. Vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor en A15 In de nabijheid van het planvoornemen liggen drie spoorwegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaats vindt. Spoorweg Nijmegen - Ressen (route 64), Betuweroute Meteren – Emmerich (route 202) en Spoorweg Elst noordwestboog – Ressen Noord (route 62).
Het planvoornemen ligt op meer dan 200 meter van het planvoornemen waardoor er enkel in het kader van de verantwoordingsplicht rekening hoeft te worden gehouden betreffende rampenbestrijding en zelfredzaamheid. In het kader van de Omgevingswet ligt het planvoornemen eveneens buiten de brand- en explosieaandachtsgebieden. Het plangebied grenst aan de noordzijde aan de A15. De A15 is onderdeel van het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. In de regeling daarvan is een plasbrandaandachtsgebied vastgesteld van 30 meter. Deze contour valt echter niet over de bestemming 'Bedrijventerrein'. Het planvoornemen ligt buiten de PR10-6 van de autosnelweg. Het plaatsgebonden risico vormt derhalve geen beperking voor de ontwikkeling van het planvoornemen. Aangezien de bestemming 'Bedrijventerrein' wel binnen 200 meter uit het hart van de snelweg is gelegen, is artikel 8 van het Bevt van toepassing en dient het groepsrisico verantwoord te worden. Met de toepassing van de Handleiding risicoanalyse transport en de daarin gestelde vuistregels blijkt dat de hoogte van het groepsrisico door het plan als gevolg van de snelweg niet de 10% van de oriëntatiewaarde zal overschrijden. Conform het Bevt dient er in het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico in te worden gegaan op rampenbestrijding en zelfredzaamheid.
Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt het plangebied deels binnen het explosieaandachtsgebied van de A15 te liggen. Indien gewenst kan het bevoegd gezag een voorschriftengebied aanwijzen om extra bouwtechnische eisen aan gebouwen te stellen. Nijmegen heeft in 2013 een routering vervoer gevaarlijke stoffen vastgesteld. Het LPG tankstation De Rietgraaf wordt vanaf de A15 via De Griftdijk bevoorraad. Momenteel is er geen enkel ander bedrijf die een substantiële hoeveelheid gevaarlijke stoffen over dit traject vervoerd. Het groepsrisico over dit traject zal dan ook verwaarloosbaar klein zijn. Het aantal personen langs de route neemt echter wel toe. Hierdoor neemt ook het groepsrisico toe. Mogelijk worden er in de toekomst ook meer gevaarlijke stoffen over dit traject vervoerd. De hoeveelheid gevaarlijke stoffen van en naar het LPG- tankstation zijn echter beperkt. De stroom gevaarlijke stoffen zal echter nooit zo groot worden dat de PR-contour buiten de weg zal vallen. Met het huidige transport van en naar het tankstation en rekening houdend met de verdichting als gevolg van het bestemmingsplan ontstaat er een groepsrisico van 0,05 x de oriëntatiewaarde (zie bijlage 8 Berekening groepsrisico routering Griftdijk). Meer transport zal dus niet snel leiden tot zeer hoge groepsrisiconiveaus.
CUP (Containeruitwisselpunt) Betuweroute Het CUP betreft een spoorwegemplacement waarop treinen met gevaarlijke stoffen kunnen worden gerangeerd. Het planvoornemen ligt binnen het invloedsgebied van het
54
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
containeruitwisselpunt Betuweroute. Vanwege de afstand tot deze inrichting heeft het plaatsgebonden risico geen invloed op het planvoornemen en neemt het groepsrisico niet toe. Op de landelijke risicokaart is een invloedsgebied van het CUP aangegeven van 3.000 meter vanaf een centraal punt van het rangeerterrein. Indien echter vanaf het meest oostelijke deel van het emplacement de afstand tot het plangebied wordt gemeten dan is de afstand ongeveer 2.500 meter. Een incident waarbij een gifwolk vanaf het emplacement het plangebied bereikt is zeer onwaarschijnlijk maar echter niet geheel uit te sluiten. Voor alle routes (spoor en A15 ) voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt dat er ook een incident kan optreden met een gifwolk. In de beleidsvisie van de gemeente Nijmegen (Beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen, februari 2014) is een standaard tekst voor de verantwoording van dit scenario afgesproken. Het toxische scenario dat kan optreden wordt dus op een standaard wijze verantwoord.
Afbeelding 4.3: PR-contour (zwarte stippenlijn) en invloedsgebied (blauwe stippenlijn) van het CUP.
4.7.2.2
Risicobronnen in het plangebied
Een bestemmingsplan kan ook bepaalde type bedrijvigheid op voorhand uitsluiten vanwege de te verwachte risico's op de omgeving. Gezien de afstand tot woningen in het noordelijk deel van dit bestemmingsplan zijn hier bedrijven met relatief grote risico's wel toelaatbaar. Hierbij moet bij de vergunningaanvraag wel rekening worden gehouden met de aanwezigheid van de windturbines en mogelijke effecten van het afbreken van een rotorblad (domino-effecten). De windturbines kunnen daardoor dus risico verhogend werken. De bestemmingsplanvlakken waar bedrijvigheid tot en met categorie 3.2 is toegestaan zijn minder geschikt voor risicovolle bedrijven, omdat deze op kortere afstand van woningen liggen. Nieuwe Bevi-bedrijven worden daarom alleen toegelaten in het noordelijke deel van het plangebied, waar bedrijven in milieucategorie 4.2 zijn toegelaten. Voor de overige delen dat dit plan worden Bevi-bedrijven uitgesloten.
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
55
4.7.2.3
Verantwoordingsplicht groepsrisico
In het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico dient het bevoegd gezag een afweging te maken over mogelijk te nemen maatregelen om de effecten van een ongeval met gevaarlijke stoffen in en in de omgeving van het planvoornemen. In het onderzoek naar externe veiligheid is een overzicht gegeven van de elementen voor de verantwoording van het groepsrisico van de diverse risicobronnen. Alleen voor Tankstation de Rietgraaf en de buisleiding N-578-19 is een volledige verantwoording noodzakelijk. Voor de verantwoording van de overige bronnen wordt verwezen naar de beleidsvisie uit 2014 en het advies van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid, dat als bijlage 7 bij de toelichting is opgenomen. Gezien het feit dat het groepsrisico in de nabijheid van de buisleiding N-578-19 slechts beperkt toeneemt en het een relatief kleine buisleiding betreft worden geen aanvullende maatregelen getroffen voor een verlaging van het groepsrisico. Aanvullende bouwkundige maatregelen worden ook niet voorgeschreven omdat effectiviteit van deze toepassing nog ter discussie staat en er daarnaast sprake is van een acceptabel risiconiveau. De verantwoording van het groepsrisico is in bovenstaande tekst gegeven voor het LPG tankstation. Ook hiervoor worden nu geen aanvullende beschermingsmaatregelen voorgesteld.
Advies bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid De Veiligheidsregio Gelderland Zuid (VRGZ) heeft advies uitgebracht over de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid op basis van de aanwezige risicobronnen binnen het plan en de ongevalsscenario's die daarbij kunnen optreden. De VRGZ onderschrijft bovenstaande opmerkingen en voegt daaraan toe dat de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid bij een eventuele fakkelbrand in de buurt van het plangebied vanuit de gasbuisleidingen gering is en dus tot een groot aantal slachtoffers kan leiden. Het risico daarop is echter uitermate klein waardoor aanvullende maatregelen niet worden overwogen. Verder adviseert de VRGZ om bij de realisatie van nieuwe bebouwing rekening te houden met het situeren van de nooduitgangen (zoveel mogelijk van de bron(nen) af). Ook wordt geadviseerd gebouw(delen) waar grote aantallen personen verblijven (o.a. kantoren) zo ver mogelijk van de bron af te situeren en in de plattegrond rekening te houden met vluchtroutes van de bron af. Voor de gebouwdelen die zich het dichtst bij de bron bevinden moet overwogen worden bouwkundige maatregelen toe te passen, zoals een dichte gevel, stevige wanden of het plaatsen van objecten haaks op de bron. Verder wordt geadviseerd alle bouwwerken in het plangebied te voorzien van een handmatig afschakelbaar ventilatiesysteem.
Ten aanzien van het LPG-tankstation wordt verder geadviseerd de bevoorrading af te stemmen op het moment waarop er zo min mogelijk personen in het plangebied aanwezig zijn.
4.7.3
Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Er is advies gevraagd aan de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid.
56
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
4.8
Verkeer en parkeren
4.8.1
Toetsingskader
4.8.1.1
Nijmegen Goed op Weg
In de nota 'Nijmegen goed op weg' heeft Nijmegen haar ambities voor mobiliteit voor de periode 2019 tot 2030 vastgelegd. Deze nota is vastgesteld in de gemeenteraadsvergadering van 25 september 2019. Regionale samenwerking is hierbij essentieel om de bereikbaarheid van Nijmegen en van de regio Arnhem Nijmegen te verbeteren. Alleen op die manier kunnen we ervoor zorgen dat we regionaal, nationaal en internationaal bereikbaar blijven. Daarom wordt intensief samengewerkt met regio, provincie en Rijk. De verwachting is dat het aantal inwoners van Nijmegen fors blijft groeien. Ook het aantal banen zal meegroeien, naar verwachting met 10.000 extra banen de komende 10 jaar. Extra mensen betekent ook extra verplaatsingen. Extra verplaatsingen betekent extra druk op de soms toch al volle bestaande wegen, fietspaden, bussen en treinen. Dit betekent niet alleen dat - zonder extra maatregelen - de bereikbaarheid van Nijmegen onder druk komt te staan, maar ook dat we steeds meer de negatieve kanten van de mobiliteit gaan ervaren, denk aan geluidshinder, slechte luchtkwaliteit of verkeersonveiligheid. De ruimtelijke opgaven van Nijmegen hierbij zijn dat de stad aantrekkelijk, duurzaam, economisch veerkrachtig en sociaal en gezond wil zijn. De ruimtelijke mogelijkheden in de stad om de mobiliteitsgroei te faciliteren zijn echter beperkt.
Waar in het verleden vooral werd gewerkt aan uitbreiden van de infrastructuur ligt het accent nu meer op het efficiënter benutten van de bestaande infrastructuur. In het ambitiedocument Nijmegen Goed op Weg wordt hierbij de verkeersveiligheid benoemd als randvoorwaarde voor alle ontwikkelingen in de stad. Om de groei van de stad te faciliteren wordt ingezet op de meest duurzame en ruimte-efficiënte vervoermiddelen: lopen, fiets en OV. Dit betekent niet dat er niet geïnvesteerd wordt in het wegennet; de auto blijft een rol spelen in het Nijmeegse verkeerssysteem.
4.8.2
Toetsing
4.8.2.1
Bereikbaarheid
Het plangebied bestaat uit verschillende delen. De Grift Noord ligt in de zone tussen A15 en de Stationsstraat, ten Oosten van de Griftdijk. Het wordt vanaf de Griftdijk ontsloten door middel van een toegangsweg die centraal door het gebied loopt. De Grift West ligt ten noorden van de Stationsstraat, tegen de gemeentegrens met Oosterhout. Dit deel wordt ontsloten vanaf een nieuw aan te leggen zijstraat vanaf de Stationsstraat. De Grift Zuid ligt in de zone tussen de Stationsstraat en Zuiderveld. Dit deel van het plangebied wordt - via een nieuw aan te leggen zijstraat vanaf de Stationsstraat - ontsloten op de Stationsstraat richting de Griftdijk. De Griftdijk is een gebiedsontsluitende weg buiten de bebouwde kom, waar een maximum snelheid geldt van 80 km/u tot en met de rotonde met de Stationsstraat. De Stationsstraat is een gebiedsontsluitende weg, waarvan het gedeelte ten westen van de Griftdijk binnen de bebouwde kom ligt en een maximum snelheid van 50 km/u heeft. Het gedeelte ten Oosten van de Griftdijk ligt buiten de bebouwde kom en heeft een maximum snelheid van 80 km/u. Een belangrijk onderdeel van de plan ontwikkeling binnen het plangebied betreft een nieuwe
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
57
inrichting van de Griftdijk. Deze nieuwe inrichting voorziet o.a. in: uitbreiding van de capaciteit van de weg; een nieuw T-kruispunt op de Griftdijk ten behoeve van de ontsluiting van het noordelijk deel van De Grift; verbetering van de aansluiting van het bestaande bedrijventerrein De Rietgraaf, waarbij de inrit naar de Windmolenweg wordt vormgegeven als een T-kruispunt; inpassing van een tweerichtingenfietspad aan de oost- of westzijde van de Griftdijk.
Het heroverwegen van de ligging van de grens van de bebouwde kom van Nijmegen, en daaraan gerelateerd het snelheidsregime op (een deel van) de Griftdijk en (een deel van) de Stationsstraat, is onderdeel van de planontwikkeling binnen het plangebied. Deze heroverweging stoelt op de voorziene toename van bebouwing langs de weg. Ook de toename van het aantal kruispunten in combinatie met de kortere kruispunt afstanden speelt een rol. Het aanpassen van de bebouwde komgrens vraagt om een (apart) besluit van de gemeenteraad van Nijmegen. Langs de Griftdijk zijn aan weerszijden vrijliggende fietspaden aanwezig. Ten tijde van het opstellen van dit bestemmingsplan is een plan in voorbereiding om de fietsvoorzieningen te bundelen aan één zijde van de Griftdijk in de vorm van een tweerichtingenfietspad. Langs de Stationsstraat liggen vrijliggende fietspaden. De Griftdijk is een HOV-route. De dichtstbijzijnde bushaltes ten opzichte van het plangebied bevinden zich ter hoogte van het kruispunt met de Stationsstraat.
4.8.2.2
Verkeersafwikkeling
De ontwikkeling van de Grift zorgt voor een verandering in het aantal verkeersbewegingen vanen naar het gebied. Dat heeft effect op de verkeerssituatie op de wegen in de omgeving. Er is daarom in het kader van de plan-MER een verkeersonderzoek uitgevoerd naar de verkeerseffecten (zie bijlage 9). In onderstaande tabel zijn de verkeersintensiteiten op de diverse wegen weergegeven. Zie voor een ligging van de wegen afbeelding 4.4. Er is in de verkeersstudie gekeken naar de situatie met en zonder doortrekking van de A15. In de situatie met A15 is eveneens rekening gehouden met een capaciteitsuitbreiding van het viaduct over de A15 (verbreding viaduct). Weggedeelte
2020
AO 2032
1 Rijksweg t.h.v. Reeth 2 Rijksweg Zuid t.h.v. A15 3 Op- en afrit afslag 38 A15 Noord 4 Op- en afrit afslag 38 A15 Zuid 5 Griftdijk 6 Griftdijk 7 Stationsstra at
15.900
58
Plan 2032
18.500
AO 2032 met A15 20.400
18.500
Plan 2032 met A15 20.600
17.600
23.100
24.600
24.300
26.300
12.100
16.300
17.700
17.800
19.100
11.600
17.600
18.700
18.800
20.500
16.500 10.600 6.500
19.300 12.800 5.800
19.200 12.300 5.400
19.700 12.400 5.500
19.900 12.500 5.200
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
8 Keizer 11.000 18.600 Hendrik VI singel 9 Stationsstra 7.600 8.400 at 10 Waaldijk 1.300 1.400 11 A325 74.600 92.300 Tabel 4.1: verkeersintensiteiten per etmaal.
18.500
18.800
18.500
8.700
8.500
8.700
1.200 83.300
1.500 92.900
1.200 83.700
Afbeelding 4.4: ligging onderzochte wegen. Door autonome ontwikkelingen in het plan- en studiegebied wordt het drukker op het wegennet. De verkeersintensiteiten liggen in de autonome situatie dan ook hoger dan in de huidige situatie, zie tabel. Dit heeft gevolgen voor de verkeersafwikkeling op de diverse wegen. In de autonome situatie zonder doortrekking A15 lopen de kruispunten in de spitsmomenten behoorlijk vol. Met name de kruispunten rond de op- en afrit A15, rotonde Keizer Hendrik VI singel en de rotonde Stationsstraat - Griftdijk lopen tegen hun limiet aan. Dit leidt tot wachtrijen bij de kruispunten en dit zorgt voor problemen in de afwikkeling. Wordt de A15 doorgetrokken in de autonome situatie, dan nemen de verkeersintensiteiten op de omliggende wegen verder toe en zal de verkeersafwikkeling afnemen. Op de Rijksweg Zuid ter hoogte van de A15 en de Griftdijk wordt het juist rustiger. Dit komt doordat in deze situatie rekening is gehouden met een verbreding van het viaduct over de A15 en doordat er minder sluipverkeer wordt verwacht over de Griftdijk van Nijmegen naar Rotterdam. Dit verkeer zal eerder de A325 en A15 nemen. Als gevolg van de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift zal er extra verkeer van en naar het gebied gaan.
De toename van het verkeer vanwege de extra bedrijvigheid in het gebied is beperkt vergeleken met toename van het verkeer in de autonome ontwikkeling. De
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
59
verkeersafwikkeling blijft grotendeels gelijk met de autonome situatie. Hierdoor zal er door de ontwikkeling van De Grift geen verkeersproblemen ontstaan. De verkeersafwikkeling op de kruispunten met de Windmolenweg en Stationsstraat zullen door de aanpassingen (VRI) verbeteren. Wel zullen er zonder doortrekking van de A15 (zonder aanpassing van het viaduct over de A15) vooral afwikkelingsproblemen blijven bestaan rond het viaduct A15. Aanpassing van het viaduct lossen de verkeersafwikkelingsproblemen hier grotendeels op.
4.8.2.3
Verkeersveiligheid
Om de verkeersveiligheid te vergroten richt de gemeente Nijmegen wegen waar mogelijk duurzaam veilig in. Dit is verwoord in het Ambitiedocument mobiliteit 2019-2030 'Nijmegen Goed op Weg'. Op de wegen binnen de bebouwde kom geldt voor de GOW-plus, GOW-basis en de industrieterreinen een maximum snelheid van 50 km/h. Voor de overige wegen binnen bebouwde kom geldt 30 km/h.
4.8.2.4
Parkeren
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling wordt het benodigde aantal parkeerplaatsen en de verkeersgeneratie berekend aan de hand van de 'Beleidsregels Parkeren Nijmegen, Parkeernormen Auto en Fiets'. Dit betreft een uitwerking van de door raad vastgestelde nota 'Parkeren in Nijmegen, auto en fiets, 2020 - 2030'. Voor de berekeningen is bepalend dat de gemeente Nijmegen stedelijkheidsgraad 'sterk stedelijk” heeft. Het plangebied ligt in de zone 'Buitengebied.' Het uitgangspunt voor de ontwikkeling van dit bedrijventerrein is dat parkeren geheel plaatsvindt op het eigen kavel en niet langs de openbare weg. Hoeveel parkeerplaatsen specifiek nodig zijn wordt bepaald door het type bedrijf. Afhankelijk van het type bedrijvigheid geldt er immers een andere parkeernorm. De toekomstige parkeerbehoefte is dan ook afhankelijk van het definitieve programma en invulling. Zodoende is in de regels een dynamische verwijzing naar het gemeentelijke parkeerbeleid opgenomen. Daarmee is de realisatie van voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein te allen tijde gewaarborgd.
4.8.3
Conclusie
Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.9
Water
4.9.1
Toetsingskader
Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening is de watertoets verankerd. Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 Versterken Verbinden Vergroenen. Daarnaast beschikt het waterschap over een waterschapsverordening en de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels. Beleid aangaande lozingen van
60
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
afvalwater en hemelwater is beschreven in de nota Samen door één Buis (2019). Het plangebied ligt in de wijk Waalsprong en maakt deel uit van de waterhuishoudkundige inrichting van dit gebied. Voor de Waalsprong zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023, het Waterhuishoudkundig Inrichtingsplan Waalsprong (2009) en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant. Met betrekking tot het watersysteem van de Grift zijn in het verleden twee notities opgesteld: de memo 'Waalsprong Griftsysteem, WIW 2009 en de praktijk' door waterschap Rivierenland (2017) en de notitie 'Wateropgave Bedrijventerrein de Grift' door RHDHV (2021).
4.9.2
Toetsing
Watersysteem huidige situatie In of in de directe omgeving van het plangebied is in de huidige situatie oppervlaktewater aanwezig. Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van de Legger, waarin de nu aanwezige watergangen binnen het plangebied zijn weergegeven. Het huidige streefpeil van het water is NAP + 7,90 m (peilgebied OVB151).
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
61
Afbeelding 4.5: uitsneden Legger water met bestaande watergangen.
Watersysteem toekomstige situatie Het watersysteem in De Grift maakt geen onderdeel uit van het singelsysteem van de Waalsprong. Het bestaande watersysteem wordt aangepast. In de toekomstige situatie is het watersysteem droogvallend en heeft een afvoernorm van 1,5 l/s/ha naar de Linge. De watergangen hebben een bodemhoogte van NAP + 8,00 m, een talud van 1:2 of flauwer en een maximale peilstijging van 0,80 meter. De minimale toekomstige maaiveldhoogte en weghoogte zijn NAP + 9,50 m. Deze genoemde eisen zijn afkomstig uit het WIW 2009. In het WIW 2009 is ook opgenomen dat Groot Oosterhout noord (Zuiderveld) afwatert via het watersysteem van De Grift, dit gebied is later echter toegevoegd aan het singelsysteem van de Waalsprong. Hiermee is ook het benodigde oppervlak van het watersysteem veranderd. In notitie 'Wateropgave Bedrijventerrein de Grift' uit 2021 wordt onder andere nader ingegaan op het benodigde oppervlak van het watersysteem in De Grift.
De vormgeving, de toekomstige maaiveldhoogtes en weghoogtes, bouwpeilen en toekomstige status van de verschillende watergangen zal worden uitgewerkt in een waterhuishoudkundig plan. Uitgangspunt hierbij is dat de ontwikkeling geen negatieve impact mag hebben op de waterhuishouding in het gebied. In De Grift is daarnaast sprake van een bestaande wateropgave op basis van de Kaderrichtlijn Water. Een deel van deze opgave kan worden ingevuld binnen het bestaande bedrijventerrein De Grift. Omdat dit een bestaand bedrijventerrein betreft waar geen (vergaande) ontwikkelingen worden verwacht op de korte termijn, is het echter niet mogelijk deze opgave volledig binnen het bestaande gebied vorm te geven. Het deel van de opgave dat zijn oorsprong bovenstrooms van de nieuwe ontwikkelingen heeft zal daarom onderdeel worden van de nieuwe waterstructuur benedenstrooms van het bestaande deel van de Grift. De exacte omvang en vormgeving van deze restopgave zal worden uitgewerkt in het waterhuishoudkundig plan voor De Grift, dat naar verwachting in het voorjaar van 2023 wordt afgerond.
Grondwater Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterwin- of grondwaterbeschermingsgebied. Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bereikt
62
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
worden door: a. b.
c.
een aan grondwater gerelateerde keuze van de locatie, bijvoorbeeld geen stedelijke uitbreidingen in gebieden met (kans op) hoge grondwaterstanden; maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw, bijvoorbeeld ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem, voorkomen verdichting bodemstructuur; een waterbestendig bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen, bijvoorbeeld kruipruimteloos bouwen.
Met het uitgangspunt om grondwaterneutraal te bouwen wordt voldaan aan de eis van waterschap Rivierenland dat een grondwaterstandsverlaging van maximaal 0,10 meter is toegestaan aan de randen van het plangebied (Memo 'Waalsprong Griftsysteem, WIW 2009 en de praktijk', 2017). In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen. Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen. Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/. De grondwaterstand is van belang voor de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem.
Riolering/ hemelwater De riooltechnische ontsluiting van het plangebied bevindt zich aan de Stationsstraat. De riolering van het bestaande bedrijventerrein De Grift is uitgevoerd als een verbeterd gescheiden stelsel. Op de Griftdijk is een gemengd stelsel aanwezig. Een aantal grote(re) lozers zijn daarnaast rechtstreeks aangesloten op de aanwezige persleiding. Vanuit het Bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om afvalwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Afvalwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden. Hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer'. Een weergave van de aanwezige riolering is te zien in de onderstaande afbeelding.
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
63
Afbeelding 4.6: bestaande riolering
Op grond van het Bouwbesluit (artikel 6.18) moet hemelwater van daken en andere verharding in beginsel op eigen terrein verwerkt worden. Afvalwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden. Voor het plangebied zal een nieuwe DWA-structuur ontworpen worden. Deze maakt onderdeel uit van het waterhuishoudkundig plan. De riolering op het bedrijventerrein zal als verbeterd gescheiden stelsel worden aangelegd of via een systeem dat hieraan gelijkwaardig is.
Hemelwater moet in de basis op eigen terrein verwerkt worden. Om tot een toekomstbestendig en klimaatrobuust bedrijventerrein te komen dient 70 mm berging ten opzichte van het bebouwde oppervlak (footprint gebouw) en 35 mm berging voor overige verhardingen te worden gerealiseerd op het eigen perceel. Met de 70 mm berging voor bebouwd oppervlak wordt ruim voldaan aan de in het WIW 2009 waterbergingseis. Voor het hemelwater dat valt op de overige verhardingen wordt aanvullende berging gerealiseerd op het openbare gebied. De omvang hiervan wordt vormgegeven in het waterhuishoudkundige plan van bedrijventerrein de Grift.
Voor waterberging op eigen terrein kan gedacht worden aan bijvoorbeeld de realisatie van wadi's, maar ook aan het toepassen van (extensieve) groene daken. Bergende voorzieningen mogen met een maximum van 0,5 liter/sec per hectare afvoeren richting de openbare ruimte. Om dit af te kunnen dwingen is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen (zie sublid 5.3.4 van de regels). Voor de openbare ruimte geldt dat de waterberging zal worden gerealiseerd in de vorm van oppervlaktewater.
Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant 'Duurzaam
64
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
bouwen in het KAN' (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als 'Het groene akkoord'.
Het afvalwater van de gebouwen in het plangebied moet worden aangesloten op de openbare riolering. Voor het maken van nieuwe aansluitingen op de riolering in de openbare ruimte vanaf de perceelgrens tot aan de riolering moet een aanvraag worden ingediend bij Kwaliteitsbeheer Riolering (zie www.nijmegen.nl > Diensten > Bouwen en wonen > Rioolaansluiting aanvragen). Op grond van de 'Verordening éénmalig rioolaansluitrecht' worden de kosten voor het maken van deze aansluiting op de aanvrager verhaald. Indien voor de afvoer van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden, zijn geen kosten verschuldigd.
Bouwen boven gemeentelijke riolering is niet toegestaan en kan betekenen dat riolering verlegd of dat de inrichting gewijzigd moet worden. Bij hoofdtransportleidingen dient rekening gehouden te worden met niet te bebouwen stroken aan weerszijden van de leiding van 6 meter. Deze eis is vastgelegd in artikel 2.5.19 van de Nijmeegse bouwverordening.
Waterkwaliteit Om vervuiling vanaf het bedrijventerrein naar de KRW-watergang te voorkomen, wordt bij het ontwerpen van het watersysteem de nota 'Samen door één Buis' wordt hierbij als uitgangspunt genomen. Wanneer er nauwelijks sprake is van verontreiniging (VNG cat. 1-2-3) is er geen minimale maatregel en is een bodem- of bermpassage de voorkeursmaatregel. Indien er enigszins verontreiniging is (VNG cat. 3-4) heeft afstroming van hemelwater via een verbeterd gescheiden stelsel de voorkeur. De minimale maatregel in dat geval is een bodem- of bermpassage. Deze uitgangspunten worden meegenomen bij de vormgeving van het watersysteem, die in het waterhuishoudkundige plan van bedrijventerrein de Grift verder wordt uitgewerkt.
4.9.3
Conclusie
Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Er heeft vooroverleg plaatsgevonden met het Waterschap Rivierenland. Naar aanleiding van het vooroverleg is de waterparagraaf op onderdelen aangevuld.
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
65
4.10 Flora en Fauna 4.10.1 Toetsingskader 4.10.1.1 Soortenmanagementplan Het SMP-N is een eigen plan van de gemeente Nijmegen waarin voor zowel voor de ontwikkelals de eindfase de ambitie en de integrale aanpak staat om te komen tot een duurzame instandhouding van op dit moment in de Waalsprong voorkomende beschermde diersoorten steenuil, ransuil, kerkuil, buizerd, roek, rugstreeppad, grote modderkruiper en poelkikker. Op basis hiervan is een zogenoemde gebiedsontheffing soorten Wet natuurbescherming verkregen (8 mei 2019). Deze ontheffing is alleen mogelijk als in de eindsituatie een duidelijke 'plus' voor (beschermde) soorten wordt gecreëerd. Door uitvoering van het SMP-N wordt bewust een plus voor de natuur gecreëerd in de groenstructuur en in de gebouwen. Op die manier wordt ook de natuurbeleving van mensen in hun woonomgeving versterkt. De landschappelijk zone rondom de meer stedelijke woningbouwlocaties van de Waalsprong worden zodanig ingericht en beheerd dat er kansen worden geboden voor de beschermde soorten en er voor biodiversiteit in algemene zin een plus wordt behaald. Deze zone zorgt ook voor een directe ecologische verbinding en aansluiting met omringende groene gebieden.
Omdat de kleine marterachtigen bunzing, hermelijn en wezel niet in een gunstige staat van instandhouding verkeren, heeft de provincie Gelderland besloten om deze soorten niet meer te laten vallen onder een vrijstelling van de Omgevingsverordening. Vandaar dat middels een wijzigingsaanvraag de kleine marterachtigen zijn opgenomen in het SMP-N.
Afbeelding 4.7: uitsnede mitigatiekaart kleine marterachtigen
66
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
Het bestemmingsplangebied bevat gebieden die in het SMP-N zijn benoemd als onderdeel van toekomstig leefgebied van de steenuil, ransuil, buizerd, grote modderkruiper, poelkikker, hermelijn, wezel en bunzing. Dit zijn dezelfde gebieden die als leefgebied van de kleine marterachtigen op afbeelding 4.7 staan afgebeeld, aangevuld met de watergangen op de onderstaande kaart.
Afbeelding 4.8: relevante watergangen als leefgebied
Wanneer de ambities niet op de aangegeven locatie een plek kunnen krijgen, dient naar een alternatieve locatie gezocht te worden binnen het Waalspronggebied waarvoor de gebiedsontheffing is verleend.
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
67
4.10.1.2 Natuurinclusief bouwen Via het SMP-N wordt ook deels invulling gegeven aan de aangenomen raadsmotie 'Natuurinclusief bouwen' van 14 november 2018. Ter uitvoering van de raadsmotie wordt in de Waalsprong rekening gehouden met allerlei aspecten van de natuur of die nou zeldzaam en beschermd zijn of niet. In dit licht is een korte handleiding Natuurinclusief bouwen opgesteld die makkelijk toepasbare brokjes biedt waaruit gekozen kan worden, afhankelijk van wat in welke situatie mogelijk is (bijlage 5 van het SMP-N). Om natuurinclusief bouwen te implementeren in de bouwplannen, is de Toolbox natuurinclusief ontwikkelen en bouwen, Leidraad voor de Waalsprong opgesteld. Deze toolbox is gebaseerd op de omgeving, de gewenste soorten en de ambitie en gekoppeld aan de Leidraad natuurinclusief bouwen, renoveren en verduurzamen van de Provincie Gelderland. Het systeem richt zich in eerste instantie op de gebouwgebonden soorten gewone dwergvleermuis, huismus, gierzwaluw maar op basis van de ecologische potenties en behoeften, worden er binnen de deelgebieden bepaald op welke soorten en aanvullende maatregelen de focus wordt gelegd. Voor de Waalsprong geldt vanaf 2020 het in het SMP-N vastgelegde minimumambitieniveau. Dit betreft geïntegreerde voorzieningen in bebouwing.
Om tot duurzame vestiging van de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis te komen, zijn nestvoorzieningen alleen niet genoeg. Wanneer de soorten geen plek hebben om te foerageren, is de waarde van de nestvoorzieningen daar beperkt. De toolbox bevat daarom tevens groene omgevingsmaatregelen waardoor de stedelijke biodiversiteit wordt versterkt, de belevingswaarde voor de toekomstige gebruikers vergroot en een bijdrage wordt geleverd aan klimaatadaptatie. In de toolbox is het minimaal aantal te realiseren nestvoorzieningen voor het bedrijventerrein benoemd. Hiervan mag maximaal 25% ingewisseld worden met groene maatregelen. Het treffen van meer groene maatregelen is uiteraard mogelijk en ook zeer gewenst. Het SMP-N is op 12 maart 2019 en de Toolbox natuurinclusief ontwikkelen en bouwen, Leidraad voor de Waalsprong is op 4 februari 2020 door het college vastgesteld.
4.10.2 Toetsing In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een quickscan flora en fauna en een vervolgonderzoek uitgevoerd (Quickscan Wet natuurbescherming uitbreiding bedrijventerrein De Grift Nijmegen, Bureau Waardenburg, d.d. 29 juli 2021 en Onderzoek beschermde fauna Uitbreiding bedrijventerrein De Grift Nijmegen, Nureau Waardenburg, d.d. 17 november 2022), beide onderzoeken zijn als respectievelijk bijlage 10 en 11 bij de toelichting opgenomen.
4.10.2.1 Quickscan flora en fauna Soortenbescherming In de quickscan flora en fuana is het plangebied beoordeeld op betekenis voor beschermde soorten planten, ongewervelden, vissen, amfibieën, reptielen, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen en vogels. Een overzicht van de functies van het plangebied en eventuele effecten op beschermde soorten is weergegeven in onderstaande tabel. Negatieve effecten op andere beschermde soorten als gevolg van de voorgenomen ingreep zijn uitgesloten. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis.
68
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
Tabel 4.2: samenvatting resultaten quickscan
Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling bestaat er een risico op: het beschadigen en doden van overwinterende poppen en het vernietigen van voorplantingsgebied van teunisbloempijlstaart. Indien gewaarborgd is dat er voldoende functioneel leefgebied behouden blijft is nader onderzoek niet nodig. Als dit niet mogelijk is, is nader onderzoek nodig om uitsluitsel te geven over de functie van het plangebied. Aan de hand hiervan kan beoordeeld worden of er een ontheffing nodig is; het vernietigen van vaste rust- en verblijfplaatsen van grote modderkruiper. Voor de grote modderkruiper geldt voor dit project een vrijstelling vanuit het SMP-N als volgens de voorwaarden uit het SMP-N wordt gewerkt; het vernietigen van vaste rust- en verblijfplaatsen van poelkikker. Voor de poelkikker geldt
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
69
een vrijstelling voor dit project vanuit het SMP-N als volgens de voorwaarden uit het SMP-N wordt gewerkt; het vernietigen van verblijfplaatsen van de bunzing, hermelijn, wezel en steenmarter in de drie deelgebieden. Voor de kleine marterachtigen geldt voor dit project een vrijstelling vanuit het SMP-N als volgens de voorwaarden uit het SMP-N wordt gewerkt. Voor steenmarter geldt geen vrijstelling vanuit het SMP-N. Geadviseerd wordt te onderzoeken of het plangebied een functie heeft voor steenmarter. Als er een ontheffing nodig is kan mogelijk gebruik worden gemaakt van de Gedragscode soortbescherming gemeenten (Borst, Sprong & Teunissen, 2020). Een ontheffing Wnb voor steenmarter is dan niet nodig; het vernietigen van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen. Er is aanvullend onderzoek nodig naar verblijfplaatsen in woningen en bomen. het vernietigen/verstoren van een nest(en) en essentieel foerageergebied van de roek, buizerd, boomvalk, sperwer en ransuil en afname populatie huismussen. Voor roek, buizerd en ransuil geldt voor dit project een vrijstelling vanuit het SMP-N als volgens de voorwaarden uit het SMP-N wordt gewerkt. Voor sperwer, boomvalk en huismus niet. Geadviseerd wordt te onderzoeken of het plangebied een functie heeft voor de sperwer en boomvalk en hoeveel paartjes huismussen broeden in het plangebied en aan de randen daarvan.
Op basis van die info kan worden beoordeeld of er een ontheffing en/of mitigatie/compensatie nodig is voor deze soorten. Risico op vernietigen/verstoren van broedgevallen van algemene soorten vogels. Maatregelen zijn nodig om overtreding van de verbodsbepalingen te voorkomen.
Gebiedsbescherming Het project veroorzaakt verder geen direct negatieve effecten op Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. Indirecte effecten van stikstofuitstoot op Natura 2000-gebieden zijn in deze quickscan niet beoordeeld, hiervoor is een afzonderlijk onderzoek uitgevoerd (zie paragraaf 4.6). De regels van Houtopstanden uit Wnb zijn niet van toepassing voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.10.2.2 Aanvullend onderzoek Naar aanleiding van de quickscan heeft aanvullend onderzoek plaatsgevonden naar diverse soorten. De resultaten worden navolgend besproken. Teunisbloempijlstaart Het plangebied heeft geen functie voor deze soort. Een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soort is uitgesloten. Er is geen ontheffing van de Wnb nodig. Steenmarter De essentiële foerageerfunctie voor de steenmarter wordt niet aangetast. Verstoring van het leefgebied in de omgeving van de autogarage (Griftdijk 234) in de kwetsbare periode kan zorgen dat deze verblijfplaats tijdelijk zijn functie verliest en/of dat dieren overlijden. Dit is een overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb. Overtreding kan voorkomen worden als voldaan wordt aan de navolgend beschreven randvoorwaarden. Er is dan geen ontheffing van de Wnb nodig. De kwetsbare voortplantingsperiode van de steenmarter is van maart tot en met augustus. In deze periode wordt er geen groen verwijderd en worden er geen sloten gedempt met ruig begroeide oevers. Deze maatregel valt onder ‘Algemeen zorgvuldig handelen’ van de Gedragscode soortbescherming gemeenten. Omdat deze periode samenvalt met de broedperiode van vogels is het geen extra maatregel. Geadviseerd wordt alle groenstroken
70
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
(greppels, struweel, hagen, bosjes) in het plangebied tussen zonsondergang en zonsopgang donker te houden, tussen zonsondergang en zonsopgang niet te werken nabij potentieel leefgebied van dieren en hierin geen bouwdepots in te richten. Deze maatregel helpt ook om verstoring van andere soorten die in het plangebied leven (vos, haas en egel) te voorkomen. Vleermuizen In het plangebied is een paar- zomerverblijf van gewone dwergvleermuis vastgesteld. Als gevolg van de ingreep wordt deze verblijfplaats vernietigd. Het fysiek aantasten van verblijfplaatsen van vleermuizen is een overtreding van de Wnb. Omdat de dwergvleermuizen gedwongen worden een alternatieve verblijfplaats te zoeken zou sprake kunnen zijn van een overtreding van de Wet natuurbescherming. Het doden van dieren door de ingreep moet worden voorkomen. De gemeente Nijmegen werkt volgens de Gedragscode soortbescherming gemeenten (Stadswerk, 2020). De sloop van de boerderij aan de Griftdijk 212 valt onder de vrijstelling van deze gedragscode. Er hoeft daarom geen aparte ontheffing van de Wnb te worden aangevraagd.
De volgende maatregelen zijn/worden uitgevoerd om het aanbod aan verblijfplaatsen te behouden en te zorgen dat er geen dieren gewond raken of gedood worden (maatregelen volgens gedragscode): In april 2022 zijn tijdelijke alternatieve verblijfplaatsen voor gewone dwergvleermuis gerealiseerd binnen het plangebied. De verplichte gewenningstijd van 3 maanden is al verstreken. Er worden in de nieuwbouw vier permanente voorzieningen voor gewone dwergvleermuis gemaakt (type paarverblijf). Er wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld voor de sloop van de boerderij. Hierin wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat er geen dieren gedood worden en dat negatieve effecten voor de soort zoveel mogelijk voorkomen worden (buiten de voortplanting en winterperiode ongeschikt maken van het gebouw). De minst kwetsbare periode voor de uitvoering van de sloopwerkzaamheden is volgens het kennisdocument de paartijd (half augustus-half oktober) omdat de dieren dan het meest mobiel en flexibel zijn v.w.b. verblijfplaatskeuze. De sloop van het gebouw vindt plaats volgens het ecologisch werkprotocol. Er wordt aantoonbaar gewerkt volgens het protocol. Het projectdossier met het ecologisch werkprotocol wordt minimaal 5 jaar bewaard.
Huismus Als gevolg van de ingreep verdwijnt een deel van de beschikbare nestplaatsen en het essentieel foerageergebied van de huismus. Dit is een overtreding van de Wnb. De Gedragscode soortbescherming voor gemeenten is van toepassing voor de ingreep. Er is geen ontheffing nodig van de Wet natuurbescherming. Geadviseerd wordt één integraal compensatieplan te maken volgens de voorschriften in de gedragscode waarbij zowel foerageergebied en nestplaatsen worden teruggebracht. Daarnaast is het belangrijk maatregelen te nemen om verstoring van de vogels in de kwetsbare periode (voortplanting en overwintering) te voorkomen. Hiervoor gelden diverse randvoorwaarden. De belangrijkste zijn: Drie maanden voorafgaande aan het wegnemen van huidig leefgebied/nestplaatsen is er alternatief functioneel leefgebied/nestplaatsen beschikbaar, dit mag tijdelijk zijn maar beter is het meteen een definitieve locatie te realiseren; Er dienen per nestlocatie, 2 nieuwe duurzame voorzieningen voor huismus te worden gerealiseerd in de buitenschil van de nieuwbouw op de betreffende locatie. In totaal gaat het om minimaal 8 maal 2 nestvoorzieningen. De voorzieningen dienen qua karakteristieken en locatie zoveel mogelijk overeen te komen met de oorspronkelijke
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
71
nestlocatie. Voor huismus is daarbij van belang dat voorzieningen geclusterd worden gerealiseerd; Om verkeersslachtoffers te voorkomen adviseren we om de compensatielocatie niet nabij drukke wegen aan te leggen of om maatregelen te nemen om te voorkomen dat de mussen laag over de weg de wegen oversteken.
Boomvalk en sperwer Als gevolg van de ingreep wordt een deel van het essentieel foerageergebied van de boomvalk en sperwer aangetast waardoor nestplaatsen van deze soorten mogelijk hun functie verliezen. Dit is een overtreding van de Wnb. De Gedragscode soortbescherming geldt niet voor aantasting van nestplaatsen van roofvogels. Er is een ontheffing nodig van de Wet natuurbescherming. Als gevolg van de ingreep in het plangebied en de toekomstige aanpassing van afrit 38 wordt een broedlocatie van de sperwer aangetast. Geadviseerd wordt om één integraal compensatieplan te maken waarmee negatieve effecten op zowel de boomvalk en sperwer als gevolg van beide ingrepen wordt voorkomen. Daarnaast is het belangrijk maatregelen te nemen om verstoring van de vogels in de kwetsbare periode voortplantingsperiode te voorkomen. Er zijn diverse maatregelen die zorgen voor behoud en uitbreiding van het aanbod aan nestplaatsen van de sperwer en het foerageergebied van de boomvalk en sperwer: Sperwers maken jaarlijks een nieuw nest in een geschikte boom of forse struik. Het roekenbosje biedt momenteel een beperkt aanbod aan nestbomen. Het aantal nestbomen kan vergroot worden door de aanplant van dichte hoge struiken (7-8 m hoog) van meidoorn en veldesdoorn op rustige en open locaties in het bosje.
Zorg dat het bosje geen recreatieve functie krijgt (bijvoorbeeld looprondje vanuit de bedrijven) en scherm de infrastructuur af met de aanplant van groen. Behoud geschikte nestbomen (inclusief hoge begroeiing daaromheen als beschutting) rondom Griftdijk 244 (Mussenhut). Plant op en rondom het toekomstige bedrijventerrein De Grift op rustige en donkere plaatsen bosjes aan met geschikte nestplaatsen voor sperwer. Deze bosjes zijn ook geschikt foerageergebied voor de boomvalk en sperwer. 4.10.2.3 Ontheffing Voor de boomvalk en sperwer is een ontheffing van de Wnb nodig om de beoogde ontwikkelingen mogelijk te maken. Als de benodigde compensatie van het foerageergebied uitgevoerd wordt volgens kennisdocumenten en andere beschikbare protocollen, zijn er geen knelpunten voor de ontheffingverlening. Voor vogelsoorten beschermd door de Vogelrichtlijn (waaronder de sperwer en boomvalk) kan alleen een ontheffing worden verleend als de ingreep valt onder een in de wet genoemd belang (bijvoorbeeld belang van volksgezondheid of openbare veiligheid).
4.10.3 Conclusie Indien ontheffing wordt verkregen voor de boomvalk en sperwer vormt het aspect flora en fauna geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
72
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
4.11 Duurzaamheid en klimaatadaptatie 4.11.1 Duurzaamheid 4.11.1.1 Toetsingskader Eén van de vier hoofdopgaven van de Omgevingsvisie is het streven naar een duurzame stad. Nijmegen heeft de ambitie voorop te lopen op het gebied van duurzaamheid en toekomstbestendigheid. We gaan uit van duurzaam grondgebruik, waarbij ontwikkelingen waarde aan de stad toevoegen en een bijdrage leveren aan het oplossen van onze grote opgaven. Circulair bouwen, klimaatadaptatie, natuurinclusief bouwen en energieneutraal zijn hierbij centrale (samenhangende) thema's. De hoofdambities van Nijmegen voor duurzaamheid richten zich op de energietransitie (streven energieneutraal in 2045), stimulering van circulaire economie (streven circulaire regio in 2050) en klimaatadaptatie (streven volledig klimaatneutrale stad in 2050). Energieneutraal Nijmegen heeft de ambitie om uiterlijk in 2045 energieneutraal en aardgasvrij te zijn. Energiebesparing is een eerste vereiste om de energievraag te minimaliseren. Het gaat daarbij om het minimaliseren van zowel de energievraag van gebouwen als die van bedrijfsprocessen. De energie die we dan nog gebruiken wekken we zoveel mogelijk duurzaam op. Uitgangspunt van de gemeente Nijmegen is dat bij nieuwbouw alle daken zoveel mogelijk vol komen te liggen met zonnepanelen. Alle daken dienen dan ook geschikt te zijn voor zonnepanelen.
De uitbreiding van De Grift heeft de potentie om een energieopwekkend bedrijventerrein te worden. Een minimumambitie hierbij is het benutten van beschikbare dakvlakken voor zonne-energie en het gebruik van duurzame energie en duurzame mobiliteit door de te vestigen functies. We streven naar slimme, lokale energieoplossingen, bijvoorbeeld door lokale, duurzame energie tijdelijk op te slaan en vraag en aanbod onderling af te stemmen. Aardgasvrij De nieuw uit te geven kavels op de Grift vallen binnen het concessiegebied van het warmtenet. Bedrijven die zich hier vestigen zijn verplicht om aan te sluiten op het warmtenet. De locatie is onder voorwaarden tevens geschikt voor warmte-koude-opslag. Circulaire stad De regio Arnhem-Nijmegen wil zich profileren als circulaire regio. Vanaf 2030 wil de regio minimaal 50% circulair bouwen om uiteindelijk in 2050 te komen tot een circulaire leefomgeving. We streven ernaar om zoveel mogelijk circulair, modulair en losmaakbaar te bouwen. Bij voorkeur wordt gebruik gemaakt van hernieuwbare organische bouwmaterialen (bijvoorbeeld hout, hennep, vlas, etc.). De GPR methodiek kan gebruikt worden als ontwerptool en beoordelingsmethodiek om de duurzaamheid van gebouwen in beeld te brengen.
In de Grond- weg en waterbouw onderschrijft Nijmegen de uitgangspunten van het manifest duurzaam GWW; samen met onze ketenpartners willen we de verduurzaming in de sector structureel aanjagen. Voor het afwegen van duurzame keuzen maken we o.a. gebruik van het ambitieweb en Dubocalq. Uitgangspunt is om zo min mogelijk verharding toe te passen en waar verharding nodig is te kijken naar meer duurzame oplossingen, zoals klinkers of duurzaam asfalt.
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
73
4.11.1.2 Toetsing en conclusie Met een Chw-bestemmingsplan wordt vooruit gelopen op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Zodoende zijn in de regels van dit bestemmingsplan technische eisen gesteld aan bedrijfsgebouwen. Daarin is onder meer bepaald dat het dakvlak van gebouwen constructief en conform de eisen voor brandveiligheid geschikt voor de toepassing zonnepanelen op het dakvlak, inclusief de daarbij behorende technische installaties, waarbij geldt dat het volledige dakvlak moet kunnen worden benut voor het opwekken van zonne-energie. Gelet op het voorgaande draagt de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift bij aan de duurzaamheidambities van de gemeente Nijmegen.
4.11.2 Klimaatadaptatie 4.11.2.1 Toetsingskader Door klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen toe. De afgelopen zomers zijn er verschillende hitterecords gebroken en komt hevige regenval steeds frequenter voor. Dat levert risico's op voor onze economie, gezondheid en veiligheid. Anticiperend op het veranderende klimaat heeft de rijksoverheid het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie in het leven geroepen. Hierdoor hebben gemeenten, waterschappen en provincie de verplichting de opgave voor ruimtelijke adaptatie in beeld te krijgen en te bepalen welke maatregelen noodzakelijk zijn voor een klimaatbestendige en water robuuste inrichting. Met de regio is vervolgens vanaf 2017 aan de slag gegaan om middels stresstesten en risicodialogen een strategie op te stellen. De regio is gevoelig tot zeer gevoelig voor hitte, droogte en wateroverlast. In 2018 heeft de regio deze kwetsbaarheden digitaal in kaart gebracht in een regionale klimaateffectatlas. De regio's Rijk van Nijmegen en Land van Maas & Waal hebben met de Provincie Gelderland, het Waterschap Rivierenland en met regionale stakeholders de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) opgesteld. Op 26 maart 2019 heeft het college de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) vastgesteld.
In deze strategie staat beschreven wat de ambities en doelstellingen zijn voor de korte en langere termijn en hoe we binnen de regio met klimaatadaptatie aan de slag willen gaan. In de RAS zijn zes actiethema's benoemd om de uitdagingen aan te pakken. De ambitie is om het liefst in 2035 en uiterlijk 2050 een klimaat bestendige regio te zijn. De gemeente Nijmegen is gestart met het vertalen van de RAS naar een Lokale Adaptatie Strategie met lokale ambities en opgaven. In 2022 moet duidelijk zijn welke maatregelen we moeten nemen om de negatieve effecten van de klimaatverandering beter op te kunnen vangen in de stad. Daarnaast ontwikkelen we nieuwe normen op het gebied van klimaatadaptatie en stellen we prioriteitsgebieden vast als uitwerking van de Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging'. In de omgevingsvisie is klimaatadaptatie een randvoorwaarde: we willen de negatieve effecten van klimaatverandering en hittestress zoveel mogelijk minimaliseren. Bij het ontwikkelen van de stad zien we daarom klimaatadaptatie als randvoorwaarde. Nijmegen is uiterlijk in 2050 een klimaatbestendige stad, die goed is voorbereid op de gevolgen van hitte, droogte en wateroverlast. In het GRP 2017-2023 ligt het accent op klimaatadaptatie en op de visie om als stad klimaatbestendig te zijn in 2050. Daarom zal extra aandacht aan duurzame stedelijke
74
ontwerp bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift