Toelichting Koudenhoek Noord 1
Tekst van het document
bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1 Toelichting
Versie: vastgesteld
Colofon bestemmingsplan
Koudenhoek Noord 1 IDN: NL.IMRO.0268.BP26201-ON01
Gemeente Nijmegen
Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl
Toelichting
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
3
4
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
Inhoudsopgave Toelichting
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
7 7 7 8 8
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3
Planbeschrijving Beschrijving huidige situatie Beschrijving toekomstige situatie Stedenbouwkundige karakteristieken
11 11 11 12
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Beleidskader Relevant rijksbeleid Relevant provinciaal beleid Relevant gemeentelijk beleid
13 13 14 14
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
Sectorale aspecten Vormvrije m.e.r-beoordeling Bedrijven en milieuzonering Geluid Trillingshinder Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten (OOO) Bodem Water Flora en Fauna Cultuurhistorie en archeologie Verkeer en parkeren Duurzaamheid en Klimaatadaptatie
19 19 21 22 22 23 24 25 26 28 29 33 41 49 51
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3
Juridische planbeschrijving Inleiding Systematiek van de planregels Beschrijving per bestemming
57 57 57 57
Hoofdstuk 6 6.1
Economische uitvoerbaarheid Financiële haalbaarheid
59 59
Hoofdstuk 7 7.1 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Overleg
61 61 61
Bijlagen bij toelichting
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
5
Bijlage 1
Berekening externe veiligheid
Bijlage 2
Trillingsonderzoek
Bijlage 3
Sportomgeving externe veiligheid spoor
Bijlage 4
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek
Bijlage 5
Nader onderzoek Dijkstraat 1
Bijlage 6
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 7
Quickscan Wet natuurbescherming Koudenhoek te Nijmegen
Bijlage 8
Quickscan Wet natuurbescherming Citadel college te Nijmegen
Bijlage 9
Toetsing bestemmingsplan Koudenhoek
Bijlage 10
Stikstofrapport Koudenhoek Noord 1
6
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Nijmegen heeft de ambitie dat elke Nijmegenaar een leven lang met plezier kan sporten en bewegen. Om deze ambitie te bereiken hebben we onder andere tot doel om een aantrekkelijke, groene, uitdagende, gevarieerde en veilige buitenruimte te realiseren die uitnodigt tot spelen, bewegen en ontmoeten. Met het plan wordt beoogd om een multifunctionele sportomgeving te realiseren met onder andere korfbal-, tennisvelden en sport- en speelfaciliteiten.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Dijkstraat in Oosterhout. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door de Margaretha van Mechelenweg en aan de westzijde, op afstand, door de Griftdijk. Aan de zuidzijde wordt de grens gevormd door de Dijkspelfaciliteiten straat. De gronden in het plangebied zijn kadastraal bekend als gemeente Nijmegen sectie F, nummers 10, 11, 12 ged., 14 ged., 16 ged., 39 ged., 40, 41, 256, 257. Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 24468 m². Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is ingetekend op de verbeelding van dit bestemmingsplan.
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
7
1.3
Vigerend bestemmingsplan
De vigerende bestemmingsplannen betreft de bestemmingsplannen 'Buitengebied Dorp Lent', 'Nijmegen Broodkorf Zuid', 'Nijmegen Prins Mauritssingel' en 'Toeleveringscentrum voor de tuinbouw, Dijkstraat-Griftdijk Noord te Lent'. Verder vigeren er de volgende facetbestemmingsplannen 'Facetbestemmingsplan kamerverhuur', 'Facetbestemmingsplan Parkeren' en 'Facetbestemmingsplan Archeologie'. De beoogde ontwikkeling past niet in de vigerende bestemmingsplannen, omdat de bestemmingsplannen de ontwikkeling van een multifunctionele sportomgeving niet mogelijk maken. Onderhavige bestemmingsplanherziening vormt vanwege deze strijdigheid met het vigerend bestemmingsplan het juridisch en planologisch kader voor de beoogde ontwikkeling.
1.4
Leeswijzer
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en gaat vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan.
8
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met (separate) bijlagen. De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.). Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 'Planbeschrijving', dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving. Daarnaast worden de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op een rij gezet. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Er wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt verslag gedaan van het (voor)overleg en de zienswijzen.
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
9
10
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Beschrijving huidige situatie
Het plangebied is in het verleden gebruikt als boomgaard, glastuinbedrijf en als terrein voor opslag voor potgrond. De laatste jaren heeft het terrein grotendeels braak gelegen en is deels gebruikt voor de huisvesting van de zgn. stadsnomaden. Binnen het plangebied bevonden zich meerdere kassen. Aan de Dijkstraat 1 bevindt zich een tuincentrum.
2.2
Beschrijving toekomstige situatie
Sport en bewegen De gemeente Nijmegen heeft de ambitie dat elke Nijmegenaar een leven lang met plezier kan sporten en bewegen. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in de Nota Sport en Bewegen 2017-2020 (De tweede helft) en dit wordt verder verstevigd in de geactualiseerde sport-en beweegnota. Dit sluit ook aan bij de Omgevingsvisie, de Gezondheidsagenda Samen op weg 2021-2024, het Gelders Sportakkoord 2.0 en het Nijmeegs Sportakkoord. Om deze ambitie te bereiken hebben we onder andere tot doel om een aantrekkelijke, groene, uitdagende, gevarieerde en veilige buitenruimte te realiseren die uitnodigt tot spelen, bewegen en ontmoeten. Daarnaast gaan we in Nijmegen voor duurzame multifunctionele sportaccommodaties die geschikt zijn voor een breder en intensiever gebruik. Hierbij volgen we de kaders die zijn vastgelegd in de nota buitensportaccommodatiebeleid. Accommodatie en hun gebruikers (2018-2022) en de geactualiseerde beleidsnota sport & bewegen. Multifunctionele sportomgeving Om bovenstaande ambities waar te maken realiseren we in Koudenhoek een multifunctionele sportomgeving waarbij we elementen van sport, bewegen, spelen en ontmoeten samen laten komen.
We creëren een buitensportvoorziening die (grotendeels) openbaar toegankelijk is voor bewoners en sportverenigingen, beschikbaar is voor het onderwijs voor buitensportactiviteiten, een diversiteit aan sporten mogelijk maakt, breed toegankelijk is (inclusief) en waar sport en bewegen kan worden ingezet als middel om maatschappelijke vraagstukken als gezondheid, overgewicht, integratie, sociale cohesie en verdraagzaamheid aan te pakken. De sportomgeving huisvest twee sportverenigingen. Korfbalvereniging Keizer Karel zal naar deze sportomgeving verhuizen en twee korfbalvelden, kleedkamers en clubhuis tot zijn beschikking krijgen. Omdat we de ambitie hebben om onze buitensportaccommodaties multifunctioneel inzetbaar te maken, zal het clubhuis meerdere maatschappelijke functies kunnen vervullen in de toekomst. We ontwerpen deze sportomgeving en faciliteiten voor de korfbal vanuit een visie op breed motorisch bewegen, waarbij de verschillende grondvormen van bewegen terugkomen in het ontwerp van het gehele gebied. Nijmegen-Noord is de plek in onze stad waar de sterkste groei plaats vindt de komende jaren. Onze inwoners in Noord moeten ook gefaciliteerd worden in hun mogelijkheden om te sporten, bewegen en te ontmoeten. Met de komst van dit nieuwe sportgebied en de verhuizing van korfbalvereniging Keizer Karel dragen we hier aan bij.
Ook zal tennisvereniging Lent naar deze sportomgeving verhuizen. Zij krijgt hier ruimte tot haar beschikking voor twee tennisvelden en een clubhuis met kleedruimte.
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
11
2.3
Stedenbouwkundige karakteristieken
Centraal in de sportomgeving liggen de beide verenigingen met hun velden en clubhuizen. De sportaccommodatie (velden en clubhuizen) zullen worden ingepast in, en aansluiten bij, het stedenbouwkundig plan voor de nieuw te ontwikkelen wijk Koudenhoek noord. Dit woongebied gaat gekenmerkt worden door een sterke landschappelijke opzet. Een nieuw aan te leggen gevarieerd landschap vormt de groene drager van de wijk. Het sportcluster grenst met haar noord en west zijde hieraan. De overgang zal landschappelijk worden vormgegeven met hoogteverschillen en beplanting. Hierin zal tevens de benodigde waterberging worden opgenomen. De sportomgeving past zo in de parkachtige groene setting van het totale gebied. Aan de westzijde van de sportomgeving loopt de snelfietsroute die slingerend van noord naar zuid v.v. door Koudenhoek loopt en aansluit op de wijk Grote Boel. Aan de westzijde loopt de fietsroute langs de sportvoorziening en sluit aan op de rotonde op de hoek Dijkstraat en van Mechelenweg. Hier komen verschillende fietsroutes samen. Zij zorgen voor een goede bereikbaarheid van de voorzieningen (VMBO Citadelcollege en sportcluster) en de andere delen van de Waalsprong. De route is onderdeel van de snelle doorgaande fietsverbinding tussen Nijmegen en Arnhem (RijnWaalpad west). De sportvoorzieningen zijn per auto bereikbaar via de Griftdijk en de Dijkstraat.
Parkeren gebeurt centraal op een gezamenlijke parkeervoorzienig voor sport en onderwijs. Deze parkeervoorziening wordt direct ontsloten vanaf de Dijkstraat.
12
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Relevant rijksbeleid
3.1.1
Rijksbeleid
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) heeft het Rijk haar ambities voor ruimte en mobiliteit tot 2040 vastgelegd en schetst zij haar doelen, belangen en opgaven tot 2028. Dit doet het Rijk op basis van de (inter)nationale ontwikkelingen die de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven richting 2040 bepalen. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Het Rijk kiest voor een aanpak waarbij zij de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk brengt bij degene die het aangaat. Het Rijk komt met een selectievere inzet van rijksbeleid en heeft 13 onderwerpen van ‘nationaal belang’ afgeleid. Voor deze onderwerpen wordt centrale sturing nodig geacht. Het Rijk is hiervoor verantwoordelijk en wil hiervoor haar bevoegdheden inzetten. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. In vergelijking met eerder rijksbeleid wordt veel aan lagere overheden overgelaten. Planologische besluiten worden niet meer preventief getoetst op de naleving van nationale normen, tenzij het de directe belangen van Rijkswaterstaat, het ministerie van Defensie en het ministerie van EL&I inzake weg- en waterbeheer, defensieterreinen of Rijksinpassingsplannen voor energie-infrastructuur betreft.
3.1.2
Ladder duurzame verstedelijking
Per 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voortaan geldt een onderbouwing op basis van “behoefte” (in plaats van 'actuele regionale behoefte'). Dit houdt in dat de reikwijdte van de stedelijke ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt, leidend is voor het ruimtelijk verzorgingsgebied waarbinnen de Laddertoets moet worden gedaan . Ook is dit leidend voor het al dan niet plegen van regionale afstemming. Zowel bij een ontwikkeling binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied blijft het van belang de behoefte te onderbouwen (ook al lijkt artikel 3.1.6, lid 2, Bro anders te suggereren). De derde trede van de eerdere Ladder onderbouwing (de eis dat gemotiveerd moet worden in hoeverre ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied passend zijn of worden ontsloten) is geschrapt. Er is een nieuw onderdeel toegevoegd aan artikel 3.1.6 (lid 3) Bro waarmee de Laddertoets bij flexibele planvormen (wijzigings- of uitwerkingsplan) kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan. Blijkens de Nota van Toelichting (2017) worden onder "andere stedelijke voorzieningen" als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro, verstaan: accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure.
De in het plan voorziene activiteiten betreffen sportvoorzieningen voor outdoor sport zodat de ontwikkeling kan niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is.
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
13
3.1.3
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit beleid.
3.2
Relevant provinciaal beleid
3.2.1
Provinciale Omgevingsvisie Gelderland
In de Omgevingsvisie Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied is de te koesteren waarde en kracht van Gelderland als sportieve regio relevant. De Kracht van Gelderland is ook dat zij de bakermat is van veel nieuw talent in Nederland. Of het nu gaat om kunst of sport. Op beide vlakken biedt Gelderland een podium.
3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
De doelstellingen uit de Omgevingsvisie zijn juridisch vertaald in de Omgevingsverordening Gelderland (maart 2021). De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de Provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De Omgevingsverordening heeft de status van een Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening.
3.2.3
Conclusie
Bij de verschillende deelparagrafen is nog ingegaan op het beleid dat specifiek op het betreffende thema van toepassing is. Het gemeentelijk beleid is afgestemd op het provinciaal beleid. Geconcludeerd kan worden dat dit bestemmingsplan past binnen het provinciale beleid.
3.3
Relevant gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging'
In de Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging' beschrijft de gemeente haar visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de stad tot 2040. De Omgevingsvisie gaat om meer dan alleen ruimtelijke aspecten, zo beschrijft de visie hoe de inrichting van de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan sociale, maatschappelijke en economische doelen. De Omgevingsvisie vervangt sectorale beleidsvisie voor thema's die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Hiermee biedt de Omgevingsvisie één integraal document met de kaders voor het ruimtelijk beleid van Nijmegen. De Omgevingsvisie bouwt o.a. voort op bestaand beleid, en de structuurvisie uit 2013. In oktober 2020 is de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Door actualisatie blijft de Omgevingsvisie actueel.
14
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
De Omgevingsvisie dient 4 doelen: 1. 2. 3. 4.
Een kader en inspiratie bieden voor initiatiefnemers uit de stad Het geven van spelregels voor afstemming met de omgeving bij ontwikkelingen Het in samenhang presenteren van de Nijmeegse ambities, als uitgangspunt bij het werk van medewerkers van de gemeente Te gebruiken als sturingsinstrument voor het college van B&W en de gemeenteraad bij ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen
Uitgangspunt: Groei binnen de bestaande stad De Omgevingsvisie constateert dat Nijmegen tot 2040 blijft groeien in aantal inwoners, werknemers en bezoekers. Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie is het streven om die toekomstige groei te accommoderen binnen de bestaande grenzen van de stad. Zo blijft het aantrekkelijke landschap rondom de stad behouden en helpt verdichting bovendien om het draagvlak voor voorzieningen in stand te houden. Ruimte voor nieuwe woningen en werkgelegenheid wordt dus gezocht binnen de bestaande stadsgrenzen, waarbij de focus ligt op de volgende gebieden: Waalsprong, Waalfront, centrum/stationsomgeving, Kanaalzone/Winkelsteeg en campus Heyendaal. Opgaven en ruimtelijke keuzes 4 opgaven en 8 richtinggevende keuzes staat centraal in de Omgevingsvisie (zie figuren). Nieuwe ruimtelijke initiatieven dienen altijd bij te dragen aan de 4 grote opgaven uit de Omgevingsvisie, en bij voorkeur aan meer dan één tegelijkertijd.
4 opgaven De Economisch veerkrachtige stad, Sociale en gezonde stad, Aantrekkelijke stad, en Duurzame stad zijn de vier opgaven die de basis vormen van het bestuursakkoord (2018-2022) en de Omgevingsvisie. Van hieruit wordt de ontwikkeling van de stad bekeken en worden onze ambities geformuleerd. 1.
Economisch veerkrachtige stad We gaan onze economische kansen beter benutten. We willen dat de banengroei in onze stad zich gaat verhouden tot de bevolkingsgroei en mobiliseren ons onbenutte potentieel. Dit doen we met de stad én met de regio, die de motor is van onze economische groei. We hebben economisch sterke sectoren in de stad, maar we hebben ook dringend behoefte aan meer werkgelegenheid voor zowel hooggeschoolden als voor praktisch werkenden.
2.
Sociale en gezonde stad
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
15
Nijmegen is en blijft een sociale stad. We werken aan gevarieerde, gemengde wijken en willen sociale tegenstellingen en maatschappelijke onvrede verkleinen. 3.
Aantrekkelijke stad Nijmegen is een prachtige stad en dat blijven we. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. We willen onze sterke identiteit als stad met historie in een groene omgeving behouden en uitdragen. Nijmegen staat landelijk in de top 3 van steden met het hoogste percentage woningtekort. We blijven groeien. Het aantal ouderen neemt toe, maar er vestigen zich ook meer jongeren. Deze voor Nederland bijzondere dubbele groei vraagt veel van onze stedelijke voorzieningen.
4.
Duurzame stad Nijmegen loopt voorop in de uitvoering van de duurzaamheidsopgaven voor Nederland. We hebben de ambitie en de potentie om samen met de regio koploper op het gebied van duurzaamheid en circulariteit te blijven. De oplossingen die we samen met de stad en regio uitwerken voor de energietransitie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en circulaire economie zijn ook voor de rest van het land van belang.
8 richtinggevende keuzes De 4 opgaven voor Nijmegen zijn goed te combineren, we kijken daarom naar integrale oplossingen. Waarbij we een vraagstuk vanuit meerdere invalshoeken benaderen en de oplossing bijdraagt aan het oplossen van meerdere problemen. Hieronder de kern van de richtinggevende keuzes uit de Omgevingsvisie. 1.
Compacte, dynamische stad: Omdat we de impact van groei op de omgeving zo klein mogelijk willen houden ligt de nadruk op verdichting. De groeiopgave willen we benutten om kwaliteit toe te voegen aan de stad, o.a. door meer functiemenging, informele werkmilieus en transformatie. Stedelijke knooppunten, daar waar voorzieningen, werklocaties en vervoersstromen samenkomen, zijn kansrijke plekken voor verdichting en functiemening. Bij nieuw te bouwen woningen verschuift het accent naar een- en tweepersoonshuishoudens, waaronder betaalbare woningen voor studenten, starters, ouderen en kwetsbare doelgroepen. Voor nieuwe kantoren is vooral het stationsgebied kansrijk. Brabantse Poort en Campus Heyendaal beschouwen we als toekomstbestendige kantoorlocaties. Voor onder meer logistiek en de maakindustrie ontwikkelen we in overleg met regio bedrijventerrein de Grift. Het Engieterrein wordt herontwikkeld voor watergebonden bedrijvigheid en bedrijven die duurzame energie opwekken. Op de campussen richten we ons op herontwikkeling, intensivering en functiemenging. In Winkelsteeg onderzoeken we de mogelijkheden voor een gemengd stedelijk milieu, daarbij rekening houdend met de perspectieven en ontwikkelmogelijkheden van bestaande en toekomstige bedrijvigheid.
2.
Toekomstbestendige wijken Om tot een inclusieve en vitale stad te komen, streven we onder meer naar een goede mix van allerlei typen woningen en woonmilieus in sociale huur, huur en koop. In combinatie met de daarbij passende, bereikbare en goed toegankelijke voorzieningen. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen staan de leefwereld, het welbevinden en de gezondheid van inwoners centraal. Tijdelijke functies en initiatieven ondersteunen we om verbeteringen te realiseren.
3.
Groene, gezonde stad We willen als stad bijdragen aan de gezondheid van onze inwoners en het verbeteren van de biodiversiteit. Een gezonde leefomgeving is daarbij een belangrijk integraal thema, waarbij het o.a. gaat om luchtkwaliteit, geluidsbelasting, hitte, groen en water, bewegen en
16
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
mobiliteit, ontmoeten en voorzieningen. Dichtbij huis zijn er mogelijkheden om te ontmoeten, wandelen, spelen en sporten. Daarvoor ontwikkelen we o.a. een netwerk van aantrekkelijke beweegroutes op stad- en wijkniveau. 4.
Duurzame mobiliteit In de regio Arnhem-Nijmegen werken we gezamenlijk aan duurzame mobiliteit en bereikbaarheid. Het gaat om het inzetten en stimuleren van schone vervoersmiddelen en het efficiënter benutten van vervoer. Om de stad te laten groeien zonder mobiliteitsproblemen te laten ontstaan zetten we in op: lopen, fiets, OV en Mobility as a Service. Met deze vervoersvormen kunnen we een aantal maatschappelijke doelen bereiken. Duurzame mobiliteit brengt mensen in beweging, is goed voor de gezondheid en luchtkwaliteit, versterkt sociale cohesie, creëert gelijke kansen, versterkt de economische structuur en draagt bij aan de beleving van de stad.
5.
Energieopgave Ons doel is dat Nijmegen uiterlijk in 2045 energieneutraal en aardgasvrij is. Samen met andere gemeenten, waterschappen en de provincie stellen we een Regionale Energie Strategie (RES) op. Hierin maken we keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor nodige opslag- en energie infrastructuur. De RES geeft met zoekgebieden aan welke gebieden in de regio geschikt zijn voor de opwekking van hernieuwbare energie.
6.
Groter centrumgebied De komende jaren werken we aan de verbreding van het centrum naar de gebieden rondom de Waal. Onder de noemer 'Nijmegen omarmt de Waal' realiseren we verschillende projecten en ontstaat hier een variatie van nieuwe gemengde milieus en hebben de rivieroevers een belangrijke openbare functie. Het gaat o.a. om de Stationsgebied, NYMA, Hof van Holland, Waalkade, Valkhofkwartier, Vlaams Kwartier, en Burchtstraat/Augustijnenstraat.
7.
Sterke campussen De komende jaren blijven we investeren in de clusters Health & high Tech om nieuwe banen te creëren. We willen ruimte bieden aan nieuwe bedrijven en meewerken aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dit doen we mede door te investeren in uitstraling en kwaliteit en door de mogelijkheden voor intensivering en functiemenging op campussen te onderzoeken. De Novio Tech Campus, Campus Heyendaal en de binnenstad zijn sterke campussen in Nijmegen.
8.
We omarmen het kanaal We zien een samenballing van opgaven rondom het Maas-Waalkanaal. Hier zien we kansen voor intensivering en transformatie in de huidige woongebieden in Dukenburg, Lindenholt, Neerbosch-Oost, Hatert, groene gebieden en de werkgebieden Winkelsteeg en Oost-Kanaalhavens. Door de Kanaalzone tot ontwikkeling te brengen werken we o.a. aan een betere verbinding van Dukenburg en Lindenholt met de rest van de stad en geven we de bestaande wijken rondom het kanaal een impuls. De transformatieopgave vraagt om verdere verkenning en onderzoek.
In relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied is het volgende beleid uit deze Omgevingsvisie relevant; het bouwen aan een groene, gezonde stad.
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
17
3.3.2
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan dit beleid omdat het realiseren van sportvelden bijdraagt aan een gezonde en groene stad met mogelijkheden om te ontmoeten, wandelen, spelen en sporten.
18
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
Hoofdstuk 4 4.1
Sectorale aspecten
Vormvrije m.e.r-beoordeling
Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in eerste kolom van de zogenaamde D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. De realisatie van de woningen kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject, maar blijft ruim onder de drempelwaarde. Dit neemt niet weg dat in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Dit dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria: 1. Kenmerken van het project; 2. Plaats van het project; 3. Kenmerken van het potentiële effect. In de afgelopen jaren zijn diverse delen van de Waalsprong bebouwd. Een van de laatste grote gebieden die nog definitief moet worden ingevuld is gebied Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf (nu genaamd Koudenhoek). Zie ligging in onderstaande figuur.
Globale ligging plangebied met oude naam 'Broodkorf' voor het plangebied 'Koudenhoek'. In de rode cirkel het plangenied.
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
19
Het plangebied globaal begrensd
Beoordeling 1. Kenmerken van het project Het project kenmerkt zich door de ontwikkeling van een sportcluster met ruimte voor een multi-functioneel sportveld, skillsgarden, korfbalvereniging en tennisvereniging. 2. Plaats van het project Het plangebied wordt (globaal) begrensd door de Griftdijk Noord aan de westzijde, de Dijkstraat en de fietsstraat aan de zuidzijde en de Margaretha van Mechelenweg en de spoorlijn aan de oostzijde. De noordelijke gebiedsgrens wordt gevormd door de oever van de Oosterhoutse Plas. 3. Kenmerken van het potentiële effect. Het plan valt in de categorie D 11.2 “aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen” van de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage. De drempelwaarden voor een m.e.r. voor deze activiteit zijn: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
20
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
De activiteit voorziet niet in overschrijding van deze drempelwaarden. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn verderop in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Uit de afweging is gebleken dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER niet aan de orde is. Conclusie Het potentiële effect door het voorgenomen bestemmingsplan kan niet worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid die het opstellen van een MER voor de aangevraagde activiteit noodzakelijk maakt
4.2
Bedrijven en milieuzonering
In deze verantwoording zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten worden getoetst aan de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof, gevaar. Uitgangspunt hierbij is de systematiek van de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Daarnaast wordt getoetst of kan worden voldaan aan de goede ruimtelijke ordening waarbij uitgangspunt is dat sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat met het zoveel als mogelijk in stand houden van bestaande rechten van bedrijven. Deze afweging is breder dan alleen het toepassen van de VNG publicatie en betreft ook de afweging van mogelijke hinder van bijvoorbeeld licht, spuitzones, elektromagnetische velden, etc. Het plangebied maakt een multifunctioneel sportcomplex mogelijk. Het sportcomplex zelf geldt niet als geluidgevoelig object. Ook is het complex niet als geurgevoelig te beschouwen. Aan de zuidzijde ligt de nieuwe VMBO, het Citadelcollege Dijkstraat 6, en de hulpwarmtecentrale. Daarnaast ligt er nog een zend- en ontvangstinstallatie en een waterzuivering aan de westzijde van het plangebied. Van de omliggende bedrijvigheid is echter geen hinder te verwachten op het sportcomplex. Tevens wordt de bedrijvigheid die er is niet gehinderd in haar ontwikkelingsmogelijkheden. Het sportcomplex kan zelf wel mogelijk hinder veroorzaken naar de omgeving.
Volgens de VNG brochure vallen verlichte sportcomplexen in categorie 3.1 en is een afstand (richtafstand) aan te houden van 50 meter voor geluid tot aan geluidgevoelige objecten bij een rustige woonwijk. Het dichtstbijzijnde geluidsgevoelige object is de school aan de Dijkstraat 6 en dan vooral de klaslokalen in die school. De klaslokalen bevinden zich echter op meer dan 50 meter van de bestemming sport. Het is derhalve zeer onwaarschijnlijk dat enige hinder zal ontstaan in de klaslokalen door geluid het sportcomplex. Dit mede gezien het feit dat de school slechts enkele jaren oud is en goed geïsoleerd. De verlichting van het sportcomplex kan ook hinder veroorzaken naar de omgeving. Dit kan vooral leiden tot klachten in woningen in de nachtperiode waar het kan leiden tot slaapverstoring. Er liggen bij de vaststelling van dit plan echter geen objecten in de buurt waarbij dit effect relevant is. Naar verwachting zullen in de toekomst aan de noordzijde van het sportcomplex woningen worden gerealiseerd. De bestemming groen zorgt voor een ruimtelijke scheiding van het sportcomplex met deze te verwachte ontwikkeling. Het is echter niet uitgesloten dat er alsnog enige hinder ontstaat in het gebied ten noorden van het sportcomplex.
Om de kans daarop te minimaliseren wordt bij de inrichting van het sportcomplex, de keuze van de installaties (muziek, verlichting, etc.) en het gebruik van het terrein rekening gehouden met deze toekomstige ontwikkeling. Conclusie: Vanuit de milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
21
4.3
Geluid
Geluidsgevoelige bestemmingen Dit plan kent geen geluidsgevoelige bestemmingen. Een toets op basis van de Wet Geluidhinder is daardoor niet nodig. Omdat er geen geluidgevoelige bestemmingen worden gerealiseerd, hoeft er niet gekeken te worden naar de richtafstanden tot activiteiten en inrichtingen rond dit gebied. Activiteiten en inrichtingen Dit plan maakt sportactiviteiten mogelijk. De meest overkoepelende term is “veldsportcomplex met verlichting” De richtafstand tot deze functie op basis van de milieuzonering bedraagt 50 meter. Er zijn geen deelfuncties die een grotere richtafstand voorschrijven. De richtafstand wordt gemeten vanaf de rand van het complex. Een richtafstand van 50 meter is gebaseerd op een ligging nabij een rustige woonwijk. Het achtergrondgeluidsniveau wordt dan gesteld op 45 dB(A) etmaalwaarde. Is er sprake van een gemengd gebied, dan mag deze afstand verlaagd worden tot 30 meter wat gebaseerd is op een etmaalwaarde van 50 dB(A). Conclusie: Er zijn geen geluidsgevoelige bestemmingen binnen 50 meter van het geplande sportcomplex. Deze ontwikkeling is daardoor op basis van geluid mogelijk.
4.4
Trillingshinder
Het plangebied ligt nabij de spoorlijn Arnhem-Nijmegen. In opdracht van de gemeente Nijmegen heeft DGMR het onderzoek "Nijmegen Lent, Trillingsonderzoek" verricht. De centrale onderzoeksvragen waren: Voldoen de trillingsniveaus in de toekomstige woningen aan de normen uit de Richtlijn B “Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meet- en beoordelingsrichtlijn” van de Stichting Bouwresearch (SBR richtlijn-B)? Welke maatregelen kunnen toegepast worden om te voldoen aan de richtlijn?
De SBR richtlijn-B richtlijn maakt gebruik van streefwaarden die gericht zijn op hinder door trillingen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Overschrijding van deze streefwaarden dient dan ook zoveel mogelijk te worden vermeden. Trillingshinder wordt beoordeeld aan de hand van het maximaal optredende trillingsniveau (Vmax) en het gemiddeld trillingsniveau (Vper), vergelijkbaar met het maximale geluidsniveau en het langtijdgemiddelde geluidsniveau bij de beoordeling van geluid. Conclusies & maatregelen Uit het onderzoek volgt dat de waarden van Vper in de woning voldoen op een afstand van 35 meter aan de normen uit de SBR-B richtlijn. De waarden voor Vmax voldoen pas op een afstand van 62 meter aan de grenswaarden uit de SBR-B richtlijn voor de nachtperiode. Dit betekent dat zonder aanvullende maatregelen woningbouw alleen mogelijk is op een afstand van 62 meter uit het hart van het spoor.
22
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
Voor woningbouw op een afstand van 20 meter van het spoor is 3.6 dB reductie benodigd. Wat de maatregelen betreft, kan een onderscheid worden gemaakt naar maatregelen aan de baan, overdracht en ontvanger. In het trillingshinder (dat als bijlage is opgenomen bij deze toelichting) wordt verder ingegaan op de diverse maatregelen. In het juridisch deel van dit plan is een zone opgenomen waarbinnen ingebruikname van de woningen uitsluitend is toegestaan nadat middels het nemen van maatregelen wordt voldaan aan de streefwaarde uit SBR richtlijn-B richtlijn.
4.5
Luchtkwaliteit
Toetsing aan regelgeving Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteiteisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst.
Tabel: luchtkwaliteit
Jaargemiddelde grenswaarde NO2
norm 40 ìg/m3
ingangsdatum 1 januari 2015
Jaargemiddelde grenswaarde PM10
40 ìg/m3
1 juni 2011
Daggemiddelde grenswaarde PM10
max. 35 dagen/jaar > 50 ìg/m3
1 juni 2011
Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: De ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; De luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; Bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
23
overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; De ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; Er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat blootstelling aan PM2,5 schadelijker is dan blootstelling aan PM10. De kleinere deeltjes van PM2,5 dringen dieper in de longen door (WHO, 2006; Brunekreef en Forsberg, 2005). In de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit van zijn daarom sinds 2008 grens- en richtwaarden voor PM2,5 opgenomen. Voor PM2,5 geldt een Europese grenswaarde van 25 µg/m3 voor het jaargemiddelde. De WHO beschouwt deze grenswaarde als interimdoelstelling op weg naar een advieswaarde van 10 µg/m³ (WHO, 2006). Momenteel ligt een nieuwe EU-richtlijn voor luchtkwaliteit ter consultatie waarin nieuwe advieswaarden zijn opgenomen voor PM2,5; PM10 en NOx van respectievelijk 5 µg/m3, 15 µg/m3 en 10 µg/m3. Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. Het plan voorziet in de realisatie van nieuwe sportvoorzieningen die een ritgeneratie veroorzaken van afgerond 362 motorvoertuigen per etmaal.
De verkeersaantrekkende werking van het nieuwe plan veroorzaakt ten opzichte van de bestaande situatie veroorzaakt geen verslechtering van meer dan 3%. Het plan is daarmee NIBM. Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Op 16 januari 2009 is het Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze amvb wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Sportvoorzieningen zijn geen gevoelige bestemmingen. Ter plaatse van het plan worden de grenswaarden niet overschreden. De nieuwe richtwaarden van de WHO die eind december zijn aangekondigd worden nog wel overschreden. De gemeente heeft zich daarom gecommitteerd aan het Schone Lucht Akkoord. Luchtkwaliteit is geen beperking voor het plan.
4.6
Geur
Geur is geen belemmering voor de ontwikkeling.
24
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
4.7
Externe veiligheid
De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en door risicovolle transportroutes. Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden binnen het invloedsgebied. De volgende risicobronnen hebben een invloedgebied over het plangebied. Betuwelijn Het spoor van Nijmegen naar Arnhem De Waal A325 /Prins Mauritssingel
Toetsing aan Plaatsgebonden risico (PR) Onder het PR wordt verstaan de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een gevarenbron bevindt, overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen van die bron. De PR (PR*10-6) contour van de genoemde risicobronnen blijft ver van de voorgenomen ontwikkeling en vormt dus geen belemmering voor de ontwikkeling. De verantwoording van het groepsrisico Het groepsrisico geeft de kans weer op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers binnen het invloedsgebied van de beschouwde risicobron. Het groepsrisico dient verantwoord te worden. Het plangebied ligt op ongeveer 2700 meter van de Betuwelijn, en op ongeveer 1500 meter van de oeverlijn van de Waal. Op meer dan 200 meter afstand van deze bronnen is er alleen een zeer onwaarschijnlijk toxisch ongevalsscenario mogelijk welke tot over het plangebied reikt. In de beleidsvisie van februari 2014 (Beleidsvisie Externe Veiligheid Nijmegen, 2014 pagina 33) is daarvoor een verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Het plangebied ligt op ongeveer 55 meter van de Prins Mauritssingel. Hierover wordt slechts een geringe hoeveelheid gevaarlijke stoffen getransporteerd vanaf de snelweg via het Trianusplein richting de gemeente Berg en Dal en eventueel terug.
Gezien de bedrijven die aan dit traject liggen, en gezien eerdere schattingen van het vervoer op dit traject, is het zeer onwaarschijnlijk dat hier grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Hierdoor kan volstaan worden met een verwijzing naar de standaardverantwoording op pagina 34 van de beleidsvisie. Dezelfde beleidsvisie geeft aan dat het toevoegen van (zeer) kwetsbare objecten tussen de 30 en 200 meter vanaf het spoor zwaar verantwoord dient te worden. Het sportterrein dat wordt mogelijk gemaakt met dit bestemmingsplan is echter volgens het Bevi een beperkt kwetsbaar object. Dat komt onder andere door de beperkte aanwezigheidsduur van mensen ter plaatse. Sinds het vaststellen van de beleidsvisie is het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen vastgesteld. Hierdoor zijn ook landelijk afspraken gemaakt over het veilig vervoer van gevaarlijke stoffen en zijn de risico's op het spoor aanzienlijk gedaald. Voor de zekerheid is nog een groepsrisicoberekening gemaakt van te verwachte situatie met het sportpark in Koudenhoek (Bijlage Sportomgeving EV). Hieruit blijkt dat ook met alle geplande ontwikkelingen het groepsrisico ver onder de 10% van de oriëntatiewaarde blijft. De restrisico's die overblijven in het plangebied zijn het gevolg van het mogelijk optreden van een BLEVE (Boiling Liquid
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
25
Expanding Vapour Explosion) -scenario en een toxisch scenario. Gezien het feit dat het groepsrisico laag is en het transport van gevaarlijke stoffen beperkt is zijn geen aanvullende veiligheidsmaatregelen overwogen. Dit mede gezien het feit dat het sportpark een beperkt kwetsbaar object is. Conclusie Op grond van externe veiligheid is er geen belemmering voor de planontwikkeling.
4.8
Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten (OOO)
Het plangebied is verdacht op afwerp- dump- en geschutsmunitie:
Een gedeelte rondom het plangebied is al onderzocht, echter binnen het plangebied nog niet:
26
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
Werkzaamheden die in na de oorlog ongeroerde grond worden uitgevoerd dienen onder OOO-condities plaats te vinden. De gemeente Nijmegen hanteert geen minimale verticale afbakening dus het gebied wordt vanaf maaiveldhoogte als verdacht beschouwd. Gezien de mogelijke aanwezigheid van afwerpmunitie adviseer ik hierop tot de maximale diepte die de detectieapparatuur toelaat te onderzoeken. De wet- en regelgeving omtrent opsporing is vastgelegd in de CS-OOO. Dit is een voortvloeisel uit de Arbowetgeving. Dit verplicht initiatiefnemers/opdrachtgevers om werkzaamheden veilig uit te laten voeren. Conclusie: Het gebied is verdacht op afwerp- dump- en geschutsmunitie. De gemeente zal conform wet- en regelgeving het gebied onderzoeken en saneren zodat het gebied geschikt is voor ontwikkeling.
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
27
4.9
Bodem
4.9.1
Algemeen
Het bestaande bestemmingsplan wordt gewijzigd. Het bevoegd gezag moet bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis vergaren over relevante feiten en af te wegen belangen (artikel 3.2 Awb). Het vaststellen of wijzigen van een bestemmingsplan kan gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu, waaronder de bodem. Ook moet inzicht bestaan over de uitvoerbaarheid van het plan (artikel 3.1.6 Bro). Bodemverontreiniging kan hierop van invloed zijn. Daarom beoordelen wij de bodemkwaliteit in relatie tot het bestemmingsplan.
4.9.2
Bodemgesteldheid plangebied
Het plangebied is in het verleden gebruikt als boomgaard, glastuinbedrijf en als terrein voor opslag voor potgrond. De laatste jaren heeft het terrein grotendeels braak gelegen en is deels gebruikt voor de huisvesting van de zgn. stadsnomaden. Binnen het plangebied bevonden zich meerdere kassen. Aan de Dijkstraat 1 bevindt zich een tuincentrum.
4.9.2.1
Voor het tuincentrum Dijkstraat 1
De bodemkwaliteit is beoordeeld op basis van de volgende rapporten: Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek Dijkstraat 1 te Lent, d.d. 08-12-2021, Nader onderzoek Dijkstraat 1 te Lent, d.d. 24-05-2022, rapportnr. Uit deze bodemonderzoeken blijkt dat de grond in en onder de voormalige kas heterogeen verontreinigd is met bestrijdingsmiddelen (drins). De gehalten met bestrijdingsmiddelen overschrijden de interventiewaarde waardoor sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Op het terrein van het voormalige kassencomplex wordt asbesthoudend materiaal aangetroffen in de bovengrond. De gehalten blijven ruim beneden de norm voor hergebruik. Het grondwater is niet verontreinigd.
4.9.2.2
Voor de voormalige boomgaarden en opslag voor potgrond
Verkennend bodemonderzoek en asbest in bodem onderzoek Koudenhoek Noord Lent, Uit dit onderzoek blijkt: In de bovengrond worden lokaal resten puin en ander bodemvreemd materiaal aangetroffen. Analyses tonen aan dat geen sprake van ernstige bodemverontreiniging. Het grondwater bevat licht verhoogde gehalten aan barium en zink.
4.9.3
Conclusie
Samenvatting van de milieu hygiënische bodemkwaliteit Behoudens de het geconstateerde geval van bodemverontreiniging ter plaatse van de voormalig kassen, blijkt op het resterende deel van het plangebied geen sprake te zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Om de aanleg van de sportvelden mogelijk te maken dienen lokaal sanerende maatregelen
28
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
getroffen te worden. In de planexploitatie is ruimte gehouden voor de kosten voor bodemsanering.
4.10 Water De watertoets Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd. Algemeen Het plan behelst de realisatie van een sportomgeving in Koudenhoek Noord op de kadastrale percelen Nijmegen F 257 en Nijmegen F 10. Het plangebied ligt in de wijk Lent en maakt deel uit van de waterhuishoudkundige inrichting van de Waalsprong. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023, het Waterhuishoudkundig Inrichtingsplan Waalsprong (2009) en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant. Er vinden wijzingen plaats als gevolg van de voorgenomen bestemming. Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 Versterken Verbinden Vergroenen. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn.
De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels. Oppervlaktewater In de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater meer aanwezig. Grondwater Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Wel ligt het plangebied nabij de grondwaterverontreinigingslocatie van de voormalige Thermion. Op het kadastrale perceel met nummer F 40 staat de grondwaterzuiveringsinstallatie. Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bereikt worden door: een aan grondwater gerelateerde keuze van de locatie, bijvoorbeeld geen stedelijke uitbreidingen in gebieden met (kans op) hoge grondwaterstanden; maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw, bijvoorbeeld ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem, voorkomen verdichting bodemstructuur; een waterbestendig bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen, bijvoorbeeld kruipruimteloos bouwen.
Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
29
instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is. In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen. Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen. Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/. De grondwaterstand is van belang voor de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem.
Riolering Voor Koudenhoek Noord wordt een afvalwaterstelsel aangelegd dat onder vrij verval afwatert naar gemaal Woenderskamp, het stelsel wordt bepaald in de ontwerpfase. In de Dijkstraat ligt al riolering, deze riolering is uitgevoerd als gemengd stelsel. Het afvalwater van de gebouwen in het plangebied moet worden aangesloten op de openbare riolering. De locatie van de rioolaansluiting wordt in de ontwerpfase bepaald. Voor het maken van nieuwe aansluitingen op de riolering in de openbare ruimte vanaf de perceelgrens tot aan de riolering moet een aanvraag worden ingediend bij Kwaliteitsbeheer Riolering (zie www.nijmegen.nl > Diensten > Bouwen en wonen > Rioolaansluiting aanvragen). Op grond van de 'Verordening éénmalig rioolaansluitrecht' worden de kosten voor het maken van deze aansluiting op de aanvrager verhaald. Indien voor de afvoer van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden, zijn geen kosten verschuldigd. Bouwen boven gemeentelijke riolering is niet toegestaan en kan betekenen dat riolering verlegd of dat de inrichting gewijzigd moet worden. Bij hoofdtransportleidingen dient rekening gehouden te worden met niet te bebouwen stroken aan weerszijden van de leiding van 6 m. Deze eis is vastgelegd in artikel 2.5.19 van de Nijmeegse bouwverordening.
30
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
Afvalwater en hemelwater moeten gescheiden ingezameld en afgevoerd worden. Het verdient aanbeveling afvalwater en hemelwater per woning of bedrijf via eigen aansluitingen op de riolering af te voeren. Het verdient tevens aanbeveling goede afspraken te maken over de afvoer van afvalwater en hemelwater over de percelen van derden als die situatie zich voordoet en die afspraken goed vast te leggen. Voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en hemelwater dienen op particulier terrein te liggen. In alle voorzieningen moet op particulier terrein een controleput geplaatst worden. Inpandige controleputten zijn toegestaan. Hemelwater Op grond van het Bouwbesluit (artikel 6.18) moet hemelwater van daken en andere verharding in beginsel op eigen terrein verwerkt worden. Schoon hemelwater dient in de bodem te worden geïnfiltreerd. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant 'Duurzaam bouwen in het KAN' (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als Het groene akkoord. Vanuit het bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om afvalwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Afvalwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden.
Hemelwater moet in principe op eigen terrein verwerkt worden, tenzij anders is aangegeven. Voor deze ontwikkeling geldt dat hemelwater niet op eigen terrein
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
31
verwerkt hoeft te worden. Hemelwater moet bij de perceelsgrens bovengronds naar de openbare ruimte afgevoerd te worden. Het afstromende hemelwater wordt zeker niet via de bestaande vuilwaterriolering afgevoerd. In de openbare ruimte stroomt het hemelwater vooral bovengronds naar wadi's of vergelijkbare voorzieningen. In de wadi's vindt de filtering plaats. Drainageleidingen voeren het water naar oppervlaktewater af. Bij hevige neerslag kan hemelwater via slokops naar oppervlaktewater overstorten. In de berging die voor het verharde oppervlak van dit plan gerealiseerd moet worden, is al in het watersysteem van plassen en singels voorzien. Voor de deelgebieden Koudenhoek noord en Broodkorf zuid (die samen het gebied Broodkorf omvatten) wordt in de waterboekhouding vooralsnog rekening gehouden met in totaal 9,7 hectare verhard oppervlak. Het gebied Broodkorf zuid is voor 4,5 hectare verhard oppervlak verantwoordelijk, de overige 4,2 hectare verhard oppervlak liggen in het gebied Koudenhoek noord inclusief sportpark. Volgens de norm (WIW 2009) mag in het gebied Broodkorf in totaal 12,8 hectare verhard oppervlak gerealiseerd worden. Het verharde oppervlak van het deelgebied Koudenhoek noord inclusief sportpark wordt in de waterboekhouding verwerkt.
Bestemmingsplan en omgevingsvergunningsaanvraag, activiteit bouwen moeten een goedgekeurd rioleringsplan / waterhuishoudkundig plan bevatten. Hierin moet onder andere aangetoond worden dat hemelwater op de nader af te spreken locatie wordt aangeboden bij de perceelsgrens. Geen bijgevoegd goedgekeurd plan betekent een niet-ontvankelijke bouwaanvraag. Het plan dient voor de aspecten water en klimaat toekomstbestendig gerealiseerd te worden. Belangrijk is de hydraulische modellering die het ingenieursbureau RHDHV in 2018 uitgevoerd heeft. Een relevante figuur uit het betreffende rapport is de volgende die een indruk geeft van de vereiste maaiveldhoogtes. Het onderhavige plangebied ligt net buiten de scope van de uitgevoerde modellering echter een maaiveldhoogte van NAP + 10,40 m lijkt noodzakelijk. Andere hoogtes zoals minimale weg- en vloerpeilen zijn hier aan gerelateerd. Het sportpark mag niet lager komen te liggen dan de omliggende openbare en particuliere ruimte. In het ontwerp dient tevens rekening gehouden te worden met de hoogteverschillen tussen nieuwe wegen en oude structuren in het landschap die soms lager liggen die daardoor kwetsbaar zijn voor wateroverlast.
32
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
Conclusie: Binnen het plangebied is voldoende ruimte om aan het gemeentelijke beleid te voldoen. Een belangrijk aandachtspunt hiervoor is de afstemming met de toekomstige inrichting van het openbare gebied in Koudenhoek Noord.
4.11 Flora en Fauna 4.11.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming vormt het toetsingskader voor zowel de beschermde soorten, de beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden), als houtopstanden. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden.
Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden. Quick scan Om de effecten van het plan op beschermde soorten van de Wet natuurbescherming (Wnb) te beoordelen is een quickscan Wnb uitgevoerd voor Koudenhoek Noord waar dit plangebied een onderdeel van is (Quickscan Wet natuurbescherming Koudenhoek te Nijmegen, Bureau. Daaruit blijkt dat Koudenhoek Noord mogelijk een functie heeft voor teunisbloempijlstaart, steenmarter en kleine marterachtigen, vleermuizen, huismus, gierzwaluw en ransuil. Om hierover uitsluitsel te geven is aanvullend veldonderzoek uitgevoerd. Voor de sloop van het naastgelegen oude Citadel college is een quickscan uitgevoerd (. Daaruit blijkt dat de oude school mogelijk een functie heeft voor steenmarter, vleermuizen en ransuil. Om hierover uitsluitsel te kunnen geven is aanvullend veldonderzoek uitgevoerd. Bij de uitvoering van werkzaamheden dient verder rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van amfibieën en broedende vogels om overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb te voorkomen.
Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis, geldt een vrijstelling of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten. Vervolgonderzoek
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
33
In 2020 is voor Koudenhoek Noord nader onderzoek uitgevoerd naar teunisbloempijlstaart, steenmarter, vleermuizen, huismus en gierzwaluw. (Toetsing bestemmingsplan Koudenhoek. Kleine marterachtigen en ransuil maken geen deel uit van het onderzoek. Deze soorten maken deel uit van het Soortenmanagementplan (SMPN; Martens & Krijt, 2019). Uit het onderzoek blijkt het volgende; Teunisbloempijlstaart Het plangebied heeft geen functie voor de teunisbloempijlstaart. Een overtreding van de Wet natuurbescherming is uitgesloten. Steenmarter De oude school had een functie als verblijfplaats voor de steenmarter en het plangebied maakt deel uit van een territorium. Vleermuizen In de oude school is één paarverblijf van gewone dwergvleermuis aangetroffen, de overige paarverblijven bevinden zich mogelijk in het woonhuis 24 en het woonhuis van het tuincentrum. In Koudenhoek Noord zijn drie paarverblijven aanwezig die bij de sloop van de school zijn verdwenen. Het fysiek aantasten van paarverblijven van vleermuizen ziet de provincie Gelderland als een overtreding van de Wnb artikel 3.5 lid 1 en 4 daarom is een ontheffing van de Wnb aangevraagd en verleend voor de sloop van de oude school (ontwerpbesluit 1 september 2021, zaaknummer 2021-003281). • Op 9 april 2020 zijn acht vleermuiskasten aan gebouwen aan de Griftdijk-Noord geplaatst en vier kasten in bomen.