CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

toelichting_Bijlage 9 besluitvorming Wnb

Besluitronde (raadsvergadering) 11 september 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen - Woenderskamp -2 (Griftdijk Noord 21) (73/2024)4.023 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

Ontwerpbesluit Verlenen ontheffing

5 oktober 2023 Zaaknummer

2022-008978 Onderwerp

Wet natuurbescherming soortbescherming

T. Opgenoort Griftdijk Noord 21a 6663 AA LENT

Inlichtingen bij

Provincieloket 026 359 99 99 post@gelderland.nl Blad

1 van 13

Locatie

Gemeente

Griftdijk Noord 21a te Lent

Nijmegen

Activiteit

Het slopen van een woning

Beste meneer/mevrouw Opgenoort, Hierbij ontvangt u een ontwerpbesluit over bovengenoemde aanvraag betreffende een sloop en nieuwbouw waarbij verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden voor de huismus en gewone dwergvleermuis. Wij verlenen u deze ontheffing. De bijlagen zijn onderdeel van dit besluit Bijlage 1 bevat een toelichting op ons besluit. Ook zijn de voorschriften van deze ontheffing beschreven in bijlage 1. In bijlage 2 is een kaart van het projectgebied opgenomen en in bijlage 3 de locaties van de mitigerende maatregelen. Neem alle bijlagen goed door. Ontwerpbesluit U ontvangt nu het ontwerpbesluit. U mag pas met de activiteiten beginnen als u het definitieve besluit heeft ontvangen. Wij publiceren dit ontwerpbesluit op www.overheid.nl. Een ieder kan op dit besluit reageren door middel van het indienen van een zienswijze. Als wij reacties ontvangen, krijgt u hierover bericht. Wilt u een zienswijze indienen? Dat kan mondeling door contact op te nemen met het Provincieloket, telefoonnummer 026 359 99 99, schriftelijk via Gedeputeerde Staten van Gelderland, Postbus 9090, 6800 GX Arnhem of digitaal via post@gelderland.nl.

Markt 11 | 6811 CG Arnhem Postbus 9090 | 6800 GX Arnhem 026 359 99 99 post@gelderland.nl www.gelderland.nl

BNG Bank Den Haag NL74BNGH0285010824 BIC-code BNG Bank: BNGHNL2G Btw-nummer: NL001825100.B03 KvK-nummer: 51468751

Datum 13oktober september 5 20232023 Zaaknummer

2022-008978 Blad

2 van 13

Meer informatie Heeft u nog vragen? Kijk daarvoor op gelderland.nl. U kunt ook contact opnemen met het Provincieloket via telefoonnummer 026 359 99 99. Houdt u het zaaknummer van deze brief bij de hand. We kunnen u dan sneller helpen. Met vriendelijke groet, namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,

Caroline van Halteren Plv. teammanager Vergunningverlening

Documentnummers inzage stukken: 03720467, 03860476, 03989707 Bijlagen  Bijlage 1 – Toelichting besluit  Bijlage 2 – Kaart projectgebied  Bijlage 3 – Mitigerende maatregelen

Datum 13oktober september 5 20232023 Zaaknummer

2022-008978 Blad

3 van 13

BIJLAGE 1 – TOELICHTING BESLUIT

Beslissing van GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND op het verzoek van T. Opgenoort, Griftdijk Noord 21a te Lent, hierna te noemen de aanvrager, van 8 juni 2022 om een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming, hierna de Wnb. De opbouw van deze beslissing is als volgt: Allereerst worden de ingediende aanvraag en het procesverloop toegelicht; Daarna volgt het besluit met inbegrip van de voorschriften; Onder het kopje beoordeling wordt de onderbouwing van het besluit gegeven; De beslissing wordt afgesloten met een conclusie en overige verplichtingen. AANVRAAG EN PROCESVERLOOP Op 8 juni 2022 ontvingen wij een aanvraag van T. Opgenoort voor een ontheffing in het kader van hoofdstuk 3 van de Wnb op grond van artikel 3.1 lid 2 en lid 4 voor het opzettelijk vernielen, beschadigen of wegnemen van nesten, rustplaatsen of eieren en het opzettelijk verstoren van de huismus. Op 30 januari 2023 is een wijzigingsverzoek van de aanvraag ingediend waarin aanvullend een ontheffing wordt gevraagd in het kader van hoofdstuk 3 van de Wnb op grond van artikel 3.5 lid 2 en lid 4 voor het beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van vleermuizen en het opzettelijk verstoren van vleermuizen en artikel 3.10 lid 1b voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van steenmarter, wezel, bunzing en hermelijn.

De ontheffing wordt aangevraagd op basis van de in de wet genoemde belangen van de volksgezondheid of de openbare veiligheid, van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten en van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het gebied of het gebouwde. De aanvraag maakt deel uit van deze ontheffing. Er is voor het aangevraagde project niet eerder een ontheffing verleend. Er wordt geen gebruik gemaakt van een gedragscode. Op 30 januari 2023 en 21 augustus 2023 hebben wij van de aanvrager aanvullende stukken ontvangen waarom wij per brief van 20 december 2022 hebben verzocht. Deze aanvraag is nog niet getoetst aan het gebiedendeel zoals neergelegd in hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming. Naar aanleiding van de uitspraak ‘Porthos’ van 2 november 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3159) mag de zogenoemde partiële bouwvrijstelling niet langer toegepast worden, waardoor effecten van stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase niet langer vergunningvrij zijn. Mogelijk zijn er door het project/de werkzaamheden ook effecten (van stikstof) op een Natura 2000-gebied en is hier ook een vergunning Wnb voor nodig.

Indien dit het geval is, dient de aanvrager deze ook bij de provincie aan te vragen. Voor meer informatie over stikstof kunt u de website van BIJ12 (www.bij12.nl) het onderwerp “Stikstof en Natura 2000” raadplegen. Op deze aanvraag is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard.

Datum 13oktober september 5 20232023 Zaaknummer

2022-008978 Blad

4 van 13

BESLUIT Gedeputeerde Staten van Gelderland HEBBEN BESLOTEN gelet op de artikelen 3.3 lid 1, lid 4 en lid 5, 3.8 lid 1 en lid 5 en 3.10 lid 2 van de Wet natuurbescherming ONTHEFFING TE VERLENEN Aan T. Opgenoort, Griftdijk Noord 21a, 6663 AA Lent; voor de soorten, verbodsbepalingen en wettelijke belangen zoals weergegeven in tabel 1 Tabel 1 Soort(en), verbod(en) en belang(en) Soort Verbod Huismus Artikel 3.1 lid 2 Het opzettelijk vernielen of beschadigen (Passer domesticus) van nesten, rustplaatsen en eieren of het wegnemen van nesten Gewone Artikel 3.5 lid 2 Het opzettelijk verstoren dwergvleermuis (Pipistrellus Artikel 3.5 lid 4 Het beschadigen of vernielen van pipistrellus) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen

Belang A B

Ruige dwergvleermuis (Pipstrellus nathusii) Laatvlieger (Eptesicus serotinus) Steenmarter (Martes foina)

Artikel 3.10 lid 1b

het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen

B/C

Bunzing (Mustela putorius) Hermelijn (Mustela erminea) Wezel (Mustela nivalis) Belang: A. Artikel 3.3 lid 4b onder 1 van de Wnb: in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid. B. Artikel 3.8 lid 5b onder 3 van de Wnb: in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten. C. Artikel 3.10 lid 2 onder a van de Wnb: in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het gebied of het gebouwde

Aan deze ontheffing zijn op grond van artikel 5.3 van de Wet natuurbescherming de volgende voorschriften verbonden:

Datum 13oktober september 5 20232023 Zaaknummer

2022-008978 Blad

5 van 13

Algemene voorschriften 1.

De ontheffing geldt voor het plangebied zoals aangegeven in figuur 1 van bijlage 2.

2.

De werkzaamheden moeten uiterlijk 31 december 2026 zijn uitgevoerd1.

3.

De ontheffing geldt uitsluitend voor de soorten, verboden en belangen zoals weergegeven in tabel 1.

4.

De ontheffinghouder neemt direct contact op met de provincie Gelderland indien er verbodsbepalingen worden overtreden waarvoor geen ontheffing is verleend. Dit kan het geval zijn als er negatieve effecten optreden op soorten waarvoor geen ontheffing is verleend of als er onverwachte negatieve effecten van de activiteiten optreden. Dit kan via e-mailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer 2022-008978.

5.

Deze ontheffing kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de ontheffinghouder of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder blijft verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze ontheffing.

6.

De in voorschrift 5 genoemde (rechts)personen beschikken op de plaats waar de activiteiten van de ontheffing worden uitgevoerd over een (digitale) kopie van deze ontheffing, en tonen deze op verzoek aan de daartoe bevoegde toezichthouders en opsporingsambtenaren.

7.

De in voorschrift 5 genoemde (rechts)personen zijn op de hoogte van de inhoud en het doel van deze ontheffing en de daaraan verbonden voorschriften, zodanig dat zij daar ook invulling en uitvoering aan kunnen geven.

8.

Indien de ontheffinghouder de ontheffing in zijn geheel wil overdragen dan dient voor deze naamswijziging toestemming te worden gevraagd bij de provincie Gelderland, via e-mailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer 2022-008978.

9.

Minimaal twee weken voor aanvang van de werkzaamheden waardoor verbodsbepalingen worden overtreden moet melding worden gedaan bij de provincie Gelderland, via e-mailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer 2022-008978.

10. De voorgenomen werkzaamheden worden uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige2 op het gebied van de huismus, vleermuizen en (kleine) marterachtigen. 11. Minimaal twee weken voor aanvang van de werkzaamheden waardoor verbodsbepalingen worden overtreden wordt door de ontheffinghouder een ondertekende opdrachtbevestiging 1 Indien de werkzaamheden nog niet zijn afgerond op de genoemde einddatum, dient minimaal 26 weken vóór de einddatum een verlenging te worden aangevraagd via e-mailadres post@gelderland.nl onder vermelding van het zaaknummer. 2 De provincie Gelderland verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie, habitats en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en ((soort)specifieke) ecologische kennis heeft. De ervaring en kennis dient te zijn opgedaan doordat de deskundige: op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals bijvoorbeeld een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus.

Met betrekking tot soorten of specifieke soorten kan als deskundige ook iemand worden aangemerkt die: op MBO-niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt ecologie, natuurbeheer of vergelijkbaar; en/of zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied) en/of zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of -bescherming.

Datum 13oktober september 5 20232023 Zaaknummer

2022-008978 Blad

6 van 13

van de ecologische begeleiding verstrekt aan de provincie Gelderland, via e-mailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer 2022-008978. In de opdrachtbevestiging wordt een omschrijving van de ecologische begeleiding, de naam en het telefoonnummer van de ecologisch deskundige vermeld. 12. Vanaf het moment dat verstorende werkzaamheden plaatsvinden is de ontheffinghouder ervoor verantwoordelijk dat de ecologisch deskundige tijdens de ecologische begeleiding alle bevindingen bijhoudt in een logboek. In het logboek wordt vermeld op welke data de deskundige aanwezig was, welke werkzaamheden zijn uitgevoerd en begeleid, en hoeveel exemplaren en verblijfplaatsen van welke beschermde soorten op welke locatie zijn waargenomen. Tevens worden er duidelijke foto’s van de werkzaamheden en de geplaatste voorzieningen opgenomen in het logboek. Het logboek moet altijd aanwezig zijn op de projectlocatie en wordt door de ontheffinghouder op verzoek van een toezichthouder direct overhandigd. 13. Het logboek wordt door de ontheffinghouder uiterlijk twee weken na afronding van de werkzaamheden waarbij ecologische begeleiding nodig was aan de provincie Gelderland verstrekt via e-mailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van zaaknummer 2022008978. Soortspecifieke voorschriften 14.

Als na februari 2026 nog verstorende werkzaamheden plaatsvinden zonder dat hiervoor in een eerder stadium ongeschikt is gemaakt, dient een actualisatie van het ecologisch onderzoek uit 2022/2023 plaats te vinden. 15. Alle mitigerende maatregelen zoals genoemd in tabel 3 en die zijn opgenomen in bijlage 3 van deze ontheffing worden uitgevoerd. 16. De deskundige zoals genoemd in voorschrift 10 begeleidt in elk geval het plaatsen of aanbrengen van mitigerende maatregelen en het ongeschikt maken van verblijfplaatsen. 17. Voor het ongeschikt maken voor vogels of vleermuizen mogen geen zelf-expanderende vulmiddelen (zoals purschuim) worden gebruikt om gaten dicht te zetten en geen netten of andere materialen worden toegepast waarin ze verstrikt kunnen raken. 18. Als in de broedperiode gewerkt wordt dienen aanwezige broedgevallen van algemene broedvogels buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden te blijven. Een deskundige op het gebied van vogels dient te bepalen of en welke werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden. 19. De voorgeschreven voorzieningen zoals beschreven in tabel 3 moeten conform de richtlijnen uit de kennisdocumenten van BIJ12 geplaatst worden (hoogte, expositie, etc.). De ontheffinghouder ziet erop toe dat de voorzieningen duurzaam zijn en te allen tijde functioneel blijven. Huismus 20. Er wordt zoveel mogelijk buiten de broedperiode van de huismus gewerkt.

Daar waar dit niet mogelijk is, wordt de woning vóór 1 maart ongeschikt gemaakt voor huismussen. Dit gebeurt zodanig dat er geen (overwinterende) vleermuizen of andere dieren kunnen worden ingesloten.

Datum 13oktober september 5 20232023 Zaaknummer

2022-008978 Blad

7 van 13

21. De woningen waar nesten van de huismus vastgesteld zijn, worden voorafgaand aan de werkzaamheden ongeschikt gemaakt. Een deskundige op het gebied van de huismus dient de juiste methode van ongeschikt maken te bepalen. Het ongeschikt maken moet gebeuren onder gunstige omstandigheden, dat wil zeggen droog, niet-vriezend en onder 6 Bft. Na het ongeschikt maken vindt 1 dag tot maximaal 3 dagen voorafgaand aan de werkzaamheden een nadere controle plaats of de vogels echt vertrokken zijn. Indien bij de controleronde nog huismussen worden aangetroffen, worden in overleg met de ecologisch deskundige aanvullende maatregelen getroffen om de nesten ongeschikt te maken. Ook na deze maatregelen moet een controle uitgevoerd worden of de vogels echt vertrokken zijn. Deze cyclus dient net zolang herhaald te worden totdat er geen huismussen meer worden waargenomen. Indien na ongeschikt maken toch broedgevallen van huismus worden aangetroffen dienen de werkzaamheden te stoppen en de nesten ongemoeid te blijven tot de jongen uit eigen beweging het nest hebben verlaten. 22. De tijdelijk aangebrachte kasten blijven hangen tot de permanente verblijfplaatsen zijn gerealiseerd en beschikbaar zijn, waarbij rekening wordt gehouden met de gewenningsperiode. De kasten moeten duurzaam in stand gehouden worden.

Daarnaast mogen de tijdelijke kasten pas verwijderd worden op het moment dat deze niet in gebruik zijn door huismussen en buiten de meest kwetsbare broedperiode van de huismus (1 maart tot 1 september). De kasten mogen enkel verwijderd worden onder begeleiding van een ecologisch deskundige. 23. Aanwezige bomen, struiken en gevelgroen, foerageer- en drinkmogelijkheden en zandige plekken voor stofbaden worden na verwijdering opnieuw aangelegd (zie ook tabel 3). Vleermuizen 24. De te slopen woning wordt voorafgaand aan de werkzaamheden ongeschikt gemaakt. Een deskundige op het gebied van vleermuizen dient de juiste methode van ongeschikt maken te bepalen. 25. Er mag alleen ongeschikt gemaakt worden in het actieve seizoen van vleermuizen, lopend van 1 april tot 15 oktober en niet in de kwetsbare kraamperiode (niet tussen 1 mei en 15 juli). Het ongeschikt maken moet maximaal 2 weken voor de werkzaamheden worden uitgevoerd. Echter tussen het ongeschikt maken en de start van de werkzaamheden moeten wel minimaal 3 dagen zitten waarop het weer bij zonsondergang geschikt is geweest voor vleermuizen; minimaal 10 graden Celsius, weinig wind (< 5 Bft) en droog. Na deze drie dagen moet nogmaals met een avondcontrole door een vleermuisdeskundige, en bij geschikt weer voor vleermuizen, gecontroleerd worden of de vleermuizen echt vertrokken zijn.

Daar waar de werkzaamheden in de winterperiode moeten plaatsvinden, moet het ongeschikt maken en deze controle tussen 15 september en 15 oktober worden uitgevoerd. 26. Indien bij de controleronde uitvliegende vleermuizen worden waargenomen, worden in overleg met de ecologisch deskundige aanvullende maatregelen getroffen om de verblijfplaatsen ongeschikt te maken. Ook na deze maatregelen moet een controle worden uitgevoerd of de vleermuizen echt vertrokken zijn, zoals omschreven bij voorschrift 25. Deze cyclus dient net zolang herhaald te worden totdat er geen uitvliegende vleermuizen meer worden waargenomen. 27. Indien tijdens de werkzaamheden toch vleermuizen worden aangetroffen, wordt het werk ter plaatse stopgezet totdat de vleermuizen uit zichzelf vertrokken zijn. De ecologisch deskundige wordt hierbij geraadpleegd. Indien de vleermuizen niet uit zichzelf vertrekken, moet contact opgenomen worden met de provincie Gelderland om toestemming te vragen voor aanvullende maatregelen.

Datum 13oktober september 5 20232023 Zaaknummer

2022-008978 Blad

8 van 13

28. De tijdelijk aangebrachte vleermuiskasten blijven hangen tot de permanente verblijfplaatsen zijn gerealiseerd en beschikbaar zijn, waarbij rekening wordt gehouden met de gewenningsperiode. De kasten moeten duurzaam in stand gehouden worden. Daarnaast mogen de tijdelijke vleermuiskasten pas verwijderd worden op het moment dat deze niet in gebruik zijn door vleermuizen en buiten de meest kwetsbare periodes zijnde de kraamperiode (half mei tot half juli) en de winterperiode (1 november tot 1 april). De kasten mogen enkel verwijderd worden onder begeleiding van een ecologisch deskundige. 29. In de te realiseren nieuwbouwwoningen dienen minimaal 8 verblijfplaatsen voor vleermuizen gerealiseerd te worden door middel van inbouwvoorzieningen, waaronder minimaal 2 verblijfplaatsen die ook geschikt zijn voor laatvlieger. De uitvoering van deze verblijfplaatsen dient overeen te komen met de kennisdocumenten van BIJ12. Uiterlijk 4 weken voorafgaand aan de bouw van de nieuwe woningen moeten de specificaties van de uitvoering van de permanente verblijfplaatsen (o.a. type, afmetingen, locaties) worden aangeleverd via post@gelderland.nl onder vermelding van het zaaknummer 2022-008978. BEOORDELING VAN DE AANVRAAG Project De bestaande oude boerderij (1887) wordt gesloopt. Het plangebied wordt opnieuw ingericht en er worden 10 nieuwbouwwoningen gerealiseerd.

Specifiek gaat het om de volgende werkzaakheden: Het slopen van de gebouwen; Het terrein bouwrijp maken; Het bouwen van 10 nieuwe woningen; Het aanbrengen van erfverharding en beplanting. Het plangebied ligt in de wijk Woenderkamp. Deze wijk is recent gerealiseerd waar het eerst een open agrarisch landschap was. De bestaande boerderij zal in de loop van 2024 (vóór oktober 2024) gesloopt worden. Begin 2025 wordt gestart met de bouw van de nieuwe woningen. In het bij de aanvraag toegevoegde projectplan ‘Quickscan soortenbescherming’ (Exlan, 17 augustus 2023) is opgenomen: Het uitgevoerde ecologisch onderzoek en de resultaten; Een effectbeoordeling van het project; De te nemen mitigerende of compenserende maatregelen; Alternatievenafweging; Onderbouwing wettelijk belang; Beoordeling staat van instandhouding. In de aanvraag beschreven ecologische waarden en de effecten van het project op deze waarden Op 30 april 2019 en 28 april 2022 heeft een inventarisatie plaatsgevonden of aanvullend veldonderzoek noodzakelijk is. Er heeft een ecologisch onderzoek plaatsgevonden naar vleermuizen in het voorjaar van 2023. Tabel 2 geeft een overzicht van de resultaten van het uitgevoerde ecologisch onderzoek en de te verwachten effecten van het project.

Datum 13oktober september 5 20232023 Zaaknummer

2022-008978 Blad

9 van 13

Tabel 2 Resultaten ecologisch onderzoek en effectbeoordeling Aangetroffen Aantal aangetroffen Aantal verblijfplaatsen waar soorten verblijfplaatsen negatieve effecten verwacht worden Huismus 5 nestplaatsen 5 nestplaatsen Naast verblijfplaatsen van huismus zijn er in de omgeving meerdere waarnemingen van vleermuizen zoals gewone dwergvleermuis en laatvlieger geregistreerd. Ook tijdens een vleermuisonderzoek is er een gewone dwergvleermuis overvliegend waargenomen. Daarnaast zijn er in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van steenmarter en kleine marterachtigen (wezel, bunzing en hermelijn). Er heeft geen uitgebreid soortenonderzoek plaatsgevonden. Echter is de omgeving, door recente realisatie van een woonwijk rondom het plangebied, minder geschikt voor voorkomende soorten. Daarom is voor gewone dwergvleermuis, laatvlieger en marterachtigen uitgegaan van een worstcase scenario. Preventieve maatregelen De sloopwerkzaamheden worden buiten het broedseizoen uitgevoerd om doden, verwonden of verstoren van broedende vogels te voorkomen. Mitigerende maatregelen Tabel 3 geeft een overzicht van de te realiseren alternatieve voorzieningen voor de huismus, vleermuizen en marterachtigen. De voorzieningen worden aangebracht conform de richtlijnen uit de kennisdocumenten van BIJ12. In bijlage 3 van deze ontheffing zijn de locaties van de voorzieningen opgenomen.

Tabel 3 Overzicht van de te realiseren alternatieve voorzieningen Soorten waarop Tijdelijke mitigatie Permanente mitigatie negatief effect wordt verwacht Huismus Drie maanden voorafgaand aan In de nieuwe woningen wordt het de werkzaamheden moeten 7 vogelschroot boven de 2e dakpan van nestkasten met elk 3 onder geplaatst. De beschikbare ruimte nestplaatsen (Vivara Mus of onder de dakpannen moet minimaal 30 x vergelijkbaar) en 7 nestkasten 15 cm zijn met een hoogte van minimaal 8 (Vivara Travis of vergelijkbaar) cm. De diameter van de invliegopeningen binnen 200 meter van de moet minimaal 3,5 cm zijn. oorspronkelijke verblijfplaatsen zijn geplaatst. In de directe omgeving van de verblijfplaatsen dient huismusvriendelijke beplanting aangebracht te worden. Hiertoe moet in het plangebied minimaal één blijvend groene haag aangeplant worden en er moet minimaal één droge zandige plek worden gerealiseerd die geschikt is voor het nemen van een zandbad. Vleermuizen Er worden twee vleermuispalen Er worden minimaal 8 alternatieve geplaatst met elk 4 verblijfplaatsen gerealiseerd welke verblijfplaatsen. Deze dienen worden ingebouwd in de te realiseren minimaal 3 maanden woningen. De uitvoering van deze verblijfplaatsen wordt voorafgaand aan

Datum 13oktober september 5 20232023 Zaaknummer

2022-008978 Blad

10 van 13

Steenmarter en kleine marterachtigen

voorafgaand aan de sloop van de woning geplaatst te worden.

de realisatie van de nieuwbouwwoningen voorgelegd aan de provincie Gelderland.

n.v.t.

In het kader van het SMP de Waalsprong zijn maatregelen genomen, waaronder nieuw leefgebied welke geschikt is voor marterachtigen. Steenmarters kunnen naar deze gebieden uitwijken.

Beoordelingskader Tabel 4 geeft een overzicht weer van de relevante aspecten waarop getoetst is in het kader van de Wnb. Tabel 4 Beoordeling van het toetsingskader Toetsingskader Er is voldoende onderzoek uitgevoerd naar alle mogelijk voorkomende soortgroepen en alleen op de aangevraagde soorten treedt een effect op door het project. Toelichting: Er is geen volledig onderzoek uitgevoerd naar de aangevraagde soorten. Met betrekking tot de huismus zijn verschillende verblijfplaatsen aangetroffen en wordt er voldoende gemitigeerd. Met betrekking tot de gewone dwergvleermuis en laatvlieger is de planlocatie weinig geschikt en wordt gemitigeerd voor een worst-case scenario. Hiertoe hebben we extra voorschriften opgenomen in dit besluit. Met betrekking tot de marterachtigen zijn er geen indicaties waargenomen die wijzen op mogelijke verblijfplaatsen binnen het plangebied, echter zijn er in de omgeving wel waarnemingen bekend. Het plangebied is niet geschikt voor de aanleg van takkenhopen of struwelen, echter worden in de omgeving maatregelen genomen in het kader van het SMP Waalsprong. Zo worden op meerdere plekken struwelen, houtwallen en takkenrillen geplaatst waar de steenmarter en kleine marterachtigen naar uit kunnen wijken. Het onderzoek naar de aangevraagde soorten is door deskundigen uitgevoerd en door ons als voldoende beoordeeld.

De negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden worden met de voorgeschreven maatregelen voldoende gemitigeerd en gecompenseerd. De alternatieve locaties, werkwijze, inrichting en planning zijn voldoende afgewogen en er is geen bevredigend alternatief. Toelichting: Het gebouw is in zodanig slechte staat dat er geen alternatief bestaat voor slopen. Het wettelijk belang waarvoor is aangevraagd zoals aangegeven in tabel 1 is van toepassing en voldoende onderbouwd. Toelichting: het gebouw is zodanig vervallen dat de veiligheid in het geding komt. De lokale staat van instandhouding van de aangevraagde soorten blijft gewaarborgd door het nemen van de voorgeschreven maatregelen.

Beoordeling Ja

Ja Ja Ja

Ja

Ja

Op basis van het voorgaande hebben wij bepaald voor welke (aangevraagde) soorten welke verbodsbepalingen worden overtreden. Deze zijn weergegeven in tabel 1. Voor deze soorten en verboden wordt de ontheffing verleend. Dit wijkt af van de aangevraagde soorten en verboden. Voor de huismus is enkel een ontheffing aangevraagd op grond van artikel 3.1 lid 4 van de Wnb, er

Datum 13oktober september 5 20232023 Zaaknummer

2022-008978 Blad

11 van 13

worden echter ook verblijfplaatsen vernietigd. Voor verstoren lid 4 kunnen wij geen ontheffing verlenen, omdat het geen wezenlijke invloed heeft op de staat van instandhouding (art. 3.1 lid 5). Om deze reden hebben we ook ontheffing verleend op grond van artikel 3.1 lid 2. In de gewijzigde aanvraag van 28 januari 2023 zijn enkel de soorten toegevoegd waarvoor ontheffing wordt aangevraagd. In dit besluit zijn ook de relevante artikelen opgenomen. Conclusie Gelet op het voorgaande kan de gevraagde ontheffing worden verleend. OVERIGE VERPLICHTINGEN Wij wijzen u erop dat u zelf verantwoordelijk bent voor het verkrijgen van eventueel benodigde ontheffingen, vergunningen of toestemmingen op grond van andere wet- en regelgeving.

Datum 13oktober september 5 20232023 Zaaknummer

2022-008978 Blad

12 van 13

BIJLAGE 2 – KAART PROJECTGEBIED Figuur 1: Plangebied met te slopen bebouwing (rood omrand).

Datum 13oktober september 5 20232023 Zaaknummer

2022-008978 Blad

13 van 13

BIJLAGE 3 – MITIGERENDE MAATREGELEN Figuur 2: Locaties van tijdelijke huismuskasten (4 verblijfplaatsen per locatie).

Figuur 3: Locaties van te plaatsen vleermuispalen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=f2a59b38-f8d8-43a5-8c13-068a898a81f3