Toelichting Bijlage 9 Aanvullend onderzoek fauna en flora
Tekst van het document
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen Projectcode: P01590 Versie: Definitief
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen
Colofon Titel:
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen
Projectcode Versie: Datum Auteur:
P01590 Definitief 28-10-2021 D. Hoogendijk
Opdrachtgever:
Beleggings-en Beheersmaatschappij Dornick B.V. St. Canisiussingel 32 6511 TJ NIJMEGEN
Uitvoerder
Email: Website:
GRAS Advies bv Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo ecologie@grasadvies.nl https://grasadvies.nl/
Contactpersoon: Telefoon: Email:
Michael Witjes 06 55476553 michael.witjes@grasadvies.nl
Controle
R.M. Smit
Projectcode: P01590 Versie: Definitief
Pagina 2 van 14
Huismanstraat 6 6851 GT Huissen
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen
Inhoudsopgave 1
Inleiding.............................................................................................................................................. 4
1.1
Samenvatting ..................................................................................................................................... 5
1.2
Projectgebied ..................................................................................................................................... 6
2
Onderzoek ......................................................................................................................................... 8
2.1
Onderzoeksopzet ............................................................................................................................... 8
2.2
Locatieonderzoeken .......................................................................................................................... 9
3
Resultaten ........................................................................................................................................ 10
4
Conclusies, effectenbeoordeling en advies ..................................................................................... 12
5. Bronnen ....................................................................................................................................................... 13
Bijlagen Bijlage 1: Wet natuurbescherming Bijlage 2: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken
Projectcode: P01590 Versie: Definitief
Pagina 3 van 14
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen
1 Inleiding Het projectgebied bevindt zich aan de Weezenhof te Nijmegen en omvat het winkelcentrum Weezenhof. De eigenaar is voornemens op deze locatie een nieuw complex te realiseren met 118 appartementen, een gezondheidscentrum en winkels. Hiertoe worden de nog resterende gebouwen op het terrein gesloopt (na gereedkomen van de nieuwbouw). De exacte planning is nog niet bekend. Bij dergelijke ruimtelijke ingrepen dient rekening gehouden te worden met beschermde gebieden, houtopstanden en plant- en diersoorten. De Wet natuurbescherming omvat de regelgeving betreffende deze soorten en gebieden. De Wet natuurbescherming is van kracht sinds januari 2017 en vervangt de drie oude wetten: ‘Natuurbeschermingswet 1998’, ‘Boswet’ en ‘Flora- en Faunawet’. Doelstelling van de Wet natuurbescherming is bescherming van de biodiversiteit, decentralisatie van verantwoordelijkheden en vereenvoudiging van regelgeving. Uit de resultaten van het verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna van het projectgebied (Degen, 2021) blijkt dat in het projectgebied mogelijk vleermuizen voorkomen. Deze diersoort is beschermd volgens de Wet natuurbescherming. Op basis hiervan is besloten nader onderzoek naar deze soortgroepen uit te voeren.
Doelstelling rapport Het doel van dit aanvullend onderzoek is om uitsluitsel te geven over de aanwezigheid en aantallen en soorten vleermuizen in het projectgebied, de mogelijke functies van het projectgebied voor deze soorten, de mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventuele noodzakelijke vervolgstappen. Dit rapport presenteert de uitkomsten van het aanvullend onderzoek. GRAS advies GRAS Advies voert verkennende veldonderzoeken uit volgens de geldende soortprotocollen. De heer M.J.W. Witjes (BSc), de heer J. Driehuis, mevrouw D. Hoogendijk (BSc) en de heer R.M. Smit (MSc) zijn middels opleiding en ervaring bevoegd voor de verrichte werkzaamheden. Daarnaast is het project uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van GRAS Advies. Het kwaliteit managementsysteem van GRAS Advies is ISO NENEN-ISO 9001:2015 gecertificeerd.
Afbeelding 1: Nijmegen, provincie Gelderland
Projectcode: P01590 Versie: Definitief
Pagina 4 van 14
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen
1.1
Samenvatting
Verblijfplaatsen Doordat er geen verblijven zijn waargenomen binnen het projectgebied, is er geen sprake van een negatief effect op vleermuisverblijven als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen. Vliegroute De aanwezigheid van een vliegroute binnen het projectgebied is redelijkerwijs uitgesloten. Zolang de vliegroute aan de noordwest en zuidelijke zijden (buiten het projectgebied) tijdens het actieve seizoen niet verstoord wordt door kunstlicht, trillingen en geluid, zal deze zijn functie behouden waardoor er geen negatief effect zal zijn door de voorgenomen ontwikkeling op vliegroutes. Foerageergebied Om een negatief effect op het foerageergebied binnen het projectgebied van de ontwikkeling te voorkomen, moeten de twee grote zomereiken duurzaam worden behouden. Daarnaast mag hier, tijdens het actieve seizoen, geen verstoring plaatsvinden door kunstlicht, trillingen en geluid. Het actieve seizoen voor gewone dwergvleermuizen loopt gewoonlijk van 15 april tot 15 oktober, afhankelijk van de klimatologische omstandigheden kan deze eerder beginnen of later eindigen. Ook verstoring van het foerageergebied buiten het projectgebied moet worden voorkomen. Wet natuurbescherming Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is voor uitvoering van de werkzaamheden niet nodig, mits de als essentieel foerageergebied aangewezen zomereiken ongestoord blijven.
Daarnaast mag tijdens de werkzaamheden en in de toekomstige situatie geen kunstverlichting op de bomen worden gericht. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.” Advies Geadviseerd wordt de resultaten en conclusies voor te leggen aan het bevoegd gezag, de provincie Gelderland, en de bovengenoemde uitgangspunten als verplichting vast te leggen voor de uitvoerende partij.
Projectcode: P01590 Versie: Definitief
Pagina 5 van 14
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen
1.2
Projectgebied
Het projectgebied omvat een winkelcentrum met parkeerplaatsen, met aan de noordoostzijde twee grote zomereiken, een grasveld en heggen. Op de zuidwestelijke parkeerplaats staat nog een grote eik. Het gebied is gelegen in Nijmegen (afb. 2, 3) in de wijk Weezenhof. Het gebied grenst aan de zuidzijde aan agrarische percelen, hiervan gescheiden door bebouwing. Aan de westzijde grenst het aan de snelweg A73, gescheiden door bebouwing. Aan de oostzijde ligt het Maas-Waalkanaal. Aan de noordzijde bevindt zich de Van Boetbergweg. Voor de ligging en een luchtfoto van het projectgebied zie afbeeldingen 2 en 3.
Afbeelding 2: Ligging van het projectgebied (binnenste rode kader).
Projectcode: P01590 Versie: Definitief
Pagina 6 van 14
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen
Afbeelding 3: Luchtfoto van het projectgebied (binnen het rode kader).
Projectcode: P01590 Versie: Definitief
Pagina 7 van 14
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen
2 Onderzoek 2.1
Onderzoeksopzet
Vleermuisonderzoek is gebonden aan vaste periodes en vereist meerdere locatieonderzoeken. Met de onderzoeken krijgen wij inzichtelijk welke soorten en in welke aantallen gebruik maken van het onderzoeksgebied. Denk hierbij aan verblijfplaatsen, foerageergebieden en vliegroutes. Van een eventuele verblijfplaats kan worden vastgesteld welke functie(s) het heeft: zomer-, kraam-, paar- en/of winterverblijf. De beschikbare Kennisdocumenten Vleermuizen, waaronder bijvoorbeeld het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017) adviseren gebruik te maken van het landelijke Vleermuisprotocol. Het vleermuisprotocol is in 2009 ontwikkeld door het Netwerk Groene Bureaus in overleg met de toenmalige Dienst Landelijk Gebied en Gegevensautoriteit Natuur en vastgesteld door de toenmalige Gegevensautoriteit Natuur. Het protocol wordt jaarlijks in het Vleermuisvakberaad geëvalueerd door deskundigen van het Netwerk Groene Bureaus, de Zoogdiervereniging en de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). De meest recente versie is uitgebracht in 2021 en gebruikt voor dit onderzoek. Het vleermuisprotocol voorziet in de volgende locatiebezoeken: • Een voorjaarsonderzoek om een mogelijke functie als zomer- en/of kraamverblijf te onderzoeken. Dit onderzoek bestaat uit 3 bezoeken die moeten plaatsvinden tussen 15 mei en 15 juli, waarvan minimaal 1 ’s ochtends.
• Een najaarsonderzoek om een mogelijke functie als paar- en/of winterverblijf te onderzoeken. Dit onderzoek bestaat uit 2 bezoeken die moeten plaatsvinden tussen 15 augustus en 1 oktober. • Een van de bezoeken in het najaarsonderzoek dient rond middernacht uitgevoerd te worden. Gelet op de beperkte grootte van de aanwezige panden in het onderzoeksgebied kan de aanwezigheid van massawinterverblijven op voorhand worden uitgesloten. Hier is dan ook geen specifiek onderzoek naar gedaan. Wel heeft het onderzoek in de najaar periode deels plaatsgevonden rond middernacht. Hierbij is geen zwermgedrag waargenomen. De locatieonderzoeken naar vleermuizen zijn uitgevoerd door medewerkers van GRAS Advies en medewerkers binnen de flexibele schil van GRAS Advies. Allen zijn middels opleiding en ervaring bevoegd voor de verrichte werkzaamheden zijn middels opleiding en ervaring met vleermuisonderzoek bevoegd voor de verrichtte werkzaamheden. De vleermuisinventarisaties zijn uitgevoerd met een Pettersson D240x en/of Anabat Scout batdetector, conform de voorwaarden voor materiaalgebruik vanuit het Vleermuisprotocol. Dit apparaat zet de ultrasone geluiden van vleermuizen om in voor mensen hoorbare tonen. Tevens kunnen de geluiden vertraagd (time-expansie) worden opgenomen voor analyse achteraf, omdat sommige soorten moeilijk te determineren zijn op locatie.
Het gebruik van een Pettersson D240x batdetector is conform de richtlijnen voor materiaalgebruik vanuit het Vleermuisprotocol. Aangezien niet alle holle ruimtes in spouwmuren en achter dakbeschot te bekijken zijn, heeft geen visuele inspectie plaatsgevonden in de overwinteringsperiode omdat eventuele overwinterende vleermuizen dan toch niet zichtbaar zijn. Wanneer gedurende het seizoen een verblijfplaats van vleermuizen wordt aangetroffen, wordt ervanuit gegaan dat vleermuizen ook in het betreffende gebouw overwinteren. Gezien de grootte van het projectgebied, is het gebied per onderzoeksronde door 2 waarnemers onderzocht. Dit om de richtlijn van minimaal 75% procent bedekking vanuit het vleermuisprotocol 2021 na te volgen.
Projectcode: P01590 Versie: Definitief
Pagina 8 van 14
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen
2.2
Locatieonderzoeken
In totaal zijn 6 locatieonderzoeken uitgevoerd. Gedetailleerde informatie van ieder locatieonderzoek is weeggeven in tabel 1. Tabel 1. Overzicht locatieonderzoeken vleermuis voorjaarsronden. Datum
Begin- en eindtijd onderzoek
11-12 Juni 2021 28 Juni 2021 6-7 juli 2021 26-27 augustus 2021 16 september 2021 16-17 september 2021
22:00 – 00:05 03:20 – 05:25 22:00 – 00:05 22:45 – 00:45 20:55 – 22:55 22:55 – 00:55
Projectcode: P01590 Versie: Definitief
Zonsopkomst/ -ondergang
Weersomstandigheden
Aantal onderzoekers
onderzoeksronde
22:02
21 C°, gedeeltelijk bewolkt, 2 Bft, ZW
2
1
05:21
17 C°, bewolkt, 2 Bft, ZW
2
2
22:02
17 C°, helder, 3 Bft, ZZW
2
3
20:41
16 C°, helder, 2Bft, NW
2
4
19:52
16 C°, gedeeltelijk bewolkt, 1 Bft, W
1
5 (deel 1)
19:52
15 C°, gedeeltelijk bewolkt, 1 Bft, W
1
5 (deel 2)
Pagina 9 van 14
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen
3 Resultaten Verblijfplaatsen Tijdens de veldbezoeken in het voorjaar en zomer zijn geen in- of uitvliegende vleermuizen waargenomen in het projectgebied. De aanwezigheid van een zomer- of kraamverblijfplaats in het projectgebied is hiermee redelijkerwijs uitgesloten. Tijdens de veldbezoeken in het najaar zijn ook geen in- of uitvliegende vleermuizen waargenomen. De aanwezigheid van een paarverblijfplaats is daarmee redelijkerwijs uitgesloten. Aangenomen wordt dat verblijfplaatsen die als zomerverblijfplaats en/of paarverblijfplaats gebruikt worden ook als winterverblijfplaats kunnen worden gebruikt. Door de afwezigheid van zomer- kraam en paarverblijfplaatsen, is een winterverblijfplaats ook redelijkerwijs uitgesloten. Vliegroute Tijdens de veldbezoeken zijn overvliegende vleermuizen waargenomen in het projectgebied. Op een enkele laatvlieger na gaat het om gewone dwergvleermuizen. Gelet op de lage aantallen vleermuizen en het ontbreken van een duidelijke richting, is de aanwezigheid van een vliegroute binnen het projectgebied redelijkerwijs uitgesloten. Vlak buiten het projectgebied, aan de noordwest en zuidwestelijke zijden, ligt een vliegroute aan de overkant van de straten, zie afbeelding 4. Het gaat om 3 à 5 individuen die gericht af- en aanvliegen.
Foerageergebied Een deel van het projectgebied wordt zowel in het najaar als het voorjaar door 5 tot 10 gewone dwergvleermuizen intensief gebruikt als foerageergebied. Zij gebruiken de beschutting en insectenrijkdom van de zomereiken aan de noordoostzijde vlak buiten het plangebied, zie afbeelding 4. Deze bomen worden beschouwd als essentieel foerageergebied. Daarnaast ligt er aan de zuidwestelijke kant, vlak buiten het projectgebied, nog een foerageergebied, zie afbeelding 4. Hier maken ongeveer 3 tot 5 individuen gebruik van.
Projectcode: P01590 Versie: Definitief
Pagina 10 van 14
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen
Afbeelding 4: Luchtfoto van het projectgebied (binnen het rode kader) met aanduiding van het essentiële foerageergebied erbinnen (groene cirkel), erbuiten (blauwe cirkel) en de vliegroute met de gele lijn, ook buiten het projectgebied.
Effectenbeoordeling Gelet op de afwezigheid van verblijfplaatsen, vliegroute en essentieel foerageergebied binnen het projectgebied is er geen sprake van een negatief effect op vleermuizen als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is voor uitvoering van de werkzaamheden niet nodig, mits de als essentieel foerageergebied aangewezen bomen ongestoord blijven. Daarnaast mag tijdens de werkzaamheden en in de toekomstige situatie geen kunstverlichting op de bomen worden gericht.
Projectcode: P01590 Versie: Definitief
Pagina 11 van 14
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen
4 Conclusies, effectenbeoordeling en advies Verblijfplaatsen De aanwezigheid van verblijfplaatsen is redelijkerwijs uitgesloten door het ontbreken van waarnemingen hiervan. Effectenbeoordeling Doordat er geen verblijven zijn waargenomen binnen het projectgebied, is er geen sprake van een negatief effect op vleermuisverblijven als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen. Vliegroute De aanwezigheid van een vliegroute binnen het projectgebied is redelijkerwijs uitgesloten. Vlak buiten het projectgebied, aan de noordwest en zuidwestelijke zijden, ligt een vliegroute aan de overkant van de straten, zie afbeelding 4. Het gaat om 3 à 5 individuen die gericht af- en aanvliegen. Effectenbeoordeling Zolang de vliegroute aan de noordwest en zuidelijke zijden (buiten het projectgebied) tijdens het actieve seizoen niet verstoord wordt door kunstlicht, trillingen en geluid, zal deze zijn functie behouden waardoor er geen negatief effect zal zijn door de voorgenomen ontwikkeling. Foerageergebied De grote zomereiken aan de noordoostzijde van het plangebied worden zowel in het najaar als het voorjaar door 5 tot 10 gewone dwergvleermuizen intensief gebruikt als foerageergebied. Deze bomen worden beschouwd als essentieel foerageergebied. De bomen vlak buiten het projectgebied, aan de overkant van de straat aan de zuidwestzijde van het projectgebied, ligt nog een foerageergebied.
Hier maken ongeveer 3 tot 5 individuen gebruik van. Effectenbeoordeling Om een negatief effect van de ontwikkeling op het foerageergebied binnen het projectgebied te voorkomen, moeten de twee grote zomereiken duurzaam worden behouden. Daarnaast mag hier, tijdens het actieve seizoen, geen verstoring plaatsvinden door kunstlicht, trillingen en geluid. Het actieve seizoen voor gewone dwergvleermuizen loopt gewoonlijk van 15 april tot 15 oktober, afhankelijk van de klimatologische omstandigheden kan deze eerder beginnen of later eindigen. Ook verstoring van het foerageergebied buiten het projectgebied moet worden voorkomen. Wet natuurbescherming Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is voor uitvoering van de werkzaamheden niet nodig, mits de als essentieel foerageergebied aangewezen zomereiken ongestoord blijven. Daarnaast mag tijdens de werkzaamheden en in de toekomstige situatie geen kunstverlichting op de bomen worden gericht. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, als mede voor hun directe leefomgeving.
In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.” Advies Geadviseerd wordt de resultaten en conclusies voor te leggen aan het bevoegd gezag, de provincie Gelderland.
Projectcode: P01590 Versie: Definitief
Pagina 12 van 14
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen
5. Bronnen Literatuur • Degen, K.J.M., Verkennend onderzoek (quickscan) flora & fauna Wet natuurbescherming Weezenhof, 2021 • Kennisdocument Gewone Dwergvleermuis, BIJ12, 2017 • Soortenstandaard Gewone Dwergvleermuis RVO, 2014 • Aanwezigheidsprotocol van het Netwerk Groene Bureaus, 2017 • Vleermuisprotocol 2021, Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureau 2021 Internet http://kadviewer.map5.nl Kadviewer is een online kaartendienst waarmee geografische locaties opgezocht kunnen worden. Geraadpleegd op 08-10-2021 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ Provinciale verordening m.b.t. de Wet natuurbescherming en vrijgestelde soorten. Geraadpleegd op 08-10-2021 Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de NDFF zijn waarnemingen beschikbaar met exacte locatiegegevens. Geraadpleegd op 08-10-2021 https://www.waarneming.nl Database van voorkomen van flora- en fauna in Nederland. Geraadpleegd op 08-10-2021 https://www.telmee.nl Database van voorkomen van flora- en fauna in Nederland. Geraadpleegd op 08-10-2021
Projectcode: P01590 Versie: Definitief
Pagina 13 van 14
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen
6. Woordenlijst Geldigheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. Het bevoegd gezag hanteert de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens hebben een beperkte geldigheidstermijn. Voor vogels en soorten genoemd op Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn hanteren we daarom een geldigheidstermijn van maximaal 3 jaar. Voor soorten genoemd op de bijlage bij de wet natuurbescherming is deze periode 5 jaar.” Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in de aanleiding van het onderzoek. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden. Zorgplicht ‘’De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, als mede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. In de praktijk betekent dit: 1. Voorkomen dat er schade wordt toegebracht aan flora en fauna 2. Beperken dat er schade wordt toegebracht aan flora en fauna 3.
Ongedaan maken van toegebrachte schade Passende gedragscode Een gedragscode is een ontheffing voor de beschreven maatregelen in bepaalde werken. De gedragscode geeft invulling aan de zorgplicht en het zorgvuldig handelen. Er zijn diverse gedragscodes, afhankelijk van het type werk: besteding beheer en onderhoud of ruimtelijke ingrepen. Gedragscodes worden goedgekeurd door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, en hebben een geldigheidsduur van 5 jaar. Vervolgens dienen deze opnieuw gekeurd te worden.
Projectcode: P01590 Versie: Definitief
Pagina 14 van 14
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen
Bijlage 1: Wet natuurbescherming De oude natuurwetgeving met ‘de Natuurbeschermingswet 1998’ en ‘de Flora- en Faunawet’ is per januari 2017 veranderd in de Wet natuurbescherming. Hieronder wordt de inhoud van de Wet natuurbescherming toegelicht. Natura 2000 De bescherming van de ca. 164 Natura 2000-gebieden in Nederland blijft behouden in de Wet natuurbescherming. In Natura 2000-gebieden zijn de Europese richtlijnen van kracht. De Europese Unie (EU) heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote waarde is. Om deze natuur te behouden, heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Nederland telt ruim 160 Natura 2000gebieden, welke onderdeel uitmaken van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. Aanwijzingsprocedure Natura 2000-gebieden worden formeel aangewezen. Per gebied is er een aanwijzingsdocument gemaakt door het ministerie met daarin: ▪ Instandhoudingsdoelen; welke doelsoorten en habitats gaat het, en wat is de doelstelling ten aanzien van die soorten en/of habitats; ▪ Begrenzing; welk areaal is beschermd. Beheerplannen Voor ieder gebied moet binnen drie jaar een beheerplan worden vastgesteld. In het beheerplan staat welke natuurwaarden er zijn of deze moeten worden beschermd en/of ontwikkeld.
Er staat ook in hoe het gerealiseerd moet worden. Verder wordt er in aangegeven welke externe facturen de instandhoudingsdoelen mogelijk negatief kunnen beïnvloeden. Deze beheerplannen worden vastgesteld door het Rijk of door de Provincie. Vergunning Voor de uitvoering van werkzaamheden welke mogelijk schade toebrengen aan een door Natuurbeschermingswet beschermd gebied, geldt dat deze acties in principe verboden zijn. Indien een groter maatschappelijk belang aanwezig is, dient er een vergunningsprocedure te worden doorlopen. Hierbij geldt de volgende regel: ‘activiteiten mogen in principe alleen worden uitgevoerd wanneer er geen significante schade aan beschermde natuurwaarde ontstaat’. Beschermde Natuurmonumenten Voorheen waren naast Natura 2000-gebieden ook Beschermde Natuurmonumenten beschermd conform de gebiedsbescherming. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is vervallen. Provincies kunnen wel besluiten om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt de gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap. Natuurnetwerk Nederland Aanvullend op de natuurwetgeving is er natuurbeleid. Natuurbeleid is een zachter kader dan de natuurwetgeving, maar is eveneens van belang voor ruimtelijke plannen.
Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Via de Nota Ruimte is het toetsingskader voor het Natuurnetwerk Nederland geregeld. In Natuurnetwerk Nederland liggen de volgende natuurgebieden: ▪ Bestaande natuurgebieden (waaronder de 20 Nationale Parken) ▪ Gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd ▪ Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer ▪ Ca. 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, het Nederlandse deel van de Noordzee en de Waddenzee Projectcode: P01590 Versie: Definitief
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen
▪
Alle Natura 2000-gebieden
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Er is een stappenplan opgesteld door Ministerie van Economische Zaken (Bijlage 4). Met dit stappenplan kan worden bepaald of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling. Bevoegdheid De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen ligt bij de provincies. Enkel bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk het bevoegd gezag. Beschermingsregime De Wet Natuurbescherming kent de onderstaande beschermingsregimes. Elk van deze beschermingsregime kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor een vrijstelling of ontheffing van de verboden. • Soorten van de Vogelrichtlijn • Soorten van de Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn • Andere soorten (bescherming vanuit nationaal oogpunt) Om te mogen afwijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan de volgende criteria zijn voldaan. • Er mag worden afgeweken als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is • Tegenover de afwijking van het verbod moet een in de wet genoemd belang staan (bijv.
volksgezondheid of openbare veiligheid) • De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van een soort De verbodsbepalingen voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten zijn gericht op bescherming van de individuen van de soorten. De verbodsbepalingen mogen enkel overtreden worden met een ontheffing (het ‘nee, tenzijprincipe’). Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt niet gekeken naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Zorgplicht Iedereen dient voldoende rekening te houden met in het wild levende dieren en planten en de directe leefomgeving. ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving In veel gevallen is er geen ontheffing nodig, maar kan er gebruik worden gemaakt van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod. Er zijn diverse vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk.
Bekende voorbeelden van vrijstellingen zijn onder meer het toepassen van de gedragscode of wanneer de werkzaamheden plaatsvinden in het kader van een Programmatische Aanpak of een Provinciale verordening. Verbodsbepalingen De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Vogelrichtlijn, artikel 3.1 lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Habitatrichtlijn, artikel 3.2 Projectcode: P01590 Versie: Definitief
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen
Lid 1)
lid 2) lid 3) lid 4) lid 5)
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
De verbodsbepalingen betreffende andere soorten, artikel 3.3 lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: onderdeel a. In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Gedragscodes In de Wet natuurbescherming is de mogelijkheid opgenomen om een vrijstelling te verkrijgen indien wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode (art 3.31). In de mogelijkheid die de wet biedt, wordt ook aangegeven dat er met betrekking tot de Europees beschermde soorten een gedragscode kan worden goedgekeurd voor ruimtelijke ontwikkelingen (naast beheer en onderhoud, waarvoor in de Flora- en Faunawet reeds een vrijstelling gold als werd gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode).
Hoewel de mogelijkheid wel wordt geboden, zijn er bij het opstellen van het stappenplan nog géén gedragscodes goedgekeurd voor de nieuwe beschermde soorten of voor de Europees beschermde soorten voor ruimtelijke ontwikkelingen. Hier dient rekening mee te worden gehouden bij de bepaling of een gedragscode van toepassing is voor de type ingreep en de voorkomende beschermde soorten.
Projectcode: P01590 Versie: Definitief
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen
Bijlage 2: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken
Projectcode: P01590 Versie: Definitief