CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

toelichting_Bijlage 8 Quickscan Flora en Fauna

Besluitronde (raadsvergadering) 11 september 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen - Woenderskamp -2 (Griftdijk Noord 21) (73/2024)8.192 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING GRIFTDIJK NOORD 21/ 21A, LENT

Colofon Quickscan soortenbescherming Projectnummer: EP.19.1028 Versie: 3 Datum: 17 augustus 2023

Opdrachtnemer Exlan Waalkade 33 5347 KR Oss

Postbus 300 5340 AH Oss

Locatie Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN AGRIFIRM EXLAN.

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

2

Inhoudsopgave Quickscan soortenbescherming INLEIDING

4

HOOFDSTUK 1 TOETSINGSKADER

9

HOOFDSTUK 2 ONDERZOEKSRESULTATEN

12

HOOFDSTUK 3 CONCLUSIE

29

LITERATUUR

30

BIJLAGEN

31

PROJECTPLAN

31

BIJLAGE PROJECTPLAN

30

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

9

12

29

3

Inleiding Planbeschrijving Aanleiding Het plangebied is gelegen aan de Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent. De plannen omvatten het slopen van de bestaande bebouwing. Dit omvat een oude boerderij (1887) met bijgebouwen. De boerderij is tijdelijk bewoond, alle andere gebouwen staan al langere tijd leeg. De opstallen (woonhuis, paarden- en varkenstallen) op het perceel verkeren in een slechte staat. Van renovatie kan dan ook geen sprake meer zijn. De gevels, muren, dakconstructie, deur- en raamkozijnen verkeren in vervallen staat en voldoen niet meer aan de huidige eisen. De panlatten en de roestige gesmede spijkers waren verrot door de ammoniak. Dit is kort geleden vernieuwd. Hiernaast bevatten de opstallen veel asbest. De boerderij is omstreeks 1887 gebouwd. Eind jaren 40 van de vorige eeuw werd de woning Griftdijk Noord 21a op een deel van de boerderij gesitueerd en begin jaren 50 is tegen de boerderij een schuur met varkenshokken gebouwd. De sloot is inmiddels gedempt in samenwerking met de gemeente Nijmegen en heeft zijn functie verloren. Voor de plannen wordt een quickscan soortenbescherming noodzakelijk geacht. Bij de uitvoering van de voorgenomen ingrepen moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van de, op grond van de Wet natuurbescherming, beschermde soorten.

Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, moet vrijstelling of ontheffing worden verkregen. De voorliggende quickscan bevat een inventarisatie van de huidige aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren in en om het plangebied. Tevens worden de te verwachten effecten van de ingreep in het plangebied beoordeeld. Plangebied Het plangebied Griftdijk Noord 21 en 21a, kadastraal bekend sectie Nijmegen F213, groot 33 are, ligt ingeklemd in de wijk Woenderkamp, voormalig buitengebied van de gemeente Elst, waarvan het bestemmingsplan op 29 maart 2018 onherroepelijk is geworden. Inmiddels is er al veel woningbouw gerealiseerd rondom deze woning. Realisatie van het gebied stadstuinen voorziet in woningen, openbare gebouwen en voorzieningen. De Broodkorf en winkels en detailhandel zullen worden gerealiseerd in het gebied rond Station Lent. De oostkant van het bestemmingsplan wordt begrensd door de Griftdijk. Dit was in de middeleeuwen een jachtpad en door de eeuwen een belangrijke doorgaande weg omdat het nog steeds de verbindingsweg is met Nijmegen Noord.

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

4

•

Afbeelding 1: luchtfoto plangebied 2022 (alle nieuwbouw al gerealiseerd)

In de onderstaande afbeelding zijn de te slopen bedrijfsgebouwen met blauw omkaderd.

•

Afbeelding 2: te slopen gebouwen

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

5

Nijmegen Woenderskamp Het plangebied Nijmegen Woenderskamp wordt aan de oostzijde globaal begrensd door de bestaande bebouwing aan de oostzijde van de Griftdijk Noord, de Grift Noord is voor een deel opgenomen in het plangebied.

•

Afbeelding 3: concenpt verbeelding Nijmegen Woenderskamp

Het totale gebied Woenderskamp krijgt een brede diversiteit aan woonmilieu. Het varieert van een meer stedelijke woonomgeving tot meer groenstedelijke wijken. Het (deel)gebied Woenderskamp bestaat uit twee woonmilieus, het gedeelte tussen de Italiëstraat en Griftdijk enerzijds en het gedeelte tussen de Italiëstraat en de aan te leggen watersingel anderzijds. De planlocatie ligt in het eerstgenoemde woonmilieu.

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

6

Griftdijk

Italiëstraat

•

Afbeelding 4: Locatie planlocatie in plan Nijmegen Woenderskamp

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

7

Onderzoeksmethode Om een goede indicatie van de natuurwaarden binnen het plangebied te krijgen, wordt het onderzoek in verschillende stappen uitgevoerd. Op basis van bronnenonderzoek is nagegaan of er wettelijk beschermde planten- of diersoorten in het gebied voor kunnen komen waaraan extra aandacht geschonken dient te worden tijdens het terreinbezoek. Na het bronnenonderzoek is een verkennend terreinbezoek gebracht aan het plangebied. Hierbij is, op basis van de gegevens van het literatuuronderzoek, beoordeeld voor welke soorten het gebied daadwerkelijk een geschikte habitat biedt en daarmee welke soorten er daadwerkelijk voor kunnen komen. Vervolgens zijn de mogelijke effecten op de verwachte beschermde soorten beschreven. Op basis van de doorlopen procedures zijn conclusies getrokken met betrekking tot de eventuele negatieve effecten en/of obstakels inzake de Wet natuurbescherming. Op dinsdag 30 april 2019 is de locatie ter plaatse geïnventariseerd om te onderzoeken of het plangebied een zodanig belangrijke status heeft dat aanvullend veldonderzoek noodzakelijk is. Op het moment van de inventarisatie was het 8 graden en wisselend bewolkt. Op donderdag 28 april 2022 is de locatie tussen ter plaatse nogmaals geïnventariseerd, om te onderzoeken of het plangebied een zodanig belangrijke status heeft dat een aanvullend veldonderzoek noodzakelijk is.

Op het moment van de inventarisatie was het 14 graden en licht bewolkt. Van 6 tot en met 11 mei 2022 heeft de initiatiefnemer samen met een externe meegedaan aan de vleermuizentelling die landelijk werd georganiseerd. Beide heren hebben geen vleermuis gespot. Deze telling is uitgevoerd tijdens de zonsondergang tussen 19:30 en 23:00 uur. Op maandag 15 mei en maandag 12 juni is er vleermuisonderzoek uitgevoerd tussen 22.00 en 00.30 Op basis van terreinkenmerken is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de, in de regio voorkomende, beschermde soorten. Doelstelling Om een indicatie te krijgen van de effecten die de sloop- en bouwwerkzaamheden hebben op de natuurwaarden binnen het plangebied, dienen de volgende vragen te worden beantwoord: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en komt daarmee de staat van instandhouding in gevaar? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig?

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

8

Hoofdstuk 1

1 Toetsingskader Wet natuurbescherming De bescherming van natuur is in Nederland vastgelegd in nationale wetgeving. De nationale wetgeving is een Nederlandse implementatie van de belangrijkste Europese wetgevingselementen. Per 1 januari 2017 zijn de Flora- en Faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen door de Wet natuurbescherming. De uitvoering van deze nieuwe wet is grotendeels in handen van de provincies gekomen.

1.1

Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming noemt bekende maar ook enkele nieuwe soorten natuurgebieden die bescherming behoeven: de Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), bijzondere provinciale natuurgebieden en landschappen, bijzondere nationale natuurgebieden en de nationale parken. Bij ontwikkelingen met name in het buitengebied moet rekening worden gehouden met het al dan niet van toepassing zijn van de beschermingsregimes van deze natuurgebieden. Ieder gebied kent een eigen beschermingsregime dat afzonderlijk gewogen dient te worden in relatie tot plannen, projecten en andere handelingen met mogelijk nadelige effecten voor de beschermde natuurwaarden. Natura 2000-gebieden De bekendste natuurgebieden zijn de Natura 2000-gebieden, zij kennen tevens het meest strikte beschermingsregime. De basis voor Natura 2000 zijn de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. In Nederland zijn 164 gebieden als Natura 2000-gebied aangewezen. Voor ieder gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald die betrekking kunnen hebben op de bescherming van specifieke flora en fauna alsook leefgebieden van soorten. Alle projecten en handelingen binnen of buiten de gebiedsgrenzen mogen geen verstorend of verslechterend effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen. Voor de voorgenomen ontwikkeling is hier, voor zover van toepassing, separaat aan getoetst.

In deze rapportage wordt hier verder niet op ingegaan. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. De provincies zijn belast met de taak een dergelijk netwerk tot stand te laten te komen en in stand te laten. De uitvoering hiervan is hoofdzakelijk gestuurd vanuit de ruimtelijke ordening (provinciale verordeningen). Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt een “nee, tenzij”- benadering. Overige gebieden Naast de bovengenoemde gebieden kunnen gebieden aangewezen worden als ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’, ‘bijzondere provinciale landschappen’ of ‘nationaal park’. De bescherming van deze gebieden vindt net als bij het NNN plaats via het ruimtelijk spoor. Daarnaast kan een gebied aangewezen worden als ‘bijzonder nationaal gebied’, een soort voorloper van de aanwijzing als Natura 2000-gebied. De bescherming van deze gebieden stemt dan ook overeen met de bescherming van Natura 2000-gebieden.

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

9

1.2

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in. Daarnaast zijn er vrijgestelde soorten en jaarrond beschermde vogelnesten. 1) Beschermingsregime soorten vogelrichtlijn 2) Beschermingsregime soorten habitatrichtlijn 3) Beschermingsregime ander soorten 4) Vrijgestelde soorten 5) Jaarrond beschermde vogelnesten Vogelrichtlijn Onder de soorten van de Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Het is verboden om: • Opzettelijk vogels te doden of te vangen; • Opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en – eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen; • Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben; • Opzettelijk vogels te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Habitatrichtlijn Onder de soorten van de Habitatrichtlijn vallen soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage I van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.

Wat betreft deze soorten is het verboden om: • Opzettelijk dieren te doden of te vangen; • Opzettelijk dieren te verstoren; • Opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; • Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; • Opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ook is het verboden deze soorten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te kopen, tenzij het gaat om gefokte of gekweekte dieren of planten. Andere soorten Onder het beschermingsregime andere soorten vallen soorten waarvan er geen Europese verplichting tot bescherming is. Dit zijn soorten die vanuit nationaal belang extra bescherming behoeven. Het beschermingsniveau van deze soorten kan per provincie verschillen. Het is verboden om: 1) Opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2) Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 3) Opzettelijk (vaat)planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten.

Vrijgestelde soorten De verboden zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Ook vallen de zwarte rat, bruine rat, huismuis, de mol en exoten niet onder beschermingsregime van de Wet natuurbescherming en mogen opzettelijk gedood en gevangen worden. Daarnaast geldt, zoals hierboven reeds aangegeven, dat provincies de bevoegdheid hebben vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten.

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

10

Jaarrond beschermde vogelnesten De opgestelde lijst met jaarrond beschermde nesten voor vogels is een beleidsdocument dat voortvloeit uit de voormalige Flora- en faunawet en meegenomen is onder de Wet natuurbescherming. De nesten zijn ingedeeld in categorieën (1 t/m 5) waarvan de categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd zijn. Nesten in categorie 5 zijn enkel beschermd bij afwezigheid van voldoende alternatieven. 1) Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats 2) Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3) Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4) Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

5) Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

1.3

Houtopstanden De regels van de Boswet zijn grotendeels onveranderd opgenomen in de Wet natuurbescherming. Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die een oppervlakte van 10 are of meer beslaat ofwel een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. Buiten de bescherming vallen: • houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom (voor deze wet); • houtopstanden op erven of in tuinen • fruitbomen en windschermen om boomgaarden; • naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar • kweekgoed; o uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, o beplantingen langs waterwegen, en o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; • Het dunnen van een houtopstand; • uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa indien zij: o ten minste eens per tien jaar worden geoogst; o bestaan uit minstens tienduizend per hectare per beplantingseenheid o bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter; o zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

11

Hoofdstuk 2

2 Onderzoeksresultaten 2.1

Bronnenonderzoek Gegevens van websites als www.waarneming.nl zijn geraadpleegd voor achtergrondinformatie. Een groot aantal amateurs en professionals publiceert op deze bekende websites zijn natuurwaarnemingen, die worden gecontroleerd door een validatiecommissie. Zodoende zijn de waarnemingen uit deze bronnen redelijk betrouwbaar, maar moeilijk te verifiëren. De waarnemingen geven eventueel wel een indicatie van soorten waar tijdens het veldonderzoek extra aandacht aan besteed dient te worden. Natuurnetwerk Nederland Het natuurbeheerplan is een beleidskader om het Europese, rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid te realiseren. Het gaat hier om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden worden ingericht en beheerd volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000-gebieden.

•

Afbeelding 5: ligging planlocatie binnen Natuur- en landschapsbeleid Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (gldanders.planoview.nl)

•

Afbeelding 6: ligging planlocatie binnen omgevingsverordening Gelderland (gldanders.planoview.nl)

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

12

In planologisch opzicht is de planlocatie gelegen buiten gebieden die gerelateerd zijn aan het Gelderse Natuur Netwerk, de groene ontwikkelingszone, Natura 2000-gebieden, rustgebieden voor winter ganzen en weidevogelgebieden. Het plangebied ligt volgens de omgevingsverordening Gelderland in het verwervingsgebied niet grondgebonden veehouderij. De planlocatie is gelegen in het bestemmingsplan voor de ontwikkeling van Nijmegen Woenderskamp.

2.2

Veldonderzoek Op verschillende punten in het plangebied zijn waarnemingen verricht. Tijdens het veldbezoek is het gebied beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en de habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Er is extra aandacht besteed aan de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen en vogel(nesten). De ecologische factoren in de omgeving zijn met behulp van een digitale fotocamera vastgelegd. Om de flora en fauna te kunnen determineren, is gebruik gemaakt van eigen kennis en literatuur.

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

13

•

Afbeelding 7; Aanzicht/ voorgevel van de te slopen gebouw foto’s 2022

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

14

•

Afbeelding 8; Zijaanzicht van de te slopen gebouwen

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

15

•

Afbeelding 9; Zijaanzicht van de te slopen gebouwen

•

Afbeelding 10; Zijaanzicht woongedeelte van de te slopen gebouwen

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

16

•

Afbeelding 11; Achterzijde van de te slopen gebouwen (ingang paardenstal)

•

Afbeelding 11; Binnenzijde te slopen stalgebouw

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

17

•

Afbeelding 12; Binnenzijde stal met steense muren

•

Afbeelding 13; Detail dakconctructie met een winddoek onder de pannen

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

18

•

Afbeelding 14; Detail dakconstructie met lichtdoorval wat komt door openingen in het dak

Flora algemeen Rondom het perceel zijn locaties met woonbestemming en (agrarische) industrie aangetroffen. Aan de achterzijde van het perceel worden werkzaamheden uitgevoerd in het kader van Nijmegen Woenderskamp. In de directe omgeving planlocatie als de omliggende locaties zijn geen bijzondere beplantingen aangetroffen. De beplanting op het perceel van de planlocatie bestaat uit een weiland aan de achterzijde en zijkant. Aan de andere zijkant van het gebouw zijn de volgende beplatingen waargenomen; taxus, laurier en andere sierbeplanting.

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

19

•

Afbeelding 15; Beplanting perceel planlocatie

•

Afbeelding 16; Beplanting perceel planlocatie

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

20

•

Afbeelding 17; Beplanting grensperceel

•

Afbeelding 18; Weiland behorend bij planlocatie achterzijde nieuwbouw

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

21

•

Afbeelding 19; Weiland behorende bij planlocatie situatie in 2019

•

Afbeelding 20; Tegenoverliggende gebouwen en beplanting gezien vanaf planlocatie

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

22

Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn geen sporen van (bijzondere) grondgebonden zoogdieren aangetroffen. In de te slopen schuren hebben gedurende een langere periode enkele katten gewoond, waarvan ook sporen te vinden zijn. Vleermuizen Het plangebied is zeer nauwkeurig beoordeeld op de mogelijke waarde voor vleermuizen. Hierbij is gelet op de geschiktheid van de aanwezige bebouwing als verblijfplaats voor deze dieren: aanwezigheid van spouwgaten en andere openingen in muren en daken, vetstrepen, uitwerpselen en prooiresten bij gevelopeningen. Verblijfsruimte voor vleermuizen hebben specifieke voorwaarden zoals een stabiele temperatuur en het tochtvrij zijn. Bij vleermuizen worden vier verblijfplaatsen onderscheiden; winterverblijven, zomerverblijven, kraamverblijven en paarverblijven. Aan de winterverblijven worden de hoogste eisen gesteld, daarna de kraamverblijven, dan de zomerverblijven en tenslotte de paarverblijven, waarbij de vleermuizen een zeer korte tijd op een bepaalde locatie kunnen verblijven. Tweemaal is deze woning geheel gecontroleerd op de aanwezigheid van sporen en geschiktheid voor vleermuizen. Het gebouw is geheel ongeschikt doordat het gehele dak niet luchtdicht is, zie foto’s, en de muren van het pand waarbij het schuur gedeelte uit steense muren en niet geïsoleerde daken bestaat.

Het woongedeelte heeft wel een spouwmuur, maar er bevinden zich nergens geschikte schuilplekken voor vleermuizen. Daarnaast is er door de initiatiefnemer van 6 tot en met 11 mei 2022 meegedaan aan de vleermuistelling van 19:30 uur tot 23:00 en er zijn geen vleermuizen waargenomen. Op 15 mei en 12 juni is er een aanvullend vleermuisonderzoek uitgevoerd vooral om te kijken of dit pand onderdeel uit maakt van een kraamkolonie. Hiertoe is met een badrecorder (patterson D100) op de meest geschikte plek het pand met twee personen gepost om te kijken of het pand gebruikt wordt door vleermuizen. Beide dagen was het droog en warmer dan 20 graden overdag. Hierbij zijn geen vleermuizen uit het pand gekomen. Er is tijdens de twee onderzoeken slechts 1 dwergvleermuis waargenomen die van achter overvloog en aan de overkant ging foerageren. Dit was op 15 mei Bij het bezoek op 12 juni zijn er geen vleermuizen waargenomen ook niet bij een rondgang door de buurt. Daarnaast valt het op dat in de avond het betreffende pand en ook de Griftdijk vol in het licht zit zie afbeelding 21 Tabel 1: Aanvullend vleermuisonderzoek Omstandigheden vleermuis onderzoek

Tijdstip

Weer

15 mei

22.15-00.30

Bewolkt 15 graden

22 juni

22.30-00.45

Onbewolkt 20 graden

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

23

•

Afbeelding 21; Pand in de avond

Er zijn in en om de gebouwen geen sporen (vetstrepen, uitwerpselen, prooiresten) aangetroffen. Aan de voorzijde van het pand is het dak minimaal geïsoleerd met asbestvrije platen. De achterzijde is het dak opgebouwd met oude Hollandse pannen met condensdoek eronder. Door deze dak constructies is de kap geheel ongeschikt voor vleermuizen. De gebouwen staan leeg, de wanden en het dak zijn niet of minimaal geïsoleerd, hierdoor is er geen stabiele temperatuur. Het is onwaarschijnlijk dat vleermuizen gebruik maken van deze gebouwen als verblijfplaats. Daarnaast ligt deze boerderij vol in het licht wat een negatief effect heeft voor verblijfplaatsen van vleermuizen Foerageerhabitat De onderzoek locatie zal, gelet op de aanwezige habitat, gebruikt kunnen worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen. In de directe omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig in de vorm van bomenrijen en bosranden. Door de realisatie van een nieuwbouwwijk aan de achterzijde is de hoeveelheid foerageergebied in der loop der jaren aanzienlijk afgenomen. De invloed van de nieuwbouw heeft een enorm negatief effect hierop.

Daarnaast wordt aan de overzijde van de weg ook nieuwbouw gerealiseerd waardoor er veel potentieel foerageergebied verdwijnt. Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen zoals houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfsplaatsen en foerageergebieden. Doordat dergelijke lijnvormige elementen ontbreken op de onderzoek locatie, worden er geen potentiële vliegroutes verstoord.

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

24

Vogels Tijdens het bezoek is met name gelet op de aanwezigheid van nesten en rustplaatsen voor vogels. Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn. Binnen het gebied kunnen dit zijn: boomvalk, buizerd, havik, sperwer, wespendief, huismus, steenuil en de kerkuil. Boomvalk De boomvalk is een soort die geen eigen nest maakt, maar broedt in gebruikte kraaien- en/of eksternesten in verschillende typen bos(randen) of in solitaire bomen, populierensingels, of op erven. De soort komt vooral voor in open en halfopen landschappen zoals boerenland en dorpen, alsook in buitenwijken van steden. De bomen op- en nabij de projectlocatie zijn gecontroleerd op dergelijke nesten, deze zijn niet aangetroffen. Evenmin worden er met de beoogde werkzaamheden bomen verwijderd. Negatieve effecten op de boomvalk als gevolg van de werkzaamheden zijn derhalve niet aan de orde. Buizerd en havik De buizerd en havik broeden op grote nesten van ongeveer een meter in doorsnede en 60 centimeter diep. Dergelijke nesten zijn tijdens het veldbezoek niet waargenomen. Een broedgeval van de buizerd en havik is daarom uit te sluiten. Eveneens worden er met de beoogde werkzaamheden geen bomen gekapt, zodat het wegnemen van een jaarrond beschermd nest kan worden uitgesloten.

Wespendief en sperwer De wespendief is doorgaans gebonden aan grotere bosgebieden van zowel loof- als naaldbomen. Bij voorkeur is er afwisseling binnen het bosgebied aanwezig in de vorm van open plekken. De sperwer broedt bij voorkeur meer verborgen in naaldbomen. Beide situaties zijn op de onderzoek locatie niet aanwezig. Gezien de ligging van de onderzoek locatie binnen agrarisch gebied en de afwezigheid van voldoende dekking is een nestplaats van de sperwer of wespendief niet te verwachten. Eveneens zijn er tijdens het veldbezoek geen nesten aangetroffen. Een broedgeval van zowel de wespendief als de sperwer zijn uitgesloten. Steenuil en kerkuil De kerkuil en steenuil hebben een voorkeur voor cultuurlandschappen met allerlei landschapselementen die voor afwisseling zorgen. Beide soorten broeden in gebouwen en gebruiken ook graag speciale nestkasten. Daarnaast worden door de steenuil ook wel boomholten gebruikt, mits er zich grote holten in bevinden. De gebouwen zijn in zijn geheel gecontroleerd op de aanwezigheid van steen- en kerkuilen en is vooral gelet op de aanwezigheid van sporen; braakballen, veren en uitwerpselen. Er zijn geen (sporen van) steen- en kerkuilen waargenomen. Er is geen sprake van een afname van belangrijk foerageergebied. Er blijft er voldoende foerageergebied aanwezig in de omgeving.

Huismus Ook voor de huismus, die veel te vinden is in agrarisch gebied en vooral gebonden aan gebouwen is, is het nest jaarrond beschermd. Er zijn nesten van huismussen aanwezig, minimaal 5 paar. De nesten van deze vogels zijn gelegen onder de eerste rij pannen net boven de muurplaat van het woongedeelte van de boerderij. Overige broedvogels De beplanting op de onderzoek locatie kan nestgelegenheid bieden aan broedvogelsoorten zoals de merel en winterkoning. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Er zijn geen nesten van overige broedvogels aangetroffen in de te slopen bebouwing. Tijdens het bezoek is met name gelet op de aanwezigheid van nesten en rustplaatsen voor vogels. De vogels die zijn waargenomen tijdens het locatiebezoek waren voornamelijk aan de overzijde van de planlocatie waarneembaar.

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

25

•

Afbeelding 22; Locatie nesten van de huismus

Er zijn vogels gezien en gehoord, namelijk: Tabel 2: overzicht waargenomen vogels Soort Winterkoning Boerenzwaluw Grauwe gans Scholekster Tjiftjaf Houtduif Heggemus Bonte vliegenvanger Kraai Huismus

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

26

•

Tabel 3: overzicht waargenomen vogelnesten

Soort Huismus (categorie indeling nestbescherming: 2) Uitleg bij tabel: Categorie 1: Categorie 2: Categorie 3: Categorie 4: Categorie 5:

Jaarrond gebruikte nesten (steenuil) Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing Zeer honkvaste broeders of afhankelijk bebouwing (geen kolonie) Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel

Tijdens de tweede inventarisatie op 28 april 2022 zijn er beduidend minder soorten waargenomen. Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn tijdens het terreinbezoek geen reptielen, amfibieën en/of vissen waargenomen. Voor de in Nederland voorkomende reptielsoorten zoals de hazelworm, de levendbarende hagedis en ringslang biedt de onderzoek locatie geen geschikt habitat. Deze soorten worden vrijwel alleen aangetroffen in specifieke natuurgebieden. Dit geldt ook voor de specifieke beschermende amfibieënsoorten die veel eisen stellen aan zijn habitat; alpenwatersalamander, heikikker, vinpootsalamander, poelkikker en rugstreeppad. Deze zijn allen uit te sluiten omdat de betreffende locatie geen goed habitat biedt voor deze soorten door het ontbreken van voldoende oppervlaktewater. De onderzoek locatie vormt wel een geschikt habitat voor algemene amfibieënsoorten als de bruine kikker en de gewone pad. De sloot die zich aan de zuidzijde van de onderzoek locatie bevindt kan voortplantingshabitat bieden aan beide soorten. Op de onderzoek locatie kunnen deze soorten beschutting vinden tussen de begroeiing en onder de takken- of stenenhopen. Voor algemene amfibieënsoorten geldt in het kader van de Wet natuurbescherming een vrijstelling, zodat een ontheffing bij verstoring niet noodzakelijk is. Het is echter wel zaak om aandacht te schenken aan de zorgplicht.

Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater op de onderzoek locatie kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten. Overige Van de overige soortgroepen, zoals dagvlinders, insecten en libellen, kan worden aangenomen dat deze soorten gedurende het jaar in het plangebied aanwezig kunnen zijn of dit gebied in de migratieroute hebben liggen. Afhankelijk van het seizoen zijn mogelijk algemene soorten te vinden op/of binnen de planlocatie. Specifieke beschermende soorten zijn voornamelijk afhankelijk van specifieke terreinkenmerken met specifieke biotopen. Binnen het plangebied is een dergelijk biotoop niet aanwezig.

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

27

2.3

Effecten van de ingreep De effecten op beschermde soorten zijn onderzocht op basis van het voornemen binnen het plangebied. Flora algemeen Rondom het perceel zijn locaties met woonbestemmingen. Aan de achterzijde van het perceel worden werkzaamheden uitgevoerd in het kader van Nijmegen Woenderskamp. In de directe omgeving van de planlocatie als de omliggende locaties zijn geen bijzondere beplantingen aangetroffen. Er is geen bijzondere flora aangetroffen binnen het plangebied die bestaat uit taxus, laurier en sierbeplanting, negatieve effecten zijn uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Verstoring van algemene zoogdieren vindt mogelijk plaats. De onderzoek locatie vormt geschikt habitat voor een aantal soorten grondgebonden zoogdieren. Het gaat daarbij om algemene soorten als de egel, konijn en diverse muissoorten. De verblijfsplaatsen van deze soorten worden door de voorgenomen ingreep echter niet aangetast. Verblijfplaatsen van beschermde zoogdiersoorten zijn ter plaatse niet aangetroffen. In de te slopen schuren hebben gedurende langere periode katten gewoond en hier zijn sporen van aangetroffen. Er zijn op deze locatie echter waarnemingen bekend van kleine marterachtigen en ook de steenmarter. Voor deze soorten in het bestemmingsplan van de SMP de Waalsprong al rekening mee gehouden. Er worden dus geen nieuwe verblijfplaatsen aangelegd.

Er wordt wel een ontheffing voor deze soorten aangevraagd. Vleermuizen De te slopen bouwwerken zijn tijdens het veldbezoek zeer nauwkeurig beoordeeld op de geschiktheid als verblijfplaats voor vleermuizen. Er zijn geen sporen van vleermuizen aangetroffen waaruit blijkt dat de gebouwen als verblijfplaats worden gebruikt. Daarnaast zijn de gebouwen totaal ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen omdat ze niet zijn geïsoleerd en langere tijd leeg staan. De werkzaamheden hebben derhalve geen invloed op (verblijfplaatsen) voor vleermuizen. Toch zijn er waarnemingen bekent in NDFF van de dwergvleermuis, ruige vleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis. Echter, inmiddels is de gehele omgeving rondom dit pand veranderd in een nieuwbouwwijk. Hiertoe zijn de foerageermogelijkheden voor aanwezige vleermuizen aanzienlijk verminderd. Om uit te gaan van de worst case situatie, worden er voor de sloop van dit gebouw blijvende verblijfplaatsen aangelegd in de nieuw te bouwen woningen. Dit wordt verder uitgewerkt in het projectplan. Een ontheffing in het kader van de soortenbescherming zal daarom worden aangevraagd. Vogels De nesten van de huismus zijn jaarrond beschermd. De huismussen die deze status hebben en op deze inrichting aanwezig zijn hebben de nesten aan de voorzijde van het gebouw (woning) onder de kapconstructie.

De sloopwerkzaamheden hebben derhalve invloed op broedplaats en verblijfplaatsen van de huismussen. Er is een projectplan opgesteld. Dit projectplan is toegevoegd aan de bijlage van dit rapport. Een ontheffing in het kader van de soortenbescherming zal daarom worden aangevraagd. Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn geen reptielen, amfibieën en/of instandhoudingsdoelstellingen komen niet in het gedrang.

vissen

waargenomen.

De

Overige Omdat er geen geschikt biotoop is waargenomen voor overige beschermde soorten, zijn negatieve effecten uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

28

Hoofdstuk 3

3 Conclusie en aanbevelingen Het natuuronderzoek is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden, literatuuronderzoek en een verkennend veldbezoek aan het plangebied. Het beeld dat uit het onderzoek naar voren is gekomen vormt voldoende basis om gefundeerd uitspraken te doen over de gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden voor beschermde soorten en gebieden.

3.1

Conclusie Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wet natuurbescherming, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig? Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding opgenomen en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting een effect hebben op staat van instandhouding van beschermde soorten (huismussen). Binnen het plangebied zijn verblijfplaatsen (nesten) van huismussen aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dier- en/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop.

Voor aanvang van de werkzaamheden, dient een stappenplan te worden overlegd waarbij de nadelige gevolgen zoveel mogelijk worden ontzien. Dit stappenplan is bijgevoegd als bijlage van dit rapport. Voor marterachtigen, vleermuizen en de huismus wordt een ontheffing in de kader van de soortenbescherming aangevraagd. Waarbij in acht moet worden genomen dat er in de gehele omgeving binnen enkele jaren een grote nieuwbouw wijk is gerealiseerd wat een enorm negatief effect heeft op de handhaving van kritische soorten. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Op basis van de Omgevingsverordening Gelderland is hier een algehele vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen op van toepassing. De algemene zorgplicht blijft daarbij onverminderd van toepassing.

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

29

Literatuur

• • • • •

• • • • •

• • • • • • • • • • •

Broekhuizen, S., Hoekstra, B., Laar, van, V., Smeenk, C. & Thissen, J.B.M., 1992 Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Stichting uitgeverij van de KNNV, Utrecht. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/409 inzake het behoud van de vogelstand. Brussel, 1979. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/43 inzake instandhouding van de natuurlijke habitat en de wilde flora en fauna. Brussel, 1992. Provinciale Verordening (Wet) natuurbescherming Hollander, H., & Geest, van der, P., 1994. Rode-Lijst van bedreigde zoogdieren in Nederland. Red data book of threatened mammals in the Netherlands. Vereniging voor Zoogkunde en Zoogdierbescherming, Utrecht. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Ministerie van Volkshuisvesting. Ruimtelijke Ordening en milieu, 2004. Nota Ruimte. De Nederlandse libellen, Nederlandse Fauna, deel 4 Nationaal historisch museum, KNNV uitgeverij (2002) Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ) Vleermuizen en planologie, Zoogdiervereniging (2010) Wet natuurbescherming. Vastgesteld d.d. 1 januari 2017.

www.waarneming.nl www.synbiosys.alterra.nl www.atlasleefomgeving.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.google.nl www.ndff.nl www.floron.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.natura2000.nl www.ecologica.eu

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

30

Projectplan Inleiding Aanleiding en resultaten ecologische inventarisatie Op 30 april 2019, 28 april 2022, 15 mei 2023 en 22 juni 2023 is de locatie Griftdijk Noord 21/21a te Lent ter plaatse geïnventariseerd. Dit veldonderzoek werd noodzakelijk geacht om te voorkomen dat als gevolg van de voorgenomen ingreep beschermde dier- en plantensoorten zouden verdwijnen. De voorgenomen ingreep omvat de sloop van de leegstaande bedrijfsgebouwen en het woonhuis. Ten tijde van het veldonderzoek zijn onder de eerste rij pannen, net boven de muurplaat van het woongedeelte van de boerderij, nesten aangetroffen van de huismus (Passer domesticus). Een nest van de huismus staat op de lijst van beschermde nesten. Voor het verwijderen van de nesten dient een ontheffing Wet natuurbescherming – bescherming van planten en dieren te worden aangevraagd zoals genoemd in de artikelen 3.1, 3.5 en/of 3.10 van Wet natuurbescherming. Daarnaast wordt er ook ontheffing aangevraagd voor verschillende vleermuizen; de dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis en ontheffing voor kleine marterachtigen. In voorliggend plan wat onderdeel is van de ontheffingsaanvraag wordt beschreven welke werkzaamheden worden uitgevoerd, wat de planning en effecten zijn en welke maatregelen en alternatieven er zijn. Plangebied Het plangebied valt binnen de gemeente Nijmegen.

In dit gebied wordt momenteel heel veel nieuwbouw gepleegd. Figuur 1 en 2 geeft de realisatie van de nieuwbouw weer. Waarbij achter de boerderij de nieuwbouw is gerealiseerd en aan de voorzijde van de boerderij de voorbereidingen inmiddels ook zijn begonnen.

•

Figuur 1: ligging te slopen gebouw t.o.v. het plangebied (bron: www.google.nl/maps) 2018

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

31

•

Figuur 2: Locatie huidig (bron: www.google.nl/maps) 2022

Hoof

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

32

Toetsingskader

1.1

Voorgenomen ingreep en effecten Op het perceel dat gelegen is aan de Griftdijk Noord 21/21a te Lent is momenteel een boerderij (1887) gevestigd, bestaande uit paarden- en varkensstallen en een woonhuis, welke al een geruime tijd leeg staat. Het voornemen is om het (bedrijfs)gebouw te slopen, waarna op deze locatie nieuwe woningen worden gerealiseerd. Het is uitgesloten dat de aangetroffen nesten van de mussen behouden kunnen blijven. Wel zullen er voorzieningen worden getroffen in de nieuwe woningen zodat huismussen er kunnen nestelen. De woning bevindt zich in een nieuwbouwwijk waardoor er recentelijk in de omgeving enorm veel woningen zijn gebouwd (figuur 1 en 2). Hierbij is al veel opgaande beplanting verwijderd. Daarnaast zijn de nieuwgebouwde woningen net gerealiseerd dus moet de nieuwe beplanting nog vorm krijgen. Er bestaat een duidelijk verband tussen hoeveelheid beplanting en het voedselaanbod voor de huismus vleermuizen en ook marterachtigen. Omdat de huismus insecten nodig heeft om de jongen groot te brengen is opgaande inheemse beplanting erg belangrijk. De woning op de locatie is vervallen en de gebouwen verkeren in een zeer slechte staat. De gevels, muren, dakconstructie, deur- en raamkozijnen verkeren in vervallen staat en voldoen niet meer aan de huidige eisen. De muren zijn steens en niet geïsoleerd. Renovatie is hierdoor geen optie.

Daarnaast is er ook asbest in het pand aanwezig. Het is dus van belang voor de volksgezondheid en openbare veiligheid dat deze locatie zo snel mogelijk wordt gesaneerd. Huismussen Als alternatief verblijf voor de huismus worden minimaal vijf nestkasten in een straal van honderden meters van de te slopen bebouwing neergehangen. Deze worden later vervangen door al te bouwen woningen de vogelschroot als het geplaatst wordt minimaal 2 panlatten hoger aan te brengen. Vleermuizen In deze omgeving zijn in het verleden gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis waargenomen. Is van te voren niet geheel uit te sluiten dat dit pand als verblijfplaats wordt gebruikt. Al zijn er geen sporen waargenomen. Zijn er geen geschikte openingen licht het pand vol in het licht. Inmiddels is echter de gehele omgeving omgezet in een nieuwbouwwijk en is de hoeveelheid foerageergebied te verwaarlozen. Nu ook aan de overzijde de nieuwbouw gerealiseerd gaat worden. Mitigerende maatregelen zijn van te voren al genomen via het Soortenmanagementplan Waalsprong. Ook het aanvullende vleermuisonderzoek op 15 mei en 22 juni leverde bijzonder weinig waarnemingen van vleermuizen op. Slechts 1 dwergvleermuis is in dit gebied gedurende de 2 onderzoeken waargenomen.

Hiertoe wordt bij de realisatie toch uitgegaan van een worst case scenario en worden er voldoende verblijfplaatsen gecreëerd. Dit is verderop in dit rapport uitgewerkt. Zo worden er 2 vleermuispalen opgericht en worden de woningen van inbouwkasten voorzien. Dit is nog nader te bepalen met de architect, maar deze zullen vergelijkbaar zijn met de typen in de bijlage.

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

33

Kleine marterachtigen en steenmarter In de omgeving zijn diverse waarnemingen bekend van de steenmarter en kleine marterachtigen zoals bunzing, wezel en hermelijn. Echter, zijn er bij twee veldbezoeken geen sporen van marterachtigen in het pand waargenomen. Voor de ontwikkeling van de Waalsprong ook voor deze soorten mitigerende maatregelen genomen en wordt er voor de sloop van dit pand ook ontheffing voor deze soorten gevraagd. Vooral voor de kleine marterachtigen worden er brede gemengde Gelderse hagen aangelegd om meer voedsel aanbod en schuilplekken te creëren. Echter de realisatie van de nieuwbouw, het verdwijnen van het groen en de toename van meer loslopende katten, heeft een bijzonder negatief effect voor de handhaving van een populatie marterachtigen in deze omgeving. De volgende handelingen zullen plaats vinden: • Het slopen van de gebouwen; • Het terrein bouwrijp maken; • Het bouwen van de nieuwe gebouwen; • Het aanbrengen van erfverharding en beplanting.

•

Figuur 3: planlocatie woonhuis met bedrijfsgebouw (paarden- en varkensstallen) (bron: www.streetsmart.cyclomedia.com/streetsmart)

1.2

Griftdijk 21 en negatieve effecten op populatie huismus

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

34

Voor het bepalen zijn er het veldonderzoek van 30 april 2019 en 28 april 2022 zijn in het te slopen gebouw nesten gevonden van de huismus (Passer domesticus). De nesten van de huismussen bevinden zich onder de eerste rij pannen, net boven de muurplaat van het woongedeelte van de boerderij. De nesten zijn vanaf de zolder te zien. Onderstaande foto (figuur 4) geeft de locatie aan. Het is een kleine deelkolonie van circa 3 nesten. Het terrein achter de woning en aan beide kanten van de woning is nu ingericht met nieuwbouwwoningen en er zijn flinke bouwactiviteiten. Aan de overzijde van de weg, in de daar staande woningen, bevinden zich ook nog enkele kleine deelkolonies huismussen. Deze locatie wordt echter op den duur ook omgezet in nieuwbouw Omvang populatie Er zijn 2 bezoeken verricht op deze locatie; op 30 april 2019 en 28 april 2022. Beide keren zijn er 3 nesten van de huismus aangetroffen. Het is een zeer kleine deelpopulatie. De foerageer mogelijkheden van de omgeving staat enorm onder druk door de realisatie van veel nieuwbouwwoningen. Hiertoe is veel begroeiing verdwenen en is deze is na de woningbouw nog niet gerealiseerd. Bij de woningen aan de overzijde van de weg zijn ook nog kleine deelpopulaties van huismussen aanwezig.

•

Figuur 4: locatie nesten van de huismus (bron: flora- en faunaonderzoek)

Bepalen effecten populatie De nestplaats van de huismus is in de regel gebonden aan bebouwing. Huismussen zijn uitgesproken standvogels, die zich meestal niet meer dan enkele honderden meters van de broedplaats verwijderen. De huismus komt tot het broeden voor in of tegen gebouwen in dorpen en steden, in en bij boerderijen, maneges, kinderboerderijen en andere vormen van bebouwing in het landelijk gebied. In het broedseizoen blijven ze dichter bij de broedplaats. Nesten van huismussen zijn in de regel te vinden in of tegen allerlei menselijke bebouwing: onder dakpannen, in neststenen en in kieren en gaten in muren. Ook zijn nesten te vinden achter regenpijpen bij al dan niet met klimop begroeide muren en in nestkasten, als ook in speciale mussennestkasten zoals vogelvides. Uit de praktijk komt vaak naar voren dat de huismussen vaak op een locatie verblijven als in de buurt een continue voedselbron aanwezig is. Dit is het geval bij bijvoorbeeld kippen en (melk)rundvee, waar de huismus mee-eet met het aan het (klein)vee verstrekte voer. Ook

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

35

voedertafels waar het hele jaar wordt gevoerd kunnen deze plaats innemen. Daarnaast is het belangrijk dat ze wanneer ze jongen hebben er voldoende (opgaand) groen is om de jongen te voederen. De huismus is zeer honkvast. Hij blijft het gehele jaar in de buurt van zijn eenmaal gekozen nest. Huismussen zijn, als dat noodzakelijk is, in staat om nieuwe nestplekken te accepteren. Dit kunnen ze doen als ze een nieuwe partner hebben gevonden. Ook als nestgelegenheid de beperkende factor is geworden, kunnen ze nieuw aanbod (bijvoorbeeld vogelvides) gaan bewonen. Doordat de huismus de nestplekken vrijwel het gehele jaar toepast, worden de nestplaatsen die te veel bloot staan aan de zon gemeden. Ze hebben duidelijk de voorkeur voor nestplaatsen die op het oosten en noorden gericht staan. Bij een enorm tekort aan geschikte plaatsen worden ook locaties in gebruik genomen die niet ideaal zijn. Huismussen zijn sociale dieren: broeden, foerageren, baltsen, stofbaden nemen, slapen en uitzwermen na de broedperiode zijn allemaal activiteiten die in groepsverband plaatsvinden. De huismus kent twee typen verblijfplaatsen: de nesten als voortplantingsplaats en altijd groene struiken en klimplanten als rustplaats in de winter. De broedtijd is meestal van begin april tot en met augustus, maar in maart kan er ook al gebroed worden. De nestbouw begint al in maart.

Ook buiten de broedperiode wordt aan het nest gebouwd en wordt het nest ook gebruikt als slaapplaats. Huismussen zijn stapelvoedsel voor bijvoorbeeld sperwers. Deze zijn tegenwoordig frequent aanwezig in stedelijke gebieden. Meerdere succesvolle broedsels per jaar zijn ook om deze reden nodig om de huismuspopulatie in stand te houden. Plekken waar voedsel gezocht worden moeten, zeker in gebieden waar predatoren aanwezig zijn, in de directe omgeving van schuil- en vluchtmogelijkheden liggen. De habitat moet bestaan uit een combinatie van plekken voor nestgelegenheid, voedsel (voor volwassen en jongen), dekking (stekelige struiken, groenblijvende struiken en klimplanten, coniferen, klimop), plekken voor stofbaden en drinkwater. Ontbreekt een van de onderdelen of liggen ze te ver van elkaar verwijderd, dan is de habitat niet geschikt. Op de Griftdijk 21 worden door de sloop van de oude boerderij 3 nesten verwijderd. Dit is een hele kleine deelkolonie die onderdeel uitmaakt van de huismussen aan de overzijde van de weg. Daarnaast is er veel groen verdwenen door de realisatie van de nieuwbouw.

1.3

Te nemen maatregelen Door het nemen van maatregelen is het mogelijk om negatieve effecten van de activiteiten te verkleinen en mogelijk te voorkomen. Door het slopen van het gebouw komt door deze activiteit de staat van instandhouding in het geding. De maatregel is daarom ook gericht op het handhaven van een gunstige staat van instandhouding en die al aanwezig is en functioneert voordat de activiteiten met het effect plaats gaan vinden. Het voorstel is om binnen een straal van enkele honderden meters van de te slopen bebouwing met nestplaatsen minstens vijf nestkasten op te hangen.

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

36

•

Figuur 5:plek nestlocaties opgehangen nestlocaties

Er zijn op 7 locaties nestkasten met 3 plaatsen en 1 nestkast horizontaal met een plat dak opgehangen. Onderstaande typen zijn gebruikt. De (tijdelijke) nestkasten worden op het noorden of oosten geplaatst en dienen geconcentreerd tegen de gevel van de omliggende gebouwen en in de buurt van een haag geplaatst te worden. De kasten dienen tenminste 3 meter hoog te worden geplaatst. De kasten zijn inmiddels al sinds oktober vorig jaar geplaatst. Zijn alle gekocht bij Vivara in Venray. Een voorbeeld van deze mussennestkasten zijn op onderstaande afbeeldingen weergegeven. Al deze nestkasten hebben een opening van tenminste 32 mm. Onderstaande typen zijn toegepast van Vivara. Dit zijn de Travis, Alanso, Mus.

•

Figuur 6, 7 en 8: mussennestkasten (bron: www.vivara.nl/nestkasten)

De broedtijd is meestal van begin april tot en met augustus, maar in maart kan er ook al gebroed worden. De nestkasten dienen bij voorkeur een vlakke bovenzijde te hebben, zodat de huismus zich eenvoudig op het dak van de nestkast kan bevinden. De huismus is een Wevervogel en maakt een bolnest van onder andere stro, vandaar dat de mussenkast voldoende inhoud moet bevatten. Huismussen zijn, als dat noodzakelijk is, in staat om nieuwe nestplekken te accepteren. Dit kunnen ze doen als ze een nieuwe partner hebben gevonden. Ook als nestgelegenheid de beperkende factor is geworden, kunnen ze nieuw aanbod (bijvoorbeeld vogelvides) gaan bewonen. Om deze reden zijn de maatregelen in dit specifieke geval effectief. Het verwachte succes van de maatregel staat met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijk vast.

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

37

Permanente verblijfplaats huismus Daarnaast worden er in de toekomst diverse woningen gebouwd op de locatie waar de huidige te slopen bebouwing gevestigd is. Daar het ontwerp nog moet worden gemaakt, moeten er voorzieningen voor huismussen in aangebracht worden. Bij de bouw wordt verplicht dat het vogelschroot tenminste 2 panlatten hoger wordt aangebracht. De koude zijden (noorden en oosten) zullen hierbij het meest succesvol zijn. Daarnaast dient ook de beplanting huismus vriendelijk te zijn, dus bij voorkeur dichte struiken en groenblijvend (brede hagen minimaal 1 meter breed , liguster en klimop of ilex). Dit zijn struiken waarin de huismus bij gevaar kan schuilen. Liefst deze hagen en struiken niet te ver van de woning Het slopen van de bebouwing zal plaats dienen te vinden na het broedseizoen. Te nemen maatregelen vleermuizen Om te voldoen voor vleermuizen is het verstandig om per direct blijvende vleermuiskasten te plaatsen die na de bouw ook kunnen blijven staan de voorkeur gaat uit naar vleermuispalen. Bij de woningen recht tegenover de boerderij hangen tegen de bijgebouwen ook vleermuiskasten. Deze worden echter niet gebruikt.

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

38

Adviezen omtrent het ophangen van vleermuiskasten: Hang altijd kasten op naar verschillende richtingen. Een kast tegen een gebouw moet miniaal 4 meter hoog hangen. Daarnaast moet bij het plaatsen boven een aanbouw de kast minimaal 2 meter hoog hangen in verband met predicatie door katten. Kies voor een vrije aanvliegroute. Er mogen dus geen struiken of bomen voor staan. Vermijd licht, dus hang de kast op, op een zo donker mogelijke plek. Vermijd dat de kast tegen damwandprofielplaten wordt geplaatst. Bij het ophangen tegen een boom wordt aangeraden om een minimale hoogte van 3 meter aan te houden en het liefst ook meerdere richtingen, maar bij een enkele kast richting het oosten gericht. Vermijd licht en hang hem zodanig dat er vrije invliegmogelijkheden zijn.

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

39

Bij de solitaire paal kan gekozen worden voor verschillende platte kasten tegen een paal van tenminste 4 meter hoog. Alle windrichtingen en het liefst met elkaar verbonden.

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

40

Voorzieningen vleermuiskasten in de te bouwen woningen

•

Figuur 9 : realisatie nieuwbouw blauwe punt mogelijke locatie vleermuis paal

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

41

1.4

Alternatieven Er is overwogen en bekeken of de bestaande boerderij nog gerestaureerd zou kunnen worden, maar het pand is in zo’n slechte staat bouw, isolatie en constructie dat sloop in de feite de enige mogelijk is. Daarnaast is de gehele omgeving inmiddels ook voorzien van nieuwbouw waardoor de gehele omgeving zeer ingrijpend veranderd is. Ecologisch gezien zijn veel zaken negatief veranderd. Doordat het gehele gebouw wordt gesloopt zijn er weinig alternatieven voorhanden, waardoor er enkel een mogelijkheid is om voorzieningen te treffen in de nieuwbouw. Het ophangen van nestkasten binnen een straal van honderden meter van de te slopen bebouwing is de meest logische en meest praktische oplossing om alternatieve nestgelegenheid aan te bieden.

1.5

Algemeen belang De te slopen bebouwing is geheel in vervallen staat. Het van belang voor de volksgezondheid en openbare veiligheid, dat op zeer korte termijn deze locatie wordt gesaneerd.

1.6

Planning De volgende planning zal worden doorgevoerd: • Ophangen huismusnestkasten in de omgeving, is reeds uitgevoerd; • Ontmantelen bestaande nesten in oktober-december 2022; • Plaatsen vleermuiskasten begin 2023 • Sloop gebouw in januari 2023; • Bouwen nieuwe woningen met voorzieningen medio 2023.

1.7

Betrokken partijen De betrokken sloper betreft Heyting. De woningen worden ontworpen door Werner Stals en Aelmans Bouwadvies. De tekeningen van de woningen en eventuele beplanting zijn nog niet op bouwplanniveau. Wel is er een stedenbouwkundig plan, zie figuur 9. Het bestemmingsplan wordt opgesteld door Pouderoyen Tonnaer. Initiatiefnemer exploiteert zelf de woningen.

Quickscan soortenbescherming Wnb – Griftdijk Noord 21/ 21a, Lent

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=bc9e1014-44da-4b5c-b3c9-bc8c3634d626