CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 8 Quickscan fauna en flora

Besluitronde (raadsvergadering) 11 september 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: (AANGEPAST) Raadsvoorstel Vaststelling Bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 -1 (Winkelcentrum - Weezenhof Herstelbesluit) (74/2024)6.546 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

Colofon Titel:

Rapportage quickscan flora en fauna Weezenhof te Nijmegen

Projectcode Versie: Datum Auteur:

P01590 Definitief V2 30-03-2022 K.J.M. Degen

Opdrachtgever:

Beleggings-en Beheersmaatschappij Dornick B.V. St. Canisiussingel 32 6511 TJ NIJMEGEN

Uitvoerder

Email: Website:

GRAS Advies bv Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo Michael.witjes@grasadvies.nl https://grasadvies.nl/

Contactpersoon: Telefoon: Email:

M. Witjes 06 55476553 Michael.witjes@grasadvies.nl

Controle Paraaf goedkeuring

R.M. Smit

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Pagina 2 van 21

Huismanstraat 6 6851 GT Huissen

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

Inhoudsopgave 1

Inleiding.............................................................................................................................................. 5

1.1

Doelstelling rapport ............................................................................................................................ 5

1.2

Samenvatting ..................................................................................................................................... 6

1.3

Uitgangspunten .................................................................................................................................. 6

1.4

Projectgebied ..................................................................................................................................... 7

2

Wet natuurbescherming ..................................................................................................................... 9

2.1

Natura 2000 ....................................................................................................................................... 9

2.2

Natuurnetwerk Nederland .................................................................................................................. 9

2.3

Houtopstanden ................................................................................................................................ 10

2.4

Soortenbescherming ........................................................................................................................ 10

3

Werkwijze......................................................................................................................................... 13

4

Resultaten beschermde gebieden ................................................................................................... 14

4.1

Natura 2000-gebieden ..................................................................................................................... 14

4.2

Natuurnetwerk Nederland ................................................................................................................ 15

5

Resultaten houtopstanden ............................................................................................................... 16

6

Resultaten beschermde soorten ...................................................................................................... 16

6.1

Karakteristieken ............................................................................................................................... 16

6.2

Flora ................................................................................................................................................. 16

6.3

Landzoogdieren ............................................................................................................................... 16

6.4

Vleermuizen ..................................................................................................................................... 17

6.5

Vogels .............................................................................................................................................. 18

6.6

Amfibieën ......................................................................................................................................... 18

6.7

Reptielen .......................................................................................................................................... 18

6.8

Vissen .............................................................................................................................................. 18

6.9

Ongewervelden ................................................................................................................................ 18

7

Conclusies en advies ....................................................................................................................... 19

7.1

Natura 2000-gebied ......................................................................................................................... 19

7.2

Natuurnetwerk Nederland ................................................................................................................ 19

7.3

Beschermde soorten ........................................................................................................................ 19

7.4

Zorgplicht ......................................................................................................................................... 20

Bronnen ........................................................................................................................................................... 20

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Pagina 3 van 21

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

Bijlagen Bijlage 1: Impressie projectgebied Bijlage 2: Toelichting verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Bijlage 3: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken Bijlage 4: Plattegrond met registratienummers Bijlage 5: Registratieformulier

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Pagina 4 van 21

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

1 Inleiding Het projectgebied bevindt zich aan de Weezenhof te Nijmegen en omvat het winkelcentrum Weezenhof. De eigenaar is voornemens op deze locatie een nieuw complex te realiseren met 118 appartementen, een gezondheidscentrum en winkels. Hiertoe worden de nog resterende gebouwen op het terrein gesloopt (deels na gereedkomen van de nieuwbouw). De exacte planning is nog niet bekend. Bij dergelijke ruimtelijke ingrepen dient rekening gehouden te worden met beschermde gebieden, houtopstanden en plant- en diersoorten. De Wet natuurbescherming omvat de regelgeving betreffende deze soorten en gebieden. De Wet natuurbescherming is van kracht sinds januari 2017 en vervangt de drie oude wetten: ‘Natuurbeschermingswet 1998’, ‘Boswet’ en ‘Flora- en Faunawet’. Doelstelling van de Wet natuurbescherming is bescherming van de biodiversiteit, decentralisatie van verantwoordelijkheden en vereenvoudiging van regelgeving.

1.1

Doelstelling rapport

Het doel van dit verkennend onderzoek is het inzichtelijk brengen van de eventuele aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten in en direct rondom het projectgebied. Daarnaast wordt de ligging van het projectgebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden onderzocht. Op basis van deze soorten- en gebiedsinformatie worden uitspraken gedaan over mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling en eventuele noodzakelijke vervolgstappen (vervolgonderzoeken). GRAS Advies voert verkennende veldonderzoeken uit volgens de geldende soortprotocollen. De heer M. Witjes (BSc), de heer R.M. Smit (MSc) en mevrouw K.J.M. Degen zijn middels opleiding en ervaring bevoegd voor de verrichte werkzaamheden. Daarnaast is het project uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van GRAS Advies. Het kwaliteit managementsysteem van GRAS Advies is ISO NEN-EN-ISO 9001:2015 gecertificeerd.

Afbeelding 1.1: Nijmegen, provincie Gelderland

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Pagina 5 van 21

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

1.2

Samenvatting

Natura 2000-gebied Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied is Rijntakken op ca. 6,47 km afstand van het projectgebied en wordt hiervan gescheiden door agrarisch gebied en de bebouwde kom van Nijmegen en Weurt. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 9,3 km en 10,53 km) van het projectgebied. Het projectgebied is niet direct zichtbaar vanuit omliggende Natura 2000-gebieden. Van optische verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden is derhalve geen sprake. Gelet op de ligging van het projectgebied en de beperkte impact van de ingreep, kan verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden door licht en geluid op voorhand worden uitgesloten. Een substantieel, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling in de toekomstige gebruiksfase op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden is niet aannemelijk, maar kan desgewenst nader onderzocht worden middels een AERIUS berekening. Er is geen sprake van significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden, het aanvragen van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland betreft aangrenzende percelen op 530 m afstand van het projectgebied.

Het projectgebied wordt van dit Natuurnetwerk Nederland gebied gescheiden door bebouwing. Aangezien het projectgebied buiten de begrenzing van het NNN ligt en de provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Gelderland geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing ten aanzien van NNN niet noodzakelijk. Vleermuizen In één van de gebouwen (bijlage 4) zijn tijdens het veldbezoek openingen aangetroffen die groot genoeg en geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. De bomen in het noorden en westen van het projectgebied (bijlage 4) vormen een lijnachtige structuur die mogelijk geschikt is als vliegroute. De bomen aan de oost- en zuidzijde het gebouw, kunnen mogelijk dienen als foerageergebied. Een nader onderzoek naar het gebruik van het projectgebied door vleermuizen is benodigd. Vogels Er zijn geen broedende vogels aangetroffen. Er zijn wel meerdere waarnemingen gedaan van vogels vliegend boven het terrein en/of zittend in bomen of struiken in de directe omgeving, te weten ekster, mus, merel, kraai en houtduif. Het projectgebied is (onderdeel van) het leefgebied voor o.a. zangvogels. Het kan zijn dat zangvogels de bomen en struiken in het projectgebied gaan gebruiken als broedlocatie.

Verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren Het broedseizoen is globaal aan te geven tussen 15 maart en 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Als toch gewerkt wenst te worden tijdens het broedseizoen, dienen de aanwezige bosschages niet verstoort te worden. Ook is het mogelijk vlak voor de werkzaamheden het onderzoeksgebied te late controleren op de aanwezigheid van broedende vogels door een deskundig ecoloog. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.”

1.3

Uitgangspunten

Als uitgangspunt voor deze rapportage is de inkomende e-mail van de heer S. Dyckhoff op 5-2-2021 met als onderwerp ‘winkelcentrum weezenhof’ en met verwijzing naar de offerte van 9-2-2021.

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Pagina 6 van 21

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

1.4

Projectgebied

Het projectgebied is gelegen in Nijmegen (Afb. 1.2). Het is gelegen in de wijk Weezenhof. Het gebied grenst aan de zuidzijde aan agrarische percelen, hiervan gescheiden door bebouwing. Aan de westzijde grenst het aan een spoorlijn, gescheiden door bebouwing. Aan de oostzijde ligt het Maas-Waalkanaal. Aan de noordzijde bevindt zich de Van Boetbergweg. Het projectgebied heeft een oppervlakte van ca. 19000 m2, en bestaat uit bebouwing met parkeergelegenheid (Afb. 1.3). Op het terrein bevinden zich tevens groenstroken met struweel en bomen.

Afbeelding 1.2: Ligging van het projectgebied (binnenste rode kader).

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Pagina 7 van 21

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

Afbeelding 1.3: Luchtfoto van het projectgebied (binnen het rode kader).

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Pagina 8 van 21

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

2 Wet natuurbescherming De oude natuurwetgeving met ‘de Natuurbeschermingswet 1998’ en ‘de Flora- en Faunawet’ is per januari 2017 veranderd in de Wet natuurbescherming. Hieronder wordt de inhoud van de Wet natuurbescherming toegelicht.

2.1

Natura 2000

De bescherming van de ca. 164 Natura 2000-gebieden in Nederland blijft behouden in de Wet natuurbescherming. In Natura 2000-gebieden zijn de Europese richtlijnen van kracht. De Europese Unie (EU) heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote waarde is. Om deze natuur te behouden, heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Nederland telt ruim 160 Natura 2000-gebieden, welke onderdeel uitmaken van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. Aanwijzingsprocedure Natura 2000-gebieden worden formeel aangewezen. Per gebied is er een aanwijzingsdocument gemaakt door het ministerie met daarin: ● Instandhoudingsdoelen; welke doelsoorten en habitats gaat het, en wat is de doelstelling ten aanzien van die soorten en/of habitats; ● Begrenzing; welk areaal is beschermd. Beheerplannen Voor ieder gebied moet binnen drie jaar een beheerplan worden vastgesteld. In het beheerplan staat welke natuurwaarden er zijn of deze moeten worden beschermd en/of ontwikkeld. Er staat ook in hoe het gerealiseerd moet worden. Verder wordt er in aangegeven welke externe facturen de instandhoudingsdoelen mogelijk negatief kunnen beïnvloeden. Deze beheerplannen worden vastgesteld door het Rijk of door de Provincie.

Vergunning Voor de uitvoering van werkzaamheden welke mogelijk schade toebrengen aan een door Natuurbeschermingswet beschermd gebied, geldt dat deze acties in principe verboden zijn. Indien een groter maatschappelijk belang aanwezig is, dient er een vergunningsprocedure te worden doorlopen. Hierbij geldt de volgende regel: ‘activiteiten mogen in principe alleen worden uitgevoerd wanneer er geen significante schade aan beschermde natuurwaarde ontstaat’. Beschermde Natuurmonumenten Voorheen waren naast Natura 2000-gebieden ook Beschermde Natuurmonumenten beschermd conform de gebiedsbescherming. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is vervallen. Provincies kunnen wel besluiten om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt de gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap.

2.2

Natuurnetwerk Nederland

Aanvullend op de natuurwetgeving is er natuurbeleid. Natuurbeleid is een zachter kader dan de natuurwetgeving, maar is eveneens van belang voor ruimtelijke plannen. Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Via de Nota Ruimte is het toetsingskader voor het Natuurnetwerk Nederland geregeld. In Natuurnetwerk Nederland liggen de volgende natuurgebieden: ● Bestaande natuurgebieden (waaronder de 20 Nationale Parken) ● Gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd ● Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Pagina 9 van 21

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

● ●

2.3

Ca. 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, het Nederlandse deel van de Noordzee en de Waddenzee Alle Natura 2000-gebieden

Houtopstanden

De Wet natuurbescherming spreekt over een houtopstand indien sprake is van een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: a een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen De Wet natuurbescherming heeft geen betrekking op: a houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b houtopstanden op erven of in tuinen; c fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e kweekgoed; f uit populieren of wilgen bestaande: 1 wegbeplantingen; 2 beplantingen langs waterwegen, en 3 eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g het dunnen van een houtopstand; h uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1 ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2 bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3 zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten (Artikel 4.2).

2.4

Soortenbescherming

De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Er is een stappenplan opgesteld door Ministerie van Economische Zaken (Bijlage 4). Met dit stappenplan kan worden bepaald of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling. Bevoegdheid De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen ligt bij de provincies. Enkel bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk het bevoegd gezag. Beschermingsregime De Wet Natuurbescherming kent de onderstaande beschermingsregimes. Elk van deze beschermingsregime kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor een vrijstelling of ontheffing van de verboden. ● Soorten van de Vogelrichtlijn ● Soorten van de Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn ● Andere soorten (bescherming vanuit nationaal oogpunt) Om te mogen afwijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan de volgende criteria zijn voldaan. ● Er mag worden afgeweken als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is ● Tegenover de afwijking van het verbod moet een in de wet genoemd belang staan (bijv.

volksgezondheid of openbare veiligheid) ● De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van een soort Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Pagina 10 van 21

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

De verbodsbepalingen voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten zijn gericht op bescherming van de individuen van de soorten. De verbodsbepalingen mogen enkel overtreden worden met een ontheffing (het ‘nee, tenzijprincipe’). Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt niet gekeken naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Zorgplicht Iedereen dient voldoende rekening te houden met in het wild levende dieren en planten en de directe leefomgeving. ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving In veel gevallen is er geen ontheffing nodig, maar kan er gebruik worden gemaakt van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod. Er zijn diverse vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Bekende voorbeelden van vrijstellingen zijn onder meer het toepassen van de gedragscode of wanneer de werkzaamheden plaatsvinden in het kader van een Programmatische Aanpak of een Provinciale verordening.

Verbodsbepalingen De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Vogelrichtlijn, artikel 3.1 lid 1 Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. lid 3 Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. lid 4 Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. lid 5 Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Habitatrichtlijn, artikel 3.2 Lid 1 Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. lid 2 Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. lid 3 Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. lid 5 Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. De verbodsbepalingen betreffende andere soorten, artikel 3.3 lid 1 Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: onderdeel a In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; onderdeel b de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of onderdeel c vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Gedragscodes In de Wet natuurbescherming is de mogelijkheid opgenomen om een vrijstelling te verkrijgen indien wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode (art 3.31).

In de mogelijkheid die de wet biedt, wordt ook aangegeven dat er met betrekking tot de Europees beschermde soorten een gedragscode kan worden goedgekeurd voor ruimtelijke ontwikkelingen (naast beheer en onderhoud, waarvoor in de Flora- en Faunawet

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Pagina 11 van 21

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

reeds een vrijstelling gold als werd gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode). Hoewel de mogelijkheid wel wordt geboden, zijn er bij het opstellen van het stappenplan nog géén gedragscodes goedgekeurd voor de nieuwe beschermde soorten of voor de Europees beschermde soorten voor ruimtelijke ontwikkelingen. Hier dient rekening mee te worden gehouden bij de bepaling of een gedragscode van toepassing is voor de type ingreep en de voorkomende beschermde soorten.

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Pagina 12 van 21

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

3 Werkwijze Ten behoeve van deze quickscan flora & fauna is op twee manieren onderzocht of de voorgenomen ruimtelijke ingrepen mogelijk een negatief effect hebben op beschermde gebieden, plantensoorten en diersoorten en houtopstanden. Bureauonderzoek Tijdens een voorbereidend bureauonderzoek is informatie verzameld over: a het projectgebied en de positie van het projectgebied t.o.v. beschermde gebieden in de omgeving van het projectgebied (Hoofdstuk 4. Resultaten beschermde gebieden) b de ligging van de te kappen houtopstanden ten opzichte van de bebouwde kom grens (Hoofdstuk 5: Resultaten houtopstanden) c waarnemingen van plant- en diersoorten in het projectgebied en in de omgeving van het projectgebied (Hoofdstuk 6: Resultaten beschermde soorten) Veldonderzoek Op basis van één verkennend veldonderzoek is de (kans op) aanwezigheid van wettelijk beschermde planten diersoorten onderzocht in het projectgebied en in de directe omgeving van het projectgebied. Het terrein is onderzocht op basis van terreingesteldheid, potentiële aanwezigheid van beschermde soorten alsook de aanwezigheid van biotopen die geschikt zijn voor beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van bekende natuurinformatie (NDFF, waarneming.nl).

Daarnaast is het omliggende gebied globaal geanalyseerd waarmee een inschatting gemaakt kan worden of het projectgebied geschikt kan zijn als leefgebied voor beschermde soorten.

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Pagina 13 van 21

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

4 Resultaten beschermde gebieden 4.1

Natura 2000-gebieden

Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied (Afbeelding 4.1). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Rijntakken op ca. 6,47 km afstand van het projectgebied en wordt hiervan gescheiden door agrarisch gebied en de bebouwde kom van Nijmegen en Weurt. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 9,3 km en 10,53 km) van het projectgebied. Het projectgebied is niet direct zichtbaar vanuit omliggende Natura 2000-gebieden. Van optische verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden is derhalve geen sprake. Gelet op de ligging van het projectgebied en de beperkte impact van de ingreep, kan verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden door licht en geluid op voorhand worden uitgesloten. Een substantieel, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie in de toekomstige gebruiksfase en daarmee op Natura 2000-gebieden is niet aannemelijk, maar kan desgewenst nader onderzocht worden middels een AERIUS berekening. Er is geen sprake van significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden, het aanvragen van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde.

Afbeelding 4.1: Ligging van het projectgebied (binnenste rode kader) t.o.v. Natura 2000-gebied (blauw/groen/geel).

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Pagina 14 van 21

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

4.2

Natuurnetwerk Nederland

Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (Afbeelding 4.2). Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland betreft aangrenzende percelen op 530m afstand van het projectgebied. Het projectgebied wordt van dit Natuurnetwerk Nederland gebied gescheiden door bebouwing. Aangezien het projectgebied buiten de begrenzing van het NNN ligt en de provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Gelderland geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing ten aanzien van NNN niet noodzakelijk.

Afbeelding 4.2: Ligging van het projectgebied (binnenste rode kader) ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland (beige).

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Pagina 15 van 21

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

5 Resultaten houtopstanden Het projectgebied bevindt zich binnen de bebouwde kom. Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing op het projectgebied. Daarnaast worden de aanwezige (monumentale) bomen behouden.

6 Resultaten beschermde soorten 6.1

Karakteristieken

Tijdens het locatieonderzoek zijn in het projectgebied verschillende elementen aangetroffen (Tabel 6.2). De foto’s in bijlage 3 geven een impressie van de situatie ter plaatse. Tabel 6.1: Gegevens inspectiedatum locatiebezoek. Controleur Datum Dagdeel Weer

K.J.M. Degen Dinsdag 1 juni 2021 Ochtend Droog, zonnig, 20Cº, wind OZO, 2Bft

Tabel 6.2: Aangetroffen elementen. Elementen Aanwezig Gebouwen Ja Water Nee Houtachtige vegetatie Ja Kruidachtige vegetatie Ja Moeras en verlandingszone Nee Agrarisch gebied Nee Werken Nee Erf / tuin / privé Nee Bestrating / verharding Ja

6.2

Omschrijving Bedrijfspanden Diverse (monumentale) bomen, diverse struiken Grasveld, regelmatig gemaaid Bestrating

Flora

Het veldbezoek vond plaats in het groeiseizoen van planten zodat een goede indruk is verkregen van de aanwezige soorten. Hierbij is de aanwezigheid vastgesteld van enkele algemeen voorkomende grassoorten en kruiden waaronder straatgras en hondsdraf. Tijdens het veldbezoek zijn geen bijzondere of beschermde plantensoorten aangetroffen, op de monumentale bomen na. Gezien de huidige inrichting van het projectgebied is het niet aannemelijk dat beschermde plantensoorten in het projectgebied voorkomen. Een nader onderzoek naar beschermde flora en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.

6.3

Landzoogdieren

Steenmarter Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen van steenmarter aangetroffen. Er zijn geen waarnemingen bekend van de steenmarter in de directe omgeving van het projectgebied (NDFF). Eén gebouw heeft openingen die geschikt zijn voor steenmarter om door naar binnen te gaan. In de directe omgeving van het gebouw is alleen bestrating aanwezig en geen schuilmogelijkheden in de vorm van struweel. Er zijn geen krabsporen aangetroffen op het gebouw. Het is daarom redelijkerwijs uitgesloten dat de steenmarter het gebouw gebruikt als nest- of rustlocatie. De vegetatie in het oosten van het projectgebied is matig geschikt als foerageergebied voor de steenmarter. De aanwezige vegetatie en bebouwing in de omgeving is geschikt als hoogwaardig leefgebied voor de steenmarter. De beoogde ontwikkeling heeft geen significant negatief effect op de steenmarter.

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Pagina 16 van 21

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

Kleine marterachtigen Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen van kleine marterachtigen aangetroffen. Er zijn geen waarnemingen bekend van kleine marterachtigen in de directe omgeving van het projectgebied (NDFF). De aanwezige vegetatie in het oostelijke deel van het projectgebied is matig geschikt als leefgebied voor kleine marters. Het gaat om een geïsoleerd klein gebied, omsloten door wegen en bebouwing. Het is wel mogelijk dat de vegetatie in het projectgebied gebruikt wordt door passerende exemplaren. Aangezien er in de directe omgeving veel hoogwaardig leefgebied aanwezig is, is van een significant negatief effect door de geplande ontwikkeling op de kleine marterachtigen geen sprake. Overige landzoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen zoogdieren of sporen van zoogdieren aangetroffen. Gezien de omgeving kunnen soorten als egel en algemene muizensoorten worden verwacht. Het projectgebied is onderdeel van de leefomgeving van deze soorten. De bovengenoemde soorten zijn beschermd conform de Wet natuurbescherming ‘andere soorten’, maar staan ook in de categorie ‘vrijgestelde soorten’. Dit houdt in dat bij uitvoering van de werkzaamheden in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling een vrijstelling geldt voor deze soort. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij.

6.4

Vleermuizen

Een vleermuisonderzoek valt buiten het kader van een quickscan. Wel is de potentie onderzocht van het projectgebied voor vleermuizen en is gelet op sporen. Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van gebouwen. Er is onderzocht welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld. Daarna is onderzocht welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen in het projectgebied. Als richtlijn is hiervoor de checklist van het huidig geldende Vleermuisprotocol (2021) aangehouden. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. Verblijfplaats In één van de gebouwen (bijlage 4) zijn tijdens het veldbezoek openingen aangetroffen die groot genoeg en geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in het projectgebied kan daarom op voorhand niet worden uitgesloten. Bij de sloop van het gebouw gaan er mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen verloren. Een nader onderzoek naar beschermde gebouw bewonende vleermuizen is benodigd.

Foerageergebied De (monumentale) bomen en struiken in combinatie met het grasveld zijn in potentie geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Buiten de projectgrenzen maar in de directe omgeving zijn tuinen, bosschages en open veld aanwezig die mede kunnen dienen als (hoogwaardig) foerageergebied voor vleermuizen. Vliegroute De aanwezige bomen in het noorden en westen van het projectgebied (bijlage 4) vormen een lijnachtige structuur die mogelijk geschikt is als vliegroute. Een eventuele functie als vliegroute voor vleermuizen is redelijkerwijs niet uitgesloten. Een nader onderzoek naar het gebruik van het projectgebied door vleermuizen is benodigd.

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Pagina 17 van 21

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

6.5

Vogels

Jaarrond beschermde vogelnesten Tijdens het veldbezoek zijn de bomen en bosschages gecontroleerd op jaarrond beschermde nesten. Er zijn in de bomen of struiken geen nesten aangetroffen hiervan. Voor gebouw bewonende broedvogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn, zoals de huismus en gierzwaluw, geldt dat het gebouw niet geschikt is als potentiële nestlocatie. Broedvogels Er zijn meerdere waarnemingen gedaan van vogels vliegend boven het terrein en/of zittend in bomen of struiken in de directe omgeving, te weten ekster, mus, merel, kraai en houtduif. Het projectgebied is (onderdeel van) het leefgebied voor o.a. zangvogels. Het kan zijn dat zangvogels de bomen en struiken in het projectgebied gaan gebruiken als broedlocatie. Verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren Het broedseizoen is globaal aan te geven tussen 15 maart en 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Als toch gewerkt wenst te worden tijdens het broedseizoen, dienen de aanwezige bosschages niet verstoort te worden. Ook is het mogelijk vlak voor de werkzaamheden het onderzoeksgebied te late controleren op de aanwezigheid van broedende vogels door een deskundig ecoloog.

Een nader onderzoek naar beschermde vogels en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.

6.6

Amfibieën

In het projectgebied liggen geen geschikte voortplantingsbiotopen voor amfibieën. Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën waargenomen. Het is mogelijk dat de gewone pad het projectgebied gebruikt als leefomgeving. Deze soort is beschermd conform de Wet natuurbescherming ‘Andere soorten’, maar staan ook op de categorie met ‘vrijgestelde soorten’. Dit houdt in dat bij uitvoering van de werkzaamheden in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling een vrijstelling geldt voor deze soort. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij. Een nader onderzoek naar beschermde amfibieën en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.

6.7

Reptielen

In het projectgebied zijn geen reptielen aangetroffen. Er zijn ook geen biotopen aangetroffen die geschikt zijn voor reptielen. Een nader onderzoek naar beschermde reptielen en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.

6.8

Vissen

In het projectgebied bevinden zich geen biotopen die geschikt zijn voor vissen. Een nader onderzoek naar beschermde vissen en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.

6.9

Ongewervelden

Tijdens het veldbezoek zijn geen ongewervelden waargenomen. Vanwege het ontbreken van de voor beschermde ongewervelden benodigde specifieke habitats, is het niet aannemelijk dat beschermde soorten ongewervelden in het projectgebied aanwezig zijn. Een nader onderzoek naar beschermde ongewervelden en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Pagina 18 van 21

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

7 Conclusies en advies 7.1

Natura 2000-gebied

Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied is Rijntakken op ca. 6,47 km afstand van het projectgebied en wordt hiervan gescheiden door agrarisch gebied en de bebouwde kom van Nijmegen en Weurt. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 9,3 km en 10,53 km) van het projectgebied. Het projectgebied is niet direct zichtbaar vanuit omliggende Natura 2000-gebieden. Van optische verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden is derhalve geen sprake. Gelet op de ligging van het projectgebied en de beperkte impact van de ingreep, kan verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden door licht en geluid op voorhand worden uitgesloten. Een substantieel, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie in de toekomstige gebruiksfase en daarmee op Natura 2000-gebieden is niet aannemelijk, maar kan desgewenst nader onderzocht worden middels een AERIUS berekening. Er is geen sprake van significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden, het aanvragen van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde.

7.2

Natuurnetwerk Nederland

Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland betreft aangrenzende percelen op 530m afstand van het projectgebied. Het projectgebied wordt van dit Natuurnetwerk Nederland gebied gescheiden door bebouwing. Aangezien het projectgebied buiten de begrenzing van het NNN ligt en de provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Gelderland geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing ten aanzien van NNN niet noodzakelijk.

7.3

Beschermde soorten

Uit het veldonderzoek zijn de volgende restricties naar voren gekomen: Vleermuizen In één van de gebouwen (bijlage 4) zijn tijdens het veldbezoek openingen aangetroffen die groot genoeg en geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in het projectgebied kan daarom op voorhand niet worden uitgesloten. Bij de sloop van het gebouw gaan er mogelijk verblijfplaatsen van beschermde vleermuizen verloren. Foerageergebied De (monumentale) bomen en struiken in combinatie met het grasveld zijn in potentie geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Buiten de projectgrenzen maar in de directe omgeving zijn tuinen, bosschages en open veld aanwezig die mede kunnen dienen als (hoogwaardig) foerageergebied voor vleermuizen. Vliegroute De aanwezige bomen in het noorden en westen van het projectgebied (bijlage 4) vormen een lijnachtige structuur die mogelijk geschikt is als vliegroute. Een eventuele functie als vliegroute voor vleermuizen is redelijkerwijs niet uitgesloten. Een nader onderzoek naar beschermde gebouw bewonende vleermuizen, een mogelijke vliegroute en/of een ontheffingsaanvraag is benodigd. Kleine marterachtigen Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen van kleine marterachtigen aangetroffen. Er zijn geen waarnemingen bekend van kleine marterachtigen in de directe omgeving van het projectgebied (NDFF).

De aanwezige vegetatie in het oostelijke deel van het projectgebied is matig geschikt als leefgebied voor kleine marters. Het gaat om een geïsoleerd klein gebied, omsloten door wegen en bebouwing. Het is wel mogelijk dat de vegetatie in het projectgebied gebruikt wordt door passerende exemplaren. Aangezien er in de directe omgeving veel hoogwaardig leefgebied aanwezig is, is van een significant negatief effect door de geplande ontwikkeling op de kleine marterachtigen geen sprake.

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Pagina 19 van 21

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

Vogels Er zijn geen broedende vogels aangetroffen. Er zijn wel meerdere waarnemingen gedaan van vogels vliegend boven het terrein en/of zittend in bomen of struiken in de directe omgeving, te weten ekster, mus, merel, kraai en houtduif. Het projectgebied is (onderdeel van) het leefgebied voor o.a. zangvogels. Het kan zijn dat zangvogels de bomen en struiken in het projectgebied gaan gebruiken als broedlocatie. Verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren Het broedseizoen is globaal aan te geven tussen 15 maart en 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Als toch gewerkt wenst te worden tijdens het broedseizoen, dienen de aanwezige bosschages niet verstoort te worden. Ook is het mogelijk vlak voor de werkzaamheden het onderzoeksgebied te late controleren op de aanwezigheid van broedende vogels door een deskundig ecoloog.

7.4

Zorgplicht

De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a. voorkomen, b. beperken en c. ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.”

Bronnen Literatuur ● Meijden, R. van der, Heukels' Flora van Nederland, Wolters-Noordhoff, 2005. ● Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora, Stichting Floron, Nijmegen 2011. ● Weeda, E.J. et al., Nederlandse Oecologische Flora, KNNV, Leiden, 1999. Internet ● https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01 De Wet natuurbescherming met de onderdelen Natura 2000-gebieden, Houtopstanden en Soorten inclusief de beschermingsregimes Habitatrichtlijnsoorten, Vogelrichtlijnsoorten en Andere soorten. Geraadpleegd op 08-06-2021 ● http://kadviewer.map5.nl Kadviewer is een online kaartendienst waarmee geografische locaties opgezocht kunnen worden. Geraadpleegd op 08-06-2021 ● https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ Provinciale verordening m.b.t. de Wet natuurbescherming en vrijgestelde soorten. Geraadpleegd op 08-06-2021 ● http://www.regelink.net Regelink is een kenniscentrum met betrekking tot de beschermde soorten in de Wet natuurbescherming. Geraadpleegd op 08-06-2021 ● Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de NDFF zijn waarnemingen beschikbaar met exacte locatiegegevens. Geraadpleegd op 08-06-2021 ● https://www.waarneming.nl Database van voorkomen van flora- en fauna in Nederland. Geraadpleegd op 08-06-2021 ● https://www.telmee.nl Database van voorkomen van flora- en fauna in Nederland. Geraadpleegd op 08-06-2021

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Pagina 20 van 21

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

● https://www.vleermuis.net Vleermuis.net is een kenniswebsite met informatie over het Vleermuisprotocol. Geraadpleegd op 08-06-2021 ● https://www.ravon.nl RAVON is een kenniscentrum voor reptielen, amfibieën en vissen. Geraadpleegd op 08-06-2021 ● https://www.zoogdiervereniging.nl Zoogdiervereniging Geraadpleegd op 08-06-2021 ● https://www.vogelbescherming.nl/ Vogelbescherming Geraadpleegd op 08-06-2021 ● https://www.sovon.nl/ Sovon Vogelonderzoek Nederland Geraadpleegd op 08-06-2021

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Pagina 21 van 21

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

Bijlage 1: Impressie projectgebied Mogelijke verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

Bijlage 2: Toelichting verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna In het verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming wordt onderzoek gedaan naar het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten in het projectgebied. Ook wordt de ligging van het projectgebied onderzocht t.o.v. beschermde gebieden behorende tot het Natura 2000 netwerk en Natuurnetwerk Nederland. De volgende werkzaamheden behoren tot het verkennend onderzoek. Voorbereidend onderzoek ● Verzamelen van gebiedsinformatie ● Verzamelen van soorteninformatie en verspreidingsgebied ● Informatie verzamelen over voorgenomen werkzaamheden in het projectgebied Verkennend veldonderzoek met inspectie van het terrein en/of gebouwen ● Tijdens het veldonderzoek wordt het projectgebied en de directe omgeving geïnventariseerd op de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Ook wordt gekeken of het projectgebied geschikt is als habitat voor beschermde soorten. Het verkennend veldonderzoek geeft daarmee inzicht in de kans op aanwezigheid van beschermde soorten. Het is geen gedetailleerd en gespecialiseerd onderzoek. ● Het is mogelijk dat er objecten of plekken zijn die niet de inspecteren zijn door de controleur. Dit kan bijvoorbeeld een watergang (vissen en amfibieën) zijn of holtes, spouwen en kieren in bomen en gebouwen (vleermuizen).

Onderzoek van dergelijke objecten en plekken vereist in elk geval aanvullend onderzoek door een deskundige. ● Indien tijdens het verkennend veldonderzoek de aanwezigheid van beschermde soorten wordt vastgesteld, en/of plekken zijn aangetroffen die kunnen fungeren als habitat voor beschermde soorten, is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Indien een watervoerende watergang / sloot wordt aangetroffen (in verbinding staand met andere watergangen), en de kans bestaat dat er beschermde soorten in voorkomen is altijd een nader onderzoek noodzakelijk. ● Aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd door een deskundige op het gebied van de betreffende (mogelijk) aanwezige soort(en) en geeft uitsluitsel over welke beschermde soorten aanwezig zijn, in welke aantallen, op welke locaties en welke functie die locaties hebben. ● Aanvullend onderzoek maakt geen onderdeel uit van een verkennend onderzoek (quickscan). Aanvullend onderzoek kan als meerwerk verrekend worden bovenop het verkennend onderzoek. Advies en rapportage ● De resultaten van het verkennend onderzoek worden gepresenteerd in een rapportage. ● In de rapportage wordt aangegeven of aanvullend onderzoek noodzakelijk is en indien dit noodzakelijk is, voor welke soortgroep(en). ● In de rapportage wordt een advies gegeven met betrekking tot het vervolgtraject.

● In het geval aanvullend onderzoek noodzakelijk is, kunnen wij u adviseren over de planning en doorlooptijd van deze onderzoeken.

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

Bijlage 3: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

Bijlage 4: Plattegrond met registratienummers

Projectgebied (rood kader) met mogelijke verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen (wit,1) en mogelijke vliegroutes vleermuizen (geel,A).

1

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming Weezenhof te Nijmegen

Bijlage 5: Registratieformulier

Registratieformulier verkennend Flora- en fauna onderzoek Gemeente: Straat / locatie: Nadere plaatsbepaling:

Nijmegen

Datum:

Weezenhof

Tijdstip + weer:

01-06-2021 Droog, zonnig, 20˚C, wind OZO, 2 Bft

Controleur:

K.J.M Degen

Deel I Vaste rust en verblijfplaatsen & groeiplaatsen Volg nr 1

Type VRVP of GP

Plaats

Gebruik

Soortgroep

Soort

VRVP gebouw Onbekend

Vleermuizen

Gebouw-bewonende vleermuizen

Opmerking / inspectie Mogelijke verblijfplaats(en)

Deel II Leefgebied Code Leefgebied van soortgroep

Soort

Waarneming

Vleermuizen

Bomenrij

Opmerking / inspectie

A Zoogdieren

Projectcode: P01590 Versie: Definitief

Mogelijke vliegroute

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=3bad04c7-0ef0-4343-a849-4f85883c00e9