Toelichting Bijlage 7 Bodemrapport Tauw
Tekst van het document
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Weezenhof 5508 te Nijmegen 3 augustus 2021
Kenmerk
R001-1282313LFK-V01
Verantwoording Titel
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Weezenhof 5508 te Nijmegen
Opdrachtgever
Gemeente Nijmegen
Projectleider
Erik Vonkeman
Auteur(s)
Laura Korte
Tweede lezer
Stefan Kasemier (kwaliteitsborger BRL 2000, protocol 2018)
Uitvoering meet- en inspectiewerk
Jonas (J.R.H) Kloet en Remco (R.J.) Sappema (certificaatnummer K54913)
Projectnummer
1282313
Aantal pagina’s
20
Datum
3 augustus 2021
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com
2/20
Kenmerk
R001-1282313LFK-V01
Inhoud 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 5
2
Vooronderzoek .......................................................................................................................... 6
3
4
5
2.1
Algemeen ........................................................................................................................... 6
2.2
Regionale bodemopbouw en geohydrologie ...................................................................... 6
2.3
Geraadpleegde informatiebronnen en omschrijving onderzoekslocatie ............................ 7
2.4
Uitgevoerde bodemonderzoeken en verontreinigingssituatie ............................................ 9
2.5
Asbestverdachtheid van de bodem .................................................................................. 11
2.6
PFAS-verdachtheid van de bodem .................................................................................. 11
2.7
Terreinverkenning ............................................................................................................ 11
2.8
Conclusie vooronderzoek en onderzoeksvragen ............................................................. 12
Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden ........................................................... 12 3.1
Onderzoeksstrategie ........................................................................................................ 12
3.2
Uitgevoerde werkzaamheden .......................................................................................... 13
3.3
Veiligheid en kwaliteit ....................................................................................................... 14
Resultaten ............................................................................................................................... 14 4.1
Samenstelling mengmonsters asbestonderzoek ............................................................. 14
4.2
Zintuiglijke waarnemingen ................................................................................................ 15
4.3
Veldmetingen ................................................................................................................... 15
4.4
Resultaten grond en grondwater ...................................................................................... 15
4.5
Resultaten PFAS .............................................................................................................. 17
4.6
Resultaten asbestonderzoek ............................................................................................ 18
4.7
Interpretatie onderzoeksvragen ....................................................................................... 18
Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................. 20
Bijlage 1
Regionale ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2
Kaart situering monsternemingspunten
Bijlage 3
Veiligheid en kwaliteit
Bijlage 4
Boorprofielen
Bijlage 5
Toetsingskader
Bijlage 6
Getoetste omgerekende analyseresultaten
3/20
Kenmerk
R001-1282313LFK-V01
Bijlage 7
Analysecertificaten
Bijlage 8
Veldwerkformulieren
Bijlage 9
Foto’s
4/20
Kenmerk
R001-1282313LFK-V01
1 Inleiding In opdracht van gemeente Nijmegen heeft TAUW een verkennend bodemonderzoek volgens NEN 5740 1 en een verkennend onderzoek naar asbest in grond volgens de NEN 5707 2 uitgevoerd aan de Weezenhof 5508 in Nijmegen. De aanleiding voor de uitvoering van het bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling. Er zal een nieuw winkelcentrum worden gebouwd met parkeergarage en bovenliggende appartementen. De locatie is weergegeven in figuur 1.1.
Figuur 1.1 Ligging onderzoekslocatie
Bekend is dat op locatie een verontreiniging met VOCl aanwezig is geweest, maar het is onbekend of nog een restverontreiniging aanwezig is. Het doel van het bodemonderzoek is tweeledig: • Het bepalen of de verontreiniging met VOCl nog aanwezig is en zo ja, wat dit betekent voor •
de toekomstige herontwikkeling Het vaststellen van een algemeen beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, inclusief het bepalen of de grond wel of niet verdacht is op het voorkomen van asbest
1
NEN 5740: Bodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009/A1:2016 NEN 5707: strategie voor het uitvoeren van verkennend en nader asbestonderzoek, NEN, aug 2015
2
5/20
Kenmerk
R001-1282313LFK-V01
2 Vooronderzoek 2.1
Algemeen
Er is een vooronderzoek conform de NEN 5725 3 uitgevoerd. Gezien de aanleiding van het onderzoek is gekozen om de onderzoeksvragen te beantwoorden behorend bij aanleiding A uit de NEN 5725. Een kaart met de regionale ligging van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 1. In tabel 2.1 zijn de algemene gegevens van de locatie weergegeven. Tabel 2.1 Algemene gegevens onderzoekslocatie Gegevens Adres
Weezenhof 5508, 6536EE Nijmegen
Kadastrale gegevens
Gemeente: Hatert, sectie: O, nummers: 1819 (ged.), 789,1491, 357, 358, 825, 826, 834, 833, 829, 838, 837, 364, 790
RD-coördinaten (X/Y)
X: 183.957, Y: 423.799
Oppervlakte (m )
Circa 3.291
Verhardingssituatie
Klinkers, tegels en stelconplaten (beton)
Bebouwing (m2)
Circa 480
Voormalig gebruik
Weiland
Huidig gebruik
Winkelcentrum
Toekomstig gebruik
Winkelcentrum / wonen
Gebruik conform circulaire bodemsanering
Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie
Bodemfunctieklasse*
Wonen
Bodemkwaliteitsklasse*
Boven- en ondergrond: Achtergrondwaarde
Explosieven**
Niet verdacht
2
*Bron: Gemeente Nijmegen Nota bodembeheer, november 2012 **Bron: Milieuatlas gemeente Nijmegen
2.2
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
In tabel 2.2 zijn de regionale geohydrologische gegevens en bodemopbouw gegeven. Lokale omstandigheden zoals waterlopen, drainagesystemen, (lekke) rioleringen en dergelijke kunnen de regionale stromingsrichting van het freatisch grondwater beïnvloeden.
3
NEN 5725: Bodem - Strategie bij het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017
6/20
Kenmerk
R001-1282313LFK-V01
Tabel 2.2 Regionale geohydrologische gegevens en bodemopbouw Onderdeel
Bevinding
Informatiebron
Regionale bodemopbouw
Poldervaaggronden; lichte
Bodemkaart van
zavel
Nederland, WUR¹
Maaiveld hoogte
8,28 m +NAP
AHN²
Stijghoogte freatische grondwater
6,56 m +NAP
NAGROM³
Verwachte regionale grondwaterstromingsrichting
West
NAGROM³
Ligt locatie in een grondwaterbeschermingsgebied?
Nee
INSPIRE View⁴
Onttrekkingen binnen de onderzoekslocatie?
Nee
wkotool.nl⁵
van het eerste watervoerend pakket
¹ https://www.wur.nl/nl/show/Bodemkaart-1-50-000.htm ² Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2) ³ NAGROM, Nationaal GROndwater Model ⁴ INSPIRE view service voor AreaManagement van de gezamenlijke provincies ⁵ Betreft onttrekkingen die zowel vergunningsplichtig als meldingsplichtig zijn
2.3
Geraadpleegde informatiebronnen en omschrijving onderzoekslocatie
Voor het inventariseren van de verdachte deellocaties (voormalige of huidige bedrijfsactiviteiten, dempingen, tanks, incidenten et cetera) zijn de volgende informatiebronnen geraadpleegd: • BAG-gegevens • Luchtfoto’s van Cyclomedia Streetsmart (2008-2020) • • •
Straatfoto’s van Cyclomedia Streetsmart (2016, 2017, 2020) Historische topografische kaarten van Topotijdreis 1900-2020 Door de opdrachtgever aangeleverde informatie
• •
Fysieke terreinverkenning voorafgaand aan het veldwerk Milieuatlas gemeente Nijmegen
Historie De onderzoekslocatie bevindt zich in deelgebied 4 ‘1965-heden’ van gemeente Nijmegen. Tot de jaren ’70 van het vorige eeuw was de onderzoekslocatie onbebouwd en in gebruik als agrarisch land. Omstreeks 1970 zijn op de locatie panden gebouwd en is het winkelcentrum Weezenhof ontstaan. In 2017 heeft een uitslaande brand een groot deel van het winkelcentrum in de as gelegd. Op dit moment is de locatie gedeeltelijk bebouwd en gedeeltelijk in gebruik als parkeerplaats. De locatie is grotendeels verhard met klinkers, tegels, stelconplaten en een betonnen vloer van de voormalige bebouwing. Onderstaand is in figuur 2.1 historisch kaartmateriaal en recente lucht- en straatbeelden van de onderzoekslocatie opgenomen.
7/20
Kenmerk
R001-1282313LFK-V01
Figuur 2.1 Boven: historisch kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl). Onderzoekslocatie rood omkaderd. Midden: luchtbeelden voor- en na de brand. Onder: recent lucht- en straatbeeld van de locatie (Bron van Lucht- en straatbeelden Cyclomedia Streetstmart)
8/20
Kenmerk
2.4
R001-1282313LFK-V01
Uitgevoerde bodemonderzoeken en verontreinigingssituatie
Uit raadpleging van de in paragraaf 2.3 opgegeven informatiebronnen werd bekend dat op de locatie in het verleden in één van de panden van het winkelcentrum de stomerij City Wash gevestigd was. In 1996 heeft er een lekkage van het riool plaatsgevonden waardoor chloorkoolwaterstoffen (VOCl) in de bodem terecht zijn gekomen. De met betrekking tot de VOCl-verontreiniging documenten en uitgevoerde bodemonderzoeken zijn opgenomen in tabel 2.3. In figuur 2.2 is de ligging van de voormalige stomerij weergegeven. Tabel 2.3 Overzicht verdachte deellocaties Nr
Naam onderzoek
Kenmerk
1
Besluit saneringsevaluatie nieuwe verontreiniging Weezenhof
Gemeente Nijmegen (D180103027)
5508 te Nijmegen (NM026800921)
d.d. 14 februari 2018
Notitie Sanscrit beoordeeling
De Kreuk (017.09)
2
d.d. 13 november 2017 3
Huidige situatie met betrekking tot een verontreiniging met
De Kreuk Milieuadvies (017.08)
chloorkoolwatestoffen bij de voormalige stomerij City Wash,
d.d. 26 april 2017
Weezenhof 55-08 te Nijmegen 4
Nader bodemonderzoek Locatie Weezenhof 55-08 Nijmegen (City
Grontmij (152417)
Wash)
d.d. 24 augustus 2004
Figuur 2.2 Ligging voormalige stomerij City Wash Huidige onderzoekslocatie is rood omkaderd. Bron kaartmateriaal: Bijlage 2, Nader bodemonderzoek Locatie Weezenhof 55-08 Nijmegen (City Wash), Grontmij (152417), d.d. 24 augustus 2004.
9/20
Kenmerk
R001-1282313LFK-V01
Uit het in 2004 door Grontmij uitgevoerde bodemonderzoek volgt dat de bron van de verontreiniging in de grond niet is aangetroffen (nr. 4). De grond blijkt niet verontreinigd met VOCl. Wel zijn in het freatisch grondwater de concentraties aan CIS en PER boven de interventiewaarde gemeten. De sterke verontreiniging is gemeten in het grondwater van peilbuis 3 (kruipruimte van stomerij) en in het grondwater van peilbuis 101A en 102 (parkeerterrein achter stomerij) in het bodemtraject van 2,0 tot 3,0 m -mv. Op een dieper bodemtraject en in het grondwater van de overig geplaatste peilbuizen is een lichte verontreiniging gemeten aan CIS en PER. Over de exacte omvang van de sterke verontreiniging is geen uitspraak gedaan, maar werd geschat op circa 600 m3. Vervolgens heeft grondwatermonitoring plaatsgevonden. In 2017 is door De Kreuk een evaluatieverslag opgesteld (nr. 3). Uit de resultaten blijkt dat de concentraties aan VOCl parameters dalen. Alleen in het grondwater van peilbuis 101A is nog een interventiewaarde overschrijding aan CIS en PER gemeten. In het grondwater van de overige peilbuizen zijn maximaal streefwaarde overschrijdingen gemeten. De afname van concentraties is waarschijnlijk te relateren aan verdunning en natuurlijke afbraak.
Uit een sanscrit beoordeling volgt dat voor de beoogde toekomstige bestemming (winkelpanden met woningen erboven) geen risico voor humane blootstelling volgt (nr. 3). In 2018 is door de gemeente Nijmegen een besluit genomen waarin is vastgelegd dat de eigenaar/veroorzaker voldoende inspanning heeft geleverd (nr. 1). Nota bodembeheer De onderzoekslocatie valt binnen deelgebied 4: “1965-heden” van de Nota bodembeheer. In de Nota bodembeheer van de gemeente Nijmegen staat het volgende over deze deellocatie aangegeven: Deelgebied 4: 1965-heden “De 'sprong over het kanaal' is eind jaren zestig genomen waarmee het bebouwde gebied van Nijmegen met een derde is toegenomen. In dit deelgebied is niet alleen een diffuse verontreiniging aanwezig ten gevolge van menselijke activiteiten zoals grondverzet en het verkeer, maar dragen ook natuurlijke processen bij aan de diffuse verontreiniging. Eén van de natuurlijke verschijnselen is de kwel waarmee stoffen vanuit het diepe grondwater in de bovengrond zijn neergeslagen. Daarnaast is de bodem tijdens de sedimentatie van klei in dit rivierengebied van nature met bepaalde stoffen verrijkt. De eerste meter van de bodem bestaat voornamelijk uit (zandige) klei. Hieronder bevindt zich fijn tot grof zand. Het gebied ligt in het oude en jonge rivierkleigebied. “
10/20
Kenmerk
2.5
R001-1282313LFK-V01
Asbestverdachtheid van de bodem
De bebouwing op de locatie is in een asbestverdachte periode ontstaan (1945-1993). In 2017 zijn een groot deel van de panden verwoest door een brand. Het is niet uit te sluiten dat hierbij asbesthoudend materiaal in de bodem terecht is gekomen. Derhalve wordt asbestonderzoek meegenomen in dit onderzoek. Uit voorgaande onderzoeken blijkt dat in de bodem zintuiglijk geen ongedefinieerd puin in de bodem aanwezig is. Derhalve wordt de locatie vooralsnog als asbest onverdacht beschouwd.
2.6
PFAS-verdachtheid van de bodem
Op de onderzoekslocatie zijn terreindelen aanwezig die de bodem mogelijk verdacht maken voor PFAS-verbindingen als gevolg van puntbronnen 4 en 5. In 2017 heeft een uitslaande brand een groot deel van het winkelcentrum verwoest 6. Uit foto’s van de bluswerkzaamheden van de brandweer lijkt het er op dat alleen bluswater, en geen PFAS houdend blusschuim, voor het blussen is gebruikt. Echter valt op basis van foto’s niet helemaal uit te sluiten dat PFAS houdend blusschuim is gebruikt. Derhalve wordt de kans op PFAS in de bodem als gevolg van het blussen van de brand als aanwezig geacht. De bovengrond en diepere geroerde bodemlagen zijn op basis van de kamerbrief van 8 juli 2019 bij het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS 7 als gevolg van atmosferische depositie. Daarom wordt geconcludeerd dat de bodem diffuus verdacht is voor PFAS met uitzondering van GenX.
2.7
Terreinverkenning
Voorafgaand aan het veldwerk is op 8 juli 2021 is door de veldmedewerker een fysieke terreinverkenning uitgevoerd. Tijdens de terreinverkenning zijn de nog aanwezige peilbuizen opgezocht. Van de bestaande, en voor dit onderzoek relevante, peilbuizen zijn peilbuizen 101A en 102 aanwezig. Op peilbuis 101A bleek geen dop te zitten. Tijdens het doorpompen van de peilbuis bleek zand aanwezig te zijn in het filter. De peilbuis is doorgepompt en gecontroleerd op functionaliteit en bleek voldoende geschikt te zijn voor bemonstering. Peilbuis 3 is niet meer aanwezig. Verder bleek dat op een groot deel van de locatie een kruipruimte aanwezig is onder de voormalige winkelvloer.
4
Op basis van tabel 1 handelingskader PFAS, handelingskader PFAS, Expertisecentrum PFAS, 25 juni 2018
5
En op basis van Glüge, J., Scheringer, M., Cousins, I. T., DeWitt, J. C., Goldenman, G., Herzke, D., Wang, Z. (2020). An overview
of the uses OF per- and POLYFLUOROALKYL Substances (pfas). Environmental Science: Processes & Impacts, 22(12), 2345-2373. doi:10.1039/d0em00291g (Glüge, 2020) 6 7
Uitslaande brand legt groot deel winkelcentrum Nijmegen in de as | Nijmegen | gelderlander.nl
Kamerbrief bij Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 8 juli 2019
11/20
Kenmerk
2.8
R001-1282313LFK-V01
Conclusie vooronderzoek en onderzoeksvragen
Uit het vooronderzoek komt naar voren dat op de locatie een stomerij heeft gezeten. In 1996 heeft er een lekkage in het riool plaatsgevonden waardoor een grondwaterverontreiniging met VOCl is ontstaan. De concentraties aan VOCl laten een dalende trend zien, maar het is onbekend of er nog een restverontreiniging aanwezig is. In 2017 heeft een brand een groot deel van het winkelcentrum verwoest waardoor er een kans op de aanwezigheid van PFAS en asbest in de bodem bestaat. In de grond zijn verder in voorgaande onderzoeken geen verontreinigingen gemeten. Op basis van de ligging in deelgebied 4 “1965-heden” is op de locatie een diffuse verontreiniging door menselijke activiteiten en natuurlijke processen te verwachten. Naar aanleiding van de doelstelling van het bodemonderzoek en de gegevens uit het vooronderzoek kunnen de volgende onderzoeksvragen worden gesteld: • Is er nog een restverontreiniging met VOCl aanwezig is en zo ja, wat dit betekent voor de • •
toekomstige herontwikkeling? Wat is de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater? Is de locatie verdacht voor het voorkomen van asbest in grond?
3 Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden 3.1
Onderzoeksstrategie
Om de gestelde onderzoeksvragen te beantwoorden zijn voor het bodemonderzoek de volgende onderzoeksstrategieën toegepast: Actualiserend bodemonderzoek VOCl Omdat de bron van de VOCl verontreiniging in de grond niet bekend is, wordt op de plek van de lekkage van het riool een boring tot grondwaterstand geplaatst. De bodemlaag rond de grondwaterstand wordt onderzocht om te verifiëren of nalevering richting het grondwater te verwachten is. Er wordt een steekbus grpndmonster genomen en geanalyseerd op VOCl. Voor het bepalen of er nog een restverontreiniging aan VOCl aanwezig is worden de nog aanwezige peilbuizen bemonsterd en onderzocht op VOCl in het grondwater. Daarnaast worden drie peilbuizen stroomafwaarts geplaatst binnen de contour van de toekomstige parkeergarage. Eén van de peilbuizen wordt gecombineerd uitgevoerd met het verkennend bodemonderzoek. Van één peilbuis wordt een steekbusmonster genomen van de bodemlaag rond de grondwaterstand en geanalyseerd op VOCl. Het grondwater wordt eveneens op VOCl geanalyseerd.
12/20
Kenmerk
R001-1282313LFK-V01
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Voor het vaststellen van de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, inclusief asbest, is de onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) uit de NEN 5740 en NEN 5707 gehanteerd. In aanvulling op het standaardpakket uit de NEN 5740 wordt de bovengrond geanalyseerd op het voorkomen van PFAS. Bij het samenstellen van de mengmonsters wordt rekening gehouden met de voormalige bebouwing die tijdens de brand is verwoest. Ter plaatse de toekomstige parkeergarage wordt de ondergrond tot 3,0 m -mv op het standaardpakket uit de NEN 5740 onderzocht om indicatief de bodemkwaliteitsklasse te bepalen voor de toekomstige vrijkomende grond.
3.2
Uitgevoerde werkzaamheden
De grond is bemonsterd op 8 en 9 juli 2021 door Jonas (J.R.H.) Kloet. Het grondwater is bemonsterd op 23 juli 2021 door Remco (R.J.) Sappema. Het veldwerk is uitgevoerd door TAUW onder certificaatnummer K54913. In tabel 3.1 zijn de veld- en analysewerkzaamheden weergegeven. De situering van de monsterpunten is opgenomen in bijlage 2. Tabel 3.1 Overzicht uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden Verkennend
Actualiserend
Omschrijving
bodemonderzoek
bodemonderzoek VOCl
Oppervlakte onderzoekslocatie in m2
3.291
n.v.t.
Veldwerk
Aantal (nummers)
Aantal (nummers)
Betonboringen
2 (303, 305)
3 (302, 304, 306)
Boring met asbestgat (0,3x0,3) tot 0,5 m -mv
10 (401 t/m 410)
-
Boring tot circa 2,0 m -mv
2 (411 en 412)
1 (304)
Boring tot circa 3,5 m -mv
1 (303)
-
Boring met peilbuis tot circa 3,7 m -mv3
3 (301)
2 (302 en 306)
Gestaakte boring
1 (305)
-
-
2 (Pb101, Pb102),
Bemonsteren bestaande peilbuizen
3
filterstelling 1,90-2,90 m -mv Analyses
Aantal (Meng)monstercode
Aantal (Meng)monstercode
Standaard stoffenpakket bovengrond1
2 (MM1, MM2)
-
Standaard stoffenpakket ondergrond
2 (MM3, MM5)
1 (MM4)
VOCL in grond (steekbus)
-
2 (302, 304)
PFAS in bovengrond
2 (MM6, MM7)
-
Asbest in grond
2 (MMA, MMB)
-
Standaard stoffenpakket grondwater
1 (Pb101)
-
VOCl in grondwater
-
4 (Pb102, Pb301, Pb302,
1
2
Pb306) 1)
Lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB (7), PAK (10), minerale olie (GC) en droge stof
13/20
Kenmerk
2)
R001-1282313LFK-V01
Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), BTEXN, VOCl en minerale olie (GC)
3)
Peilbuizen zijn gecombineerd uitgevoerd voor het verkennend bodemonderzoek en actualiserend onderzoek VOCl
De bestaande peilbuis 101A is tijdens dit onderzoek hernoemd naar peilbuis 101.
3.3
Veiligheid en kwaliteit
In deze paragraaf zijn de relevante veiligheids- en kwaliteitsaspecten beschreven. De volgende afwijkingen zijn geconstateerd in het onderzoek: Maaiveldinspectie (protocol 2018): Het was vanwege de aanwezige elementverharding op het maaiveld niet mogelijk een maaiveldinspectie conform protocol 2018 uit te voeren. Daardoor kan asbest op het maaiveld gemist zijn. Hierdoor kunnen de gaten mogelijk niet op de meest
•
•
verdachte plaatsen zijn gegraven Belucht grondwatermonstername (protocol 2002): Tijdens de grondwatermonstername bevond zich het filter van de bestaande peilbuizen niet onder de grondwaterstand waardoor
•
deze grondwatermonsters mogelijk belucht zijn geraakt Conserveringstermijn (NEN 5740): Voor het grondmengmonster MM2 is de conserveringstermijn voor naftaleen overschreden. De analyse op naftaleen heeft voor dit grondmengmonster een indicatief karakter
Ondanks de afwijkingen kan met voldoende zekerheid worden gesteld dat de eindconclusie van het onderzoek betrouwbaar is. Voor een uitleg van de afwijking en de gevolgen ervan wordt verwezen naar bijlage 3.
4 Resultaten 4.1
Samenstelling mengmonsters asbestonderzoek
Voor het verkennend asbestonderzoek zijn mengmonsters van de grond in het veld samengesteld. In tabel 4.1 is een overzicht gegeven van de mengmonsters die vervolgens zijn aangeboden aan het laboratorium voor een asbestanalyse. De veldwerkformulieren zijn opgenomen in bijlage 8. Foto’s van het veldwerk zijn opgenomen in bijlage 9. Tabel 4.1 Overzicht samengestelde mengmonsters Mengmonster
Meetpunten
Traject (m -mv)
Bijmengingen
MMA
401, 402, 403, 404, 405
0,0-0,5
Baksteen
MMB
406, 407, 408, 409, 410
0,0-0,5
-
14/20
Kenmerk
4.2
R001-1282313LFK-V01
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem van de onderzoekslocatie bestaat uit zand en klei. In de bodem is nagenoeg geen bodemvreemd materiaal waargenomen, alleen in boring 402 is een zeer lichte bijmenging met baksteen in de bovengrond aangetroffen. In boringen 301, 302 en 304 is de PID-meter gebruikt om de meest verdachte bodemlaag voor VOCl te bepalen. Over het algemeen zijn er minimale waarden van 0,1-0,4 ppm gemeten. Alleen in boring 301 is op een diepte van circa 0,75 tot 1,25 een waarde van 1,4 ppm in de kleilaag gemeten. Voor details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 4.
4.3
Veldmetingen
De veldmetingen zijn weergegeven in tabel 4.2. Tabel 4.2 Veldmetingen Peilbuis
Filterdiepte
Datum
(m -mv)
GWS
pH
EC
Troebelheid
(m -mv)
(-)
(μS/cm)
(ntu)
101
1,90
2,90
23.07.2021
2,31
6,70
496
0
102
1,90
2,90
23.07.2021
1,98
6,62
959
1
301
2,70
3,70
23.07.2021
2,15
6,66
488
3
302
2,70
3,70
23.07.2021
2,45
6,89
476
50
306
2,70
3,70
23.07.2021
2,45
7,56
382
23
De gemeten waarden voor pH en EC worden als normaal beschouwd. In het grondwater van peilbuis 302 en 306 is een verhoogde troebelheid gemeten. Een verhoogde troebelheid kan tot een overschatting van met name de organische parameters leiden. Daarnaast is het grondwater van de bestaande peilbuizen 101 en 102 belucht bemonsterd. Tijdens de grondwatermonstername bevond zich het filter niet onder de grondwaterstand waardoor het filter is belucht.
4.4
Resultaten grond en grondwater
In de tabellen 4.3 en 4.4 is een samenvatting opgenomen van de onderzoeksresultaten. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. Voor een volledig naar standaardbodem omgerekend toetsingsoverzicht wordt verwezen naar bijlage 6. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 7.
15/20
Kenmerk
R001-1282313LFK-V01
Tabel 4.3 Mengmonstersamenstelling en toetsingsresultaten grond (Meng)
Deel
Diepte
Textuur en
monster
monster
(m -mv)
bijzonderheden
0,05-0,5
matig grof zand, 0
> AW
>T
>I
BBK2
LMW3
-
-
-
AT
-
-
-
-
AT
-
1
Verkennend bodemonderzoek MM1
301-1, 406-1, 407-1, 408-1,
PPM
409-1, 410-1 MM2
401-1, 402-1,
0,0-0,5
403-1, 404-1,
matig grof zand, baksteen 1
405-1, 412-1 MM3
301-2, 301-3,
0,5-2,0
klei, 1,4 PPM
-
-
-
AT
-
0,5-3,7
matig grof zand,
-
-
-
AT
-
301-4, 302-4, 303-1, 303-2 MM4
301-5, 301-7, 301-9, 302-2,
0,1 PPM
302-3, 302-6, 302-7, 302-9, 303-3, 303-5 MM5
411-1, 411-3,
0,5-2,0
matig grof zand
-
-
-
AT
-
2-2,2,0
matig grof zand,
-
-
-
AT
-
matig grof zand,
Tetrachloor-
-
-
IND
PER
0,4 PPM
etheen (per)
matig grof zand,
-
-
-
AT
-
412-2, 412-3, 412-4 Actualiserend onderzoek VOCl 302
302-5 (steekbus)
304
304-5
0,1 PPM 2,1-2,3
(steekbus) MM4
301-5, 301-7, 301-9, 302-2,
0,5-3,7
0,1 PPM
302-3, 302-6, 302-7, 302-9, 303-3, 303-5 AW: Achtergrondwaarde, T: Tussenwaarde, I: Interventiewaarde, -: Geen overschrijding door de geanalyseerde parameters, 1)
De mate van bijmenging is als volgt weergegeven; zeer licht (1)
2)
Indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit, waarbij AT = Altijd toepasbaar, IND = Klasse industrie
3)
Lokale Maximale Waarde voor deelgebied 4; 1965-heden, toetsingswaarden zijn opgenomen in bijlage 5
16/20
Kenmerk
R001-1282313LFK-V01
Tabel 4.4 Toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
>S
>T
>I
Pb 101
1,9-2,9
Tetrachlooretheen (per)
1,2-dichl.etheen (c+t)
-
Pb 102
1,9-2,9
1,2-dichl.etheen (c+t)
Tetrachlooretheen (per)
-
Pb 301
2,7-3,7
1,2-dichl.etheen (c+t),
-
-
Pb 302
2,7-3,7
1,2-dichl.etheen (c+t)
-
-
Pb 306
2,7-3,7
Tetrachlooretheen (per)
-
-
Tetrachlooretheen (per)
S: Streefwaarde, T: Tussenwaarde, I: Interventiewaarde, -: Geen overschrijdingen door de geanalyseerde parameters
In het grondwater ter plaatse van peilbuis 302 en 306, waar een verhoogde troebelheid is gemeten, zijn analytisch streefwaarde overschrijdingen gemeten aan PER en CIS. In het grondwater ter plaatse van de overige peilbuizen zijn eveneens vergelijkbare concentraties aan PER en CIS gemeten. De gemeten concentraties liggen daarnaast in de lijn der verwachting als dit wordt vergeleken met voorgaande onderzoeksresultaten. De invloed van de verhoogde troebelheid in peilbuizen 302 en 306 wordt als verwaarloosbaar geacht.
4.5
Resultaten PFAS
De indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is exclusief PFAS, aangezien de toetsing aan het tijdelijk handelingskader PFAS momenteel geen onderdeel uitmaakt van de Regeling bodemkwaliteit. Tabel 4.5 bevat het resultaat van de daar indicatief aan getoetste PFAS-gehalten. In bijlage 5 zijn de volledige toetsingswaarden en daarbij behorende beperkingen uit het tijdelijk handelingskader PFAS van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (inclusief de aanpassingen van 2 juli 2020) opgenomen. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 7. Tabel 4.5 Indicatieve toetsingsresultaten PFAS in grond (gehalten in µg/kg d.s.), gecorrigeerd voor organisch stof, indicatief getoetst aan de normwaarden voor toepassing op landbodem volgens het tijdelijk handelingskader PFAS Meng-
Deelmonster
monster
MM6
403-1, 404-1, 405-1,
Traject
(SOM)
(SOM)
Maximale
Indicatieve
m -mv
PFOS
PFOA
overige
beperkingen ten
individuele
aanzien van PFAS
PFAS
(A/B1/B2/C/D)
0,05-0,5
#
0,38
0,14
0,1 (PFDA)
B1
0,0-0,5
0,55#
0,35
-
B1
#
406-1, 407-1 MM7
401-1, 402-1, 408-1, 409-1, 410-1, 412-1
: resultaten ‘<rapportagegrens’ vermenigvuldigd met 0,7, B1: Beperking bij toepassing in
#
grondwaterbeschermingsgebieden
17/20
Kenmerk
4.6
R001-1282313LFK-V01
Resultaten asbestonderzoek
Voor het toetsen van het asbestgehalte in de bodem is het gehalte serpentijn asbest vermeerderd met 10x het gehalten aan amfibool asbest. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 7. In tabel 4.6 zijn de resultaten van het verkennend asbestonderzoek weergegeven. Tabel 4.6 Resultaten verkennend asbestonderzoek Mengmonster MMA
Meetpunten 401, 402, 403,
Traject (m -mv)
Totale gewogen indicatief
Toetsing
gehalte asbest (mg/kg d.s.)
norm
0,0-0,5
<2
-
0,0-0,5
<2
-
404, 405 MMB
406, 407, 408, 409, 410
-: kleiner dan 0,5 * interventiewaarde
4.7
Interpretatie onderzoeksvragen
Is er nog een restverontreiniging met VOCl aanwezig is en zo ja, wat dit betekent voor de toekomstige herontwikkeling? In de grond is op een diepte van 2,1-2,3 m -mv in steekbus 304-5 een achtergrondwaarde overschrijding aan PER gemeten met een gehalte van 1,1 mg/kg d.s. De lichte verontreiniging is te relateren aan de door rioollekkage in 1996 ontstane VOCl verontreiniging ter plaatse de voormalige stomerij. Gezien de achtergrondwaarde overschrijding wordt niet verwacht dat er nog grote nalevering plaats vindt naar het grondwater. Dat bevestigen de grondwater resultaten van de afgelopen jaren waarin te zien is dat de concentraties verder afnemen. Over het algemeen zijn in het grondwater op de locatie streefwaarde overschrijdingen aan CIS en PER gemeten. Verder blijkt in het grondwater van peilbuis 101 een tussenwaarde overschrijding aan CIS, en in het grondwater van peilbuis 102 een tussenwaarde overschrijding aan PER aanwezig te zijn. Ten opzichte van de laatste monitoringsresultaten uit 2017 is de concentratie aan CIS in peilbuis 101 verder gedaald. De concentratie aan PER in het grondwater van peilbuis 102 is hoger ten opzichte van het resultaat in 2017. Echter blijkt met het oog op voorgaande resultaten dat de concentraties aan PER sinds 2011 tussen 7 en 25 µg/l in peilbuis 102 fluctueren (zie tabel 4.7).
18/20
Kenmerk
R001-1282313LFK-V01
Tabel 4.7 Tabel met gemeten concentraties voor CIS en PER. Resultaten uit 2004, 2011, 2014 en 2017 zijn overgenomen van bodemonderzoek Grontmij, 2004 en Evaluatieverslag De Kreuke 2017) 2004
2011
2014
2017
2021
CIS
180
38,3
6,9
120
12
PER
45
17,9
55
69
7,7
CIS
42
<0,1
0,23
1,4
1,1
PER
66
13,3
25
7,4
25
Pb 101
Pb 102
Wat is de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater? Grond De grond van de onderzoekslocatie bestaat uit zand en klei. De locatie is grotendeels verhard met klinkers en stelconplaten. In de grond is nagenoeg geen bodemvreemd materiaal waargenomen op een zeer lichte baksteen bijmenging in de bovengrond van boring 402 na. Analytisch is in de boven- en ondergrond geen van de geanalyseerde parameters boven de achtergrondwaarden en/of streefwaarde gemeten. Ter plaatse de toekomstige parkeergarage zijn in de ondergrond eveneens geen van de geanalyseerde parameters verhoogd gemeten. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit wordt de boven- en ondergrond indicatief beoordeeld als altijd toepasbaar. De bovengrond is aanvullend onderzocht op het voorkomen van PFAS-parameters. Uit de analyse volgt dat op de locatie alleen minimale gehalten aan PFAS zijn gemeten. PFAS komen in heel Nederland diffuus in de bodem voor. Derhalve wordt niet ervan uitgegaan dat de minimale PFAS-gehalten door de bluswerkzaamheden van de brand in 2017 zijn veroorzaakt. Voor de toepassing op landbodem geldt maximaal een beperking voor het toepassen van grond in grondwaterbeschermingsgebieden. Grondwater Het grondwater van peilbuis 101 is geanalyseerd op het standaardpakket uit de NEN 5740.
Uit de analyse blijkt dat in het grondwater een streefwaarde overschrijding aan CIS en een tussenwaarde overschrijding aan PER is gemeten. De licht tot matige verontreiniging is te relateren aan de voormalige VOCl verontreiniging (zie 1e alinea van paragraaf 4.7). De overige parameters uit het standaardpakket zijn niet boven de streefwaarde en/of rapportagegrens gemeten. Is de locatie verdacht voor het voorkomen van asbest in grond? In de grond is zoals verwacht in het vooronderzoek geen ongedefinieerd puin in de bodem aangetroffen. Er is alleen in één boring een zeer lichte bijmenging met baksteen waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat op de locatie geen asbest is gemeten. De gemeten gehalten liggen beneden de rapportagegrens.
19/20
Kenmerk
R001-1282313LFK-V01
5 Conclusies en aanbevelingen Met het onderhavige onderzoek is de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de locatie aan de Weezenhof 5508 in Nijmegen vastgesteld. Verder is vastgesteld of op de locatie nog een VOCl restverontreiniging aanwezig is. Daarnaast is bepaald of de locatie wel of niet verdacht is op het voorkomen van asbest in grond. VOCl-restverontreiniging In de grond is een achtergrondwaarde overschrijding gemeten aan PER. Geconcludeerd wordt dat er naar verwachting geen grote nalevering meer plaatsvindt naar het grondwater. In het grondwater is maximaal een tussenwaarde overschrijding gemeten aan PER en CIS. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmering voor de toekomstige herontwikkeling. Voorafgaand aan het realiseren van de toekomstige parkeergarage dient een bemalingsplan te worden opgesteld waarbij rekening wordt gehouden met de restverontreiniging van VOCl in het grondwater. Algemene milieuhygiënische kwaliteit van de grond De grond is voldoende onderzocht wat de parameters uit het standaardpakket van de NEN 5740 betreft. In de grond zijn in de boven- en ondergrond geen van de geanalyseerde parameters boven de achtergrondwaarde en / of rapportagegrens gemeten. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling.
In de bovengrond zijn minimale gehalten aan PFAS gemeten die het toepassen van grond in grondwaterbeschermingsgebieden beperken. De aanwezigheid van PFAS is niet te relateren aan de bluswerkzaamheden van de voormalige brand. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling. Asbest Op de locatie is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetroffen. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling.
20/20
Kenmerk
Bijlage 1
R001-1282313LFK-V01
Regionale ligging onderzoekslocatie
Kenmerk
Bijlage 2
R001-1282313LFK-V01
Kaart situering monsternemingspunten
409 410
S
408
301
S
S
407
102
302
S
101
306
406
S 304 !
411
305 !
B 303
!
405
S 403
404
S
S
402 401
412
S
!
S
0
10
Opdrachtgever
Gemeente Nijmegen
S !
B
Boring Locatiegrens
Peilbuis
bedrijfsriool
Status
1:500
Definitief
Formaat
Projectnummer
Titel
Datum 29-07-2021
Tekeningnummer
situering monsterpunten
Boring gestaakt
Schaal
Project
Nijmegen Weezenhof 5508
AsbestGat
´
20 m
Esri
A4
Get.
Gec.
TEGSIS lfk
1282313
1
Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66
Kenmerk
Bijlage 3
R001-1282313LFK-V01
Veiligheid en kwaliteit
Het keurmerk ‘kwaliteitswaarborg Bodembeheer’ geeft aan dat de activiteiten in het kader bodembeheer, waaronder veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek goed en betrouwbaar volgens door de overheid opgestelde protocollen en programma’s zijn uitgevoerd. TAUW bv is erkend voor het uitvoeren van veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek conform de protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. TAUW bv verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000. Bij interne opdrachtverlening is gebruik gemaakt van interne functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt.
De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek: • • •
Protocol 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Beeldmerk niet van toepassing op protocol 2002: Het nemen van grondwatermonsters Beeldmerk niet van toepassing op protocol 2018: Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem
Consequenties afwijking van de norm, protocol 2018 (maaiveldinspectie): • De onderdelen die niet volgens de eisen uit het certificaatschema zijn uitgevoerd: Uitvoeren van een maaiveldinspectie ten behoeve van het verkennend asbestonderzoek • •
De aard en motivatie van de afwijkingen: Door de elementverharding van het maaiveld was het niet mogelijk een maaiveldinspectie volgens het protocol uit te voeren De inschatting van de consequentie die het afwijken van de eisen heeft op de interpretatie van de onderzoeksgegevens in de vervolgfase van de onderzoeksgegevens in de vervolgfase van het bodemonderzoek: Door een lage inspectie-efficiëntie kan asbest gelegen op het maaiveld gemist zijn
•
De inschatting van de risico’s die dit met zich meebrengt: Het risico van deze afwijking wordt als laag beoordeeld, omdat geen asbest is gemeten
Consequenties afwijking van de norm, protocol 2002 (peilbuis 101 en 102 belucht): • De onderdelen die niet volgens de eisen uit het certificaatschema zijn uitgevoerd: De filterstellingen van peilbuis 101 en 102 stonden belucht tijdens monstername. Dit is een • •
afwijking op protocol 2002 De aard van de afwijkingen: De grondwaterstand stond tijdens de monstername lager dan de bovenkant van het filter De motivatie voor deze afwijkingen: Peilbuizen 101 en 102 betreffen bestaande peilbuizen die in 2004 zijn geplaatst. Destijds zijn de filters snijdend met de grondwaterspiegel geplaatst, maar tijdens monstername bleek de grondwaterstand gedaald te zijn ten opzichte van voorgaande jaren
Kenmerk
•
R001-1282313LFK-V01
De inschatting van de consequentie die het afwijken van de eisen heeft op de interpretatie van de onderzoeksgegevens in de vervolgfase van de onderzoeksgegevens in de vervolgfase van het bodemonderzoek: Beluchting van het grondwater kan een onderschatting opleveren van de vluchtige parameters
•
De inschatting van de risico’s die dit met zich meebrengt: Op basis van het vooronderzoek is op de locatie een grondwaterverontreinigingen met VOCl aanwezig (geweest). Verwacht wordt als de grondwaterverontreiniging nog steeds aanwezig is, dat de vluchtige parameters wel zijn gemeten (hoewel mogelijk onderschat). Tijdens het onderhavige onderzoek zijn in beide peilbuizen vluchtige parameters boven de tussenwaarde gemeten in het grondwater. De gemeten concentraties liggen ruim beneden de interventiewaarde. Derhalve wordt gesteld dat de afwijking geen consequentie heeft voor het onderhavige onderzoek
Consequenties afwijking van de norm, NEN 5740 (conserveringstermijn naftaleen mengmonster MM2): • De onderdelen die niet volgens de eisen uit het certificaatschema zijn uitgevoerd: • • •
De conserveringstermijn is voor naftaleen in grondmengmonster MM2 overschreden De aard van de afwijkingen: Het grondmengmonster is niet binnen de gestelde tijd zeker gesteld in het laboratorium De motivatie voor deze afwijkingen: Door uitvoering van veldwerk over meerdere dagen en aansluitend een weekend is deze overschrijding tot stand gekomen De inschatting van de consequentie die het afwijken van de eisen heeft op de interpretatie van de onderzoeksgegevens in de vervolgfase van de onderzoeksgegevens in de vervolgfase van het bodemonderzoek: Door een overschrijding van de conserveringstermijn kan een onderschatting van het gehalte naftaleen optreden
•
De inschatting van de risico’s die dit met zich meebrengt: Het risico van deze afwijking wordt als laag beoordeeld, omdat er sprake is van gekoelde monsters en slechts 1 dag overschrijding. Deze inschatting wordt onderbouwd dat in mengmonsters met een overschrijding en zonder overschrijding geen naftaleen boven de rapportagegrens wordt gemeten
Het beeldmerk is vanwege deze afwijking niet van toepassing voor BRL 2000, protocol 2002 en protocol 2018. TAUW verklaart hierbij dat het een onafhankelijke positie heeft (en kan behouden) ten opzichte van de opdrachtgever. Dat wil zeggen dat er geen organisatorische relatie bestaat met de opdrachtgever (zuster- of moederbedrijf) of diens eigenaar. De monstername voor PFAS is uitgevoerd conform de Handreiking[1] van VKB, VVMA en Expertisecentrum PFAS 8.
8
Handreiking PFAS bemonsteren Versie 1.0, VKB, VVMA & Expertisecentrum PFAS, d.d. 25 juni 2020
Kenmerk
R001-1282313LFK-V01
Alle analyses zijn uitgevoerd bij een geaccrediteerd milieulaboratorium. De aanwezigheid en ligging van kabels en leidingen is bepaald door het doen van een KLIC-melding.
Kenmerk
Bijlage 4
R001-1282313LFK-V01
Boorprofielen
Kenmerk
R001-1282313LFK-V01
Bijlage 5
Toetsingskader
B5.1 Toetsingskader circulaire bodemsanering 2013 De analyseresultaten zijn getoetst aan de volgende, in landelijk beleid opgenomen, toetsingswaarden (normen): • •
De Streefwaarden (voor grondwater) en/of Interventiewaarden (voor grond en grondwater) uit de Circulaire Bodemsanering 9 De Achtergrondwaarden (voor grond) uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit 10
Daarnaast is voor grond en grondwater ook getoetst aan de Tussenwaarden. Deze waarde is niet opgenomen in de Circulaire Bodemsanering en/of Regeling Bodemkwaliteit maar wel in de Regeling Uniforme Saneringen (RUS). De Tussenwaarde is gedefinieerd als T = ½(AW + I) voor grond en T = ½(S + I) voor grondwater. In tabel B5.1 is vermeld op welke wijze de toetsingsresultaten zijn weergegeven in toetsingstabellen en tekstueel aangeduid in de rapportage. Tabel B5.1 Overzicht toetsingskader Concentratieniveau voor een stof
Weergave in tabellen
Omschrijving in de tekst
≤ AW/S-waarde (of < rapportagegrens)
-
-
> AW/S-waarde ≤ T-waarde
+
Licht verhoogd/verontreinigd
> T-waarde ≤ I-waarde
++
Matig verhoogd/verontreinigd
> I-waarde
+++
Sterk verhoogd/verontreinigd
Bodemtypecorrectie voor grond Op basis van de (gewijzigde) bijlage G 11 onderdeel III van de Regeling bodemkwaliteit wordt vanaf 1 november 2013 bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem het analyseresultaat omgerekend naar het gehalte voor standaardbodem en vervolgens getoetst aan de toetsingswaarde voor standaardbodem. Voor de omrekening naar standaardbodem wordt gebruik gemaakt van locatiespecifieke waarden voor organische stof en lutum. Gevalideerde bodemtoetsing: BoToVa De toetsing van analyseresultaten vindt plaats in een geautomatiseerde toetsingsmodule. Deze toetsingsmodule maakt gebruik van de landelijke BoToVa 12-service voor de validatie van de toetsingsresultaten. Op deze wijze is de kwaliteit van de toetsing aan de geldende normen geborgd.
9
(gewijzigde) Circulaire Bodemsanering die op 1 juli 2013 in werking is getreden (Staatscourant 16675, d.d. 27 juni 2013 (gewijzigde) Regeling bodemkwaliteit die op 1 januari 2014 in werking is getreden (laatste wijzigingen zijn opgenomen in Staatscourant 31950, d.d. 15 november 2013) 11 Deze gewijzigde bijlage van de Regeling bodemkwaliteit is voor het eerst gepubliceerd in Staatscourant 22335, d.d. 2 november 2012 12 BoToVa: Bodem Toets- en Validatieservice. Voor meer informatie zie www.botova-service.nl 10
Kenmerk
R001-1282313LFK-V01
B5.2 Toetsingswaarden Grond Lutum
25%
Organisch stof
10%
AW
T
I
barium (Ba)
-
-
-
cadmium (Cd)
0,6
6,8
13
kobalt (Co)
15
103
190
koper (Cu)
40
115
190
kwik (Hg)
0,15
18,08
36
lood (Pb)
50
290
530
molybdeen (Mo)
1,5
95,8
190
nikkel (Ni)
35
68
100
zink (Zn)
140
430
720
20,8
40
METALEN
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN PAK (10 van VROM)
1,5
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN vinylchloride
0,1
0,1
0,1
dichloormethaan
0,1
2
3,9
1,1-dichloorethaan
0,2
7,6
15
1,2-dichloorethaan
0,2
3,3
6,4
1,1-dichlooretheen
0,3
0,3
0,3
1,2-dichl.etheen (c+t)
0,3
0,7
1
dichloorpropanen (som)
0,8
1,4
2
trichloormethaan (chloroform)
0,25
2,93
5,6
1,1,1-trichloorethaan
0,25
7,63
15
1,1,2-trichloorethaan
0,3
5,2
10
trichlooretheen (tri)
0,25
1,38
2,5
tetrachloormethaan (tetra)
0,3
0,5
0,7
Tetrachlooretheen (per)
0,15
4,48
8,8
PCB (som 7)
0,02
0,51
1
minerale olie (C10-C40)
190
2595
5000
tribroommethaan (bromoform)
0,2
37,6
75
OVERIGE STOFFEN
gAW:
Achtergrondwaarden [mg/kg ds]
T:
Tussenwaarden grond [mg/kg ds]
I:
Interventiewaarden grond [mg/kg ds]
Kenmerk
R001-1282313LFK-V01
Streefwaarden grondwater en Interventiewaarden bodemsanering uit de Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant 27 juni 2013, 16675) Achtergrondwaarden uit Toepassen van grond en baggerspecie in oppervlaktewater conform Staatscourant 2007, 247
Grondwater So
To
Io
barium (Ba)
50
337,5
625
cadmium (Cd)
0,4
3,2
6
kobalt (Co)
20
60
100
koper (Cu)
15
45
75
kwik (Hg)
0,05
0,18
0,3
lood (Pb)
15
45
75
molybdeen (Mo)
5
153
300
nikkel (Ni)
15
45
75
zink (Zn)
65
432,5
800
benzeen
0,2
15,1
30
ethylbenzeen
4
77
150
tolueen
7
504
1000
xylenen (som)
0,2
35,1
70
styreen (vinylbenzeen)
6
153
300
naftaleen
0,01
35,01
70
METALEN
AROMATISCHE VERBINDINGEN
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN vinylchloride
0,01
2,51
5
dichloormethaan
0,01
500,01
1000
1,1-dichloorethaan
7
454
900
1,2-dichloorethaan
7
204
400
1,1-dichlooretheen
0,01
5,01
10
1,2-dichl.etheen (c+t)
0,01
10,01
20
dichloorpropanen (som)
0,8
40,4
80
trichloormethaan (chloroform)
6
203
400
1,1,1-trichloorethaan
0,01
150,01
300
1,1,2-trichloorethaan
0,01
65,01
130
trichlooretheen (tri)
24
262
500
tetrachloormethaan (tetra)
0,01
5,01
10
Tetrachlooretheen (per)
0,01
20,01
40
Kenmerk
R001-1282313LFK-V01
So
To
Io
minerale olie (C10-C40)
50
325
600
tribroommethaan (bromoform)
-
315
630
OVERIGE STOFFEN
So:
Streefwaarden grondwater [µg/l]
To:
Tussenwaarden grondwater [µg/l]
Io:
Interventiewaarden grondwater [µg/l]
Streefwaarden grondwater en Interventiewaarden bodemsanering uit de Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant 27 juni 2013, 16675)
B5.3 Lokale maximale waarden Naast de toetsing aan de STI-waarden vanuit de Wet bodembescherming is getoetst aan de lokale maximale waarden (LMW). In de Nota bodembeheer 13 zijn LMW opgesteld voor verschillende deelgebieden binnen de gemeente Nijmegen. De onderzoekslocatie ligt in deelgebied “1965-heden”. In tabel 5.2 zijn de LMW voor deelgebied “1965-heden” weergegeven. Tabel 5.2 Lokale maximale waarden binnen deelgebied “1965-heden” in mg/kg ds voor standaard bodem 1) Traject
Cd
Cu
Hg
Pb
Ni
Zn
Ba
Co
Mo
PAK
PCB
(m -mv) 0 - 1,0
Andere stoffen
1,2
54
0,3
110
70
212
380
30
3
3,0
0,04
≤2*AW en ≤W
> 1,0
1,2
54
0,3
100
70
200
380
30
3
3,0
0,04
≤2*AW en ≤W
Cd = cadmium, Cu = koper, Hg = kwik, Pb = lood, Ni = nikkel, Zn = zink, Ba = barium, Co = kobalt, Mo = molybdeen 1)
Bron: Nota bodembeheer gemeente Nijmegen, september 2012, tabel 6 lokale maximale waarden (pagina 23)
B5.4 Toetsingskader asbest De toetsing van asbest is beschreven in bijlage 3 van de circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Er is sprake van een bodemverontreiniging met asbest, indien asbest aanwezig is in een gehalte boven de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. gewogen (gehalte serpentijn asbest + 10x gehalte amfibool asbest). Indien deze norm op een plaats wordt overschreden, dan is sprake van een geval van ernstige asbestverontreiniging. In het verkennend onderzoek is het analyseresultaat indicatief. Wanneer het indicatieve gehalte lager is dan 0,5 * de interventiewaarde (50 mg/kg d.s.) is statistisch onderbouwd dat de kans gering is dat asbest in een nader onderzoek boven de interventiewaarde wordt aangetroffen. Een nader onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 is niet noodzakelijk.
13
Nota bodembeheer Gemeente Nijmegen; afdeling Milieu, bureau Bodem en Water; september 2012
Kenmerk
R001-1282313LFK-V01
B5.5 Toetsingswaarden PFAS Tabel B5.4 Beperkingen met betrekking tot PFAS voor het toepassen van grond en baggerspecie op landbodem (gehalten in µg/kg d.s.) Toepassingsbeperking
(SOM)
(SOM)
Individuele
PFOS
PFOA
overige PFAS
A
Geen beperking als gevolg van PFAS. (Hier bij wordt niet de som van
≤ 0,1
≤ 0,1
≤ 0,1
PFOS en PFOA getoetst, maar de individuele parameters: PFOAvertakt, PFOA-lineair, PFOS-vertakt en PFOS-lineair). B1
Beperking voor toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden.
≤ 1,1
≤ 0,8
≤ 0,8
B2
Beperking voor toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden en
≤ 1,4
≤ 1,9
≤ 1,4
≤ 3,0
≤ 7,0
≤ 3,0
> 3,0
> 7,0
> 3,0
onder oppervlaktewater (afhankelijk van toepassingssituatie) C
Beperking voor toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden en onder de grondwaterstand. Grond die op basis van de andere parameters is beoordeeld als kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, is als gevolg van het gehalte PFAS alsnog niet toepasbaar in gebieden die ‘landbouw/natuur’ als toepassingseis hebben.
D
Niet toepasbaar.
Kenmerk
R001-1282313LFK-V01
Bijlage 6
Getoetste omgerekende analyseresultaten
B6.1 Grond Monsteromschrijving
MM1
MM2
MM3
MM4
Diepte (m -mv)
0,05-0,5
0,0-0,5
0,5-2,0
0,5-3,7
Lutum (%)
25
25
25
25
Organisch stof (%)
10
10
10
10
Eenheid
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
METALEN barium (Ba)
<46
cadmium (Cd)
<0,24
-
<52 <0,24
-
113 <0,19
-
<54 <0,24
-
kobalt (Co)
11
-
10
-
10
-
13
-
koper (Cu)
10
-
<7,1
-
11
-
<7,2
-
kwik (Hg)
<0,049
-
<0,050
-
<0,039
-
<0,050
-
lood (Pb)
<11
-
<11
-
22
-
<11
-
molybdeen (Mo)
<1,1
-
<1,1
-
<1,1
-
<1,1
-
nikkel (Ni)
21
-
19
-
29
-
29
-
zink (Zn)
71
-
49
-
51
-
<33
-
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN PAK (10 van VROM)
0,35
-
0,35
-
0,35
-
0,35
-
0,025
-
0,025
-
0,025
-
0,025
-
minerale olie (C10-C40)
<123
-
<123
-
<123
-
<123
-
Conclusie Bbk partijkeuring indicatief
Altijd
Altijd
Altijd
Altijd
(BoToVa)
toepasbaar
toepasbaar
toepasbaar
toepasbaar
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) OVERIGE STOFFEN
Kenmerk
R001-1282313LFK-V01
Monsteromschrijving
MM5
Diepte (m -mv)
0,5-2,0
Lutum (%)
25
Organisch stof (%)
10
Eenheid
mg/kg Ds
METALEN barium (Ba)
<54
cadmium (Cd)
<0,24
-
kobalt (Co)
11
-
koper (Cu)
<7,2
-
kwik (Hg)
<0,050
-
lood (Pb)
<11
-
molybdeen (Mo)
<1,1
-
nikkel (Ni)
26
-
zink (Zn)
<33
-
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN PAK (10 van VROM)
0,35
-
0,025
-
minerale olie (C10-C40)
<123
-
Conclusie Bbk partijkeuring indicatief
Altijd toepasbaar
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) OVERIGE STOFFEN
(BoToVa)
Monsteromschrijving
302
304
Diepte (m -mv)
2-2,2
2,1-2,3
Lutum (%)
25
25
Organisch stof (%)
10
10
Eenheid
mg/kg Ds
mg/kg Ds
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN vinylchloride
<0,18
-
<0,18
-
dichloormethaan
<0,18
-
<0,18
-
1,1-dichloorethaan
<0,35
-
<0,35
-
1,2-dichloorethaan
<0,35
-
<0,35
-
1,1-dichlooretheen
<0,35
-
<0,35
-
1,2-dichl.etheen (c+t)
0,7
-
0,7
-
dichloorpropanen (som)
0,53
-
0,53
-
trichloormethaan (chloroform)
<0,18
-
<0,18
-
Kenmerk
R001-1282313LFK-V01
Monsteromschrijving
302
304
Diepte (m -mv)
2-2,2
2,1-2,3
Lutum (%)
25
25
Organisch stof (%)
10
10
Eenheid
mg/kg Ds
mg/kg Ds
1,1,1-trichloorethaan
<0,18
-
<0,18
-
1,1,2-trichloorethaan
<0,18
-
<0,18
-
trichlooretheen (tri)
<0,18
-
<0,18
-
tetrachloormethaan (tetra)
<0,18
-
<0,18
-
Tetrachlooretheen (per)
<0,18
-
1,1
+
tribroommethaan (bromoform)
<0,35
-
<0,35
-
Conclusie Bbk partijkeuring indicatief
Altijd toepasbaar
OVERIGE STOFFEN Industrie
(BoToVa)
B6.2 Grondwater Peilbuis
Pb 101
Filterdiepte (m -mv)
1,9-2,9
Eenheid
µg/l
METALEN barium (Ba)
34
-
cadmium (Cd)
< 0,20
-
kobalt (Co)
2,6
-
koper (Cu)
< 2,0
-
kwik (Hg)
< 0,05
-
lood (Pb)
< 2,0
-
molybdeen (Mo)
< 2,0
-
nikkel (Ni)
5,8
-
zink (Zn)
< 10
-
benzeen
< 0,20
-
ethylbenzeen
< 0,20
-
tolueen
< 0,20
-
xylenen (som)
0,21
-
styreen (vinylbenzeen)
< 0,20
-
naftaleen
< 0,020
-
vinylchloride
< 0,20
-
dichloormethaan
< 0,20
-
AROMATISCHE VERBINDINGEN
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN
Kenmerk
R001-1282313LFK-V01
Peilbuis
Pb 101
Filterdiepte (m -mv)
1,9-2,9
Eenheid
µg/l
1,1-dichloorethaan
< 0,20
-
1,2-dichloorethaan
< 0,20
-
1,1-dichlooretheen
< 0,10
-
1,2-dichl.etheen (c+t)
12
++
dichloorpropanen (som)
0,42
-
trichloormethaan (chloroform)
< 0,20
-
1,1,1-trichloorethaan
< 0,10
-
1,1,2-trichloorethaan
< 0,10
-
trichlooretheen (tri)
4,3
-
tetrachloormethaan (tetra)
< 0,10
-
Tetrachlooretheen (per)
7,7
+
minerale olie (C10-C40)
< 50
-
tribroommethaan (bromoform)
< 0,20
OVERIGE STOFFEN
(14):
(14)
Streefwaarde ontbreekt
Peilbuis
Pb 102
Pb 301
Pb 302
Pb 306
Filterdiepte (m -mv)
1,9-2,9
2,7-3,7
2,7-3,7
2,7-3,7
Eenheid
µg/l
µg/l
µg/l
µg/l
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN vinylchloride
< 0,20
-
< 0,20
-
< 0,20
-
< 0,20
-
dichloormethaan
< 0,20
-
< 0,20
-
< 0,20
-
< 0,20
-
1,1-dichloorethaan
< 0,20
-
< 0,20
-
< 0,20
-
< 0,20
-
1,2-dichloorethaan
< 0,20
-
< 0,20
-
< 0,20
-
< 0,20
-
1,1-dichlooretheen
< 0,10
-
< 0,10
-
< 0,10
-
< 0,10
-
1,2-dichl.etheen (c+t)
1,1
+
0,76
+
0,24
+
0,14
-
trichloormethaan (chloroform)
< 0,20
-
< 0,20
-
< 0,20
-
< 0,20
-
1,1,1-trichloorethaan
< 0,10
-
< 0,10
-
< 0,10
-
< 0,10
-
1,1,2-trichloorethaan
< 0,10
-
< 0,10
-
< 0,10
-
< 0,10
-
trichlooretheen (tri)
1,6
-
0,73
-
< 0,20
-
< 0,20
-
tetrachloormethaan (tetra)
< 0,10
-
< 0,10
-
< 0,10
-
< 0,10
-
Tetrachlooretheen (per)
25
++
14
+
< 0,10
-
0,17
+
Kenmerk
Bijlage 7
R001-1282313LFK-V01
Analysecertificaten
De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde parameters/resultaten zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".
DOC-13-16605407-NL-P1
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Tauw Nederland B.V. Laura Korte POSTBUS 133 7400 AC DEVENTER Datum Relatienr Opdrachtnr.
16.07.2021 35003840 1063090
ANALYSERAPPORT Opdracht 1063090 Bodem / Eluaat Opdrachtgever
35003840 Tauw Nederland B.V. 1282313 Nijmegen Weezenhof 5508 standaard 451546
Uw referentie
12.07.21
Opdrachtacceptatie Monsternemer
Opdrachtgever
Geachte heer, mevrouw, Hierbij zenden wij u de resultaten van het door u aangevraagde laboratoriumonderzoek. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, uitgevoerd overeenkomstig onze erkenning voor de werkzaamheid "Analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek" van het Besluit Bodemkwaliteit. Dit rapport mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. Eventuele bijlagen zijn onderdeel van het rapport. Indien u nog vragen heeft of aanvullende informatie wenst, verzoeken wij u om contact op te nemen met Klantenservice. Wij vertrouwen U met de toegezonden informatie van dienst te zijn. Met vriendelijke groet,
AL-West B.V. Dhr. Peter Wijers, Tel. +31/570788111 Klantenservice
Blad 1 van 5 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde parameters/resultaten zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".
DOC-13-16605407-NL-P2
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Opdracht 1063090 Bodem / Eluaat Monsternr. Monstername
Monster beschrijving
591815
09.07.2021
MM1
591822
08.07.2021
MM2
591829
09.07.2021
MM3
591836
09.07.2021
MM4
591847
09.07.2021
MM5
Eenheid
591815
591822
591829
591836
591847
MM1
MM2
MM3
MM4
MM5
Algemene monstervoorbehandeling S
Voorbehandeling dmv breken (AS3000)
-++
S Droge stof
%
-93,7
S IJzer (Fe2O3) Fracties (sedigraaf)
% Ds
-<5,0
--++ -92,8 -<5,0
S
Voorbehandeling conform AS3000
-++
S Fractie < 2 µm Klassiek Chemische Analyses
% Ds
-3,5
-2,4
% Ds S Organische stof Voorbehandeling metalen analyse
0,8 --
S Koningswater ontsluiting Metalen (AS3000)
x)
0,8 --
x)
--++ -81,5 -<5,0
--++ -82,8 -<5,0
--++ -87,0 -<5,0
-19
-1,0
-1,9
0,7 --
x)
0,9--
x)
0,9--
-++
-++
-++
-++
-++
S Barium (Ba)
mg/kg Ds
-<20
-<20
-91
-<20
-<20
S Cadmium (Cd)
mg/kg Ds
-<0,20
-<0,20
-<0,20
-<0,20
-<0,20
S Kobalt (Co)
mg/kg Ds mg/kg Ds
S Kwik (Hg)
mg/kg Ds
S Lood (Pb)
mg/kg Ds
S Molybdeen (Mo)
mg/kg Ds
S Nikkel (AS3000)
mg/kg Ds
S Zink (Zn) PAK (AS3000)
mg/kg Ds
-3,0 -<5,0 -<0,05 -<10 -<1,5 -6,6 -21
-8,2 -8,2 -<0,05 -18 -<1,5 -24 -40
-3,7 -<5,0 -<0,05 -<10 -<1,5 -9,8 -<20
-3,2
S Koper (Cu)
-3,8 -5,1 -<0,05 -<10 -<1,5 -8,2 -32
S Anthraceen
mg/kg Ds
-<0,050
-<0,050
-<0,050
-<0,050
-<0,050
S Benzo(a)anthraceen
mg/kg Ds
-<0,050
-<0,050
-<0,050
-<0,050
-<0,050
S Benzo-(a)-Pyreen
mg/kg Ds mg/kg Ds
S Benzo(k)fluorantheen
mg/kg Ds
S Chryseen
mg/kg Ds
S Fenanthreen
mg/kg Ds
S Fluorantheen
mg/kg Ds
S Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen
mg/kg Ds
S Naftaleen
mg/kg Ds
-<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 0,35--
-<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 0,35--
-<0,050
S Benzo(ghi)peryleen
-<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 0,35--
S Som PAK (VROM) (Factor 0,7) Minerale olie (AS3000/AS3200)
mg/kg Ds
-<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 0,35--
S Koolwaterstoffractie C10-C40
mg/kg Ds
-<35
#)
-<35
#)
-<35
#)
-<35
x)
-<5,0 -<0,05 -<10 -<1,5 -8,8 -<20
-<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 #)
0,35--
#)
-<35 Blad 2 van 5
Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde parameters/resultaten zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".
DOC-13-16605407-NL-P3
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Opdracht 1063090 Bodem / Eluaat
Eenheid
591815
591822
591829
591836
591847
MM1
MM2
MM3
MM4
MM5
Minerale olie (AS3000/AS3200)
-<3
*)
-<3
*)
-<4
*)
-<5
*)
-<5
*)
-<5
*)
-<5
*)
mg/kg Ds
-<5
*)
S PCB 28
mg/kg Ds
-<0,0010
-<0,0010
-<0,0010
-<0,0010
-<0,0010
S PCB 52
mg/kg Ds
-<0,0010
-<0,0010
-<0,0010
-<0,0010
-<0,0010
S PCB 101
mg/kg Ds mg/kg Ds
S PCB 138
mg/kg Ds
S PCB 153
mg/kg Ds
S PCB 180
mg/kg Ds
-<0,0010 -<0,0010 -<0,0010 -<0,0010 -<0,0010 0,0049--
-<0,0010 -<0,0010 -<0,0010 -<0,0010 -<0,0010 0,0049--
-<0,0010 -<0,0010 -<0,0010 -<0,0010 -<0,0010 0,0049--
-<0,0010
S PCB 118
-<0,0010 -<0,0010 -<0,0010 -<0,0010 -<0,0010 0,0049--
Koolwaterstoffractie C10-C12 Koolwaterstoffractie C12-C16 Koolwaterstoffractie C16-C20 Koolwaterstoffractie C20-C24 Koolwaterstoffractie C24-C28 Koolwaterstoffractie C28-C32 Koolwaterstoffractie C32-C36 Koolwaterstoffractie C36-C40
mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds
-<3
*)
-<3
*)
-<4
*)
-<5
*)
-<5
*)
-<5
*)
-<5
*)
-<5
*)
-<3
*)
-<3
*)
-<4
*)
-<5
*)
-<5
*)
-<5
*)
-<5
*)
-<5
*)
-<3
*)
-<3
*)
-<3
*)
-<3
*)
-<4
*)
-<4
*)
-<5
*)
-<5
*)
-<5
*)
-<5
*)
-<5
*)
-<5
*)
-<5
*)
-<5
*)
-<5
*)
-<5
*)
Polychloorbifenylen (AS3000)
S
Som PCB (7 Ballschmiter) (Factor 0,7) mg/kg Ds
#)
#)
#)
-<0,0010 -<0,0010 -<0,0010 -<0,0010 #)
0,0049--
#)
x) Gehaltes beneden de rapportagegrens zijn niet mee inbegrepen. #) Bij deze som zijn resultaten "<rapportagegrens" vermenigvuldigd met 0,7. S) Erkend volgens AS SIKB 3000 Verklaring:"<" of n.a. betekent dat het gehalte van de component lager is dan de rapportagegrens. De parameter-specifieke analytische meetonzekerheid en informatie over de berekeningsmethode zijn op aanvraag beschikbaar, indien de gerapporteerde resultaten boven de parameterspecifieke rapportagegrens liggen.
Opmerking monster(s) 591815 : MM1 591822 : MM2 591829 : MM3 591836 : MM4 591847 : MM5 Het analyseresultaat van PCB 138 is mogelijk overschat vanwege co-elutie met PCB 163 Opmerking monster(s) 591815 : MM1 591822 : MM2 591829 : MM3 591836 : MM4 591847 : MM5 Het organische stof gehalte wordt gecorrigeerd voor het lutum gehalte, als geen lutum bepaald is wordt gecorrigeerd als ware het lutum gehalte 5,4% Begin van de analyses: 12.07.2021 Einde van de analyses: 16.07.2021 De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geanalyseerde monsters. In gevallen waarin het testlaboratorium niet verantwoordelijk was voor de bemonstering, gelden de gerapporteerde resultaten voor de monsters zoals zij zijn ontvangen. .
Blad 3 van 5 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde parameters/resultaten zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".
DOC-13-16605407-NL-P4
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Opdracht 1063090 Bodem / Eluaat
AL-West B.V. Dhr. Peter Wijers, Tel. +31/570788111 Klantenservice Toegepaste methoden conform Protocollen AS 3000 :
Organische stof Voorbehandeling conform AS3000 Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Lood (Pb) Molybdeen (Mo) Nikkel (AS3000) Zink (Zn) Koolwaterstoffractie C10-C40 Anthraceen Benzo(a)anthraceen Benzo-(a)-Pyreen Benzo(ghi)peryleen Benzo(k)fluorantheen Chryseen Fenanthreen Fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Naftaleen Som PAK (VROM) (Factor 0,7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 Som PCB (7 Ballschmiter) (Factor 0,7)
conformNEN-EN12880; AS3000, AS3200; NEN-EN15934 : eigen methode
*) :
Koolwaterstoffractie C10-C12 Koolwaterstoffractie C20-C24 Koolwaterstoffractie C32-C36
Gelijkwaardig aan NEN 5739 :
Droge stof
Koolwaterstoffractie C12-C16 Koolwaterstoffractie C24-C28 Koolwaterstoffractie C36-C40
Koolwaterstoffractie C16-C20 Koolwaterstoffractie C28-C32
IJzer (Fe2O3)
Protocollen AS 3000 / Protocollen AS 3200 :
Koningswater ontsluiting
Voorbehandeling dmv breken (AS3000)
Fractie < 2 µm
Blad 4 van 5 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde parameters/resultaten zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".
DOC-13-16605407-NL-P5
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Bijlage bij Opdrachtnr. 1063090 CONSERVERING, CONSERVERINGSTERMIJN EN VERPAKKING Er zijn verschillen met de richtlijnen geconstateerd die mogelijk de betrouwbaarheid van de analyseresultaten beïnvloeden. De conserveringstermijn is voor volgende analyse overschreden: Naftaleen 591822