CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 6 Notitie Quick Scan BS KD

Besluitronde (raadsvergadering) 22 september 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Westkanaaldijk 2016 -3 (Hogelandseweg 104) (82/2021) (STEMSTUK)2.970 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTITIE

Gemeente Nijmegen Mevr. T. Martens Postbus 9105 6500 HG Nijmegen

DATUM:

20 juni 2019

ONS KENMERK:

19-0474/19.04859/LevVe

AUTEUR:

L. Verhoek

PROJECTLEIDER:

G. Hoefsloot

STATUS:

Versie 1.0

CONTROLE:

M.A. Karels

Notitie quick Neerbosch

scan

beschermde

soorten

Kinderdorp

Gemeente Nijmegen is voornemens om op het terrein van Kinderdorp Neerbosch te Nijmegen op vier locaties nieuwe bebouwing te realiseren. Bureau Waardenburg heeft op basis van een oriënterend veldonderzoek (d.d. 17 mei 2019) en bronnenonderzoek de effecten van deze ingreep op beschermde soorten beoordeeld in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).

Conclusie Het plangebied heeft mogelijk een functie voor kleine marterachtigen, steenmarter, vleermuizen en buizerd. Voor deze soorten is nader onderzoek noodzakelijk om een effectbeoordeling te kunnen maken. Indien de ingreep effecten veroorzaakt voor deze soorten, kan naar het oordeel van het bevoegd gezag een ontheffing van de Wnb noodzakelijk zijn. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis of er geldt een vrijstelling van verbodsbepalingen. Het is noodzakelijk de werkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen om verstoring van broedende vogels en overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen. In het kader van de zorgplicht zijn diverse maatregelen geadviseerd voor algemene soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren. De ingreep heeft geen negatieve effecten op beschermde natuurgebieden en houtopstanden. Deze conclusie wordt hieronder toegelicht. Notitie quick scan beschermde soorten Kinderdorp Neerbosch

1

Toelichting Plangebied Kinderdorp Neerbosch is gelegen in Nijmegen-West tussen de Neerbosscheweg en de Hogelandseweg (afbeelding 1). Het is een parkachtig besloten gebied aan de rand van de bebouwde kom. Het plangebied bestaat uit vier verschillende locaties (afbeelding 2) met verschillende karakteristieken. Op alle locaties zijn graslanden, onderbegroeiing, bosschages en/of bomen aanwezig. Op locatie 1 is daarnaast ook nog bebouwing aanwezig, een vijver op locatie 1 en op locatie 3 een sloot.

Afbeelding 1 Locatie van Kinderdorp Neerbosch direct ten noorden van de Neerbosscheweg. De vier deellocaties waaruit het plangebied bestaat bevinden zich binnen de rode lijn (bron kaartmateriaal: Esri Nederland, Community Map Contributors) schaal 1:6000).

Notitie quick scan beschermde soorten Kinderdorp Neerbosch

2

Afbeelding 2

De vier verschillende locaties in het plangebied (bron: gemeente Nijmegen).

Afbeelding 3

Impressie van locatie 1 met oude gebouwen op de achtergrond.

Notitie quick scan beschermde soorten Kinderdorp Neerbosch

3

Afbeelding 4

Impressie van locatie 2.

Afbeelding 5

Impressie van het westelijke perceel van locatie 3.

Notitie quick scan beschermde soorten Kinderdorp Neerbosch

4

Afbeelding 6

Impressie van het oostelijke perceel van locatie 3.

Afbeelding 7

Impressie van locatie 4, op de voorgrond een geitenhok, op de achtergrond

verruigd grasland. Notitie quick scan beschermde soorten Kinderdorp Neerbosch

5

Voorgenomen ingreep Informatie over de voorgenomen ingreep is aangeleverd door de gemeente Nijmegen. Het betreft vier ontwikkellocaties. Op alle vier de locaties worden nieuwe gebouwen gerealiseerd. Hoewel nog niet duidelijk welke werkzaamheden uitgevoerd gaan worden is in deze beoordeling uitgegaan van het kappen van bomen en struiken, slopen van de bebouwing op locatie 1, werkzaamheden aan vijver en watergang op locatie 1 en 3 en graafwerkzaamheden op alle vier de locaties. Wettelijk kader Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de soortenbescherming zoals opgenomen in de Wnb. Bij toepassing van de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en Beschermingsregime andere soorten. Voor een aantal landelijk algemeen voorkomende soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren van het Beschermingsregime andere soorten heeft de provincie Gelderland een vrijstelling van verbodsbepalingen verleend voor werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Voor andere beschermde soorten geldt geen vrijstelling en kan een ontheffing nodig zijn als de werkzaamheden leiden tot overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb.

Natura 2000-gebieden Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied en ligt op ruim 2 km afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken. De ingreep zorgt niet voor effecten die relevante soorten en begroeiingen in Natura 2000-gebieden direct negatief kunnen beïnvloeden. De ingreep zorgt voor een tijdelijke en permanente toename van stikstofemissie (verkeersbewegingen, gebruik machines en gebruik bebouwing). Gezien de recente uitspraak van Raad van State over Programmatische Aanpak Stikstof (oftewel de PAS) wordt geadviseerd een Aerius berekening uit te voeren voor het project om na te gaan of er ecologische effecten kunnen optreden voor relevante soorten en begroeiingen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN; in Gelderland bestaande uit het Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszones). Op grond van de aard van de ingreep en afstand tussen NNN en plangebied zijn effecten op het NNN uitgesloten. Houtopstanden Het plangebied bevindt zich in de bebouwde kom van Nijmegen. De regels ten aanzien van houtopstanden (hoofdstuk 4 van de Wnb) zijn voor het project niet van toepassing.

Methodiek onderzoek Voorliggende toetsing in het kader van de Wnb is opgesteld op basis van een eenmalig veldbezoek, de huidige ter beschikking staande kennis en inschattingen van

Notitie quick scan beschermde soorten Kinderdorp Neerbosch

6

deskundigen. Effecten zijn bepaald en beoordeeld op basis van de functie van het plangebied van beschermde soorten en de voorgenomen ingreep. Voor een actueel overzicht van beschermde soorten die in de regio voorkomen is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd op 14 mei 2019. Bij het raadplegen van de NDFF is uitgegaan van een zoekgebied met een straal van ca. 1 km om het plangebied en gegevens tot 3 jaar oud. De vier deellocaties in Kinderdorp Neerbosch zijn op 17 mei 2019 bezocht. De begrenzingen van de vier locaties zijn bekeken en elke locatie is meerdere malen doorkruist om zoveel mogelijk concrete informatie te verzamelen met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (geschikte groeiplaatsen voor beschermde planten, zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, nesten, holen, uitwerpselen, haren, etc). Op basis van terreinkenmerken en expert judgement is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. Functie van het plangebied voor beschermde soorten Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding, gazon, grasland, onderbegroeiing en bosschages. Voor beschermde soorten van de soortgroepen planten, ongewervelden en reptielen heeft het plangebied geen betekenis.

Geschikt biotoop ontbreekt voor dergelijke beschermde soorten én er zijn geen relevante waarnemingen in de NDFF. De (mogelijke) betekenis van het plangebied voor amfibieën, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen en vogels is in deze notitie in detail beschreven. Amfibieën Op grond van verspreidingsgegevens (NDFF) en het veldonderzoek wordt geconcludeerd dat het plangebied géén betekenis heeft voor beschermde amfibieënsoorten van het ‘Beschermingsregime Habitatrichtlijnsoorten’. Het plangebied vormt wel (geschikt) leefgebied van algemeen voorkomende soorten amfibieën van ‘Beschermingsregime andere soorten’, zoals gewone pad en bruine kikker. Voor deze soorten geldt een vrijstelling voor overtreding van verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen. De sloot op locatie 3 en de vijver op locatie 1 in het plangebied bieden geschikt voortplantingswater voor deze soorten. Alle locaties bieden geschikt landbiotoop voor algemeen voorkomende amfibieën. Op grond van verspreidingsgegevens (NDFF) en het veldonderzoek wordt geconcludeerd dat het plangebied géén betekenis heeft voor andere beschermde soorten amfibieën. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied is (geschikt) leefgebied voor algemeen voorkomende soorten zoogdieren van ‘Beschermingsregime andere soorten’, zoals muizen, egel en konijn, waarvoor een vrijstelling geldt voor overtreding van verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen.

Er zijn geen waarnemingen in de NDFF van wezel, hermelijn en bunzing in het plangebied en omgeving. De locaties 1, 3 en 4 bieden wel geschikt leefgebied met verblijfplaatsen voor kleine marterachtigen door de aanwezigheid van verruigd grasland, struweel en takkenrillen (‘Beschermingsregime andere soorten’; geen vrijstelling van

Notitie quick scan beschermde soorten Kinderdorp Neerbosch

7

verbodsbepalingen in Gelderland). De aanwezigheid van kleine marterachtigen in plangebied en omgeving kan niet worden uitgesloten. De oude gebouwen op locatie 1 bevatten op het eerste gezicht geschikte rust- en verblijfplaatsen voor steenmarter. Ook voor deze soort van ‘Beschermingsregime andere soorten’ geldt geen vrijstelling van verbodsbepalingen in Gelderland. Op grond van verspreidingsgegevens (NDFF) en het veldonderzoek wordt geconcludeerd dat het plangebied géén betekenis heeft voor beschermde soorten grondgebonden zoogdieren van het ‘Beschermingsregime Habitatrichtlijn’. Vleermuizen De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied is niet uit te sluiten (alle soorten ‘Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn’). De oude gebouwen op locatie 1 zijn deels toegankelijk en bieden een geschikte verblijfplaatsen (kraamverblijf, zomerverblijf, paarverblijf, winterverblijf) voor gebouw bewonende soorten, zoals gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Daarnaast zijn op locatie 1, 3 en 4 bomen aanwezig met holtes die geschikt kunnen zijn als verblijfplaats (kraamverblijf, zomerverblijf, paarverblijf, winterverblijf) voor boom bewonende soorten vleermuizen. Ten tijde van het veldbezoek stonden deze bomen in blad waardoor de aanwezigheid van geschikte holtes niet goed beoordeeld kon worden.

Het plangebied vormt een geschikt onderdeel van het foerageergebied van vleermuizen door de aanwezigheid van zowel bosschages en bomenrijen als meer open gebieden. Het betreft – op basis van de aard, omvang en de omgeving - mogelijk essentieel foerageergebied (d.w.z. essentieel voor het functioneren van een verblijfplaats). Op locatie 1 en 3 is mogelijk ook een (essentiële) vliegroute van vleermuizen aanwezig. Hier bevinden zich lange bomenlanen die het gebied verbinden met de omgeving. Vogels Op grond van het veldbezoek kan niet worden uitgesloten dat in de bosschage direct ten noordwesten van locatie 3 een buizerd broedt. Tijdens het veldbezoek zijn twee buizerds in deze bosschage waargenomen die duidelijk territoriaal gedrag vertoonden; de nestboom is niet gevonden. Nestplaatsen van buizerd zijn jaarrond beschermd. Om de aanwezigheid van een nestplaats/territorium van deze soort te kunnen vaststellen is nader veldonderzoek nodig. In de bebouwing op locatie 1 kunnen huismus en gierzwaluw broeden. Er zijn geschikte nestplaatsen aanwezig in het dak onder de pannen. Nestplaatsen van deze soorten zijn jaarrond beschermd. Er zijn tijdens het veldbezoek geen waarnemingen gedaan van deze soorten. In de NDFF zijn alleen waarnemingen van huismus aanwezig. In 2015 is een kolonie gevonden aan de Scherpenkampweg.

Het gehele plangebied vormt daarnaast geschikt broedbiotoop van algemeen voorkomende vogels waarvan de nestplaats niet jaarrond beschermd is. Effecten van de ingreep Amfibieën Grond- en graafwerkzaamheden kunnen algemeen voorkomende amfibieën, zoals gewone pad en bruine kikker van het ‘Beschermingsregime andere soorten’ treffen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Een Notitie quick scan beschermde soorten Kinderdorp Neerbosch

8

ontheffing is niet nodig. Wel zijn in het kader van de zorgplicht maatregelen nodig om effecten op deze soortgroep te voorkomen. Het betreft algemeen voorkomende soorten (lokaal, regionaal en landelijk) en het aantal dieren dat potentieel gemoeid is met de (lokale) ingreep is beperkt. De gunstige staat van instandhouding van deze soorten is daarom niet in het geding. Grondgebonden zoogdieren Grond- en graafwerkzaamheden kunnen algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren zoals egel en konijn van ‘Beschermingsregime andere soorten’ treffen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling waardoor geen ontheffing nodig is. Wel zijn in het kader van de zorgplicht maatregelen nodig om effecten op deze soortgroep te voorkomen. Het betreft algemeen voorkomende soorten (lokaal, regionaal en landelijk) en het aantal dieren dat potentieel gemoeid is met de (lokale) ingreep is beperkt. De gunstige staat van instandhouding van deze soorten is daarom niet in het geding. De werkzaamheden op locatie 1, 3 en 4 kunnen functioneel leefgebied van kleine marterachtigen en steenmarter aantasten. Het gaat hierbij om verlies van foerageergebied en mogelijk verlies van verblijfplaatsen. Aanvullend onderzoek is nodig om de functie van het plangebied voor deze soorten te beoordelen.

Op basis van het resultaat van dit onderzoek kan worden vastgesteld of een ontheffing van de Wnb nodig is en of er maatregelen in het kader van mitigatie en compensatie nodig zijn. Vleermuizen Indien vleermuizen in de gebouwen op locatie 1 verblijven, kunnen werkzaamheden aan de gebouwen leiden tot het vernietigen van verblijfplaatsen van vleermuizen en mogelijk het doden van dieren. Indien vleermuizen in boomholtes op locatie 1, 3 en 4 verblijven kan het kappen van deze bomen leiden tot het vernietigen van verblijfplaatsen van vleermuizen en mogelijk het doden van dieren. Om uitsluitsel te kunnen geven over de huidige betekenis (functie) van de gebouwen en de bomen voor vleermuizen (soorten) is nader onderzoek nodig. Op basis van de resultaten van dit nader onderzoek kan worden vastgesteld of een ontheffing van de Wnb nodig is en/of mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn. Vogels De werkzaamheden en het kappen van bomen op locatie 1 en 3 kan zorgen voor aantasting en verstoring van een nestlocaties van huismus, gierzwaluw en buizerd. Aanvullend onderzoek is nodig om vast te stellen of deze soorten nesten of territoria hebben in het plangebied. Grond-, graaf-, en kapwerkzaamheden in het broedseizoen kunnen er toe leiden dat nesten van andere vogelsoorten die in gebruik zijn beschadigd raken of verlaten worden als gevolg van verstoring.

Andere soorten Notitie quick scan beschermde soorten Kinderdorp Neerbosch

9

Negatieve effecten op andere beschermde soorten als gevolg van de voorgenomen ingreep zijn uitgesloten. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied namelijk geen betekenis. Beoordeling Wet natuurbescherming • Het plangebied heeft mogelijk een functie voor kleine marterachtigen, steenmarter, vleermuizen, huismus, gierzwaluw en buizerd. Nader veldonderzoek is nodig om dat te kunnen vaststellen. • Het aantasten van verblijfplaatsen en essentiële onderdelen van het leefgebied van kleine marterachtigen, steenmarter, vleermuizen en huismus, gierzwaluw en buizerd is een overtreding van de Wnb. Als schade aan vaste rust- en verblijfplaatsen niet te voorkomen is, is een ontheffing van de Wnb nodig. Om een ontheffing aan te kunnen vragen moet tevens het wettelijk belang van de ingreep worden onderbouwd en moeten alternatieven zijn onderzocht. • Voor het vernietigen en verstoren van vogelnesten die in gebruik zijn zodanig dat broedsels mislukken is geen ontheffing mogelijk. Het vernietigen en verstoren van in gebruik zijnde nesten moet worden voorkomen (zie randvoorwaarden hieronder). Randvoorwaarden voor werkzaamheden in het kader van de voorgenomen ingreep Het verstoren en vernietigen van vogelnesten die in gebruik zijn moet voorkomen worden om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen.

Dit kan door het rooien van beplanting en (voorbereidende) (bouw)werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor het broedseizoen wordt in het kader van de Wnb geen standaard periode gehanteerd. De lengte en de aanvang van het broedseizoen verschilt per soort. Globaal moet voor het broedseizoen rekening gehouden worden met de periode maart tot en met september (in verband met broedende houtduiven die nog tot laat in het seizoen kunnen broeden). Voor kleine marterachtigen, steenmarter, vleermuizen, huismus, gierzwaluw en buizerd zijn nog geen randvoorwaarden te formuleren. Er is eerst aanvullend veldonderzoek nodig om de functie van het plangebied en de effecten van de ingreep te bepalen. Aanbevelingen in het kader van de zorgplicht Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten (dus ook voor niet beschermde soorten) geldt de ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat initiatiefnemer passende maatregelen moet nemen om schade aan beschermde gebieden en in het wild voorkomend plant en diersoorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. In het kader van de zorgplicht worden de volgende maatregelen aanbevolen: • Voer geen werkzaamheden uit aan de watergangen en vijver op de locaties 1 en 3 in de voortplantingsperiode (maart - juli) in verband met de voortplanting van amfibieën.

Bij het dempen van water is het nodig voorafgaande aan het werk te beoordelen of er vissen moeten worden verplaatst. • Controleer schuilplaatsen op aanwezige dieren en verwijder de schuilplaatsen, verplaats dieren naar een locatie buiten het werkgebied. Maai de vegetatie in het

Notitie quick scan beschermde soorten Kinderdorp Neerbosch

10

•

•

werkgebied kort en verwijder het maaisel. Aanwezige muizen en amfibieën in de bodem zullen zich verplaatsen naar schuilplaatsen in de omgeving. Wees alert op dieren in de werklocatie. Wacht tot dieren zelfstandig de werklocatie hebben verlaten of zet dieren handmatig over naar een locatie net buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Werk vanuit het midden naar de rand, zodat verstoorde dieren de mogelijkheid hebben om het plangebied te verlaten.

Nader onderzoek Kleine marterachtigen en steenmarter Dit onderzoek bestaat uit onderzoek met cameravallen, sporenbuizen en inspectie van de bebouwing aan de binnenzijde om bewoningssporen van steenmarter te kunnen vaststellen (uitwerpselen, prooiresten). Het onderzoek naar steenmarter vindt plaats in de periode dat de dieren jongen hebben (april-juni) omdat je dan een functie als kraamverblijf kan vaststellen. Vleermuizen Dit onderzoek dient volgens het vleermuisprotocol 2017 te worden uitgevoerd. Dit onderzoek bestaat in totaal uit vijf ronden met 2 onderzoekers (afhankelijk van omvang onderzoeksgebied) in de periode mei t/m september: • 1x in ochtend en 2x ’s avonds (i.v.m. laatvlieger) in periode half mei- half juli. • 2x s ‘avonds in najaar (half augustus – september). Huismus en gierzwaluw In totaal vijf ronden in de periode april - juni. Voor huismus vinden de bezoeken in de ochtend plaats, voor gierzwaluw in de avond voor zonsondergang. Buizerd Dit onderzoek wordt uitgevoerd door twee tot vier gerichte veldbezoeken in het broedseizoen. Deze bezoeken vinden na zonsopkomst plaats in de periode maart tot en met half mei, met een tussenperiode van minimaal 10 dagen.

Notitie quick scan beschermde soorten Kinderdorp Neerbosch

11

Voor vragen over deze notitie kunt u contact opnemen met Gerlof Hoefsloot

Akkoord voor uitgave:

Kwaliteitszorg Bureau Waardenburg bv

Paraaf:

Bureau Waardenburg bv is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Bureau Waardenburg bv; opdrachtgever vrijwaart Bureau Waardenburg bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Bureau Waardenburg bv / Gemeente Nijmegen Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Bureau Waardenburg bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg bv is door CERTIKED gecertificeerd overeenkomstig ISO 9001: 2015. Bureau Waardenburg bv hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.

Bureau Waardenburg, Postbus 365 4100 AJ Culemborg, 0345 51 27 10, info@buwa.nl, www.buwa.nl

Notitie quick scan beschermde soorten Kinderdorp Neerbosch

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=c624b340-d32e-4177-a6b3-16a387489855