CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting_Bijlage 2 Quickscan Flora Fauna

Besluitronde (raadsvergadering) 1 februari 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Ongewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens -9 (Oscar Carréstraat 58) (118/2022)4.129 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

18-5-2022

QuickScan flora en fauna Oscar Carréstraat 58, Nijmegen

R.J.L. Bijvelds (Rik) ECOLOOG BNL ADVIES Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Verkennend onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde flora en fauna, in en rondom de te slopen bebouwing op de locatie: Oscar Carréstraat 58, Nijmegen

BNL advies Telefoonstraat 2 5428 GJ Venhorst T: 06 18 90 46 06 E: info@bnladvies.nl W: www.bnladvies.nl

Projectlocatie:

Oscar Carréstraat 58 6542 VB Nijmegen

Status: Versie: Datum: Auteur:

definitief 22106.QFF 18-5-2022 Ing. R.J.L. Bijvelds (Rik)

© copyright BNL advies 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. BNL advies kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Opgesteld door:

1

Colofon:

Inhoud Colofon: ...................................................................................................1 1.

Inleiding .............................................................................................4

2.

Toelichting onderzoekskader .....................................................................5 2.1

2.1.1

Bescherming van gebieden .............................................................5

2.1.2

Bescherming van soorten ...............................................................5

2.1.3

Bescherming van houtopstanden ......................................................5

2.2

Omschrijving plangebied ..........................................................................7 3.1

Algemeen.......................................................................................7

3.2

Voorgenomen ontwikkeling ..................................................................7

3.2.1

Bijgebouwen..............................................................................8

3.2.2

Directe omgeving en beplantingen ....................................................8

3.3

Vooronderzoek ................................................................................9

Onderzoeksresultaten beschermde soorten .................................................. 10 4.1

Algemeen..................................................................................... 10

4.2

Soorten vogelrichtlijn ...................................................................... 10

4.2.1

Vogels met jaarrond beschermde nesten .......................................... 10

4.2.2

Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5 .................... 11

4.2.3

Algemene broedvogels ................................................................ 11

4.2.4

Werken binnen het broedseizoen ................................................... 11

4.3

Soorten Habitatrichtlijn .................................................................... 11

4.3.1

Vleermuizen ............................................................................ 11

4.3.2

Overige Habitatrichtlijn soorten .................................................... 12

4.4

Nationaal beschermde soorten............................................................ 13

4.4.1

Amfibieën en reptielen ............................................................... 13

4.4.2

Libellen ................................................................................. 13

4.4.3

Dagvlinders ............................................................................. 13

4.4.4

Vaatplanten ............................................................................ 13

4.4.5

Effectbeoordeling en toetsing ....................................................... 13

2

4.

Omgevingsverordening Gelderland .........................................................5

Pagina

3.

Wet natuurbescherming......................................................................5

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

5.

Conclusies en aanbevelingen ................................................................... 14 5.1

Soorten Vogelrichtlijn ...................................................................... 14

5.1.1

Vogels met jaarrond beschermde nesten .......................................... 14

5.1.2

Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ................... 14

5.1.3

Algemene broedvogels ................................................................ 14

5.2

Soorten Habitatrichtlijn .................................................................... 15

5.2.1

Vleermuizen ............................................................................ 15

5.2.2

Overige habitatrichtlijnsoorten ..................................................... 15

5.3

Nationaal beschermde soorten............................................................ 15

5.4 Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen ................................................... 15

3

Conclusie .......................................................................................... 16

Pagina

6.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

1. Inleiding Aanleiding Op verzoek van de initiatiefnemer, is op woensdag 11 mei 2022 een quickscan uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek op locatie en bijbehorende verslaglegging. Doel Het doel van deze quickscan is het verkrijgen van informatie over de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en dan voornamelijk de aanwezigheid van tijdelijke of vaste rust- en verblijfplaatsen. Deze informatie is nodig ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden aan de Oscar Carréstraat 58 te Nijmegen. De werkzaamheden betreffen de sloop van bijgebouwen en het verwijderen van beplantingen, om de bouw van een nieuwe woning mogelijk te maken. In- en nabij de te slopen bebouwing, verwijderen beplanting en in de direct aangrenzende omgeving, kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot een overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna.

Pagina

4

De quickscan richt zich op het verkrijgen van een geïnformeerd beeld van de mogelijke consequenties vanuit de natuurwetgeving en –beleid. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

2. Toelichting onderzoekskader 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:

2.1.1 Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.

2.1.2 Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen.

2.1.3 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijen bomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod.

2.2 Omgevingsverordening Gelderland

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Naast het Gelders Natuurnetwerk, kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.

5

In de Omgevingsverordening Gelderland is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). In Gelderland het ‘Gelders Natuurnetwerk’ genaamd. De gebieden worden beschermd via het planologisch kader. Dit alles is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid van het Gelders Natuurnetwerk kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’.

Pagina

6

Tabel 1. Soortenbescherming en verbodsbepalingen.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

3. Omschrijving plangebied 3.1 Algemeen Het plangebied is gelegen ten westen van het centrum van de stad Nijmegen, in de gemeente Nijmegen, liggende in de provincie Gelderland (zie afbeelding 1).

Afbeelding 1: De projectlocatie ten westen van het centrum van de stad Nijmegen, is globaal weergegeven binnen de rode cirkel. Bron: Kadviewer, datum: 18-05-2021

3.2 Voorgenomen ontwikkeling Tijdens het veldbezoek is een quickscan uitgevoerd op de projectlocatie en is gezocht naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de daarbij behorende vaste rust- en verblijfplaatsen. De kavel met nummer 5439, welke bezocht en onderzocht is, staat afgebeeld in afbeelding 2.

Pagina

7

De werkzaamheden betreffen de sloop van bijgebouwen en het verwijderen van beplantingen, om de bouw van een nieuwe woning mogelijk te maken. In- en nabij de te slopen bebouwing, verwijderen beplanting en in de direct aangrenzende omgeving, kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Afbeelding 2: Het plangebied met de te slopen bebouwing op kavel 5439, binnen de rode lijnen. Bron: Kadviewer.map5. Datum: 18-05-2022

3.2.1 Bijgebouwen De bijgebouwen welke gesloopt gaan worden (zie afbeelding 3 en 4), kunnen gebruikt worden door diverse soorten beschermde dier- en vogelsoorten, zoals steenmarters, vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen, maar ook andere vogel- en diersoorten kunnen het woonhuis/ beplantingen nabij de bijgebouwen binnen het broedseizoen gebruiken om te nestelen.

Afbeelding 3 en 4: De te slopen bebouwing. Bron: BNL advies. Datum: 11-05-2022

3.2.2 Directe omgeving en beplantingen

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Beoordeeld moet worden of de geplande werkzaamheden een negatief effect hebben op (beschermde) soorten flora en fauna op het kavel.

8

Aangrenzend aan te slopen bebouwing en op de kavel zijn diverse beplantingen aanwezig. Tijdens de rondgang dienen deze beplantingen, direct grenzend aan het plangebied, goed gecontroleerd te worden op bestaande nesten en holtes/ spleten in bomen, welke gebruikt kunnen worden door vogels en vleermuizen.

Dit zal afhankelijk zijn van de soorten die voor komen, en op welke wijze zij het gebied gebruiken (groeiplaats, voortplantingsplaats, verblijfplaats of foerageerplaats). Elke functie kent een ander beschermingsregime.

3.3 Vooronderzoek Voorafgaand aan het bezoek op de projectlocatie is de NDFF geraadpleegd (zie tabel 2) om te bekijken welke soorten aanwezig zijn in het gebied, om daarop de quickscan aan te passen. De projectlocatie valt binnen het kilometerhok 185-428. Het belangrijkste wat opviel is dat in de directe omgeving (atlasblok van 5x5 km) diverse beschermde soorten flora en fauna voorkomen. Beoordeeld moet worden door middel van een veldbezoek of beschermde soorten ook mogelijk gebruik maken van het gebied/ aanwezig zijn in het gebied.

Tabel 2: mogelijk aanwezige zoogdieren binnen het plangebied. Bron: Verspreidingsatlas NDFF, 10-05-2022 Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

9

Gezien de ligging van het perceel en de aanwezigheid van beplantingen in de directe omgeving, was het dus belangrijk om het gebied goed te inventariseren op beschermde vaatplanten/ groeilocaties, aanwezige holtes / mogelijke verblijfplaatsen, voortplantings-, en nestlocaties van zoogdieren en vogelsoorten.

4. Onderzoeksresultaten beschermde soorten 4.1 Algemeen De te slopen bebouwing en omliggende gronden zijn op woensdag 11 mei 2022 visueel geïnspecteerd en gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten of de nesten/ verblijfslocaties daarvan. Waar tijdens de quickscan vooral op gelet/ naar gezocht is zijn de volgende soorten: -

Mogelijke verblijfplaatsen voor vleermuizen achter gevelbekleding of in de spouw in de muur Nesten in bomen/ beplantingen van vogels in de directe omgeving van het projectgebied Holtes en spleten/ scheuren in bomen en bebouwingen welke door vogels en vleermuizen gebruikt kunnen worden Beschermde plantsoorten rondom te slopen bebouwing Mogelijke verblijfplaatsen en holen van marterachtigen

4.2 Soorten vogelrichtlijn 4.2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied (de te slopen bebouwing) is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. Huismus. Mogelijke vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen zijn in de te slopen bebouwing niet aangetroffen. Dit door de afwezigheid van mogelijk geschikte verblijfplaatsen onder daken (geen dakbeschot zie afbeelding 5 en 6) en andere mogelijke voortplantingsplaatsen. Dit door de afwezigheid van dakbeschot en openingen naar andere mogelijke vaste rust- en verblijfplaatsen. Nader onderzoek naar de huismus wordt dan ook niet nodig geacht.

Afbeelding 5 en 6: te slopen bebouwing zonder mogelijke verblijfplaatsen van huismussen. Bron: BNL advies. Datum: 11-052022

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Gezien de afwezigheid van geschikte invliegopeningen in de (kop)gevel(s)/ onder daken, is de aanwezigheid van vaste voortplantings-/ verblijfplaatsen voor de gierzwaluw niet mogelijk. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van de gierzwaluw wordt dan ook niet nodig geacht.

10

Gierzwaluw. Voor de gierzwaluw is de te slopen bebouwing niet geschikt. Gierzwaluwen hebben de voorkeur voor hoge bebouwing en lintbebouwing in dorpen en steden met een vrije aanvliegroute.

Uilen. De aanwezigheid van steenuil en kerkuil kan redelijkerwijs worden uitgesloten wegens het ontbreken van geschikte invliegopeningen naar afgesloten donkere zolders van de te slopen bebouwing. Ook ontbreken er voor de steenuil geschikte broedholen in oude bomen in de directe omgeving. De locatie is verder niet geschikt als voortplantings- en verblijfplaats, er zijn ook geen braakballen of prooiresten aangetroffen welke er op kunnen wijzen dan er uilen actief zijn binnen het gebied. Overige soorten. In de omgeving van het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen jaarrond beschermde nesten- of sporen van boombewonende broedvogels waargenomen. Op basis hiervan kunnen soorten als boomvalk, buizerd, havik, sperwer, ransuil en wespendief worden uitgesloten van aanwezigheid. Ook voor soorten als de boomvalk en ransuil, zijn geen mogelijke nestlocaties aangetroffen. Deze soorten gebruiken vaak oude kraaien- en eksternesten om te nestelen, deze zijn in de directe omgeving van het plangebied niet aangetroffen.

4.2.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten (categorie 5 soorten). Het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten in gebouwen, bomen en beplantingen. Wanneer buiten het broedseizoen (broedseizoen is globaal tussen 15 maart – 15 augustus) gewerkt wordt, kunnen geen negatieve effecten ontstaan. Voor deze soorten geldt tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.

4.2.3 Algemene broedvogels Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels. De hagen, bomen en heesters binnen- en nabij het plangebied zijn een geschikte nestplaats. Dit betreft soorten als zanglijster, houtduif en merel. Gezien de geplande ontwikkelingen vormen deze in geen enkele vorm een bedreiging voor deze soorten, wanneer buiten het broedseizoen (broedseizoen is globaal tussen 15 maart – 15 augustus) gewerkt wordt. Hiervoor geldt tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.

4.2.4 Werken binnen het broedseizoen

De te slopen bebouwing is gezien het bureauonderzoek, potentieel geschikt als vaste rusten verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Te denken valt dan aan de laatvlieger, gewone dwergvleermuis en in mindere mate de gewone grootoorvleermuis. Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

4.3 Soorten Habitatrichtlijn 4.3.1 Vleermuizen

11

Werken binnen- én buiten het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en nesten van algemene broedvogels. Dit dient men zelf te controleren voorafgaand aan de start van de werkzaamheden. Wanneer men nesten van vogels aantreft dienen de werkzaamheden stilgelegd te worden en dient een ecoloog ingeschakeld te worden. Hij of zij kan dan de vervolgstappen bepalen.

Uit de verspreidingsatlas (NDFF) kwam naar voren dat deze soorten ook eerder gezien zijn in de directe omgeving. De bebouwing. In de te slopen bebouwing zijn geen mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Er zijn geen geschikte openingen, scheuren, kieren aangetroffen welke kunnen leiden naar geschikte vaste rust-, voortplantings-, en verblijfplaatsen. Aangezien de bebouwing verder niet beschikt over openingen naar geschikte ruimten tussen dakbedekking en dakbeschot, openingen naar een spouw in de muur (is er geen) en overige mogelijk geschikte verblijfruimten, bijvoorbeeld achter gevelbekleding, openstaande loodslabben, geschikte openingen in de schoorsteen, een overstek of openingen bij kozijnen/ dakramen, wordt nader onderzoek naar vleermuizen in de te slopen bebouwing niet nodig geacht (zie afbeelding 7 t/m 10).

Afbeelding 7 t/m 10: geen mogelijke ingangen naar vaste rust- en verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen in de te de te slopen bebouwing. Bron: BNL advies. Datum: 11-05-2022

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

4.3.2 Overige Habitatrichtlijn soorten Het plangebied is ongeschikt voor overige habitatrichtlijnsoorten die volgens de Habitatrichtlijn beschermd zijn. Gezien de geplande werkzaamheden en de afwezigheid van water/ geschikt habitat is nader onderzoek op overige habitatrichtlijn soorten niet nodig.

12

Ook zijn er geen sporen in de vorm van uitwerpselen en afgebeten vlindervleugels in de bebouwing aangetroffen. Geconcludeerd kan worden dat er geen vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen in de te slopen bebouwing aanwezig zijn, welke nadelige effecten kunnen ondervinden van de geplande werkzaamheden. Nader onderzoek naar vleermuizen wordt dan ook niet nodig geacht.

4.4 Nationaal beschermde soorten Het plangebied is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen en als functioneel leefgebied voor zoogdieren waarvoor in de provincie Gelderland geen vrijstelling geldt zoals bijvoorbeeld de steenmarter. Sporen van de steenmarter zijn in de te slopen bebouwing en in de directe omgeving van de te slopen bebouwing niet aangetroffen. Nader onderzoek naar de steenmarter en andere marterachtigen wordt dan ook niet nodig geacht. Algemene soorten. Het plangebied is potentieel geschikt als vaste rust- en verblijfplaats en als functioneel leefgebied voor algemene soorten als egel, konijn en (spits)muizen waarvoor in Gelderland een provinciale vrijstelling geldt.

4.4.1 Amfibieën en reptielen Het plangebied is niet geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor amfibieën en reptielen waarvoor in de provincie Gelderland geen vrijstelling geldt, zoals de knoflookpad en kamsalamander door de afwezigheid van een geschikt habitat.

4.4.2 Libellen Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten libellen door de afwezigheid van een geschikt habitat. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.

4.4.3 Dagvlinders Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten dagvlinders. Het bronnen- en het veldonderzoek hebben ook geen (mogelijke) aanwezigheid aangetoond. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.

4.4.4 Vaatplanten Potenties voor nationaal beschermde plantensoorten zijn binnen het plangebied afwezig. Binnen het plangebied zijn voedselarme of kalkrijke bodem en akkerreservaten afwezig.

4.4.5 Effectbeoordeling en toetsing Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Gelderland een vrijstelling geldt: egel en verschillende soorten (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.

Pagina

13

Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op soorten zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

5. Conclusies en aanbevelingen 5.1 Soorten Vogelrichtlijn 5.1.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied is niet geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals de huismus, gierzwaluw, steen- en kerkuil. Nader onderzoek naar deze soorten wordt niet nodig geacht. Nader onderzoek naar boombewonende soorten welke volgens de vogelrichtlijn beschermd dienen te worden, wordt niet nodig geacht door het ontbreken van verblijfplaatsen/ nesten in de direct omgeving.

5.1.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) Het plangebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten in nestkasten en beplantingen. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor categorie 5 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Schadelijke effecten op Categorie 5 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen (verwijderen van dakpannen) is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord.

Men dient voorafgaand aan de werkzaamheden t.a.t. een controle naar aanwezige nesten uit te voeren en wanneer nesten aangetroffen worden dient een ecoloog ingeschakeld te worden.

5.1.3 Algemene broedvogels Het plangebied is potentieel geschikt voor algemene broedvogels om te broeden. Zij kunnen nestelen in bomen en heesters binnen het plangebied.

Pagina

14

Schadelijke effecten op algemene broedvogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen (verwijderen van beplantingen of het plaatsen van bouwmaterieel tegen of nabij beplantingen) is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Men dient voorafgaand aan de werkzaamheden t.a.t. een controle naar aanwezige nesten uit te voeren en wanneer nesten aangetroffen worden dient een ecoloog ingeschakeld te worden.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

5.2 Soorten Habitatrichtlijn 5.2.1 Vleermuizen De voorgenomen ontwikkelingen kunnen niet leiden tot een negatief effect op vleermuizen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb niet worden overtreden. Aanvullend onderzoek wordt niet nodig geacht.

5.2.2 Overige habitatrichtlijnsoorten Voor overige habitatrichtlijnsoorten is het plangebied (redelijkerwijs) ongeschikt door het ontbreken van geschikte habitat. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.

5.3 Nationaal beschermde soorten In het plangebied zijn geen nationaal beschermde soorten aanwezig, waarvoor géén provinciale vrijstelling geldt. Het plangebied is potentieel geschikt voor nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Gelderland een vrijstelling geldt als egel en (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op egel en (spits)muizen zo veel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.

5.4 Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen Door niet alleen te kijken naar ‘wat er niet is’, is het juist belangrijk om te kijken naar mogelijkheden voor flora en fauna voor en na de bouw van de nieuwe woning op de kavel. Er zijn altijd mogelijkheden om (nieuwe) soorten een kans te geven zich te vestigen of in stand te houden in het gebied door kleine aanpassingen. Zo kun je denken aan het ophangen van nestkasten voor onder andere huismussen, maar ook voor mezen en andere soorten is van alles te verkrijgen. Om vleermuizen een mogelijkheid te bieden zich te vestigen/ in stand te houden in het gebied kunnen vleermuiskasten opgehangen worden tegen, of ingebouwd worden in de gevel van de woning of tegen de bomen in de aangrenzende tuin. Er zijn speciale vleermuiskasten te koop via internet: www.vivarapro.nl / www.waveka.nl welke onderdak kunnen bieden aan de diverse soorten vleermuizen.

Pagina

15

Vleermuiskast inbouw type: IB VL 06 (Vivarapro) Vleermuiskast opbouw type: 1FTH-zwart (Waveka) Huismus inbouw type: NK MU 07 (Vivarapro) Huismus opbouw type: NK MU 08 (Vivarapro)

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

6. Conclusie Op basis van bovenstaande informatie welke uit de quickscan flora en fauna naar voren is gekomen, is er geen aanvullend flora en faunaonderzoek nodig voorafgaand aan de geplande werkzaamheden: het slopen van bebouwing en verwijderen van beplanting op de kavel. Het zou goed zijn om hoofdstuk 5.4 mee te nemen tijdens de ontwikkeling van de nieuwe woning. Door het aanbrengen van nestkasten (aan of in de nieuwe woning of aan de bomen in de omgeving) vergroot je de biodiversiteit zonder afbreuk te doen aan de eisen gesteld m.b.t. isolatiewaarden. Tijdens de werkzaamheden blijft te allen tijde de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient te allen tijde een ecoloog ingeschakeld te worden. Hopende u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben, verblijf ik.

Met vriendelijke groet, Ing. R.J.L. Bijvelds Ecoloog BNL advies

Pagina

16

18-05-2022

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=937fb6eb-f619-4ffe-b744-99c76b6dd153