CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting_Bijlage 1 Verkennend bodem- en asbestonderzoek, 2023

Besluitronde (raadsvergadering) 24 april 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50) (22/2024)19.174 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT:

Diverse (bodem)onderzoeken, Griftdijk Noord 50 te Lent

PROJECTNUMMER: B22.8717 Versie: 01

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. De Tweede Geerden 21 5334 LH Velddriel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl

RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken, Griftdijk Noord 50 te Lent

PROJECTNUMMER: B22.8717 Versie: 01

OPDRACHTGEVER: Familie Raijmakers

DATUM: 2 februari 2023

Auteur:

Autorisatie:

Ing. G.S.T.M. van Oers Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

B22.8717/R8717-01/GO Alle informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2 SAMENVATTING Familie Raijmakers heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een verkennend onderzoek naar asbest, inclusief historische onderzoeken, ter plaatse van de Griftdijk Noord 50 te Lent. De diverse (bodem)onderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de voorgenomen toekomstige herontwikkeling op de onderzoekslocatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017, de NEN 5740/A1:2016 en de NEN 5707/C2:2017. De onderzoeken hebben tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (deels inclusief asbest) ter plaatse van de onderzoekslocatie vast te leggen en vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen toekomstige herontwikkeling. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek In verband met de voorgenomen toekomstige herontwikkeling is, op basis van bovengenoemde gegevens, geadviseerd een verkennend bodemonderzoek uit te voeren conform de NEN 5740.

Hierbij vormen de voormalige boomgaarden en kas, het voormalige ketelhuis, de voormalige compostbak, de voormalige opslag van bestrijdingsmiddelen en de voormalige ondergrondse tank aandachtspunten. Tevens is geadviseerd om uitpandig een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 en/of de NEN 5897 uit te voeren. Daarbij vormen de voormalige bebouwingen (kassen en werkplaats) en de diverse (element)verhardingen aandachtspunten. Daarnaast dient er op aangeven van de gemeente Nijmegen een flora en fauna onderzoek en een NGE vooronderzoek plaats te vinden. Het flora en fauna onderzoek en NGE vooronderzoek maken geen onderdeel uit van voorliggende rapportage, maar worden separaat uitgevoerd en gerapporteerd. Conclusies en aanbevelingen Conclusies verkennend bodemonderzoek Voor de onderzoekslocatie is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Daarbij vormden de voormalige boomgaarden en kas (OCB), het voormalige ketelhuis, de voormalige compostbak, de voormalige opslag van bestrijdingsmiddelen en de voormalige ondergronds tank, aandachtspunten.

Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde verdachte hypothese verworpen, aangezien zowel ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank, de voormalige bestrijdingsmiddelen opslag en de voormalige compostbak als de overige locatie (algemene kwaliteit) maximaal licht verhoogde gehalten voor diverse zware metalen en/of PCB zijn aangetoond. In het grondwater, tevens ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank geplaatst, is maximaal een licht verhoogd gehalte voor barium aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarde. Daarnaast zijn in de (oorspronkelijke) teeltlaag, zowel ter plaatse van de voormalige bestrijdingsmiddelen opslag als de overige locatie, geen verhoogde gehalten voor OCB aangetoond.

Diverse (bodem)onderzoeken, Griftdijk Noord 50 te Lent Rapportnr.: B22.8717 versie: 01 datum: 2 februari 2023

3 De verhoogde gehalten in de grond en het grondwater betreffen (marginale) overschrijdingen van de betreffende achtergrond- en/of streefwaarden. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de index van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgestappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. Conclusies verkennend onderzoek naar asbest (uitpandig) Voor het verkennend onderzoek naar asbest (uitpandig) is uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde verdachte hypothese worden verworpen, aangezien zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen (ernstige) asbestverontreiniging is aangetoond (maximaal 2,7 mg/kg d.s. asbest). Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, maar de mogelijkheid bestaat dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Indien in de toekomst asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. Algehele conclusie en aanbevelingen Middels de voorliggende onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (deels inclusief asbest) ter plaatse van de onderzoekslocatie gelegen aan de Griftdijk Noord 50 te Lent in voldoende mate onderzocht.

Op basis van de onderzoeksresultaten bestaan vanuit milieuhygiënisch oogpunt, ons inziens, geen bezwaren tegen de voorgenomen toekomstige herontwikkeling. Bij de eventuele afvoer van de grond dient rekening te worden gehouden met de resultaten van voorliggende onderzoeken. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders altijd de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen (inclusief PFAS) worden verlangd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.

Diverse (bodem)onderzoeken, Griftdijk Noord 50 te Lent Rapportnr.: B22.8717 versie: 01 datum: 2 februari 2023

4 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.

INLEIDING .................................................................................................................................................. 5

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................. 5

3.

LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 5 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 5 3.2. HISTORISCH ONDERZOEK (NEN 5725) ...................................................................................................... 5

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE........................................................................................... 7 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 7 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 7

5.

HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 8

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK ............................................................................................................ 8 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIEËN DIVERSE (BODEM)ONDERZOEKEN ................................................................ 8 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................. 9

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 11 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 11 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 12

8.

RESULTATEN ........................................................................................................................................... 13 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 13 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 13 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 16

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 18 9.1. CONCLUSIES VERKENNEND BODEMONDERZOEK ..................................................................................... 18 9.2. CONCLUSIES VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST (UITPANDIG)..................................................... 18 9.3. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 18

10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 19

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Situering in de regio Situatieschets met geplaatste boringen, peilbuis en proefgaten Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Veldwerkformulieren verkennend onderzoek naar asbest (uitpandig), incl. foto’s Relevante historische informatie

Diverse (bodem)onderzoeken, Griftdijk Noord 50 te Lent Rapportnr.: B22.8717 versie: 01 datum: 2 februari 2023

5 1.

INLEIDING Familie Raijmakers heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een verkennend onderzoek naar asbest, inclusief historische onderzoeken, ter plaatse van de Griftdijk Noord 50 te Lent. De diverse (bodem)onderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de voorgenomen toekomstige herontwikkeling op de onderzoekslocatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], de NEN 5740/A1:2016 [2] en de NEN 5707/C2:2017 [3]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heren ing. G.S.T.M. van Oers en ing. H.M.W. van der Donk.

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN De onderzoeken hebben tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (deels inclusief asbest) ter plaatse van de onderzoekslocatie vast te leggen en vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen toekomstige herontwikkeling.

3.

LOCATIEGEGEVENS 3.1.

Algemene gegevens

De onderzoekslocatie betreft een woonhuis met hobby kas gelegen aan de Griftdijk Noord 50 te Lent en staat kadastraal bekend als gemeente Nijmegen, sectie F, nummers 27 en 165. Op de onderzoekslocatie zijn tegel-, klinker-, grind- en asfaltverhardingen aanwezig. De overige onderzoekslocatie is in gebruik als tuin. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie is 3.295 m². Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.

Historisch onderzoek (NEN 5725)

Voorafgaand aan de diverse (bodem)onderzoeken is een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725:2017. Door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) zijn de websites www.topotijdreis.nl, www.kadaster.nl en de Milieu Atlas van gemeente Nijmegen bestudeerd. Aanvullend zijn door de opdrachtgever twee bodemonderzoeken van hetzelfde perceel en het buurtperceel aangeleverd. Daarnaast is door de opdrachtgever een historische vragenlijst ingevuld. De relevante historische informatie is opgenomen in bijlage 7. Bodemkwaliteitsgegevens Uit bestudering van de Milieu Atlas van de gemeente Nijmegen blijkt dat van zowel de onderzoekslocatie als de directe omgeving diverse gegevens bekend zijn met betrekking tot de bodemkwaliteit. De betreffende onderzoeken zijn door de opdrachtgever aangeleverd. Onderstaand zijn de verkregen onderzoeken samengevat.

Diverse (bodem)onderzoeken, Griftdijk Noord 50 te Lent Rapportnr.: B22.8717 versie: 01 datum: 2 februari 2023

6 Ter plaatse van de Griftdijk Noord 50 is een verkennend bodemonderzoek (DHV Oost Nederland, kenmerk M6630-27-001, d.d. 5 juni 1998) uitgevoerd. Dit betreft echter het voormalige kassengebied ten noordwesten, noorden en noordoosten van de onderhavige onderzoekslocatie. Hieruit blijkt dat deels op en nabij de locatie een bovengrondse tank, een gereinigde ondergrondse tank, een compostbak, een ketelhuis, een opslag voor voedingstoffen en een opslag voor bestrijdingsmiddelen aanwezig zijn (geweest). Zintuiglijk zijn tijdens de veldwerkzaamheden lichte bijmengingen met puin aangetroffen. Analytisch is de grond ter plaatse van de bovengrondse- en gereinigde ondergrondse tank apart geanalyseerd op minerale olie. Hierbij zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. De overige activiteiten zijn niet of niet apart onderzocht, maar meegenomen met de algemene kwaliteit. Hierbij zijn licht verhoogde gehalten voor PAK in de bovengrond aangetoond en licht verhoogde gehalten voor nikkel in zowel de boven- als ondergrond. Voor EOX zijn lage gehalten aangetoond (maximaal 0,4 mg/kg d.s.). In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond. Ten zuidoosten van de onderzoekslocatie is aan de Griftdijk Noord 34 een verkennend bodemonderzoek (Greenhouse Advies, kenmerk 181119_142225, d.d. 27 november 2018) uitgevoerd.

Met de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen. Analytisch zijn in zowel de boven- als ondergrond geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor barium en 1,2-Dichloorethenen aangetoond. Historisch kaartmateriaal Op basis van het historisch kaartmateriaal van www.topotijdreis.nl is het woonhuis op de onderzoekslocatie omstreeks 1960 gerealiseerd en de voormalige hobbykas in 1995. Hiervoor had de locatie een agrarische functie. Momenteel is de locatie bebouwd (woonhuis) en dient het overgrote deel van de locatie als tuin met diverse klinker-, tegel-, grind- en/of asfaltverhardingen. Verder zijn ter plaatse van en nabij de onderzoekslocatie boomgaarden en kassen aanwezig (geweest). Mogelijk is hierbij gebruik gemaakt van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Verder zijn geen bijzonderheden, zoals voormalige sloten, zichtbaar op het historisch kaartmateriaal. Asbest Het woonhuis op de onderzoekslocatie is, zoals bovenstaand aangegeven, in 1960 gerealiseerd en de voormalige hobbykas in 1995. Uitpandig bestaat de onderzoekslocatie uit diverse (element)verhardingen. Vooralsnog is niet bekend of hieronder een (puin)fundering aanwezig is.

Daarnaast is op een deel van de onderzoekslocatie voormalige bebouwing aanwezig geweest (werkplaats / kas) en is door de opdrachtgever aangegeven dat ter plaatse van de teelttafels van de voormalige kassen asbesthoudende/-verdachte materialen aanwezig zijn geweest. Overige (voormalige) bodembedreigende activiteiten Op basis van de bekende gegevens zijn het ketelhuis, de compostbak en de opslag van bestrijdingsmiddelen (deels) op de onderzoekslocatie aanwezig geweest. Daarnaast is door de opdrachtgever aangegeven dat op de locatie een voormalige ondergrondse septictank van 10.000 liter aanwezig is geweest. De tank is gereinigd en gevuld met zand. In het door de opdrachtgever aangeleverde onderzoek uit 1998 is een situatietekening toegevoegd waarop de diverse (voormalige) bodembedreigende activiteiten zijn aangegeven. Locatiebezoek Voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden is een locatiebezoek uitgevoerd. Tijdens het locatiebezoek zijn de diverse (element)verhardingen waargenomen. Van de (voormalige) bodembedreigende activiteiten is niks meer zichtbaar. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Verder bijzonderheden zijn niet waargenomen tijdens het locatiebezoek.

Diverse (bodem)onderzoeken, Griftdijk Noord 50 te Lent Rapportnr.: B22.8717 versie: 01 datum: 2 februari 2023

7 PFAS Voor PFAS zijn geen puntbronnen bekend. Aangezien voornemens is om de onderzoekslocatie in de toekomst te herontwikkeling, wordt er mogelijk grond/slib van de locatie afgevoerd. Indien men voornemens is het grondverzet binnen de gemeente Nijmegen plaatsvind, kan gebruik worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Nijmegen. Indien men voornemens is om de grond elders af te voeren, dient er aanvullend onderzoek naar PFAS plaats te vinden. Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek In verband met de voorgenomen toekomstige herontwikkeling is, op basis van bovengenoemde gegevens, geadviseerd een verkennend bodemonderzoek uit te voeren conform de NEN 5740. Hierbij vormen de voormalige boomgaarden en kas, het voormalige ketelhuis, de voormalige compostbak, de voormalige opslag van bestrijdingsmiddelen en de voormalige ondergrondse tank aandachtspunten. Tevens is geadviseerd om uitpandig een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 en/of de NEN 5897 uit te voeren. Daarbij vormen de voormalige bebouwingen (kassen en werkplaats) en de diverse (element)verhardingen aandachtspunten. Daarnaast dient er op aangeven van de gemeente Nijmegen een flora en fauna onderzoek en een NGE vooronderzoek plaats te vinden.

Het flora en fauna onderzoek en NGE vooronderzoek maken geen onderdeel uit van voorliggende rapportage, maar worden separaat uitgevoerd en gerapporteerd. 4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1.

Bodemopbouw

Op de onderzoekslocatie is een circa 7 meter dikke deklaag aanwezig, behoren tot het Holoceen. Dit betreft een complexe eenheid bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen. Hieronder bevindt zich het eerste watervoerende pakket met een dikte van circa 14 meter. Het pakket behoord tot de Formatie van Kreftenheye en bestaat hoofdzakelijk uit midden en grof zand, met weinig zandige klei. Het tweede watervoerende pakket wordt van het eerste watervoerende pakket gescheiden middels een goed doorlatende laag van circa 3 meter dik, behorend tot de Formatie van Waalre. Hieronder bevindt zich een tweede watervoerende pakket tot circa 61 m-mv. 4.2.

Geohydrologie

De stroming van het regionale (ondiepe) grondwater is globaal oostelijk gericht, richting de Oosterhoutse plas. De stromingsrichting van het ondiepe grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.

Diverse (bodem)onderzoeken, Griftdijk Noord 50 te Lent Rapportnr.: B22.8717 versie: 01 datum: 2 februari 2023

8 5.

HYPOTHESE Op basis van de beschikbare informatie is voor de onderzoekslocatie de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. De voormalige boomgaarden en kas, het voormalige ketelhuis, de voormalige compostbak, de voormalige opslag van bestrijdingsmiddelen en de voormalige ondergronds tank betreffen aandachtspunten. Voor wat betreft asbest wordt uitpandig uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Hierbij vormen de voormalige bebouwing (kassen en werkplaats) en de diverse (element)verhardingen aandachtspunten. Inpandig wordt uitgegaan van een onverdachte locatie, waardoor een onderzoek naar asbest hier niet noodzakelijk is.

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.

Onderzoeksstrategieën diverse (bodem)onderzoeken

Verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie, wordt de NEN 5740:2009/A1:2016 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging” (VEDHE-NL) voor een onderzoekslocatie van maximaal 4.000 m2. Voor de ondergrond wordt uitgegaan van een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL, < 4.000 m2). In verband met de diverse (element)verhardingen worden de boringen ter plaatse van de (element)verhardingen doorgezet tot minimaal 1,0 m-mv. In verband met de voormalige compostbak en ketelhuis is één extra NEN-pakket opgenomen, aangevuld met arseen en chroom. Voormalige opslag bestrijdingsmiddelen De onderzoeksopzet ter plaatse van de voormalige opslag van bestrijdingsmiddelen is afgeleid van een verdachte deellocatie met plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) met een oppervlakte van maximaal 10 m². Hierbij wordt de bovengrond geanalyseerd op OCB. Teeltlaagonderzoek Aanvullend wordt een teeltlaagonderzoek uitgevoerd op de onderzoekslocatie conform de NEN 5740 voor een “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging” (VED-HE-NL; < 4.000 m²). De (oorspronkelijke) teeltlaag wordt separaat bemonsterd en geanalyseerd op OCB.

Verkennend onderzoek naar asbest (uitpandig) Voor het uitpandig verkennend onderzoek naar asbest wordt uitgegaan van de strategie voor een diffuus belaste verdachte locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging gehanteerd conform de NEN 5707 voor een locatie van maximaal 4.000 m2. Zintuiglijk kan vanaf 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. De meest verdachte grondlagen worden geanalyseerd op een kwalitatieve/kwantitatieve analyse op asbest conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin (< 20 mm). De veldwerkzaamheden van de diverse onderzoeken zijn zoveel als mogelijk met elkaar gecombineerd. Met het plaatsen van de boringen, peilbuis en proefgaten is rekening gehouden met de diverse bekende aandachtspunten en onder voorbehoud van vrijgave m.b.t. ontplofbare oorlogsresten op de onderzoekslocatie (NGE-onderzoek tijdens uitvoering). Diverse (bodem)onderzoeken, Griftdijk Noord 50 te Lent Rapportnr.: B22.8717 versie: 01 datum: 2 februari 2023

9 6.2.

Veldwerkzaamheden

Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schep, Edelmanboor en zuigerboor. Voorafgaand is een V&G-plan opgesteld en zijn de boorpunten tot beoogde diepte vrijgegeven door een deskundige OOO (opsporen ontplofbare oorlogsresten) van het onafhankelijke CS-OOO gecertificeerde explosievenonderzoek- en explosievenopsporings bedrijf Explosive Clearance Group BV. te Wijchen. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). Ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank is gebruik gemaakt van een oliedetectiepan om de grond te beoordelen op het voorkomen van oliewaterreacties. In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerkers weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 13 januari 2023

Bedrijf Verhoeven Milieutechniek B.V.

Gecertificeerde medewerker De heer M.A.H. van Baal

20 januari 2023

Verhoeven Milieutechniek B.V.

De heer M.A.H. van Baal

Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)

Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van de diverse bodemonderzoek. Verkennend bodemonderzoek Verkennend bodemonderzoek Ten behoeve van het bepalen van de algemene bodemkwaliteit zijn in totaal 17 boringen (B01 t/m B07) geplaatst. De boringen ter plaatse van de (element)verhardingen zijn, zoals eerder aangegeven, minimaal tot 1,0 m-mv doorgezet. De boring B13 is ter plaatse van de compostbak geplaatst. Ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank is boring PB15 gesitueerd en de boring B16 is ter plaatse van de voormalige bestrijdingsmiddelen opslag geplaatst. De boringen B06, B12 en B14 zijn rondom de bestaande bebouwing geplaatst. De overige boringen zijn uitpandig verspreid over de onderzoekslocatie. De boring PB15 is afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Circa 0,5 à 1,0 m-mv B01 t/m B07, B09 t/m B11, B14, B16

Boringen / peilbuis Maximaal 2,0 m-mv B08, B12, B13

Peilbuis (filterstelling m-mv) PB15 (2,70-3,70)

Grondwater Het grondwater uit de peilbuis PB15 is op 20 januari 2023, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald. Verkennend onderzoek naar asbest (uitpandig) Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest (uitpandig) is allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de locatie deels is bedekt met verhardingen en vegetaties (70 %). Ondanks de aanwezig belemmeringen heeft een efficiënte maaiveldinspectie (> 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Diverse (bodem)onderzoeken, Griftdijk Noord 50 te Lent Rapportnr.: B22.8717 versie: 01 datum: 2 februari 2023

10 Ten behoeve van de onderzoeksopzet en op basis van de waarnemingen in het veld zijn in totaal 17 proefgaten (B01 t/m B17) van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven. Voor de inspectie van de ondergrond zijn 5 proefgaten (B06, B08 t/m B11) doorgezet middels een Edelmanboor met een diameter van 12 cm tot in de ongeroerde ondergrond (gecombineerd met boringen uit het verkennen bodemonderzoek). Om een (bodem)verontreiniging met asbest vast te stellen is, per proefgat, de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) in de opgeboorde/opgegraven grond geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. In het veld zijn 4 monsters samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Een overzicht van de samengestelde monsters en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.6 van hoofdstuk 8 weergegeven. De veldwerkformulieren van het verkennend onderzoek naar asbest zijn opgenomen in bijlage 6. De situatieschets met de onderzoekslocatie, boringen, peilbuis en proefgaten is opgenomen als bijlage 2.

Diverse (bodem)onderzoeken, Griftdijk Noord 50 te Lent Rapportnr.: B22.8717 versie: 01 datum: 2 februari 2023

11 7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.

Grond/grondwater

De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [4]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [5] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.

De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid:  Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd.  Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit tot die tijd moet het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 13 december 2021), worden gehanteerd.

Diverse (bodem)onderzoeken, Griftdijk Noord 50 te Lent Rapportnr.: B22.8717 versie: 01 datum: 2 februari 2023

12 In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOS een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020, met aanpassing d.d. 9 mei 2022) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.

Asbest

De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Indien tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de grond is dan verplicht.

De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707/NEN5897. Als respirabele vezels in de toplaag (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.

Diverse (bodem)onderzoeken, Griftdijk Noord 50 te Lent Rapportnr.: B22.8717 versie: 01 datum: 2 februari 2023

13 8.

RESULTATEN 8.1.

Zintuiglijke waarnemingen

De bodem op de onderzoekslocatie bestaat vanaf maaiveld / onderzijde verharding tot de maximaal geboorde diepte van 3,7 m-mv uit een afwisseling van zwak tot sterk zandige- en/of matige siltige klei of matig fijn, zwak siltig zand. Plaatselijk is de bodem zwak tot sterk humeus en/of zwak tot matig grindig. Zintuiglijk zijn op de onderzoekslocatie diverse bodemvreemde bijmengingen aangetroffen en zijn zwakke olie-/waterreacties waargenomen (2,0-3,5 m-mv) ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank, zoals weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen Boring/proefgat B01 B02 B03 B04 B05 B06 B07 B08

Diepte boring (m -mv) 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 1,00 0,50 2,00

B10 B11 B13

1,00 1,00 2,00

B14 PB15

1,00 3,70

B16 B17

1,00 1,00

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,20 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,50 0,00 - 0,50 0,20 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 2,00 - 3,50 0,00 - 0,50 0,05 - 0,50

Grondsoort Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei

Waargenomen bijzonderheden sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen kolen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen, zwak betonhoudend sporen baksteen sporen baksteen, zwak betonhoudend sporen baksteen, zwak betonhoudend zwakke olie-water reactie sporen baksteen sporen baksteen

Verder zijn tijdens de visuele inspectie van het opgeboorde/opgegraven materiaal geen overige asbestverdachte materialen in de fractie > 20 mm aangetroffen of zijn er overige waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.

Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten

De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 4. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. Grond Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn diverse (meng)monsters samengesteld. Aangezien ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank en voormalige compostbak geen afwijkende bodemlagen zijn geconstateerd, zijn de betreffende monsters opgemengd met de algemene kwaliteit. De (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.2 op de volgende pagina weergegeven.

Diverse (bodem)onderzoeken, Griftdijk Noord 50 te Lent Rapportnr.: B22.8717 versie: 01 datum: 2 februari 2023

14 Tabel 8.2: Overzicht (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng) monster

Omschrijving

Algemene kwaliteit MM01 Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen MM02

Bovengrond, zand Zintuiglijk: -

MM03

Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen, zwak betonhoudend (ter plaatse van voormalige compostbak en ketelhuis) Ondergrond, klei Zintuiglijk: -

MM04

MM05

Boringen (traject in m -mv)

Analysepakket

Resultaten > AW < I >I

B01 (0,00 - 0,50) B03 (0,00 - 0,50) B05 (0,00 - 0,50) B08 (0,00 - 0,50) B06 (0,05 - 0,20) B09 (0,10 - 0,50) B11 (0,05 - 0,20) B12 (0,10 - 0,50) B13 (0,00 - 0,50) B14 (0,00 - 0,50) PB15 (0,00 - 0,50)

NEN

Cd, Co, Hg, Pb, Ni, Zn, PCB

-

NEN

-

-

NEN, As+Cr

Cd, Hg, Pb, Ni, Zn, PCB

-

B06 (0,50 - 1,00) B10 (0,50 - 1,00) B12 (1,00 - 1,50) B12 (1,50 - 2,00) B13 (1,50 - 2,00) B14 (0,50 - 1,00) B16 (0,50 - 1,00) PB15 (1,00 - 1,50) B08 (0,50 - 1,00) B08 (1,00 - 1,50) PB15 (3,50 - 3,70)

NEN

Ni

-

Ondergrond, klei NEN Zintuiglijk: sporen kolen M06 Ondergrond, zand MO+BTEXN (steekbus) Zintuiglijk: - (ter plaatse van voormalige ondergrondse tank) M07 Ondergrond, zand PB15 (2,50 - 2,70) MO+BTEXN (steekbus) Zintuiglijk: - (ter plaatse van voormalige ondergrondse tank) Teeltlaagonderzoek, inclusief voormalige bestrijdingsmiddelen opslag MOCB01 Teeltlaag, klei B16 (0,00 - 0,30) OCB Zintuiglijk: sporen baksteen (ter plaatse van voormalige bestrijdingsmiddelen opslag) MMOCB02 Teeltlaag, klei B02 (0,00 - 0,30) OCB Zintuiglijk: sporen baksteen B04 (0,00 - 0,30) B05 (0,00 - 0,30) B07 (0,00 - 0,30) MMOCB03 Teeltlaag, klei B13 (0,00 - 0,30) OCB Zintuiglijk: sporen baksteen, zwak B14 (0,00 - 0,30) betonhoudend PB15 (0,00 - 0,30) MMOCB04 Teeltlaag, klei B09 (0,50 - 0,80) OCB Zintuiglijk: B12 (0,50 - 0,80) Toelichting bij de tabel: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloor bifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); As+Cr Arseen en chroom; MO+BTEXN Minerale olie en de vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), incl. organische stof (humus); OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen, incl.

organische stof (humus); AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetroffen / waargenomen.

Diverse (bodem)onderzoeken, Griftdijk Noord 50 te Lent Rapportnr.: B22.8717 versie: 01 datum: 2 februari 2023

15 Grondwater Conform de onderzoeksopzet is voor de locatie één grondwatermonster geanalyseerd. Het grondwatermonster met de bijbehorende analyse- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Peilbuis met bijbehorende analyse- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis

Filterdiepte GWS pH EC Troebelheid Analysepakket Resultaten (m-mv) (m-mv) (µS/cm) (NTU) >S<I >I PB15 2,70 - 3,70 2,05 7,0 695 7,62 NEN Ba Toelichting bij de tabel: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.

De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. Asbest (uitpandig) Om een verontreiniging met asbest vast te stellen is er uitpandig een maaiveldinspectie uitgevoerd en is per boring en proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal zintuiglijk geïnspecteerd op asbestverdachte materialen en puinrestanten. Hierbij zijn op het maaiveld en in de vrijgekomen grond zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte plaatmaterialen waargenomen. Op basis van de onderzoeksopzet en zintuiglijke waarnemingen zijn vier grondmonsters samengesteld, waarvan 3 grondmonster zijn aangeboden aan het lab voor analyse op asbest conform de NEN5898:2015 (asbest in grond in de fractie < 20 mm). De samenstelling van de grondmonsters met zintuiglijke waarnemingen en de bijbehorende analyses zijn in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4: Samenstelling grondmonsters asbest Monstercode

Proefgaten / boringen

Zintuiglijke waarnemingen

MMASB01 B01, B03 t/m B05, B08 Sporen baksteen MMASB02 B06, B09, B12 MMASB03 B10, B11, B16, B17 Sporen baksteen MMASB04 B13 t/m PB15 Sporen baksteen, zwak betonhoudend Toelichting bij de tabel: Niets aangetroffen; 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in puin < 20 mm.

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,10 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Soort

Analysepakket

Grond Grond Grond Grond

Asbest in grond (> 10 kg)1 Niet geanalyseerd Asbest in grond (> 10 kg)1 Asbest in grond (> 10 kg)1

De resultaten van de geanalyseerde grondmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) is weergegeven in tabel 8.6. Tabel 8.6: Overzicht onderzochte grondmonsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat Monstercode

Soort

Hechtgebonden

MMASB01

Type*

Gemeten <20 mm (mg/kg d.s.) 2,5 0,17 < 2,0 < 2,0

Totaal gewogen <20 mm (mg/kg d.s.) 2,66

Dunne plaat Ja Chrysotiel Gips Nee Chrysotiel MMASB03 < 2,0 MMASB04 < 2,0 Toelichting bij de tabel: * Chrysotiel (witte asbest) is een serpentijnasbest. Bij serpentijnasbest zijn de vezels gekruld. Crocidoliet (blauwe asbest) en amosiet (bruine asbest) zijn een amfiboolasbest. Bij amfiboolasbest zijn de vezels staafvormig en daardoor gevaarlijker. Daarom wordt de amfiboolconcentratie met een factor 10 verhoogd; Niets aangetoond.

Diverse (bodem)onderzoeken, Griftdijk Noord 50 te Lent Rapportnr.: B22.8717 versie: 01 datum: 2 februari 2023

16 8.3.

Interpretatie analyseresultaten

Grond Algemene kwaliteit (incl. voormalige ondergrondse tank en voormalige compostbak) In het mengmonster MM01 van de sporen baksteenhoudende bovengrond (klei, 0,0-0,5 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten voor cadmium, kobalt, kwik, lood, nikkel, zink en PCB aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het mengmonster MM03 van de sporen baksteen- en zwak betonhoudende bovengrond (klei, 0,0-0,5 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten voor cadmium, kwik, lood, nikkel, zink en PCB aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. De overige onderzochte NENparameters (incl. arseen en chroom) zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het onderzochte mengmonster MM04 van de zintuiglijk schone ondergrond (klei, 0,5-2,0 mmv) is een licht verhoogd gehalte voor nikkel aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. De overige onderzochte NEN-parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. De aangetroffen licht verhoogde gehalten in mengmonsters (MM01, MM03 en MM04) betreffen overschrijdingen van de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim onder de interventiewaarden alsmede onder de index van 0,5.

In de onderzochte mengmonsters MM02 en MM05 van de zintuiglijk schone en/of sporen kolenhoudende boven- en/of ondergrond (klei, 0,05-1,5 m-mv) zijn voor de onderzochte NENparameters geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het steekbusmonster M06 van de zintuiglijk schone ondergrond (zand, 3,5-3,7 m-mv) alsmede in het steekbusmonster M07 van de zintuiglijk schone ondergrond (zand, 2,5-2,7 m-mv) uit boring PB15, ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank, zijn voor minerale olie en vluchtige aromaten geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Teeltlaagonderzoek (inclusief voormalige bestrijdingsmiddelen opslag) In het monster MOCB01 van de zintuiglijk schone teeltlaag (klei) uit boring B16, ter plaatse van de voormalige bestrijdingsmiddelen opslag, zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte OCBparameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In de mengmonsters MMOCB02 t/m MMOCB04 van de zintuiglijk schone-, sporen baksteenhoudende- en/of zwak betonhoudende (oorspronkelijke) teeltlaag (klei) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte OCB-parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden.

Grondwater In het grondwatermonster uit peilbuis PB15, tevens gesitueerd ter plaatse van de voormalige ondergronds tank, is een licht verhoogd gehalte voor barium aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarde. Voor de overige onderzochte NEN-parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden.

Diverse (bodem)onderzoeken, Griftdijk Noord 50 te Lent Rapportnr.: B22.8717 versie: 01 datum: 2 februari 2023

17 Asbest (uitpandig) Tijdens het onderzoek naar asbest zijn zowel op het maaiveld als in het vrijkomende materiaal uit de boringen en proefgaten geen asbestverdachte (plaat)materialen (> 20 mm) aangetroffen. In het monster MMASB01 van de sporen baksteenhoudende bovengrond (0,0-0,5 m-mv) uit proefgaten B01, B03 t/m B05 en B08 is analytisch circa 2,7 mg/kg d.s. aan zowel hechtgebonden als niet-hechtgebonden asbest aangetoond. Het gehalte blijft ruim beneden de maximale samenstellingswaarde van 100 mg/kg d.s. alsmede onder de norm van 50 mg/kg d.s. voor nader onderzoek. In het monster MMASB03 van de sporen baksteenhoudende bovengrond (0,0-0,5 m-mv) uit proefgaten B10, B11, B16 en B17, alsmede in het monster MMASB04 van de sporen baksteenhoudende- en/of zwak betonhoudende bovengrond (0,0-0,5 m-mv) uit proefgaten B13 t/m PB15 is analytisch (< 20 mm) geen asbest aangetoond (< 2,0 mg/kg d.s.).

Diverse (bodem)onderzoeken, Griftdijk Noord 50 te Lent Rapportnr.: B22.8717 versie: 01 datum: 2 februari 2023

18 9.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 9.1.

Conclusies verkennend bodemonderzoek

Voor de onderzoekslocatie is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Daarbij vormden de voormalige boomgaarden en kas (OCB), het voormalige ketelhuis, de voormalige compostbak, de voormalige opslag van bestrijdingsmiddelen en de voormalige ondergronds tank, aandachtspunten. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde verdachte hypothese verworpen, aangezien zowel ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank, de voormalige bestrijdingsmiddelen opslag en de voormalige compostbak als de overige locatie (algemene kwaliteit) maximaal licht verhoogde gehalten voor diverse zware metalen en/of PCB zijn aangetoond. In het grondwater, tevens ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank geplaatst, is maximaal een licht verhoogd gehalte voor barium aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarde. Daarnaast zijn in de (oorspronkelijke) teeltlaag, zowel ter plaatse van de voormalige bestrijdingsmiddelen opslag als de overige locatie, geen verhoogde gehalten voor OCB aangetoond. De verhoogde gehalten in de grond en het grondwater betreffen (marginale) overschrijdingen van de betreffende achtergrond- en/of streefwaarden. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de index van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgestappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. 9.2.

Conclusies verkennend onderzoek naar asbest (uitpandig)

Voor het verkennend onderzoek naar asbest (uitpandig) is uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde verdachte hypothese worden verworpen, aangezien zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen (ernstige) asbestverontreiniging is aangetoond (maximaal 2,7 mg/kg d.s. asbest). Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, maar de mogelijkheid bestaat dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Indien in de toekomst asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. 9.3.

Algehele conclusie en aanbevelingen

Middels de voorliggende onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (deels inclusief asbest) ter plaatse van de onderzoekslocatie gelegen aan de Griftdijk Noord 50 te Lent in voldoende mate onderzocht. Op basis van de onderzoeksresultaten bestaan vanuit milieuhygiënisch oogpunt, ons inziens, geen bezwaren tegen de voorgenomen toekomstige herontwikkeling. Bij de eventuele afvoer van de grond dient rekening te worden gehouden met de resultaten van voorliggende onderzoeken. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders altijd de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen (inclusief PFAS) worden verlangd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.

Diverse (bodem)onderzoeken, Griftdijk Noord 50 te Lent Rapportnr.: B22.8717 versie: 01 datum: 2 februari 2023

19 10.

REFERENTIES 1. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5725:2017, norm Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek. 2. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5740/A1:2016, Norm Bodem - Landbodem Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek, onderzoek naar de kwaliteit van de bodem en grond. 3. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2015. NEN 5707/C2:2017, norm Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. 4. Ministerie van VROM en Verkeer en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant, 20 december 2007, nr. 247 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 5. Ministerie van VROM, Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant, 27 juni 2013, nr. 16675 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend).

Diverse (bodem)onderzoeken, Griftdijk Noord 50 te Lent Rapportnr.: B22.8717 versie: 01 datum: 2 februari 2023

Bijlage 1

Bijlage 1

Tekening: B22.8717

Schaal: 1 : 50.000

Bron: CC-BY Kadaster; Topografische kaart van Nederland (uitgave 2017) Onderdeel: Situering in de regio

Bijlage 2

Griftdijk Noord

1

van B

164

oe tzela e rstraa t

50

44 1

27 186

165

51 ijk Griftd Noord

36

188

187

282

34

Bijlage 3

Bijlage 3

Boring:

B01

Boring:

B02

Datum:

13-1-2023

Datum:

13-1-2023

0 1

0

gras

50

Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor

O

50

0 1 50

Boring:

B03

Boring:

B04

Datum:

13-1-2023

Datum:

13-1-2023

0 1

0

gras

50

Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor

O

50

0 1 50

B05

Boring:

B06

Datum:

13-1-2023

Datum:

13-1-2023

1

0

gras

50

Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor

O

50

gras

50

Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor

0

gras

50

Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor

O

Boring:

0

0

O

0 5

0 1 2 50

20

O

50

3 100

100

tegel Zand, matig grof, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor Klei, matig zandig, zwak humeus, sporen baksteen, neutraal beigebruin, Edelmanboor Klei, matig siltig, neutraal beigebruin, Edelmanboor

Projectcode: B22.8717 getekend volgens NEN 5104

Bijlage 3

Boring:

B07

Boring:

B08

Datum:

13-1-2023

Datum:

13-1-2023

0 1

0

gras

50

Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor

O

50

0 1

0

gras

50

Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor

O

50

Klei, matig siltig, sporen kolen, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

2 100 3 150

150

Klei, matig zandig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

4 200

200

Boring:

B09

Boring:

B10

Datum:

13-1-2023

Datum:

13-1-2023

0 10

0 2

50

50 3

klinker

1

100

100

Boring:

B12

13-1-2023

Datum:

13-1-2023

3

20

O

50

50

4 100

100

grind Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor Klei, sterk zandig, sterk humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, Edelmanboor

Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak grindig, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor Klei, matig siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

B11

0 5

50

100

Datum:

2

gras

2

Boring:

0

0

O

50 Klei, matig siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

O

100

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

0 10

0 2

50

50 3

Klei, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor

O

Klei, matig siltig, laagjes zand, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

4 150

150

Klei, matig siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor

5

Projectcode: B22.8717 getekend volgens NEN 5104

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

100

100

200

klinker

200

Bijlage 3

Boring:

B13

Boring:

B14

Datum:

13-1-2023

Datum:

13-1-2023

0

0 1

O 50

50 2

100

100 3

150

150

gras Klei, sterk zandig, sterk humeus, zwak grindig, sporen baksteen, zwak betonhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Klei, matig siltig, sporen baksteen, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

0

0 1

O 50

50 2 100

100

Klei, matig siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

0

gras

50

Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak grindig, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor

Klei, matig siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

200

200

Boring:

PB15

Boring:

B16

Datum: GWS:

13-1-2023 200

Datum:

13-1-2023

0

0 1

O 50

50 2

gras Klei, matig zandig, matig humeus, sporen baksteen, zwak betonhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor Klei, matig siltig, geen olie-water reactie, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

100 3 150

150

200

Klei, zwak zandig, geen olie-water reactie, neutraal beigegrijs, Edelmanboor

250

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwakke olie-water reactie, neutraalgrijs, Edelmanboor

4 200 5 250

Sb2 6

300

Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken klei, zwakke olie-water reactie, neutraalgrijs, Zuigerboor handmatig

7 350

Sb

370

Boring:

B17

Datum:

13-1-2023

0 5

0 1

O 50

50 2 100

Projectcode: B22.8717 getekend volgens NEN 5104

Klei, sterk zandig, sterk humeus, zwak grindig, sporen baksteen, zwak betonhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

Klei, sterk zandig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor

4

350

gras

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, geen olie-water reactie, neutraal grijsbeige, Zuigerboor handmatig

grind Klei, sterk zandig, sterk humeus, sporen baksteen, laagjes zand, donkerbruin, Edelmanboor Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, Edelmanboor

0 1 50

O

Klei, matig siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

2 100

100

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen

ongeroerd monster

zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand

bentoniet afdichting

filter

Bijlage 4

SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl

Analyserapport

VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Gilles van Oers De Tweede Geerden 21 5334 LH VELDDRIEL

Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer

Blad 1 van 10

: RAIL : B22.8717 : 13801071, versienummer: 1.

Rotterdam, 23-01-2023

Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project B22.8717. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 10 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 1 september 2022 is SGS Environmental Analytics B.V. gefuseerd met SGS Nederland B.V. en handelt onder de naam SGS Environmental Analytics. Alle erkenningen van SGS Environmental Analytics B.V.

blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Nederland B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,

René Eugster Operations Manager Rotterdam

SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.

SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.

Blad 2 van 10

Analyserapport VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Gilles van Oers Projectnaam RAIL Projectnummer B22.8717 Rapportnummer 13801071 - 1

Orderdatum 13-01-2023 Startdatum 13-01-2023 Rapportagedatum 23-01-2023

Nummer

Monstersoort

Monsterspecificatie

001 002 003 004 005

Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)

MM01 MM02 MM03 MM04 MM05

Analyse

Eenheid

Q

monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten

gew.-% g -

S S S S

Ja 80.0 <1 geen

Ja 87.5 <1 geen

Ja 76.7 <1 geen

Ja 78.8 <1 geen

Ja 77.5 <1 geen

organische stof (gloeiverlies)

% vd DS

S

4.4

0.5

4.7

0.2

2.3

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS

S

13

3.2

17

32

24

METALEN arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink

S S S S S S S S S S S

190 0.86

<20 <0.2

9.7 28 0.13 51 1.4 28 140

mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds

001

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S 0.05 antraceen mg/kgds S 0.02 fluoranteen mg/kgds S 0.15 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.09 chryseen mg/kgds S 0.12 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.06 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.10 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.07 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.07 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 0.737 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=ce5ad2ae-e0eb-4bb0-b662-84ec042b5b4a