CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting_Bijlage 1 Aanmeldnotitie M.E.R

Besluitronde (raadsvergadering) 9 maart 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 -5 (Molenweg) (12/2022)3.695 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ALDI, MOLENWEG GEMEENTE NIJMEGEN Vormvrije m.e.r.-beoordeling 7 december 2021

DATUM KENMERK

7 december 2021 20211478

PROJECT PROJECTLEIDER

Aldi, Molenweg, Nijmegen ir. R.J.M.M. Schram

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER AUTEUR STATUS

Aldi, Groenlo W. Timmerman Concept

Rho adviseurs voor leefruimte

20211478

Inhoud

1.

2.

3.

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3

5 5 5

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? Leeswijzer

Plaats en omvang van het project

6

2.1 2.2

Plaats van het project Kenmerken van het project

6 9

Kenmerken van de milieueffecten

11

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

11 11 12 12 13 14 14 14 15

Verkeer Geluid Bodem en water Natuur Luchtkwaliteit Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Cultuurhistorie en archeologie Aanlegwerkzaamheden Mitigerende maatregelen

4. Conclusie Bijlagen Bijlage 1 – Akoestisch onderzoek Bijlage 2 – Memo stikstof Bijlage 3 – Quickscan Ecologie

Rho adviseurs voor leefruimte

16 17 17 18 19

20211478

Rho adviseurs voor leefruimte

20211478

1. INLEIDING

1.1 Aanleiding Op de huidige locatie van de Albert Heijn en Aldi aan de Molenweg in Nijmegen is het voornemen de supermarkten uit te breiden. Dit leidt tot een uitbreiding van totaal 1.463 m2 bedrijfsvloeroppervlakte (bvo) en een uitbreiding van de parkeergelegenheid. De beoogde ontwikkelingen passen niet in de huidige planologische kaders en voor de ontwikkeling wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op ‘een oppervlakte van 100 hectare of meer’ of ‘een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer’. De beoogde ontwikkeling blijft ruim onder de drempelwaarden. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Dit document bevat deze beoordeling.

1.2 Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten:  de plaats van het project;  de omvang van het project;  de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

1.3 Leeswijzer Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie:  beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project;  licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe;  geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken welke te vinden zijn in de bijlagen en in het ontwerp bestemmingsplan ‘Nijmegen Oud West 2015 – 5 (Molenweg)’ (2021-04-06).

5/19

2. PLAATS EN OMVANG VAN HET PROJECT

2.1 Plaats van het project Het plangebied ligt in de kern van Neerbosch (buitenwijk van Nijmegen); in Oud West aan de Fuchsiastraat ter hoogte van de Molenweg. Het plangebied ligt globaal genomen tussen de Molenweg, de Nieuwe Nonnendaalseweg, de Mirtestraat en de Bosbesstraat. De gronden in het plangebied zijn kadastraal bekend als gemeente Neerbosch, sectie I nummers 2210, 2728 (deels), 2500, 2532, 2502, 2533 en 1050. Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 10.540 m². Ten noorden en westen van het plangebied is een gemengd gebied aanwezig waar het plangebied onderdeel van uitmaakt. Verder liggen in de omgeving van het plangebied met name woningen. Op onderstaande luchtfoto is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven. In de bestaande situatie (zie onderstaande afbeelding), zijn de Aldi en Albert Heijn gevestigd aan de Molenweg. Naast en boven de supermarkten aan de Fuchsiastraat zijn appartementen aanwezig. Achter de twee supermarkten is de expeditie te vinden, een buurtspeeltuin en voorheen het gebouw van de gemeente Nijmegen waar wijkcentrum de Driesprong gehuisvest zat. Dit wijkcentrum is inmiddels afgebroken en maakt ruimte voor een nieuwe parkeerplaats met verblijfsgebied. Verder staan verspreid langs de zuid- en oostrand van het plangebied een aantal bomen.

Figuur 2.1. Ligging plangebied

6/19

Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu De planlocaties bevinden zich niet in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status (figuur 2.3-2.5). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Rijntakken en bevindt zich op circa 1,7 km afstand. Het dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Nederland (NNN)/ Gelders Natuurnetwerk ligt ook op circa 1,7 kilometer afstand. De planlocaties en de omgeving maken geen onderdeel uit van door de provincie vastgestelde milieubeschermingsgebieden.

Figuur 2.2 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator)

Figuur 2.3 Ligging plangebied (rood omrand) ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland (bron: Provincie Zuid Holland)

7/19

Figuur 2.4 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van grondwaterbeschermingsgebieden (bron: Provincie Gelderland) Archeologie en cultuurhistorie In het plangebied is in 2004 een beperkte waarneming gedaan, waarbij een paalkuil is gezien met daarin Romeins bouwmateriaal (tufsteen en dakpannen). Enkele andere vondsten dateerden in de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Dit onderzoek is nooit verder uitgewerkt of gepubliceerd. Voor de bestemmingsplanwijziging was de beschikbare informatie te gering, vandaar dat er in 2020 nader onderzoek is uitgevoerd (Van Kooten & Van de Geer, 2020). Hieruit bleek dat er binnen het plangebied op grote schaal verstoringen aanwezig zijn, waar geen archeologie meer kan zitten. Een beter inzicht in de landschappelijke ligging maakt duidelijk dat de kans op archeologie sowieso al gering was. Dat samen maakt dat de onderzoekers adviseerden om hier verder geen onderzoek te doen. De kans op archeologische waarden in de grond ter plaatse van het plangebied is klein. Binnen het plangebied zijn geen rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten aanwezig. Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Het plangebied ligt op een afstand van 430 meter van de Witte Molen. De molenbiotoop heeft een maximale straal van 400 meter waar het plangebied buiten ligt.

8/19

2.2 Kenmerken van het project De beoogde ontwikkeling bestaat uit een binnenpandse uitbreiding van de aanwezig Albert Heijn door het toevoegen van het vloeroppervlakte van de huidige Aldi. De Aldi komt in groter formaat terug achter het pand van de Albert Heijn (ten zuidoosten). De speeltuin (huidig basketbalveld) komt daarmee te vervallen. De uitbreiding van de winkels zorgt voor een totale toename van 1.463 m2 bvo. De rest van het plangebied wordt heringericht met groen en parkeergelegenheden. De enkelbestemming gemengd (voormalig wijkcentrum) komt daarmee te vervallen. Voor de ontwikkelingen is het noodzakelijk 9 bomen te kappen. Ook worden 9 nieuwe bomen binnen het plangebied geplant. In figuur 2.5 is het planvoornemen weergegeven (zie ruimtelijkeplannen.nl voor meer details).

Figuur 2.5 Beoogde planvoornemen (bron: Den Hollander, 2021) Parkeren Het parkeren voor de Aldi en de compensatie van het parkeren in de huidige openbare ruimte wordt samen met het parkeren voor de bewoners en winkeliers opgelost op het nieuwe parkeerterrein (zie figuur 2.5). Er zijn 31 parkeerplaatsen bestemd voor de bewoners van het appartementencomplex. Deze separate parkeerplaatsen zijn niet openbaar toegankelijk en uitsluitend via een poort bereikbaar. Het parkeerterrein wordt deels afgesloten. De randzone tussen het afgesloten deel van de parkeerplaats en het openbaar toegankelijke deel wordt groen ingepast zodat het hekwerk uit het zicht wordt ontnomen en de randen worden vergroend. In totaal komen er 68 vrij toegankelijke parkeerplaatsen en daarbij is er rekening gehouden met extra parkeerplekken voor ouder- en kind en parkeerplekken voor minder validen. Daarnaast komt binnen het plangebied de fietsenstalling (minimaal 37) op het ‘pleintje’ voor de hoofdentree in de buurt van de winkelkarren en de entree van de Aldi.

9/19

Verkeer Gemotoriseerd verkeer De uitbreiding heeft een verkeersaantrekkende werking. Omdat Aldi in een winkelcentrum ligt met een Albert Heijn, Kruidvat, apotheek en verschillende andere winkels wordt voor de verkeersgeneratie uitgegaan van de CROW-kencijfers voor een wijkcentrum. Op basis van kencijfers CROW voor een wijkcentrum (gemiddelde) in ‘centrum schil’ (op basis van parkeerbeleid gemeente Nijmegen schil overloop) in ‘sterk stedelijk’ gebied rekening houdend met het minimale kencijfers betekent een kencijfer van 39,8 mvt/etmaal per 100 m2 bvo. Voor de supermarkt met een oppervlakte van 1.463 m2 bvo betekent dit een verkeersgeneratie van 582 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Het plangebied ligt ingeklemd tussen de Molenweg en de Bremstraat/Clematisstraat. Het gemotoriseerd verkeer wordt hoofdzakelijk via de Fuchsiastraat en de Molenweg ontsloten. Het parkeerterrein krijgt ook een uitrit op de Bremstraat welke alleen te gebruiken is als uitgang. De Molenweg functioneert als gebiedsontsluitingsweg (50 km/uur) en de Bremstraat als een erftoegangsweg van 30 km/uur. Langzaam verkeer Het plangebied is met de fiets en als voetganger ontsloten aan de noordwest zijde via de Fuchsiastraat en de Molenweg en aan de noordoost zijde via een nieuw aan te leggen verbinding naar de Bremstraat/Clematisstraat.

Deze twee laatste wegen zijn erftoegangswegen (30 km/uur) binnen de bebouwde kom. Openbaar vervoer Voor gebruik van het openbaar vervoer is het plangebied aangewezen op de haltevoorzieningen van de Molenweg. Deze bevinden zich respectievelijk op ca. 100 meter loopafstand. Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling worden de gebruikelijke bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut. Afvalstoffen zullen slechts ontstaan tijdens de aanlegfase. Afvalstromen zullen zoveel mogelijk worden gescheiden ten behoeve van hergebruik. Verontreiniging, hinder, risico van zware ongevallen en rampen, risico’s voor de menselijke gezondheid Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk. Cumulatie met andere projecten Voor zover bekend zijn er geen redelijkerwijs te verwachten toekomstige ontwikkelingen in de buurt waarmee cumulatie verwacht kan worden.

10/19

3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit het ontwerp bestemmingsplan dat voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld.

3.1 Verkeer Zoals aangegeven in hoofdstuk 2 neemt de verkeersgeneratie toe met 582 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Op basis van het verkeersonderzoek van de gemeente Nijmegen blijkt dat de bestaande aansluiting Molenweg – Fuchsiastraat de verkeersafwikkeling aan kan. De toename van de verkeersgeneratie zorgt niet voor knelpunten.

3.2 Geluid Inrichtingslawaai De beoogde ontwikkeling bestaat uit een supermarkt. Voor een supermarkt geldt een richtafstand van 10 meter. De afstand van de inrichtingsgrens tot aan de gevel van het dichtstbijzijnde gevoelige object (woning) is meer dan 10 meter. Er wordt voldaan aan de richtafstand. Het laden en lossen van goederen, het parkeren van bezoekers en het gebruik van winkelwagens leidt vaak tot overlast in de omgeving. Om te bepalen of er sprake is van goede ruimtelijke ordening is een geluidonderzoek (Geluid Plus, 11 november 2020) uitgevoerd, zie bijlage 1. Uit het onderzoek blijkt dat er in het kader van goede ruimtelijke ordening een acceptabel akoestische situatie is ter plaatse van omliggende woningen en appartementen. Er zijn hogere geluidbelastingen vastgesteld dan de richtwaarden en geluidnormen van het Activiteitenbesluit. De overschrijdingen zijn beperkt en het geluidniveau in de betreffende appartementen is voldoende geborgd. De gemeente wordt verzocht medewerking te verlenen aan de bestemmingswijziging en maatwerkvoorschriften op te stellen voor het gebruik van de inrichting. Wegverkeerslawaai De beoogde ontwikkeling zorgt voor een toename van verkeer. Voor toetsing van het uitstralingseffect bestaat geen wettelijk kader.

Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat bij een toename van de verkeersomvang met meer dan 40% sprake is van een geluidstoename van meer dan 1,5 dB (wat voor het menselijk oor hoorbaar is). De beperkte verkeerstoename van 543 mvt/etmaal zorgt niet voor een toename van meer dan 40%. Relevante negatieve uitstralingseffecten naar de omgeving zijn dan ook uitgesloten.

11/19

3.3 Bodem en water Bodem De bodemkwaliteit op de planlocatie is beoordeeld op basis van de volgende rapporten: ● Verkennend bodemonderzoek Fuchsiastraat , Witteveen en Bos, Nm60.232-25, d.d. 4 april 2002; ● Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Fuchsiastraat 10, Tauw adviesbureau, kenmerk 1260613, 8 november 2017; Op basis van de resultaten van deze onderzoeken is de bodem geschikt voor de beoogde functie en zijn er geen verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit. De beoogde ontwikkeling heeft zelf geen negatief effect op de bodemkwaliteit. Water Het plangebied maakt geen deel uit van een grondwaterbeschermingsgebied. Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een waterkering. De grondwateroverlast wordt voorkomen volgens de voorkeursstrategie van de gemeente. De woningen zullen aangesloten worden op het gemeentelijke rioolstelsel waarbij schoon hemelwater gescheiden zal worden van het afvalwater. Het hemelwater zal binnen het huidige terrein verwerkt worden. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem worden milieuvriendelijke bouwmaterialen gebruikt gedurende de bouwfase. Hiermee heeft de beoogde ontwikkeling derhalve geen negatieve effecten voor de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse.

3.4 Natuur Gebiedsbescherming Het plangebied bevindt zich niet in de nabijheid van een beschermd natuurgebied. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot Natura 2000-gebieden kunnen effecten als verontreiniging, effecten op waterhuishouding, verstoring en versnippering worden uitgesloten. Om de eventuele toename van stikstofdepositie op het Natura 2000gebieden te bepalen is met het programma AERIUS Calculator een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen. Een complete memo wordt opgenomen in bijlage 2. Hieruit blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekeningen zijn significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden uitgesloten. Soortenbescherming Op 24 juli 2020 heeft Bureau Waardenburg een quick scan beschermde soorten uitgevoerd op de percelen achter Molenweg 9-23A aan de Fuchsiastaat (zie bijlage 3). Hieronder de conclusie op basis van deze quickscan: In het plangebied komen waarschijnlijk diverse soorten grondgebonden zoogdieren voor (muizen/egel). Voor de betreffende soorten geldt in de provincie Gelderland een vrijstelling van verbodsbepalingen als werkzaamheden plaatsvinden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling.

Als tijdens de werkzaamheden egels of muizen of verblijfplaatsen van deze dieren worden aangetroffen worden maatregelen genomen om te zorgen dat deze dieren niet worden gedood. Verplaats egels naar een beschutte locatie buiten het bereik van de werkzaamheden. Verwijder vegetatie/dekking en geef dieren de gelegenheid om het plangebied te verlaten. In de omgeving komen o.a. de soorten gewone- en ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger voor (Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn). Verblijfplaatsen zijn in het plangebied niet aanwezig omdat bebouwing ontbreekt en de bomen geen geschikte holten en spleten hebben. Het plangebied maakt waarschijnlijk onderdeel uit van het foerageergebied van vleermuizen. Omdat het een relatief klein plangebied is en in de omgeving foerageergebied in ruime

12/19

mate aanwezig is in de vorm van parken en tuinen is een essentiële foerageerfunctie voor vleermuizen uitgesloten. In het plangebied zijn enkele rijen bomen aanwezig, welke mogelijk onderdeel zijn van een vliegroute. Deze functie zal niet essentieel zijn, omdat er in de omgeving van het plangebied voldoende alternatieve verbindende elementen zijn in de vorm van gebouwen en groen. Het plangebied heeft geen essentiële foerageerfunctie voor de steenmarter omdat er in de omgeving voldoende alternatieve foerageerlocaties zijn. Voor (kleine) marterachtigen en andere beschermde soorten die in de gemeente voorkomen waarvoor geen vrijstelling geldt, is er in het plangebied geen geschikt leefgebied of is het plangebied ongeschikt als leefgebied door de geïsoleerde ligging en gebruiksfunctie. Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van broedende vogels om overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb te voorkomen. Om te voorkomen dat broedende vogels verstoord worden moet het rooien van struiken en bomen in de periode september t/m februari uitgevoerd worden. Verwijderen van bomen en struiken in de broedperiode kan alleen als voorafgaande van de kap gecontroleerd is dat er geen vogels broeden in het werkgebied. Het plangebied heeft een functie als foerageergebied voor huismus.

Om te voorkomen dat er essentieel foerageergebied verloren gaat moeten foerageermogelijkheden tijdens de uitvoering en na afronding van de beoogde ontwikkeling behouden blijven. Het Kennisdocument Huismus (BIJ12, 2017) geeft verschillende mogelijkheden om foerageerbiotoop te maken en te behouden (zie 3.3 Verbeteren habitat in bestaand of nieuw leefgebied). Samengevat gaat het om voldoende dekking in de vorm van dichte struiken van waaruit de mussen kunnen foerageren in kruidenrijke begroeiingen op zaden en insecten. Beheer van deze kruidenvakken is extensief. Door parkeerterreinen en trottoirs uit te voeren met klinkers of half verharding kunnen ook deze onderdelen een functie hebben als foerageergebied. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden worden foerageeropties voor huismussen behouden. Dat betekent dat pioniersbegroeiing op het bouwterrein zo lang mogelijk in stand wordt gehouden. Het grasland op de voormalige locatie van het wijkcentrum wordt buiten het broedseizoen van de huismus verwijderd. Aldi verwerkt nestkasten voor huismussen in de nieuwbouw gericht op de speeltuin. Daarnaast vindt er compensatie van groen plaats in de speeltuin die tevens huismus vriendelijk kan worden aangelegd. Met het uitvoeren van de genoemde maatregelen kan een significant negatief effect op boven genoemde soorten uitgesloten worden.

Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen essentiële betekenis of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten.

3.5 Luchtkwaliteit De beoogde ontwikkeling heeft een verkeer aantrekkende werking en draagt mogelijk in betekende mate bij aan de luchtverontreiniging. Bij de ontwikkeling is er sprake van een toename aan verkeersgeneratie van 582 mvt/etmaal (weekdaggemiddelde). Uit de berekening met de NIBM-tool blijkt dat deze verkeerstoename niet zorgt voor een verslechtering van de luchtkwaliteit van 3% of meer. Dit betekent dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse. Tevens blijkt uit de NSL-monitoringstool dat ter plaatse van het plangebied ruimschoots aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer wordt voldaan.

13/19

3.6 Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Externe veiligheid In de omgeving van het plangebied is de enige risicobron het spoor van Nijmegen naar Den Bosch op ongeveer 650 meter afstand. Het plangebied ligt in de zone vanaf het spoor waarin alleen een zeer onwaarschijnlijk toxisch scenario kan optreden. Gezien de omvang van de ontwikkeling en de afstand tot het spoor heeft de ontwikkeling geen significant effect op het groepsrisico. Niet gesprongen explosieven Het plangebied is verdacht op geschutsmunitie. Voor de verticale afbakening wordt een diepte van 2,5 meter beneden maaiveld gehanteerd. Voor de realisatiefase wordt waar nodig onderzoek gedaan naar de eventuele aanwezigheid van geschutsmunitie. Eventuele maatregelen die hieruit volgen worden genomen om risico’s op zware ongevallen te voorkomen. Risico’s op rampen door klimaatverandering Ten gevolge van de beoogde ontwikkelingen nemen risico’s op rampen door klimaatverandering niet toe. Risico’s voor de menselijke gezondheid Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, bodem, externe veiligheid en luchtkwaliteit.

Op het gebied van groen en gezondheid worden als gevolg van de beoogde ontwikkeling 9 bomen gekapt. Ter compensatie van de kap heeft Aldi een compensatieplan opgesteld. Zo worden er 9 nieuwe bomen op het parkeerterrein toegevoegd. Daarnaast wordt een nader op te stellen compensatieplan voor de speeltuin opgesteld om ook daar bomen en groen terug te brengen Een significant effect op de risico’s voor de menselijke gezondheid is daarmee uitgesloten.

3.7 Cultuurhistorie en archeologie Archeologie Zoals beschreven in hoofdstuk 2 heeft het plangebied geen cultuurhistorische waarden. Gezien de aard en omvang van de beoogde ontwikkeling is een negatief effect op cultuurhistorische waarde uitgesloten. Cultuurhistorie Zoals beschreven in hoofdstuk 2 is het gebied getypeerd als grootschalige groen- en recreatievoorziening. De ontwikkeling bestaat uit een recreatiepark (met bedrijfswoning en bijbehorende functies), restaurant en de toevoeging van boezemwater. De ontwikkeling is in lijn met de cultuurhistorische gebiedstypering als onderdeel van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur.

3.8 Aanlegwerkzaamheden Gelet op de tijdelijkheid van de aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Tevens zal vanwege ligging, aard en omvang van de ontwikkeling ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.

14/19

3.9 Mitigerende maatregelen De volgende mitigerende maatregelen worden genomen:  Ter voorkoming van geluidsoverlast wordt voor het laden en lossen maatwerkvoorschriften opgesteld.  Als tijdens de werkzaamheden egels of muizen of verblijfplaatsen van deze dieren worden aangetroffen worden maatregelen genomen om te zorgen dat deze dieren niet worden gedood; Verplaats egels naar een beschutte locatie buiten het bereik van de werkzaamheden. Verwijder vegetatie/dekking en geef dieren de gelegenheid om het plangebied te verlaten.  In verband met het mogelijk voorkomen van algemene broedvogels moet het rooien van struiken en bomen in de periode september t/m februari uitgevoerd worden of als voorafgaande van de kap gecontroleerd is dat er geen vogels broeden in het werkgebied.  Om te voorkomen dat er essentieel foerageergebied van de huismus verloren gaat moeten foerageermogelijkheden tijdens de uitvoering en na afronding van de beoogde ontwikkeling behouden blijven.  Bij bodemingrepen ter plaatse van het verdacht gebied geschutsmunitie wordt voor de realisatiefase waar nodig aanvullend onderzoek gedaan, eventuele mitigerende maatregelen die hieruit volgen worden vervolgens uitgevoerd.

15/19

4. CONCLUSIE

Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. Verder leiden de aard en omvang van het project niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen, mits de genoemde mitigerende maatregelen uit paragraaf 3.9 worden uitgevoerd. Met inachtneming van deze maatregelen is het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure niet noodzakelijk.

16/19

BIJLAGEN Bijlage 1 – Akoestisch onderzoek

17/19

Bijlage 2 – Memo stikstof

18/19

Bijlage 3 – Quickscan Ecologie

19/19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=ce4d790d-2c6b-48bb-a7f5-5d90685f3dea