CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 – 1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

Besluitronde (raadsvergadering) 7 juni 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 -1 (Winkelcentrum Weezenhof) (36/2023)19.411 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof) Toelichting

Versie: vastgesteld

Colofon bestemmingsplan

Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof) IDN: NL.IMRO.0268.BP4018-ON01

Gemeente Nijmegen

Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl

Toelichting

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

3

4

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

Inhoudsopgave Toelichting

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

7 7 7 8 9

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3

Planbeschrijving Beschrijving huidige situatie Beschrijving toekomstige situatie Stedenbouwkundige karakteristieken

11 11 13 14

Hoofdstuk 3 3.1 3.2

Beleidskader Relevant rijksbeleid Relevant gemeentelijk beleid

15 15 21

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

Sectorale aspecten Vormvrije m.e.r.-beoordeling Stedenbouwkundige /landschapelijke aspecten Wonen Economische ontwikkeling Bedrijven en milieuzonering Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bodem Water Flora en Fauna Cultuurhistorie en archeologie Verkeer en parkeren Duurzaamheid en klimaat

29 29 29 31 34 36 37 40 42 43 43 46 56 59 62

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3

Juridische planbeschrijving Inleiding Systematiek van de planregels Beschrijving per bestemming

65 65 65 65

Hoofdstuk 6 6.1 6.2

Economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal Financiële haalbaarheid

67 67 67

Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Overleg Participatie

69 69 69 69

Bijlagen bij toelichting

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

5

Bijlage 1

Behoefte onderbouwing

Bijlage 2

Vorm vrije mer beoordeling

Bijlage 3

Bezonningsstudie

Bijlage 4

Windklimaatonderzoek

Bijlage 5

Quickscan bedrijven en milieuzonering

Bijlage 6

Wegverkeerslawaai

Bijlage 7

Bodemrapport Tauw

Bijlage 8

Quickscan fauna en flora

Bijlage 9

Aanvullend onderzoek fauna en flora

Bijlage 10

Boom effect analyse

Bijlage 11

Stikstofrapportage

Bijlage 12

Cultuurhistorische verkenning

Bijlage 13

ArcheoPro rapport 21126

Bijlage 14

ArcheoPro rapport 21042

Bijlage 15

Parkeerbalans

Bijlage 16

Participatie overzicht

6

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In april 2017 is het winkelcentrum Weezenhof grotendeels verwoest door een brand. Voor de brand waren er plannen voor vernieuwing van het winkelcentrum met twee supermarkten met ca 115 woningen daarboven. Deze plannen zijn na de brand stil komen te liggen. Met het huidige plan wordt beoogd om herbouw en herontwikkeling van het winkelcentrum mogelijk te maken met één supermarkt, maatschappelijke en commerciele functies. Verder houdt de herontwikkeling de bouw in van appartementen boven op het te herbouwen winkelcentrum.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan Weezenhof 10e straat. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door Weezenhof 5525-5512 en aan de westzijde door Weezenhof 5317-5301. Aan de noord- en zuidzijde wordt de grens gevormd door Weezenhof 10e straat en Weezenhof 5524-5516. De gronden in het plangebied zijn kadastraal bekend als gemeente Hatert, sectie O, nummers 357, 358, 361, 362, 364, 651, 786, 789, 790, 796, 797, 825, 826, 829, 833, 834, 837, 838, 850, 851, 1081, 1491, 1512, 1513 en 1822 ged.. Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 11982 m². Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is ingetekend op de verbeelding van dit bestemmingsplan.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

7

plangebied

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Binnen het plangebied gelden diverse bestemmingsplannen. Het vigerend bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan Nijmegen-Dukenburg 2021. Dit bestemmingsplan is door de raad op 9 maart 2022 vastgesteld. Verder gelden er de bestemmingsplannen 'Facetbestemmingsplan Archeologie', zoals vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Nijmegen op 25 juni 2014, 'Facetbestemmingsplan Parkeren', zoals vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Nijmegen op 13 september 2017 en het 'Facetbestemmingsplan kamerverhuur', zoals vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Nijmegen op 2 februari 2022. De beoogde ontwikkeling past niet in het vigerend bestemmingsplan, Nijmegen-Dukenburg 2021 omdat er buiten het bouwvlak gebouwd zal worden, de bouwhoogte binnen het bouwvlak overschreden zal worden en er in strijd met de bestemming binnen de bestemmingen 'verkeer' en 'groen 'gebouwd gaat worden. Onderhavige bestemmingsplanherziening vormt vanwege deze strijdigheid met het vigerend bestemmingsplan het juridisch en planologisch kader voor de beoogde ontwikkeling.

8

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

1.4

Leeswijzer

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en gaat vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met (separate) bijlagen. De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.).

Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 'Planbeschrijving', dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving.Daarnaast worden de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op een rij gezet. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Er wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt verslag gedaan van het (voor)overleg en de zienswijzen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

9

10

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Beschrijving huidige situatie

Het plangebied is momenteel in gebruik als winkelcentrum waar nu onder andere een Lidl supermarkt, een fysiotherapeut en het (tijdelijke) Huis van Weezenhof zijn gevestigd. In 2017 is het winkelcentrum waar naast de supermarkt en fysiotherapeut nog diverse andere winkels en voorzieningen waren gevestigd, verwoest door een brand. Binnen het nu nog vigerende bestemmingsplan mag het aantal supermarkten twee bedragen en maximaal drie horecabedrijven. Verder staat het vigerende bestemmingsplan o.a. cultuur en ontspanning, detailhandel, dienstverlening, horeca, kantoren, maatschappelijke- en sportvoorzieningen toe, alsmede wonen op de verdiepingen. Het aantal vierkante meters in het vigerende bestemmingsplan is ca 3600m2.

Het winkecentrum vóór de brand

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

11

Het winkelcentrum ná de brand

De locatie is gelegen in de wijk Weezenhof. De wijk wordt aan de zuidwestzijde geflankeerd door de A73, aan de oostzijde door het Maas-Waalkanaal, en aan de noordzijde door de Van Boetbergweg (s104). Het zuiden wordt begrensd met agrarische percelen en bossen. De wijk bestaat voornamelijk uit laagbouwwoningen, aangevuld met enkele flatgebouwen, een (deels afgebrand) winkelcentrum en een basisschool en kinderopvang. De flatgebouwen concentreren zich aan de noordzijde van de wijk, langs de Van Boetbergweg. De Prins Clausschool en het winkelcentrum Weezenhof zijn door hun positie dicht bij de entree van de wijk goed bereikbaar. Tevens is de buurt voorzien van openbaar vervoer (buslijn 331). De wijk kent een opvallende ruime opzet met veel groen. Dit aaneengesloten groene raamwerk loopt door de gehele wijk en is voorzien van wandelpaden, speeltuinen en grasvelden met bomen. De wijk geniet daardoor een sterke groene kwaliteit, waarbij het autoverkeer gemeden wordt. Bij de zogenaamde boom- of bloemkoolstructuur, welk Weezenhof kenmerkt, is het vermijden van autoverkeer als ondergeschikt aan de woonkwaliteit dan ook een belangrijke prioriteit. De flatgebouwen aan de noordzijde van winkelcentrum Weezenhof hebben een aaneengeschakelde, meanderende vorm en verschillen in hoogte.

Op de begane grond van de flatgebouwen bevinden zich de bergingen, waardoor het gebouw op straatniveau een anonieme uitstraling krijgt als gebouw tussen het groen. De laagbouwwoningen ten zuiden van het winkelcentrum zijn net als de wijk ruim van opzet. Er is hierbij sprake van een woningtypologie die met verschillende oriëntaties is gepositioneerd, waartussen het groene raamwerk voldoende ruimte krijgt. De woningtypologie wordt gekenmerkt door een herkenbaar en groot zadeldak, dat loopt vanaf de eerste verdieping tot de nok op ca. 9 meter hoog. De combinatie van de garage en woning resulteert in een

12

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

gekartelde voetprint. Dit resulteert in een anoniem straatbeeld, doordat de raampartijen van de woningen zich op enige afstand van het trottoir bevinden. Zowel de school als het winkelcentrum hebben binnen de opzet van de wijk een verbijzonderde positie. De gebouwen staan hier in het midden van het respectievelijke stedenbouwkundig bijna volledig versteend eiland. Het stedenbouwkundig eiland van het winkelcentrum wordt verder ingevuld door de benodigde parkeerplaatsen, dat van de school door het bijbehorende gymgebouw en kinderdagopvang. De parkeerplaatsen aan de westzijde van het winkelcentrum onderbreken een wandelpad dat door de gehele wijk loopt en continueert aan de west- en noordzijde van de flatgebouwen.

2.2

Beschrijving toekomstige situatie

Het plan voorziet in de herbouw van het winkelcentrum met daarboven appartementen. Het programma in de plint bestaat uit een nieuw te bouwen supermarkt, een gezondheidscentrum met apotheek, huisarts en fysiopraktijk en diverse kleinere winkels. Het totale BVO aan commerciele en maatschappelijke functies bedraagt ca 3600m2, verdeeld over de begane grond en de 1e verdieping. Bovenop het winkelcentrum worden 119 levensloopbestendige wooneenheden van 50-90m2 vloeroppervlak. De appartementen komen in een carréopstelling bovenop het winkelcentrum in een verspringende bouwhoogte. In het midden van de carré en op het hoger gelegen dak aan de zuidzijde wordt een voor iedere bewoner goed bereikbare daktuin aangelegd als gemeenschappelijke buitenruimte voor de bewoners. De woningen groter dan 50 m2 krijgen een privé buitenruimte.

Op het buitenterrein op de begane grond zullen ten behoeve van de bewoners en het winkelend publiek 183 parkeerplaatsen worden ingericht. Bestaande bomen zullen zo veel mogelijk gespaard worden en waar mogelijk zullen er nieuwe bomen worden geplant. Tijdens de bouw zal de bestaande Lidl supermarkt open blijven. Na realisatie van het complex zal de bestaande Lidl worden gesloopt.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

13

2.3

Stedenbouwkundige karakteristieken

De locatie winkelcentrum Weezenhof heeft een afmeting van circa 120 bij 100 meter en ligt aan de noordzijde van de gelijknamige wijk. Het bevindt zich dichtbij entree van de wijk vanaf de Van Boetbergweg en onderscheidt zich van zijn omgeving in vorm en verkaveling. De lage volumes van één laag hoog zijn midden op het stedenbouwkundig eiland geplaatst, waaromheen parkeerplaatsen zijn aangebracht, met uitzondering van de oostelijke zijde, waar een grasveld ligt. In de nacht van 10 op 11 april 2017 is door een brand een groot deel van het winkelcentrum verloren gegaan. Sindsdien getuigt het braakliggend terrein aan de noordwestelijke zijde nog van deze brand. Op het zuidwestelijke punt van de locatie komen veel verschillende routes samen. Allereerst eindigt hier het wandelpad dat door de groene structuur van de wijk loopt. Ook is in het verlengde van de straat ten zuidwesten van de locatie een wandelpad aangelegd dat op hetzelfde punt uitkomt. De gymzaal is eveneens bereikbaar via een pad dat uitkomt op deze zijde van de locatie. Verder is aan deze zijde een kleine parkeerkoffer met haaks parkeren aangelegd, welke iets minder bereikbaar is dan de grote parkeerplaats aan de noordzijde van de locatie. Ook aan de zuidzijde zijn enkele parkeerplaatsen aangelegd. Aan de zuidzijde en oostzijde bevinden zich volwassen bomen.

Er is ook een reeks jongere bomen aanwezig aan de noordzijde van de locatie, die de rand vormen van de grote parkeerplaats. Voorlangs supermarkt Lidl zijn kleinere bomen geplant. Het parkeerterrein aan de noordzijde is alleen bereikbaar via de entree aan de oostzijde van het plangebied

14

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Relevant rijksbeleid

3.1.1

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) heeft het Rijk haar ambities voor ruimte en mobiliteit tot 2040 vastgelegd en schetst zij haar doelen, belangen en opgaven tot 2028. Dit doet het Rijk op basis van de (inter)nationale ontwikkelingen die de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven richting 2040 bepalen. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. De SVIR laat een sterke focus zien op het herstel van de economie met prioriteit bij de ontwikkeling van de mainports Amsterdam en Rotterdam, de brainport Eindhoven en de greenports met bijbehorende achterlandverbindingen. Voor de topregio's heeft het rijk een excellente ruimtelijk-economische structuur voor ogen, door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in een goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's en concentratie van de topsectoren. Hiervoor moeten genoeg woningen, bedrijventerreinen en kantoren beschikbaar zijn, welke moeten passen bij de wensen van bedrijven en hun werknemers. In Nijmegen bevindt zich een van deze topregio's: de Health Valley. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028 en is aangegeven welke nationale belangen daarbij aan de orde zijn.

Het kabinet heeft in de SVIR drie rijksdoelen geformuleerd: Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk economische structuur van Nederland; Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Het Rijk kiest voor een aanpak waarbij zij de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk brengt bij degene die het aangaat. Het Rijk komt met een selectievere inzet van rijksbeleid en heeft 13 onderwerpen van 'nationaal belang' afgeleid. Voor deze onderwerpen wordt centrale sturing nodig geacht. Het Rijk is hiervoor verantwoordelijk en wil hiervoor haar bevoegdheden inzetten. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. In vergelijking met eerder rijksbeleid wordt veel aan lagere overheden overgelaten. Planologische besluiten worden niet meer preventief getoetst op de naleving van nationale normen, tenzij het de directe belangen van Rijkswaterstaat, het ministerie van Defensie en het ministerie van EL&I inzake weg- en waterbeheer, defensieterreinen of Rijksinpassingsplannen voor energie-infrastructuur betreft.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

15

3.1.1.1

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Een daarvan is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (barro). Dit besluit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk rijksbeleid te borgen. In dit besluit zijn rijksregels opgenomen ten aanzien van de ruimtelijke inrichting van Nederland. Deze zijn van belang voor de inhoud van bestemmingsplannen. Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Deze structuurvisie bundelt het nationale ruimtelijke en infrastructuurbeleid in 13 nationale belangen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Met de uitbreiding van het Barro en het Bro (Besluit ruimtelijke ordening) is de juridische verankering van de SVIR nagenoeg compleet. Een deel van het Barro is gebaseerd op eerdere planologische kenbeslissingen (pkb's) en beleidsnota's die in de SVIR worden herbevestigd. Deze onderdelen volgen de nahangprocedure en kunnen vervolgens in werking treden. Het betreft de volgende onderdelen: 1. Rijksvaarwegen; 2. Project mainportontwikkeling Rotterdam; 3.

Kunstfundament; 4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Natuurnetwerk Nederland; 11. Primaire waterkeringen buiten het kunstfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 14. Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. 3.1.1.2

Besluit ruimtelijke ordening

Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking toegevoegd. Daartoe is een artikellid ingevoegd op grond waarvan overheden nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen dienen te motiveren. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Ladder duurzame verstedelijking Per 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking, met als doel deze te vereenvoudigen en de onderzoekslasten te beperken. De nieuwe ladder luidt als volgt (artikel 3.1.6 lid 2 Bro): “De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.”

16

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

Voortaan geldt een onderbouwing op basis van “behoefte” (in plaats van 'actuele regionale behoefte'). Dit houdt in dat de reikwijdte van de stedelijke ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt, leidend is voor het ruimtelijk verzorgingsgebied waarbinnen de Laddertoets moet worden gedaan. Ook is dit leidend voor het al dan niet plegen van regionale afstemming. Zowel bij een ontwikkeling binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied blijft het van belang de behoefte te onderbouwen (ook al lijkt artikel 3.1.6, lid 2, Bro anders te suggereren). De derde trede van de eerdere Ladder onderbouwing (de eis dat gemotiveerd moet worden in hoeverre ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied passend zijn of worden ontsloten) is geschrapt. Er is een nieuw onderdeel toegevoegd aan artikel 3.1.6 (lid 3) Bro waarmee de Laddertoets bij flexibele planvormen (wijzigings- of uitwerkingsplan) kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan. Het voorliggende bestemmingsplan maakt een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk. Hiervoor is in paragraaf 3.3.2 Ladder duurzame verstedelijking een onderbouwing opgenomen. De in het plan voorziene ontwikkeling met 119 wooneenheden kan worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro wel van toepassing is.

3.1.1.3

Archeologie en cultuurhistorie

Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de beleidsmatige zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden dienen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed te worden meegenomen en te worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Mocht bescherming onvoldoende mogelijk zijn dan dient, volgens dit verdrag, de informatie te worden onttrokken aan de bodem via archeologisch onderzoek. Uitgangspunt hierbij is dat de initiatiefnemer van de verstoring van het bodemarchief de kosten van het onderzoek dient te dragen. Inmiddels zijn de uitgangspunten van het Verdrag in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de (voormalige) Monumentenwet 1988 via de wijzigingswet Wet op de Archeologische Monumentenzorg en de Erfgoedwet. Cultuurhistorie speelt een belangrijke rol bij de ruimtelijke inrichting van ons land. Het geeft identiteit en kwaliteit aan een gebied. Om deze redenen heeft het rijk de beleidslijn ingezet om cultuurhistorie onderdeel te laten zijn van het afwegingskader bij het opstellen van bestemmingsplannen. Deze beleidslijn is verwoord in de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009 en heeft geleid tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) sinds 1 januari 2012.

Met het gewijzigde Bro zijn gemeenten wettelijk verplicht cultuurhistorie deel uit te laten maken van het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het rijk vraagt hiermee aan gemeenten om bij het opstellen van bestemmingsplannen, projectafwijkingsbesluiten en beheersverordeningen cultuurhistorische gebouwen, objecten en structuren te inventariseren en daaraan conclusies te verbinden en die in het bestemmingsplan te verankeren. De Monumentenwet 1988 vormt de basis voor de monumentenzorg. Rijksmonumenten worden op basis van deze wet aangewezen, evenals rijksbeschermde stadsgezichten. Voor het wijzigen en slopen van rijksmonumenten is een 'Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten' nodig. Conclusie

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

17

In het plangebied bevinden zich geen rijksmonumenten. Het plan is niet in strijd met het rijksbeleid.

3.1.1.4

Onderbouwing actuele behoefte t.a.v. woningbouw

Nijmegen is een stad die voorlopig blijft groeien. Dit wordt veroorzaakt door een geboorteoverschot en door een immigratieoverschot. Demografische trends laten zien dat jongeren, hoogopgeleiden en ouderen naar de steden trekken vanwege het woonmilieu, de werkgelegenheid en voorzieningen. In Nijmegen wordt dit versterkt door de aantrekkingskracht van Universiteit en Hogeschool. Daardoor komen er veel jongeren naar de stad. Een deel van hen blijft hier ook wonen. Daarmee heeft Nijmegen een jonge bevolking. Volgens de prognoses van het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) blijft de bevolking voorlopig groeien. De laatste prognoses gaan voor Nijmegen uit van groei tot in ieder geval 2040 in plaats van 2030. Daarmee is Nijmegen in de regio de stad die sterk en het langst doorgroeit. De bevolkingsgroei en de grote woningvraag waarbij de woningvraag in Nijmegen ruimschoots het aanbod overstijgt, maakt de verdere ontwikkeling van Nijmegen Noord noodzakelijk. Er is nu zelfs sprake van overspannenheid op de woningmarkt. Er is dringend behoefte aan nieuwe woningbouwplannen en plancapaciteit om invulling te geven aan de gewenste versnelling van de woningbouwopgave. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan maakt een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk. Het plan speelt in op de actuele kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwbehoefte.

Geconcludeerd kan worden dat dit bestemmingsplan in overeenstemming is met het Rijksbeleid.

3.1.2

Relevant provinciaal beleid

3.1.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid en ambities over thema's zoals ruimte, energie, klimaat, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. De Omgevingsvisie is een 'plan' dat richting geeft (een gedeeld vergezicht), en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. De uitwerking van de Omgevingsvisie vindt plaats in sectorale of regionale programma's, waaronder de Regionale Energiestrategieën, Programma Mobiliteit, en Regionale Woonagenda's. De doelstelling van de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Hierbij ligt de focus op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie. De Omgevingsvisie omschrijft de doelstelling als volgt: gezond: een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, en de bescherming van onze flora en fauna; veilig: voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En aandacht voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid; schoon: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen.

En het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie; welvarend: een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen.

18

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

Duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie worden in onderlinge samenhang bekeken. Dit resulteert in ambities op het gebied van de energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en de woon- en leefomgeving. Deze ambities zijn gerelateerd aan de kerntaken van de provincie. Elke ambitie kent zijn eigen doelstellingen en aanpak. Voor de uitvoering hanteert de provincie vier 'doe-principes': 1. 2. 3. 4.

doen: de provincie kijkt breed met focus en zoekt actief ruimte; laten: de provincie stimuleert niets buiten haar visie; zelf: de provincie neemt zelf verantwoordelijkheid en geeft het goede voorbeeld; samen: de provincie werkt samen met partners en stimuleert innovatie en kennisdeling.

Sinds 2014 zijn vijf wettelijke verplichte planfiguren opgenomen in de Omgevingsvisie. Het gaat om ruimtelijk beleid, waterbeleid, milieubeleid, natuur- en landschapsbeleid, en verkeers- en vervoersbeleid.

3.1.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

De doelstellingen uit de Omgevingsvisie zijn juridisch vertaald in de Omgevingsverordening (31 maart 2021). De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de Provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De Omgevingsverordening heeft de status van een Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening.

3.1.2.3

Conclusie provinciaal beleid

Bij de verschillende deelparagrafen van hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het (provinciale) beleid dat specifiek op het betreffende thema van toepassing is in relatie tot de ontwikkelingen die in dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Geconcludeerd kan worden dat het bestemmingsplan past binnen het provinciale beleid.

3.1.3

Ladder duurzame verstedelijking

Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking toegevoegd. Daartoe is een artikellid ingevoegd op grond waarvan overheden nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen dienen te motiveren. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Per 1 juli 2017 is de Ladder voor duurzame verstedelijking gewijzigd, met als doel deze te vereenvoudigen en de onderzoekslasten te beperken. Voorbeeld hiervan is de mogelijkheid om bij uitwerkings- en wijzigingsplannen de laddertoets pas uit te voeren bij de vaststelling van het

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

19

uitwerkings- of wijzigingsplan. Met de gewijzigde ladder zijn de drie treden uit de vorige ladder komen te vervallen. De nieuwe ladder luidt als volgt (artikel 3.1.6 lid 2 Bro): "De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied." Het voorliggende bestemmingsplan maakt een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk. Hiervoor is in paragraaf 3.2.3 Ladder duurzame verstedelijking een onderbouwing opgenomen. Bij de verschillende deelparagrafen is ingegaan op het beleid dat specifiek op het betreffende thema van toepassing is (bijvoorbeeld ten aanzien van groen). Het gemeentelijk beleid is afgestemd op het rijksbeleid. Geconcludeerd kan worden dat dit bestemmingsplan in overeenstemming is met het rijksbeleid.

3.1.3.1

Kwantitatief

Volgens de prognoses van het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) blijft de bevolking voorlopig groeien. De laatste prognoses gaan voor Nijmegen uit van groei tot in ieder geval 2040. Daarmee is Nijmegen in de regio de stad die sterk en het langst doorgroeit. De bevolkingsgroei en de grote woningvraag waarbij de woningvraag in Nijmegen ruimschoots het aanbod overstijgt, maakt de verdere ontwikkeling van Nijmegen noodzakelijk zowel in de Waalsprong als in de bestaande stad. Er is nu zelfs sprake van overspannenheid op de woningmarkt. Er is dringend behoefte aan nieuwe woningbouwplannen en plancapaciteit om invulling te geven aan de gewenste versnelling van de woningbouwopgave.

3.1.3.2

Bestaand stedelijk gebied

De onderhavige ontwikkeling bevindt zich binnen het bestaand stedelijk gebied. Kwalitatief ligt de behoefte op het uitbreiden van de betaalbare woningvoorraad; met name behoefte aan appartementen. In de vrije sector huur richt de vraag zich ook met name op appartementen. In de koopsector is er vraag naar alle segmenten, grondgebonden woningen en appartementen, goedkoop, middelduur en duur. In de woonmilieus met veel functiemenging richt de kwalitatieve woningbehoefte zich sterk op appartementen (met name sociale huur en vrije sector huur). Het programma van 119 huurappartementen van verschillende grootte voldoet aan de lokale behoefte.

3.1.3.3

Conclusie

Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de transformatie ontwikkeling van 119 woningen. Dit past binnen de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte. Ook past deze ontwikkeling in de provinciale doelen, bijvoorbeeld ten aanzien van dynamisch Gelderland.

20

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

3.2

Relevant gemeentelijk beleid

3.2.1

Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging'

In de Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging' beschrijft de gemeente haar visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de stad tot 2040. De Omgevingsvisie gaat om meer dan alleen ruimtelijke aspecten, zo beschrijft de visie hoe de inrichting van de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan sociale, maatschappelijke en economische doelen. De Omgevingsvisie vervangt sectorale beleidsvisie voor thema's die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Hiermee biedt de Omgevingsvisie één integraal document met de kaders voor het ruimtelijk beleid van Nijmegen. De Omgevingsvisie bouwt o.a. voort op bestaand beleid, het coalitieakkoord 2018-2022, en de structuurvisie uit 2013. In oktober 2020 is de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De Omgevingsvisie dient 4 doelen: 1. 2. 3. 4.

Een kader en inspiratie bieden voor initiatiefnemers uit de stad Het geven van spelregels voor afstemming met de omgeving bij ontwikkelingen Het in samenhang presenteren van de Nijmeegse ambities, als uitgangspunt bij het werk van medewerkers van de gemeente Te gebruiken als sturingsinstrument voor het college van B&W en de gemeenteraad bij ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen

Uitgangspunt: Groei binnen de bestaande stad De Omgevingsvisie constateert dat Nijmegen tot 2040 blijft groeien in aantal inwoners, werknemers en bezoekers. Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie is het streven om die toekomstige groei te accommoderen binnen de bestaande grenzen van de stad. Zo blijft het aantrekkelijke landschap rondom de stad behouden en helpt verdichting bovendien om het draagvlak voor voorzieningen in stand te houden. Ruimte voor nieuwe woningen en werkgelegenheid wordt dus gezocht binnen de bestaande stadsgrenzen, waarbij de focus ligt op de volgende gebieden: Waalsprong, Waalfront, centrum/stationsomgeving, Kanaalzone/Winkelsteeg en campus Heyendaal. Opgaven en ruimtelijke keuzes 4 opgaven en 8 richtinggevende keuzes staat centraal in de Omgevingsvisie (zie figuren). Nieuwe ruimtelijke initiatieven dienen altijd bij te dragen aan de 4 grote opgaven uit de Omgevingsvisie, en bij voorkeur aan meer dan één tegelijkertijd.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

21

4 opgaven De Economisch veerkrachtige stad, Sociale en gezonde stad, Aantrekkelijke stad, en Duurzame stad zijn de vier opgaven die de basis vormen van het bestuursakkoord (2018-2022) en de Omgevingsvisie. Van hieruit wordt de ontwikkeling van de stad bekeken en worden onze ambities geformuleerd. 1.

Economisch veerkrachtige stad We gaan onze economische kansen beter benutten. We willen dat de banengroei in onze stad zich gaat verhouden tot de bevolkingsgroei en mobiliseren ons onbenutte potentieel. Dit doen we met de stad én met de regio, die de motor is van onze economische groei. We hebben economisch sterke sectoren in de stad, maar we hebben ook dringend behoefte aan meer werkgelegenheid voor zowel hooggeschoolden als voor praktisch werkenden.

2.

Sociale en gezonde stad Nijmegen is en blijft een sociale stad. We werken aan gevarieerde, gemengde wijken en willen sociale tegenstellingen en maatschappelijke onvrede verkleinen.

3.

Aantrekkelijke stad Nijmegen is een prachtige stad en dat blijven we. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. We willen onze sterke identiteit als stad met historie in een groene omgeving behouden en uitdragen. Nijmegen staat landelijk in de top 3 van steden met het hoogste percentage woningtekort. We blijven groeien. Het aantal ouderen neemt toe, maar er vestigen zich ook meer jongeren. Deze voor Nederland bijzondere dubbele groei vraagt veel van onze stedelijke voorzieningen.

4.

Duurzame stad Nijmegen loopt voorop in de uitvoering van de duurzaamheidsopgaven voor Nederland. We hebben de ambitie en de potentie om samen met de regio koploper op het gebied van duurzaamheid en circulariteit te blijven. De oplossingen die we samen met de stad en regio uitwerken voor de energietransitie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en circulaire economie zijn ook voor de rest van het land van belang.

8 richtinggevende keuzes De 4 opgaven voor Nijmegen zijn goed te combineren, we kijken daarom naar integrale oplossingen. Waarbij we een vraagstuk vanuit meerdere invalshoeken benaderen en de oplossing bijdraagt aan het oplossen van meerdere problemen. Hieronder de kern van de richtinggevende keuzes uit de Omgevingsvisie.

22

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

1. Compacte, dynamische stad Omdat we de impact van groei op de omgeving zo klein mogelijk willen houden ligt de nadruk op verdichting. De groeiopgave willen we benutten om kwaliteit toe te voegen aan de stad, o.a. door meer functiemenging, informele werkmilieus en transformatie. Stedelijke knooppunten, daar waar voorzieningen, werklocaties en vervoersstromen samenkomen, zijn kansrijke plekken voor verdichting en functiemening. Bij nieuw te bouwen woningen verschuift het accent naar een- en tweepersoonshuishoudens, waaronder betaalbare woningen voor studenten, starters, ouderen en kwetsbare doelgroepen. Voor nieuwe kantoren is vooral het stationsgebied kansrijk. Brabantse Poort en Campus Heyendaal beschouwen we als toekomstbestendige kantoorlocaties. Voor onder meer logistiek en de maakindustrie ontwikkelen we in overleg met regio bedrijventerrein de Grift. Het Engieterrein wordt herontwikkeld voor watergebonden bedrijvigheid en bedrijven die duurzame energie opwekken. Op de campussen richten we ons op herontwikkeling, intensivering en functiemenging. In Winkelsteeg onderzoeken we de mogelijkheden voor een gemengd stedelijk milieu, daarbij rekening houdend met de perspectieven en ontwikkelmogelijkheden van bestaande en toekomstige bedrijvigheid. 2.

Toekomstbestendige wijken Om tot een inclusieve en vitale stad te komen, streven we onder meer naar een goede mix van allerlei typen woningen en woonmilieus in sociale huur, huur en koop. In combinatie met de daarbij passende, bereikbare en goed toegankelijke voorzieningen. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen staan de leefwereld, het welbevinden en de gezondheid van inwoners centraal. Tijdelijke functies en initiatieven ondersteunen we om verbeteringen te realiseren. 3. Groene, gezonde stad We willen als stad bijdragen aan de gezondheid van onze inwoners en het verbeteren van de biodiversiteit. Een gezonde leefomgeving is daarbij een belangrijk integraal thema, waarbij het o.a. gaat om luchtkwaliteit, geluidsbelasting, hitte, groen en water, bewegen en mobiliteit, ontmoeten en voorzieningen. Dichtbij huis zijn er mogelijkheden om te ontmoeten, wandelen, spelen en sporten. Daarvoor ontwikkelen we o.a. een netwerk van aantrekkelijke beweegroutes op stad- en wijkniveau. 4. Duurzame mobiliteit In de regio Arnhem-Nijmegen werken we gezamenlijk aan duurzame mobiliteit en bereikbaarheid. Het gaat om het inzetten en stimuleren van schone vervoersmiddelen en het efficiënter benutten van vervoer. Om de stad te laten groeien zonder mobiliteitsproblemen te laten ontstaan zetten we in op: lopen, fiets, OV en Mobility as a Service.

Met deze vervoersvormen kunnen we een aantal maatschappelijke doelen bereiken. Duurzame mobiliteit brengt mensen in beweging, is goed voor de gezondheid en luchtkwaliteit, versterkt sociale cohesie, creëert gelijke kansen, versterkt de economische structuur en draagt bij aan de beleving van de stad. 5. Energieopgave Ons doel is dat Nijmegen uiterlijk in 2045 energieneutraal en aardgasvrij is. Samen met andere gemeenten, waterschappen en de provincie stellen we een Regionale Energie Strategie (RES) op. Hierin maken we keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor nodige opslag- en energie infrastructuur. De RES geeft met zoekgebieden aan welke gebieden in de regio geschikt zijn voor de opwekking van hernieuwbare energie.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

23

6. Groter centrumgebied De komende jaren werken we aan de verbreding van het centrum naar de gebieden rondom de Waal. Onder de noemer 'Nijmegen omarmt de Waal' realiseren we verschillende projecten en ontstaat hier een variatie van nieuwe gemengde milieus en hebben de rivieroevers een belangrijke openbare functie. Het gaat o.a. om de Stationsgebied, NYMA, Hof van Holland, Waalkade, Valkhofkwartier, Vlaams Kwartier, en Burchtstraat/Augustijnenstraat. 7. Sterke campussen De komende jaren blijven we investeren in de clusters Health & high Tech om nieuwe banen te creëren. We willen ruimte bieden aan nieuwe bedrijven en meewerken aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dit doen we mede door te investeren in uitstraling en kwaliteit en door de mogelijkheden voor intensivering en functiemenging op campussen te onderzoeken. De Novio Tech Campus, Campus Heyendaal en de binnenstad zijn sterke campussen in Nijmegen. 8. We omarmen het kanaal We zien een samenballing van opgaven rondom het Maas-Waalkanaal. Hier zien we kansen voor intensivering en transformatie in de huidige woongebieden in Dukenburg, Lindenholt, Neerbosch-Oost, Hatert, groene gebieden en de werkgebieden Winkelsteeg en Oost-Kanaalhavens. Door de Kanaalzone tot ontwikkeling te brengen werken we o.a.

aan een betere verbinding van Dukenburg en Lindenholt met de rest van de stad en geven we de bestaande wijken rondom het kanaal een impuls. De transformatieopgave vraagt om verdere verkenning en onderzoek.

3.2.2

Conclusie

In relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied zijn de punten 1, en 2 van het beleid uit deze Omgevingsvisie relevant. De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit beleid omdat de herontwikkeling van het winkelcentrum Weezenhof en de bouw van 119 levensloopbestendige huurappartementen bij draagt aan een compacte, dynamische stad met toekomstbestendige wijken en de energieopgave aangezien de woningen aardgasvrij worden gebouwd.

3.2.3

Ladder duurzame verstedelijking

3.2.3.1

Bestaand stedelijk gebied

De onderhavige ontwikkeling bevindt zich binnen het bestaand stedelijk gebied. Kwalitatief ligt de behoefte op het uitbreiden van betaalbare woningen (sociale huur, middeldure huur en betaalbare koop); met appartementen. In de vrije sector huur richt de vraag zich ook met name op appartementen. In de koopsector is er vraag naar alle segmenten, grondgebonden woningen en appartementen, goedkoop, middelduur en duur. In de woonmilieus met veel functiemenging richt de kwalitatieve woningbehoefte zich sterk op appartementen (met name sociale huur en middeldure huur). Het programma van 119 huurappartementen van verschillende grootte uit dit plan voldoet aan de lokale behoefte.

24

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

3.2.3.2

Winkelcentrum

In het vigerende bestemmingsplan 'Nijmegen Dukenburg 2021' (vastgesteld 9-3-2022) geldt voor winkelcentrum Weezenhof dat detailhandel is toegestaan. Het aantal supermarkten is in het centrum wel beperkt tot maximaal 2, conform de bestaande situatie anno 2008. Destijds telde het winkelcentrum 2 supermarkten van 650 m2 en van 1.000 m2. Met de beoogde ontwikkeling zal de nieuwe planologische situatie één supermarkt toestaan (van maximaal 2.150 m2 bvo) in plaats van twee supermarkten. Het totale oppervlak van de footprint van de nieuwe bebouwing (3.308,49 m2) waarbinnen supermarkt en detailhandel mogelijk zijn, zal kleiner zijn dan het bestaande totale oppervlak (3.572,63 m2) dat het in 2022 vastgestelde bestemmingsplan mogelijk maakt, zie figuur 1.

figuur 1: Bebouwing nieuwe situatie t.o.v. bestaande situatie

De afname het het oppervlak van de footprint van de situatie van 2008 ten opzichte van de komende (vervangende) nieuwbouw heeft tot gevolg dat voor het winkelcentrum geen ladderonderbouwing noodzakelijk is.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

25

Eind 2018 heeft BRO onderzoek gedaan naar de distributieve haalbaarheid en effecten van plannen in de winkelcentra Meijhorst, Weezenhof en Malvert voor de consumentenverzorging en detailhandelsstructuur in Dukenburg (Rapport Nijmegen, Visie boodschappencentra stadsdeel Dukenburg, d.d. 8 februari 2018). Op basis hiervan heeft de gemeenteraad gekozen voor vernieuwen van winkelcentra Meijhorst en Weezenhof. De voorgenomen vervangende nieuwbouw van het winkelcentrum heeft aanleiding gegeven te onderzoeken of de conclusies uit het rapport van 2018 nog actueel en van toepassing zijn. BRO heeft hierop een geactualiseerd rapport opgesteld in bijlage met op die nieuwe situatie van toepassing zijnde behoefteberekeningen.

3.2.3.3

Opzet geactualiseerd onderzoek

Voor de dagelijkse detailhandel wordt het economisch functioneren en de kwantitatieve behoefte in beeld gebracht: Vraaganalyse: inzicht in samenstelling en ontwikkeling verzorgingsgebied (inwoners, bevolkingssamenstelling, bevolkingsprognose en bestedingen) en de relevante koopstromen (koopkrachtbinding en koopkrachttoevloeiing). Aanbodanalyse: specifiek ten aanzien van dagelijkse sector en supermarkten (omvang, samenstelling, spreiding, concurrentie, kwaliteit). Dit is gebaseerd op de meest recente Locatus-data. Ook worden relevante plannen en initiatieven in de omgeving in kaart gebracht. Bepaling economisch functioneren (dagelijkse sector): op basis van deze berekening geven we aan in hoeverre er distributieve uitbreidingsruimte is (marktruimte) en wat de ruimtelijk-functionele effecten zijn van de voorgenomen ontwikkeling op het overige aanbod. De conclusies zijn opgenomen in de volgende paragraaf. De analyse en onderbouwing is opgenomen in de bijlage van deze notitie.

3.2.3.4

Tussenconclusie

Het bestaande dagelijks aanbod in Dukenburg Zuid is circa 325 m2 per 1.000 inwoners, wat relatief beperkt is ten opzichte van het landelijk gemiddelde van circa 380 m2 per 1.000 inwoners. Daarnaast is het aandeel leegstand in Dukenburg Zuid zeer beperkt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Dit geeft een indicatie dat de buurt- en wijkcentra in Dukenburg Zuid relatief goed functioneren. Het goed functioneren van het dagelijkse aanbod in Dukenburg Zuid komt ook naar voren uit de omzet per m2 wvo, die rond het landelijk gemiddelde ligt. Tot 2030 ontstaat in de dagelijkse sector uitbreidingsruimte van maximaal 300 m2 wvo. Met de beoogde uitbreiding van de Lidl neemt het functionele aanbod in Dukenburg Zuid toe met circa 815 m2 wvo. Door de uitbreiding daalt de vloerproductiviteit met 4% tot maximaal 9% ten opzichte van de huidige vloerproductiviteit. Dit is weliswaar een afname maar deze kan worden gezien als een aanvaardbaar ondernemersrisico. Het betreft bovendien uitbreiding van een bestaande supermarkt, er wordt geen nieuwe speler toegevoegd in Dukenburg Zuid. Ook dat maakt dat het effect op de bestaande detailhandelsstructuur minder groot zal zijn. De ontwikkeling in winkelcentrum Weezenhof moet bezien worden in relatie tot de ontwikkelingen in omliggende centra. Anno 2022 zijn er (sinds 2018) 3 supermarkten gemoderniseerd in Dukenburg Zuid.

Er is bewust de keuze gemaakt om de supermarkt in Malvert enkel intern te verbouwen en het winkelvloeroppervlak niet verder uit te breiden, kijkend naar de relatief beperkte uitbreidingsruimte op niveau van Dukenburg Zuid. De supermarkten in Meijhorst en Weezenhof krijgen wel de ruimte om uit te breiden. Daarbij is

26

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

belangrijk dat de nieuwe planologische situatie in Weezenhof slechts 1 supermarkt toestaat in plaats van 2 (huidige situatie). Tot slot is een vernieuwing van het supermarktaanbod in Weezenhof nodig om de consumenten in de wijk goed te kunnen blijven bedienen: de supermarkt is nu te klein, het winkelcentrum is qua opbouw en uitstraling sterk gedateerd en bezoekers zijn ontevreden over het centrum. Een uitbreiding van de Lidl zorgt voor het versterken van de consumentenverzorging in Dukenburg Zuid. Modernisering van het aanbod draagt bovendien bij aan de mate waarin de supermarkten kunnen concurreren met elkaar, maar ook met online-aanbod. 3.2.3.5

Conclusie

Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de transformatie ontwikkeling van 119 woningen. Dit past binnen de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte. Ook past deze ontwikkeling in de provinciale doelen, bijvoorbeeld ten aanzien van dynamisch Gelderland. Er wordt een bijzonder stedelijk woonmilieu gecreëerd in de wijk Weezenhof. Aangezien de herontwikkeling van het winkelcentrum Weezenhof gepaard gaat met een aboslute afname van het aantal m2 is een ladderonderbouwing op het winkelcentrum niet van toepassing. Uit het actualisatieonderzoek van BRO op het Rapport Nijmegen, Visie boodschappencentra stadsdeel Dukenburg, d.d. 8 februari 2018 volgt dat de herontwikkeling van het winkelcentrum Weezenhof past bij de kwantitatieve - en kwalitatieve behoefte van de consument aan een compleet en modern dagelijks winkelaanbod.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

27

28

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

Hoofdstuk 4 4.1

Sectorale aspecten

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in eerste kolom van de zogenaamde D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. De realisatie van de woningen kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject, maar blijft ruim onder de drempelwaarde. Dit neemt niet weg dat in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Dit dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria: 1. Kenmerken van het project; 2. Plaats van het project; 3. Kenmerken van het potentiële effect. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn in de vormvrije mer-beoordeling van (bijlage) diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Uit de beoordeling is gebleken dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER niet aan de orde is.

4.2

Stedenbouwkundige /landschapelijke aspecten

De ruime groen-stedelijke opzet van de wijk biedt kansen om de groenkwaliteit in de herontwikkeling van winkelcentrum Weezenhof terug te laten komen. Vanuit de context gezien kan er meerwaarde ontstaan door nieuw toe te voegen groen te schakelen aan de al aanwezige groenstructuur. Ook het met elkaar verbinden van groene zones en wandelroutes rondom de locatie door middel van groenvoorzieningen en wandelpaden kan een meerwaarde leveren aan niet alleen de bewoners van het nieuwe gebouw, maar ook de gehele buurt. Binnen de wijkstructuur is een bouwvorm die afwijkt van de laagbouw en losstaande flatgebouwen passend, omdat het huidige winkelcentrum ook een verbijzonderde positie inneemt in de wijk. Door de nabijheid van de flatgebouwen aan de noordzijde van de locatie is een mate van hoogbouw passend, Aan de zuidzijde is aansluiting gezocht bij de laagbouw. De nieuwbouw geeft een impuls aan de wijk, met name aan de sociale veiligheid en cohesie van de wijk. Daar zal aandachtig gekeken moeten worden naar een goede mix van functies en de relatie privé-openbaar, zodat er meerdere dagdelen mensen zicht hebben op en gebruik maken van de openbare ruimte. Denk bijvoorbeeld aan half-inpandige balkons en daktuinen. De huidige en toekomstige beplanting kan ingezet worden voor de omzoming van parkeerplaatsen en/of het verfraaien van de te komen groene (openbare) ruimtes.

Het plan heeft een heldere opzet van winkels en gezondheidscentrum in de plint en woningen op de verdiepingen daarboven. De bij het programma behorende parkeeropgave wordt rondom het nieuwe gebouw gepositioneerd, met name aan de oost- en westzijde. Hierdoor ontstaat ook enige afstand tussen het nieuwe gebouw en de naastliggende woningen en schoolgebouw.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

29

De plint is los herkenbaar van het geheel door een dubbelhoge pui. Daardoor ontstaat een verticale geleding die verder tot uitdrukking komt in de verticale raampartijen, pilasters en parcellering. De bouwhoogte van het planvoorstel weerspiegelt de bouwhoogtes van de omringende bebouwing, met aan de noordzijde richting de flatgebouwen hogere volumes van maximaal 12 lagen, en aan de zuidzijde richting de laagbouw volumes tot maximaal 5 lagen. Er wordt een parcellering in het volume gesuggereerd door tussen de hoogteverschillen dakterrassen en versprongen gevels toe te passen, terwijl voor het geheel dezelfde materialisatie wordt aangehouden. Aan de zuidzijde wordt ook een opening gemaakt ter hoogte van de daktuin. Zo ontstaat er een onderbreking van het volume aan deze zijde tegenover de laagbouwwoningen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de twee grote parkeerplaatsen van het planvoorstel. De oostelijke parkeerplaats is bestemd voor de commerciële en maatschappelijke functies in de plint en is geheel verhard. Tussen de de parkeerkoffers in worden heggen en bomen aangeplant om deze parkeerplaatsen te omzomen. De parkeerplaats aan de westzijde van het gebouw wordt ingericht voor de bewoners. Deze bestaat uit halfverharde parkeerplaatsen en afwisselend grasvlaktes en bomen.

Grofweg de helft van deze parkeerplaats is vanaf de noordzijde te bereiken, de andere helft via de zuidzijde. In het midden is een plein geplaatst die het autoverkeer onderbreekt, met aan de ene zijde de Prins Clausschool en de andere zijde de woningen in de plint van de nieuwbouw. De twee parkeerplaatsen worden op de kavel aan de noordzijde met elkaar verbonden. De groene lobben en wandelpaden die kenmerkend zijn voor Weezenhof worden verlengd in het planvoorstel. Aan de westzijde worden deze samen verlengd tot de entree van het schoolplein en het gezamenlijk pleintje tussen de parkeerplaatsen. Voorlangs de west- en zuidzijde wordt een pad met groenstrook aangelegd welk aan de zuid-oostelijke zijde weer overgaat in een meanderend wandelpad. Deze kruist de expeditie van de supermarkt die op half-verharde wijze wordt aangelegd.

4.2.1

Bezonning en wind

Bezonning In Nederland zijn geen formele wettelijke normen en eisen ten aanzien van de bezonning van gebouwen. Gemeenten zijn daarom vrij om een eigen invulling te geven aan de eisen omtrent bezonning. Wel is er een norm van TNO, die een lichte en strenge variant omvat. Volgens de lichte norm is er sprake van een goede bezonning wanneer er twee bezonningsuren zijn per etmaal, in de periode 19 februari tot en met 21 oktober, in het midden van de vensterbank aan de binnenzijde van het raam. Volgens de strenge norm is er sprake van een goede bezonnning wanneer er drie bezonningsuren zijn per etmaal, in de periode 21 januari tot en met 22 november, in het midden van de vensterbank aan de binnenzijde van het raam. Voor de ontwikkeling van het winkelcemntrum Weezenhof is door Flow Archetecten een bezonningsonderzoek uitgevoerd. uit het onderzoek volgt dat de omliggende bebouwing wel wat hinder van de voorgenomen nieuwbouw zal ervaren, maar dat de bezonning nog steeds ruimschoots binnen de TNO-normen valt. Aangezien de gemeente Nijmegen verder geen specifieke normen of eisen voor de bezonning heeft vastgesteld, wordt gesteld dat de bezonning op de omliggende bebouwing ruimschoots voldoende is na ontwikkeling van de nieuwbouw. Windhinder

30

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

De beoordeling van het windklimaat met betrekking tot windhinder en windgevaar, is in Nederland vastgelegd in de norm NEN 8100. Om te bepalen of windhinder en/of windgevaar te verwachten is, kan in eerste instantie gebruik worden gemaakt van het beslismodel in de NEN 8100. Hierin wordt onder meer beschreven in welke situaties windklimaatonderzoek nodig is. Voor gebouwen met een hoogte vanaf 30 meter wordt nader onderzoek met CFDof windtunnelsimulatie noodzakelijk geacht. Gezien de geplande bouwhoogte van 36,9 meter, wordt het uitvoeren van een windklimaatonderzoek als noodzakelijk beschouwd. Voor de ontwikkeling van het winkelcentrum windklimaatonderzoek met behulp van CFD uitgevoerd.

Weezenhof

is

door

Peutz

een

Uit de resultaten van het onderzoek kunnen de volgende conclusies getrokken worden: In de geplande situatie is rondom de geplande bebouwing op de meeste plaatsen een lage hinderkans te verwachten, waarmee het windklimaat voor het criterium doorlopen als goed beoordeeld wordt. Aan de noordzijde van de geplande bebouwing is plaatselijk een matig windklimaat vastgesteld. Voor dit gebied wordt een goede terreininrichting geadviseerd om het windklimaat te verbeteren. Aan de zuidzijde van de geplande bebouwing zou tevens een verbetering van het windklimaat kunnen worden gerealiseerd met een goede terreininrichting. Voor het plaatsen van gebouwentrees dient gestreefd te worden naar een hinderkans van lager dan 5%, hetgeen overeenkomt met een beoordeling goed voor het criterium slenteren. Indien een gebouwentree wordt geplaatst op een positie waar een hogere hinderkans is vastgesteld dienen lokale windafschermende maatregelen te worden toegepast, zoals schermen of het verdiepen van de entree in de gevel.

4.3

Wonen

4.3.1

Woonagenda subregio Nijmegen en omstreken 2017-2027

Met de “Woonagenda subregio Nijmegen en omstreken 2017-2027” hebben we samen met de regio afspraken gemaakt over het wonen in de regio. De gemeente Nijmegen heeft hierin als richtlijn het bouwen van 12.050 woningen tot 2027 (op basis van de meest recente Primos-prognose). Om de versnelling vorm te geven mag 70% van het totale aantal woningen in de eerste jaren worden toegevoegd. Centraal staat goed wonen en leven voor alle huidige en toekomstige inwoners van de regio gemeenten. De woningvoorraad en woonomgeving moet kunnen voldoen aan de (veranderende) woonbehoeften van de inwoners met voldoende aanwezige of bereikbare voorzieningen in de buurt. Afgesproken is aandacht te schenken aan de relatie tussen wonen en mobiliteit, versterking van openbaar groen, energieneutraliteit, alternatieve energieopwekking en voldoende levensloopbestendige woningen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

31

4.3.1.1

Regionaal woningmarktonderzoek 2019

De woningenmarkt van Arnhem-Nijmegen staat onder druk. De woningbehoefte is dermate groot dat een tempoversnelling n productie nodig is: van 3.100 woningen per jaar (realisatie 2015-2018) naar 3.400 tot 3.900 per jaar. Dit is inclusief het inlopen van een groot deel van het actuele woningtekort (circa 5.800 woningen tot 2030). Het tekort is verhoudingsgewijs het grootst in de regio Nijmegen, vervolgens in de regio Arnhem en daarna in De Liemers. Het zwaartepunt voor de korte termijn ligt op het zorgen voor voldoende nieuwbouw om in te spelen op de acute woningvraag. Op de regionale woningmarkt is er een mismatch tussen vraag en aanbod. Dit is vooral het gevolg van het groeiende aantal kleine huishoudens Dit vertaalt zich in een behoefte aan gemaksvriendelijke kleinere appartementen. In de sociale en middeldure huursector is er in de hele regio een transformatieopgave van traditionele rijwoningen naar kleinere woningen voor 1- en 2-persoonshuishoudens.

4.3.1.2

Demografische ontwikkeling Nijmegen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=6503cc5a-9802-453e-807b-3c32b007a463