CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen en antwoorden jaarrekening 2024

Besluitronde (raadsvergadering) 28 mei 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Jaarrekening 2024 (25/2025)4.457 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen Stadsrekening 2024 Inhoud Programma Bestuur & Organisatie ...............................................................................................................................2 Programma Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg ...........................................................................................................3 Programma Werk en Inkomen ......................................................................................................................................7 Programma Wonen en stedelijke ontwikkeling ...........................................................................................................8 Programma Openbare Ruimte ......................................................................................................................................9 Programma Financiën .................................................................................................................................................10

Programma Bestuur & Organisatie Programma

Website

Bestuur en Organisatie bladzijde: 21-31

Papier/PDF

Vraag: Algemene vraag over personele ambtelijke bezetting en onderbezetting intern door krapte op de arbeidsmarkt, verloop en inhuren van tijdelijke krachten (interim/detacheringsbureaus, uitzendbureaus. 1. De intern ambtenarenorganisatie kampt al enige tijd met onderbezetting op verschillende afdelingen. Om hoeveel voltijds fte’s gaat het in 2024 en hoeveel personele kosten zijn hierdoor ‘bespaard’ in 2024? 2. Hoeveel personele kosten zijn er uitgegeven in 2024 middels (tijdelijke) inhuur en om hoeveel mensen gaat het? 3. Wat is de verhouding in inhuur van personeel op uitvoerend personeel /beleid/middelmanagement en hoger managementniveau in 2024? 4. Is er sprake van een stijging in inhuur in 2024 t.o.v. 2023 en 2022 en met welk percentage? Antwoord: 1. We registreren niet waar er sprake is van personele onderbezetting. We kunnen dus niet aangeven hoeveel fte’s dit betreft. Onderbezetting bestaat uit de behoefte aan extra inzet vanwege extra werk waarvoor nog geen geld beschikbaar is gesteld én uit het niet kunnen vervullen van (externe) vacatures vanwege krapte op de arbeidsmarkt. Bij het niet kunnen vervullen van behoefte aan arbeidskracht d.m.v. vacatures wordt vaak gebruik gemaakt van inhuur om werkzaamheden en ambities toch te kunnen realiseren. Van ‘besparing’ is dan ook geen sprake. 2. In 2024 is € 32.424.000 aan inhuur uitgegeven.

Omdat de (tijdelijke) inhuur in volume en tijdsduur heel erg verschillend is en de jaargrenzen overschrijdt, is niet aan te geven hoeveel mensen of fte’s dit bedrag precies betreft. 3. We registreren niet op welke werk-categorieën inhuur wordt ingezet. Het zijn ook vaak specifieke werkzaamheden die afwijken van de bestaande functiestructuren zoals bijvoorbeeld de inzet voor vluchtelingenopvang. 4. Kosten inhuur Kosten 2022 2023 2024

Arbeidsovereenkomsten € 120.215.000 € 132.824.000 € 148.089.000

Inhuur € 21.747.000 (15%) € 29.287.000 (18%) € 32.424.000 (18%)

De inhuur bedroeg in 2024 18% van de totale arbeidskosten. Dat is gelijk aan het percentage van 18% in 2023. In absolute zin is de inhuur gestegen van € 21.747.000 (2022) naar € 29.287.000 (2023) en € 32.424.000 (2024). De uitgaven aan inhuur zijn meegegroeid met de totale uitgaven aan arbeidskosten van de organisatie. Er is een aantal redenen waarom de kosten van inhuur stijgen: De kosten van arbeid stijgen door inflatie, CAO-stijgingen en arbeidsmarktkrapte; De uitvoering van tijdelijke projecten en extra ambities zoals opvang vluchtelingen in het sociale domein en gebiedsontwikkelingen in het fysieke domein; Het tijdelijk vervullen van onvervulbare vaste vacatures met inhuur; Extra werkzaamheden als gevolg van de groei van de stad

2

Programma

Website

Bestuur en Organisatie

Papier/PDF

bladzijde: 12

Vraag: Implementatiekosten nieuw financieel systeem (0,8 miljoen nadeel) De invoering van een nieuw financieel systeem heeft, vooral vanwege vertraging, tot hogere kosten voor consultants en externe expertise geleid.’ 1. Graag ontvangen we de oorspronkelijke begroting van het financieel systeem en de tot nu toe jaarlijkse vermeldingen van tegenvallers in de stadsrekening. Naast de oorspronkelijke begroting ontvangen we graag het huidig budget om een goed vergelijk te maken tussen het oorspronkelijke plan en huidig gemaakte kosten. Daarbij willen we graag een verklaring ontvangen voor het totale tegenvallende resultaat. 2. Zijn de kosten op het oorspronkelijke budget afgerond of verwachten we nog tegenvallers op dit systeem in 2025? 3. Wat zijn daarnaast de jaarlijks opgenomen kosten voor dit systeem? Zoals bijvoorbeeld maar niet uitsluitend: licentie, service en onderhoud? Antwoord: 1. De oorspronkelijke raming was € 1.042.820. In 2023 zijn de kosten voor de implementatie van het nieuwe financieel systeem opgevangen binnen de begroting. In 2024 zijn bij de 1e (€ 6 ton) en 2e Voortgangsmonitor (€ 7 ton) meldingen gedaan over verwachte tekorten. In eerste aanleg was het de bedoeling dat het eigen personeel zich zou bezighouden met de inrichting van het nieuwe financiële systeem.

Echter, de inrichting bleek veel complexer en veel meer werk dan gedacht, waardoor de implementatie met een jaar moest worden uitgesteld en er personeel van buitenaf is ingeroepen om te helpen met de inrichting van het financiële systeem. 2. Dit jaar wordt nog een kostenpost verwacht van € 210.000 voor de laatste termijn implementatie kosten plus € 35.000 voor de kosten van koppelingen en € 236.761 voor het inhuren consultants. Totale kosten € 481.761. Na afronding van het project in 2025 heeft de implementatie in totaal € 1.621.716 gekost. 3. We hebben in onze begroting voor jaarlijkse kosten voor het systeem een budget van € 210.000 opgenomen.

Programma Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg Programma

Website

Welzijn/wijkontwikkeling/zorg

Papier/PDF

bladzijde: 13

Vraag: Wmo huishoudelijke verzorging. 1,4 mln euro voordeel door: 1. Vanaf 2022 achterstanden bij verwerken aanvragen door onderbezetting. In 2024 met huidige bezetting nog steeds achterstanden in verwerken aanvragen. Gemiddelde wachttijd nu in de praktijk en hoeveel tijd staat hier formeel voor? 2. Wat is de huidige bezetting Wmo in voltijds fte’s voor verwerking aanvragen huishoudelijke hulp. Hoeveel voltijds fte’s waren dit er in 2022? 3. Zijn er meer aanvragen voor huishoudelijk hulp en zo ja, hoeveel in 2019 totaal per jaar en hoeveel in 2022 en hoeveel in 2024? 4. Hoeveel voltijds fte’s zijn er daadwerkelijk structureel nodig voor verwerken van aanvragen van huishoudelijke hulp in 2025 en verder?

3

5.

Is de huidige bezetting voor aanvragen huishoudelijke hulp voor 100% inzetbaar geweest voor deze aanvragen of hebben zij andere opdrachten moeten uitvoeren en hoeveel % zijn ze in 2024 hier op ingezet?

Antwoord: 1. Wmo aanvragen voor hulp bij het huishouden, hulpmiddelen en vervoer komen op één wachtlijst terecht bij de Wmo-consulenten, waardoor er geen onderscheid te maken is in de wachttijd per Wmo-voorziening. Op 29 april 2025 was de gemiddelde wachttijd op de wachtlijst voor de Wmo-consulenten 41 dagen. Dit betekent dat inwoners die op 29 april 2025 een melding hebben gedaan, gemiddeld 42 dagen zullen moeten wachten op het onderzoek van de Wmo-consulent. We zien dat inwoners die aan de beurt kwamen voor het onderzoek door de Wmo-consulent in april 2025, hierop gemiddeld 67 dagen hebben moeten wachten. Formeel moet het onderzoek inclusief besluit door de consulent binnen 8 weken na datum aanvraag zijn afgerond. 2. Het is niet mogelijk om de bezetting op specifiek hulp bij het huishouden te meten. De Wmo-consulenten werken in clusters per stadsdeel en pakken zowel aanvragen op voor hulp bij het huishouden als andere Wmo (klassiek)- voorzieningen, op basis van wat bovenaan de wachtlijst staat of voorrang heeft. De huidige bezetting Wmo-consulenten die de aanvragen voor hulp bij het huishouden, hulpmiddelen en vervoer behandelen is 26,51 fte, waarvan 4,94 fte inhuur. In april 2022 was het totaal 23,7 fte. Hiervan was 3 fte inhuur. In december 2022 was het totaal Wmo-consulenten 26,6 fte, waarvan 7,8 fte inhuur. 3.

Hierop kunnen we geen antwoord geven, doordat we de aanvragen niet kunnen koppelen aan de daadwerkelijke indicaties. Wat we kunnen zeggen, is dat tussen 2019 en 2022 een toename is van 17% unieke cliënten dat gebruik maakt van hulp bij het huishouden. Voor 2024 is het aantal unieke cliënten ten opzichte van 2022 stabiel gebleven. De uitblijvende verzilvering van de ondersteuning door wachtlijsten bij de Wmo-consulenten kan hierin deels een rol spelen. De cijfers zijn gebaseerd op gedeclareerde zorg. Tabel: Unieke cliënten hulp bij het huishouden Unieke cliënten % groei t.o.v. 2019

2019

2022

2024

4.609

5.397

5.418

17,1%

17,6%

4.

Op basis van analyses uit de uitvoering is 4 fte extra nodig om de wachtlijst in te korten in 2025. Voor 2025 is budget beschikbaar gesteld om gemiddeld 4 fte in te huren voor de duur van een jaar. We blijven de wachtlijst monitoren om te bepalen óf en wat voor sturing er nodig is in de toekomst.

5.

Deze vraag is niet specifiek te beantwoorden voor hulp bij het huishouden, maar wel voor alle voorzieningen die de Wmo-consulenten indiceren samen. De Wmo-consulenten zijn niet 100% inzetbaar voor aanvragen van hulp bij het huishouden, hulpmiddelen of vervoer. 8,5% (op basis van volledige fte’s) wordt ingezet voor opleidingen en scholing, lopende projecten zoals aanbestedingen en de pilot was- en strijkservice, en ziekte/verzuim.

Programma

Website

Welzijn/wijkontwikkeling/zorg

Papier/PDF

bladzijde: 13

Vraag: 1. Betreft Wmo hulpmiddelen voordeel 0,8 mln. Deels veroorzaakt door onderbezetting van Wmo consulenten? Hoeveel voltijds Fte’s werken aan de aanvragen? 2. Hoeveel voltijds Fte’s zijn nodig structureel om achterstanden in te lopen en aanvragen binnen de gestelde tijd, hoeveel tijd te verwerken? 3. Hoeveel weken is de gemiddelde wachttijd nu en om hoeveel aanvragen (mensen) gaat het dan?

4

Antwoord: 1. Ja, het voordeel bij Wmo hulpmiddelen wordt deels veroorzaakt door onderbezetting van Wmoconsulenten. Verzilvering van de indicaties blijft door de wachttijd/wachtlijst uit. Het is niet mogelijk om de bezetting op specifiek hulpmiddelen te meten. De Wmo-consulenten werken in clusters per stadsdeel en pakken zowel aanvragen op voor hulpmiddelen als andere Wmo (klassiek)voorzieningen, op basis van wat bovenaan de wachtlijst staat of voorrang heeft. De huidige bezetting Wmo-consulenten die de aanvragen voor hulp bij het huishouden, hulpmiddelen en vervoer behandelen is 26,51 fte, waarvan 4,94 fte inhuur. 2. Op basis van analyses uit de uitvoering is 4 fte extra nodig om de wachtlijst in te korten in 2025. Voor 2025 is budget beschikbaar gesteld om gemiddeld 4 fte in te huren voor de duur van een jaar. We blijven de wachtlijst monitoren om te bepalen wat voor sturing er nodig is in de toekomst. 3. Wmo aanvragen voor hulpmiddelen, hulp bij het huishouden en vervoer komen op één wachtlijst terecht, waardoor er geen onderscheid te maken is in de wachttijd per Wmo-voorziening bij de Wmo-consulenten. Op 29 april 2025 was de gemiddelde wachttijd op de wachtlijst voor de Wmo-consulenten 41 dagen. Dit betekent dat inwoners die op 29 april 2025 een melding hebben gedaan, gemiddeld 42 dagen moeten wachten op start onderzoek van de Wmo-consulenten.

Ook hebben we cijfers gereed waarmee we de trend kunnen zien vanaf 2025. We zien dat inwoners die aan de beurt kwamen in april 2025 gemiddeld 67 dagen hebben moeten wachten op een onderzoek van de consulent vanaf moment van de melding. Op 29 april 2025 staan er 575 inwoners op de wachtlijst bij de Wmo-consulenten. Dit is de wachtlijst voor alle voorzieningen die de Wmo-consulenten kunnen indiceren.

Programma

Website

Welzijn/wijkontwikkeling/zorg

Papier/PDF

bladzijde: 53

Vraag: 1. Ik lees dat er extra is ingezet om stoppen met roken bespreekbaar te maken. Ik neem aan dat er ook is ingezet op het voorkomen van starten met roken/vapen. Ik ben benieuwd wat er in 2024 is gedaan op dat gebied. Antwoord: 1. Inzet op programma Helder op School: op het Voortgezet Onderwijs en MBO wordt door IrisZorg Preventie en GGD Gelderland-Zuid het programma Helder op School uitgevoerd. Dit is een integrale aanpak om leerlingen bewust te maken van de gevolgen en hen te stimuleren niet te roken/vapen of drinken, geen drugs te gebruiken en niet te veel te gamen. De aanpak richt zich op vier pijlers: beleid, signaleren, educatie en schoolomgeving. In Nijmegen werkt de grote meerderheid van de VO-scholen met deze aanpak. Koepelbreed, met voCampus, zijn afspraken gemaakt over de inzet van Helder op School en is onder andere een blauwdruk voor beleid rondom middelen ontwikkeld. Inzet op rookvrije omgeving: inzet op rookvrije omgevingen is een belangrijke maatregel om te voorkomen dat kinderen en jongeren beginnen met roken. Eerder is ingezet op rookvrije sportverenigingen, zwembaden, rookvrije gemeentelijke gebouwen, rookvrije bushaltes en rookvrije beheerde speelplekken. In 2024 zijn de openbare speelplekken (zo'n 350) hieraan toegevoegd. De speelplekken zijn voorzien van tegels van de Rookvrije Generatie.

Verder is aandacht voor een rookvrije omgeving toegevoegd aan de pagina's over evenementen: Tips voor nog betere evenementen online (en er wordt naar verwezen vanuit de pagina Evenement melden of vergunning aanvragen).

5

Programma

Website

Welzijn/wijkontwikkeling/zorg

Papier/PDF

bladzijde: 66

Vraag: 1. Stimulering van informele hulp en mantelzorg heeft een voordeel van 0,6 miljoen. Een deel wordt verklaard door SPUKS, maar een deel wordt in de begroting verklaard door subsidiebudgetten die niet worden ingezet/teruggevorderd. Waar zit het niet inzetten/terugvorderen van deze subsidiebudgetten in? Zijn er geen aanvragen voor de subsidiebudgetten gedaan? Antwoord: 1. 0,5 miljoen euro wordt verklaard door de SPUKS. De resterende € 100.000 bestaat voor € 55.000 uit teruggevorderde subsidies: Verleende subsidies in het jaar 2023 worden in het jaar 2024 definitief vastgesteld. Als een instelling niet alle prestaties geleverd heeft, of als de uitgaven en een instelling achtergebleven zijn, kan een deel van de subsidie teruggevorderd worden. Dit is o.a. gebeurd bij Home-Instead (vanwege minder activiteiten) St. Senior en Student (activiteit ging niet door), bij Hulpdienst en Thuiszorg Elele werden kleine bedragen teruggevorderd. De andere € 45.000 gaat om lagere uitgaven 2024 op de dagbesteding ouderen en het vrijwilligers/maatjesproject. Dit door terughoudendheid in het starten van nieuwe projecten/subsidieverleningen met het oog op de financiële krapte in 2025 en verder. Programma

Website

Welzijn/wijkontwikkeling/zorg

Papier/PDF

bladzijde: 66 e.v.

Vraag: 1. In de stadsrekening zie ik regelmatig dat budgetten vrijvallen, wat leidt tot financiële voordelen. In hoeverre is het mogelijk om hier vooraf op te sturen of dit beter te voorspellen? Antwoord: 1. Er zijn diverse redenen waarom er budgetten vrijvallen. De sturing hierop is daarom ook divers: gericht inzetten van rijksbudgetten waardoor eigen middelen vrijvallen, sturing op uitvoering bijv. bij wachttijden. In de eerste en tweede voortgangsmonitor wordt aan de gemeenteraad gemeld wat de verwachte ontwikkeling van de verwachte besteding is. Als subsidies achteraf vastgesteld worden uit voorgaande jaren, kan dit tot terugbetalingen leiden. Dit zijn middelen die in voorgaande jaren beschikbaar zijn gesteld voor dat betreffende jaar (en niet nodig zijn geweest). Deze middelen kunnen niet opnieuw ingezet worden in het nieuwe jaar en behoren te vloeien in de algemene middelen. Dit blijkt pas na beoordeling van indiening van de verantwoording van de instelling. Door IZA en GALA middelen die we van het rijk ontvangen hebben, is het de afgelopen jaren mogelijk geweest om bestaande uitgaven in de begroting alsnog ten laste van deze middelen te brengen waardoor gemeentelijke middelen vrijvallen. Als dit eerder in het jaar duidelijk wordt zou ook eerder inzicht bestaan in de mate waarin. IZA is vrij nieuw en regionaal, waardoor de uitgaven pas later in het jaar bekend werden.

Programma

Website

Welzijn/wijkontwikkeling/zorg

Papier/PDF

bladzijde: 71

Vraag: 1. In de stadsrekening staat: De stijging in Nijmegen in 2022 en 2023 van het percentage jongeren met jeugdhulp heeft te maken met de toename van ondersteuning die geboden wordt door de buurtteams jeugd en gezin, die in juli 2021 van start zijn gegaan.

6

Wat maakt dat de ondersteuning van de buurtteams ervoor zorgt dat er een stijging van het percentage jongeren met jeugdhulp is in 2023? Antwoord: 1. In 2023 zijn voor het eerst cijfers van de Buurtteams toegevoegd aan deze indicator. Dit verklaart het hogere getal ten opzichte van 2022 en 2021. Hoewel de Buurtteams in 2021 van start zijn gegaan en voorheen sociale wijkteams operationeel waren, bleven jeugdigen die door hen geholpen werden in dit kengetal buiten beeld. Daarmee is de vergelijkbaarheid van het kengetal in de tijd, beperkt. Dit is met de toelichting geprobeerd aan te geven. Inhoudelijk is het beleid om meer jeugdigen door de buurtteams te laten helpen (basishulp) en minder met geïndiceerde hulp. Daarmee is het logisch dat het aantal jeugdigen dat door buurtteams geholpen wordt, is toegenomen. De door de raad vastgestelde indicator is afkomstig van het CBS. De toelichting in de Stadsrekening geeft aan dat er kanttekeningen te plaatsen zijn bij de betrouwbaarheid en vergelijkbaarheid van de CBS-cijfers.

Programma

Website

Welzijn/wijkontwikkeling/zorg

Papier/PDF

bladzijde: 51

Vraag: 1. In 2024 is de verhuiscoach van start gegaan. Is er al iets te zeggen over het aantal mensen dat door de verhuiscoach is geholpen in dat jaar en het aantal mensen dat met dank aan de verhuiscoach is verhuisd? Antwoord: 1. De verhuiscoach bij Sterker Sociaal Werk is begin 2024 gestart. Resultaat 2024: • 25 verhuiscoachtrajecten (ca 3 gesprekken per traject) • 7 gerealiseerde verhuizingen De vrijwillige verhuismaatjes zijn ingezet bij 12 verhuizingen.

Programma Werk en Inkomen Programma

Website

Werk en Inkomen

Papier/PDF

Webpagina: 89

Vraag: 1. Er is 3,5 miljoen over op de energietoeslag, en in 2024 zijn er middelen ingezet voor huurders met hoge naheffingen. In hoeverre weten inwoners de bijzondere bijstand nu te vinden voor specifiek energiekosten? 2. De vervoerskosten voor de SW zijn lager. Waarom is de aanvullende reiskostenvergoeding alsnog afgeschaft per 2025? 3. Wat verklaart deze significante bijstelling van het voorzieningspercentage bijstandsdebiteuren? Antwoord: 1. De vraag heeft betrekking op 2025 en valt daarmee eigenlijk buiten de scope van de jaarrekening 2024. We zien een lichte toename in de aanvragen bijzondere bijstand voor energiekosten, alhoewel het aantal nog klein is (circa 10 aanvragen). 2. De aanvulling op de reiskosten voor SW-medewerkers was tijdelijk en kon worden bekostigd uit tijdelijke middelen. Er is geen structureel budget voor. Bovendien is via de CAO-SW- onderhandelingen sinds 2024 een hogere reiskostenvergoeding afgesproken. 7

3.

In 2024 heeft er een opschoonactie plaatsgevonden van het vorderingenbestand. Openstaande vorderingen zijn beoordeeld en – indien aan de voorwaarden voldaan werd – afgeboekt. Door deze actie is in 2024 het saldo van de historische hoofdsom significant afgenomen van € 153,1 miljoen eind 2023 naar € 95,8 miljoen eind 2024. Ook het openstaand saldo aan vorderingen is in 2024 afgenomen. Het openstaand saldo aan vorderingen bedroeg eind 2023: € 18.587.000. Het openstaand saldo aan vorderingen bedroeg eind 2024: € 16.884.725. De opschoningsactie van het vorderingenbestand in 2024 én de gehanteerde methodiek voor het bepalen van het voorzieningspercentage hebben uiteindelijk geleid tot het neerwaarts bijstellen van het voorzieningspercentage.

Programma

Website

Werk en Inkomen

Papier/PDF

Webpagina: 85

Vraag: 1. Is er een schatting voor wanneer het wel mogelijk is alle regelingen in hetzelfde formulier aan te vragen? 2. De briefkaart die genoemd wordt, valt die ook onder de campagne ‘geldzorgen’ waar bezuinigingen op voorgesteld zijn? 3. Kan de pilot met de FEW (Financieel Experts in de Wijk) verder toegelicht worden, of volgt dit later? In hoeverre heeft dit inzichten opgeleverd die breder inzetbaar zijn? 4. Welke verbeterpunten zijn voornamelijk genoemd in het klanttevredenheidsonderzoek Ondernemerspunt Geldzorgen? Antwoord: 1. Nee. Op het huidige platform (vergoedingen.nijmegen.nl) staat wel een overzicht van alle regelingen. De aanvraag gaat – op de meedoenregeling en busvoordeelabonnement na - nog niet via dit platform. Het tijdspad is afhankelijk van de Visie financiële bestaanszekerheid die dit jaar wordt vastgesteld, waarin ook de motie “Tijd voor een stadsbrede stadspas” wordt uitgewerkt. Daarnaast moet in 2026 een nieuwe aanbesteding worden gestart voor het systeem dat we gebruiken. 2. Nee, dit is een eenmalige actie en geen onderdeel van de campagne Geldzorgen. 3. Dit volgt later. De pilot is gestart op 1 maart 2024 en eindigt 28 februari 2026. Onlangs is een tussenevaluatie uitgevoerd. We informeren de gemeenteraad hierover in de komende jaarbrief schuldhulpverlening. 4.

Betere nazorg en een betere samenwerking tussen de particuliere schuldhulpverlening en het Ondernemerspunt Geldzorgen.

Programma Wonen en stedelijke ontwikkeling Programma

Website

Wonen en stedelijke ontwikkeling

Papier/PDF

bladzijde: 116/117

Vraag: Betreft tabel met indicatoren In 2015 waren er 29.050 sociale huur corporatiewoningen. In 2023 waren het er 30.345. Een toename van 1.295. In 2016 aantal inwoners Nijmegen ca 170.000. Begin 2025 ca 189.000. 1. Hoeveel (aantal en percentage) van de sociale huur corporatiewoningen is bestemd voor 55+ bij reageren als woningzoekende? 2. Hoeveel (aantal en percentage) van deze woningen zijn zorgwoningen met indicatie? 3. Hoeveel (aantal en percentage) is nieuwbouw vanaf 2015? 8

4.

De gemiddelde slaagkans op een sociale huurwoning is gedaald van 8,9% in 2015 tot 4,6% in 2023 en 4,1% in 2024. Bij 2024 is aantal woningen niet genoemd. Waar is de 4,1% op gebaseerd? Wordt het slagingspercentage beïnvloed door toename 55+ woningen en toename zorgwoningen met indicatie naast groei aantal inwoners?

Antwoord: 1. bestemd voor 55+ 2019

2. 3. 4.

2020

2021

2022

2023

Aantal verhuringen met leeftijdslabel 55+ 88 70 Totaal aantal verhuringen aan 55+ 473 385 Totaal aantal verhuringen 2.012 1.489 Percentage dat verhuurd is aan 55+ 23,5% 25,8% Deze vraag is uitgezet bij de corporatie. Het antwoord volgt later. Deze vraag is uitgezet bij de corporatie. Het antwoord volgt later. Slaagkans op een sociale huurwoning

225 455 1.889 24,1%

99 482 1.724 28%

114 481 1.921 25%

Leeftijd (in jr.) t/m 22 23 t/m 27 28 t/m 54 55 t/m 74 >75

Actief woningzoekenden 2021 2022 4.874 5.385 9.793 10.618 17.053 19.844 3.292 3.674 377 397

2023 6.264 11.763 21.537 3.804 416

Aantal verhuringen 2021 2022 116 134 349 248 969 860 375 401 80 81

2023 131 259 1.050 402 80

Slaagkans (in %) 2021 2022 2,38 2,49 3,56 2,34 5,68 4,33 11,39 10,91 21,22 20,40

2023 2,09 2,20 4,88 10,57 18,99

De slaagkans wordt gevormd door het aantal verhuringen te delen door het aantal actief woningzoekenden. De slaagkans is door de jaren heen afgenomen vanwege de toename van het aantal actief woningzoekenden. Gezien dit beeld is het onwaarschijnlijk dat het slagingspercentage beïnvloed wordt door de toename van het aantal 55+ woningen en de toename van het aantal zorgwoningen met indicatie; vooral het aantal woningzoekenden is bepalend. Duidelijk is dat 55+-ers een sterke positie hebben op de sociale woningmarkt.

Programma Openbare Ruimte Programma

Website

Openbare ruimte

Papier/PDF

Webpagina:

https://nijmegen.jaarverslag2024.nl/p59572/taakvelden

Vraag: 1. Wat is de verklaring voor het positief resultaat van 2,2 miljoen (som baten en lasten) op milieubeheer in het programma openbare ruimte? Antwoord: 1. We lichten de financiële afwijkingen binnen de programma’s toe op ambitieniveau en niet specifiek op taakveldniveau. De toelichting in het programma Openbare Ruimte vindt u onder het kopje ‘Wat heeft het gekost – Toelichting per ambitie’ (vanaf pagina 139). De afwijkingen die betrekking hebben op het taakveld milieubeheer zijn: Nijmegen aardgasvrij, energietransitie bedrijven, luchtverontreiniging en het resultaat op de uitvoeringskosten.

9

Programma

Website

Openbare ruimte

Papier/PDF

bladzijde: 121

Vraag:

Betreft stadsrekening 2024 feiten en cijfers pictogram klimaat en diversiteit en pagina 121 waarin te lezen is dat bij pictogram 1050 bomen zijn aangeplant in de bestaande stad en 161 bomen uitgedeeld aan bewoners. Op pagina 120-121 onder kop doel: we verbeteren het ecologisch beheer van het groen enz bij punt 2 ’we onderhouden circa 64.750 individuele bomen in de openbare ruimte van de stad. Vanuit boombeheer zijn er 436 bomen gekapt en 486 bomen geplant. (vnl ziek of met schade enz) 1. In de pictogram is sprake van aanplant bomen 1050 stuks in 2024. Op pagina 121 staat kap minus geplant = 50 bomen. Hoeveel bomen zijn er nu daadwerkelijk aangeplant in 2024 en hoeveel bomen zijn er in totaal gekapt voor onder andere bouwwerkzaamheden (grondexploitatie) naast ziekte enz. 2. Worden gekapte bomen weer in hetzelfde gebied gecompenseerd met nieuwe aanplant bomen en wanneer? Toelichting bij deze vraag: bijvoorbeeld locatie Winkelsteeg en kap van een behoorlijk perceel bomen naast de Massinkhal en waar wordt dit aantal bomen dan weer aangeplant. Ander voorbeeld de kap van bomen bij de tunnelweg. Antwoord: 1. Bomen die vanuit projecten in de openbare ruimte zijn gekapt of aangeplant, zijn niet inzichtelijk te maken. We kunnen alleen de jaarlijkse groei of krimp meten door het bomenareaal eens per jaar te peilen. In 2024 hebben we 64.750 bomen in de openbare ruimte.

Ten opzichte van 2023 zijn dat er 1.250 meer. We hebben een groei van 6% gerealiseerd. 2. Ja, het uitgangspunt is binnen het project de gekapte bomen te compenseren. Mocht dat niet passen, dan moet in de directe nabijheid van het project worden gecompenseerd. Als dat ook niet lukt, dan wordt elders in de stad een plek uitgezocht. Het project bij de Massinkhal: er blijft een deel van het bosperceel gehandhaafd om de groenstructuren binnen Winkelsteeg verbonden te houden en te versterken. Binnen het infraproject worden diverse faunapassages gerealiseerd om de groene zones met elkaar te kunnen verbinden. Het geheel te kappen bosperceel kunnen we compenseren in het lineaire park van Kanaalknoop zuid en park Winkelsteeg. Het project bij de Tunnelweg: de bomen die gekapt worden of gekapt zijn aan de Tunnelweg worden gecompenseerd in het gebied van het Stationsdistrict. Deze compensatie kan plaatsvinden in de groene corridor en/of rondom het bovendek kiss&ride en/of aan de Fresiastraat.

Programma Financiën Programma

Website

Financiën

Papier/PDF

bladzijde: 178/179

Vraag: Lokale heffingen: OZB opbrengst 1. Kan inzichtelijk worden gemaakt hoe de 108 miljoen euro aan ozb-opbrengsten wordt opgebracht? Ik begrijp dat huurders helemaal geen ozb betalen (wettelijk) dus dat de ozb opbrengsten alleen kunnen worden onderverdeeld in: Eigenaar/bewoners woning Eigenaar bedrijven (Als ik een categorie mis, dan graag toevoegen) Graag de opbrengsten onderverdelen in woning/ niet woning.

10

2.

En bij dit onderscheid ook aangeven hoe zich dit verhoudt tot de OZB tarieven in benchmark gemeenten per categorie.

Antwoord: 1. De vraag heeft betrekking op de tabel met Belastingopbrengsten (paragraaf Lokale heffingen).

De opbrengsten van 108 miljoen zijn te verdelen in € 57,85 miljoen aan opbrengsten van ozb eigenaar woning en € 50,25 miljoen aan opbrengsten eigenaar niet woningen. 2.

De vraag heeft betrekking op de tabel met indicatoren in het programma Financiën (pag. 164 pdf)

De benchmark heeft betrekking op de eigenaren van een woning. De woonlasten bestaan uit de som van ozb eigenaar woning, de rioolheffing eigenaar woning en de afvalstoffenheffing. Voor een meerpersoonshuishouden is dit € 1.115 (856 +227+32) en voor een eenpersoonshuishouden € 1.099 (856+227+16). Dit zijn de verplichte indicatoren die we volgens de BBV moeten opnemen (basisset). De opbrengsten eigenaren niet woningen zijn niet opgenomen is de basisset. De reden hiervoor is dat de WOZ-waardes van niet-woningen niet openbaar zijn. Daarnaast zijn de panden onderling niet of nauwelijks vergelijkbaar. In de paragraaf Lokale heffingen (pagina 174 en 175 papier) staat een toelichting op de ozb lasten woningen en niet-woningen en de woonlasten op basis van de publicatie door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO). Hierin leest u dat COELO met ingang van 2024 is gestopt met het publiceren van benchmark gegevens over woonlasten en OZB niet-woningen.

11

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=373864d9-a2a6-44a4-b254-71955c274b7a