Stationsplein 1-6 Station
Tekst van het document
Gemeentelijke Monumentenlijst Register van beschermde monumenten krachtens de Nijmeegse Erfgoedverordening
Plaatselijke aanduiding monument
Stationsplein 1-6 Aanwijzingsbesluit
n.t.b ID-code
3167 Redengevende omschrijving van het monument
INLEIDING
Toen in 1865 de spoorwegverbinding Nijmegen-Kleef werd geopend was de stad voor het eerst per spoor bereikbaar. Het spoorwegstation lag net buiten de vestingwerken bij de Molenpoort ter hoogte van de huidige Vereeniging. Het spoorwegmonument op het Valkhof herinnert hieraan. Pas in 1879 werd Nijmegen als laatste van Nederlands middelgrote steden (meer dan 40.000 inwoners) aangesloten op het landelijk spoorwegnet met de aanleg van de lijn naar Arnhem. Een van de oorzaken was de moeilijkheid van de overbrugging van de Waal. Om de vereiste doorvaarthoogte over de rivier te bereiken was het nodig om een hoge spoordijk op te werpen. Tussen 1875 en 1879 bouwden de ingenieurs van Staatsspoorwegen de spoorbrug. De landelijk bekende architect Pierre Cuypers ontwierp de landhoofden, die beide ook een militaire functie kregen. Op de plaats van het huidige station werd in 1879 een tijdelijk noodstation in vakwerk opgetrokken. In 1881 werd de spoorlijn doorgetrokken naar ’sHertogenbosch en in 1883 kon de spoorlijn naar Venlo in gebruik worden genomen. Nijmegen had behoefte aan een groter en permanent stationsgebouw. Rijksbouwmeester Cornelis Hendrik Peters (1847-1932) kreeg in 1892 de opdracht om een nieuw station te ontwerpen, dat in 1894 werd geopend. Het noodstation werd verplaatst naar de Ooyse Sluisdijk, waar het nu nog steeds staat.
Peters was een leerling van Pierre Cuypers en eveneens architect van het Nijmeegse hoofdpostkantoor en veertig andere postkantoren. Hij was daarmee de grondlegger van de zogeheten ‘postkantorengotiek’. Het station in Nijmegen trok hij echter op in een aan de Romano-gotische architectuur ontleende stijl. De monumentale stationshal bestond uit drie schepen, gescheiden door zuilen en rondboogarcaden van natuursteen die contrasterend afstaken tegen het witte stucwerk. Voor de natuurstenen ornamenten en de terracotta consoles was Emile Bourgonjon (1841-1927) verantwoordelijk, een van oorsprong Belgische beeldhouwer, die vaker met Peters samenwerkte. De perronkappen uit 1892 zijn van Willem Lorentz, ingenieur bij Staatsspoorwegen. Het stationsgebouw met zijn royale voorplein vormde het representatieve hoofdmoment van het westelijke deel van de laatnegentiendeeeuwse stadsuitleg, bebouwd met herenhuizen en vrijstaande villa’s. Tijdens het bombardement van 22 februari 1944 werd het stationsgebouw zwaar getroffen, waarbij vele slachtoffers vielen. Na het puinruimen werd het station provisorisch hersteld in afwachting van nieuwbouw. Mede vanwege het gebrek aan bouwmaterialen en geld bleef een
blad 1 van 23
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 1
deel van de Petersbouw staan, onder meer: de lange gevel aan de spoorzijde, de voetgangerstunnel, de wachthuisjes op perron 3-4 en de perronkappen. Spoorbouwmeester Sybold van Ravesteyn (1889-1983) ontwierp in 1953-1954 een nieuwe asymmetrische gevel aan de stadszijde op de fundamenten van het oude station in zijn kenmerkende en unieke naoorlogse stijl, waarbij hij zich liet inspireren door de Italiaanse vroegrenaissance. Hij voegde een campanile toe en arcades aan de zuidzijde en hij voorzag het gebouw rijkelijk van beeldhouwwerk van Jo Uiterwaal (1897-1972), met wie hij vaak samenwerkte. Het grote stationsplein werd opgeknipt in een zuidelijk plein voor de bussen en een noordelijk plein voor trolleybussen, taxi’s en het overige verkeer. Van Ravesteyn maakte ook het ontwerp voor een zestal stations in Rotterdam en de stations van Roosendaal, ’s-Hertogenbosch en Vlissingen, waarvan inmiddels het grootste deel is gesloopt. De noordelijke vleugel met het districtskantoor werd in 1961-1965 herbouwd in een meer zakelijke stijl, eveneens naar ontwerp van Van Ravesteyn, die in deze periode ook de verkeerstunnel ontwierp. De stationshal van Van Ravesteyn is in 1973 geheel gesloopt en vervangen door nieuwbouw van M.W. Markenhof, die in 2001 weer is verbouwd door Wienke Scheltens.
Het stationsplein werd in drieën gedeeld, een verhoogd plein in het midden met daaronder de fietsenstalling, aan beide zijden afgeschermd door pergola’s, een plein met bushaltes aan de noordzijde en een plein met een gebouwde fietsenstalling aan de zuidzijde. Het laat negentiende-eeuwse station bestond uit een middenhal met links daarvan een vleugel voor personenvervoer en douane en rechts een vleugel ten behoeve van goederenvervoer. Er waren drie perrons, perron 1 en perron 3-4. Op perron 3-4 stonden vier perrongebouwtjes, waaronder de twee wachthuisjes die nu nog bestaan. Deze huisjes staan boven de hellingbaan vanuit de tunnel naar de perrons en zijn vanaf 1927 door tussenbouwsels tot één geheel vergroeid. Op oude plattegronden zijn twee afzonderlijke gebouwtjes te zien met daartussen een vide, waardoor wachtenden op de hellingbaan konden kijken. Het station van Peters bood in het hoofdgebouw plaats aan onder andere de loketten, de restauratie, salons en wachtkamers voor reizigers voor eerste, tweede en derde klasse. De wachtgebouwtjes op perron 3-4 waren voor reizigers van de eerste en de tweede klasse. De andere twee gebouwtjes, een dienstruimte en een toiletgebouw, zijn afgebroken rond 1965 bij de aanleg van de spoortunnel voor wegverkeer.
De voetgangerstunnel van het perronplein naar perron 3-4 bestond oorspronkelijk uit twee parallelle tunnels voor personen en goederen die later zijn samengevoegd. De hellingbaan naar perron 3-4 ligt op de oorspronkelijke locatie, maar is ingrijpend verbouwd. Enkel de hardstenen pilasters en plint herinneren nog aan de fase Peters. De verbindingstunnel naar de verkeerstunnel dateert uit de jaren zestig. De langgerekte vorm van het stationsgebouw was mede ingegeven door de functie als grensstation, waardoor er veel ruimte nodig was voor douanefaciliteiten. In de zuidelijke vleugel is de visitatiezaal deels bewaard gebleven. Voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog ving rabbijn Alexander Salomons hier Joodse vluchtelingen uit nazi-Duitsland op en redde velen van hen. De visitatiezaal werd door Van Ravesteyn van een nieuw gebogen dak voorzien en opnieuw ingericht.
blad 2 van 23
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 2
OMSCHRIJVING VAN HET MONUMENT
Het huidige spoorwegstation bestaat uit een stationsgebouw met toren, twee arcades, een perronplein, langsperrons, een eilandperron met twee wachthuisjes en een voetgangerstunnel. De eerste fase is gebouwd in 1892-1894 door rijksbouwmeester C.H. Peters in een neoromano-gotische-renaissance mengstijl met toepassing van decoratief beeldhouwwerk door Emile Bourgonjon en perronkappen van giet- en smeedijzer, glas en hout naar ontwerp van Willem Lorentz. De tweede bouwfase is ontworpen door S. van Ravesteyn in 1953-1954 met beeldhouwwerk van Jo Uiterwaal. Latere verbouwingen en uitbreidingen uit 1961, 1973 en 2001 behoren niet tot het monument. Stationsgebouw, zijde Stationsplein, fase Van Ravesteyn Het stationsgebouw aan de Stationspleinzijde is opgetrokken in rode baksteen, gemetseld in halfsteens verband en voorzien van natuurstenen en betonnen accenten. Het restant van de eenlaags gevel links van het niet oorspronkelijke middendeel (1 travee) aan het stationsplein en de gevel rechts ervan (8 traveeën) is ritmisch geleed door pilasters en wordt afgesloten met een geprofileerde, gekorniste kroonlijst. De traveeën hebben hoge vensters met betonnen omlijsting en sluitsteen. Boven de vensters zijn ruitvormige verdiepte velden van beton aangebracht. Op de kroonlijst boven de pilasters staan kubusvormige elementen. De oorspronkelijke stalen ramen zijn vervangen.
Voor de linkertravee staat de beeldengroep van Jo Uiterwaal op een niet oorspronkelijke sokkel, die oorspronkelijk op het dak boven de hoofdingang stond. De beeldengroep bestaat uit drie vrouwen met attributen. Zij personifiëren snelheid, veiligheid en dienstbetoon van de spoorwegen. De noordelijke zijvleugel (gebouwd 1961-1963) past zich qua hoogte, ritme, geleding en kroonlijst aan bij het middendeel uit 1954, maar heeft binnen dezelfde hoogte twee bouwlagen en een gevelbekleding van witte tegeltjes. Vooruitspringende betonnen elementen in de kroonlijst benadrukken de traveeverdeling. De noordelijke zijgevel van het vooruitspringende middendeel is op dezelfde wijze afgewerkt met blindvensters. De vierkante toren van ca. 30 meter hoog is gemetseld in rode handvormsteen in klezoorverband met staande tand. De toren staat op een natuurstenen plint en heeft drie natuurstenen blokken op de voorste hoeken. De toren stond oorspronkelijk aan drie zijden vrij en heeft op maaiveldniveau recht gesloten, omlijste toegangen aan de oost- en de zuidzijde. De toegang aan de noordzijde is dichtgezet met een latere aanbouw. In de toegankelijke open ruimte bevindt zich een reliëf van Charles Hammes uit 1955 van brons op travertin en een stervormige, gietijzeren decoratie tegen het plafond.
Het reliëf toont een knielende man met trein en een kerktoren en stelt de wederopbouw van station en stad voor. Boven de twee toegangen zijn reliëfs ingemetseld van Jo Uiterwaal, die het thema ‘vrede’ uitdrukken: een knielende vrouw met een toorts en een knielende man met een paard. Het derde reliëf, dat zich boven de toegang aan de noordzijde van de toren bevond, is bij het dichtzetten van de
blad 3 van 23
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 3
tussenruimte verwijderd. Aan de bovenzijde wordt de toren afgesloten met een segmentboogfries en een kroonlijst, waarboven aan iedere zijde een drietal keperboogvormig afgesloten, geabstraheerde kantelen met cirkelvormige velden. Onder het fries zijn aan alle vier de zijden ronde wijzerplaten, gevat in een vierkante omlijsting, aangebracht. Onder de wijzerplaten bevinden zich ruitvormige versieringen. De zuidelijke zijvleugel links van de toren heeft een gevel, gemetseld in halfsteens verband, die bestaat uit een arcade van veertien met beton omlijste bogen, waarvan er zes rusten op deels gepaarde Toscaanse zuilen met een duidelijke entasis. De overige acht rusten op pijlers, aan de voorzijde voorzien van een blokpilaster. De ruimte achter de Toscaanse zuilen was oorspronkelijk open en bood plaats aan het terras van de stationsrestauratie. De verbinding met de toren wordt gemaakt door een haakse boog die rust op blokpilasters. De ruimte achter de laatste twee bogen is open en geeft toegang tot de perrons. Uiterst links sluit haaks een schermgevel met 7 bogen aan, eindigend in een dubbelhoge pyloon met ruiterstandbeeld van J. Uiterwaal. In vier van de bogen is een latere invulling gekomen door de bouw van een hotel tegen de arcade aan.
Tussen de bogen van de arcades is telkens een ruitvormig medaillon aangebracht met blauw geglazuurde keramische tegels waarop in wit reliëf een eekhoorn, een watervogel, een vallende Icarus, een vogel en een vis zijn aangebracht. De arcadegevels zijn afgesloten met achtereenvolgens een rollaag met om de zes koppen twee vooruitspringende koppen, daarboven nog een uitspringende metselwerk rand, dan een kroonlijst van beton met telkens een betonnen element tussen twee bogen. Boven deze elementen staan op de kroonlijst van de oostgevel de kubusvormige elementen, die ook het middendeel van het station sieren. In de hoek tussen de oostgevel en de zuidelijke arcade staan op de kroonlijst twee gebeeldhouwde, geknielde figuren door J. Uiterwaal, personificaties van water en bos, kenmerkend voor de omgeving van Nijmegen. Zuidelijke zijgevel Het rechter deel van de eenlaags linker zijgevel behoort tot de bouwfase Van Ravesteyn, heeft twee getoogde vensters met natuurstenen geboortestenen. Het linker deel is een restant van de eerste bouwfase van Peters en is voorzien van zandstenen speklagen en verticaal geleed door pilasters, waartussen drie getoogde vensters en een deur met geboorte en sluitstenen.
Stationsgebouw Spoorzijde, fase Peters Het stationsgebouw aan de perronzijde bestaat uit een terug gelegen deel ter plekke van de stationshal en de vooruitspringende bouwdelen van de zijvleugels. Door deze opzet is tussen de vleugels een ongewoon diep perronplein ontstaan. Bij de wederopbouw en in latere bouwfases is het perronplein aan beide zijden ingekort door het toevoegen van bebouwing, waarbij de oorspronkelijke kopgevels van het perronplein zijn verdwenen. Van de in kruisverband gemetselde gevel van Peters aan het perronplein zijn nu nog zeven traveeën zichtbaar met telkens drie segmentboogvormig afgesloten openingen, waartussen
blad 4 van 23
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 4
gemetselde lisenen. De gevel wordt afgesloten door een spitsboogfries in rode verblendsteen, rustend op gebeeldhouwde terracotta kopjes van leeuwen en mensen met diverse hoofdtooien. Boven het boogfries bevinden zich twee siermetselwerklijsten en een stalen geklonken ligger, daarboven begint de houten overkapping. De vakwerkspanten van de overkapping rusten op forse, gebeeldhouwde, zandstenen consoles in de vorm van zittende leeuwen. De overige lisenen zijn deels voorzien van een rijk geornamenteerd smeedijzeren muuranker. De gevels zijn horizontaal geleed door een plint en speklagen. De segmentboogvormige openingen hebben een omlijsting van geprofileerde verblendsteen. Oorspronkelijk waren deze opening voorzien van deuren met daarboven gemetselde boogvelden met metselmozaïek. De openingen zijn nu deels geheel dichtgemetseld of geheel geopend en later voorzien van een inzet voor de later aangebrachte verlaagde plafonds. Perrongevel zuid In de zuidelijke perrongevel dateren de tien meest zuidelijke traveeën uit de fase Peters. Zij maakten deel uit van het douane gebouw. Iedere travee is gevat tussen lisenen en heeft een segmentboogvormige opening met zandstenen boogstenen, oorspronkelijk grotendeels voorzien van deuren, nu deels voorzien van deuren uit de wederopbouwperiode, deels dichtgemetseld en voorzien van een kleinere rechthoekige deur.
Ter plekke van de deuropeningen zijn hardstenen hoekstenen aangebracht. De gevel is horizontaal geleed door speklagen en wordt afgesloten met een zandstenen lijst met daarboven lijsten van siermetselwerk. De meest rechter travee, die oorspronkelijk tot een eenlaags aanbouw behoorde, heeft een halfrond hardstenen bekken met halfronde hardstenen achterwand en een kraan. Links van de tien oorspronkelijke traveeën is de perrongevel rond 2010 aangeheeld in metselwerk met speklagen en voorzien van twaalf vensters en een deur. Het oorspronkelijke zadeldak van het zuidelijk bouwdeel met de visitatiezaal werd verwoest bij het bombardement. In 1953 kreeg de zaal een gebogen kap op 5 spanten. In de voormalige visitatiezaal zijn enige interieurelementen uit de periode Van Ravesteyn bewaard gebleven, waaronder het gebogen houten plafond, de betegelde lambrisering, gemetselde pilasters, drie cirkelvormige blindvensters met een gemetselde rand en houten deuren met cirkelvormige ruitjes. Perrongevel noord De aangetaste noordvleugel van het station van Peters is rond 1963 gesloopt. Van Ravesteyn bouwde op de fundamenten van Peters het districtskantoor in een zakelijke stijl. In latere periode volgden nog diverse wijzigingen. De gevel heeft geen individuele architectonische waarde maar is wel onderdeel van het ensemble.
De wachthuisjes op perron 3-4, fase Peters Beide eenlaags wachthuisjes zijn identiek vormgegeven op een rechthoekig grondplan. In een veel latere fase zijn beide huisjes verbonden door een tussenlid in de vorm van een houten opbouw, bestaande uit ramen rondom op een gemetselde plint. De gevels worden geleed door
blad 5 van 23
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 5
pilasters met kapitelen en afgesloten met siermetselwerklijst en een kroonlijst, waarboven een dichte gemetselde attiek. Tussen de pilasters bevinden zich drie rondboogvensters aan de lange zijde en een aan de korte zijde met gepleisterde geboorte- en sluitstenen. De borstweringen onder de vensters zijn deels voorzien van siermetselwerk. Kozijnen, ramen, hang-en sluitwerk zijn deels oorspronkelijk, deels later gewijzigd. De gevels zijn rond 2000 grondig gereinigd. De perronkappen De gebogen perronkappen van het perronplein en het eilandperron zijn portaalconstructies van smeed- en gietijzer met gebogen vakwerkliggers, trekstaven en gietijzeren zuilen met een basement, kapiteel en een achtzijdige abacus. Op de zuilen rusten luifels met geschulpte randen op geklonken dwarsliggers, die steunen op gebogen schoren, waarvan de onderzijde tegen de zuil is bevestigd. De perronkap op het eilandperron heeft onder de overkapping zijlichten met een niet oorspronkelijke invulling, waaronder de luifels volgen. Ook de perronkap op het perronplein is aan de spoorzijde op deze wijze opgebouwd. De perronkap op spoor 1 en 35 is smaller, heeft geen zijlichten en een veel flauwer gebogen kap. Deze is pas bij het herstel van de oorlogsschade in 1959 aangebracht en heeft geen geklonken vakwerkliggers, maar gelaste gebogen spanten.
De toen aangebrachte, niet oorspronkelijke kappen zijn van hout met bitumineuze dakbedekking.
WAARDERING
Het spoorwegstation, bestaande uit een stationsgebouw met toren, twee arcades, een perronplein, langsperrons, een eilandperron met twee wachthuisjes, perronkappen en gebouw gebonden kunst en is van algemeen belang vanwege architectuurhistorische, bouwhistorische, kunsthistorische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden. Het station is van architectuurhistorische waarde als onderdeel van het oeuvre van C.H. Peters en van S. van Ravesteyn. Het station is het enige spoorwegstation in het oeuvre van rijksbouwmeester Peters, vooral bekend door zijn postkantoren. Het gold in zijn tijd als een van de fraaiste van Nederland. Aan de spoorzijde van het station die na het bombardement deels gehandhaafd kon blijven zijn de toenmalige kwaliteiten nog in grote mate afleesbaar. Dit betreft onder meer het ruimtelijk imponerende perronplein met zijn rijk geornamenteerde en gedetailleerde gevel met decoratief beeldhouwwerk van E. Bourgonjon, de wachthuisjes en de stalen perronkappen van W. Lorentz, die tevens van bouwhistorische waarde zijn vanwege de afmetingen en het innovatieve gebruik van ijzer en glas.
De stadszijde van het stationsgebouw naar ontwerp van Van Ravesteyn is van belang, omdat het een van de weinige overgebleven spoorwegstations is van Van Ravesteyn, een toonaangevende (stations)architect rond het midden van de 20ste eeuw, die een bijzondere rol inneemt in de Nederlandse architectuurgeschiedenis. De stadszijde van het station is gebouwd in de voor hem kenmerkende functionele, maar tevens decoratieve stijl met een heldere ruimtelijke organisatie, een mede op Italiaanse historische voorbeelden geïnspireerde monumentaliteit,
blad 6 van 23
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 6
de royale toepassing van de beeldende kunst van Jo Uiterwaal, en een zorgvuldige detaillering en materialisering. Het figuratief-symbolische beeldhouwwerk van Jo Uiterwaal is van kunsthistorische en cultuurhistorische waarde als conceptueel onderdeel van het samengaan van bouwkunst en beeldende kunst en vanwege zijn specifieke inhoud, betrekking hebbend op Nijmegen en de wederopbouw. Het station heeft cultuurhistorische waarde als grensstation, herkenbaar aan de lange perrons en de visitatiezaal, waar rabbijn Alexander Salomons Joodse vluchtelingen uit nazi-Duitsland opving voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog en velen van hen redde. Het station is tevens van grote cultuurhistorische waarde vanwege de directe relatie met het bombardement op Nijmegen in 1944, toen het station van Peters een voltreffer kreeg en deels werd verwoest, waarbij vele mensen omkwamen. Het station speelde vervolgens een grote rol in de wederopbouwopgave van de zwaar getroffen stad. Het kunstwerk van Charles Hammes getuigt hiervan. Het stationsgebouw heeft stedenbouwkundige waarde als essentieel onderdeel van het wederopbouwplan. Daarnaast heeft het met zijn langgerekte gevel, toren en arcade aan de zuidzijde stedenbouwkundige waarde als afsluiting van het Stationsplein en als eindpunt van de laatnegentiende-eeuwse stadsuitleg vanuit de Van Schaeck Mathonsingel.
De gevel van het districtskantoor aan de noordzijde is architectuurhistorisch niet van bijzonder belang, maar heeft stedenbouwkundige waarde vanwege de begrenzing van het noordelijke stationsplein. Buiten de bescherming valt vanwege het hebben van weinig tot geen monumentale waarde: de stationshal uit 1973 met uitzondering van de perrongevel, die resteert van de fase Peters en geveldelen van Van Ravesteyn links en rechts van de luifel. Ook buiten de bescherming vallen de noordelijke vleugel van het stationsgebouw met uitzondering van de omtrek (footprint), het tussenlid tussen de beide wachthuisjes op perron 3-4, de voetgangerstunnels, trappen, liften, hellingbanen, plaveisel en zijkanten perrons, de ondergrondse fietsenstalling alsmede alle toevoegingen uit 1973 en 2001.
Bronnen:
BAAC (A.G. Oldenmenger), Nijmegen Stationsplein 6, Wachthuisjes perron 3-4 (1892-1894), Bouwhistorische verkenning, 2021 Bureau Spoorbouwmeester, Kunst op Nederlandse Stations, Utrecht 2019 SteenhuisMeurs, Station Nijmegen, cultuurhistorisch onderzoek en waardenstelling, 2012 Noviomagus, https://www.noviomagus.nl/Ansichtkaarten/Station/StationCat.html Wikipedia, https://nl.wikipedia.org/wiki/Cornelis_Peters Wikipedia, https://nl.wikipedia.org/wiki/Sybold_van_Ravesteyn [einde omschrijving]
blad 7 van 23
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 7
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- ---Kadastrale tenaamstelling Kadastrale aanduiding Gemeente: Sectie: Nummer(s):
gegevens januari 2022
Nijmegen B 3167
foto’s op vervolgblad
blad 8 van 23
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 8
blad 9 van 23
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 9
blad 10 van 23
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 10
blad 11 van 23
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 11
blad 12 van 23
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 12
blad 13 van 23
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 13
blad 14 van 23
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 14
blad 15 van 23
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 15
blad 16 van 23
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 16
blad 17 van 23
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 17
blad 18 van 23
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 18
blad 19 van 23
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 19
blad 20 van 23
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 20
blad 21 van 23
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 21
Waardebepaling uit: SteenhuisMeurs, Station Nijmegen, Cultuurhistorisch onderzoek en waardestelling, april 2012
blad 22 van 23
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 22
blad 23 van 23
Adres.doc