Startnotitie 'Samen Werken, Samen Sterk
Tekst van het document
Startnotitie Samen werken, samen sterk
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
Inhoudsopgave 1. Inleiding Bouwstenen voor een sterke sociale basis Leeswijzer 2. Wat is de sociale basis? 3. Wat willen we realiseren? Ambitie en randvoorwaarden visie en beleidskader Probleemanalyse
2 2 2 3 4 4 4
Ambitie, doel en looptijd visie
5
Een regisserende en faciliterende gemeente is een randvoorwaarde
5
4. Uitgangspunten visie en kader Uitgangspunten visievorming Participatie is noodzakelijk voor draagvlak
6 6 7
Uitgangspunten kadervorming 1. We werken met stedelijke thema’s en opdrachten
7 7
2. Thema’s worden gebiedsgericht uitwerkt
7
3. Het werken met stadsdeelagenda’s en preventieprogramma’s wordt doorontwikkeld
7
5. Participatieproces en planning Participatieproces visie en kadertraject Planning Bijlage 1 Bijlage 2
9 9 10 11 12
1
1. Inleiding Een van de vier centrale opgaven uit het Nijmeegse coalitieakkoord 2018-2022 is ‘een sociale stad blijven’. Het interventieplan – fase 4 geeft hier handen en voeten aan door middel van tien interventies. De eerste interventie gaat over de sociale basis. Op dit moment missen we een eenduidig beeld van wat deze basis precies is en wat wij als gemeente hierin willen ondersteunen. Met deze startnotitie schetsen wij het voortraject en het proces om tot een gedegen visie en afwegingskader te komen. Het doel is het realiseren van een gedragen visie op de sociale basis in Nijmegen en richting te geven aan de gezamenlijke inzet van inwoners, professionals en gemeente. Op basis daarvan wordt een afwegingskader opgesteld om onze gemeentelijke ondersteuning in de vorm van subsidies te sturen.
Bouwstenen voor een sterke sociale basis In aanloop naar deze startnotie is er al flink wat voorwerk gedaan. Op 22 oktober 2020 heeft adviesbureau TwynstraGudde de notitie ‘Bouwstenen voor een Sterke Sociale Basis’ opgeleverd. Deze is als bijlage 3 toegevoegd. De notitie is de weerslag van een brede verkenning van het thema sociale basis. De notitie is gebaseerd op een desktopresearch en: Stadsgesprekken (5 dialogen met in totaal ruim 65 deelnemers) Interviews met medewerkers en bestuurders van de gemeente Nijmegen (21 deelnemers) Interviews met andere gemeenten (5 interviews) Spiegelsessies met medewerkers van de gemeente Nijmegen (2 sessies) Werksessie met bestuurders (1 sessie) De scope van de notitie van TwynstraGudde is welzijn en gezondheid voor volwassenen en ouderen. Hier is voor gekozen omdat op jeugd/onderwijs in de afgelopen periode via andere trajecten voorbereidingen zijn getroffen om tot een brede visie te komen. Het gaat hier bijvoorbeeld om het voorwerk voor de besluitvorming brede basisteams jeugd & gezin en de ervaringen met stadsdeelagenda’s/preventieprogramma’s 12- en 12+. Daarnaast wordt in februari/maart de gezondheidsagenda 2021-2024 vastgesteld. De uitgangspunten van dit beleidsstuk, zoals positieve gezondheid, zijn ook onderleggers voor de sociale basis. Deze drie onderdelen worden nu samengevoegd en bieden een basis voor de visie en het afwegingskader.
Leeswijzer De startnotitie is een procesnotitie. In het volgende hoofdstuk verduidelijken we wat verstaan onder sociale basis. Hoofdstuk drie gaat over wat we willen realiseren, onze ambitie en randvoorwaarden. Zoals de titel van hoofdstuk 4 al zegt, schetsen we onze uitgangspunten voor de visie en het kader. Als laatste gaan we in op de structuur, proces en planning.
2
2. Wat is de sociale basis? Veel aspecten van het gemeentelijk domein hebben invloed op het welbevinden van onze inwoners. De sociale basis is daarmee een breed begrip en kan allesomvattend zijn.1 Zo heeft de inrichting en het onderhoud van de openbare ruimte invloed op de leefbaarheid, het welzijn en de gezondheid van inwoners. Hetzelfde geldt voor bestaanszekerheid en ervaren veiligheid. Dit maakt dat juist concrete alledaagse activiteiten in een wijktuin, in een Stip, bij de voedselbank, in een kringloopwinkel, of in een wijkaccommodatie bijdragen aan het welbevinden van mensen.
De kern van de sociale basis wordt gevormd door onze inwoners en hun kansen, mogelijkheden, talenten, behoeften en vragen. Daarmee geven zij vorm aan hun eigen leven, aan de omgeving waarin ze leven en werken en aan de gemeenschap waarvan ze deel uitmaken.
Betekenisvolle relaties Een brede blik op de sociale basis is daarom belangrijk. Daarbij ligt de nadruk op betekenisvolle relaties tussen inwoners onderling en tussen inwoners, professionals, beleidsmakers en bestuurders. De kern van de sociale basis wordt gevormd door onze inwoners en hun kansen, mogelijkheden, talenten, behoeften en vragen. Daarmee geven zij vorm aan hun eigen leven, aan de omgeving waarin ze leven en werken en aan de gemeenschap waarvan ze deel uitmaken. Onze ambitie is een stad met een vitaal en gezond leefklimaat in wijken en buurten. Waar inwoners zich thuis voelen en waarbij iedereen vanuit eigen kracht meedoet: er is respect, onderlinge steun en welbevinden (ambitie 1 en 2 doelenboom Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg).2 De sociale basis, het web van betekenisvolle relaties tussen mensen, is verbindend, ondersteunend en zingevend. Het is daarmee waardevol in zichzelf. In het verlengde hiervan wordt vaak gesproken over de preventieve werking van de sociale basis. Preventie van zorg is echter niet het primaire doel, maar wel een belangrijk effect van een sterke sociale basis. En kan zodoende wel worden meegewogen bij de beoordeling van activiteiten. De sociale basis is deels geformaliseerd in organisatorische verbanden: de sociale basisinfrastructuur.
Een gangbare definitie hiervan is: het geheel van organisaties, diensten, voorzieningen en betrekkingen die het mogelijk maakt dat mensen in redelijkheid in sociale verbanden (buurten, groepen, netwerken, gezinnen) samen kunnen leven en kunnen participeren in de samenleving.3 Vaak wordt deze basisinfrastructuur gezien als de sociale basis. Dat doet echter te weinig recht aan de eigenheid en autonomie van informele netwerken en alledaagse betrekkingen tussen inwoners. Een brede definitie van de sociale basis biedt nog steeds de mogelijkheid om op onderdelen specifieke aandacht te geven aan doelgroepen of een specifiek geografisch gebied als dat gewenst of noodzakelijk is, bijvoorbeeld als gevolg van achterstand of uitsluiting. Inkadering Uitgaande van deze brede opvatting van sociale basis is enige inkadering noodzakelijk. Wij richten ons daarom primair op de beleidsterreinen welzijn, gezondheid, sport (als middel) en preventief jeugdbeleid (inclusief onderwijs). Dit in samenhang en samenwerking met cultuur(-participatie), werk en inkomen (schuldhulp, activering en participatie), wijkaanpak en wijkaccommodatiebeleid. De verbinding met de uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet via de buurtteams (brede basisteams) is daarbij essentieel.
Zie bijlage 1. https://nijmegen.begroting-2021.nl/p47164/welzijn-wijkontwikkeling-en-zorg. 3 Naar een gangbare definitie van Radboud Engbersen en Ard Sprinkhuizen (1998). 1 2
3
3. Wat willen we realiseren? Ambitie en randvoorwaarden visie en beleidskader We willen de ondersteuning voor iedereen die zich inzet binnen de sociale basis bewuster inrichten. Dit als onderdeel van de ingezette transitie van het sociale domein, zoals vormgegeven vanuit het interventieplan – fase 4. De interventie sluit aan bij de vorming van brede basisteams en de wens en noodzaak om toe te werken naar ‘normaliseren’ en inclusie, wat inhoudt dat iedereen zoveel mogelijk mee kan doen en zich geaccepteerd voelt. Met een sterke sociale basis kunnen inwoners en gezinnen zelf en met elkaar het opgroeien, opvoeden en meedoen in de maatschappij zo ‘gewoon mogelijk’ vormgeven, ook als er sprake is van beperkingen of kwetsbaarheid. Het voorkomen van problemen kan daar vervolgens een resultaat van zijn, net als het versterken van sociale samenhang, het vergroten van creatieve en communicatie vaardigheden en zingeving.
Probleemanalyse Een meerjarige visie op de sociale basis speelt in op de veranderingen die ons voor nieuwe uitdagingen stellen. Zo maakt een stad altijd demografische en ruimtelijke veranderingen door. Op dit moment zijn sommige stadsdelen aan het vergrijzen, terwijl Nijmegen-Noord juist zorgt voor vergroening. Dit vraagt om een expliciete vertaling naar onze opdrachtverlening en de capaciteitsverdeling in de stad. Daarnaast kent Nijmegen veel actieve inwoners en een groot en divers aanbod aan maatschappelijke initiatieven. Deze worden vanuit verschillende beleidsdoelen en domeinen ondersteund. Op dit moment ontbreekt het aan een eenduidige inhoudelijke visie op de sociale basis. Gevolg daarvan is dat vergelijkbare subsidies en projecten veelal niet integraal worden afgewogen, met een verscheidenheid aan randvoorwaarden en richtlijnen tot gevolg. Mogelijke overlap en lacunes worden daardoor gemist. Daarnaast kennen veel subsidies een historisch gegroeid bestaansrecht. Dit leidt er onder andere toe dat er beperkt ruimte is voor nieuwe initiatieven. Het ontbreekt aan een integraal kader om oud en nieuw tegen elkaar af te wegen. Nieuwe aanvragen moeten ingepast worden in bestaande budgetten en beleidskokers, waardoor er soms lastig gehoor gegeven kan worden aan de veranderende vraag uit de stad.
Bij de professionele inzet voor de sociale basis is sprake van instituutsfinanciering, waarbij met de grote partners jaarlijks afspraken worden gemaakt over de inzet. Deze ontwikkeling is onbedoeld versterkt door de vorming van twee grote welzijnsorganisaties: Bindkracht10 en Sterker sociaal werk en biedt weinig kansen voor nieuwe aanbieders en benaderingswijzen. Continuïteit, bestendigd partnerschap en het voortzetten van wat goed gaat zijn belangrijk. Wel is er een goed evenwicht nodig tussen de gewenste continuïteit en noodzakelijke vernieuwing. Het gevolg van deze gemeentelijke werkwijze is dat het gesubsidieerde aanbod in de sociale basis: onvoldoende gericht is op gezamenlijke en geprioriteerde sociale opgaven; er niet altijd een sterke samenhang is tussen de activiteiten en projecten; er meer stil gestaan kan worden bij de effectiviteit van het aanbod; niet altijd goed aansluit bij de opgaven en doelgroepen. Bouwstenennotitie TwynstraGudde Deze bevindingen worden in de bouwstenennotie van TwynstraGudde door vrijwel alle betrokkenen onderschreven. Ook het zorgen voor goed gemeentelijk opdrachtgeverschap, integraliteit, prioritering, regelruimte voor de uitvoering en beter zicht op resultaten en effecten zijn punten van aandacht. Daarnaast is de oproep gedaan om geen grootse veranderingen door te voeren in de huidige stedelijke sociale basisinfrastructuur.
Er is juist behoefte aan stabiele leeromgevingen om goede ontwikkelingen te realiseren. Bovendien moet tijdens de verbouwing de winkel openblijven. Deelnemers hebben behoefte aan continuïteit, door bijvoorbeeld te stimuleren wat goed werkt. Goed opdrachtgeverschap betekent dus ook: veranderen met mate.
4
Bouwstenen Jeugd De bevindingen en bouwstenen voor jeugd en gezin komen overeen met die van volwassenen en zijn voornamelijk gevormd in leeromgevingen die we het afgelopen jaar hebben ingericht, samen met onderwijs, de kinderopvang, de jeugdgezondheidszorg, het jongerenwerk en jeugdwelzijnswerk. Voor de leeftijdsgroep 12+ zijn er vrijwel in alle stadsdelen preventieprogramma’s. Voor 12- zijn deze gestart in Nijmegen-Noord, Dukenburg en Hatert. De gemeente stuurt daarbij op het gezamenlijk benoemen en prioriteren van opgaven, innovaties in het aanbod en wijkgerichte samenwerkingsprocessen. Onze inzet is daarbij niet enkel gericht op het voorkomen van zware jeugdzorg, maar ook van lichtere problematiek waarvoor nog te vaak jeugdhulp wordt ingezet. De werkwijze leidt tot meer kennisuitwisseling en samenwerking tussen de partners. Daarnaast halen we informatie op uit pilots op het snijvlak van welzijn en jeugdzorg die gericht zijn op voorkomen van escalaties en onveiligheid, zoals Buurtgezinnen. Landelijk maken we onderdeel uit van ‘Impact in de Wijk’ van het Nederlands Jeugdinstituut, waarin gemeenten die programmatisch werken lessen en ervaringen uitwisselen. Vooral leerzaam is de aanpak in Rotterdam, die gestoeld is op wetenschappelijke inzichten (beschermende en risicofactoren) én maatwerk via sociale wijkprogrammering.
Ambitie, doel en looptijd visie De stad en haar inwoners zijn divers, met verschillende talenten, mogelijkheden, krachten, beperkingen én kwetsbaarheden. Dit geldt ook voor buurten, wijken, informele netwerken en verbanden. We zijn op zoek naar een sociale basis die hierop aansluit, faciliteert en waar nodig versterkt. De nieuwe visie en het daarop gebaseerde beleidskader geven richting aan de gezamenlijke inzet van inwoners, professionals en gemeente op het realiseren van een sterke sociale basis: een toereikende sociale basisinfrastructuur, stevige sociale cohesie en inclusief samenleven. De visie is daarmee helpend voor onze inwoners in en met het ‘normale leven’. De looptijd van het nieuwe beleid is vier tot vijf jaar. De kaders worden jaarlijks gemonitord, maar pas na vier a vijf jaar geëvalueerd en bijgesteld. Dit vraagt om robuuste kaders met een duidelijke richting en voldoende uitvoeringsruimte. Beoogd is om kort voor het zomerreces 2021 het beleidskader te laten vaststellen door de gemeenteraad.
Een regisserende en faciliterende gemeente is een randvoorwaarde Het proces bestaat uit een aantal opeenvolgende stappen: visie- en kadervorming, beoordeling en opdrachtverlening. In elk van deze fasen is de rol van de gemeente anders: van initiëren, meedenken en cocreëren, naar meebeslissen en vaststellen, naar opdrachtgeven en regisseren.4 De rol van de gemeente wordt bepaald op basis van het doel of het vraagstuk waarop de sturing is gericht. De activiteiten en inspanningen in de sociale basis worden over het algemeen niet door de gemeente zelf uitgevoerd. De rol van de gemeente ten aanzien van de uitvoering is vooral faciliterend en regisserend.5 Bij de versterking van de sociale basis is de samenleving en zijn daarmee inwoners, vrijwilligers en professionals primair aan zet. Daarom zijn zij ook aan zet bij de visievorming. Dit vereist dat de gemeente in het visieproces niet primair als overheid, maar als gesprekspartner deelneemt en vertrouwt op de inbreng van inwoners en professionals. Bij het opstellen van het beleidskader verschuift de rolverdeling. Samenwerken is bij het uitwerken van de visie nog steeds de insteek, maar het is de gemeenteraad die de kaders vaststelt. Het is daarom logisch dat de gemeente het initiatief neemt en de regie voert over het proces van visievorming en kaderstelling.
4
Zie bijlage 2.
5 Daaronder valt ook het opdrachtgeverschap van professionele inzet. Professionele inzet is primair bedoeld om inwoners te
ondersteunen en te faciliteren.
5
4. Uitgangspunten visie en kader Uitgangspunten visievorming Aan een degelijke visie liggen gedeelde kernwaarden ten grondslag. De bouwstenennotitie van TwynstraGudde geeft hiervoor een aanzet door middel van een zogenaamde waardenkaart. Deze is gebaseerd op de antwoorden van de deelnemende inwoners en professionals op de vraag welke waarden centraal moeten staan in de sociale basis. De onderstaande afbeelding is een visualisatie van de meest genoemde waarden en zinsneden.
Samen met een brede vertegenwoordiging uit de stad gaan we deze waardenkaart verder concretiseren om uiteindelijk te komen tot een uitdagende, haalbare, concrete en begrijpelijke visie. De visie dient daarbij drie doelen: 1. Het geven van richting De visie geeft de gewenste toekomst situatie weer, uitgedrukt in ambities en uitgangspunten. Hiermee wordt strategisch richting gegeven aan de ontwikkeling van de sociale basis. Zodra iedereen weet wat de gedeelde ambitie is voor de komende jaren, is de kans groter dat we samen met onze partners resultaten behalen. 2. Het aanbrengen van focus Een concreet geformuleerde visie stelt prioriteiten, maakt keuzes inzichtelijk waar wel of niet op wordt ingezet, laat zien wat de relevante samenwerkingen zijn en biedt ruimte voor een gebieds- of populatiegerichte vertaling van deze prioriteiten en keuzes. Ook laat een visie de samenhang en noodzakelijke samenwerking met aanpalende domeinen zien. En vormt de basis voor politiek-bestuurlijke besluitvorming bij de toedeling van gemeentelijke middelen. 3. Prikkelen Een goede visie is inspirerend. Het daagt uit en prikkelt iedereen het beste van zichzelf te laten zien. En zorgt ervoor dat de inwoner hier baat bij heeft.
6
Participatie is noodzakelijk voor draagvlak Het creëren van draagvlak is in dit visietraject essentieel. Dit vormt namelijk de basis voor de uitvoering van het beleid, want hoe steviger dit draagvlak, hoe werkzamer de visie. We zetten daarom in op een gezamenlijk lerend traject met onze partners in de stad en met inwoners, omdat –zoals hiervoor al aangegeven- de samenleving aan zet is. Maar ‘visie’ is een abstract begrip en participatie betreft juist het concrete en alledaags handelen. Daarom kiezen we voor een kort gericht visieproces, op basis waarvan we een beperkt aantal heldere kaders voor nieuw beleid willen ontwikkelen. We willen onze energie, tijd en aandacht vooral richten op het vervolg: de realisatie van participatie in het alledaagse leven. Kortom: op meedoen.
Uitgangspunten kadervorming Uit het de verschillende trajecten om te komen tot bouwstenen, die benoemd zijn in de inleiding, zijn alvast drie uitgangspunten naar voren gekomen die we willen voorleggen, omdat ze ons inziens moeten landen in het kader: 1. We werken met stedelijke thema’s en opdrachten 2. Thema’s worden gebiedsgericht uitgewerkt 3. Het werken met stadsdeelagenda’s en preventieprogramma’s wordt doorontwikkeld
1. We werken met stedelijke thema’s en opdrachten In het voortraject is veelvuldig aangegeven dat het gemeentelijk opdrachtgeverschap verbeterd moet worden. De roep om te gaan werken met thematische opdrachten is groot. Dit houdt in dat de subsidie wordt gekoppeld aan inhoudelijke thema’s, voortvloeiend uit sociale opgaven, en niet aan organisaties. Het gaat hier om thema’s met een tijdpad van vier tot zes jaar, omdat ze vragen om een consequente en langdurige aanpak, waarvan de effecten zich pas na verloop van tijd aftekenen. Een voorbeeld van zo’n stedelijk thema is het tegengaan van eenzaamheid of het vergroten van sociaal-emotionele vaardigheden bij kinderen in wijken waar relatief veel sprake is van gedragsproblematiek op school of in de publieke ruimte. Dit kan vormgegeven worden met beleidsregels of een vorm van meer zakelijke en integrale opdrachtverlening, gericht op stevigere samenwerking, duidelijke kwaliteitsnormen en met uitvoeringsruimte voor de organisaties. De thematische opdrachten worden in overleg met uitvoerders geformuleerd en bevatten de eisen, wensen en verplichtingen waarop Nijmeegse organisaties, liefst in samenwerking, kunnen inschrijven. Daarbij willen we geen marktwerking introduceren, maar zo veel mogelijk doorontwikkelen vanuit de bestaande sociale infrastructuur.
Om vernieuwing op zowel het niveau van het aanbod als de introductie van nieuwe spelers met een meerwaarde voor Nijmegen mogelijk te maken wordt er gewerkt met een innovatiebudget.
2. Thema’s worden gebiedsgericht uitwerkt Dit vereist flexibiliteit en een doorlopende dialoog op alle niveaus in het stadsdeel. Gezamenlijk en ‘van onderop’ worden op basis van de stedelijke thema’s ideeën en uitwerkingen opgehaald en bepaald. Dat kan verschillen per buurt, wijk of stadsdeel. Hierbij is een open houding nodig voor zogenaamde ‘grassroot initiatives’: initiatieven van inwoners die bepaalde vraagstukken en problemen in hun directe leefomgeving op een alternatieve wijze willen oplossen. Het beleidsinstrument ‘right to challenge’ sluit hierop aan. De beste manier om dit te faciliteren, is om een deel van de beschikbare middelen hiervoor te reserveren, zoals nu ook al gebeurt.
3. Het werken met stadsdeelagenda’s en preventieprogramma’s wordt doorontwikkeld Uit de bouwstenennotitie komen de stadsdeelagenda’s duidelijk als een gewenst bestaand beleidsinstrument naar voren. Ze vormen op dit moment een basis voor de grote welzijnsorganisaties om samen met partners specifieke thema’s in de wijk/stadsdeel aan te gaan. Om het potentieel van de agenda’s nog meer te benutten moet dit verder ontwikkeld worden, met name ten aanzien van het verbreden naar partnerorganisaties in de stad, data-gestuurd werken en monitoren, betrokkenheid van inwoners, horizontale verantwoording en gemeentelijke regie en sturing.
7
Preventieprogramma’s jeugd Met de preventieprogramma’s 12- en 12+ is een basis gelegd voor gerichte en programmatische samenwerking in het sociale basisinfrastructuur voor jeugd en gezin. De versterkte onderlinge samenwerking, de zoektocht naar focus en grotere effectiviteit, het werken met data en de ruimte die aan de ideeën van professionals wordt gegeven worden gewaardeerd. Er zijn natuurlijk ook ontwikkelpunten, bijvoorbeeld omtrent de participatie van ouders en jeugdigen, het bereik van de preventieprogramma’s 12- (nog maar in drie gebieden) en de overgang van het bestaande aanbod naar het wenselijke aanbod. Regie op samenwerkingsprocessen Integraliteit en samenwerking tussen actoren komen niet enkel vanuit een goede opdracht van de grond. Uit ervaring met de stadsdeelagenda’s en preventieprogramma’s blijkt dat processen gericht op samenwerking, cultuurverandering en doelrealisatie een vorm van faciliterende regie nodig hebben. De complexiteit van de opgaven en de hoeveelheid betrokken actoren in de netwerken maken dit noodzakelijk. Deze rol lig bij de gemeente als opdrachtgever en partij zonder financiële uitvoeringsbelangen.
8
5. Participatieproces en planning Het bestuurlijk opdrachtgeverschap is neergelegd bij het bestuursteam sociaal en ambtelijk bij de stuurgroep sociale stad. Er is een ambtelijk projectteam samengesteld onder leiding van een projectmanager.
Participatieproces visie en kadertraject Er wordt gewerkt met drie werkvormen. Als eerste wordt er een stadsbrede inspiratiesessie voor de visievorming georganiseerd. Deze bouwt voornamelijk voort op de waardenkaart uit de notitie van TwynstraGudde. We hebben de HAN gevraagd om deze bijeenkomst samen met ons te organiseren. Gemeenteraadsleden worden hiervoor uitgenodigd. Het resultaat van deze bijeenkomst zijn bruikbare visie-elementen, of mogelijk al een gedeelde concept visie. Ten tweede worden er drie of vier intensieve werkbijeenkomsten georganiseerd in wisselende samenstelling van professionals en vrijwilligers van Nijmeegse organisaties en gemeenteambtenaren. Deze bijeenkomsten noemen we ‘ontwerp-garages’ omdat er gezamenlijk gesleuteld wordt aan de kaders en randvoorwaarden voor subsidiëring en bekostiging van de sociale basis. Ook worden deze sessies ingezet om de stedelijke thema’s voor de komende vier tot zes jaar te bepalen. Eén van de ontwerp-garages is specifiek gericht op monitoring en één specifiek op jeugd. Ten derde worden er thematische werkbezoeken gebracht aan activiteiten en projecten in de stad die een belangrijke bijdrage leveren aan sociale cohesie, participatie, gezondheid, mantelzorg, inclusie en daarmee dus aan een sterke sociale basis. In de bouwstenennotitie was niet voor niets een conclusie, dat er in Nijmegen al heel veel goede initiatieven zijn.
Die willen we uitlichten. Tot slot zal er een gezamenlijke gesprek met de adviescommissies plaatsvinden over de opgedane inzichten.
Par t icipat iepr oces Kader n ot a Sociale Basis gem een t er aad
pr oj ec t t eam
pr of essi on al s
i n w on er s
st ar t n ot i t i e (11 j an ) j an -21
r aadsbr i ef st ar t n ot i t i e
feb-21
on t wer psessi e 1 WERKBEZOEK WETHOUDER on t wer psessi e 2
WERKBEZOEK WETHOUDER
on t wer psessi e 3
WERKBEZOEK WETHOUDER
m r t -21
INSPIRATIESESSIE WERKBEZOEK WETHOUDER
apr -21 on t wer psessi e 4 voor l opi g con cept k ader n ot a (26 apr i l ) advi esaan vr aag com m i ssi es m ei -21
k ader n ot a (4 j u n i )
j u n -21 vast st el l en k ader n ot a (23 j u n i )
9
Planning Het proces is afgestemd om met een korte doorlooptijd het bovenstaande in het beoogde beleidskader verwerkt te hebben en deze voor het zomerreces aan te bieden aan de gemeenteraad. Activiteit
Datum
Startnotitie gereed en toezending raad
16-02-21
Voorlopig concept kadernota
26-04-21
Adviezen adviescommissies
17-05-21
Kadernota gereed
01-06-21
Kamerronde
16-06-21 of 30-06-21
Besluitronde Gemeenteraad
23-06-21 of 14-07-21
10
Bijlage 1 De sociale basis is een breed begrip en kan allesomvattend zijn.
11
Bijlage 2 Rollen van de gemeente (overheid)
Overgenomen uit: Leren door doen: Overheidsparticipatie in een energieke samenleving: van der Steen, M.; Hajer, M.; Scherpenisse, J.; van Gerwen, O.J.; Kruitwagen, S. (Planbureau voor de leefomgeving)
12
Bijlage 3 Notitie Bouwstenen voor een sterke sociale basis - gemeente Nijmegen 22 oktober 2020
13