Startnotitie koers 2026
Tekst van het document
Startnotitie koers 2026 Dilemma's voor Nijmegen
Gemeente Nijmegen Maart 2025
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .........................................................................................................................................2 Inleiding ................................................................................................................................................3 Dilemma 1: Groeiende stad .................................................................................................................4 Toelichting...................................................................................................................................4 Dilemma 1 ...................................................................................................................................4 Dilemma 2: Bereikbare stad ................................................................................................................5 Toelichting...................................................................................................................................5 Dilemma 2 ...................................................................................................................................5 Dilemma 3: Groeiende gemeentelijke overheid .................................................................................6 Dilemma 3
...................................................................................................................................6 Dilemma 4: Sociale stad.......................................................................................................................7 Toelichting...................................................................................................................................7 Dilemma 4 ...................................................................................................................................7 Dilemma 5: Gemeentelijke inkomsten en financiële sturing .............................................................8 Toelichting...................................................................................................................................8 Dilemma 5 ...................................................................................................................................8 Bijlage 1: feiten en cijfers ..........................................................................................................................8 Feiten en cijfers groeiende stad ..........................................................................................................9 Feiten en cijfers bereikbaarheid
........................................................................................................11 Feiten en cijfers groeiende gemeentelijke overheid ........................................................................12 Feiten en cijfers sociale stad ..............................................................................................................12 Feiten en cijfers gemeentelijke inkomsten en lokale lasten ............................................................17 Hoe groot is het aandeel van de belastinginkomsten in de totale inkomsten? .........................17 Lokale lasten en andere belastingen vergeleken met andere gemeenten ................................17 Wettelijke beperkingen .................................................................................................................18 Bijlage 2: inbreng door de raadsfracties ................................................................................................20
2
Inleiding Om de koers voor de begroting 2026-2029 te bepalen, heeft de raad de wens uitgesproken dat zij eerder in het proces betrokken wil zijn. Aan die wens geven we gehoor door in april als college en raad het debat met elkaar te voeren om richting te geven voor die koers. Dat doen we aan de hand van dilemma’s. Een aantal fracties uit de gemeenteraad en ons college hebben dilemma's of vraagstukken geformuleerd om met elkaar over in gesprek te gaan om de koers voor 2026 en verder uit te zetten. Door de oogharen heen hebben wij onafhankelijk van elkaar veel gelijke of vergelijkbare onderwerpen aangedragen. Deze startnotitie is een notitie van ons college aan de raad, bedoeld om de dilemmagesprekken te faciliteren. Ieders inbreng is geordend naar vijf thema's, waarvan wij het belangrijk vinden dat er uitspraken over gedaan worden voor de koers voor Nijmegen. Elk thema is voorzien van een korte toelichting. In bijlage 1 bij deze notitie vindt u voor elk thema enkele kerngegevens (feiten & cijfers) en in bijlage 2 de volledig uitgeschreven dilemma's en vraagstukken die de raadsfracties hebben ingediend voor de dilemmagesprekken. Als college hebben we ervoor gekozen scherpe dilemma's te formuleren, om tot de kern te komen in het debat. De dilemma's weerspiegelen dus niet per se onze standpunten, of een wens om de koers te wijzigen.
Op de meeste thema's hebben we bestaand beleid, zoals de kaders voor de mobiliteitstransitie en de nota samen werken, samen sterk. Of de omgevingsvisie, waarvan de actualisatie binnenkort aan uw raad wordt voorgelegd. De dilemma's zijn 'financieel neutraal', dat wil zeggen: hoe dan ook aan de orde voor het bepalen van de koers, of het financiële beeld nu verbetert of verslechtert. En we leggen voor de koers bewust echte dilemma's voor: keuzes uit twee opties die beide voor- en nadelen hebben, waardoor er geen voor de hand liggende keuze is. In de volgende paragrafen lichten we eerst per thema het vraagstuk toe. Daarna formuleren we het dilemma waarover ons college het debat wil voeren met uw raad. Wij hopen dat deze nieuwe werkwijze een goed debat oplevert over de hoofdlijnen en richting voor de koers voor 2026 en ons handvatten biedt voor het opstellen van een breed gedragen Stadsbegroting 2026-2029.
3
Dilemma 1: Groeiende stad Toelichting Al lange tijd groeit Nijmegen in omvang en aantal inwoners. Op enkele periodes na, is groei een constant gegeven voor Nijmegen. Hierdoor verandert het aanzicht van Nijmegen continu. Meest actueel zijn de veranderingen in Winkelsteeg en het Stationsdistrict. Tegelijkertijd zijn er gebieden van de stad die minder van karakter veranderen. De groei van de stad helpt ons om draagvlak te creëren voor voorzieningen (onder meer economisch, sociaal, groen en infrastructuur) die de leefbaarheid en (brede) welvaart ten goede komen. Tegelijkertijd is de ruimte in Nijmegen beperkt. Om al onze ambities waar te maken, is het dus noodzakelijk om slimme en rechtvaardige ruimtelijke keuzes te maken en hierin te prioriteren. Dat vraagt in onze koers en eveneens in de concretisering en uitwerking daarvan in de stad, voortdurend afwegingen over het combineren en prioriteren van ambities die ruimte vragen, zoals onder meer duurzame energie-opwek, klimaatbestendigheid van onze stad, ruimte voor bedrijvigheid en werkgelegenheid en versterking van de biodiversiteit. Deze afwegingen hebben ook impact op onze sociale ambities, zoals de ongedeelde stad, de bevordering van de gezondheid van onze inwoners, voldoende betaalbare woningen en ruimte voor ontmoeting en voorzieningen.
In een groeiende stad gaat het immers niet alleen om de verdeling van vierkante meters, maar ook om verantwoordelijkheden van inwoners jegens elkaar en onze collectieve verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke en de sociale kwaliteit. Op hoofdlijnen is de vraag wat een wenselijke ontwikkeling van de stad is en wat we verstaan onder het ‘eigen karakter’ van de stad. Hierbij kan het gaan over hoogbouw en een kosmopolitische uitstraling, of juist kleinschaligheid en een gemoedelijke ambiance. Wat zijn de karakteristieke elementen/kenmerken van Nijmegen die we willen behouden in een groeiende stad? Ook aspecten als leefbaarheid, sociale cohesie en tolerantie in een drukkere en meer volgebouwde stad, kunnen hierbij een rol spelen.
Dilemma 1 De groei van de stad mag met zich meebrengen dat de stad een volledig ander aanzicht en karakter krijgt. vs: Het bestaande karakter van de stad moet behouden blijven, ook als dat ten koste gaat van de groei van de stad en de bijbehorende ontwikkeling van de brede welvaart en het voorzieningenniveau.
4
Dilemma 2: Bereikbare stad Toelichting Met de groei van de stad en onze regio groeit ook het aantal gebruikers van ons mobiliteitsnetwerk. Meer mensen op de weg, meer mensen op het fietspad en meer mensen in het OV. In de tijden waarin we kozen voor uitbreiding groeide ook ons vervoersnetwerk: in de nieuwe wijken kwam extra infrastructuur en die werd aangesloten op het hoofdnetwerk (fiets, auto en OV). De keuze voor binnenstedelijk verdichten verandert dit. Er komt nu beperkt verkeersinfrastructuur bij, maar wel veel meer inwoners. De netwerken worden dus intensiever gebruikt, terwijl onze fietspaden, wegen en OV al intensief gebruikt werden. We moeten onze infrastructuur dus zo aanpassen dat we deze optimaal kunnen benutten. Grootstedelijke infrastructuur vraagt ruimte en geeft ruimte om andere functies (bv. bedrijvigheid) meer regionaal te organiseren en Nijmegen goed te ontsluiten en aan te sluiten op de regio en de rest van het land. Dat geldt niet alleen voor de auto, maar ook voor hoogwaardig en frequent openbaar vervoer. De nabije stad vraagt minder infrastructuur, maar vereist veel meer mogelijkheden voor wonen en werken in de stad, omdat de verbindingen naar de regio en de rest van het land minder goed zijn, en meer beperking van de ruimte voor autobezit. Het is een dilemma wat prevaleert.
Dilemma 2 De groei van de stad maakt dat we prioriteit moeten geven aan de ontsluiting van de stad met grootstedelijke infrastructuur, ook als dat ten koste gaat van ruimte voor andere functies, zoals groen, ontmoeten, parkeren etc. vs. Realisatie van de nabije stad, met ruimte-efficiënte en duurzame mobiliteit krijgt prioriteit boven ontsluiting van de groeiende stad.
5
Dilemma 3: Groeiende gemeentelijke overheid Toelichting De stad groeit, zowel in inwoneraantal als in de complexiteit van maatschappelijke opgaven. Dit vraagt om een sterke gemeentelijke overheid (bestuur en organisatie) met voldoende capaciteit, expertise en slagkracht om deze groei in goede banen te leiden. Tegelijkertijd kunnen inwoners door deze groei een toenemende afstand tot het bestuur en de gemeentelijke organisatie ervaren. Groeien en herkenbaar blijven kan, de overheid raakt niet automatisch meer op afstand, maar dit vraagt iets van de hele gemeentelijke overheid. Dit dilemma gaat erover hoe de inwoner kijkt naar gemeentelijke overheid, wat die van haar verwacht en wat dit betekent als de stad groeit. Bij schaalvergroting is het behoud van de nabijheid voor inwoners een aandachtspunt, om te voorkomen dat de gemeentelijke overheid iets anoniems wordt en minder van ons allemaal en dat daardoor de legitimiteit van het bestuur in de ogen van inwoners vermindert. Dit geldt zowel voor gemeenteraad en college om goed benaderbaar te blijven als voor de ambtelijke organisatie om laagdrempelig genoeg te blijven. Dit vraagt keuzes in onze dienstverlening en inzet van middelen. Wat bieden we digitaal aan omdat dat snel en efficiënt is en waarbij vinden we persoonlijk contact nodig, bijvoorbeeld? Maar niet alleen nabijheid speelt hier.
De manier waarop de gemeente communiceert en samenwerkt met inwoners betrekken we bij dit vraagstuk. Daarnaast komen de kwaliteit en professionaliteit van bestuur en organisatie om de complexe opgaven het hoofd te kunnen bieden bij dit dilemma aan bod, evenals de vraag of we bv. kiezen voor een proactief sturende houding of ons meer richten op het voldoen aan wettelijke taken en faciliteren van initiatieven van inwoners, bedrijven en instellingen.
Dilemma 3 De groei van de stad vereist een gemeentelijke overheid (bestuur en organisatie) die qua omvang, kwaliteit en professionaliteit van de organisatie meegroeit. vs. De gemeentelijke overheid (bestuur en organisatie) moet compact en nabij blijven, ook als daarmee aan kwaliteit wordt ingeboet.
6
Dilemma 4: Sociale stad Toelichting In het sociaal domein hebben we te maken met een aantal wettelijke taken van het type openeinde regeling: we ontvangen van het Rijk middelen conform een verdeelmodel, maar het landelijke beeld is dat –met name binnen de Wmo, Jeugdwet en participatiewet – de vraag veel groter en de bijkomende kosten veel hoger zijn dan de Rijksmiddelen die hier tegenover staan. Doordat het individuele recht op ondersteuning in de wet verankerd is, is het zeer complex om met de beschikbare middelen aan de vraag te voldoen, zeker omdat de vraag al 10 jaar toeneemt en de budgetten niet evenredig meegroeien. Daardoor zien we al jaren het risico dat dit ten koste gaat van andere ambities, waarin we meer invloed hebben op de hoeveelheid financiële middelen die we eraan besteden. De toename van kosten voor individuele voorzieningen kan ten koste gaan van collectieve voorzieningen, die alleen de gemeente aanbiedt. Dit geldt zowel binnen het sociaal domein, bijvoorbeeld welzijnsactiviteiten, cultuurvoorstellingen, of middelen voor sportverenigingen, maar ook daarbuiten, bijvoorbeeld inzet voor veiligheid, speeltuinen of middelen voor groen, of betaalbaar wonen. Ook bezuinigingen op collectieve voorzieningen, kunnen een negatief effect hebben op de bestaanszekerheid en de kansen voor onze inwoners die hulp nodig hebben.
En de vraag is aan de orde of we alles willen en kunnen compenseren wanneer het rijk bezuinigt of onvoldoende middelen beschikbaar stelt, of dat we ons concentreren op onze lokale taken en de medebewindstaken uitvoeren met de middelen die we ervoor ontvangen. Dat maakt dit alles tot een bijzonder complex dilemma, waarop voortdurend richting nodig blijft.
Dilemma 4 We blijven alle individuele zorg en ondersteuning leveren voor alle kwetsbare inwoners, ook als dat ten koste gaat van collectieve voorzieningen in de stad. vs. We blijven de collectieve voorzieningen op peil houden, ook als dat ten koste gaat van de zorg en ondersteuning die we bieden aan kwetsbare inwoners.
7
Dilemma 5: Gemeentelijke inkomsten en financiële sturing Toelichting Naast de middelen die het rijk beschikbaar stelt aan gemeenten, zijn de gemeentelijke heffingen en kostendekkende tarieven bronnen om te zorgen voor voldoende middelen om onze ambities te realiseren. We zien onze uitgaven stijgen, doordat rijksmiddelen achterblijven bij de vraag en door autonome kostenstijgingen. Ook in deze brede zin, speelt de vraag of/in hoeverre we met lokale middelen kunnen en willen compenseren waar het rijk onvoldoende middelen beschikbaar stelt of bezuinigt. Halen we de extra middelen die we dan nodig hebben, bij onze inwoners en bedrijven op? Of concentreren we ons op onze kerntaken en doen we ons werk met het geld dat we ervoor krijgen? En hoe wegen we maatschappelijk rendement, of baten op de langere termijn af bij dit vraagstuk? De lastendruk van Nijmegen wordt als hoog ervaren, juist door bedrijven en woningbezitters. Het verder verhogen van de lokale lasten leidt ertoe dat Nijmegen voor deze groepen minder aantrekkelijk wordt. Deze groepen zijn juist belangrijk voor het financiële draagvlak onder het voorzieningenniveau.
Dilemma 5 Een voorname taak is het ondersteunen van onze inwoners die dat nodig hebben. Hierop gaan we niet terugnemen en hanteren we het principe van de sterkste schouders, de zwaarste lasten, ook als dat betekent dat we belastingen voor inwoners en bedrijven substantieel moeten verhogen. vs. We wentelen onze financiële knelpunten niet af op onze inwoners, ook niet als dat betekent dat we moeten bezuinigen.
8
Bijlage 1: feiten en cijfers Feiten en cijfers groeiende stad Nijmegen is een groeiende stad en groeit harder dan het landelijke gemiddelde en kennissteden.
Figuur 1: Relatieve toename inwonersaantal Nijmegen, Nederland en kennissteden, 2000=100. Bron: CBS. Nijmegen heeft ongeveer 189.000 inwoners (peildatum 1 januari 2025). De komende jaren blijft de bevolking van Nijmegen groeien. Hoe de groei zich ontwikkelt, is afhankelijk van verschillende factoren die allemaal in meer of mindere mate onzeker zijn: in welke mate blijven studenten naar Nijmegen komen voor een opleiding, hoe zal het gaan met de bouw van nieuwe woningen en hoe ontwikkelt de economische situatie in Nijmegen en Nederland zich?
Figuur 2: Bevolkingsontwikkeling Nijmegen 1900 - 2040 Nijmegen is een relatief jonge stad. Er komen steeds meer jongeren naar Nijmegen om hier een opleiding te volgen. Het aantal studenten aan de Radboud Universiteit en de HAN is de afgelopen 9
20 jaar sterk toegenomen. Dit is een groei door de komst van nieuwe inwoners. Maar net als de rest van Nederland, heeft Nijmegen ook te maken met vergrijzing. De komende jaren zal steeds sterker sprake zijn van een “dubbele vergrijzing”. De (dubbele) vergrijzing zal een grote impact hebben op de woonbehoefte, zorgvraag en (zorg)voorzieningen in de wijken.
Figuur 3: Aantal inwoners per leeftijdsjaar, 2000 en 2024. Bron: BRP. De woonbehoefte blijft groot. Op basis van de laatste inzichten groeit Nijmegen tot en met 2030 sterk (met ongeveer 12.000 woningen). Tot 2040 fluctueren de voorspellingen, maar lijkt er sprake te zijn van een gematigde groei (5.000 tot 10.000 woningen). De ontwikkeling na 2040 is nog onzeker. Dat komt omdat de woonbehoefte steeds meer afhangt van migratie en minder van natuurlijke aanwas. De afgelopen jaren is het aantal banen in de stad sterk gegroeid. Nijmegen heeft een regiofunctie als werkstad. Er is vraag naar uitbreiding van bedrijfsruimten, maar het aanbod in de stad is beperkt. Op de Nijmeegse kantorenmarkt is sprake van een kwalitatieve mismatch: vooral tekorten op centrumlocaties en ruimten met gunstige energielabels. Door krapte in het aanbod van werklocaties, bedrijfsruimte en kantoren stokt de doorstroming en kunnen bedrijven niet of moeilijk doorgroeien in Nijmegen. In de afgelopen 10 jaar is er gemiddeld 4 tot 6 hectare aan bedrijventerrein uitgegeven. De Groene Metropool Regio verwacht voor de regio tot 2030 een uitbreidingsvraag van 150 tot 280 hectare. De berekende uitbreidingsvraag voor Nijmegen bedraagt 30 tot 60 ha tot 2030. Dit is exclusief eventuele, additionele ruimtevraag voor duurzame energie of circulariteit.
Er is onvoldoende ruimte op de werklocaties om deze mogelijke vraag te faciliteren. Naast ruimte voor wonen en werken, heeft Nijmegen ook ruimte nodig om onze stad klimaatadaptief te maken. Hierbij streven we naar vergroening van wijken om zo wateroverlast en hittestress tegen te gaan. In wijken waar nu relatief weinig groen is, vraagt dit om meer ruimte. Om de energietransitie vorm te geven, is extra ruimte nodig om bijvoorbeeld transformatorhuisjes te plaatsen. De ruimte die nodig is voor de circulaire economie is nog onzeker. Hierover verschillen 10
de voorspellingen. Voor alle toekomstbeelden uit een studie van het Planbureau voor de Leefomgeving ligt de ruimtevraag in een circulaire economie ongeveer tussen het huidige ruimtegebruik van economische activiteiten en 40 procent extra. Om een gezonde en sociale leefomgeving te maken, is ruimte ten opzichte van milieubelastende activiteiten nodig en zijn plekken nodig waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, bewegen, sporten en spelen.
Feiten en cijfers bereikbaarheid Regionaal In de GMR worden de komende jaren 60.000 woningen gebouwd. Ook moeten er nieuwe banen komen. Hiermee groeit het aantal vervoersbewegingen in de regio. Een groot deel van de ritten in de regio wordt nu gemaakt met de auto, met name tussen steden en dorpen. De autowegen staan tijdens de spits nu al bijna dagelijks vast. Groei van het autoverkeer (ook door groei van de regio) en ruimte voor infrastructuur Op alle snelwegen rond Nijmegen is sprake van een hoge verkeersdruk. Er is af afgesproken om de A15 door te trekken en om te onderzoeken of de A50 verbreed kan worden. Voor de A73 liggen er nog geen onderzoeken of afspraken, maar ook hier neemt de verkeersdruk fors toe. Uitbreiding van autocapaciteit geeft verlichting op de korte termijn, maar een ongewenst neveneffect is een hoger autogebruik en toename van reisafstanden. Het faciliteren van de auto zorgt voor sterk toenemende auto-intensiteiten. Het is dus de vraag of uitbreiding van autocapaciteit verstandig is. In ieder geval lijkt de spanning rond de stadsranden toe te nemen: op het nationale netwerk en in landelijke gemeenten neemt de automobiliteit toe, terwijl er in steden steeds minder ruimte overblijft om autoverkeer te faciliteren. Nijmegen Het aantal auto’s per 1000 inwoners is in de afgelopen 10 jaar iets toegenomen. Van 354 naar 368.
Er zijn in Nijmegen ongeveer 10.000 auto’s bijgekomen in de afgelopen 10 jaar. De stad heeft vanuit noordelijke richting twee grote hoofdwegen de stad in: de S100 en de Waalbrug/Oranjesingel. De laatste is de op twee na drukste weg door een stad. Alleen de Koningskade in Den Haag is drukker. De S100 wordt ook intensief gebruikt. Sommige fietskruisingen op de S100 worden de komende jaren ongelijkvloers gemaakt, waardoor het autoverkeer beter doorstroomt en de fietsers en voetganger snel en veilig kunnen oversteken. Door de realisatie van de Oversteek en de S100 is de intensiteit op wegen binnen de S100 iets lager geworden; dit niveau is al jaren stabiel. De intensiteit op de S100 zelf neemt echter al jaren toe, net als de intensiteit op de omliggende snelwegen. We kennen een goed gebruikt busnetwerk en een compleet en uitgebreid treinnetwerk met vier kleinere stations en één hoofdstation. Het fietsgebruik is de afgelopen jaren/decennia sterk toegenomen. De fietsintensiteit over de drie waalbruggen is de afgelopen 10 jaar maar liefst verdubbeld; ook op andere fietsroutes zijn forse 11
toenames aan de orde. Dit veroorzaakt drukte op de fietspaden en in de fietsenstallingen. Om verdere groei te kunnen faciliteren, is uitbreiding van capaciteit nodig. Uitbreiding van fietscapaciteit is overigens aanmerkelijk goedkoper en ruimte-efficiënter dan het uitbreiden van autocapaciteit. Algemeen Mensen reizen: naar werk, naar school en privé. We weten dat hoe sneller we van A naar B kunnen reizen, hoe verder weg we reizen. Kortere reistijd, betekent dus niet automatisch een kortere reis. De reistijd blijft over het algemeen redelijk stabiel (ca. 90 minuten per dag). Ook zien we in praktijk dat het aanleggen van meer asfalt niet heeft geleid tot minder files. Het verbreden van snelwegen blijkt een aanzuigende werking te hebben op de automobilist.
Feiten en cijfers groeiende gemeentelijke overheid Hieronder ambtelijke bezetting in fte (stadsrekening) en de aantallen medewerkers (sociaal jaarverslagen):
Feiten en cijfers sociale stad Als we spreken over de hogere uitgaven in het sociaal domein gaat het vooral over het programma WWZ, aangezien daarbinnen individuele regelingen voortvloeiend uit de Wmo en Jeugdwet vallen. De stijgende kosten zijn in onderstaande figuur in beeld gebracht en grofmazig uitgesplitst naar soort. Hierin is, los van beleidsinhoudelijke ontwikkelingen, een stijgende lijn waarneembaar.
12
UITGAVEN JEUGD, WMO (*€1.000.000) 140,0 120,0 100,0
40,9
24,9 41,0
22,6
22,4
11,2
80,0 60,015,1
12,0
12,0
14,7
14,8
15,6
12,8
18,5
16,8
29,5 11,2 20,5
40,0 20,042,6
46,7
0,0 2019
2020
55,0
48,8
2021 JEUGD
WMO Klassiek
2022 WMO BG
61,8
64,5
2023
2024
WMO BW
Figuur 4: uitgaven Wmo, beschermd wonen, jeugdhulp per jaar. Bron: dashboard sociaal domein 25-2-2025. NB: de daling van 2020 naar 2021 heeft grotendeels te maken met de ‘wlz-uitname’ uit beschermd wonen waarbij een grote groep cliënten van de Wmo naar de Wlz ging en ook de middelen over gingen naar het Rijk.
Hoewel we de kosten voor Wmo en jeugd (zie fig. 4 en 9) dus zien oplopen, zien we de aantallen cliënten stabiel blijven en zelfs dalen in onderstaand figuur 5. De oplopende kosten hebben dus met name te maken met stijgende prijzen, als gevolg van hogere (kwaliteits)eisen en arbeidsmarktkrapte. De Rijksoverheid compenseert gemeenten in onvoldoende mate voor deze kostenstijgingen. Dit is ook één van de conclusies van de commissie van Ark. Deze commissie Van Ark heeft een adviesrapport gepubliceerd waarin ze het Rijk adviseert om gemeenten financieel tegemoet te komen1. Of dit gaat gebeuren is onzeker en zal pas in de voorjaarsnota en de meicirculaire meer duidelijk worden. De omvang van deze tegemoetkoming voor Nijmegen zou kunnen gaan om zo’n €11 miljoen structureel per jaar.
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd (Commissie van Ark), te vinden via https://vng.nl/sites/default/files/2025-01/advies-deskundigencommissie-hervormingsagenda-jeugd.pdf 1
13
Ontwikkeling cliënten Wmo en jeugd 2021-2025 3400
10800
3300 10600 3200 10400 3100
3000
10200
2900 10000 2800 9800 2700
Cliënten Jeugd
Cliënten Wmo
Lineair (Cliënten Jeugd)
jan-25
okt-24
dec-24
sep-24
nov-24
jul-24
aug-24
jun-24
apr-24
mei-24
jan-24
feb-24
mrt-24
dec-23
okt-23
nov-23
sep-23
jul-23
jun-23
aug-23
apr-23
mei-23
mrt-23
jan-23
feb-23
dec-22
okt-22
sep-22
nov-22
jul-22
aug-22
jun-22
apr-22
mei-22
jan-22
feb-22
mrt-22
dec-21
okt-21
nov-21
sep-21
jul-21
aug-21
jun-21
apr-21
mei-21
9600 mrt-21
2600
Lineair (Cliënten Wmo)
Figuur 5: Dalende trend in cliëntenaantallen Wmo en Jeugd (let op, assen starten niet bij 0). Rechter-as gaat over cliënten jeugd, linker-as over cliënten Wmo.
Wanneer we het nadelig saldo in het sociaal domein (het deel dat we uit algemene middelen betalen) afzetten tegen de rest van de begroting is zichtbaar dat sinds 2015 het sociaal domein een groot deel van de begroting en stadsrekening omvat. Tegelijkertijd is het belangrijk om te weten dat externe ontwikkelingen een heel groot aandeel hebben in de jaar-op-jaar mutaties die zichtbaar zijn in onderstaande grafiek. Landelijke beleidswijzigingen, extra (tijdelijke) taken (denk aan coronasteun, energietoeslag, opvang vluchtelingen) beïnvloeden het financiële beeld zowel aan de baten- als aan de lastenkant. Een andere kanttekening is dat de cijfers vanaf 2025 begroting betreffen, niet de rekening. Met andere woorden: dit gaat ervan uit dat we alle taakstellingen in het sociaal domein realiseren. Er is een verschil zichtbaar tussen de stijgende kosten in figuur 4 en het relatief stabiele saldo in onderstaand figuur 6. Dit betekent dat we elders in het sociaal domein (niet zijnde de maatwerkvoorzieningen) flinke meevallers hebben gehad. Denk aan de rijksmiddelen die we ontvingen voor de opvang van asielzoekers en Oekraïense ontheemden.
Figuur 6: Aandeel van het sociaal domein ten opzichte van andere onderdelen van de begroting op basis van nadelig saldo.
Het verschil tussen onderstaand en bovenstaand figuur illustreert dat het aandeel sociaal domein dat ten laste komt van onze algemene middelen (boven) over de tijd relatief stabiel is. Het contrast 14
met onderstaand figuur (veel meer schommelingen in de lasten i.t.t. het saldo) laat wederom zien dat er zich soms externe ontwikkelingen voordoen die invloed hebben op de lasten maar ook baten met zich meebrengen (denk aan de voorbeelden coronasteun, energietoeslag en opvang vluchtelingen)
Figuur 7: Aandeel sociaal domein op basis van lasten. Verschil met bovenstaand figuur is dat dit niet corrigeert voor uitgaven waar direct inkomsten tegenover staan.
Als we inzoomen op de kosten voor Wmo (figuur 8) zien we dat de beleidsinterventie van de buurtteams volwassenen vruchten afwerpt. In toenemende mate kunnen we inwoners direct door de buurtteams laten ondersteunen in plaats van doorverwijzen naar eerstelijns zorg.
Figuur 8: ontwikkeling van het aantal Wmo/buurtteam trajecten. Het totale aantal inwoners met Wmo beschikking is relatief stabiel. De verhouding maatwerk/buurtteam verschuift in de beoogde richting.
Voor Jeugd hebben we een eigen prognosemodel dat de kosten voor de jeugdhulp (zonder verblijf) prognosticeert. Ieder jaar kunnen we dit model actualiseren en de laatste versie bevat alle historische jeugdhulpdata tot en met 2023. Dit model geeft, zoals in onderstaande grafiek ook zichtbaar is, een iets minder negatieve prognose van de kosten jeugdhulp. Er is nog steeds sprake van een tekort, maar het tekort dat nu geprognosticeerd wordt is minder groot dan het model van vorig jaar ons liet zien. Dit is deels het gevolg van succesvolle beleidsinterventies, zoals de invoering van de buurteams jeugd. Over het prognosemodel jeugd en over de effectiviteit van de interventies wordt de gemeenteraad komend jaar nader geïnformeerd.
15
Figuur 9:
De
Uitkomsten Prognosemodel jeugd 60.000.000 50.000.000 40.000.000 30.000.000 20.000.000 10.000.000 -
2024
2025
2026
Prognosemodel 2023-2026
2027
2028
Prognosemodel 2024-2028
uitkomsten van het voorspelmodel van vorig jaar (blauwe lijn) versus het geactualiseerde model met één jaar aan extra data (rode lijn)
Een andere relevante ontwikkeling is de uitspraak van de commissie Van Ark waarin ze het Rijk adviseert om gemeenten financieel tegemoet te komen. Of dit gaat gebeuren is onzeker en zal pas in de voorjaarsnota en de meicirculaire duidelijker worden. De omvang van deze tegemoetkoming voor Nijmegen zou kunnen gaan om zo’n €11 miljoen structureel per jaar. In onderstaande grafiek is het aantal inwoners met een bijstandsuitkering (participatiewet, IOAW/IOAZ en BBZ) weergegeven tussen 2022 en heden. Doordat de BUIG met de macroeconomische trends meebeweegt is stijging/daling niet 1-op-1 financieel gunstig of ongunstig te noemen. In 2023 bedroeg het gerealiseerde resultaat op de Rijksuitkering BUIG € 2,9 miljoen nadelig; in 2024 ging het om € 9,2 miljoen nadelig. De verwachting is dat het tekort de komende jaren oploopt.
Figuur 10: ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden
16
Feiten en cijfers gemeentelijke inkomsten en lokale lasten Hoe groot is het aandeel van de belastinginkomsten in de totale inkomsten? Het grootste deel van de inkomsten in 2025 komt van het rijk. 53% via het gemeentefonds, 13% via specifieke uitkeringen (voornamelijk de BUIG). 11% van de inkomsten zijn belastingen. De OZB is verreweg de grootste. Andere belastingen zijn bijvoorbeeld de toeristenbelasting en precariobelasting. Kenmerkend aan belastingen is dat dit algemene middelen zijn: ze zijn bestedingsvrij. Daarom zijn de rioolheffing en de afvalstoffenheffing geen belasting. De middelen die met deze heffing worden opgehaald moeten uitgegeven worden aan het riool en het ophalen van afval. De rioolheffing en de afvalstoffenheffing zijn, samen met de OZB onderdeel van de lokale lasten van inwoners. Om de verhouding tussen het gemeentefonds en de OZB in perspectief te zetten. Wanneer een daling van het gemeentefonds wordt opgevangen door een stijging van de OZB, dan moet voor elke 1% daling van het gemeentefonds de OZB met 5% stijgen.
Lokale lasten en andere belastingen vergeleken met andere gemeenten Jaarlijks worden de lokale lasten van gemeenten met elkaar vergeleken. In deze notitie wordt uitgegaan van het onderzoek door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO). Het COELO is verbonden aan de rijksuniversiteit van Groningen. Helaas heeft het COELO nog geen cijfers gepubliceerd over 2025, daarom zijn hieronder cijfers over 2024 opgenomen. Nijmegen is een aantal gevallen het goedkoopst of het duurst, in de tabel is dit met vette letter aangeven.
17
Nijmegen Woonlasten inwoners ( * € ) Eigenaar/bewoner meerpersoonshuishouden Huurder Lasten verhuurder
OZB tarieven niet woningen (bedrijven) Eigenaar Huurder Gecombineerd (eigenaar + huurder)
laagste
1.112 32 616
675 32 124
1,0150% 0,0000% 1,0150%
0,0719% 0,0000% 0,1285%
Andere belastingen (in € ) Toeristenbelasting (hotel) 3,42 Hondenbelasting 0,00 * de gemeente die het goedkoopste is staat op nummer 1 de duurste op nummer 345
0,75 0,00
Nederland gemiddeld hoogste 994 457 337
1.988 835 737
0,3272% 1,0150% 0,2333% 0,6050% 0,5605% 1,3878%
3,73 26,68
17,13 145,44
Wettelijke beperkingen Gemeenten mogen alleen belastingen opleggen zover deze zijn toegestaan. Concreet: hondenbelasting is in de wet opgenomen, maar bijvoorbeeld katten- of paardenbelasting niet. Daarom mag wel hondenbelasting opgelegd worden, maar geen katten- of paardenbelasting. Als het gaat om belasting dan zijn er geen wettelijke belemmeringen als het gaat om maximum of minimumtarieven. De individuele gemeenten gaan hier over. Het huidig kabinet wil wel met gemeenten in gesprek of en hoe de stijging van gemeentelijke woonlasten gemaximeerd kunnen worden2. Het is niet bekend welke concrete acties het kabinet hiervoor in gedachten heeft. Als het gaat om heffingen, bijvoorbeeld de riool- en afvalstoffenheffing, dan mogen deze niet meer dan kostendekkend zijn. Negatieve belastingcapaciteit? Nijmegen heeft een zogenaamde negatieve belastingcapaciteit en de provincie classificeert de belastingcapaciteit in Nijmegen als risicovol. Het lijkt misschien hetzelfde, maar het ligt net wat anders. Dat Nijmegen een negatieve belastingcapaciteit heeft betekent dat de OZB-tarieven in Nijmegen hoger zijn dan de zogenaamde toelatingstarieven voor extra financiële ondersteuning op grond van artikel 12 van de financiële verhoudingswet (Fvw). Deze toelatingstarieven liggen op 120% van de gemiddelde OZB-tarieven.
Dat Nijmegen een negatieve belastingcapaciteit heeft betekent dat de OZB-opbrengst in Nijmegen hoger is dan wanneer de toelatingstarieven van artikel 12 worden gebruikt. Overigens wordt bij het berekenen van eventuele toelating tot artikel 12 veel meer betrokken. Bijvoorbeeld wordt de kostendekkendheid van de afvalstoffen- en rioolheffing meegenomen. Voor rioolheffing is dit 100%, voor afvalstoffen is dit 23%. In de jaarlijkse brief van de provincie over het financieel toezicht wordt ook belastingcapaciteit genoemd. Dit is gebaseerd op de financiële kengetallen. Bij de belastingcapaciteit betreft het een vergelijking van de lokale lasten van eigenaar/bewoner van woningen. Dit kengetal is in de huidige Stadsbegroting 125. De provincie classificeert > 105 als het meest risicovol. 2
Zie regeerprogramma kabinet Schoof d.d. 13 september 2024. 18
rangorde* 282 1
Zowel de negatieve belastingcapaciteit als de risicovolle classificatie van de provincie geeft een indicatie van de lokale lasten in Nijmegen ten opzichte van andere gemeenten. Het heeft geen concrete gevolgen voor bijvoorbeeld tariefstelling, ook betekent het niet dat Nijmegen in aanmerking komt voor extra middelen op grond van artikel 12 van de Fvw.
19
Bijlage 2: inbreng door de raadsfracties Raadsfractie
CDA Toename van kosten in het zorgdomein
Wat is het vraagstuk voor de
We weten dat er sprake is van toename van de
dilemmagesprekken?
zorgkosten, dit is een landelijk probleem. Echter moeten we op dit moment constateren dat de steun vanuit het rijk achterblijft in verhouding tot de toename in kosten. Op dit moment proberen we dit te ondervangen door op een andere wijze te werken. Daarnaast zijn er meer initiatieven zoals budgetplafonds. Maar wat wordt het standpunt van het college bij verdere verslechtering in deze trend?
Op welk(e) doel(en) uit de doelenboom
‘’Inwoners kunnen zelfstandig hun leven leiden en
heeft het impact?
meedoen doordat ze beschikken over voldoende zelfregie, zelfredzaamheid, veerkracht en samenredzaamheid in de vorm van sociale steun. Wanneer het nodig is, ondersteunen wij hen bij het verkrijgen of herwinnen hiervan.’’ ‘’ Voortdurend genoeg liquide middelen om activiteiten van de gemeente uit te voeren’’
Wat is het bestuurlijke en/of politieke
Hoe gaat het college zich positioneren wanneer
dilemma dat in de gesprekken aan de
deze trend door blijft zetten, waarbij
orde gesteld moet worden?
geconstateerd wordt dat het financiële tekort niet op te vangen is met de huidig ingezette maatregelen. Waar kiezen we in dit geval voor: Hard bezuinigen in het zorgdomein, het financieel tekort op laten lopen of het bezuinigen op andere programma’s?
Welke relevante informatie is er nodig?
Bij voorkeur vindt er een doorrekening plaats van
Korte toelichting met context,
de kostenontwikkeling in het zorgdomein in
ontwikkelingen, vooruitblik, feiten en
combinatie met de vergrijzing van de bevolking
cijfers.
binnen de gemeente. Hieruit zouden scenario’s op te maken zijn van de kostenontwikkelingen.
20
Daarbij kunnen er scenario’s worden uitgewerkt voor toekomstige middelen vanuit het gemeentefonds. Verder zien we graag wat het standpunt wordt vanuit het college binnen deze scenario’s. Graag zien we dat er specifiek wordt ingegaan op de ontwikkelingen binnen de WMO.
Raadsfractie
CDA Inkomstenverhogende maatregelen
Wat is het vraagstuk voor de
Welke inkomstenverhogende maatregelen
dilemmagesprekken?
zijn er volgens het college te nemen? Welke inkomsten kunnen we verhogen (belastingen) en welke inkomsten kunnen we (her)introduceren? Denk bijvoorbeeld aan de bediscussieerde afvalstoffenheffing.
Op welk(e) doel(en) uit de doelenboom heeft
‘’ Inzicht in en overzicht van te verwachten
het impact?
(meerjarige) inkomsten van algemene middelen’’ ‘’ Een uitlegbaar lokaal heffingenbeleid op het gebied van OZB, reclame- en precariobelasting om aanvullende inkomsten te genereren’’ ‘’ Voortdurend genoeg liquide middelen om activiteiten van de gemeente uit te voeren’’
Wat is het bestuurlijke en/of politieke
Bij verdere negatieve ontwikkeling van de
dilemma dat in de gesprekken aan de orde
gemeentelijke financiën kunnen
gesteld moet worden?
vergelijkbare discussies ontstaan zoals we hebben gezien voor de begroting van 2025. Uiteindelijk raken ze realistische bezuinigingsscenario’s op. Welke inkomstenverhogende maatregelen zouden er kunnen worden opgezet?
21
Welke relevante informatie is er nodig? Korte
Een toelichting op huidige
toelichting met context, ontwikkelingen,
inkomsten/belastingen en de mogelijkheid
vooruitblik, feiten en cijfers.
tot verhoging. Daarnaast zijn we benieuwd welke onbenutte inkomsten er volgens het college nog zouden zijn, zoals bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing. De afweging op politieke wenselijkheid hoeft nog niet te worden gemaakt, het gaat erom dat we een beeld krijgen van de mogelijkheden.
Raadsfractie
CDA
Wat is het vraagstuk voor de
Volgende bezuinigingsopties:
dilemmagesprekken?
Indien er sprake is van een vergelijkbare bezuinigingstaakstelling als gezien is voor 2025. Welke strategie zal het college in zo’n geval hanteren?
Op welk(e) doel(en) uit de doelenboom heeft
‘’ Voortdurend genoeg liquide middelen om
het impact?
activiteiten van de gemeente uit te voeren’’
Wat is het bestuurlijke en/of politieke
Kiezen we ervoor om verder terug te vallen
dilemma dat in de gesprekken aan de orde
om de gemeentelijke kerntaken? Dan zou er
gesteld moet worden?
een onderscheid gemaakt moeten worden tussen kerntaken en ‘geen’ kerntaken.
Welke relevante informatie is er nodig? Korte
Graag krijgen we een overzicht van de taken
toelichting met context, ontwikkelingen,
vanuit de gemeente, dit kan in de vorm van
vooruitblik, feiten en cijfers.
de verschillende budgetten. Hierbij zouden we de verschillende budgetten graag onderverdeeld zien als: Kerntaak Geen kerntaak, met een prioritering (bijv. 1 t/m 3) in het belang van de taak.
22
Het resultaat zou een overzicht moeten zijn van de gebieden die als eerste geraakt zullen worden bij een volgende bezuinigingsronde.
Raadsfractie:
GroenLinks
Wat is het vraagstuk voor de
Personen met onbegrepen gedrag
dilemmagesprekken? Op welk(e) doel(en) uit de
We voorkomen huisuitzettingen, leiden toe naar zorg,
doelenboom heeft het impact?
werken aan het perspectief van multiprobleemhuishoudens en beperken de overlast als gevolg van dakloosheid en psychiatrische en/of psychosociale problematiek.
Wat is het bestuurlijke en/of
Nu meer geld/beleid uittrekken/maken voor
politieke dilemma dat in de
ondersteuning personen met onbegrepen/verward
gesprekken aan de orde gesteld
gedrag, of wachten op het Rijk en potentiële gevolgen
moet worden?
mitigeren?
Welke relevante informatie is er
Het aantal meldingen bij MBZ is afgelopen jaren flink
nodig?
toegenomen en o.a. als gevolg van het tekort aan
korte toelichting met context,
woningen en de wachtlijsten in de ggz zijn er steeds meer
ontwikkelingen, vooruitblik,
mensen in Nijmegen met een acute psychische zorgvraag.
feiten en cijfers.
De vraag is hoe je hier nu op omgaat en hoe je hier nu in gaat schakelen. Nodig: Wat de prognoses zijn op dit dossier, inclusief financiele gevolgen.
Raadsfractie:
GroenLinks
Wat is het vraagstuk voor de
Hoe gaan we om met de uitdaging binnen de jeugdzorg,
dilemmagesprekken?
zowel financieel als inhoudelijk.
Op welk(e) doel(en) uit de
We hebben een stevig opvoedklimaat rond gezinnen, in
doelenboom heeft het impact?
wijken en scholen. Kinderen groeien zoveel mogelijk veilig en gezond op. Inwoners die als gevolg van psychische kwetsbaarheid of jong volwassenen, die als gevolg van Licht Verstandelijke
23
Beperking, (nog) niet in staat zijn om zelfstandig te wonen kunnen in een beschermde (woon-) omgeving zich ontwikkelen richting zelfstandig wonen en participeren. Wat is het bestuurlijke en/of
In welke mate zijn we in staat de groep jeugdigen die vanuit
politieke dilemma dat in de
de jeugdwet geholpen mag en moet worden ook helpen, en
gesprekken aan de orde
op basis van welke factoren maken we keuzes.
gesteld moet worden? Welke relevante informatie is
De uitvoering van de Jeugdwet ligt bij gemeenten, maar is
er nodig?
heel breed. Iedere jeugdige moet geholpen worden door de
korte toelichting met context,
gemeente en de gemeente moet via haar verordening zelf
ontwikkelingen, vooruitblik,
bepalen welke criteria zij stelt voor hulp aan jeugdigen. Nu
feiten en cijfers.
er op het gebied van jeugdzorg bezuinigd wordt door het Rijk, krijgen we daar als gemeente mee te maken. Nodig: data over wie er welke zorg gebruikt, welke keuzes we nu maken of zouden kunnen maken. Wat zijn mogelijke oplossingsrichtingen en scenario’s waar we als gemeenteraad in kunnen kiezen.
Raadsfractie:
GroenLinks
Wat is het vraagstuk voor de
De kosten van klimaatverandering zullen de komende jaren
dilemmagesprekken?
blijven oplopen, vooral als we geen maatregelen nemen. hoe langer we wachten met klimaatadaptatie maatregelen hoe kostbaarder het wordt. Wat doen we met de huidige en toekomstige kosten van klimaatverandering, hoe voorkomen we deze en hoe gaan ze tegen als ze zich voor doen. Voorbeeld is de klimaatadaptatie - prioritaire gebieden
Op welk(e) doel(en) uit de
We zijn een klimaatbestendige stad waar de overlast van
doelenboom heeft het
hitte, droogte en water tot een minimum wordt beperkt en
impact?
de biodiversiteit wordt bevorderd.
Wat is het bestuurlijke en/of
Welke investeringen doen we, of in de komende jaren, en
politieke dilemma dat in de
welke toekomstige problemen kunnen we daar mee
gesprekken aan de orde
voorkomen.
gesteld moet worden?
Bijvoorbeeld, om het doel van 2035 te halen qua klimaatadaptatie in de prioritaire gebieden is nu investering nodig. Maar ook klimaatneutraliteit, circulariteit etc hebben dezelfde dilemma’s.
24
Welke relevante informatie is er nodig? korte toelichting met context, ontwikkelingen, vooruitblik, feiten en cijfers.
Raadsfractie:
GroenLinks
Wat is het vraagstuk voor de
Op welke manier verdelen we de schaarse ruimte in
dilemmagesprekken?
de groeiende stad op zowel het gebied van groen, voorzieningen, inclusie (ruimte en woningen voor iedereen) waar de ruimte gelijk blijft.
Op welk(e) doel(en) uit de
Eigen overkoelend in meerdere programma’s en
doelenboom heeft het impact?
thema’s in de begroting.
Wat is het bestuurlijke en/of politieke
Zie vraag en: Welke prioriteiten worden gegeven in
dilemma dat in de gesprekken aan de
de verdeling van de ruimte?
orde gesteld moet worden? Welke relevante informatie is er
Bijvoorbeeld, omgevingsvisie met daarin niet zozeer
nodig?
ruimtelijk, maar politieke prioriteiten keuzes.
korte toelichting met context, ontwikkelingen, vooruitblik, feiten en cijfers.
Raadsfractie:
GroenLinks
Wat is het vraagstuk voor de dilemmagesprekken?
Ruimtelijke inrichting, waar staat je huis en hoe ziet dat eruit, is in toenemende mate bepalend voor de gezondheud, sociale cohesie, en kansen. Hoe kunnen we daar vanuit fysiek inrichting op sturen.
Op welk(e) doel(en) uit de
•
doelenboom heeft het impact?
Terugdringen van gezondheidsverschillen: Door de fysieke leefomgeving zó in te richten dat deze een gezonde leefstijl stimuleert, kunnen ongelijkheden in gezondheid verkleind worden.
•
Versterken van de sociale basis: Openbare ruimten die ontmoeting en interactie bevorderen, dragen bij aan sociale cohesie én gelijke kansen.
25
•
Bevorderen van inclusiviteit en gelijke kansen: Een goed ontworpen fysieke omgeving kan toegankelijkheid verbeteren en barrières wegnemen die bepaalde groepen nu benadelen, zoals inwoners met een lagere sociaaleconomische status of een beperking.
Wat is het bestuurlijke en/of politieke dilemma dat in de
Hoe geven we prioriteit aan investeringen in de fysieke
gesprekken aan de orde gesteld
omgeving om gezondheids- en sociale doelen te bereiken,
moet worden?
binnen de beperkingen van middelen, beleidskaders en politieke prioriteiten? Belangrijke afwegingen: •
Hoe zorgen we ervoor dat de fysieke omgeving niet alleen ontmoeting bevordert, maar ook bestaande ongelijkheden in gezondheid en welvaart niet vergroot, en liever zelfs, verkleint.
•
Hoe krijgen fysieke en sociale domeinen een gelijkwaardige plek in de besluitvorming, zodat gezondheids- en sociale effecten niet ondergeschikt raken aan economische of infrastructurele belangen?
Welke relevante informatie is er
•
nodig?
Gezondheids- en kansengelijkheidscijfers per wijk in Nijmegen. Welke gebieden hebben de grootste achterstanden?
korte toelichting met context, ontwikkelingen, vooruitblik,
•
Evaluatie van eerdere projecten waarbij fysieke en sociale domeinen gecombineerd werden.
feiten en cijfers.
Wat werkte wel en niet? •
Voorbeelden van andere steden die een inclusieve, gezondheid bevorderende leefomgeving succesvol hebben ingericht.
•
Financiële en beleidsmatige afwegingen: Welke kosten en baten zijn er op korte en lange termijn?
Raadsfractie:
GroenLinks
Wat is het vraagstuk voor de
We zien dat de woningprijzen blijven stijgen door een tekort aan huizen
dilemmagesprekk
en overige marktontwikkelingen. Dit veroorzaakt grote verschillen
en?
tussen mensen die moeite hebben met het vinden van een woning en zij die juist flink verdienen aan deze situatie. De vraag is hoe we als 26
lokale overheid kunnen en willen ingrijpen om dit probleem te verhelpen.
•
Op welk(e) doel(en) uit de
We hebben voldoende beschikbaar aanbod van sociale woonruimte en betaalbare koopwoningen
doelenboom heeft het impact? Wat is het bestuurlijke en/of
Hoe kunnen we grip krijgen op de woningmarkt en zorgen voor een
politieke dilemma
voldoende aanbod van betaalbare huizen?
dat in de
We hebben al enkele maatregelen genomen, zoals opkoopbescherming
gesprekken aan de
en de zelfbewoningsplicht, maar hoe kunnen we als gemeente proactief
orde gesteld moet
te werk gaan om alle beschikbare middelen in te zetten die hieraan
worden?
kunnen bijdragen. Zijn er juridische mogelijkheden om winsten in de woningbouw te beperken en grote prijsstijgingen te voorkomen of te beperken. Wat zijn de mogelijkheden om woningcorporaties een groter aandeel te geven in de huisvesting in de stad, evenals betere ondersteuning en maar het stimuleren van inwoners die zelf initiatieven nemen voor betaalbare woningen, zoals wooncoöperaties en woonverenigingen
Welke relevante informatie is er
Meer onderzoek en informatie over welke middelen beschikbaar zijn
nodig?
om invloed uit te oefenen op de woningmarkt of deze te reguleren.
korte toelichting
Welke strategische keuzes zijn er voor het toevoegen van woonvormen
met context,
waarop de gemeente controle kan uitoefenen en die helpen om de
ontwikkelingen,
voorraad betaalbare woningen op peil te houden. Kunnen we
vooruitblik, feiten
bijvoorbeeld meer vaart achter de verkenning van hoe de gemeente
en cijfers.
Nijmegen een eigen fonds kan oprichten om lokale initiatieven beter te ondersteunen.
Raadsfractie:
GroenLinks
Wat is het vraagstuk voor de
Hoe kunnen we in een verhardend politiek landschap,
dilemmagesprekken?
nationaal en op de wereld, waarin verschillen worden vergroot Nijmegen een stad laten zijn waar we dit tegengaan.
Op welk(e) doel(en) uit de
Niet perse heel concreet, bredere vraag.
doelenboom heeft het impact?
27
Wat is het bestuurlijke en/of
Hoe kunnen we als gemeente, en als stad, ervoor
politieke dilemma dat in de
zorgen dat inwoners met elkaar en met ons in contact
gesprekken aan de orde gesteld
blijven en komen, elkaar blijven zien als
moet worden?
stadsgenoten, ondanks dat ze zo vaak op de verschillen worden gewezen. Welke concrete dingen kunnen we hier voor doen? Maar ook, welke norm stellen we als gemeente met oog op bijvoorbeeld omgangsvormen etc.
Welke relevante informatie is er nodig? korte toelichting met context, ontwikkelingen, vooruitblik, feiten en cijfers.
28
Fractie: Partij voor de dieren Dilemma 1: Duurzaamheid in gemeentelijk beleid: N.a.v. van de technische vragen “duurzame gemeente”: hier gaat het om hoe zwaar je bepaalde waarden meeweegt in gemeentebeleid. Duurzaamheid is een afweging die we als gemeente belangrijk vinden, maar dat komt in de praktijk niet altijd even goed terug in beleid. Hoe wordt dit afgewogen ten opzichte van de middelen die er zijn? Dilemma 2: ruimtelijke plannen en activiteiten vs. natuurwaarden/biodiversiteit: Biodiversiteit, natuurwaarden vs. Ruimte voor ontwikkelingen en andere menselijke activiteiten. Zoals woningbouw versus behoud van groen en bomen of ruimte voor evenementen in groene gebieden. Dus hoe kijken we naar deze zaken en hoe willen we daar, los van de geldende wet en regelgeving, mee omgaan in uitvoering en beleid en wat willen we daar financieel als consequenties voor dragen. Dilemma 3: Intrinsieke waarde van het dier we erkennen als gemeente de intrinsieke waarde van dieren. In hoeverre wordt deze meegenomen in gemeentelijk beleid? Kan gaan over wilde dieren, maar ook gezelschapsdieren en erfdieren. Dit serieus nemen heeft gevolgen voor hengeljacht, meldingen over verstoord dierenwelzijn, woonruimte van individuele dieren t.o.v. woonruimte voor mensen.
Fractie: SP · In gebiedsontwikkelingen wordt nu fors ingezet op autoloos en betaald parkeren, terwijl de toekomst van het voldoende OV-aanbod - laat staan méér OV-aanbod dan nu - onzeker blijft. Fietsen en lopen wordt prima gefaciliteerd, maar het OV blijft achter terwijl dat essentieel is voor wie niet kan lopen of fietsen. Hoe verhoudt de wens autogebruik terug te dringen zich tot het beschikbaar zijn van alternatieven, in het bijzonder OV? ·
We steunen mensen met hoge energiekosten (bijvoorbeeld wanneer ze hoge naheffingen krijgen), maar wat doen we voor mensen die structureel de verwarming niet aan durven zetten? Hoe zorg je dat mensen de ruimte voelen om de kachel gewoon aan te zetten? En in hoeverre zorgen de bezuinigingen op het sociaal domein voor een concrete achteruitgang bij deze groep? Armoede is meer dan alleen geld tekort komen (of het gewoonweg niet hebben). We hebben te maken met mensen die aan de knoppen draaien die veelal niets weten, niets voelen bij of over armoede. Inzet op
29
ambtelijk niveau van ervaringsdeskundigheid is een van de oplossingen, maar het hele systeem van regelingen is een potje. ·
We zetten nu erg in op high tech en de halfgeleider industrie. Hoe zorgen we (waar mogelijk) dat er ook voldoende werk blijft in de maakindustrie, productiewerk voor inwoners met een praktische
·
opleiding? Hoe de gemeente/college communiceert met haar inwoners. Het is niet altijd transparant, of tijdig of volledig, bij participatietrajecten worden er soms groepen vergeten of buitengesloten. Hoe werkt de gemeente aan het zijn van een betrouwbare overheid?
·
Zijn al onze wensen over het centrum nog realistisch gezien de kunstgrepen en kosten die we moeten uithalen om aan al deze wensen te voldoen? Zou de conclusie niet kunnen zijn dat, ook gezien de oppervlakte van het centrum, de toevoerwegen en groei van de stad, er een tweede centrum moeten komen over het kanaal rondom station Dukenburg?
·
Moeten we als stad niet afstappen van het uitgangspunt dat oudere mensen zo lang mogelijk in hun eigen huis willen blijven wonen, en daarop ons zorgaanbod aanpassen?
30