CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Startnotitie Cultureel broedplaatsenbeleid

Besluitronde (raadsvergadering) 24 april 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: D10 d.d. 5 maart 2024 over Startnotitie Cultureel broedplaatsen2.582 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Startnotitie Cultureel broedplaatsenbeleid Februari 2024

Inhoudsopgave Inleiding........................................................................................................................................................................ 2 1.

Waarom Cultureel broedplaatsenbeleid? ......................................................................................................... 2

2.

Onze ambities en voorlopige koers ................................................................................................................... 2

3.

Definities ............................................................................................................................................................. 4

4.

Het verder uitwerken van onze ambities ........................................................................................................... 4 4.1

Meer passende ruimte voor actieve kunstenaars ......................................................................................... 4

4.2

Stimuleren Culturele broedplaatsen ............................................................................................................ 4

4.3

Culturele broedplaatsen in gebiedsontwikkelingen .................................................................................... 5

5.

Proces van startnotitie naar beleidsnota .......................................................................................................... 5

6.

Participanten ...................................................................................................................................................... 5

7.

Financiën ............................................................................................................................................................ 6

8.

Een aantal kanttekeningen bij de verdere uitwerking ...................................................................................... 6

1

Inleiding Met nieuw Cultureel broedplaatsenbeleid willen we invulling geven aan de in ons coalitieakkoord benoemde ambitie ‘meer plekken voor makers’. Door middel van deze startnotitie willen we focus aanbrengen in de uitwerking. In deze notitie beschrijven we daartoe de insteek, aanpak en planning. We geven aan wat onze ambities ten aanzien van broedplaatsen zijn, we stellen nadere kaders voor de verdere uitwerking voor en we beschrijven het participatietraject.

1. Waarom Cultureel broedplaatsenbeleid? Broedplaatsen voor en door creatievelingen en kunstzinnige makers bieden ruimte voor experiment en zijn daardoor aantrekkelijk. Ze leveren een positieve bijdrage aan het leefklimaat in Nijmegen en helpen bij het tegengaan van leegstand. Tegelijkertijd zijn broedplaatsen ook simpelweg geschikte werkruimten voor beeldend kunstenaars. Ze vormen een randvoorwaarde om cultureel talent voor de stad aan te trekken en te behouden. Nijmegen heeft een aantal mooie voorbeelden (gekend). De Honig, de Nyma Makersplaats en de Paraplufabriek om er een paar te noemen. Ieder met hun eigen ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling, signatuur, organisatie en dynamiek. Waar de Makersplaats een permanent karakter heeft, was de Honig altijd bedoeld als tijdelijk. Beide vormen zijn van meerwaarde voor de stad. Broedplaatsen worden vaak geassocieerd met de rafelranden van de stad, maar echte rafelranden zijn er steeds minder. Betaalbare ruimte om te experimenteren is schaars. De groei en verdichting van de stad geeft nog meer druk op de beschikbare ruimte. We moeten keuzes maken, maar het mag niet zo zijn dat ruimte voor broedplaatsen daardoor marginaliseert.

In ons broedplaatsenbeleid werken we verder uit wat we in Nijmegen onder broedplaatsen verstaan, welke plek we broedplaatsen in onze stedelijke ontwikkeling willen geven en hoe wij ons als gemeente daarvoor in gaan zetten.

2. Onze ambities en voorlopige koers Waar ons huidige atelierbeleid vooral focust op werkruimte voor kunstenaars, hebben we met het nieuwe broedplaatsenbeleid een bredere verbinding van cultuur met de stedelijke en economische ontwikkeling van Nijmegen voor ogen. We onderscheiden drie lijnen: 1.

Onze ambitie om méér passende ruimte voor actieve kunstenaars te hebben en te houden wijzigt niet. Dit versterkt en vernieuwt ons culturele en creatieve klimaat en draagt bij aan prettige buurten en nieuwe werkgelegenheid. De groei van de stad vraagt ook om een groei van de voorzieningen, die laagdrempelig en betaalbaar moeten blijven. Dit betekent voortzetting van ons atelierbeleid.

2.

Door broedplaatsen te stimuleren willen we daarnaast betere uitwisseling en interactie tussen individuele kunstenaars en makers bevorderen. Wij denken dat dit profilering van kunstenaars kan verbeteren, vernieuwende initiatieven mogelijk maakt en zo economische of maatschappelijke meerwaarde oplevert.

3.

Tegelijkertijd zien we kansen om broedplaatsen vaker een vast element in gebiedsontwikkeling te laten zijn, bijvoorbeeld vanuit een meer economisch of sociaal perspectief, of placemaking. We willen deze veelzijdigere insteek gebruiken om bij te dragen aan levendige en gemengde wijken, ruimte voor ontmoeting en zo tevens onze sociale basis helpen versterken. Broedplaatsen zijn bij uitstek geschikt om deze verbindingen te leggen. 2

Met deze ambities sluiten we aan op verschillende al bestaande visies en afspraken: Bestuurlijk In ons Coalitieakkoord 2022-2026 benoemen we ‘meer plekken voor makers’ als ambitie. We willen meer ateliers en broedplaatsen, die voor langere tijd gebruikt kunnen worden. In broedplaatsenbeleid hebben we oog voor starters en doorstromers zodat we kunstenaars kunnen behouden voor de stad. We breiden het aantal ateliers en broedplaatsen uit in bestaande wijken en nemen ateliers mee bij de inrichting van nieuwe wijken. Cultuurbeleid In onze Cultuurvisie Groei. (2020) linken we broedplaatsen met ruimte voor creativiteit en economische veerkracht. Nijmegen is een groeistad. Bij een aantrekkelijke stad horen voldoende goede culturele voorzieningen. Creatieve geesten stimuleren creativiteit en verbeeldingskracht in de stad. Hun aanwezigheid prikkelt om tot nieuwe oplossingen te komen en brengt innovaties en nieuwe bedrijvigheid op gang. Samenwerking en netwerkvorming zijn hiervoor nodig. Dat kan via broedplaatsen. Daarnaast geven we in onze Cultuurvisie aan dat we blijven inzetten op de verbinding cultuur en andere domeinen, zoals zorg, economie en onderwijs. -

We werken momenteel aan een Nachtvisie. Hier in hebben we onder meer aandacht voor plekken voor nachtcultuur. We onderzoeken beschikbaarheid en behoefte op korte en lange termijn. Het is al duidelijk dat ruimte om te kunnen experimenteren gemist wordt.

-

Met ons huidige Atelierbeleid (2016) streven we naar voldoende atelierruimte: 1 atelier per 1.000 inwoners. We focussen daarbij op continuïteit, doorstroom en betaalbaarheid.

Ruimtelijk beleid In onze Omgevingsvisie (2020) benoemen we de behoefte aan ruimte voor de creatieve sector, voor flex- en ontmoetingsplekken. Met het oog op maatschappelijke en economische meerwaarde zetten we breed in op het mengen van functies. Broedplaatsen passen naadloos in deze ambitie. In 2024 vernieuwen we onze omgevingsvisie. -

Bij grote gebiedsontwikkelingen zoals Winkelsteeg en het Stationsgebied benutten we placemaking actief als instrument om in de tijdelijkheid al activatie en zichtbaarheid van het gebied te krijgen. Hiermee willen we zowel huidige als toekomstige gebruikers en bewoners enthousiast krijgen voor de komende ontwikkelingen.

Economisch beleid In onze Economische visie #KansvoorNijmegen (2019) benoemen we dat de economische groei om nieuwe ruimte in de stad vraagt. We zetten in op het versterken van de werklocaties, waaronder creatieve broedplaatsen. We willen ruimte bieden voor de creatieve sector. We zien kansen in het verbinden van ondernemerschap, onderwijs en cultuur.

Sociaal beleid In ons kader Ruimte voor ontmoeting (2023) spreken we de ambitie uit ontmoeten en participeren te stimuleren. Hierbij betrekken we – naast onze eigen wijkaccommodaties – ook ruimten van derden. Anders gezegd: de plek is voor ons ondergeschikt aan de activiteit. -

In de kadernotitie Samen werken samen sterk (2023) leggen we de nadruk op een meer integrale benadering om onze doelen ten aanzien van de sociale basis te bereiken. Onze ambitie is een stad met een vitaal en gezond leefklimaat in wijken en buurten, waar inwoners zich thuis voelen en kunnen meedoen. We zetten onder meer in op het versterken van sociale cohesie en inclusie en starten met stadsdeelprogrammeren als werkwijze. 3

3. Definities en rol gemeente Wat we onder broedplaatsen verstaan en welke doelgroep(en) we daarmee willen bedienen zijn bepalend voor de rol die we als gemeente kunnen spelen. Er bestaat geen algemene definitie van een broedplaats. Wel zijn er bepaalde eigenschappen die vaker aan broedplaatsen worden toegeschreven, zoals samenwerking, creativiteit, innovatie, vrijheid en ruimte voor toeval.1 Broedplaatsen zijn (een clustering van) creatieve werkplaatsen, (culturele) ontmoetingsplekken en soms ook bedrijfsverzamelgebouwen. Saamhorigheid en het gevoel van een gemeenschap lijken een duidelijke randvoorwaarde. We werken toe naar een definitie die passend is voor Nijmegen. Een vraag daarbij is ook hoe maakbaar broedplaatsen eigenlijk zijn. Het ruwe en ongepolijste karakter past niet altijd bij een planmatige aanpak. Eenzelfde vraag geldt in zekere zin voor het begrip creatieve makers, dat breed opgevat kan worden. Van beeldend kunstenaars tot ambachten en creatieve dienstverlening. We hebben niet de mogelijkheden om álle creatieve makers in onze stad te faciliteren, noch is er noodzaak toe. We willen in ons broedplaatsenbeleid duidelijk maken waarom we bepaalde doelgroepen willen ondersteunen en andere niet. Hiertoe willen we bijvoorbeeld onderscheid maken tussen primaire en secundaire functies binnen broedplaatsen.

Huisvesting van beeldend kunstenaars en theatermakers vormt naar verwachting de kern van het beleid (de primaire functies). De wisselwerking binnen broedplaatsen met andere (secundaire) functies, activiteiten én gebiedsontwikkeling geven we vanuit die gedachte vorm. Naar verwachting bepaalt dit alles ook mede de rol die we als gemeente (kunnen of willen) gaan spelen bij het ondersteunen van broedplaatsen. Kaderstellend op doelgroepen van beleid, faciliterend op verbindingen (locaties én functies), waarbij verschillende gradaties mogelijk zijn.

4. Het verder uitwerken van onze ambities Bij de uitwerking van onze ambities ten aanzien van broedplaatsen willen we de volgende vraagstukken behandelen.

4.1 Meer passende ruimte voor actieve kunstenaars Om onze ambitie van meer passende ruimte voor actieve kunstenaars te realiseren toetsen we onze huidige maatstaf van 1 atelier per 1.000 inwoners opnieuw aan de vraag vanuit de doelgroep. Hierbij verfijnen we de behoefte op het deel leegstandbeheer (veelal betaalbaar, geschikt voor startende kunstenaars) en het deel permanent (vaak kwalitatief betere, maar ook wat duurdere ruimte, geschikt voor de doorstromer of gevestigde kunstenaar). Deze kennis gebruiken we om de afweging te kunnen maken hoeveel en wat voor ruimte we de komende beleidsperiode willen realiseren. In dit kader is ook verduurzaming voor ons een aandachtspunt. Panden die permanent als broedplaats (gaan) fungeren zijn lang niet altijd energiezuinig. Kunstenaars zijn over het algemeen niet veeleisend, maar werkomstandigheden moeten natuurlijk wel comfortabel zijn. Wij hebben een verduurzamingsbeleid voor het eigen vastgoed, maar in de praktijk lopen we ook daarbij tegen vraagstukken aan. Een voorbeeld is in welke mate duurzaamheidsinvesteringen rendabel moeten zijn. Voor broedplaatsen willen we dit beter in beeld krijgen.

4.2 Stimuleren Culturele broedplaatsen We onderzoeken wat er nodig is om betere uitwisseling en interactie tussen individuele kunstenaars en makers te bevorderen, bijvoorbeeld door vanuit een ‘third place’ gedachte andersoortige functies toe te voegen aan bestaande ateliergebouwen, of door te werken aan een samenhangend profiel voor deze locaties.

1

Onderzoek stichting Roemte, benoemd in Boekman Extra 44, februari 2024.

4

We laten onze huidige atelierpanden doorlichten op de mogelijkheden hiertoe en formuleren uitgangspunten voor nieuwe ontwikkelingen. Hierbij hanteren we verschillende perspectieven, we kijken vanuit de kunstenaars en creatieve ondernemers, maar ook naar wat behoeften in omliggende wijken en de stad zijn. Ook brengen we de instrumenten die we ter beschikking hebben om broedplaatsen te stimuleren in beeld en berekenen we wat er financieel nodig is om de komende beleidsperiode effectief beleid te kunnen voeren. We willen meer ruimte bieden voor collectieven om zelf atelierruimten of broedplaatsen te creëren.

4.3 Culturele broedplaatsen in gebiedsontwikkelingen We bekijken hoe en met welk doel we broedplaatsen vaker als vast element in gebiedsontwikkelingen op kunnen nemen. Daarbij gaat het ons niet alleen om het benutten van tijdelijk beschikbare locaties voor atelierruimtes, maar vooral ook om de meerwaarde die kunstenaars of andere vormen van (nacht)cultuur kunnen hebben voor de transformatie van een gebied – al dan niet in combinatie met andere functies en activiteiten. We sluiten daarbij zo veel mogelijk aan op onze placemaking strategie die we momenteel ontwikkelen voor de grote gebiedsontwikkelingen Winkelsteeg en Stationsgebied. Maar omdat we huisvesting van kunstenaars centraal stellen willen we niet alleen maar uitgaan van tijdelijkheid, maar juist ook kijken naar permanente inbedding van broedplaatsen.

5. Proces van startnotitie naar beleidsnota We verwachten vanaf de startnotitie ongeveer een half jaar nodig te hebben om deze uit te werken tot nieuw beleid of uitvoeringsagenda. Feb 24 •Startnotitie in het college

Vanaf Mrt 24 •Mogelijkheid voor gesprek met de raad over de startnotitie •Gesprekken met het veld rondom onze ambities en de 3 thema's •Onderzoek kansen bestaande broedplaatsen

Apr en Mei 24 •Verwerken input •Ambities vertalen in doelstellinge n en resultaten

Rond de zomer 24 •Nota in het college

Okt 24 •Definitieve nota in de raad •Opstellen uitvoeringsagenda

6. Participanten De uitwerking van deze startnotitie naar definitief broedplaatsenbeleid doen we samen met in ieder geval de volgende partijen: -

Kunstenaars, kunstplatforms en kleine theatergezelschappen en productiehuizen. Vertegenwoordigers van bestaande culturele broedplaatsen als de Nyma (Vasim & Nyma Makersplaats), het Festivalhuis, de Zeepfabriek, de Paraplufabriek, de Stadsnomaden en de Rubberfabriek. Vertegenwoordigers van bestaande meer commercieel georiënteerde broedplaatsen zoals de Houtwerf, Splendor en de Papierfabriek. Stichting atelierbeheer SLAK. Nachtburgemeester. CNN (netwerk culturele instellingen). Vertegenwoordigers van onderwijs en ondernemers met uitgesproken binding met het onderwerp.

Met interviews, groepsgesprekken en een enquête onder de doelgroep verwachten we de benodigde input op te halen. In samenwerking met het Architectuurcentrum Nijmegen (ACN) organiseren we in mei 2024 een

5

themasessie, een brede bijeenkomst waarbij we in discussie gaan over de toegevoegde waarde van broedplaatsen, de betekenis van creatieve makers voor de stad en nieuwe vormen van het organiseren en mogelijk maken van broedplaatsen.

7. Financiën Bij het uitwerken van de startnotitie tot broedplaatsenbeleid maken we beperkt kosten. Denk hierbij aan de organisatie van bijeenkomsten en de begeleiding van het traject. Deze kosten dekken we uit bestaand budget binnen het programma Cultuur en Cultureel erfgoed. In ons coalitieakkoord hebben we ten behoeve van de uitvoering van ons broedplaatsenbeleid € 1 miljoen ter beschikking gesteld. Dit budget willen we inzetten voor een eerste investering in een nieuwe culturele broedplaats binnen de komende twee jaar. In het broedplaatsenbeleid werken we verder uit wat er daarnaast financieel nodig is om effectief beleid te kunnen voeren.

8. Een aantal kanttekeningen bij de verdere uitwerking De uitdagingen waar we in ons broedplaatsenbeleid tegen aan lopen zijn niet altijd specifiek op de kunst en cultuur sector van toepassing, of maar deels beïnvloedbaar. Alle ontwikkelingen in onze stad hebben te maken met druk op de beschikbare ruimte, betaalbaarheids- en duurzaamheidsvraagstukken. Dit zijn autonome thema’s, die we in het broedplaatsenbeleid wel adresseren, maar niet volledig op kunnen lossen. Gespannen vastgoedmarkt De vraag naar (betaalbare) ruimte blijft voorlopig groter dan het redelijkerwijs te realiseren aanbod. We hebben in Nijmegen – logischerwijs – veel aandacht voor woningbouwing. De krapte op de woningmarkt is onverminderd groot. Bouw- en grondkosten zijn de afgelopen jaren flink gestegen. Dit geldt in zekere zin ook voor kantoor- en bedrijfsruimten. Voor (startende) kunstenaars, met meestal lage inkomens, blijft het voorlopig lastig om in Nijmegen een goede werkplek te vinden. Van programma naar vastgoed is een grote stap Culturele partijen maken over het algemeen niet automatisch verbinding met de (zakelijke) wereld van het vastgoed. Verbouwen is om veilig gebruik mogelijk te maken gebonden aan regels. Bij de doelgroep voor het broedplaatsenbeleid is naleving van deze regels niet altijd vanzelfsprekend. Niet uit onwil, maar eerder door een gebrek aan kennis of financiële mogelijkheden.

Bovendien gedijt de doelgroep vaak op plekken die niet zo aangeharkt zijn, plekken waar ruimte is op te experimenteren en waar regels tijdelijk versoepeld zijn. Wet markt en overheid Voor ons eigen vastgoed zijn we verplicht om kostprijsdekkende huur in rekening te brengen. Het verdienvermogen van veel kunstenaars en kleine culturele partijen is over het algemeen niet groot. Als gemeente investeren in broedplaatsen (denk bijvoorbeeld aan verduurzaming) levert vrijwel altijd huisvestingslasten op die de doelgroep niet op kan brengen zonder subsidie. Het Didam arrest Sinds november 2021 hebben we bij vastgoedtransacties met derden (verkoop, verhuur én bruikleen) te maken met het Didam-arrest. Deze uitspraak van de hoge Raad heeft veel losgemaakt. Het arrest valt in feite binnen de bredere scope van aanbesteding, waarbij overheden gelijke kansen moeten bieden aan partijen. Voorheen konden we vastgoed dat we voor atelierruimte wilden inzetten direct aan SLAK ter beschikking stellen. We hebben nog steeds mogelijkheden om onderhandse trajecten met partijen aan te gaan. We moeten dan wel duidelijk motiveren waarom redelijkerwijs te verwachten is dat er maar één serieuze gegadigde is en wat de criteria zijn die we daarbij hanteren.

6

Herstructurering SLAK Stichting atelierbeheer SLAK is voor ons een belangrijke partner in de uitvoering van ons nieuwe broedplaatsenbeleid. In 2022 hebben we samen met de gemeente Arnhem door middel van een benchmark laten onderzoeken hoe SLAK zich verhoudt tot andere atelierbeheerorganisaties in Nederland. De uitkomsten daarvan gaven – samen met een financieel tekort bij SLAK – aanleiding in 2023 een verbetertraject te starten. SLAK herdefinieert haar missie en rol en gaat verzakelijken. De organisatie professionaliseert stapsgewijs. De grootste aanpassing betreft een herstructurering van de portefeuille. Het betekent onder meer dat SLAK zakelijker is bij het in gebruik nemen van nieuwe panden voor kunstenaars.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=f25b4448-613d-419c-aa01-b16a418eaab9