Startnotitie beleidskader Financiële bestaanszekerheid
Tekst van het document
Startnotitie beleidskader Financiële bestaanszekerheid
24Conceptversie september 2024 2, 8 augustus 2024
1
Inhoudsopgave Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding Hoofdstuk 2. Naar een nieuw beleidskader Stads- en wijkmonitor 2024 Evaluatie Armoede Agenda 2020-2024 Minima-effectrapportage Nibud 2024 Armoedescan Centraal Bureau voor de Statistiek 2022 Moties gemeenteraad Hoofdstuk 3. Voorgesteld scenario Aandachtspunten Actielijnen Hoofdstuk 4. Financiën Hoofdstuk 5. Alternatieve denkrichtingen
2
2 3 5 5 6 7 8 9 11 11 11 15 16
Hoofdstuk 1. Inleiding Voor u ligt de startnotitie voor het nieuwe beleidskader Financiële bestaanszekerheid. Waar we voorheen spraken over armoedebestrijding spreken we nu over financiële bestaanszekerheid. De gemeentelijke inzet en ambities op financiële bestaanszekerheid zijn immers breder dan alleen armoedebestrijding. Het gaat erom dat mensen kunnen rondkomen en kunnen meedoen in de maatschappij. Financiële bestaanszekerheid gaat dus ook over schuldhulpverlening en ondersteuning bieden om het inkomen van onze inwoners te optimaliseren. Het beleidskader Schuldhulpverlening is in 2023 vastgesteld door de gemeenteraad en is in uitvoering tot en met 2026. Onze ambities en acties op het gebied van schuldhulpverlening hebben als uiteindelijk doel financiële bestaanszekerheid. Daarom werken wij vanaf 2027 aan één beleidskader Financiële bestaanszekerheid en maken wij hier nu een start mee. In deze startnotitie kijken we terug op de Armoede Agenda 2020-2024 en gebruiken we inzichten uit de Minimaeffectrapportage van het Nibud en de lokale armoedescan van het CBS om te komen tot voorstellen en veranderingen om financiële bestaanszekerheid te garanderen. Verder nemen we verschillende moties op die concrete veranderingen in de Nijmeegse inkomensondersteuning voorstellen. We presenteren onze (nieuwe) koers op hoofdlijnen, en zullen deze verder uitwerken in het beleidskader.
We werken daarbij van een abstract niveau naar steeds concretere actiepunten. Daarbij blijft onze ambitie dat alle Nijmegenaren kunnen voorzien in hun levensonderhoud en dat alle Nijmegenaren kunnen participeren (Stadsbegroting 2024). Bestaansonzekerheid in cijfers In 2022 moesten 335.000 van de bijna 7,7 miljoen huishoudens in Nederland rondkomen van een laag inkomen. 4,4% van de huishoudens heeft dus een armoederisico. In 2021 was dit nog 6,3%. De sterke afname komt door de energiemaatregelen. Zonder deze maatregelen was het armoederisico gestegen naar 7,7%.1 In Nijmegen zien we dat 7% van de huishoudens in Nijmegen, 5.600 huishoudens, een inkomen heeft onder de lage-inkomensgrens.2 Er zijn 16.600 Nijmeegse huishoudens die onder de inkomensgrens van 130% van het sociaal minimum vallen. Dit aantal ligt, net als de landelijke cijfers, lager dan een aantal jaar geleden door de energiemaatregelen. Tegelijkertijd zien we dat juist door de energiecrisis en stijgende inflatie steeds meer mensen te maken hebben met hoge vaste lasten en stijgende uitgaven. Lokaal versus landelijk beleid We moeten het Nijmeegse beleid zien in een bredere context, waarin de Rijksoverheid verantwoordelijk is voor bestaanszekerheid van burgers. Inkomenspolitiek is voorbehouden aan het Rijk.
Divosa schrijft daarover het volgende: ‘Gemeenten vervullen hun rol als vangnet voor inwoners met een laag inkomen, die niet of moeilijk kunnen rondkomen. Zij richten hun minimabeleid in om mensen, ondanks een laag inkomen, mee te laten doen en een toekomst te bieden. Maar gemeenten kunnen en mogen geen inkomenspolitiek voeren.’3 De bestaanszekerheid van Nederlanders is de afgelopen jaren onder druk komen te staan. Niet alleen voor mensen met een bijstandsuitkering, maar ook voor mensen die werken. Ook voor veel inwoners van Nijmegen is er op dit moment geen sprake van bestaanszekerheid. De gemeente is niet bij machte om het probleem op te lossen. Zolang het Rijk onvoldoende actie onderneemt, komt een structurele oplossing van armoede niet in zicht. Al jaren geven gemeenten en hulpverleners aan dat het minimuminkomen te laag is. Zolang het minimuminkomen te laag blijft voor mensen om in hun levensonderhoud te voorzien, is het aan de gemeente om een vangnet met Bron: ‘Armoede en sociale uitsluiting 2023’, CBS, 2023 Bron: Stads- en wijkmonitor Nijmegen 2024 3 Bron: ‘Wanneer rondkomen niet vanzelfsprekend is’, Divosa, 11 juli 2019 1 2
3
inkomensondersteunende regelingen aan te bieden. Dit zijn echter pleisters en geen structurele oplossingen. Daarom investeren we naast het bieden van een vangnet aan regelingen ook preventief in de financiële bestaanszekerheid van onze inwoners, waarmee we grotere, complexere problemen op lange termijn willen voorkomen. Bestaansonzekerheid leidt op lange termijn vaak tot problemen op meerdere leefdomeinen. Denk aan gezondheidsproblemen, problemen in de opvoeding en huiselijk geweld. Veel van deze problemen hangen samen met (chronische) stress die mensen die in armoede leven ervaren4. Preventief werken aan bestaanszekerheid zorgt ervoor dat op lange termijn maatschappelijke kosten lager zullen zijn. Hiermee dragen we bij aan ambities op andere beleidsterreinen, zoals jeugdhulp, WMO en gezondheid.
4
Bron: Pharos, expertisecentrum terugdringen gezondheidsverschillen
4
Hoofdstuk 2. Naar een nieuw beleidskader Om tot een nieuw beleidskader Financiële bestaanszekerheid te komen, lichten we verschillende instrumenten uit die inzicht geven in het probleem en de effecten van het huidige beleid. Dit zijn achtereenvolgens de Stads- en wijkmonitor, de evaluatie van de Armoede Agenda 2020-2024, de Minima-effectrapportage van het Nibud en de lokale armoedescan van het CBS. Ook stippen we vier moties van de gemeenteraad aan die we meenemen in de uitwerking van het beleidskader.
Stads- en wijkmonitor 2024 Wat is het? Met de jaarlijkse Stads- en wijkmonitor geeft het gemeentelijke bureau Onderzoek en Statistiek (O&S) een beeld van de staat en ontwikkeling van de stad en wijken. De Stads- en wijkmonitor behandelt onderzoeksinformatie en statistieken met betrekking tot de programma's in de begroting en laat voor de verschillende wijken zien hoe het woon- en leefklimaat is.
Wat hebben we geleerd? Uit de Stads- en wijkmonitor 2024 blijkt dat 7% van de huishoudens in Nijmegen (5.600 huishoudens) een inkomen onder de lage-inkomensgrens.5 Deze grens wordt vaak in landelijke vergelijkingen en analyses gebruikt en wordt ook wel de armoedegrens genoemd. Nijmegen hanteert voor veel inkomensondersteunende regelingen echter 130% van het sociaal minimum. 20,1% van alle huishoudens behoort tot deze groep, oftewel 16.600 huishoudens. 2.500 van deze huishoudens hebben kinderen, wat neerkomt op 3.800 Nijmeegse kinderen in armoede. Uit de Stads- en wijkmonitor 2024 blijkt onder andere het volgende: • Alleenstaanden, eenoudergezinnen en huishoudens met een migratieachtergrond hebben relatief vaak een laag inkomen. Onder eenoudergezinnen en alleenstaanden is het aandeel met zo'n laag inkomen het grootst: rond 30% van deze huishoudens zit onder de 130%-grens. In absolute cijfers zijn het vooral alleenstaanden die de samenstelling van deze inkomensgroep bepalen: ruim 12.000 huishoudens. Het allerhoogst is het aandeel huishoudens met een inkomen tot 130% bij de huishoudens die in het buitenland zijn geboren: 36% van zulke huishoudens hebben een inkomen onder deze grens. • Van wijk tot wijk zijn er in Nijmegen flinke inkomensverschillen. In veel wijken in Oost en Noord ligt het aandeel lage inkomens ruim onder het gemiddelde.
Daartegenover staan wijken waar rond of boven 30% van de huishoudens een laag inkomen heeft: sommige wijken in Dukenburg, Hatert en Nijeveld. • 20% van de lage inkomens zijn mensen met een inkomen uit werk. Bij de 16.600 huishoudens in Nijmegen die een inkomen onder de 130% van het sociaal minimum hebben, gaat het vooral om huishoudens die leven van een uitkering, met name bijstands- en AOW-uitkeringen. Maar in 20% van de gevallen, zo'n 3.200 huishoudens, is werk de voornaamste inkomensbron. • 8% van de Nijmeegse huishoudens heeft een geregistreerde schuld. Na een daling van het aantal huishoudens met schulden in de periode 2018-2021 is het aandeel huishoudens met schulden de afgelopen twee jaar in zowel Nijmegen als heel Nederland weer toegenomen.6 Onderstaande figuur toont het bereik per regeling als percentage van de groep die op basis van het inkomen in aanmerking komt voor de regeling. Daarbij zien we dat het bereik van het busvoordeelabonnement, de meedoenregeling en de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering (CAZ) gestegen zijn. Het Kinderfonds en de individuele inkomenstoeslag zijn stabiel.7
De Stads- en wijkmonitor maakt gebruik van de Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek van het CBS. De meest recente gegevens betreffen het belastingjaar 2022. 6 Bron: CBS-dashboard geregistreerde schulden 2023. 7 Toelichting op deze cijfers kunt u vinden in de evaluatie van de Armoede Agenda 2020-2024 en de Stads- en wijkmonitor 2024. 5
5
Figuur 1. Aantal gebruikers per regeling als % van de groep die volgens hun inkomen in aanmerking komen voor de regeling (bewerking CBS-cijfers over belastingjaar 2019).
Evaluatie Armoede Agenda 2020-2024 Wat is het? In deze evaluatie8 hebben we gekeken naar de Nijmeegse Armoede Agenda 2020-2024 en hebben we waar nodig landelijke ontwikkelingen of regelingen aangehaald. Per actielijn is gekeken waar we nu staan en wat suggesties zijn voor nieuw beleid. Het college heeft de evaluatie van de Armoede Agenda 2020-2024 op 26 maart 2024 vastgesteld.
Wat hebben we geleerd? Uit de evaluatie blijkt dat de gemeente Nijmegen steeds meer inwoners met een laag inkomen weet te bereiken met haar inkomensondersteunende regelingen. Het bereik van het busvoordeelabonnement en de meedoenregeling is gegroeid. Hiermee bieden we Nijmegenaren de mogelijkheid om mee te doen. Daarnaast is het gebruik van de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering, de individuele inkomenstoeslag en de bijzondere bijstand de afgelopen jaren stabiel. Het bereik van de energietoeslag was met 18.500 toekenningen groot. Verder zijn de eerste resultaten van maatwerk zichtbaar, bijvoorbeeld bij het project Advies aan huis in Neerbosch-Oost. In de evaluatie komen de volgende aanbevelingen naar voren: • Scherp doelen en indicatoren aan om beter te kunnen vaststellen wanneer we tevreden zijn met de inzet. Nijmegen heeft de afgelopen jaren erg in de doe-stand gestaan, maar de vraag of we tevreden zijn met de inzet is lastig te beantwoorden. • Breng focus en overzicht aan. We doen veel, en dat roept ook de vraag op of we niet te veel doen en daardoor focus verliezen. Als het verkrijgen van overzicht binnen de gemeente al een uitdaging is, is die uitdaging voor de Nijmegenaar die hulp nodig heeft nog veel groter. • Werk (nog meer) samen met andere maatschappelijke opgaven, zoals schuldhulpverlening, gezondheid en kansengelijkheid.
Deze aanbevelingen zullen terugkomen in het beleidskader Financiële bestaanszekerheid.
8
Besluitronde gemeenteraad 5 juni 2024, agendapunt 10.4.5
6
Minima-effectrapportage Nibud 2024 Wat is het? De Minima-effectrapportage (MER) geeft inzicht in de invloed van landelijke en gemeentelijke regelingen op de financiële positie van inwoners met een laag inkomen. Hiermee geeft de MER inzicht in het effect van ons minimabeleid. In de rapportage kijkt het Nibud naar de bestedingsruimte van een aantal gekozen huishoudtypen bij verschillende inkomensniveaus. Hiermee legt het rapport mogelijke armoedevallen bloot. Dit houdt in dat een huishouden met een hoger inkomen minder geld overhoudt dan een huishouden met een lager inkomen, doordat er geen recht meer is op inkomensondersteunende regelingen. Het Nibud gaat bij de MER uit van standaardbegrotingen. Daarnaast gaat het Nibud er bij de voorbeeldhuishoudens vanuit dat ze zeer goed met geld om kunnen gaan, dat ze alle inkomensondersteuning aanvragen en dat ze geen grote persoonlijk onvermijdbare uitgaven hebben. In de praktijk zullen deze voorwaarden niet altijd opgaan. Dit maakt de MER een theoretisch model waarvan de resultaten aanknopingspunten kunnen geven voor nieuw of aangescherpt beleid.
Wat hebben we geleerd? Uit de Minima-effectrapportage 2024 blijkt dat: • Het algemene beeld is dat de onderzochte huishoudtypen met de huidige inkomensondersteuning rond kunnen komen. Wel valt op dat de bestedingsruimte per huishoudtype flink uiteenloopt. In de onderzochte huishoudtypen zien we dat een paar met twee oudere kinderen beduidend minder vrije bestedingsruimte over heeft dan een eenoudergezin met drie kinderen. Ook heeft de alleenstaande vanaf AOW-leeftijd het ruimer dan de alleenstaande onder de AOW-leeftijd. • Een eenoudergezin met drie kinderen ziet nauwelijks toename in bestedingsruimte als hij van de bijstandsnorm naar een inkomen van 110% gaat. Deze situatie (‘bijna-uitstroomval’) wordt vooral veroorzaakt door werkgerelateerde kosten (reiskosten en kinderopvang) die optreden als dit huishouden gaat werken vanuit een bijstandssituatie. Werken loont dus nauwelijks. • Bij de paren met kinderen wordt een ‘doorstroomval’ zichtbaar bij een overgang van een inkomen van 140 naar 150% van het minimum. Deze doorstroomval wordt veroorzaakt door het wegvallen van de ruime tegemoetkomingen vanuit het gemeentelijk minimabeleid voor deze doelgroep: de kindregelingen en de bijdrage vanuit de meedoenregeling. Ook worden bij paren vanaf een inkomen van 130% de landelijke toeslagen (huurtoeslag en de zorgtoeslag) afgebouwd.
• De individuele inkomenstoeslag zorgt voor meer bestedingsruimte bij de inkomensniveaus 100 en 110%. Dit is een welkome aanvulling. De individuele inkomenstoeslag veroorzaakt geen extra armoedevalsituaties wanneer het inkomen van een huishouden stijgt naar 120% of meer. • Wanneer de gemeente Nijmegen voor alle regelingen een inkomensgrens van 130% zou hanteren, krijgen huishoudens met kinderen met een inkomen van 140 of 150% (lage middeninkomens) te maken met een armoedeval. Bij een paar met oudere kinderen is de vrije bestedingsruimte zelfs lager dan bij een inkomen van 120%. Ook het eenoudergezin met drie kinderen maakt een armoedeval door. Dit gezin heeft minder te besteden bij het inkomen op 140% dan bij het inkomen op 130%. • Over het algemeen heeft de alleenstaande onder de AOW-leeftijd het moeilijk. Dit huishouden heeft de minst vrije bestedingsruimte van alle onderzochte huishoudtypen. Zeker als de huur wat hoger is de alleenstaande onder de AOW-leeftijd kwetsbaar. Het Nibud geeft de gemeente Nijmegen de volgende adviezen mee: • Blijf huishoudens actief helpen om inkomensondersteuning aan te vragen en ga daarmee het nietgebruik tegen. Zet in op gerichte communicatie en zorg voor eenvoudige procedures, bijvoorbeeld door aanvragen te combineren. • Blijf huishoudens actief helpen om goed om te gaan met geld.
Organiseer cursussen of begeleiding om inwoners te helpen met goed financieel beheer. • Blijf inwoners helpen bij het verlagen van energie- en woonlasten.
7
•
Houd oog voor de positie van alleenstaanden.
Armoedescan Centraal Bureau voor de Statistiek 2022 Wat is het? Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft in opdracht van de gemeente Nijmegen de Armoedescan uitgevoerd. De Armoedescan beschrijft de samenstelling van de minimahuishoudens in de gemeente en het gebruik van de verschillende gemeentelijke regelingen door deze minimahuishoudens. In dit onderzoek worden gemeentelijke regelingen gekoppeld aan de inkomens van huishoudens. De meest recente inkomensgegevens gaan over 2022. Hiermee brengt het CBS in kaart welk deel van de huishoudens een laag inkomen heeft, maar geen gebruik maakt van een gemeentelijke regeling. Dit stelt ons in staat om het bereik van deze regelingen te toetsen en haar beleid waar nodig aan te passen. De Armoedescan is openbaar en via deze link te vinden.9 Op het eerste oog ziet het cijferbeeld in de Armoedescan er anders uit dan de cijfers uit de Stads- en wijkmonitor, die ook gebruikt zijn in de evaluatie van de Armoede Agenda 2020-2024. Dit kunnen we deels verklaren door verschillen in definities. Het CBS kijkt naar huishoudens, waar Nijmegen bij verschillende regelingen op persoonsniveau rapporteert. Stel dat twee personen in één huishoudens allebei een busvoordeelabonnement hebben, dan telt deze regeling voor het CBS maar één keer mee.
Daarnaast kijkt het CBS naar huishoudinkomenscijfers over het gehele jaar, afkomstig van de Belastingdienst. De gemeente beoordeelt een aanvraag op het actuele inkomen. Als iemand in het eerste half jaar een bijstandsuitkering ontvangt en het tweede half jaar een goed betaalde baan heeft, kan het jaarinkomen boven de inkomensgrens uitkomen. Voor het CBS telt dit huishouden dan niet mee in de doelgroep, terwijl de gemeente Nijmegen ten tijde van de bijstandsuitkering verschillende regelingen heeft toegekend. Als sociale stad willen we inwoners immers snel helpen bij geldzorgen. Tot slot kan het CBS bepaalde huishoudens niet meenemen in hun berekeningen, zoals mensen in een instelling en gedetineerden. Concluderend kunnen we zeggen dat er bij het CBS dus personen of huishoudens afvallen bij het berekenen van de totale doelgroep, terwijl deze huishoudens wel in aanmerking zijn gekomen voor gemeentelijke ondersteuning. Toch is de Armoedescan een waardevol instrument om vooral het niet-gebruik van regelingen te duiden en te koppelen aan achtergrondkenmerken als inkomensbron en wijk. De Armoedescan laat zien dat we in eigen monitoring een te positief beeld hebben laten zien. We zetten het gebruik immers af tegen een door het CBS afgebakende doelgroep, en die is kleiner dan de doelgroep die we daadwerkelijk ondersteunen.
Daardoor liggen de bereikpercentages zoals de gemeente die berekende hoger dan werkelijkheid is. Om eerdergenoemde redenen kunnen de bereikcijfers uit de Stads- en wijkmonitor en de Armoedescan niet een-op-een met elkaar vergeleken worden. Om de uitkomsten in perspectief te kunnen plaatsen, is het mogelijk om de Armoedescan jaarlijks te herhalen.
Wat hebben we geleerd? •
•
9
Ons daadwerkelijke bereik ligt lager dan gedacht; het niet-gebruik ligt hoger. We zetten het aantal verstrekte regelingen namelijk af tegen de omvang van de doelgroep die het CBS in 2021 in opdracht van de gemeente heeft gedefinieerd (doorgetrokken naar 2023). Bij de armoedescan zien we echter dat de afbakening van de doelgroep strenger is dan het Nijmeegse beleid. Hierdoor zijn de bereikcijfers dus kunstmatig hoog. Zoom in op specifieke gebruikersgroepen om te zien wat zij nodig hebben om een bepaalde regeling te vinden, te begrijpen en te gebruiken. Enkele voorbeelden: o We zien dat van de gepensioneerden met een inkomen tot 140% slechts 11,3% gebruik maakt van de meedoenregeling. Ter vergelijking: bij bijstandsgerechtigden maakt 35,5% gebruik van de meedoenregeling. Zijn gepensioneerden niet digitaal vaardig genoeg om een digitale
http://dashboards.cbs.nl
8
o
meedoenpas aan te vragen? Of sluit het aanbod niet aan bij hun wensen? Deze cijfers bieden het startpunt om regelingen onder de loep te nemen en te verbeteren. Als we inzoomen op het busvoordeelabonnement, zien we dat het bereik onder huishoudens met een of meer minderjarige kinderen hoger is dan het bereik onder huishoudens zonder kinderen. Hoe meer kinderen, hoe hoger het bereik. Voor kinderen heeft de gemeente echter geen busvoordeelabonnement. Dit roept vragen op over reisbewegingen mét kinderen. Reizen kinderen mee met hun ouders? Jagen we hen daardoor op kosten? Of zijn de kortingen die Breng aanbiedt (tot 4 jaar gratis, gereduceerd tarief van 4 t/m 11 jaar en Kidskaartjes) voldoende?
Moties gemeenteraad De gemeenteraad heeft de afgelopen periode meerdere moties aangenomen die het nieuwe beleidskader Financiële bestaanszekerheid raken. We zetten ze hieronder op een rij:
Van Armoedebeleid naar maatwerk in bestaanszekerheid In de unaniem aangenomen motie ‘Van Armoedebeleid naar maatwerk in bestaanszekerheid’ (27 september 2023) roept de gemeenteraad het college op om scenario’s uit te werken voor de inrichting van een vereenvoudigd beleid voor inkomensondersteuning dat meer ruimte biedt voor de menselijke maat. We zien dat de afgelopen jaren verschillende lokale regelingen zijn ontstaan naast de landelijke en wettelijke regelingen. Ook is in Nijmegen een groot aantal organisaties actief die zich inzet om inwoners met een laag inkomen en/of geldzorgen te ondersteunen. De ondersteuning in de gemeente Nijmegen is groot, volledig en vanuit het hart. De Minima-effectrapportage laat zien dat inwoners kunnen rondkomen, mits zij gebruik maken van alle regelingen, goed met geld om kunnen gaan en geen schulden hebben. Dit was ook in 2019 zo. Op basis daarvan is het huidige beleid onder andere gericht op het zo toegankelijk mogelijk maken van de bestaande regelingen en succes wordt gemeten aan de hand van het bereik. Voor het nieuwe beleidskader zien wij wel mogelijkheden voor een eenvoudigere inrichting van het armoedebeleid met meer nadruk op maatwerk. In hoofdstuk 3 geven we een eerste invulling van deze motie door middel van actielijnen.
Tijd voor een Nijmeegse stadspas Op 1 november 2023 heeft de gemeenteraad bij de behandeling van de Stadsbegroting 2024-2027 de motie ‘Het is tijd voor een stadsbrede ‘stadspas’’ aangenomen. De gemeenteraad roept het college op de kansen, mogelijkheden, kosten en baten te onderzoeken van verschillende vormen van een stadspas die past bij het Nijmeegse beleid, en dit mee te nemen als onderdeel van de uitwerking van de scenario’s in de startnotitie voor de inrichting van een beleid voor inkomensondersteuning dat meer ruimte biedt voor de menselijke maat. Hierbij moet worden ingegaan op de mogelijkheid voor ondernemers en organisaties om hun diensten aan te bieden aan gebruikers van de stadspas en moet de voorwaarde worden gehanteerd dat een pas in welke vorm dan ook niet stigmatiserend mag zijn en het Nijmeegse beleid aanvult en versterkt. We onderzoeken op dit moment de mogelijkheden voor een stadspas die aansluit op het huidige beleid. Hierin nemen we onze digitale toegangspoort vergoedingen.nijmegen.nl mee, waar ondernemers via de meedoenregeling hun diensten kunnen aanbieden. In het volgende hoofdstuk noemen we een aantal concrete maatregelen waarmee we toewerken naar een Nijmeegse stadspas. De specifieke kosten en baten worden opgenomen in het beleidskader.
Beter ambtshalve uitgekeerd dan ten hele gedwaald Op 19 juni 2024 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen waarin het college opgeroepen wordt actief aan de slag te gaan met het vereenvoudigen van inkomensregelingen en deze zoveel mogelijk ambtshalve uit te keren
9
wanneer de inkomenssituatie van de inwoner al bekend is bij de gemeente. Ook verzoekt de raad de verwachte kostenbesparing van deze twee ingrepen te verwerken in de begroting 2025-2028. De vereenvoudiging van de inkomensregelingen en het ambtshalve uitkeren nemen we mee in deze startnotitie en het latere beleidskader. Het is echter de vraag of deze ingrepen een kostenbesparing tot gevolg hebben. Vereenvoudiging en ambtshalve toekennen kan ook zorgen voor een groter bereik onder de doelgroep, en daardoor hogere kosten. Het college acht het in ieder geval niet wenselijk om kostenbesparing sturend te laten zijn bij de inrichting van het minimabeleid.
Vergoed dierenartskosten voor mensen in financiële nood Op 19 juni 2024 is daarnaast een motie aangenomen om mensen in financiële nood aanspraak te laten maken op financiële ondersteuning voor dierenartskosten. We onderzoeken de mogelijkheden voor ondersteuning bij noodzakelijke dierenartskosten. Er is geen financiële dekking voor vergoeding hiervan vanuit de bijzondere bijstand. We zien wel mogelijkheden voor de inzet van fondsen. In het nieuwe beleidskader Financiële bestaanszekerheid nemen we de uitwerking van deze motie mee. Hierin kijken we ook hoe dit zich verhoudt tot de wens van de gemeenteraad om de regelingen te vereenvoudigen en in te zetten op maatwerk (de drie hierboven beschreven moties).
Initiatiefvoorstel Niet meer kiezen Op 28 juni 2024 hebben de fracties GroenLinks Nijmegen en de Stadspartij Nijmegen een initiatiefvoorstel ingediend met als onderwerp het tegengaan van mondzorgmijding bij Nijmegenaren met geldzorgen die niet aanvullend verzekerd zijn voor tandartskosten. GroenLinks en de Stadspartij Nijmegen verzoeken het college om een opdracht uit te werken waarbij er een samenwerkingsverband wordt opgezet tussen het RadboudUMC, Nijmeegse tandartsen, lokale organisaties én de gemeente Nijmegen en met hen een pilot op te zetten om mondzorg toegankelijk te maken voor Nijmegenaren met geldzorgen. Het college staat positief tegenover dit initiatiefvoorstel. In de brief aan de raad in reactie op het initiatiefvoorstel (d.d. 10 september 2024) beschrijven we hoe we dit gaan doen.
10
Hoofdstuk 3. Voorgesteld scenario Met de Armoede Agenda 2020-2024 hebben we positieve ontwikkelingen in gang gezet. We zijn begonnen met het vereenvoudigen van aanvragen en procedures. We maken hiermee de regelingen toegankelijker voor onze inwoners en houden zoveel mogelijk rekening met stress die inwoners met geldzorgen ervaren en het ontbreken van basisvaardigheden, zoals digitale vaardigheden en lezen en schrijven. Ook hebben we ingezet op meer persoonlijk contact en de beweging Mens als middelpunt, waarbij er aandacht is voor de leefwereld van de inwoner. We weten dat inwoners niet altijd zelfredzaam zijn. Ook weten we uit onderzoek dat mensen die langdurige stress ervaren minder rationele keuzes maken. We houden hier rekening mee en werken vanuit vertrouwen. We kiezen ervoor om deze ontwikkelingen de komende jaren door te zetten en te versterken.
Aandachtspunten Naast dat wij doorzetten wat al in gang is gezet, lichten we twee aandachtspunten uit die meespelen in de keuze voor een scenario. We zien financiële bestaansonzekerheid als kernoorzaak en versterker van problemen op andere levensgebieden en werken daarom integraal samen. Armoede reikt verder dan geldzorgen. Door zorgen over geld, structureel een te laag inkomen en de stress die daarbij komt kijken ontstaan veel meer problemen die ook andere leefdomeinen raken. De impact van stress bij geldzorgen is ongekend groot.10 Door chronische stress wordt de mentale bandbreedte verkleind en kunnen mensen minder goed rationeel nadenken, plannen en organiseren en wordt impulsief gedrag juist versterkt. Er kunnen problemen ontstaan op andere leefdomeinen als gezondheid (verslavingen, depressie), problemen met het opvoeden van kinderen en huiselijk geweld. Daarom is een integrale samenwerking met gezondheidsbeleid en jeugdbeleid zo belangrijk. In de wijken moeten professionals vanuit verschillende expertises elkaar weten te vinden, denk aan de huisartsen, Buurtteams en de financieel experts in de wijk. We focussen op domeinoverstijgend werken en gezamenlijk prioriteren. De druk op de uitvoeringsorganisaties is groot. De ambities en (landelijke) ontwikkelingen op het gebied van financiële bestaanszekerheid vragen veel van onze uitvoeringsorganisaties.
De ondersteuning aan inwoners met geldzorgen is uitgebreid en vanuit het hart. De organisaties in de stad en onze interne uitvoeringsorganisatie zetten zich elke dag in om inwoners met geldzorgen verder te helpen, perspectief te bieden en te ondersteunen. We zien echter dat de ontwikkelingen van de afgelopen jaren hun tol eisen. Een hoge werkdruk, constante flexibiliteit, vele ontwikkelingen en versnipperde ondersteuning vragen veel van onze medewerkers. Om te komen tot een goede uitvoering van het nieuwe beleidskader moeten de consequenties voor de uitvoering goed worden meegenomen. We kunnen veranderingen niet in één keer realiseren. Daarom zal naast het beleidskader gewerkt worden met een uitvoeringsplan voor de verschillende projecten en een tijdsplanning.
Actielijnen Het college kiest daarom voor de volgende actielijnen: 1. We bieden ondersteuning toegankelijk en dichtbij. 2. We verstevigen de basis: we prioriteren het garanderen van inkomen, zorg en voedsel. 3. We stimuleren meedoen. 4. We bieden passende hulp als de basis niet toereikend is (maatwerk). Deze lijnen visualiseren we in onderstaande piramide. Concreet betekent dit scenario dat we de regelingen behouden die we hebben. Dit is de basis die voor een groot deel van de inwoners voldoende is om rond te kunnen 10
Bron: Pharos, expertisecentrum terugdringen gezondheidsverschillen
11
komen. Ook maken we het met de huidige regelingen mogelijk voor inwoners om mee te doen. Voor de inwoners bij wie er meer speelt – bijvoorbeeld complexere vragen, schulden, aanvullende problematiek – is maatwerk mogelijk. Voor hen zijn de regelingen alleen wellicht onvoldoende, of het kan zo zijn dat ze net buiten de (huidige) voorwaarden van de regelingen vallen.
Figuur 2. Visuele weergave van de opbouw van de actielijnen.
De actielijnen bestaan uit verschillende onderdelen. Deze onderdelen werken wij verder uit in het beleidskader Financiële bestaanszekerheid. Met sommige ervan starten wij al na vaststelling van deze startnotitie door het college en de bespreking ervan in de gemeenteraad. Het gaat hierbij om de onderdelen die we kunnen oppakken op basis van staand beleid of die onderdeel zijn van een aangenomen motie en/of initiatiefvoorstel. Dit geven we met onderstaande symbolen aan: = nieuw of aangepast beleid
= stoppen met huidig beleid
= voortzetten huidig beleid Lijn 1 – Ondersteuning toegankelijk en dichtbij We willen dat elke Nijmegenaar die recht heeft op inkomensondersteuning daar gebruik van maakt. Ook willen we dat inwoners met geldzorgen vroeg geholpen worden, zodat geldproblemen klein blijven. Hier ligt een belangrijke relatie met het beleidsplan Schuldhulpverlening waarin we onder andere inzetten op financiële educatie voor jongeren en volwassenen. Het is belangrijk dat onze ondersteuning zichtbaar en toegankelijk is. Daarom gaan we aan de slag met de volgende acties: 1.1
We onderzoeken of we het huidige platform vergoedingen.nijmegen.nl om kunnen vormen naar een Nijmeegse stadspas.
1.2
We automatiseren en digitaliseren zo veel mogelijk, maar met altijd een papieren route als alternatief.
12
1.3
We werken toe naar gelijke inkomensgrenzen en voorwaarden voor de verschillende regelingen, zodat deze met één formulier kunnen worden aangevraagd. De inkomensgrens wordt 130%, met uitzondering van de individuele inkomenstoeslag (110%).
1.4
We verstrekken en/of verlengen waar mogelijk regelingen ambtshalve.
1.5
We benaderen actief meer Nijmegenaren van wie we weten of het vermoeden hebben dat ze geldzorgen hebben, bijvoorbeeld mensen met schulden of bijstandsgerechtigden. • Dit doen we in de wijk door Advies aan huis voort te zetten en uit te breiden. • Dit doen we op nieuwe vindplaatsen, bijvoorbeeld via werkgevers, zorgaanbieders en instellingen. • We blijven samenwerken met partners in de stad die in contact staan met Nijmegenaren met geldzorgen.
Lijn 2 – De basis verstevigen: we prioriteren het garanderen van inkomen, zorg en voedsel Het belangrijkste voor bestaanszekerheid is het hebben van voldoende inkomen. Ook toegang tot zorg en voedsel zien we als de absolute basis. Uit de Minima-effectrapportage van het Nibud blijkt dat de onderzochte huishoudtypen voldoende inkomsten hebben de Nijmeegse inkomensondersteuning, mits zij die aanvragen en goed met hun geld omgaan. De basis qua inkomensondersteuning is dus aanwezig, maar tegelijkertijd zien we in de armoedescan van het CBS een groot niet-bereik. We moeten het garanderen van inkomen dus extra prioriteit geven. Daarom gaan we aan de slag met de volgende acties: 2.1
We onderzoeken of de individuele inkomenstoeslag beschikbaar gemaakt kan worden voor een grotere groep inwoners en of we het bedrag kunnen verhogen voor specifieke huishoudtypen (bijv. met oudere kinderen).
2.2
We faciliteren een netwerk van tandartsen dat toegankelijke mondzorg biedt voor inwoners met geldzorgen.
2.3
We bieden een uitgebreide collectieve ziektekostenverzekering aan zodat iedereen de mogelijkheid heeft voor een passende zorgverzekering.
2.4
Via subsidies aan partners zorgen we dat iedereen toegang heeft tot gezond en voldoende voedsel.
Lijn 3 – Iedereen kan meedoen We hebben in Nijmegen verschillende regelingen die meedoen stimuleren. Deze behouden we, maar we houden ze wel tegen het licht. We gaan aan de slag met de volgende acties: 3.1
We behouden het busvoordeelabonnement en onderzoeken of dit uitgebreid kan worden voor kinderen en/of naar de spitsuren.
3.2
We behouden de meedoenregeling en breiden deze uit, zodat het tegoed ook ingezet kan worden bij winkels, bijvoorbeeld aan een laptop of fiets.
3.3
We kijken kritisch naar het huidige aanbod van de meedoenregeling. Voldoet dit nog aan de behoeften van de gebruikers en het doel van de regeling? Indien nodig verwijderen we aanbod.
3.4
We behouden regelingen specifiek gericht op kinderen, maar voegen een vrij besteedbaar budget toe aan een eventuele Nijmeegse stadspas.
Lijn 4 – Maatwerk: we bieden passende hulp als de basis niet toereikend is Alleen generiek beleid voor inwoners met een laag inkomen is nooit voldoende, omdat er veel verschillen bestaan tussen mensen die in armoede leven. Iedere situatie is anders, en daarom is er maatwerk nodig. Bijzondere bijstand is de manier voor een gemeente om maatwerk te kunnen leveren: samen mét de inwoner op basis van de individuele situatie een oplossing voor zijn probleem zoeken. We zien echter dat de afgelopen jaren de bijzondere
13
bijstand beleidsmatig steeds strakker is ingekaderd, waardoor van echt maatwerk niet altijd sprake is. Daarom gaan we aan de slag met de volgende acties: 4.1
De bijzondere bijstand gebruiken voor het leveren van maatwerk in situaties waarin er sprake is van bijzondere en noodzakelijke kosten.
4.2
We stoppen met het verder inkaderen van de bijzondere bijstand en stimuleren en faciliteren consulenten om meer maatwerk te leveren.
4.3
We hanteren de doorbraakmethode als werkwijze voor het legitimeren van maatwerk. We trainen de consulenten en Financieel Experts in de Wijk in deze manier van werken.
4.4
We starten een pilot waarbij we bij complexe of meerdere aanvragen bijzondere bijstand persoonlijk in gesprek gaan met de inwoner. We vragen hierbij breed uit. Indien succesvol wordt dit standaard beleid.
4.5
We breiden onze huidige fondsenwerving ten behoeve van noodhulp uit naar een intern fondsenbureau. Fondsen zien we als bron voor aanvullende middelen om maatwerk te financieren.
14
Hoofdstuk 4. Financiën Het budget voor de agenda Financiële bestaanszekerheid dat beschikbaar is op basis van de begroting 2024, is zo'n € 18 miljoen. Op 17 september 2024 hebben we de Stadsbegroting 2025-2028 vastgesteld en aangeboden aan de raad. Om vanuit het programma Werk en Inkomen bij te dragen aan de bezuinigingsopgave op het sociaal domein hebben we besloten een taakstelling ‘aanpassing inkomensregelingen’ op te nemen. Dit betreft € 800.000 in 2025 en € 1.500.000 vanaf 2026. De invulling van deze taakstelling bepalen we na de behandeling van de begroting door de raad en nemen we mee in de uitwerking van het beleidskader. Onderstaande tabel geeft een beeld van de verwachte uitgaven in 2024 en is bedoeld ter indicatie. Hierin is de taakstelling dus nog niet meegenomen. Het is dus belangrijk om te noemen dat het waarschijnlijk niet mogelijk is dekking te vinden voor nieuw of aanvullend beleid, ook gezien de openeindesystematiek van de inkomensregelingen. Als de raad iets nieuws wil, zijn er extra middelen nodig of moeten er keuzes worden gemaakt. Indicatie kosten Financiële bestaanszekerheid 2025-2028 Op basis van de programmabegroting 2024 Inkomensondersteuning
Bedrag per jaar in €
Bijzondere bijstand (o.a. beheer en bewind, inrichting en wonen en overig)
8.665.000
Individuele inkomenstoeslag
2.484.000
Collectieve aanvullende zorgverzekering
4.796.000
Kindregelingen (via Stichting Leergeld)
1.004.000
Meedoenregeling (130%)
721.000
Busvoordeelabonnement
771.000
Subsidies Kledingbank
30.000
Voedselbank
50.000
Vincentius Vereniging
34.000
Bindkracht 10: Advies aan huis
400.000
Huis van Compassie: met een fiets doe je mee
23.000
Armoedefonds
50.000
Initiatievenfonds armoede en schulden
30.000
Overig Stadspas
PM
Uitbreiden fondsenbureau
110.000
Trainen Doorbraakmethode (eenmalig)
50.000
Baten Baten debiteuren bijzondere bijstand
-1.109.000
TOTAAL
18.109.000
15
Hoofdstuk 5. Alternatieve denkrichtingen In hoofdstuk 3 hebben we één scenario aan u gepresenteerd, terwijl de gemeenteraad in de motie ‘Van armoedebeleid naar maatwerk in bestaanszekerheid’ om meerdere scenario’s heeft gevraagd. Het college heeft ervoor gekozen om de afwegingen op basis van denkrichtingen te maken en alleen het voorkeursscenario uit te werken. In dit hoofdstuk laten we zien welke denkrichtingen we overwogen hebben, maar waar het college niet voor kiest. Lijn 1 – Ondersteuning toegankelijk en dichtbij Denkrichting
Afweging
Inkomensconsulenten in de wijk, zodat zij dicht bij de inwoner werken
We kiezen er op dit moment niet voor om de inkomensconsulenten op locaties in de wijk te laten werken. Door de druk op de uitvoeringsorganisatie is dit op dit moment niet haalbaar. Wel willen we door middel van een pilot of bij specifieke ontwikkelingen vaker (tijdelijk) de wijk in, zoals bij het project Advies aan huis in NeerboschOost.
Lijn 2 – De basis verstevigen: we prioriteren het garanderen van inkomen, zorg en voedsel. Denkrichting
Afweging
Inkomensgrenzen van bestaande inkomensregelingen naar 140%
Gezien de aankomende bezuinigingen is dit geen realistische denkrichting meer.
Inkomensgrenzen van bestaande inkomensregelingen naar 120%
Nijmegen is een sociale stad. Zolang het niet hoogstnoodzakelijk om de inkomensgrenzen voor de inkomensregelingen terug te brengen naar 120%, zullen we dit niet doen.
Collectieve aanvullende ziektekostenverzekering (CAZ) afschaffen
Het afschaffen van de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering is zeer onwenselijk. Wanneer inwoners meer premie moeten betalen en er geen vangnet is voor het eigen risico heeft dit zorgmijding of eventueel schulden als gevolg. Daarnaast leidt dit tot problemen op de lange termijn en binnen andere levensgebieden, zoals een slechte gezondheid, stress en problemen in het gezin. Dit leidt tot hogere maatschappelijke kosten op de langere termijn.
Versoberen individuele inkomenstoeslag (IIT): bedragen omlaag
De Minima-effectrapportage 2024 laat zien dat de individuele inkomenstoeslag een belangrijke toeslag is om het hoofd boven water te houden. Hoewel het technisch mogelijk is, acht het college het niet wenselijk om de bedragen naar beneden bij te stellen. Huishoudens houden onderaan de streep dan te weinig geld over om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien.
Doelgroep van de individuele inkomenstoeslag uitbreiden: hogere inkomensgrens voor bijvoorbeeld huishoudens met
De inkomensgrens van de individuele inkomenstoeslag is op dit moment 110% van het wettelijk sociaal minimum. Deze inkomensgrens is landelijk gangbaar voor deze regeling (grondslag in de Participatiewet). De gemeente Utrecht heeft ervoor gekozen om de
16
minimaal één kind van 12 tot 18 jaar
inkomensgrens voor huishoudens met minimaal één kind van 12 tot 18 jaar te verhogen naar 125%. Zij krijgen wel een lager bedrag dan huishoudens tot 110%. Hiermee repareert de gemeente de koopkracht van een huishouden met oudere kinderen. Ook uit de Minimaeffectrapportage van Nijmegen blijkt dat deze huishoudens minder vrije bestedingsruimte overhouden. Toch kiest het college hier niet voor. We willen de inkomensgrenzen namelijk zoveel mogelijk gelijktrekken en aanvragen versimpelen. Differentiëren in doelgroep en bedrag is bovendien voor de uitvoeringsorganisatie arbeidsintensief.
Alle inkomensregelingen schrappen om een vrij besteedbaar budget per huishoudtype uit te keren
De gemeente Amstelveen heeft in 2024 de keuze gemaakt om de meeste inkomensregelingen te schrappen. In plaats hiervan krijgen huishoudens met een laag inkomen afhankelijk van de samenstelling jaarlijks een bedrag op hun rekening gestort. Zij kunnen zelf bepalen hoe ze dit geld uitgeven. Het direct verstrekken van geld is discutabel, aangezien hier geen juridische grondslag voor bestaat. Inkomenspolitiek is immers voorbehouden aan het Rijk. We houden de ontwikkelingen rondom het beleid van de gemeente Amstelveen in de gaten, maar we achten het te riskant om nu ons systeem van inkomensondersteuning volledig op de schop te gooien.
Lijn 3 – Iedereen kan meedoen. Denkrichting
Afweging
Meedoenregeling afschaffen
Het college kiest hier niet voor. De meedoenregeling biedt inwoners een tegoed dat ze kunnen inzetten voor activiteiten op het gebied van sport, educatie, cultuur of sociale activiteiten. Hiermee bevorderen we dat inwoners meedoen in de maatschappij. Als we de meedoenregeling afschaffen bestaat het risico op sociale isolatie.
Busvoordeelabonnement afschaffen
Het college kiest hier niet voor. Het busvoordeelabonnement bevordert participatie, maar wordt bijvoorbeeld ook ingezet voor bezoek aan familie en vrienden of de huisarts. Wanneer we het busvoordeelabonnement afschaffen, heeft dit mogelijk sociale isolatie en vervoersongelijkheid tot gevolg.
Mobiliteitsregeling opzetten met keuze tussen bus of fiets
Een mobiliteitsregeling zou een alternatief kunnen zijn voor het huidige busvoordeelabonnement. Inwoners kunnen dan kiezen tussen een busabonnement of een fiets. Dit stellen we niet voor, omdat het complex is qua uitvoering. Het busvoordeelabonnement vergt weinig uitvoeringscapaciteit. Daarnaast is het relatief goedkoop, omdat we het voor veel inwoners tegelijk inkopen. Bovendien verstrekt het Huis van Compassie met subsidie van de gemeente Nijmegen fietsen aan mensen die in armoede leven. Deze constructie werkt goed.
Fietsen en laptops verstrekken via de bijzondere bijstand
Al jaren speelt de vraag of we fietsen en laptops kunnen vergoeden vanuit de bijzondere bijstand. Zoals aangegeven in actielijn 4 wil het college de productenlijst van de bijzondere bijstand juist versimpelen om ruimte te maken voor maatwerk. Verstrekking via de bijzondere bijstand is bovendien belastend voor de uitvoeringsorganisatie. Daarom
17
willen we onderzoeken of we laptops kunnen verstrekken vanuit de meedoenregeling of de stadspas. Voor fietsen hebben we een samenwerking met het Huis van Compassie. Stichting Leergeld voorziet in fietsen voor kinderen. Kindregelingen afschaffen of versoberen: laptop, zwemles, vrijwillige ouderbijdrage, buitenlandse reis en sport-, cultuur- en educatieve activiteiten
Het college vindt deze denkrichting zeer onwenselijk. Met deze kindregelingen stimuleren we dat kinderen die opgroeien in armoede mee kunnen doen in de stad en hun talenten kunnen ontwikkelen. We trachten hiermee de vicieuze cirkel van armoede te doorbreken en alle kinderen gelijkwaardige kansen te bieden.
Het budget van de kindregelingen volledig vrij besteedbaar maken via een stadspas
We zouden kunnen onderzoeken of er in plaats van de kindregelingen in natura een vrij besteedbaar budget voor kinderen kan komen, bijvoorbeeld op de stadspas. Het college kiest ervoor om dit als aanvulling uit te werken op de bestaande kindregelingen in natura en niet als vervanging voor de bestaande regelingen. De persoonlijke begeleiding van Stichting Leergeld werkt immers goed, waardoor kinderen krijgen wat ze nodig hebben. Een klein vrij besteedbaar budget geeft ouders en kinderen daarnaast keuzevrijheid.
Lijn 4 – Maatwerk: we bieden passende hulp als de basis niet toereikend is. Denkrichting
Afweging
Het opzetten van een eigen doorbraakteam binnen uitvoeringsorganisatie Inkomen, Zorg en Leerrecht
We kennen een goed functionerend doorbraakteam voor complexe casuïstiek. Een eigen doorbraakteam voor de afdeling Inkomen, Zorg en Leerrecht is onwenselijk omdat dit versnippering in de organisatie betekent. We kiezen ervoor de kennis en methode van het doorbraakteam in te zetten ten behoeve van financiële bestaanszekerheid, zonder een nieuw team op te richten.
Nijmeegse tak van noodhulpbureau Stichting Urgente Noden opzetten
Nijmegen heeft een actief netwerk van partijen die mensen in nood ondersteunen. Daarnaast heeft de gemeente Nijmegen een eigen fondsenwerver die goede contacten heeft met landelijke en lokale fondsen. Om deze twee redenen is het niet wenselijk om een nieuwe partij toe te voegen. We kiezen ervoor om de interne fondsenwerving te verstevigen en uit te breiden, om op die manier meer maatwerk te kunnen bieden.
Alle generieke inkomensregelingen vervangen door maatwerk
Deze denkrichting is niet verder uitgewerkt. Ten eerste omdat we weten dat generieke inkomensregelingen voor het grootste deel van de inwoners voldoende zijn. Voor een klein deel van de inwoners is dit niet het geval; voor hun situatie is er maatwerk nodig. Iedereen maatwerk bieden is daarom niet efficiënt. Bovendien is de druk op de uitvoeringsorganisatie al groot. Iedereen maatwerk bieden is vanuit dat oogpunt niet haalbaar.
18